D06 Greenport DenB-streek, rol en bijdrage jaarplan Greenport Duin- en Bollenstreek.pdf
Tekst van het document
Van: GreenportDB | Eva van der Kwast Verzonden: donderdag 6 april 2023 16:22 Onderwerp: Bericht vanuit Greenport Duin- en Bollenstreek: Bollenjongens op landelijke tv
Beste griffiers, Hierbij verzoeken wij u - mede op verzoek van Kees van der Zwet - om uw gemeenteraden te informeren over het feit dat vanaf 11 april de serie de Bollenjongens op RTL Z en via Videoland te zien is (klik hier voor het uitzendschema en verstuurde persbericht). Een mooie stap om uzelf, om de omgeving, de inwoners en bezoekers van onze Greenport te informeren over deze sector die bollen, bloemen, knollen en vaste planten behelst. Een must-see! Betekenis De sierteelt en dan met name bollenteelt in combinatie met de natuur maakt deze streek uniek en iconisch, niet alleen voor de bewoners, maar in heel Nederland en ver daar buiten. Het gaat daarbij om veel meer dan teelt. Het gaat om werkgelegenheid, recreatie en toerisme, maar ook duurzame verbindingen in de streek. Denk bijvoorbeeld aan het Bloemencorso Bollenstreek. Als Greenport Duin- en Bollenstreek hebben we met de bollenjongens - de volgende generatie - de deal dat zij zich hard maken voor een bollenteelt met respect voor de maatschappij. Verduurzaming is dan ook één van de thema’s waar zij volop mee bezig zijn. Binnenkort zelfs op hun eigen proefvelden in de streek, met hulp van ondermeer de Agrarische Hogeschool Den Bosch. Zij kunnen de vraagstukken van deze tijd namelijk niet alléén oplossen. Wat er nodig is, om ook in de toekomst te kunnen ondernemen, staat in bijgevoegd manifest.
De rol van de Greenport Duin en Bollenstreek Meer over onze rol en bijdrage in het jaarplan wat u via deze link kunt lezen. De Bollenstreek in 2050 en 2100 Hoe die er uit kan zien, laten we u graag zien op 17 mei. De toekomstige generatie presenteert haar beeld van deze streek. Vanaf 11.00 uur tot 13.00 uur (inclusief lunch) op een passende locatie in één van onze bloeiende gemeenten. Zet deze datum alvast in uw agenda. Interesse? Stuurt u ons dan een e-mail, dan sturen wij u de uitnodiging. Meer weten? Neem dan contact met op ons. Veel kijkplezier en fijne paasdagen!
Met vriendelijke groet,
Eva van der Kwast Communicatiemedewerker
Nieuw regionaal beleid Duin- en Bollenstreek juli 2022
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
Aanleiding In september 2021 presenteerden de drie samenwerkende agrarische organisaties in de regio Duin- en Bollenstreek (AJDB, KAVB & LTO Noord) onze visie op een 2.0-versie van het regionale beleid in de Duin- en Bollenstreek. In deze visie stonden onze voorstellen voor een duurzaam toekomstperspectief voor onze internationale agrarische topsector in onze historische regio. In voorliggende uitwerking presenteren wij een verdere uitwerking en onderbouwing van een aantal van onze voorstellen, bedoeld als inbreng voor de uit te voeren evaluatie van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG) Duin- en Bollenstreek. In deze uitwerking gaan wij in op vier categorieën van onderwerpen, die wij hierna meer in detail presenteren. De vier categorieën zijn: 1. Grond 2. Bouwmogelijkheden 3. Herstructurering 4. Uitvoering
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
2
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
Grond Over grond schreven we in onze visie eerder al dat het de basis is van onze bedrijfsvoering en dat we daarom langjarige zekerheid over duurzaam agrarisch grondgebruik nodig hebben om verder te verduurzamen en te vernieuwen.
zeker waar het gaat om (grotere) percelen en gebouwen die niet op de juiste wijze gebruikt worden. Dit zal in veel situaties betekenen dat het teeltareaal niet alleen op papier, maar ook in de praktijk vergroot kan worden. Voor kleine, niet meer bruikbare snippers teeltareaal zien wij ruimte voor een (door de overheden te maken) uitzondering op dit principe door middel van maatwerk, uiteraard onder de geldende voorwaarden voor bollengrondcompensatie.
Areaal bollengrond handhaven We vinden het daarom van het grootste belang dat het huidige areaal 1e klas bollengrond én de 2e klas bollengrond in de regio behouden blijft én kwalitatief verder verbeterd wordt. In de afgelopen jaren hebben we gemerkt dat vrijwel elke m2 bollengrond die beschikbaar was voor de teelt ook voor die doeleinden gebruikt is. We verwachten dat dit de komende jaren niet anders gaat zijn, zeker als we kijken naar wat er qua extensivering van de teelt nog op ons afkomt. Dit betekent bijvoorbeeld dat we niet elke vijf jaar hyacinten telen op een perceel, maar eens in de zes of zeven jaar. Andere voorjaars- en zomerbloeiers, zoals dahlia en zantedeschia, zijn voor ons net zo waardevol, in hun bijdrage aan het open houden van het landschap.
De ondergrens voor het nog doelmatig kunnen gebruiken van geïsoleerde percelen bollengrond is wat ons betreft 1.500 m2. We kennen diverse voorbeelden van percelen met een dergelijke oppervlakte die al jarenlang op een goede manier voor teelt van bollen, bloemen, bomen, vaste planten of andere sierteeltproducten gebruikt worden. Ook is het belangrijk dat, waar het gaat om de mate van geïsoleerd liggen van percelen, niet alleen naar de huidige situatie gekeken wordt, maar ook naar de mogelijkheden dat bijvoorbeeld omliggende bebouwing of andere gebruiksfuncties op termijn gesaneerd worden, waardoor wél aansluiting bij een groter areaal mogelijk is. In theorie zou dit kunnen gaan over alle bebouwing en gebruiksfuncties, in de praktijk mag helder zijn dat net nieuwgebouwde gebouwen naar alle waarschijnlijkheid niet zullen verdwijnen of dat verouderde gebouwen die onderdeel uitmaken van een doorgaand bedrijf op termijn mogelijk wel gesaneerd zullen worden, maar dan waarschijnlijk ook wel weer vervangen zullen worden door nieuwe bebouwing.
Onderscheid eerste en tweede klas bollengrond opheffen We hebben ook gemerkt dat het eerder gemaakte en gehanteerde administratieve onderscheid tussen zogenaamde ‘eerste’ en ‘tweede klas bollengrond’ ongewenste consequenties heeft gehad en stellen daarom voor om alle bollengrond als eerste klas bollengrond te zien en te behandelen. Dit heeft ook consequenties voor de bollengrondcompensatieregeling en de bollengrondbalans. Een integrale herbeoordeling van alle locaties die ooit als (1e of 2e) klas bollengrond zijn aangemerkt kan ook behulpzaam zijn om individuele discussies hierover te voorkomen.
Andere functies op bollengrond Wanneer bollengrond voor andere functies gebruikt wordt, stellen wij voor dat dit – met in achtneming van de voorafgaande opmerkingen – altijd zo nauwkeurig mogelijk gebeurt. Of het nu gaat over aanpassing of uitbreiding van infrastructuur of de realisatie van noodzakelijke compensatiewoningen (zie ook hierna): uitgangspunt is dat zo min mogelijk bollengrond van functie en gebruiksmogelijkheden verandert. Dit betekent, behalve de kwantitatieve benadering van dit onderwerp, ook dat er altijd vanuit een kwalitatief oogpunt gekeken moet worden naar de gebruiksmogelijkheden van bollengrond en dat deze mogelijkheden meegenomen moeten worden in de afweging of en hoe andere functies op bollengrond toegestaan
Voor alle duidelijkheid: met voorgaande stellen wij niet voor dat elke m2 bollengrond voor altijd als bollengrond bestemd en gebruikt moet blijven, maar wel dat er te allen tijde gecompenseerd moet worden voor gebruik en bestemming van bollengrond voor andere doeleinden, zodat het areaal netto intact blijft. Handhaving Dit betekent ook dat er wat ons betreft in principe altijd gehandhaafd moet worden op onjuist gebruik van grond,
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
3
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
worden. Praktisch betekent dit dat kavels zo min mogelijk doorsneden moeten worden, altijd op een goede manier bereikbaar moeten zijn en dat de vorm van de kavels zo goed mogelijk aansluit bij de gebruiksmogelijkheden. Wanneer de nieuwe functie op de bollengrond mogelijkheden biedt voor structuurversterking, bijvoorbeeld doordat het saneren van bebouwing het mogelijk maakt areaal voor bollenteelt toe te voegen, móeten deze mogelijkheden benut worden en derhalve als onlosmakelijke voorwaarde verbonden worden aan de medewerking aan de nieuwe functie. Zie ook verderop in dit document waar wij beschrijven onder welke voorwaarden opruimen van verrommeling volgens ons voortaan plaats moet vinden.
de regio, minder onderdeel uitmaken van het complex dat voor de grondgebonden veehouderij in de regio van belang is. Sector met perspectief en rendement 30 maart 2022 kopte Wageningen University & Research triomfantelijk “Hoogste inkomen bloembollentelers ooit”. Dit bericht past in een (positief) beeld dat intussen al zeker tien jaar aanhoudt. 2021 wordt naar verwachting het tiende jaar op rij dat de rentabiliteit voor bollenbedrijven hoger dan 100% is (raming 112%). Dit betekent dat de telers niet alleen de betaalde kosten en afschrijvingen vergoed krijgen, maar ook een meer dan marktconforme beloning voor hun eigen arbeidsinzet en eigen vermogen.
Nieuwe bollengrond In de regio zijn – enkele decennia geleden al – locaties aangewezen die op dit moment niet aangewezen zijn als bollengrond, maar wel geschikt zijn om als zodanig te gebruiken. Om enige schuifruimte te hebben, met het oog op alle andere ruimteclaims die ook op het huidige areaal bollengrond gelegd worden en de noodzakelijke extensivering van de teelt in de regio (o.a. i.v.m. het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn, met bijbehorende extra teeltrotatie, rustgewassen), stellen wij voor dat op een aantal locaties gebruik gemaakt mag worden van de mogelijkheid om nieuwe bollengrond aan te leggen.
Op basis van mondelinge informatie van accountants van Flynth en sectorexports van Rabobank geldt dat de bedrijven in de Duin- en Bollenstreek goed ‘meedoen’ in deze landelijke prestaties. Ca. 20% van de bedrijven behoort tot de kopgroep, die boven het landelijke gemiddelde presteert. In veel gevallen is hier een tweede of derde bron van inkomsten, naast alleen teelt, mede de oorzaak van. Dit betreft dan bijvoorbeeld eigen broeierij of kwekerij of zelfstandige handelsactiviteiten. Behalve het ondernemerschap op de goed presterende bedrijven in de sector in de regio, speelt ook de omgeving waar overwegend geteeld wordt een rol (zie ook hierna onder ‘Bouwmogelijkheden’ waar de meeste bloembollen door onze bedrijven geteeld worden). Met name als het weer extremer is (te droog of te nat, wat steeds vaker voor zal komen), heeft de combinatie van de samenstelling van de bodem en de mogelijkheden om ons watersysteem minutieus te reguleren een positief effect op de teeltopbrengsten. In andere regio’s is de opbrengst en opbrengstzekerheid minder groot.
Wij denken hierbij in eerste instantie aan de graslandpercelen aan de westzijde van de regio, ‘tegen het duin’. Door de veehouderijbedrijven die op dit moment deze percelen nog gebruiken ook onderdeel te laten zijn van deze ‘operatie’ (en daarmee een warme sanering te bieden), kunnen we – aanvullend op de stikstof die in onze teelt vastgelegd wordt – ook nog aanzienlijk bijdragen aan de benodigde ammoniakemissiereductie in onze regio. De graslandpercelen aan de westzijde van de regio hebben daarbij ook als ‘voordeel’ dat ze, anders dan de graslandpercelen centraal en in het oostelijke deel van LANDELIJKE KENGETALLEN BLOEMBOLLEN
2001
2006
2011
2016
2020
Aantal bedrijven
970
810
660
590
540
Opbrengsten (€)
552.000
491.500
779.300
1.334.300
1.319.300
Rentabiliteit
94
91
99
111
105
(opbrengst per €100 kosten) (%)
25
20,8
30,8
40,3
39,5
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
4
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
Bouwmogelijkheden In onze visie schreven we dat we het belangrijk vinden dat de relatie tussen het areaal bollengrond in en om de regio en de oppervlakte bebouwing van onze bedrijven hersteld wordt. Zo zorgen we voor een verbinding tussen teelt en bebouwing. Zoals ook op andere plaatsen in dit document te lezen is, zijn de maximale oppervlakten voor bedrijfsbebouwing van 6.000 m2 gebaseerd op de situatie van 10 – 15 jaar geleden en doen deze volgens ons geen recht aan de huidige situatie, laat staan de situatie waarin de doorgaande bedrijven zich over 5 of 10 jaar bevinden.
bedrijfsgebouwen in de afgelopen jaren al steeds meer voor de meeste bedrijven. Daarnaast kennen we ook nog allerlei tussenvormen tussen kassen en overige bedrijfsgebouwen in. In lijn hiermee, stellen wij voor om bij de bepaling van de maximale oppervlakte aan bebouwing voor bollenteeltbedrijven het onderscheid tussen kassen en overige bedrijfsgebouwen op te heffen. Dit betekent feitelijk dat alle bollenteeltbedrijven, mits ze voldoende teeltgronden in en om de regio (in gebruik) hebben, op basis van de huidige toegestane maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing 6.000 m2 bebouwing mogen realiseren. Zoals hierna onderbouwd willen wij deze maximale oppervlakte sowieso verder verhogen (tot 10.000 m2).
Definitie duurzaam in gebruik zijnde teeltgronden verruimen Wij stellen voor om de definitie van duurzaam in gebruik zijnde teeltgronden te verruimen. De huidige definitie “gronden die in eigendom zijn of voor een periode van ten minste 5 jaar gepacht of gehuurd worden en die gelegen zijn in de Greenport Duin- en Bollenstreek, inclusief de zuidelijke en noordelijke uitloper”. Dit doet volgens ons onvoldoende recht aan de dynamiek in eigendom en gebruik van bollengronden. We stellen voor dat voor teeltbedrijven gekeken wordt naar alle teeltgronden in Nederland die duurzaam in gebruik zijn én dat het hierbij niet zozeer gaat om de letterlijke locaties, maar om het totale areaal dat in gebruik (geweest) is of beoogd is te gaan gebruiken. De angst dat met deze verruiming de streek volgebouwd wordt en de bollen elders geteeld worden is onterecht. Wij denken deze onder andere weg te kunnen nemen aan de hand van de uitkomsten van de enquête die wij onder onze leden uitgevoerd hebben over dit onderwerp. Op de uitkomsten van deze enquête gaan wij verderop in dit document in: groei van areaal vindt ook de komende jaren met name in de regio plaats; de verhouding openbebouwd blijft positief.
Advies agrarische deskundige facultatief Om de doorlooptijd van procedures te verkorten, stellen wij tevens voor om het advies van een agrarische deskundige alleen te vragen bij situaties waarin nieuwe bedrijfsbebouwing wordt aangevraagd waardoor het totaal aan bebouwing groter wordt dan 10.000 m2 en aan het al dan niet verplichten van dit advies de voorwaarde te verbinden dat hierover afstemming met vertegenwoordigers van de agrarische sector plaatsvindt in geval van twijfel. Zo gaan we van wantrouwen naar vertrouwen. Nieuw plafond voor generieke bouwmogelijkheden Aanvullend stellen wij voor om het plafond qua maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van 6.000 m2 dat in de huidige regeling gehanteerd te vervangen door een nieuwe generieke maximale oppervlakte van 10.000 m2. Het aantal bedrijven dat bloembollen en -knollen teelt in de regio is in de periode van 2011 (242 stuks) tot en met 2020 (139 stuks) met 42,6% afgenomen. De gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf nam in diezelfde periode toe met 57,8% (van 10,9 hectare in 2011 tot 17,2 hectare in 2020).
Onderscheid kassen en loodsen opheffen In de praktijk verdwijnt het onderscheid tussen de gebruiksmogelijkheden van kassen en overige
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
5
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
REGIONALE KENGETALLEN BLOEMBOLLEN EN -KNOLLEN
2001
2006
2011
2016
2020
Aantal bedrijven totaal
487
327
242
155
139
Bloemendaal, Heemstede & Zandvoort
10
5
3
1
2
Hillegom
47
43
26
18
16
Katwijk (inclusief Rijnsburg & Valkenburg)
13
15
5
1
1
Lisse
41
33
25
19
18
Noordwijk (inclusief Noordwijkerhout)
200
157
118
76
68
Teylingen (incl. Sassenheim, Voorhout & Warmond)
166
72
62
38
34
Wassenaar
10
5
3
2
0
Oppervlakte cultuurgrond totaal (ha)
2.727,7
2.638,6
2.630,3
2.253,1
2.392,9
Bloemendaal, Heemstede & Zandvoort
40,4
39,5
39,2
32,7
34,2
Hillegom
380,2
472,6
437,4
391,5
433,5
Katwijk (inclusief Rijnsburg & Valkenburg)
26,6
43,4
6,1
0,6
0,4
Lisse
300,3
344
250,4
331,3
338,7
Noordwijk (inclusief Noordwijkerhout)
1.202,6
1.366,7
1.477,3
1.148,6
1.179,9
Teylingen (inclusief Sassenheim, Voorhout & Warmond)
740,6
364,9
416,9
347,9
406,2
Wassenaar
37
7,5
3
0,5
0
O.b.v. CBS Statline: https://opendata.cbs.nl, o.a. bezocht op 29 maart 2022. Voor alle duidelijkheid: in de CBS-registratie van de oppervlakte cultuurgrond wordt voor onze regio alleen maar het gebruik in één seizoen geteld (voorjaar of zomer) en ontbreekt dus altijd een aanzienlijke oppervlakte ten opzichte van het feitelijke landbouwkundige gebruik in een bepaald jaar.
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
6
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
Dit beeld komt ook vrijwel exact naar voren uit een onderzoek dat we in maart en april van dit jaar onder onze leden gehouden hebben. De groei in areaal onder de respondenten (die in alle gevallen zowel in 2011 als in 2022 nog actief hun bedrijf uitoefenen ) was gemiddeld 33,2% (van 35,5 hectare in 2011 tot 47,3 hectare in 2022). De groei van het areaal vond (zowel absoluut als relatief gezien) gemiddeld genomen iets meer plaats binnen de regio (9,9 hectare / 34%) dan daarbuiten (1,9 hectare / 27%). Voor de periode tot en met 2027 en 2032 verwachten deze bedrijven een verdere toename van het areaal dat zij gebruiken (met 8,9 ha / 18,8% respectievelijk 15,6 ha / 33% ten opzichte van de situatie in 2022). Opvallend is dat deze toename relatief gezien voor een groter deel buiten de regio verwacht wordt dan in de afgelopen periode het geval was. (1,5 hectare / 17% respectievelijk 4,8 hectare / 55,2%).
bedrijven in de afgelopen jaren gemiddeld met minder bebouwing/hectare teeltareaal toekan dan in de situatie in 2016 of 2011 het geval was, toen meerdere, kleinere bedrijven gemiddeld meer bebouwing/hectare teeltareaal gebruikten. Oftewel: met groei van bedrijven groeit de verhouding tussen het open teeltareaal en de gemiddelde oppervlakte bebouwing per bedrijf. Oftewel: minder bedrijven = meer open ruimte per bedrijf. In 2011 hadden de respondenten gemiddeld 5.200 m2 bedrijfsbebouwing/bedrijf. In 2016 was dit gemiddeld 6.500 m2 (24% groei t.o.v. 2011) en in 2022 7.000 m2 (35% groei t.o.v. 2011).
Bedrijfsbebouwing/bedrijf (m2) 12.000 10.000
In onderstaande grafieken zijn de uitkomsten van het onderzoek nogmaals weergegeven.
8.000 6.000 4.000 2.000
Teeltareaal (hectares)
0 2005
60 50
2010
2015
2020
2025
2030
2035
40 30
Gevraagd naar hun verwachtingen voor de komende jaren gaan de respondenten uit van een doorgaande groei tot gemiddeld 8.900 m2 bedrijfsbebouwing/bedrijf in 2027 (72% groei t.o.v. 2011) respectievelijk 10.000 m2 in 2032 (95% groei t.o.v. 2011).
20 10 0 2005
2010
2015 Regio
2020
2025
2030
2035
Buiten regio
Teeltareaal & bedrijfsbebouwing/bedrijf
We hebben onze leden ook gevraagd om hun m2’s bedrijfsgebouwen in 2011, 2016, 2022, 2027 en 2032 globaal op een rijtje te zetten c.q. in te schatten.
12.000 10.000 8.000
De toename van de gemiddelde oppervlakte bebouwing per bedrijf loopt voor de periode 2011 – 2016 en 2011 – 2022 behoorlijk in lijn met de toename van de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond die per bedrijf in gebruik is (geweest) in diezelfde periode. Dit bevestigt het beeld dat een kleiner wordend aantal groeiende
6.000 4.000
Bedrijfsbebouwing Teeltareaal
2.000 0 2005 2010 2015 2020 2025 2030 2035
1) Zij vertegenwoordigen dus maximaal 57,4% van het aantal bedrijven anno 2011 en waarschijnlijk nog minder, omdat de regionale statistiek van het aantal teeltbedrijven in de regio in beeld gebracht is voor de periode 2011 – 2020 en we de respondenten gevraagd hebben hun huidige situatie (2022) te rapporteren.
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
7
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
De verwachte groei qua gemiddelde oppervlakte bedrijfsbebouwing is behoorlijk groter dan de gemiddelde groei die in de afgelopen jaren plaatsgevonden heeft, maar wij zijn van mening dat deze wel realistisch is. We noemen een aantal oorzaken en redenen die achter deze toenemende groei schuil gaan: - Rendementen en financiële vooruitzichten zijn goed c.q. beter dan vijf of tien jaar geleden het geval was, wat maakt dat het enthousiasme voor opvolgers om in te stappen en ondernemers om door te gaan en uit te breiden groter is dan eerder. - We hebben in onze regio een groot aantal opvolgers dat onlangs toegetreden is of op het punt staat toe te treden tot de maatschap. Hiervan getuigt ook het aantal actieve leden van AJDB, op dit moment ca. 100. Het zal naar alle waarschijnlijkheid zelfs zo zijn dat minder van hen daadwerkelijk bedrijfsleider kan worden dan het aantal dat dit wel zou willen. Dit geldt nog in sterkere mate voor nieuwe toetreders, die in veel gevallen niet kunnen voortborduren op opgebouwde posities van hun (voor)ouders of familie. - We zien dat bedrijven nog meer dan in het verleden activiteiten combineren.
Op deze manier – verticale ketenintegratie – worden activiteiten als teelt, broeierij, verwaarding, transport en logistiek gecombineerd en verschuift de ruimtebehoefte van verschillende spelers uit de keten naar locaties waarop deze activiteiten geclusterd worden. In veel gevallen is de bollenkweker hier de drijver van deze clustering. - Vanuit bijvoorbeeld wet- en regelgeving gericht op verbetering van waterkwaliteit moeten fust en steeds meer machines zoveel mogelijk onder overkappingen of volledig binnen staan. - Ook zien we dat spuitmachines en dergelijke voorlopig eerst nog groter worden, voordat ze op termijn mogelijk kleiner worden of worden vervangen door zwermen van drones. - De voornoemde toenemende milieu- en dito investeringsdruk zorgt ervoor dat bedrijven deze kostprijsverhogende investeringen over een groter productievolume moeten en willen uitsmeren om toch concurrerend te kunnen blijven op de internationale markten.
Het voorgestelde nieuwe plafond van 10.000 m2 wordt voor de komende 10 jaar voor het merendeel van de doorgaande bollenteeltbedrijven afdoende geacht. Natuurlijk zullen er uitzonderingen zijn en blijven en gaan wij er van uit dat deze via de (verbeterde en versnelde) maatwerkprocedure op adequate wijze gefaciliteerd blijven worden. Bijkomend voordeel van het vereenvoudigen van schaalvergroting van doorgaande bedrijven is dat hiermee ook het aantal verschillende locaties dat door één bedrijf gebruikt wordt kan afnemen, met alle positieve effecten op het open landschap en het aantal verkeersbewegingen van dien. Het voorgestelde nieuwe plafond heeft ook consequenties voor de bollengrondcompensatie die geldt voor bedrijven die van deze ruimere generieke bouwmogelijkheden gebruik maken. In het geval hun bouwvlak geen ruimte meer biedt voor deze extra m2’s is ons voorstel om coulant om te gaan met de verschuldigde bollengrondcompensatiebijdrage en deze pas in rekening te brengen op voor de oppervlakte boven 10.000 m2 bedrijfsgebouwen die buiten het bouwvlak gerealiseerd wordt. Dit betekent praktisch dat een groot aantal bedrijven eerst nog een aangepast, vergroot bouwvlak dient te krijgen en dat voor nieuwe bedrijfsgebouwen binnen dit bouwvlak geen bollengrondcompensatie verplicht is.
De financiële bijdrage die hiermee niet meer beschikbaar komt voor herstructurering compenseren wij door andere voorstellen. Op deze voorstellen gaan wij meer in detail in de paragraaf over de uitvoering in.
2) N.B.: belangrijke toevoeging bij deze grafiek is dat hierin niet goed zichtbaar wordt dat in deze grafiek alleen de oppervlakten van de doorgaande bedrijven vertegenwoordigd zijn. Je ziet dus niet dat hetzelfde areaal dat in 2032 door deze bedrijven gebruikt wordt (met de bijbehorende bedrijfsgebouwen) in 2026 en daarvoor door meer bedrijven gebruikt wordt/werd (met de bijbehorende bedrijfsgebouwen daarbij). Die zou je dus kunnen c.q. moeten optellen bij de oppervlakte bedrijfsbebouwing om de verhouding tussen het totale teeltareaal en de totale bedrijfsbebouwing te zien.
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
8
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
Herstructurering Herstructurering is de algemene term waaronder we zowel onderlinge ruil van grond (kavelruil) als verbetering van de structuur (opwaardering) als verbetering van de vorm en oppervlakte van kavels (structuurversterking) verstaan. Hoewel al deze onderdelen van herstructurering gewenst zijn, is met name structuurversterking gewenst, om zo het netto beteelbare areaal te vergroten.
Daarnaast vinden wij het belangrijk dat in deze projecten gebruik gemaakt wordt van onafhankelijke vertrouwenspersonen, die goed bekend zijn in, met en bij de ondernemers in onze regio. Voor de inzet van deze mensen – en ook voor het financieren van de onrendabele top of een voorfinanciering voor structuurversterking of opwaardering van areaal – is budget nodig. Greenport Ontwikkelingsmaatschappij kan een rol hebben als (co)financier van het project of specifieke verbeteringswerkzaamheden, maar heeft geen leidende rol aan ‘de voorkant’ van het project. Door een organisatie als GOM in een uitvoerende positie te brengen, wordt het eenvoudiger om wensen van ondernemers en/of overheden leidend te laten zijn in herstructureringsprocessen.
In de afgelopen jaren zijn meerdere pogingen ondernomen en nog meer pogingen voorbereid om daadwerkelijk tot herstructurering van het bollenteeltareaal in onze regio te komen. Op enkele uitzonderingen na zijn deze pogingen niet gelukt. Toch is herstructurering van het teeltareaal in onze regio wel degelijk van belang voor een duurzaam toekomstperspectief, zo gaf onze achterban desgevraagd begin vorig jaar ook in overgrote meerderheid aan.
Bij bewezen succes willen wij deze opgave van zo concreet mogelijke doelen (KPI’s) ten aanzien van oppervlakte en vorm (grotere percelen, minder punten en scheve stukken en daarmee verbeterde bewerkbaarheid), onderlinge afstand en afstand tot huiskavel voorzien, waarmee ook goed en duidelijk het succes van deze aanpak gecommuniceerd kunnen worden. Deze voordelen zijn zowel bedrijfsmatig (minder kosten/hectare) als maatschappelijk (minder rijbewegingen op de openbare weg).
Wij stellen daarom voor om nog een laatste hernieuwde poging tot herstructurering te doen, waarbij we een aantal zaken fundamenteel anders willen doen dan de vorige keren. Allereerst is onze insteek om te beginnen gericht op projecten met een grote slagingskans en dito effect, maar een beperkt aantal deelnemers en dientengevolge een beperkte complexiteit. In de afgelopen jaren hebben we regelmatig gezien dat ‘het eindplaatje’ vaak leidend was in de keuze waar een traject te starten of niet. Herstructurering die op papier grote effecten heeft, is in de praktijk niet altijd makkelijk uit te voeren, zo bleek ook. Voorbeelden van projecten waar wij mee aan de slag willen zijn bijvoorbeeld het ‘simpelweg’ tot stand brengen van een driehoeksruil van grond tussen drie grondeigenaren zonder verdere fysieke wijzingen of met beperkte ingrepen gericht op structuurversterking. Een ander voorbeeld kan het administratief samenvoegen van meerdere eigenaren op eenzelfde perceel tot één eigendom zijn of het verplaatsen van een watergang en het hiermee verbeteren van de vorm en/of oppervlakte van de betrokken kavel(s).
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
9
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
Uitvoering Opruimen verrommeling In de huidige praktijk van het opruimen van verrommeling speelt een vijftal categorieën van criteria een rol om te beoordelen of daadwerkelijk tot (het starten van een procedure om te komen tot) het opruimen van verrommeling wordt overgegaan of niet. In een paar woorden geparafraseerd zijn dit de volgende categorieën van criteria: - Een eigenaar wil er van af - Een gebouw staat op een plek waar het beleidsmatig (op basis van de ISG) gewenst is om openheid of een doorzicht te creëren - Een gebouw kan bedrijfsmatig niet meer nuttig gebruikt worden - Het gaat over verouderde opstallen - Een gebouw mag er niet staan (handhaven illegale situaties)
(Alternatieve) kostendragers We zijn van mening dat de belangrijkste kostendrager in het huidige stelsel, de bouw van (600) GOM-woningen, ook in het toekomstige stelsel de één-na-minst-slechte kostendrager (waarover hierna meer). Als minst slechte kostendrager stellen wij voor om de waardestijging als gevolg van de planologisch-juridische omzetting van de status van (voormalige) agrarische bedrijfswoningen naar particuliere woningen voor tenminste de helft af te romen en deze bijdrage beschikbaar te stellen voor de doeleinden die in deze uitwerking genoemd zijn. Wij schatten in dat deze minst slechte kostendrager de komende jaren voor ongeveer €10.000.000 inkomsten gaat zorgen, afgeleid van ca. 200 woningen met een gemiddelde waardestijging van €100.000/woning – waarvan dus de helft afgeroomd en benut kan worden voor herstructurering, verduurzaming van de sector en het opruimen van verrommeling.
Wij zijn van mening dat aan deze categorieën één twee voorwaarden moeten worden toegevoegd, namelijk de voorwaarde dat er in principe alleen tot het opruimen van verrommeling wordt overgegaan als er daarmee bollengrond beschikbaar komt die voor herstructurering ingezet moet (kunnen) worden en die herstructurering leidt tot tenminste één perceel met een oppervlakte van minimaal 10.000 m2. Wanneer herstructurering ook rendabel is bij kleinere oppervlakten of een onrendabele top door middel van subsidies ondervangen kan worden, is dat natuurlijk ook goed.
Voor de GOM-woningen die nog gerealiseerd moeten worden om de herstructurering te financieren, stellen wij de voorwaarde dat deze woningen alleen compact geclusterd op een locatie zo dicht mogelijk tegen het bestaand stads- en dorpsgebied i.c. de bebouwde kom gerealiseerd mogen worden en dat hierbij ook zoveel als mogelijk is gebruik gemaakt wordt van gronden die voor gebruik als bollengrond niet of het minst geschikt zijn. We vinden het niet nodig dat andere typen woningbouw in het buitengebied gerealiseerd worden, omdat voor alle gemeenten/kernen geldt dat er nog meer dan genoeg mogelijkheden en concrete (harde) bouwplannen voorhanden zijn voor locaties binnen de bebouwde kom. Ter illustratie van dit standpunt hebben noemen wij hierna een viertal relevante bouwplanlocaties die in de afgelopen jaren allang ontwikkeld hadden kunnen worden als er daadwerkelijk zo’n grote druk op de woningbouwmarkt in de regio zou liggen als sommige personen of organisaties ons willen doen geloven. Deze locaties staan synoniem voor een nog veel groter aantal locaties dat in de afgelopen jaren onbenut gebleven is. In ons oog springen: De Nes, Vinkeveld-Zuid, ‘Zilveren Kruis’ en Molenweg.
Het toevoegen van deze voorwaarde(n) zal er naar alle waarschijnlijkheid toe leiden dat de totale opgave voor het opruimen van verrommeling iets kleiner wordt dan de opgave waar op dit moment van wordt uitgegaan in het Masterplan voor de herstructurering in het werkingsgebied van de ISG. We willen (jonge) ondernemers (meer/een) kans(en) bieden om een nieuw bedrijf te vestigen, door nadrukkelijk aan de derde hiervoor genoemde categorie de voorwaarde te koppelen dat eerst – gedurende een nader te bepalen periode – de mogelijkheid aan starters/ zij-instromers geboden moet worden een gebouw, geheel of gedeeltelijk, bedrijfsmatig te gebruiken. Uiteraard geldt dat hiervoor wel een marktconform bedrag betaald moet worden.
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
10
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
Organisatie & financiering Voor de uitvoerder van het herstructureringsbeleid in de komende jaren geldt dat deze een meer volgende opstelling zal moeten hebben dan in de huidige situatie het geval is. Dit komt ook tot uiting in het bijbehorende takenpakket: - Bewaken van de bollengrondbalans - Opruimen verrommeling - Financiering en eventueel administratie structuurversterking en kavelruilen In voorliggend document hebben wij meerdere voorstellen verwoord met financiële consequenties, zowel positief als negatief. Het is van belang dat deze voorstellen en hun consequenties integraal ‘doorgerekend’ en op uitvoerbaarheid beoordeeld worden door een daarvoor geschikte organisatie. Onmisbaar voor een geslaagde herstructurering, specifiek het opruimen van verrommeling, is doorgaan met handhaving. Ook hiervoor zal (regulier) budget bij de bevoegde gezagen vrijgemaakt en ingezet moeten blijven worden.
Andries Middag, in opdracht van stuurgroep AJDB, KAVB & LTO Noord, gerepresenteerd door Allan Visser, Carl Hulsebosch, Mark Bisschops, Johan de Groot & Rik Pennings.
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek
VISIE REGIONAAL BELEID |
11
| D U I N - E N B O L L E N S T R E E K 2 .0
AJDB
Agrarische Jongeren Duin- & Bollenstreek