CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D06 VRHM, kadernota 2026 VRHM.pdf

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken4.126 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2026

Kadernota 2026 Veiligheidsregio Hollands Midden

Datum: Auteurs:

20 februari 2025 Concernstaf

Inhoud

1 1.1

Inleiding ............................................................................................................... 1 Leeswijzer ............................................................................................................................ 1

2 2.1

Beleidskader VRHM 2026 .................................................................................... 1 Regionaal Beleidsplan 2024-2027 ...................................................................................... 1

3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Financieel kader VRHM 2025 .............................................................................. 3 Bestuurlijke afspraken kostenniveau en financieringssystematiek Veiligheidsregio ........... 3 Advies werkgroep FKGR en bestuursopdracht ................................................................... 3 Invulling taakstelling: onvermijdelijke meerkosten zelf dekken ........................................... 4 Indexering en waardevaste begroting ................................................................................. 5 Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) .......................................... 5

4

Gemeentelijke bijdragen 2026 ............................................................................ 7

5 5.1 5.2 5.3 5.4

Ontwikkelingen ................................................................................................... 8 Onvermijdelijke meerkosten: brandweeropleidingen voor vakbekwaamheid ..................... 8 Onvermijdelijke meerkosten: onderhoud en renovatie huisvesting ..................................... 8 Bedrijfsvoering ..................................................................................................................... 8 Weerbaarheidsopgave ........................................................................................................ 8

6 6.1 6.2 6.3

Risico’s ................................................................................................................ 9 Impact ombuigingen en bezuinigingen op organisatie ........................................................ 9 PTSS ................................................................................................................................... 9 Arbeidsrelaties ..................................................................................................................... 9

Bijlage 1: Bijdragen per gemeente .............................................................................. 10

1 Inleiding In de Kadernota 2026 van Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) worden de algemene beleidsmatige- en financiële kaders voor 2026 vastgelegd. Deze kaders vormen de basis voor de (ontwerp-)Programmabegroting 2026 VRHM (inclusief meerjarenraming 2027-2029). Het beleidskader voor 2026 wordt gevormd door het Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’. Het financiële kader voor 2026 wordt gevormd door de betreffende bepalingen uit de Wet gemeenschappelijke regelingen1 en de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. Op grond daarvan zendt het Dagelijks Bestuur vóór 30 april de (ontwerp-) programmabegroting met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten. Dit gebeurt in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting bedoeld is. De Kadernota 2026 VRHM is vastgesteld in het Algemeen Bestuur van 20 februari 2025, na instemming door het Dagelijks Bestuur op 6 februari 2025. Het bestuur heeft daarbij kennisgenomen van het advies van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) aan colleges en raden.

1.1 Leeswijzer In deze Kadernota 2026 wordt in hoofdstuk 2 het beleidskader voor 2026 kort benoemd, zoals afgeleid uit het Regionaal Beleidsplan 2024-2027. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het financieel kader. Hoofdstuk 4 beschrijft de daaruit volgende gemeentelijke bijdragen voor 2026. De kadernota wordt in hoofdstuk 5 en 6 afgesloten met het benoemen van verdere ontwikkelingen en risico’s.

2 Beleidskader VRHM 2026 2.1 Regionaal Beleidsplan 2024-2027 Als (verplichte) gemeenschappelijke regeling (op grond van de Wet veiligheidsregio’s) voert de Veiligheidsregio Hollands Midden voor de 18 deelnemende gemeenten de taken uit op het gebied van risicobeheersing, brandweerzorg, crisisbeheersing, GHOR, de meldkamer en de coördinatie van de gemeentelijke bevolkingszorg. Op grond van de Wet veiligheidsregio’s 2 laat het bestuur van de veiligheidsregio ten minste eenmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan opstellen. Het regionaal risicoprofiel levert hiervoor mede inbreng. Het Regionaal Beleidsplan VRHM 2024-2027 ‘Focus op veiligheid, vandaag én morgen’ is het vierde beleidsplan sinds de oprichting van VRHM. De achtereenvolgende beleidsplannen laten een 1 Wet gemeenschappelijke regelingen, §7. Financiën, Artikel 34b. 2 Wet veiligheidsregio’s, artikel 14.

1

duidelijke ontwikkeling zien van de veiligheidsregio sinds 2011: van een geregionaliseerde brandweerorganisatie naar een moderne hulpverlenings- en crisisorganisatie. Een organisatie die er niet alleen is voor de veiligheid van haar inwoners, maar ook een onmisbare motor is gebleken voor het openbaar bestuur om invulling te kunnen geven aan hun crisisverantwoordelijkheden tijdens bijvoorbeeld de langdurige corona-, Oekraïne- en migratiecrises. VRHM is in belangrijke mate een uitvoeringsorganisatie. De capaciteit en middelen worden met name ingezet voor de reguliere advisering over en toezicht op veiligheid (1.700 adviezen omgevingsveiligheid, 1.100 adviezen brandveiligheid, 750 evenementen-adviezen en 1.000 controles per jaar), de paraatheid (8.000 uitrukken, 24.000 telefoontjes meldkamer, 9 multidisciplinaire crisisinzetten per jaar), de vakbekwaamheid (250 opleidingen, 5.000 oefen- en bijscholingsmomenten per jaar), het onderhoud (45 kazernes en 110 voertuigen) en de bijbehorende bedrijfsvoering. In het dagelijks werk vinden continu aanpassingen en verbeteringen plaats en dit dagelijks werk vraagt dus veel van de capaciteit en middelen van de VRHM. Daarnaast verandert de wereld om ons heen snel.

Ontwikkelingen in de samenleving als toenemende stedelijke verdichting (hoog- en complexbouw), energie- en materiaaltransitie, klimaatverandering, digitalisering, vergrijzing en toenemende geopolitieke dreiging leiden tot nieuwe en complexere risico’s voor de veiligheid van onze inwoners. Wat deze nieuwe tijd betekent voor het werk van de VRHM in de komende jaren is ook opgenomen in het Regionaal Beleidsplan 2024-2027. Sommige ontwikkelingen gaan zo snel, dat hier nu nog geen pasklaar antwoord op is. Het beleidsplan heeft daarom het karakter van een beleidsagenda met 12 opgaven, die leidend zijn voor de ontwikkeling van ons vakgebied en onze organisatie in de komende jaren. De 12 opgaven zijn: 1. Wij hebben positie in het omgevingsrecht. 2. Wij werken risicogericht. 3. Wij zetten ons in voor de zelfredzaamheid van inwoners. 4. Wij hebben tactieken en technieken die passen bij de nieuwe uitdagingen. 5. Wij hebben vakbekwame brandweercollega’s. 6. Wij zijn en blijven paraat. 7. Wij hebben een moderne crisisorganisatie. 8. Wij kennen onze partners. 9. Wij beschikken over een goede en veilige informatievoorziening. 10. Wij nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid. 11. Wij investeren in onze collega’s. 12. Wij zijn wendbaar. Voor de uitwerking van onze opgaven in het huidige beleidsplan zijn, op voorhand, geen extra financiële middelen ter beschikking gesteld.

Gelet op de veranderende samenleving en de gevolgen hiervan voor onze taakuitvoering, is het niet mogelijk en ook niet redelijk om uitgewerkte voorstellen over een periode van vier jaar op te stellen. Periodiek beschouwen we het ambitieniveau om te kijken wat noodzakelijk is voor de verdere ontwikkeling van de veiligheidsregio. Hiermee kunnen we ook de beschikbare capaciteit en middelen beter inzetten. Op basis van de resultaten die worden behaald wordt invulling gegeven aan de volgende stappen.

2

3 Financieel kader VRHM 2025 Voor het opstellen van de Programmabegroting 2026 worden de volgende kaders toegepast:

3.1 Bestuurlijke afspraken kostenniveau en financieringssystematiek Veiligheidsregio Het Algemeen Bestuur heeft besloten (vergadering 14 september 2023), na heroverweging van de bestaande afspraken, onderstaande uitgangspunten betreffende het kostenniveau en de financieringssystematiek van de gemeentelijke bijdragen voor VRHM vast te stellen (vanaf de begroting 2025): A. Vast te houden aan het principe om de huidige verdeelsleutel, gebaseerd op het relatief aandeel in de som van de middelen voor brandweer en rampenbestrijding die gemeenten via het gemeentefonds ontvangen, te blijven gebruiken voor de verdeling van de gemeentelijke bijdragen van de programmataken Brandweerzorg en Risico- en Crisisbeheersing. B. Aanpassingen in de relatieve bijdrage van elke gemeente worden jaarlijks toegepast, gebaseerd op de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. C. Het relatief gemeentelijk aandeel wordt na herijking/groot onderhoud of nieuwe verdeling van het gemeentefonds aangepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting. D. Het benodigd budget voor VRHM wordt jaarlijks gebaseerd op de wettelijke eisen die aan de taakuitvoering van de Veiligheidsregio worden gesteld, in overeenstemming met het ambitieniveau van het bestuur. E.

Aanpassingen in het absoluut budgetniveau van VRHM en gemeentelijke bijdragen worden jaarlijks toegepast bij de vaststelling van een (nieuwe) Programmabegroting. F. Verdeling van aanpassingen in het absoluut budgetniveau voor de programmataak Brandweer en Crisisbeheersing vindt plaats op basis van het relatieve aandeel in de Septembercirculaire gemeentefonds T-2. G. Verdeling van en aanpassingen in het absoluut budgetniveau voor de programmataken Meldkamer Brandweer Hollands Midden, Bevolkingszorg en GHOR vinden plaats op basis van het relatieve aandeel in het aantal inwoners per 1 januari T-2 (laatst bekende CBS-statistieken). H. De jaarlijkse indexering is van toepassing conform de methodiek werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen (FKGR). I. De som van de middelen die gemeenten ontvangen uit het gemeentefonds voor het clusteronderdeel brandweer en rampenbestrijding, gecorrigeerd met 5,6% ten behoeve van de gemeentelijke crisisorganisatie, wordt gebruikt als een referentie om het gebudgetteerd kostenniveau mee te vergelijken.

3.2 Advies werkgroep FKGR en bestuursopdracht Het Gemeentefonds kent in 2026 een dieptepunt en tegelijk wordt een nieuwe verdelingssystematiek ingevoerd, waardoor sommige gemeenten vanaf 2026 structureel minder te besteden hebben. De werkgroep FKGR heeft colleges en raden geadviseerd om gemeenschappelijke regelingen een evenredige bijdrage te laten leveren in deze neergang door middel van een uniforme taakstelling van 6%. Door een bezuinigingsoptie aan te bieden aan de gemeenten in de ontwerpProgrammabegroting 2026 kan hieraan invulling worden gegeven. Voor VRHM zou een taakstelling van 6% een bezuiniging van € 4,0 miljoen betekenen. Reeds op basis van een vooraankondiging van deze taakstelling heeft het Algemeen Bestuur van VRHM de werkgroep FKGR in oktober 2024 geadviseerd om af te zien van deze opgave voor VRHM.

3

Dit gezien de schrale financiële situatie en de grote opgaven waarvoor de veiligheidsregio zich in de komende jaren gesteld ziet. Deze schrale financiële situatie is het gevolg van een financiële taakstelling van 16,6% die per 2018 is gerealiseerd. Daarnaast is in 2023 niet voldoende geïnvesteerd om als uitvoerende hulpverlenings- en crisisorganisatie adequaat voorbereid te zijn op de ‘nieuwe tijd’. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio op 5 december 2024 is besloten de directeur veiligheidsregio opdracht te geven meerdere ombuigings- en bezuinigingsscenario’s te laten opstellen. De discussienota “Ombuigings- en bezuinigingsscenario’s Veiligheidsregio Hollands Midden”, d.d. 24 januari 2025, is daar het resultaat van en past binnen de door het bestuur gestelde kaders die gesteld zijn bij de opdracht.

3.3 Invulling taakstelling: onvermijdelijke meerkosten zelf dekken De begroting van de VRHM beloopt in 2025 circa 78 miljoen euro. Daarbij kent de begroting drie inkomstenbronnen, te weten: Omschrijving

Bedrag

%

Gemeentelijke bijdragen van 18 gemeenten

67.891.019

86,7%

Rijksbijdrage (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR)

7.658.351

9,8%

Aanvullende Rijksbijdrage 2025

1.707.149

2,2%

Overige inkomsten3

1.088.800

1,4%

Totaal

78.345.319

100,0%

De gedachtevorming over een taakstelling vond plaats vanuit een schrale uitgangspositie. Dat de organisatie weinig vet op de botten heeft, werd bevestigd in een door Berenschot in 2024 uitgevoerde benchmark4, waarin de uitgaven van de VRHM zijn vergeleken met 19 andere veiligheidsregio’s. De benchmarkvergelijking schetst een beeld dat op zowel de primaire processen als de overheadprocessen, omgerekend naar 10.000 inwoners of per fte in de organisatie, overwegend lager ‘gescoord’ wordt dan andere veiligheidsregio’s. Bij de eerdere bezuinigingsronde (16,6% / € 6,2 miljoen) die per 2018 is afgesloten, heeft een aanzienlijke taaksanering plaatsgevonden binnen (met name) de brandweer. Gezien de ontwikkelingen in de wereld en de opgaven voor de veiligheidsregio zouden verdere bezuinigingen ernstig afbreuk doen aan het streven naar een veilige en weerbare samenleving. Het AB heeft in zijn vergadering van 20 februari 2025 besloten uitvoering te geven aan de invulling van een taakstelling door middel van het dekken van €1,1 miljoen voor onvermijdelijke meerkosten (€0,8 miljoen voor vakbekwaamheid en €0,3 miljoen voor huisvesting) binnen de eigen begroting door €1,1 miljoen te versoberen. De gedetailleerdere uitwerking hiervan is beschreven in de discussienota met ombuigings- en bezuinigingsscenario’s. Hiermee worden de nu bekende onvermijdelijke meerkosten gedekt via ombuigingen.

Daarnaast heeft VRHM een aanvullende bezuiniging van €0,4 miljoen in te vullen. De directeur VRHM zal de exacte invulling hiervan bepalen. Randvoorwaarde

3 De overige inkomsten bestaan onder andere uit de vergoeding voor het leveren van paraatheid voor de 25 kV Spanningstester (HSL), de vergoeding voor de bijdrage aan Urban Search and Rescue Nederland (USAR), het Landelijk Specialisme Technische Hulpverlening (STH) en een vergoeding van de Regionale Ambulance Voorziening (RAV) voor het afhijsen van patiënten. 4 Besproken in het Algemeen Bestuur op 12 september 2024, als bijlage 14.1.

4

hierbij is dat geen onomkeerbare bezuinigingen, zoals het opheffen van kazernes of specialistische eenheden, zullen worden doorgevoerd. Deze ombuigingen en bezuinigingen zullen apart worden gemonitord. Per saldo betekent dit dat wordt afgesproken dat aanvullende meerkosten ten opzichte van de vastgestelde Programmabegroting 2025 tot en met het einde van de beleidsplanperiode (2027) door VRHM zelf worden opgelost, tenzij het vanwege bijzondere omstandigheden noodzakelijk is hierop terug te komen bij het bestuur. Dit geldt onder andere voor de effecten van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Met name ten behoeve van het organiseren van opleidingen en oefeningen wordt veel gewerkt met ZZP’ers. Op dit moment wordt gewerkt aan een onderzoek of daarbij sprake is van schijnzelfstandigheid. Het is nog onbekend of maatregelen als gevolg van deze wet leiden tot meerkosten. Uitgangspunt hierbij is ook dat positief begrotingsresultaat in beginsel ten goede komt aan de algemene reserves van de veiligheidsregio.

3.4 Indexering en waardevaste begroting De werkgroep FKGR adviseert om de indexering te (blijven) baseren op de loon- en prijsontwikkeling (lpo) methodiek. Ook wordt opgemerkt dat een stijging van het aantal inwoners niet altijd evenredig verbonden is aan hogere lasten. Daarom zal ook de veiligheidsregio een eventuele volumestijging van de lasten afzonderlijk in beeld brengen. Dit betreft in dit geval Slachtofferhulp, zoals genoemd in de tabel in paragraaf 4. De indexeringsmethode volgens de FKGR betekent dat de lasten met de aangegeven percentages (personele lasten 2,1%, materiële lasten 2,7%) mogen worden geïndexeerd en niet de gemeentelijke bijdragen per inwoner. De totale lasten over de gemeentelijke bijdragen in de Programmabegroting 2025 bedroegen € 67,9 miljoen; voor de VRHM betekent dit een indexering van € 1,57 miljoen ten opzichte van 2025. Uitgedrukt in een procentuele stijging van de gemeentelijke bijdragen betekent dit gemiddeld 2,31%. De uitwerking van dit percentage verschilt per gemeente, als gevolg van wijzigingen in de relatieve bijdrage in de som van de middelen voor brandweer en rampenbestrijding die gemeenten via het gemeentefonds (volgens Septembercirculaire 2024) ontvangen en het relatieve aandeel in het aantal inwoners per 1 januari 2024. In de bijlage 1 is een tabel opgenomen met de wijzigingen in de relatieve bijdragen.

3.5 Rijksuitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) Uit de Rijksuitkering ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)’ wordt een deel van de uitgaven aan Brandweer en Crisisbeheersing (inclusief het geneeskundige deel) op regionaal niveau bekostigd. Onderdeel van landelijke bestuurlijke afspraken is een geleidelijk opbouwende (20232026) intensivering van € 83 miljoen (landelijk) in de BDuR. De hogere BDuR wordt ingezet voor de versterking van de crisisbeheersingsorganisatie, de informatiepositie en het te realiseren landelijk Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk (KCR25). De BDuR voor VRHM is structureel verhoogd met € 1,4 miljoen in 2023, oplopend tot € 2,2 miljoen in 2025. Het Rijk geeft hiermee een belangrijke impuls aan het toekomstgericht verder

5 KCR2: Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk, aansluiting regio’s op het landelijke informatieknooppunt.

5

professionaliseren van de crisisbeheersing en het versterken van de informatiepositie van de veiligheidsregio. Hiervoor is een hogere gemeentelijke bijdrage dus niet nodig. Het Rijk geeft hierbij wel aan dat de verhoging van de BDuR nadrukkelijk niet bedoeld is voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio, afgezien van bovenregionale inzet van de brandweer. Het kabinet heeft met ingang van 2026 een korting van 10% ingeboekt op de BDuR. Deze korting vertaalt zich voor VRHM tot een bedrag van €0,72 miljoen aan minder inkomsten vanuit het Rijk. Deze korting staat vanaf 2026 verwerkt in de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid en is daarom ook opgenomen in de meerjarige prognose 2026-2028.

6

4 Gemeentelijke bijdragen 2026 Bijdragen en ontwikkelingen voor 2026 per gemeente: Gemeente Alphen aan den Rijn BodegravenReeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braasem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden

Brandweer en Crisisbeheersing

Meldkamer

Bevolkingszorg

€8.311.089

€196.241

€106.728

€348.438

€8.962.496

€2.776.169 €5.950.301 €1.596.210 €2.217.974 €4.437.690 €3.984.864 €13.175.480 €2.179.658 €1.734.670 €1.954.116 €3.565.130 €1.792.144 €2.604.617 €1.838.297 €2.167.467 €735.841 €3.271.664

€62.421 €129.315 €38.956 €49.788 €114.307 €98.636 €222.087 €47.344 €40.023 €50.357 €78.065 €44.292 €65.666 €43.740 €58.036 €16.612 €81.665

€33.949 €70.329 €21.187 €27.078 €62.167 €53.644 €120.785 €25.749 €21.767 €27.387 €42.457 €24.089 €35.713 €23.789 €31.564 €9.035 €44.415

€110.833 €229.607 €69.169 €88.402 €202.960 €175.134 €394.330 €84.062 €71.063 €89.411 €138.610 €78.643 €116.595 €77.664 €103.047 €29.496 €145.002

€2.983.371 €6.379.552 €1.725.521 €2.383.242 €4.817.124 €4.312.279 €13.912.682 €2.336.812 €1.867.522 €2.121.271 €3.824.262 €1.939.167 €2.822.591 €1.983.491 €2.360.113 €790.984 €3.542.746

€64.293.381

€1.437.551

€781.830

€2.552.467

€69.065.228

De bijdragen voor 2026 per programmataak: Ontwikkelingen Brandweer en Meldkamer Crisisbeheersing Bijdrage 2025 factuur €62.981.431 €1.355.027 Interne herallocatie GHOR €245.700 €50.000 Index 2026 €1.463.582 €32.524 Volumegroei Slachtofferhulp (inw.) €2.668 Onvermijdelijke meerkosten €1.100.000 Interne bezuiniging €-1.100.000 Taakstelling personele krimp €-400.000** Bijdrage 2026 €64.293.381 €1.437.551 factuur

Bevolkingszorg

GHOR

GHOR

Totaal VRHM

Totaal VRHM 2026

€764.142

€2.790.419*

€67.891.019

€17.688

€-295.700 €57.748

0 €1.571.541 €2.668 €1.100.000 €-1.100.000 €-400.000

€781.830

€2.552.467

€69.065.228

* Over de structureel achterblijvende kosten bij Hecht van de GHOR worden nog gesprekken gevoerd. Het definitieve bedrag zal in de ontwerp-programmabegroting of in een begrotingswijziging worden doorgevoerd. ** Deze €0,4 miljoen zal in de ontwerp-programmabegroting nader worden verdeeld over de verschillende programmataken.

7

De beleidsmatige en financiële kaders leiden tot bovenstaande bijdragen per gemeente. Het aandeel Brandweer en Crisisbeheersing wordt berekend aan de hand van het subcluster Brandweer en Rampenbestrijding in het Gemeentefonds; voor Meldkamer, Bevolkingszorg en GHOR betreft het een bijdrage per inwoner (BPI).

5 Ontwikkelingen 5.1 Onvermijdelijke meerkosten: brandweeropleidingen voor vakbekwaamheid De duur van de dienstverbanden van zowel beroepskrachten als vrijwilligers neemt af. Waar brandweermensen vroeger 30 of 40 dienstjaren hadden, vertrekken beroepsmensen nu na maximaal 20 jaar. Ook vrijwilligers stoppen eerder dan vroeger. Dat betekent dat er meer mensen opgeleid moeten worden voor zowel de basisopleiding als de opleiding tot bevelvoerder en chauffeur dan in het verleden. Ook nieuwe ontwikkelingen, zoals branden met elektrische auto’s en in hoge gebouwen, vragen om bijscholing. Dit leidt tot €0,8 miljoen onvermijdelijke meerkosten in de vorm van directe opleidingskosten als tot extra organisatie- en coördinatiekosten.

5.2 Onvermijdelijke meerkosten: onderhoud en renovatie huisvesting Planmatige aanpak van onderhoud, renovatie en vervanging vastgoed kan niet (meer) uit bestaande afschrijvingen worden betaald, omdat de kosten in de bouw de laatste jaren sterk gestegen zijn. Het bedrag van €0,3 miljoen onvermijdelijke meerkosten is gebaseerd op een grove berekening voor de huidige beleidsplanperiode. Momenteel wordt een Meerjareninvesteringsplan (MJIP) en een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) met een strategisch huisvestingsplan opgemaakt en deze wordt in de zomerperiode 2025 verwacht. Mocht dat leiden tot andere bedragen, dan zal dat vroegtijdig gemeld worden.

5.3 Bedrijfsvoering Het is ook in deze Kadernota 2026 belangrijk op te merken dat de organisatie zich op dit moment bevindt in een ontwikkeltraject naar een wendbare, duurzame, sociaal veilige en aantrekkelijke organisatie. Tot op heden werd dit gefinancierd met incidentele middelen, voortkomend uit onderuitputting van de begroting. Dit ging om positief resultaat dat incidenteel ontstond door vrijgevallen kapitaalslasten die nog geherinvesteerd moesten worden en door openstaande vacatures. Als effect van recente materieelvervanging, het verder versoberen en scherper budgetteren zal minder onderuitputting beschikbaar zijn voor deze voornemens. Dit is schadelijk voor deze noodzakelijke organisatieontwikkeling. Om toch deze ontwikkeling te continueren zal waar mogelijk eerst worden getemporiseerd en nieuwe ruimte worden gecreëerd door ombuigingen, het benutten van reserves en andere inzet van formatie bij vooral de bedrijfsvoering. Dit temporiseren zal voornamelijk in 2025 en 2026 gebeuren. Op deze wijze wordt ingezet op het voorkomen van meerkosten. Pas wanneer na deze ombuiging en herinrichting blijkt dat nog steeds structurele tekorten zijn voor deze ontwikkelingen, zal hiervoor in de nieuwe beleidsplanperiode (2028 en verder) om meer geld worden gevraagd.

5.4 Weerbaarheidsopgave De toegenomen geopolitieke dreiging en de noodzaak tot versterking van weerbaarheid in de samenleving vragen een grote rol van de veiligheidsregio. Dagelijks zijn in kranten de oproepen te lezen om voorbereid te zijn: niet alleen op geopolitieke dreiging, maar ook op andere momenten waarop de weerbaarheid van de samenleving moet blijken. Te denken valt aan grootschalige

8

verstoringen van stroomnetwerken, digitale voorzieningen of door weersextremen. Andere veiligheidsregio’s, zoals de VR Utrecht, hebben al het besluit genomen dat brandweerkazernes worden ingericht als punten voor civiele bescherming. Ook in de Weerbaarheidsbrief van het kabinet6 wordt een rol voor de veiligheidsregio’s genoemd. In deze voorbereiding zullen het Rijk en veiligheidsregio’s samen moeten optrekken. De uitwerking hiervan zal eveneens een forse investering vergen, waarbij niet helder is wie deze kosten op zich zal (moeten) nemen. Deze investeringen zullen naar verwachting van dergelijke omvang zijn dat hierover te zijner tijd het bestuurlijke gesprek gevoerd moet worden.

6 Risico’s 6.1 Impact ombuigingen en bezuinigingen op organisatie De impact van de opgelegde taakstelling voor de gemeentelijke bijdragen is substantieel. Met de versobering en bezuiniging van (in totaal) €1,5 miljoen wordt de financiële speelruimte van de organisatie ingezet om de onvermijdelijke meerkosten te kunnen dekken. Dit heeft effect op de noodzakelijke stevigheid van de organisatie. Ook neemt, door scherper begroten, het risico toe op overschrijdingen en negatieve jaarresultaten. Daarnaast zou de versobering die nodig is om de onvermijdelijke meerkosten te bekostigen en de extra bezuiniging van €0,4 miljoen, aan de werkgeversrol kunnen raken door onder andere kleinere opleidingsbudgetten en minder oefenbudget. Hierbij geldt wel dat door herinrichting en temporisering van ambitie ingezet wordt op het voorkomen van meerkosten voor organisatieontwikkeling en bedrijfsvoering.

6.2 PTSS De aanpak van PTSS onder hulpverleners (zowel beroepskrachten als vrijwilligers) vraagt om extra middelen waarmee aan het begin van de beleidsplanperiode, in 2023, nog geen rekening was gehouden. Dit betreffen nieuwe meerkosten waarvan de omvang nog niet helder is. Op dit moment wordt landelijk gewerkt aan de verbetering van preventieprogramma’s ter voorkoming van PTSS en nazorgmaatregelen voor medewerkers met PTSS. De eventuele meerkosten hiervan voor de VRHM zijn nog niet bekend. Wanneer hierover meer bekend is, zal dit bij het bestuur worden gemeld.

6.3 Arbeidsrelaties Dit geldt ook voor extra middelen om te kunnen voldoen aan vigerende fiscale en juridische eisen bij de inhuur (ZZP-constructies) van de vakbekwaamheidsstaf, zoals in paragraaf 3.3 reeds geschetst. Daarnaast levert de onduidelijkheid over de verdere ontwikkeling van het wettelijke kader van het tweede loopbaanbeleid voor beroepsbrandweermensen (maximaal 20 bezwarende dienstjaren) een financieel risico op in de komende jaren. Naar verwachting komt daarover binnen deze beleidsplanperiode meer duidelijkheid.

6 ‘Kamerbrief over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen’, d.d. 6 december 2024. Kamerstuk 30821,

nr. 249

9

Bijlage 1: Bijdragen per gemeente Bijdrage voor gemeenten naar relatief aandeel op basis van: Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braasem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden

Cebeon-norm 2026 €9.544.000 12,93% €3.188.000 4,32% €6.833.000 9,25% €1.833.000 2,48% €2.547.000 3,45% €5.096.000 6,90% €4.576.000 6,20% €15.130.000 20,49% €2.503.000 3,39% €1.992.000 2,70% €2.244.000 3,04% €4.094.000 5,55% €2.058.000 2,79% €2.991.000 4,05% €2.111.000 2,86% €2.489.000 3,37% €845.000 1,14% €3.757.000 5,09% €73.831.000 100,00%

Inwonertal 1-1-2024 114.966 13,7% 36.569 4,3% 75.758 9,0% 22.822 2,7% 29.168 3,5% 66.966 8,0% 57.785 6,9% 130.108 15,4% 27.736 3,3% 23.447 2,8% 29.501 3,5% 45.734 5,4% 25.948 3,1% 38.470 4,6% 25.625 3,0% 34.000 4,0% 9.732 1,2% 47.843 5,7% 842.178 100,0%

Wijzingen in het relatieve aandeel, 2026 ten opzichte van 2025, op basis van: Gemeente Alphen aan den Rijn Bodegraven-Reeuwijk Gouda Hillegom Kaag en Braasem Katwijk Krimpenerwaard Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Waddinxveen Zoeterwoude Zuidplas Totaal Hollands Midden

Cebeon-norm

aantal inwoners 0,02% -0,04% -0,04% 0,00% 0,05% -0,07% -0,08% 0,19% -0,06% -0,03% -0,02% 0,02% -0,01% -0,03% -0,03% 0,08% 0,03% 0,02% 0,00%

-0,06% -0,02% -0,05% 0,01% 0,03% -0,05% -0,07% 0,19% -0,03% -0,02% -0,03% 0,01% -0,01% -0,06% -0,04% 0,12% 0,02% 0,04% 0,00%

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1730/documents/22650