D06 College, Raadsbrief warmtetransitie Hillegom zomer 2021.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Raadsbrief warmtetransitie Hillegom zomer 2021 aan:
de raad van de gemeente Hillegom
zaaknummer: Z-21-198061 datum collegevergadering: 13 juli 2021 portefeuillehouder: Karin Hoekstra behandelend ambtenaar: Marianne Nevens embargo: ☐ Inhoud mededeling De warmtetransitie; een complexe opgave In 2050 moet heel Nederland vrijwel CO₂-neutraal zijn. Dat betekent onder andere dat aardgas in 2050 vervangen moet zijn door hernieuwbare warmtebronnen. De daarvoor benodigde warmtetransitie brengt enorme uitdagingen met zich mee. De opgave is complex en er zijn grote belangen mee gemoeid. Op gebied van wetgeving en financiering is nog veel onduidelijk. Tegelijkertijd hebben gemeenten een regierol te vervullen in de warmtetransitie. Zo moeten gemeenten nog dit jaar een Transitievisie Warmte vaststellen. In de Transitievisie Warmte die u in dit najaar aangeboden krijgt, wordt een route op hoofdlijnen richting 2050 voor Hillegom aangegeven. In plaats van met een CV-ketel met aardgas, kunnen woningen en andere gebouwen individueel verwarmd worden met bijvoorbeeld een elektrische warmtepomp. Woningen en andere gebouwen kunnen ook met behulp van een warmtenet verwarmd worden met warm water. Dit is een collectieve oplossing. Om van een duurzame oplossing te kunnen spreken, zal het benodigde water verwarmd moeten worden met behulp van duurzame bronnen zoals restwarmte, aardwarmte, zonthermie of aquathermie.
Met name restwarmte en aardwarmte zullen (boven)regionaal gevonden moeten worden. In samenwerking met andere gemeenten in de regio onderzoeken wij de mogelijkheden van deze bronnen en de daarvoor benodigde infrastructuur. Met deze brief informeren wij u over deze samenwerking en de lopende onderzoeken. Aardwarmte Voor de vijf gemeenten in de Duin- en Bollenstreek lijkt de potentie van aardwarmte groot. Vijf verschillende bedrijven hebben bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zes opsporingsvergunningen aangevraagd, om de haalbaarheid van ontwikkeling van aardwarmte in de regio Holland Rijnland te onderzoeken. De aanvragen zijn deels overlappend. Een bedrijf mag geen bodemonderzoek verrichten zonder een opsporingsvergunning. Een opsporingsvergunning zorgt ervoor dat er maar één partij tegelijk aardwarmte mag opsporen in het betreffende gebied. De minister van EZK verleent een opsporingsvergunning op grond van de Mijnbouwwet. De provincie Zuid-Holland heeft de minister geadviseerd over de in Holland Rijnland aangevraagd opsporingsvergunningen. De provincie heeft daar de betreffende gemeente(n) en het waterschap bij betrokken. Aanvraag 1 Rijnland 2 Leiden 2
Aanvrager Shell/D4 Eavor
3 Leiden3
Wayland
4 Oude Rijn
Yeager
5 Katwijk
Hybrid Energy Solutions
6 Zoeterwoude
Hybrid Energy Solutions
Vanuit de regio Duin- en Bollenstreek zijn gezamenlijke zienswijzen op de conceptadviezen van de provincie ingediend. Begin juni heeft de laatste adviseur in deze procedure, de Mijnraad, advies afgegeven op al deze aanvragen. EZK werkt nu toe naar besluitvorming. Wij verwachten dit najaar te horen welk bedrijf/welke bedrijven een opsporingsvergunning krijgen. Op basis van een opsporingsvergunning kan een bedrijf nader geologisch onderzoek verrichten, om te bepalen of zij een rendabele geothermiebron denkt te kunnen ontwikkelen. Voordat een bedrijf een proefboring kan verrichten, zal dat bedrijf een tijdelijke winningsvergunning bij het ministerie van EZK moeten aanvragen. Voor het plaatsen van voor die proefboring benodigde boorinstallatie is tevens een omgevingsvergunning nodig. Pas na een geslaagde proefboring kan een (definitieve) winningsvergunning aangevraagd worden en kan de daadwerkelijke exploitatie starten. Initiatief Firan Juli 2020 lieten wij u in een informatiebrief weten dat de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek en Firan voornemens waren om gezamenlijk een verkenning voor het ontwikkelen van een warmtenet te verrichten. Die verkenning zou gebaseerd zijn op de door Shell aangevraagde opsporingsvergunning. Het voornemen was hiertoe een intentieovereenkomst af te sluiten.
Het Expertise Centrum Warmte van de Rijksoverheid (ECW) en het Expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van EZK (PIANOo) gaven aan dat de verkenning aan de volgende voorwaarden moet voldoen: De verkenning moet beperkt worden tot een warmtetransportnet. Een verkenning voor een distributienet is volgens de Warmtewet aan de gemeenten. Shell en Firan moeten de onderling gemaakte afspraken met de betrokken gemeenten. Die afspraken moeten ook voor anderen openbaar gemaakt worden. Alle informatie die in de verkenning gedeeld wordt én de resultaten van de verkenning, moeten in een latere aanbesteding gebruikt kunnen worden. De (project)organisatie van het vervolg van de verkenning mag geen onderwerp van gesprek zijn. Er mag niet voorgesorteerd worden op realisatie door of met Firan. Mede op basis van deze informatie hebben de wethouders duurzaamheid van de gemeenten in de Duin- en Bollenstreek besloten om géén intentieovereenkomst met Firan af te sluiten. De gemeenten verlenen wel medewerking aan een verkenning door Firan. Daarbij nemen zij bovenstaande voorwaarden in acht. Mocht het tot de aanleg van een warmtenet komen, dan richten de gemeenten te zijner tijd een zorgvuldige, transparante en non-discriminatoire selectieprocedure in, om een partij of (combinatie van) partijen te vinden die zorgdraagt/dragen voor het benodigde warmtenetwerk en de warmtelevering.
Firan verwacht de eerste resultaten van de verkenning na de zomer te kunnen delen. Samenwerken in de warmtetransitie RES regio Holland Rijnland Als onderdeel van de Regionale Energiestrategie 2.0 (RES) stellen we met de gemeenten, de provincie Zuid-Holland, het waterschap en de netbeheerder voor 2022 een Regionale Warmtestrategie voor de regio Holland Rijnland op. We maken in dat verband ook (proces)afspraken over eventueel benodigde verdeling van regionale warmtebronnen. Leidse regio en Katwijk Voor Katwijk en de vijf gemeenten in de Leidse regio (Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Zoeterwoude en Voorschoten) heeft restwarmte uit de Rotterdamse haven een grote potentie. De haalbaarheid hiervan wordt onderzocht binnen het project WarmtelinQ+. Deze zes gemeenten onderzoeken gezamenlijk ook de haalbaarheid van een subregionaal open warmtetransportnet. Naast restwarmte uit de Rotterdamse haven, kijken zij daarbij naar meer bronnen (zoals aardwarmte uit de Duin- en Bollenstreek). Duin- en Bollenstreek De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek (Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen) vinden het belangrijk dat de streek gebruik kan maken van duurzame, betrouwbare en betaalbare warmte. Om dat voor elkaar te krijgen, willen zij intensiever
samen optrekken in de warmtetransitie. Zij willen gezamenlijk vooruitkijken en zelf de koers van de warmtetransitie in de streek bepalen. De gemeenten willen daarbij dubbel werk voorkomen en gebruik maken van werk dat al verzet wordt/is door anderen. Mede daarom willen zij verkennen met welke partijen samen te werken en bij welke lopende onderzoeken aan te haken. De gemeenten in de Duin- en Bollenstreek hebben gezamenlijk één procesregisseur warmtetransitie benoemd. Procesregisseur Warmtetransitie De procesregisseur warmtetransitie heeft de opdracht om tot waarschijnlijk eind 2022, maar zeker tot eind 2021, samen met de gemeenten uit te werken: Mogelijke ontwikkelstrategie voor warmtenetten in de Duin- en Bollenstreek Rolneming gemeenten in warmtetransitie (in het bijzonder rond de aanleg van warmtenetten) Versterking samenwerking tussen de gemeenten onderling op het gebied van de warmtetransitie Verkenning van mogelijke samenwerking met andere gemeenten en partijen in de regio Vormgeving samenwerking tussen gemeenten en marktpartijen De procesregisseur adviseert de wethouders, stuurt de ambtelijke werkgroep aan en stemt af met de Leidse regio, de RES regio Holland Rijnland en andere naburige regio’s (m.n. Noord-Holland-Zuid).
Financiering Voor de periode tot aan 2022 wordt voor de inhuur van de procesregisseur gebruik gemaakt van een financiële bijdrage van Holland Rijnland. De gemeenten gaan er van uit dat het nieuwe kabinet vanaf 2022 de benodigde middelen beschikbaar stelt, zodat de procesregisseur ook na 2021 ingehuurd kan worden. Wij laten u voor 1/1/2022 weten of, en zo ja hoe de procesregisseur in 2022 zijn werkzaamheden kan voortzetten. Hoe verder Zoals eerder aangegeven hebben gemeenten een regierol te vervullen in de warmtetransitie. Die transitie vindt niet van vandaag op morgen plaats. Het is eerder een expeditie, waarin nog veel te ontdekken en ontwikkelen is. Dat gebeurt ook. De alternatieven voor aardgas worden onderzocht; zowel landelijk, als regionaal en lokaal. Zowel door publieke partijen, als door private en particuliere partijen (zoals energiecoöperaties en andere burgerinitiatieven). Als onderdeel van de RES 2.0 wordt gewerkt aan een Regionale Warmtestrategie. We werken aan een Transitievisie Warmte en een uitvoeringsprogramma warmte voor onze gemeente. Er is een nieuwe warmtewet – de Wet collectieve warmtevoorziening (Warmtewet 2) – in de maak. En er wordt nagedacht over financiering van de warmtetransitie.
Zo heeft de Raad voor Openbaar Bestuur het toekomstige kabinet geadviseerd om gemeenten de komende drie jaar financiële middelen te geven om de extra taken uit het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren. Voor het slagen van de warmtetransitie is de inzet van iedereen nodig; landelijk, regionaal en lokaal. Met het aanstellen van een gezamenlijke regionale procesregisseur warmte verwachten wij het schakelen tussen landelijk, regionaal en lokaal te verbeteren.