D03 VNG, ledenbrief 26_015 Wet versterking lokale omroepen
Tekst van het document
Aan de leden
Datum
9 juni 2026 Ons kenmerk
U202600268 Lbr. 26/015 Telefoon
070 – 373 83 93 Bijlage(n)
1
Onderwerp
Wet versterking lokale omroepen
Geachte leden van college en gemeenteraad, Naar verwachting treedt op 1 november 2026 de Wet versterking lokale omroepen (een aanpassing van de Mediawet 2008) in werking als het parlement er de komende periode tijdig mee instemt. Deze wetswijziging zorgt voor een nieuwe inrichting van het stelsel van lokale omroepen, met ingrijpende veranderingen voor gemeenten. De daadwerkelijke start met nieuw aangewezen streekomroepen is vervolgens op 1 januari 2028. In deze ledenbrief informeren we u over deze veranderingen en over de vraagstukken waar u als gemeente mogelijk mee te maken heeft, bijvoorbeeld rond de financiering van de streekomroepen. Korte schets inhoud wetsvoorstel In het kort omvat de wetsvoorstel het volgende: - Het huidige aantal van circa 230 lokale omroepen wordt teruggebracht naar maximaal 80 streekomroepen, die meestal meerdere gemeenten bedienen. - De instandhoudings- en financieringsplicht van gemeenten voor de eigen omroep verdwijnt en gaat over naar het rijk. - Het normbedrag dat het rijk aan gemeenten uitkeert voor de instandhouding van de omroepen (ca. € 13 miljoen) wordt uit het gemeentefonds genomen. Dat bedrag wordt opgehoogd met circa € 18 miljoen tot in totaal € 31 miljoen euro, en via een door het rijk vastgestelde verdeelsleutel rechtstreeks over de streekomroepen verdeeld.
- De enige formele taak die voor gemeenten overblijft is dat de gemeenteraad iedere 5 jaar een advies geeft welke streekomroep een aanwijzing als lokale publieke omroep moet krijgen. Wettelijke taken streekomroep Doel van de wet is te komen tot een professionele, onafhankelijke lokale nieuwsvoorziening voor iedere inwoner in Nederland. Dat betekent dat de lokale publieke omroep (hierna: streekomroep) verantwoordelijk wordt voor lokale nieuwsvoorziening, onafhankelijke journalistiek en maatschappelijke en culturele verbinding in de streek. In antwoord op vragen van de Tweede
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/4
Kamer heeft de minister deze taak verder gespecificeerd: de streekomroep moet journalistiek aanbod verzorgen voor het gehele verzorgingsgebied. De verslaglegging moet dus aandacht besteden aan alle aangesloten gemeenten. De Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO), het beoogde nieuwe samenwerkings- en coördinatieorgaan, werkt deze taken uit in een beleidskader. In dit zogenoemde concessiebeleidsplan staat waar iedere streekomroep in het nieuwe stelsel aan moet voldoen. Pas na vaststelling van de wet wordt het concessiebeleidsplan definitief vastgesteld en gepubliceerd. Maar uit de tekst van het wetsvoorstel wordt al duidelijk dat de nadruk van de streekomroep op lokale journalistiek moet liggen. Een robuuste en professionele lokale journalistiek, ter versterking van de lokale democratie, is namelijk de kern en bestaansreden van het nieuwe stelsel. Financiering lokale publieke omroep De minister van OCW stelt in de toelichting op de wet dat het rijksbudget van € 31 miljoen voldoende is voor de wettelijke (journalistieke) basistaken van de streekomroep. In antwoord op vragen van de Tweede Kamer geeft ze aan bij de financiering van de basistaken in elk geval geen rekening te houden met financiering door gemeenten.
Omdat gemeenten geen wettelijke instandhoudings- en financieringsplicht meer hebben voor de streekomroep is gemeentelijke financiering in beginsel niet meer nodig. Gemeentelijke financiering is hoogstens aanvullend en nooit voorwaardelijk voor de uitvoering van de wettelijke omroeptaak. De omroepsector stelt zich echter op het standpunt dat het rijksbudget onvoldoende is voor de gewenste kwaliteitsslag van de streekomroep en heeft daarom een dringend beroep op gemeenten gedaan om wel aanvullend te financieren. Overwegingen aanvullende gemeentelijke financiering De VNG verwacht dat veel gemeenten een afweging zullen maken of aanvullende financiering nodig is. Voor die afweging geeft de VNG een aantal overwegingen mee: - Instandhouding en financiering van de streekomroep is geen wettelijke taak meer voor gemeenten. Deze taak wordt op grond van de wet belegd bij het rijk. - Het rijk doet in verband hiermee een uitname uit het gemeentefonds van in totaal ca. € 13 miljoen. Dit is het normbedrag dat gemeenten geacht werden te besteden aan de omroep. Dat normbedrag gaat straks via het rijk naar de streekomroepen. - Als gemeenten besluiten de streekomroep aanvullend te financieren, moeten ze dat zelf bekostigen. Dat maakt de kans klein dat het rijk deze financiering later voor zijn rekening zal nemen.
De streekomroep zal dan naar verwachting voor langere tijd op aanvullende gemeentelijke financiering rekenen. Opties aanvullende gemeentelijke financiering Als een gemeente besluit de streekomroep aanvullend te financieren, zijn daarvoor na de wetswijziging 3 opties: 1. het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen 2. het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving 3. het verlenen van een opdracht Deze opties worden nader toegelicht in Bijlage 1: Opties aanvullende gemeentelijke financiering.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/4
Adviestaak gemeente bij aanwijzing omroep In de nieuwe aanwijzingsprocedure adviseert een gemeenteraad niet meer over de keuze voor een streekomroep maar deelt scores uit op 4 criteria die hieronder genoemd staan. Ook de NLPO adviseert over een eigen set criteria. Het Commissariaat voor de Media wijst op basis van beide adviezen de zendgemachtigde aan. Iedere gemeenteraad in een verzorgingsgebied adviseert apart over ee n aanvraag. Dit doet de gemeenteraad door scores uit te delen aan de hand van de volgende criteria: •
•
•
•
De aanvragende streekomroep heeft een Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO), een afzonderlijk orgaan dat representatief is voor de belangrijkste maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen die in het verzorgingsgebied voorkomen. De aanvragende streekomroep heeft een beleidsplan dat de voornemens en afspraken bevat over de inzet van vrijwilligers en over samenwerkingen met lokale partners in het verzorgingsgebied. De aanvragende streekomroep laat zien hoe de aanvrager met zijn voorgenomen mediaaanbod de geografische en sociaal-culturele verscheidenheid in het verzorgingsgebied bedient. De aanvragende streekomroep laat zien hoe het voorgenomen media-aanbod zichtbaar en vindbaar zal zijn in het verzorgingsgebied.
De gemeenteraad moet zijn advies geven binnen 22 weken na ontvangst van de aanvragen die zijn aangeleverd door het Commissariaat voor de Media. Die termijn laat weinig ruimte om het advies ambtelijk of bestuurlijk af te stemmen met andere gemeenten in een streek. Mocht de wens van afstemming toch bestaan, dan is het aan te raden al voor de start van de procedure het adviesproces zo in te richten dat de afstemming kan plaatsvinden. Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) In het nieuwe stelsel krijgt het Programmabeleid Bepalend Orgaan (PBO) een sterkere positie binnen de streekomroep. Het PBO bestaat uit minimaal 5 leden, die een maatschappelijke stroming vertegenwoordigen zoals cultuur, sport, jeugd, religie & levensbeschouwing, zorg & welzijn, ondernemers, onderwijs, natuur & milieu. Het PBO dient voldoende representatief te zijn voor de samenleving. Verdeling van de leden over de gemeenten van een verzorgingsgebied is geen eis die de wet stelt aan het PBO. Het PBO dient de binding met de inwoners en gemeenten in het eigen verzorgingsgebied te bewaken en het bestuur van de streekomroep daarover te adviseren. Omdat gemeenten in het nieuwe stelsel op grotere afstand van de streekomroep komen te staan, is het PBO een belangrijke schakel tussen omroep, inwoners en gemeenten.
Tijdspad Onder voorbehoud van tijdige behandeling en besluitvorming in de Tweede en Eerste Kamer ziet het tijdspad voor invoering van de Wet versterking lokale omroepen er als volgt uit: •
1 november 2026
•
15 november 2026
•
15 november-1 januari 2027
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Inwerkingtreding Wet versterking lokale omroepen en lagere wetgeving; rijksbudget streekomroep bekend Voornemen bekend van gemeenten die aanvullend wensen te financieren in de publieke mediaopdracht Openstelling aanwijsprocedure streekomroepen
3/4
•
Begin februari 2027
• • •
Voor 6 juli 2027 Medio november 2027 1 januari 2028
Bekendmaking kandidaten door het Commissariaat voor de Media; start adviestraject gemeenten en NLPO Advies gemeenten naar Commissariaat voor de Media Besluit aangewezen streekomroep Alle huidige zendmachtigingen zijn vervallen; 80 streekomroepen zijn aangewezen
Regionale informatiebijeenkomsten VNG Om gemeenten voor te bereiden op het nieuwe stelsel en hen te ondersteunen in de voorbereiding en planning van de aanwijzingsprocedure, organiseert de VNG in november 2026 - onder voorbehoud dat de wet dan is aangenomen – 6 informatiebijeenkomsten door het hele land. De data voor deze bijeenkomsten publiceren we via onze nieuwsbrief Lokale Media en onze website. Heeft u belangstelling voor de nieuwsbrief meld u dan aan. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie en griffie? De aanwijzingsprocedure start formeel begin februari 2027, wanneer het Commissariaat voor de Media de kandidaten voor de zendmachtiging bekend maakt bij de gemeenten. Omdat de doorlooptijd kort is (de procedure moet voor de zomer 2027 zijn afgerond) is het verstandig het proces voor te bereiden en de data voor behandeling in college en raad te reserveren. Eventuele aanvullende financiering van de streekomroep brengt voor zowel optie 1 als 2 de normale werklast met zich mee van aanvraag, begrotingsbehandeling, beschikking en verantwoording. Vragen? Heeft u vragen, neem dan contact op met ons KCC via telefoonnumer 070 – 373 83 93 Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
dr. mr. L.K. Geluk Algemeen directeur
Bijlage: Opties aanvullende gemeentelijke financiering
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/4
Bijlage 1 bij ledenbrief Wet versterking lokale omroepen, dd. 9 juni 2026 Opties aanvullende gemeentelijke financiering Als een gemeente besluit de streekomroep aanvullend te financieren, dan zijn daarvoor na de wetswijziging drie opties: 1. Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen. 2. Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving. 3. Het verlenen van een opdracht. Ad 1. Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen De Wet versterking lokale omroepen geeft gemeenten de ruimte om de streekomroep aanvullend te financieren. Om gebruik te maken van deze mogelijkheid dienen gemeenten voorafgaand aan de start van de vijfjaarlijkse aanwijzingsprocedure het budget bekend te maken dat beschikbaar is voor de aan te wijzen streekomroep tijdens de aanwijzingsperiode. Het gaat hier nog om een voornemen, geen toezegging. Een gemeente kan enkel aan het begin van een aanwijzingsperiode gebruik maken van deze route; daarna instappen is niet mogelijk. Ad 2. Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving Gemeenten beschikken over eigen regelgeving voor het verlenen van subsidie. Het gaat dan veelal om de Algemene Subsidieverordening en de subsidieregelingen die daarop zijn gebaseerd.
Omdat er in de Wet versterking lokale omroepen al regels staan over het verlenen van subsidies door gemeenten voor het uitvoeren van de lokale publieke mediaopdracht, zijn de mogelijkheden voor deze financiering echter beperkt. Gemeenten kunnen op grond van de eigen regelgeving alleen subsidie verlenen voor de uitvoering van specifieke activiteiten die buiten de lokale publieke mediaopdracht vallen. Omdat het hierbij gaat om aanvullende financiering die niet toeziet op financiering van de wettelijke taak van streekomroepen, moeten gemeenten zelf controleren of aan de staatssteunregels wordt voldaan. Ad 3. Het verlenen van een opdracht Tot slot kunnen gemeenten ook een opdracht aan een streekomroep verlenen. Vanwege de regels in de aangepaste Mediawet 2008 over het verlenen van subsidies door gemeenten voor het uitvoeren van de lokale publieke mediaopdracht, geldt echter ook hier dat de mogelijkheden voor deze financiering beperkt zijn. Gemeenten kunnen alleen een opdracht verlenen voor de uitvoering van specifieke activiteiten die buiten de lokale publieke mediaopdracht vallen. Omdat het hierbij gaat om aanvullende financiering die niet toeziet op financiering van de wettelijke taak van streekomroepen, moeten gemeenten zelf controleren of aan de staatssteunregels wordt voldaan.
Voor- en nadelen opties aanvullende gemeentelijke financiering Voordelen optie 1: Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen - Deze optie biedt voordelen aan de streekomroep. Die heeft vooraf duidelijkheid over de gemeentelijke financiering. Bovendien is er sprake van een gelijk speelveld omdat iedere omroep die zich kandidaat stelt dit van tevoren weet; - Het voordeel voor gemeenten is dat aan de voorkant al duidelijk is dat er geen sprake zal zijn van ongeoorloofde staatssteun;
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl
1/2
-
Gemeenten kunnen algemene voorwaarden aan de financiering verbinden. Bijvoorbeeld dat bij verkiezingen steeds een debat wordt georganiseerd en uitgezonden of dat er in journaals ook voor nieuws uit elke afzonderlijke gemeente aandacht is. Deze voorwaarden gelden voor het hele verzorgingsgebied, mogen niet in strijd zijn met de Mediawet 2008 of de lagere regelgeving, het concessiebeleidsplan of het aanwijzingsbesluit. Ook mogen zij niet ingaan op de inhoud van het media-aanbod.
Nadelen optie 1: Het verlenen van een subsidie op grond van de Wet versterking lokale omroepen - Gemeenten moeten de aanvullende financiering medio november 2026 toezeggen. Dan moet de aanwijzingsprocedure nog starten en is de streekomroep nog niet bekend. Ook ligt er dan nog geen formeel beleidsplan en begroting. Er is dus nog veel onzeker; - De subsidie moet na de aanwijzing van een streekomroep in een beschikking vastgelegd worden. Gemeenten zijn hierbij niet gebonden aan het kenbaar gemaakte bedrag en kunnen zelf bepalen hoe hoog de verleende subsidie is en of die tussentijds wordt aangepast, net als in het reguliere systeem van gemeentelijke subsidiëring; - De financiering is bestemd voor de lokale publieke mediaopdracht van de streekomroep voor het hele verzorgingsgebied. De subsidie komt dus niet alleen ten goede aan de gemeente zelf. De voorwaarden die de gemeente kan stellen, mogen ook niet specifiek op de eigen gemeente betrekking hebben. Voordelen optie 2: Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving - Door op grond van de eigen regelgeving subsidie te verlenen behoudt een gemeente de regie over de eigen uitgaven. De gemeente kan, binnen de grenzen van de Mediawet, zelf voorwaarden stellen en de subsidie tussentijds aanpassen; - Er is een helder beeld van het doel.
Bij de aanvraag voor de zendmachtiging moet iedere kandidaat aangeven wat het voor het rijksbudget kan doen. Bij de aanvraag bij de gemeente staan de activiteiten voor de gemeentelijke subsidie centraal; - Gemeenten kunnen zelf een afweging maken of zij de subsidie alleen voor de eigen gemeente verlenen of in gezamenlijkheid met alle gemeenten in een verzorgingsgebied. Nadelen optie 2: Het verlenen van een subsidie op basis van de eigen regelgeving - Bij het verlenen van de subsidie moet rekening worden gehouden met het feit dat wellicht sprake kan zijn van ongeoorloofde staatssteun. Daarbij is ook van belang dat subsidies schaarse rechten zijn. Wellicht dat dus ook anderen dan de zendgemachtigde aanspraak moeten kunnen maken op de subsidie; - Omdat het hierbij gaat om aanvullende financiering die niet toeziet op financiering van de wettelijke taak van streekomroepen, moeten gemeenten zelf controleren of aan de staatssteunregels wordt voldaan. - Gemeenten kunnen op grond van de eigen regelgeving alleen subsidie verlenen voor de uitvoering van specifieke activiteiten die buiten de lokale publieke mediaopdracht vallen. Deze mogelijkheden zijn beperkt.
Het gaat dan bijvoorbeeld om een subsidie voor een verslag van de opening van een lokaal museum of het verstrekken van praktische informatie over de gemeente; Voor- en nadelen optie 3: Het verlenen van een opdracht De voor- en nadelen zijn bij deze optie in grote lijnen gelijk aan de voor- en nadelen bij optie 2.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2