CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D01 GR KDB, aangescherpte implementatieplan Provalu, uitwerking meerjarenvisie 2024-2030.pdf

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken26.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aan de raden van de deelnemende gemeenten GR KDB, Voorhout, 6 december 2024 Onderwerp: aangescherpte implementatieplan Provalu, Uitwerking meerjarenvisie 2024-2030 Geachte leden van de gemeenteraad, Hierbij doe ik u ter informatie het op onderdelen aangescherpte implementatieplan Provalu, Uitwerking meerjarenvisie 2024-2030 toekomen. In de eerste helft van dit jaar heeft u uw zienswijze op de Meerjarenvisie Provalu 2030 met ons gedeeld. Na vaststelling van de meerjarenvisie is het Algemeen Bestuur aan de slag gegaan met het beschrijven van de wijze waarop er wordt toegegroeid naar het ontwikkelingsbedrijf Provalu 2030. Het in het Algemeen Bestuur GR KDB van juli 2024 besproken implementatieplan werd weliswaar aangenomen, maar niet unaniem. Ook omdat het Implementatieplan een levend document is, is in het najaar door het Algemeen Bestuur besloten om te bezien of er een verbeterde verbinding kon worden aangebracht tussen de Meerjarenvisie 2030 (‘wat’ willen we bereiken) en het implementatieplan (‘hoe’ gaan we dat bereiken). Dit is inderdaad gelukt en dat heeft geleid tot deze aangescherpte versie van het implementatieplan. In het Algemeen Bestuur GR KDB van 5 december is deze versie unaniem vastgesteld. Omdat het hier gaat om de wijze waarop het doel in 2030 zal worden bereikt, is het de bevoegdheid van het Algemeen Bestuur GR KDB om het plan vast te stellen.

Dit implementatieplan is vanaf nu de leidraad voor ons handelen, al geldt evenzeer dat dit implementatieplan niet in beton gegoten is. Periodiek zal worden bezien waar actualisatie nodig is; periodiek zal er ook over de voortgang worden gerapporteerd aan het Algemeen Bestuur via de kwartaalrapportages van GR KDB/Provalu. Op basis hiervan kunnen de leden van het Algemeen Bestuur u ook op de hoogte houden van de voortgang. Ik ga er van uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het Algemeen Bestuur GR KDB,

De heer J.A. van Rijn

Mevrouw A.E. Snuif

Voorzitter

Secretaris

Postadres: Postbus 43 2215 ZG Voorhout Bezoekadres: Nijverheidsweg 22 2215 MH Voorhout Tel: (0252) 262 100 IBAN: NL82BNGH0285100696

KvK: 27364205

BTW nr.: 810842634B01

Implementatieplan 2.0 UITWERKING MEERJAREN VISIE 2024-2030 5 december 2024

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1.

Provalu in 2030

9

1.1

Missie en visie

9

1.2

Verbinding met werkgevers

11

1.3

Aansluiting op de arbeidsmarkt

12

1.4

Aansluiting arbeidsmarktregio Holland Rijnland

12

1.5

Leer/werklijnen, verbinding met onderwijs

13

1.6

Aansluiting op landelijk beleid

14

1.7

Infrastructuur

15

2.

3.

4.

Ontwikkeling omvang doelgroepen

17

2.1

Mensen met indicatie Wsw

17

2.2

Mensen met een indicatie Nieuw Beschut

18

2.3

Mensen met indicatie Doelgroepregister

19

2.4

Werkplekken met loonkostensubsidie en extra begeleiding

23

2.5

Re-integratietrajecten

24

2.6

Overige doelgroepen

25

2.7

Totaalbeeld ontwikkeling doelgroepen

26

Nieuwe initiatieven hoofdproces

28

3.1

Instroom en diagnose

29

3.2

Ontwikkeling en doorstroom

34

3.3

Uitstroom

42

3.4

Verbindingscentrum is ontmoetingscentrum

44

Organisatieontwikkeling

46

4.1

Organisatiestructuur

46

4.2

Organisatiecultuur, kernwaarden en leiderschapsstijl

47

4.3

Ontwikkeling competenties stafpersoneel

48

4.4

Medezeggenschap

49

5.

Communicatieplan

51

6.

Lasten en baten (begroting)

52

6.1

Voorkeursscenario meerjarenbegroting 2024-2030

52

6.2

Businesscases

56

6.3

Financiering incidentele lasten

60

6.4

Risicoparagraaf

62

Implementatieplan Provalu 2.0

1

7.

Implementatieplanning

63

Bijlagen: Bijlage 1: Kernpunten meerjarenvisie

64

Bijlage 2: Verbouwing pand Voorhout en ICT-applicaties

68

Bijlage 3: Onderdelen implementatieplan en businesscase

71

Bijlage 4: Onderbouwing financieel macro overzicht

73

Implementatieplan Provalu 2.0

2

Samenvatting In 2030 is Provalu hét verbindingscentrum voor werkgevers en werkzoekenden in de Kust-, Duin- en Bollenstreek. Een bedrijf dat met de focus naar buiten gericht actief de samenwerking met tal van partijen opzoekt om haar doelstellingen te verwezenlijken. De belangrijkste doelstelling is daarbij onverminderd om iedere kandidaat een passende baan bij een reguliere werkgever te bezorgen. Daarnaast kan met succes een stap in de werkcarrière worden gemaakt en staat ook de (door)ontwikkeling van mensen centraal. Wanneer en waar nodig zal er intern een passende en waardevolle werkplek zijn om kandidaten voor wie werken bij een reguliere werkgever (nog) niet haalbaar is. Verbinding met werkgevers Wij werken samen met werkgevers in onze regio aan een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waar voor iedereen een plek is om naar vermogen mee te doen en zo actief deel te nemen aan de samenleving. Ook als je in zekere zin uniek bent. Of je in een unieke situatie bevindt waardoor je (tijdelijk) verder van de arbeidsmarkt staat. Juist dan wordt namelijk voelbaar hoe waardevol werk is. Samenwerking is daarbij niet alleen inspringen op de vraag van werkgevers om een bestaande vacature of andere dienstverleningsvraag in te vullen. Het betekent juist ook elkaar goed leren kennen om zo te zien waar de mogelijkheden liggen om elkaar te versterken.

Aansluiting op de arbeidsmarkt Om zoveel mogelijk duurzame plaatsingen bij reguliere werkgevers te realiseren kijken wij, naast actuele vacatures en andere mogelijkheden tot samenwerking, op basis van informatie van o.a. samenwerkingspartner UWV vooruit naar de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en de behoeften van onze kandidaten. Zo beschikken wij over een overzicht van kansrijke beroepen en sectoren waar groei wordt verwacht. Vervolgens wordt bekeken waar al een match te maken is en waar we werkgevers en kandidaten voor elkaar kunnen enthousiasmeren. Aansluiting op arbeidsmarktregio In de arbeidsmarkregio Holland Rijnland speelt Provalu al geruime tijd een belangrijke rol en dat blijven wij ook doen. De vorming van het RWC is een volgende belangrijke ontwikkeling in de regio. Door deelname aan het ontwikkelteam, vanuit het MT van het WSP en door deelname aan het directeurenoverleg is de inbreng van Provalu gegarandeerd. Verbinding met onderwijs Provalu is een door de SBB (Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) erkend leerbedrijf. Wij werken samen met MBO Rijnland en scholen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) binnen onze regio. Wij bieden werkervaringsplekken, stages en de mogelijkheid tot praktijkleren op een passende werkvloer.

Samen zetten we de stageplekken op voor leerlingen en er is regelmatig overleg met begeleiders en op directieniveau. We bieden gastdocenten aan en kunnen het NOA Assesment inzetten om een beter en completer beeld van een leerling te krijgen.

Implementatieplan Provalu 2.0

3

Provalu ziet graag dat we vanuit het regionaal werkcentrum én samen met onderwijsinstellingen komen tot een regionale visie op onderwijs. De uitvoering van deze visie wordt o.a. gezamenlijk gedaan door Provalu, DZB en Rijnvicus. Daarbij kan elk van deze partijen zich richten op eigen expertise en bijpassende leerlijnen zodat gezamenlijk binnen de regio een heel breed aanbod van kwalitatief hoge opleidingsmogelijkheden ontstaat. Aansluiting op landelijk beleid De meerjarenvisie en dit implementatieplan zijn in lijn met het landelijke beleid. In de meerjarenvisie is hieraan ook een belangrijke passage gewijd. Na het vaststellen van de meerjarenvisie en het daarop gebaseerde (eerste versie van) implementatieplan is er een nieuw kabinet aangetreden. Na bestudering van het hoofdlijnenprogramma en de nadere uitwerking daarvan in het regeerprogramma is de conclusie nog steeds dat de doorontwikkeling van Provalu naar een volwaardig ontwikkelbedrijf in lijn is met het landelijke beleid. Ter illustratie: in de meest recente (15 oktober 2024) voortgangsbrief infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk schrijft staatssecretaris Nobel (Participatie en Integratie) aan de Kamer o.a.:

“We moeten meer mensen kansen geven op de arbeidsmarkt door te kijken naar wat ze wél kunnen, in plaats van te focussen op hun beperkingen.” “Sociaal ontwikkelbedrijven zijn hierbij een belangrijke schakel. Zij maken werk mogelijk voor mensen voor wie dit niet vanzelfsprekend is.” “Ik vind het belangrijk dat er een solide vangnet is voor mensen die wel kunnen werken, maar voor wie dit niet, of nog niet, bij reguliere werkgevers mogelijk is. Voor deze mensen blijven sociaal ontwikkelbedrijven – ook in de toekomst – belangrijk.” “Vanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken.” De doorontwikkeling van Provalu past geheel in het beeld dat Staatssecretaris Nobel heeft over de rol die sociaal ontwikkelbedrijven in zijn ogen moeten spelen. Infrastructuur Provalu heeft op basis van de meerjarenvisie en de uitwerking doelgroepenanalyse in kaart gebracht hoeveel plaatsen er de komende jaren nodig zijn intern, extern, via detachering bij werkgevers en direct bij werkgevers. Uit dit overzicht blijkt dat de verhouding tussen intern, extern en regulier nagenoeg gelijk blijft. Belangrijkste oorzaak daarvan is dat we te maken hebben met een verouderende en zwakker wordende groep Wsw medewerkers.

De verwachting is dat het in steeds mindere mate mogelijk zal zijn om Wsw medewerkers te plaatsen bij reguliere werkgevers (via begeleid werken en detachering ) of in externe werksoorten. Zij vallen terug op de beschutting van een interne werkplek. De focus op zoveel mogelijk plaatsen bij reguliere werkgevers compenseert dit terugkomeffect vervolgens geheel. Gekeken naar de ontwikkelingen en daarmee de verschuivende rol die Provalu in de nabije toekomst zal gaan spelen, zal het noodzakelijk zijn om optimaal gebruik te blijven maken van het bestaande pand. Daarbij moet gekeken worden naar het efficiënter inrichten van het pand zodat de huur van extra bedrijfsruimte voorkomen wordt. Tevens kan daarbij bekeken worden, zoals ook in de meerjarenvisie 2030 beschreven, of er verdere samenwerkingsmogelijkheden met ondernemers Implementatieplan Provalu 2.0

4

mogelijk zijn zoals het shop-in-shop principe en het faciliteren van start ups met gebruikmaking van interne medewerkers. Ontwikkeling omvang doelgroepen In figuur S1 is een overzicht van de ontwikkeling van het aantal mensen en type begeleiding opgenomen. De kleuren in de lijst met doelgroepen per organisatie komen overeen met de grafieken.

Figuur S1 Totaalbeeld ontwikkeling doelgroep per organisatie en type begeleiding

Om naast de plaatsing van reguliere bijstandsgerechtigden veel extra mensen vanuit het doelgroepregister bij werkgevers te kunnen plaatsen, zijn goede ontwikkeltrajecten noodzakelijk. Door in re-integratietrajecten van de infrastructuur gebruik te maken, kunnen werknemersvaardigheden en de vakvaardigheden worden opgedaan bij een van de werksoorten. Alleen door extra focus op de begeleiding in de ontwikkeltrajecten, is het mogelijk om deze mensen perspectief op duurzame uitstroom naar werk, onafhankelijk van de bijstand te kunnen bieden. Met tijdelijke dienstverbanden houdt de omvang van de werksoorten bij Provalu zowel bij de interne productie als bij externe dienstverlening voldoende op niveau om de gewenste ontwikkeltrajecten vorm te kunnen geven. Nieuwe initiatieven hoofdproces Er zijn vier hoofdinitiatieven uitgewerkt om het hoofdproces van Provalu te versterken conform de meerjarenvisie. Met het oog op het instroom-doorstroom-uitstroomproces zijn dat de volgende: 1.

Arbeidsdiagnose centrum

2.

Leerlijnen (incl. Opleiden met praktijkverklaring voor vacatures werkgevers, Werkfit, en Werkervaringsplekken bij werkgevers in de regio)

3.

Tijdelijke dienstverbanden doelgroepregister

4.

Positionering Provalu en Werkgeversbenadering

Organisatieontwikkeling De belangrijkste kernwaarden, zoals die door Provalu zijn vastgesteld, zijn: Ondernemerschap en ontwikkelingsgerichtheid. In 2024 wordt er een strategische opleidingskalender opgesteld. Deze kalender sluit aan bij de doelstellingen van Provalu. De trainingen bestaan uit twee belangrijke componenten: Implementatieplan Provalu 2.0

5

1. Basis gedragsverandering: Workshops “De Ladder” (begeleiding door de Verandersupporters) 2. Inhoudelijke trainingen voor specifieke competenties en vaardigheden Financieel macro overzicht Een belangrijk uitgangspunt voor het implementatieplan is dat gemeenten niet meer kosten hebben dan de middelen die zij van het Rijk ontvangen voor uitvoering van de betreffende activiteit/taak.

Figuur 6.2 Macro overzicht met beschikbare rijksmiddelen, lasten GR KDB en besparingen gemeenten

Conclusie: op basis van de voorgenoemde uitgangspunten van het begrotingsmodel blijven de kosten voor de gemeenten ruimschoots binnen de beschikbare rijksmiddelen voor Wsw, Nieuw Beschut en re integratie vanuit de Algemene Uitkering van het gemeentefonds. De extra lasten voor de vier initiatieven die zijn opgenomen in de begroting GR KDB hebben voornamelijk betrekking op module C. (Zie tabel S1). Alleen de huisvesting heeft impact op alle modules. Extra activiteiten in module C leiden wel tot besparingen in module A en B van ongeveer € 250.000,- per jaar.

Implementatieplan Provalu 2.0

6

Tabel S1 Businesscases opgenomen in de begroting GR KDB Toevoegingen opgenomen in de begroting (Euro x 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Extra lasten Businesscases 1 ADC

110

110

110

110

110

110

2 Leerlijnen

77

77

77

77

77

77

77

205

410

492

565

607

649

131

80

63

63

63

392

728

758

815

857

899

3 Doelgroepers met tijdelijke dienstverbanden 4 Positionering Huisvesting 187

Totaal lasten businesscases

110

De besparingen hebben een directe impact door minder bijstandsuitkeringen, hoger BUIG-budget en hogere algemene uitkering cluster re-integratie én indirect op de uitvoeringskosten bijstand en administratie loonkostensubsidie. Omdat sommige besparing mogelijk niet direct gerealiseerd kunnen worden, is er rekening gehouden met een veiligheidsmarge van 15%.

Tabel S2 Besparing bij de gemeentelijke sociale diensten Besparingen bij gemeenten (Euro x 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

-248

-496

-658

-820

-884

-948

Besparing Bijstandsuitkering

39

423

854

1.166

1.393

1.463

1.533

Effect op BUIG-budget

-13

93

184

233

311

348

385

9

62

124

165

207

223

239

-43

-86

-115

-144

-156

-167

Uitkering Loonkostensubsidie

Uitvoeringskosten bijstand Uitvoeringskosten LKS Effect op Cluster Participatie AU/GF Voorzichtigheidsmarge 15% Totaal besparingen Voordelig saldo Maatschappelijk impact

-5

52

104

139

174

187

201

-51

-103

-131

-151

-159

-167 945

30

288

581

743

857

901

-157

-104

-147

-15

41

44

46

-

488

985

1.352

1.623

1.707

1.790

Uit tabel S2 blijkt dat het totaal aan te realiseren besparingen bij gemeentelijke sociale diensten leidt tot een netto voordelig saldo vanaf 2028 (Voordelig saldo = besparingen minus extra lasten uit tabel S1) Daartegenover staat een positieve maatschappelijke impact dat oploopt van € 488.000 in 2025 naar € 1.8 miljoen in 2030. De incidentele lasten kunnen uit bestaande middelen worden gedekt, inclusief de eenmalige extra rijksbijdrage in 2024 voor de positionering van sociaal ontwikkelbedrijven (ongeveer € 600.000) In tabel S3 is een overzicht opgenomen met de beschikbare financiële middelen zonder extra gemeentelijke lasten.

Tabel S3 Financiering reserve doorontwikkeling Provalu voor uitvoering implementatieplan Financiering reserve doorontwikkeling Provalu Reserve doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu Bestemming Resultaat 2023

2023

2024

2025

Totaal

662

662

295

295

Reserve groot onderhoud

77

77

Incidentele middelen 2024

600

600

Totaal

Implementatieplan Provalu 2.0

957

677

-

1.634

7

Implementatieplanning Hoofdlijnen implementatieplanning

2024 K1

2024 K2

2024 K3

2024 K4

2025 K1

2025 K2

Arbeidsdiagnose centrum

2025 K3

2025 K4

2026 H1

2026 H2

2027 2028 2029 2030

continu verbeteringen doorvoeren

Leerlijn Assistent Schoonmaak

Pilot

Start

Continu verbeteren en aanpassen met werkgevers

Leerlijn Assistent Fietsenmaker

Pilot

Start

Continu verbeteren en aanpassen met werkgevers

Leerlijn Groen

Pilot

Start

Continu verbeteren en aanpassen met werkgevers

Leerlijn Electro/techniek

Pilot

Start

Leerlijn Logistiek

Pilot

Start

Leerlijn Catering (Facilitair)

Pilot

Start

Leerlijn Zorg

Pilot

Start

Nieuwe Leerlijnen? Doelgroep in dienst

+ 23 extra mensen

Experimenteren met detachering voor plaatsing

+ 23 extra mensen

Pilot 5-10 mensen (indien nodig) 10 mensen actief volgen en indien nodig begeleiden naar werk

Pilot Terugval optie Doelgroepers HRM Ontwikkeling competenties Staf Communicatieplan

Raadsbrief

ADC & Leerlijnen

Activiteit

Beslissing

Internet

Verbouwing

Huisvesting

Opening

Implementatieplan Provalu 2.0

Start

8

1. Provalu in 2030 In 2030 is Provalu hét verbindingscentrum voor werkgevers en werkzoekenden in de Kust -, Duin- en Bollenstreek. Een bedrijf dat met de focus naar buiten gericht actief de samenwerking met tal van partijen opzoekt om haar doelstellingen te verwezenlijken. De belangrijkste doelstelling is daarbij onverminderd om iedere kandidaat een passende baan bij een reguliere werkgever te bezorgen. Daarnaast kan met succes een stap in de werkcarrière worden gemaakt en staat ook de (door)ontwikkeling van mensen centraal. Wanneer en waar nodig zal er intern een passende en waardevolle werkplek zijn om kandidaten voor wie werken bij een reguliere werkgever (nog) niet haalbaar is. Een volledig overzicht van de kernpunten uit de meerjarenvisie Provalu 2030 is opgenomen in bijlage 1. 1.1

Missie en visie

Missie (het gewenste eindbeeld in 2030) Provalu is een ontwikkelbedrijf. Het is een krachtige organisatie, die: a. mensen duurzaam helpt bij het vinden van betaald werk en als dat (nog) niet lukt bij het ondersteunen van mensen bij het kunnen meedoen aan de maatschappij; b. werk biedt aan mensen die dat (nog) niet elders kunnen vinden; c. werkt in nauwe samenwerking met werkgevers, onderwijs en maatschappelijke partners, en d. duurzaam financieel gezond is. Het ontwikkelen van talenten en vaardigheden is de kracht van het bedrijf. Provalu is een deskundige en fijne partner om mee samen te werken voor werkgevers, onderwijs, maatschappelijke partners en gemeenten en staat ook als zodanig bekend. Provalu is en blijft een financieel gezonde organisatie door het ontwikkelen van producten en diensten, ook samen met werkgevers en onderwijs, die daaraan ook een financiële bijdrage kunnen leveren. Provalu heeft ruimte voor haar rol als publieke dienstverlener, om haar netwerken uit te bouwen, om waar nodig innovatie door te voeren en haar positie richting werkgevers te verbeteren. Provalu heeft ruimte voor haar rol als publieke ondernemer, om haar netwerken uit te bouwen, om waar nodig innovatie door te voeren en haar positie richting werkgevers te verbeteren.

Een bedrijf dat de ogen dus naar buiten heeft gericht, op basis van een zorgvuldig vormgegeven en goed ingerichte interne organisatie.

Implementatieplan Provalu 2.0

9

Figuur 1.1 Positionering Provalu richting samenwerkingspartners

Visie (de wijze waarop dat eindbeeld bereikt wordt) Je melden bij Provalu betekent een grote kans op leuk, creatief en passend werk, al dan niet met een goede, betrokken begeleiding van mensen die weten waar ze over praten. Provalu is een flexibele, wendbare organisatie, waar de kandidaat centraal staat. Een organisatie die in staat is mee te bewegen met de veranderende vraag vanuit overheid, arbeidsmarkt en doelgroep. Waarin de doelstelling onverminderd is om iedere kandidaat een passende baan bij een reguliere werkgever te bezorgen. Wanneer en waar nodig zal er ook intern een voorziening zijn om kandidaten, voor wie werken bij een reguliere werkgever (nog) niet haalbaar is, van passend werk te voorzien. Net zoals nu het geval is, wordt er aandacht besteed aan de meer sociale aspecten van het hebben van een baan, zoals het belang van op tijd op je werk te verschijnen, er verzorgd uitzien. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan de omgangsvormen van de kandidaat zoals die passend zijn binnen het bedrijf, op een vertrouwde plek waar men oog voor elkaar heeft en de ander accepteert zoals hij/zij is. Maar Provalu zal zich daarnaast hebben getransformeerd tot een organisatie, waarin het ontwikkelen van de kandidaten, naast het hebben van een baan, evenzeer een doelstelling is. Iedere kandidaat heeft de kans om zich op de werkplek verder te ontwikkelen.

Bij ontwikkelen past ook dat er door de kandidaten soms minder gelukkige of zelfs verkeerde keuzes worden gemaakt. In een ontwikkelingsgerichte organisatie is daar oog voor. Daarom biedt Provalu een mogelijkheid om gemakkelijk van werk te kunnen veranderen, als dat de ontwikkeling van de kandidaat ten goede komt. Immers, voor een deel van de doelgroep stimuleert de mogelijkheid om een andere baan te gaan doen, het ontwikkelen op de werkplek en geeft de kandidaat extra motivatie om andere vaardigheden op te doen. Maar ook als de ontwikkeling achterblijft of de kandidaat om andere redenen een terugval heeft, kan hij makkelijk switchen van werk.

Implementatieplan Provalu 2.0

10

Een ander deel van de doelgroep is overigens juist gebaat bij continuïteit van werkplek, dagritme en behoud van de vaardigheden en voelt zich daarbij het beste. Voor dat deel is een ontwikkelingsgerichte benadering minder aan de orde. 1.2

Verbinding met werkgevers

Wij werken samen met werkgevers in onze regio aan een inclusieve arbeidsmarkt. Een arbeidsmarkt waar voor iedereen een plek is om naar vermogen mee te doen en zo actief deel te nemen aan de samenleving. Ook als je in zekere zin uniek bent. Of je in een unieke situatie bevindt waardoor je (tijdelijk) verder van de arbeidsmarkt staat. Juist dan wordt namelijk voelbaar hoe waardevol werk is. Samenwerking met werkgevers betekent niet alleen inspringen op de vraag van werkgevers om een bestaande vacature of andere dienstverleningsvraag in te vullen. Het betekent juist ook elkaar goed leren kennen om zo te zien waar de mogelijkheden liggen om elkaar te versterken. Dat doen we door veel met werkgevers in contact te zijn. Zij komen soms naar ons toe maar we gaan nog meer naar werkgevers toe. Niets schetst tenslotte een beter beeld van de behoefte van een werkgever dan die behoefte zelf met eigen ogen te zien. Wat voor soort organisatie is het, wat is de sfeer, hoe ziet een werkplek eruit en hoe gaan collega’s met elkaar om? Allemaal informatie die de kans op een succesvolle match met één van onze kandidaten vergroot. En wellicht zien we gelijk ook an dere mogelijkheden om samen te werken. Dát is ondernemen! We organiseren daarnaast ook bijeenkomsten specifiek op werkgevers gericht.

Denk hierbij aan voorbeelden zoals de Meet & Greet die wij eerder dit jaar bij NH De Leeuwenhorst in Noordwijkerhout hebben georganiseerd. Dit conferentieoord is altijd in beweging en was naarstig op zoek naar nieuwe collega’s. NH De Leeuwenhorst had de mogelijkheid om zich uitgebreid en op een ontspannen manier te presenteren. Alle afdelingen werden bezocht en elke manager vertelde met veel passie zijn of haar verhaal. Hierdoor kregen de aanwezigen een goed beeld van de werkgever en alle beschikbare functies. Uiteindelijk hebben maar liefst 7 kandidaten vanuit Provalu een leuke en passende baan aan dit evenement overgehouden. Een recept voor succes dus. Nog een voorbeeld is de deelname van Provalu aan de Dutch Bio Science Week. Deze week, die voor de eerste keer georganiseerd werd, is om werkzoekenden een beter beeld te geven van werken In de bioscience. Er werden tal van evenementen georganiseerd, waaronder een bijeenkomst waar kandidaten vanuit Provalu, die al hebben deelgenomen aan een traject via Biotech Training Facility, enthousiast vertelden over hun eerste ervaringen. Dit heeft weer veel mensen geïnspireerd om ook deel te gaan nemen aan deze praktische en interactieve cursussen. Daarbij wordt bijvoorbeeld geleerd hoe het is om te werken In een clean room en welke handelingen en vaardigheden daar allemaal bij komen kijken.

Wanneer een traject van 8 weken is afgerond organiseren wij samen met het Werkgevers Servicepunt Holland Rijnland een meet and greet met diverse werkgevers van het Bio Sciencepark die naarstig op zoek zijn naar kandidaten die dit traject hebben doorlopen. Inmiddels hebben wij vanuit Provalu op deze manier al een 5 tal kandidaten kunnen plaatsen naar duurzaam betaald werk. Nog een recept dat voor herhaling vatbaar is. Provalu is uiteraard zelf ook werkgever en ondernemer en staat daarom midden tussen de ondernemers in onze regio. Wij nemen actief deel aan ondernemingsverenigingen en zijn zichtbaar op andere events voor ondernemers in onze regio. Op een creatieve manier proberen wij invulling te geven aan vragen en behoeften die leven bij ondernemers. De sturing van Provalu zal op deze naar buiten gerichte aanpak op een passende, ondernemende wijze vorm worden gegeven. Door eerst een Implementatieplan Provalu 2.0

11

traject in een beschutte omgeving aan te bieden en op deze manier de benodigde vakvaardigheden te leren en ervaring op te doen, verkleinen we de stap van beschut werk naar regulier werk. We blijven daarbij steeds op zoek naar mogelijkheden om kandidaten bij een reguliere werkgever te plaatsen. Dat kan bijvoorbeeld door te helpen een werkplek aan te passen of een vacature net iets anders in te richten. Maar ook evenementen zoals Oor voor Talent, wat wij samen met Werkgeversservicepunt Holland Rijnland organiseren, dragen hier aan bij. Bij Oor voor Talent presenteren werkzoekenden zich aan werkgevers via van te voren opgenomen interviews. Voor werkgevers met vacatures een mooie gelegenheid om de oren het werk te laten doen en in enkele minuten het verhaal van de kandidaat te horen. Door te luisteren naar de inhoud van het verhaal komen de kwaliteiten van de kandidaten directer naar voren. Provalu neemt daarnaast een enthousiasmerende en inspirerende rol aan als het gaat om de mogelijkheden van maatschappelijk verantwoord en duurzaam ondernemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het organiseren van bijeenkomsten of webinars op het gebied van sociaal en succesvol ondernemen, social return on investment, jobcarving, ondersteuning en begeleiding en subsidiemogelijkheden.

Ondernemers in de regio weten dat wij hét verbindingscentrum voor werkgevers en werkzoekenden in de Kust-, Duin- en bollenstreek zijn en weten ons ook goed te vinden. We gaan de mogelijkheden onderzoeken om samen met een aantal aansprekende ondernemers uit de regio een werkgeversnetwerk te starten voor inclusief ondernemen. Het idee is om een aantal bevlogen mensen bij elkaar te brengen door bijeenkomsten waar kennis, inspiratie en plezier centraal staan met als doel andere ondernemers aan te laten sluiten. Samen voelen de deelnemende organisaties zich verantwoordelijk voor de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Zij bewijzen dat sociaal en succesvol zakendoen heel goed samen gaan. 1.3

Aansluiting op de arbeidsmarkt

Om zoveel mogelijk duurzame plaatsingen bij reguliere werkgevers te realiseren kijken wij, naast actuele vacatures en andere mogelijkheden tot samenwerking, op basis van informatie van o.a. samenwerkingspartner UWV vooruit naar de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt en de behoeften van onze kandidaten. Zo beschikken wij over een overzicht van kansrijke beroepen en sectoren waar groei wordt verwacht. Vervolgens wordt bekeken waar al een match te maken is en waar we werkgevers en kandidaten voor elkaar kunnen enthousiasmeren. Bijvoorbeeld door het, gezamenlijk met werkgevers en onderwijs, opzetten van specifieke leerlijnen en stages. Maar ook het organiseren van werkbezoeken en meeloopdagen voor kandidaten zodat zij goed kennis kunnen maken met beroepen en bedrijven. Op deze manier zijn wij niet alleen klaar voor de actuele vraag van werkgevers en kandidaten maar ook voor de toekomstige vraag. Bovendien vergroot een vroegtijdige kennismaking tussen kandidaat en werkgever de kans op uiteindelijk een duurzame plaat sing. We zullen met het oog op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt, in combinatie met de zich soms wijzigende samenstelling van onze doelgroepen, alle mogelijkheden tegen het licht blijven houden om zoveel mogelijk mensen te bemiddelen naar een duurzame baan.

We zullen samen met de aangesloten gemeenten, inclusief de sociale dienst van Katwijk en de ISD Bollenstreek, de aanpak om te komen tot een verdere vermindering van het aantal bijstandsgerechtigden ”in de kaartenbak” bij de betrokken gemeenten waar mogelijk intensiveren, vernieuwen, actualiseren. Gedacht kan bijvoorbeeld worden aan de groep uitkeringsgerechtigden die korter dan 2 jaar in een uitkeringssituatie zitten of de “einde Implementatieplan Provalu 2.0

12

WW-ers” om zo te voorkomen dat ze in de bijstand terecht komen. Denk daarbij bijvoorbeeld ook aan statushouders/gezinsmigranten. Ook van deze doelgroep kunnen we via een gedegen arbeidsdiagnose het ontwikkelpotentieel in beeld brengen. Er liggen volop kansen om deze mensen vervolgens te koppelen aan de urgente vraag van werkgevers naar mensen op de werkvloer. Gemeenten, Provalu, sociale diensten en werkgevers hebben hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid in. 1.4

Aansluiting arbeidsmarkt Holland Rijnland

In het de arbeidsmarkregio Holland Rijnland speelt Provalu al geruime tijd een belangrijke rol en dat blijven wij ook doen. De adjunct-directeur heeft de rol van voorzitter van het Managementteam in het Werkgeversservicepunt (WSP) op zich genomen. Hier is voor gekozen omdat samenwerking in de arbeidsmarktregio niet altijd vanzelfsprekend maar wel heel noodzakelijk is. De arbeidsmarkt voor onze kandidaten beperkt zich natuurlijk niet tot onze eigen subregio. Ook in de Leidse en Alphense regio liggen kansen! Ook de accountmanagers en adviseurs O&R zijn actief binnen het WSP en zijn lid van brancheteams. Dit leidt tot gezamenlijke en succesvolle initiatieven zoals bijvoorbeeld de werkcafés in onze regio, MBO events waar werknemers en werkzoekenden elkaar vinden en meet & greets met specifieke werkgevers. De komende jaren kunnen dit soort initiatieven verder uitgebreid worden met nog meer plaatsingen bij reguliere werkgevers als resultaat. De vorming van het RWC is een volgende belangrijke ontwikkeling in de regio. Door deelname aan het ontwikkelteam, vanuit het MT van het WSP en door deelname aan het directeurenoverleg is de inbreng van Provalu gegarandeerd. 1.5

Leer/werklijnen, verbinding met onderwijs

Provalu is een door de SBB (Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven) erkend leerbedrijf. Wij werken samen met MBO Rijnland en scholen in het voortgezet speciaal onderwijs (vso) en het praktijkonderwijs (pro) binnen onze regio. Niet alle jongeren beschikken over een startkwalificatie (diploma havo, vwo, mbo niveau 2 of hoger) waardoor het vinden van een baan lastig kan zijn. En dat terwijl er op de arbeidsmarkt grote behoefte is aan vakmensen. Wij bieden werkervaringsplekken, stages en de mogelijkheid tot praktijkleren op een passende werkvloer. Deelnemers krijgen in dit traject vaardigheden aangeleerd op basis van werkprocessen uit de mbo kwalificatiedossiers, afgestemd op de vraag van werkgevers. Na afronding van het traject ontvangen de deelnemers een praktijkverklaring waaruit blijkt dat zij beschikken over de benodigde vaardigheden. Dit vergroot de kansen op het vinden van een betaalde baan aanzienlijk. Bovendien brengt Provalu, met haar uitgebreide netwerk van werkgevers in de regio, de deelnemers al tijdens of na het traject in contact met werkgevers en biedt zij daar waar nodig nazorg en ondersteuning. We staan in nauw contact met de pro vso scholen in onze regio. Samen zetten we de stageplekken op voor leerlingen en er is regelmatig overleg met begeleiders en op directieniveau.

We bieden gastdocenten aan zoals momenteel bijvoorbeeld gebeurt op de Leo Ka nner school (vso). Bovendien kunnen we het NOA Assessment inzetten om een beter en completer beeld van een leerling te krijgen. Het NOA Assessment is ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek voor mensen met verschillende achtergronden op het gebied van cultuur, taal, leeftijd, religie of gender. Het assessment helpt mensen bij het vinden van een passende opleiding of baan, en helpt organisaties bij het selecteren, begeleiden en ontwikkelen van studenten, werkzoekenden of werknemers. Het geeft de mogelijkheid om een ontwikkelplan op maat te maken voor elke leerling. Zo vullen we zo goed mogelijk de vraag vanuit de scholen én de leerlingen in. Implementatieplan Provalu 2.0

13

Samen met mbo Rijnland biedt Provalu de entreeopleiding School@Work voor kwetsbare jongeren van 16 tot 27 jaar. School@Work is een éénjarige mbo entreeopleiding die binnen een hybride leerwerkomgeving en met intensieve begeleiding door gespecialiseerde docenten en stagecoördinatoren opleidt tot een diploma op MBO-1 niveau. Hierna kunnen zij doorstromen naar MBO-2 of betaald werk vinden. Ook bestaat de mogelijkheid Praktijkverklaringen te behalen. Het werken op de werkvloer en onder begeleiding van productiebegeleiders laat de leerlingen kennis maken met alle facetten van “echt” werk waardoor de stap naar een baan bij een reguliere werkgever kleiner wordt. Het biedt deze (jong)volwassenen een toekomst met werk waar zij enthousiast voor zijn en dat past bij hun talenten en mogelijkheden. Provalu ziet graag dat we vanuit het regionaal werkcentrum én samen met onderwijsinstellingen komen tot een regionale visie op onderwijs. De uitvoering van deze visie wordt o.a. gezamenlijk gedaan door Provalu, DZB en Rijnvicus. Daarbij kan elk van deze partijen zich richten op eigen expertise en bijpassende leerlijnen zodat gezamenlijk binnen de regio een heel breed aanbod van kwalitatief hoge opleidingsmogelijkheden ontstaat.

Ter ondersteuning van de verbinding met werkgevers en onderwijs én de aansluiting op de arbeidsmarkt en de arbeidsmarktregio worden een aantal nieuwe initiatieven in het hoofdproces geïmplementeerd. Een uitwerking van deze initiatieven is te vinden in hoofdstuk 3 op blz. 28. Daarnaast is van belang dat de organisatie als geheel zich ontwikkelt om volledig uitvoering te kunnen geven aan de meerjarenvisie. Tegelijkertijd biedt de organisatie daarmee optimale ondersteuning aan de verbinding met werkgevers en onderwijs én de aansluiting op de arbeidsmarkt en de arbeidsmarktregio. Hoe de organisatieontwikkeling vorm dient te krijgen is beschreven in hoofdstuk 4 op blz. 46. 1.6

Aansluiting op landelijk beleid

In de meerjarenvisie is een belangrijke passage gewijd aan het synchroon lopen van de doorontwikkeling van Provalu naar een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf met het landelijke beleid op dit punt . Na het vaststellen van de meerjarenvisie en het daarop gebaseerde (ee rste versie van) implementatieplan is er een nieuw kabinet aangetreden. Na bestudering van het hoofdlijnenprogramma en de nadere uitwerking daarvan in het regeerprogramma is de conclusie nog steeds dat de doorontwikkeling van Provalu naar een volwaardig ontwikkelbedrijf in lijn is met het landelijke beleid. In de meest recente (15 oktober 2024) voortgangsbrief infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk schrijft staatssecretaris Nobel (Participatie en Integratie), geheel in lijn met eerdere kamerbrieven én hetgeen opgenomen is in de meerjarenvisie, aan de Kamer o.a.:

We moeten meer mensen kansen geven op de arbeidsmarkt door te kijken naar wat ze wél kunnen, in plaats van te focussen op hun beperkingen. Dit vraagt om een andere manier van kijken en doen. Om een herziening van wervingsprocessen, waarbij de focus ligt op vaardigheden van mensen in plaats van functie-eisen. Om meer werkgevers die bereid zijn om werkplekken aan te passen en flexibele werktijden aan te bieden. Maar dit vereist ook dat mensen de juiste begeleiding krijgen, zowel op weg naar als op de werkplek zelf. Het is belangrijk dat gemeenten, het UWV, sociaal ontwikkelbedrijven, onderwijsinstellingen, werkgevers(organisaties), werknemers(organisaties) en het Rijk alles op alles blijven zetten om dit te realiseren. Sociaal ontwikkelbedrijven zijn hierbij een belangrijke schakel. Zij maken werk mogelijk voor mensen voor wie dit niet vanzelfsprekend is. Bijvoorbeeld door mensen een (beschutte) werkplek te bieden en Implementatieplan Provalu 2.0

14

door mensen te begeleiden naar werk op de reguliere arbeidsmarkt. Door hun inzet dragen zij bij aan een inclusieve arbeidsmarkt waar niemand buitenspel staat. …

Ik vind het belangrijk dat er een solide vangnet is voor mensen die wel kunnen werken, maar voor wie dit niet, of nog niet, bij reguliere werkgevers mogelijk is. Voor deze mensen blijven sociaal ontwikkelbedrijven – ook in de toekomst – belangrijk. Als opstap naar werk, als een plek waar je in een beschutte omgeving kunt werken en als een plek waarop je kunt terugvallen als het even niet lukt bij een reguliere werkgever. Het kabinet stelt geld beschikbaar om de transitie van sociaal ontwikkelbedrijven te ondersteunen. Hierover schrijft staatssecretaris Nobel:

Vanaf 2025 ontvangen gemeenten jaarlijks een impulsbudget om de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven te versterken. Dit begint met € 35 miljoen in 2025 en loopt af naar € 19,8 miljoen in 2034. Dit impulsbudget wordt als decentralisatie uitkering verstrekt aan gemeenten en wordt verdeeld op basis van de maatstaf “doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep”. Daaraan is een efficiency korting van 10% verbonden, die vanaf 2026 wordt doorgevoerd. Omdat de inrichting van een toekomstbestendige sociale infrastructuur vaak een regionale aanpak vereist, worden de middelen in principe uitgekeerd aan samenwerkingsverbanden rondom sociaal ontwikkelbedrijven. De budgetten van de deelnemende gemeenten binne n een samenwerkingsverband worden samengevoegd en toegewezen aan de grootste gemeente binnen het samenwerkingsverband. In de brief “Infrastructuur Sociaal Ontwikkelbedrijven” is een structurele basisfinanciering aangekondigd voor de bedrijfskosten van sociaal ontwikkelbedrijven. Deze basisfinanciering bedraagt € 19,8 miljoen in 2025 en loopt op naar structureel € 35,9 miljoen per jaar vanaf 2035. Net als het impulsbudget ben ik met de VNG overeengekomen de Rijksbijdrage sociale infrastructuur te verdelen op basis van de maatstaf “doelgroepenregister gemeentelijke doelgroep”. In de Voorjaarsnota en de septembercirculaire 2024 is deze Rijksbijdrage al aangekondigd.

De budgettaire verwerking zal in de meicirculaire 2025 plaatsvinden. Vanzelfsprekend zal dit niet de laatste brief op landelijk niveau zijn waar het gaat om de verdere ontwikkeling van de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. We zullen deze landelijke ontwikkeling goed in de gaten blijven houden en leggen naast de ontwikkelingen die we in gang zetten via het implementatieplan richting het eindbeeld in de Meerjarenvisie. Het implementatieplan is niet in beton gegoten en zal o.a. op dit punt aangepast moeten worden als er zich beleidswijzigingen voordoen die van invloed zijn op het realiseren van het eindbeeld in 2030. 1.7

Infrastructuur Provalu

Provalu heeft, zoals omschreven in de meerjarenvisie 2030, als doelstelling onverminderd om iedere kandidaat een passende baan bij een reguliere werkgever te bezorgen. Wanneer en waar nodig zal er ook intern een voorziening zijn om kandidaten, voor wie werken bij een reguliere werkgever (nog) niet haalbaar is, van passend werk te voorzien. Dit is in lijn met het landelijk beleid zoals is beschreven in de meerjarenvisie en met de aanvullende brief van Staatssecretaris Nobel. Op basis van deze visie en de uitwerking doelgroepenanalyse heeft Provalu in kaart gebracht hoeveel plaatsen er de komende jaren nodig zijn intern, extern, via detachering bij werkgevers en direct bij werkgevers. Implementatieplan Provalu 2.0

15

Tabel 1.1 Benodigd aantal arbeidsplaatsen per werksoort en bij regulier t/m 2030

Voor een volledige uitwerking van de ontwikkeling van onze doelgroepen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 op blz. 17. In bovenstaande tabel is te zien dat de verhouding tussen intern, extern en regulier nagenoeg gelijk blijft. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig met een duidelijke beweging naar reguliere plaatsingen, maar is dat niet. Tegelijkertijd met de focus op plaatsen bij reguliere werkg evers hebben we te maken met een verouderende en zwakker wordende groep Wsw medewerkers. Zoals verderop in de doelgroepenanalyse beschreven is de verwachting dat het in steeds mindere mate mogelijk zal zijn om Wsw medewerkers te plaatsen bij reguliere werkgevers (via begeleid werken en detachering ) of in externe werksoorten. Zij vallen terug op de beschutting van een interne werkplek. De focus op zoveel mogelijk plaatsen bij reguliere werkgevers compenseert dit terugkomeffect vervolgens geheel. Het aantal benodigde interne werkplekken blijft t/m 2030 naar verwachting derhalve nagenoeg gelijk. Het arbeidsdiagnostisch centrum (ADC) wordt nu nog in een apart gehuurd pand “aan de overkant” als pilot opgezet , maar de wens is om het ADC uiteindelijk binnen het eigen pand te huisvesten.

Daarbij is van belang dat er voldoende ruimte is om de diverse werkactiviteiten en de intensieve begeleiding óp de werkvloer én in de vorm van extra individuele gesprekken, workshops, testen, taalles gericht op de werkvloer etc. vorm te blijven geven. Er is een groeiende behoefte aan het creëren van specifiek ingerichte werkruimten. Voorbeeld hiervan is de inmiddels ingerichte prikkelarme werkruimte. Door zoveel mogelijk te voldoen aan eisen en wensen van medewerkers en kandidaten wordt de kans op uitval verkleind. Daarnaast zal een beperkt aantal “buffer” werkplekken gecreëerd moeten worden om mensen, die in het kader van Simpel Switchen noodzakelijkerwijs een stapje terug moeten zetten, een volwaardige werkplek te kunnen bieden. Tot slot hoort bij de nieuwe positionering van Provalu een prettige, moderne en toekomstbestendige werkomgeving. Daarbij is er behoefte aan voldoende mogelijkheden om, als hét verbindingscentrum voor werkgevers en werkzoekenden in de Duin en bollenstreek, bijeenkomsten te organiseren samen met ondernemingsverenigingen en specifieke werkgevers. Een prettige plek om elkaar te ontmoeten en in een stimulerende en motiverende omgeving tot nieuwe initiatieven te komen. Gekeken naar bovenstaande ontwikkelingen zal het noodzakelijk zijn om optimaal gebruik te maken van het bestaande pand.

Daarbij moet gekeken worden naar het efficiënter inrichten van het pand zodat de huur van extra bedrijfsruimte voorkomen wordt. De in de planning staande verbouwing, als onderdeel van de gehele implementatie van de meerjarenvisie, speelt daarbij een belangrijke rol. Tevens kan daarbij bekeken worden, zoals ook in de meerjarenvisie 2030 beschreven, of er verdere samenwerkingsmogelijkheden met ondernemers mogelijk zijn zoals het shop-in-shop principe en het faciliteren van start ups met gebruikmaking van interne medewerkers. Deze vormen van samenwerking kunnen rendabele interne werksoorten bieden en tegelijkertijd helpen om de huisvestingskos ten binnen de perken te houden. Het is daarvoor wel noodzakelijk om de productieruimten een duidelijk profiel te geven, met meer doorkijk naar de activiteiten in de betreffende ruimte. Op deze manier wordt duidelijk Implementatieplan Provalu 2.0

16

zichtbaar welke activiteiten en producten worden gefabriceerd en voor welke opdrachtgever. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van etalages. Ook kunnen mensen worden gedetacheerd. De verwachting is dat het in de loop van de tijd lastiger wordt om continu voldoende medewerkers te kunnen garanderen. Daarom kan die verantwoordelijkheid voor nieuwe medewerkers ook bij de opdrachtgever blijven zodat er een “Mixed-People” concept ontstaat. Het plan van eisen m.b.t. de huisvesting moet voor dit soort initiatieven nog goed in beeld worden gebracht. In bijlage 2 is een nadere uitwerking van de noodzakelijke aanpassingen aan het pand in Voorhout te vinden.

Implementatieplan Provalu 2.0

17

2. Ontwikkeling omvang doelgroepen In paragraaf 1.7 werd een overzicht gegeven van de naar verwachting benodigde arbeidsplaatsen t/m 2030. Dit overzicht is opgesteld op basis van de landelijke beleid, de meerjarenvisie en de te verwachten ontwikkeling in omvang van onze doelgroepen. In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling van die doelgroepen nader uitgewerkt. Daarbij geldt dat binnen de GR in gezamenlijkheid wordt geprioriteerd op welke doelgroepen Provalu zich primair zal richten. Provalu is er voor een brede doelgroep: iedereen die kan en/of wil werken/participeren en dit niet zelfstandig kan organiseren. In de arbeidsmarkt zijn er doelgroepen die in aanmerking komen voor begeleiding door Provalu, hetzij voor begeleiding naar werk (re-integratie), hetzij voor begeleiding bij het behouden van werk door Provalu. Om een goed beeld te kunnen vormen van de benodigde dienstverlening door Provalu wordt in dit hoofdstuk een prognose opgesteld per doelgroep met de verwachte omvang. Tabel 2.1 Overzicht doelgroepen Module

Doelgroepen

Dienstverband bij Provalu?

A

1 Mensen met indicatie Wsw

Ja, maar ook begeleid werken (bij werkgever)

B

2 Mensen met indicatie Nieuw Beschut

Ja, incidenteel begeleid werken

C

3 Mensen met indicatie Doelgroepregister

Ja, beperkte groep (uitstroom na max. 2 jaar)

C

4 Bijstandsgerechtigden (regulier incl. statushouders)

Nee, behalve behorend tot 2 of 3

C

5 Niet-Uitkeringsgerechtigden (regulier)

Nee, behalve behorend tot 2 of 3

Geen

6 Leerlingen Vso/Pro en Mbo (Stage)

Nee

Geen

7 Mensen met indicatie Dagbesteding

Nee

De onderstaande prognose is een zo reëel mogelijke inschatting van de ontwikkeling van de doelgroepen de komende jaren. De realisatie zal in de loop van de jaren afwijken van deze prognose. Bij grote afwijkingen kan opnieuw worden beoordeeld wat de impact is op de initiatieven uit hoofdstuk 3. Met alle veranderingen op de arbeidsmarkt blijft een flexibele inrichting van de organisatie van belang zodat er in kleine of grote mate kan worden bijgestuurd.

2.1

Mensen met indicatie Wsw

Op basis van de dienstverbanden Wsw (incl. begeleid werkers in dienst van werkgevers) wordt er jaarlijks door Panteia een berekening gemaakt van de blijf kans voor de komende jaren. Deze berekening is gebaseerd op de verwachte uitstroom bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en een inschatting van de uitstroom om andere redenen dan pensioen. De verdeling van de Wsw subsidiebedragen worden jaarlijks vastgesteld in de meicirculaire op basis van laatste versie van

Implementatieplan Provalu 2.0

18

deze berekening. De afgelopen jaren lag de gerealiseerde uitstroom bij Provalu dicht bij de prognose van Panteia. Tabel 2.2 Ontwikkeling gemiddeld aantal mensen met Wsw indicatie bij Provalu Gemiddeld aantal mensen Wsw Mensen met Wsw dienstverband Begeleid werken Mensen met Wsw indicatie

2022 Aantal 525 69 594

2023 Aantal 501 66 566

2024 Aantal 478 63 541

2025 Aantal 455 60 515

2030 2030-2022 2030-2022 600 Aantal Verschil Verschil% 336 -190 -36% 400 44 -25 -36% 380 -214 -36% 200

Mutatie t.o.v. het voorgaande jaar Extern Intern

359 235

-5% 344 217

-5% 337 203

-5% 316 199

-6% 214 166

-145 -69

-40% -29%

0 2022

2023

2024

2025

2030

De geplande uitstroom is in eerste instantie gelijk voor alle werksoorten. In 2023 was 63% van de Fte’s werkzaam in externe werksoorten zoals Groenvoorziening, Schoonmaak, Post, Detachering en Begeleid werken. Omdat de gemiddelde leeftijd de komende jaren blijft stijgen, is de verwachting dat het percentage jaarlijks met 1% zal afnemen naar 58% werkzaam in externe werksoorten in 2030. Dat betekent concreet dat er 4 of 5 mensen per jaar van externe naar interne werksoorten gaan. Door het aanpassen van de werkplek aan de fysieke belastbaarheid blijven zij wel in staat om te werken. Hierdoor is het totale verwachte uitstroompercentage in de periode 2022-2030 40% voor externe werksoorten en 29% voor interne werksoorten.

2.2

Mensen met indicatie Nieuw Beschut

Het aantal werkplekken Nieuw Beschut in de regio KDB sluit goed aan bij de landelijke streefcijfers: met 92 dienstverbanden bij een streefaantal van 104 wordt 90% van de doelstelling gerealiseerd in 2023. Er is ruimte voor 12 extra werkplekken en de verschillen in de realisatiegraad tussen gemeenten zijn beperkt: 77%-111%. Er is op dit moment geen sprake van noemenswaardige wachtlijsten. Landelijke ontwikkelingen vanuit het ministerie SZW De streefaantallen (bij behoefte) voor het aantal beschutte werkplekken is gebaseerd op de Wajongen Wsw-instroomcijfers uit 2012-2014. Deze verdeling is verouderd en sluit niet meer aan op de zichtbare behoefte aan werk.2 In een kamerbrief3 geeft de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen met betrekking tot de verdeling van de plaatsen en middelen beschut werk aan: “Ik heb een verdeling voor ogen die is gebaseerd op het aantal gerealiseerde plekken. Ik streef ernaar deze nieuwe verdeling per 1 januari 2025 in te voeren.” In een recente brief wordt dit bevestigd.4 De inschatting voor het gemiddeld aantal mensen nieuw beschut is gebaseerd op een toename van ongeveer 10 mensen per jaar en een inhaalslag van 2 mensen per jaar. Dit wordt waarschijnlijk eenvoudiger om te realiseren met de beoogde nieuwe financieringsmethodiek.

Zie: Verdeelmodel beschut werk, rapport Significant Ape rapport bijlage v, 2021 Kamerbrief Sociaal ontwikkelbedrijven en beschut werk, ministerie SWZ, 6 juli 2023 4 Kamerbrief Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, ministerie SZW, 21 december 2023 2 3

Implementatieplan Provalu 2.0

19

Tabel 2.3 Ontwikkeling gemiddeld aantal mensen met Nieuw Beschut indicatie bij Provalu Gemiddeld aantal mensen Nieuw Beschut

2022 Aantal

2023 Aantal

2024 Aantal

2025 Aantal

Nieuw Beschut dienstverbanden Provalu

78

89

99

111

2030 2030-2022 2030-2022 200 Aantal Verschil Verschil% 169

91

116%

Begeleid werken

3

3

3

3

3

0

Dienstverbanden Nieuw Beschut

81

92

101

114

171

91

112%

Mutatie t.o.v. het voorgaande jaar

150

0% 100

14%

10%

12%

6%

Extern

37

40

48

54

86

49

132%

Intern

43

52

54

60

86

42

98%

50 0 2022

2023

2024

2025

2030

Belangrijke kengetallen zijn de gemiddelde omvang van een Provalu dienstverband, 27 uur per week. In 2023 waren 40 mensen van de doelgroep beschut werkzaam in externe werksoorten zoals Groenvoorziening, Schoonmaak, Post, Detachering en Begeleid werken. De gemiddelde leeftijd van deze nieuwe doelgroep is relatief laag. Door de focus op ontwikkeling de komende jaren, is de verwachting dat het percentage jaarlijks met 1% zal toenemen van 42% naar 50% werkzaam in externe werksoorten in 2030. Dat betekent concreet dat er 1 of 2 mensen per jaar extra van interne naar externe afdelingen gaan. Hierdoor is de totale verwachte toename in de periode 2022-2030 132% voor externe werksoorten en 98% voor interne werksoorten.

2.3

Mensen met indicatie Doelgroepregister

De samenstelling en omvang van deze doelgroep wordt wat uitgebreider beschreven omdat voor deze groep verschillende soorten dienstverlening, oftewel begeleiding, mogelijk en nodig is. 2.3.1

Algemene definitie

Mensen met een indicatie nieuw beschut of met indicatie doelgroepregister kwamen tot 2015 nog in aanmerking voor Wsw indicatie met “werk- en salarisgarantie” of voor de Wajong met inkomensgarantie en begeleiding naar werk wanneer dat mogelijk was. De verwachting is dat de mensen uit het doelgroepregister met een loonkostensubsidie bij reguliere werkgevers (incl. overheid) aan de slag kunnen. Indien nodig kan er tijdelijk jobcoaching worden aangeboden. Een belangrijke voorwaarde om deze doelstelling te bereiken is dat deze groep mensen op een passende wijze wordt begeleid bij de ontwikkeling van werknemers- en vakvaardigheden en bij de matching op geschikte functies en vacatures. 2.3.2

Samenstelling van de doelgroep

Sinds de start van de Participatiewet in 2015 is er door het UWV aan 600 mensen in de Kust-, Duin- en Bollenstreek een indicatie doelgroepregister afgegeven. Het gaat om 80 nieuwe aanmeldingen per jaar. Provalu ontvangt van het UWV een kopie van de indicatiebrief. De leeftijdsopbouw van deze groep van de nieuwe aanmeldingen in 2023 is weergegeven in het histogram van tabel 2.4.

Implementatieplan Provalu 2.0

20

Tabel 2.4 Leeftijdsopbouw nieuwe indicaties doelgroepregister 2023

De gemiddelde leeftijd is 25 jaar. Voor 63% van de aanmeldingen is de leeftijd 23 jaar of jonger en 80% is 27 jaar of jonger. Van de totale groep instroom 2023 heeft 30% recht op uitkering indien zij geen werk hebben, dit zijn vooral de personen van 32 jaar en ouder. De leeftijdsopbouw van het totale bestand met een indicatie doelgroepregister (zonder mensen met onbekende status) is te zien in het histogram van tabel 2.5. Tabel 2.5 Leeftijdsopbouw doelgroepregister

Ook deze groep is gemiddeld nog vrij jong met 30 jaar als gemiddelde leeftijd. 70% van deze groep heeft een leeftijd van 27 jaar of jonger. Van deze groep heeft 40% recht op een uitkering als zij geen werk hebben. Dat is 60% voor de groep vanaf 24 jaar. Wat opvalt is dat de verhouding tussen recht op bijstand en geen recht op bijstand verschuift vanaf 24jarigen: meer dan de helft van deze groep heeft dan wel recht op bijstand als zij niet aan het werk zijn. Voor een grote groep in de leeftijdscategorie 20-23 is een belangrijk aandachtspunt dat de meesten van de jongeren geen recht op bijstand hebben maar dat een groot deel dit in de toekomst wel kan krijgen. Samenstelling doelgroep in subgroepen: 1) Groep die relatief makkelijk plaatsbaar is en langdurig aan de slag is 2) Groep die goed bemiddelbaar is, maar relatief instabiel is bij werkgevers, met veel tijdelijke contracten (<2 jaar) 3) Grote groep jongeren zonder werkervaring, thuiswonend, zonder uitkering, maar die wel willen werken 4) Groep die op termijn wel zou kunnen werken maar nog niet over de benodigde werknemersvaardigheden of vakvaardigheden beschikt en een relatief langzame leercurve heeft (duidelijk meer dan 6 maanden)

Implementatieplan Provalu 2.0

21

5) Groep die nu buiten de boot valt: te goed voor beschut, maar mogelijk wel (tijdelijk) bij Provalu aan de slag zou kunnen: dat kan dan zowel als tijdelijk vangnet als voor mensen die (nog) niet bij een werkgever aan de slag kunnen. 6) Groep die door ziekte (tijdelijk) een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft waarbij de toekomstige belastbaarheid niet duidelijk is (zoals een deel van de bijstandsgerechtigden) Voor iedere subgroep is er specifieke begeleiding nodig. Dit komt terug bij het beschrijven van de dienstverlening in het hoofdproces (hoofdstuk 3) 2.3.3

Landelijke ontwikkelingen van het ministerie SZW

Net voor Kerst 2023 is het rapport “Verkenning: uitvoeringsperspectieven voor een duurzame sociale infrastructuur” door het ministerie van SZW gepubliceerd. Hierin worden drie varianten beschreven om de uitvoering te optimaliseren gericht op het oplossen van de belangrijkste knelpunten. In de begeleidende kamerbrief5 spreekt de minister de voorkeur uit voor de 2e variant met het realiseren van 10.000 extra dienstverbanden/ werkplekken (vaste dienstverbanden en doorstroombanen) voor mensen in het doelgroepregister die nu (nog) niet bij een werkgever aan de slag kunnen. Hierbij wordt uitgegaan van een extra begeleidingsvergoeding van € 3.456 per werkplek naast de besparingen op de BUIG. De verwachte impact voor de regio KDB is 82 extra werkplekken in 2035 (naar rato Wsw budget gemeenten die deelnemen aan module C). De besluitvorming hierover wordt in het voorjaar verwacht, maar blijft mogelijk afhankelijk van de vorming van een nieuw kabinet. 2.3.4

Inschatting omvang doelgroepregister Participatiewet

Volgens de Participatiewet zijn gemeenten verantwoordelijk voor de re-integratie van deze doelgroep. Op basis van de nieuwe registraties in het doelgroepregister en de administratie van de trajecten voor deze doelgroep bij Provalu kan de volgende inschatting voor de totale omvang worden gedaan. (Zie tabel 2.6) Tabel 2.6 Ontwikkeling gemiddeld aantal mensen in het doelgroepregister Aantal mensen Doelgroepregister Stand per 31/12 Mensen met DGI dienstverband Business case extra DGI (82 in 2035) Mensen bij reguliere werkgevers* Mensen met een bijstandsuitkering* Mensen zonder bijstandsuitkering* Mensen met Doelgroep indicatie

2022 Aantal 13

2023 Aantal 18

2024 Aantal 28 274 102 153 556

2025 Aantal 28 23 297 110 151 608

2030 2030-2022 2030-2022 Aantal Verschil Verschil% 28 15 113% 62 62 462 237 105% 141 45 46% 141 20 17% 833 378 83%

225 96 120 454

249 99 135 501

Ingeschatte Arbeidsparticipatie

52%

53%

54%

57%

66%

600 500 400 300 200 100 0 2022

2023

2024

2025

2030

*Mensen die niet actief zijn in een traject worden niet meer actief gevolgd. Alleen bij een aanvraag voor loonwaardemeting worden gegevens geactualiseerd. Op basis van een ruime steekproef kunnen de cijfers binnen Suwinet worden gevalideerd.

De toelichting van de inschatting kan als volgt worden gespecificeerd: •

Mensen met een Doelgroep indicatie: sinds 2016 zijn er ongeveer 80 nieuwe registraties per jaar. Eind 2023 zijn er 501 mensen met een indicatie bij Provalu volledig geregistreerd. Deze registraties ontvangt Provalu eenmalig van het UWV op het moment van toekennen. De

5

Kamerbrief Infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven, ministerie SZW, 21 december 2023

Implementatieplan Provalu 2.0

22

verwachting is dat per jaar 5% van de mensen uitstroomt wegens verhuizing, recht op ander type uitkering, nieuwe loonwaarde meting etc. Dat leidt in 2024 tot een verwachte toename van het bestand met 80 mensen met een nieuwe registratie in 2024, minus 25 mensen uitstroom is een netto toename van 55 mensen. •

Mensen met een DGI-dienstverband bij Provalu: het aantal stijgt conform begroting van 13 mensen in 2022 naar 28 mensen in 2024. Dit betreft voornamelijk uitkeringsgerechtigden uit subgroep 4 en 5 met een dienstverband van gemiddeld 26 uur.

•

Business case extra DGI bij Provalu: in aansluiting met het voorstel vanuit het ministerie SZW is er een business case opgenomen met extra DGI-dienstverbanden; de extra 82 banen in 2035, komt neer op 62 dienstverbanden in 2030 en start met een inhaalslag van 23 extra dienstverbanden in 2025. In hoofdstuk 6 zijn de financiële consequenties van deze business case uitgewerkt. De dienstverbanden DGI worden niet meer alleen bij externe werksoorten ingezet. De verwachte verhouding voor deze hele groep is 70% extern en 30% intern. Dit scenario leidt tot 11% van de mensen in het doelgroepregister die in 2030 een (tijdelijk) dienstverband heeft bij Provalu. Het uiteindelijke doel blijft het plaatsen van mensen met loonkostensubsidie bij reguliere werkgevers!

•

Mensen bij reguliere werkgevers: de verwachting is dat het aantal plaatsingen bij van mensen uit het doelgroepregister bij reguliere werkgevers stijgt van 50 per jaar in 2023 en 2024, naar 70 per jaar vanaf 2026 als gevolg van uitstroom uit de extra tijdelijke dienstverbanden. Daarnaast is in de verwachting meegenomen dat bij een deel van de werkende mensen het dienstverband wordt beëindigd. In 2030 zijn er netto 237 extra dienstverbanden bij werkgevers gerealiseerd ten opzichte van 2022 (ongeveer 30 extra per jaar). Om deze aantallen te kunnen realiseren is het belangrijk dat mensen goede werknemersvaardigheden en vakvaardigheden ontwikkelen.

•

Niet werkenden met en zonder bijstandsuitkering: de verwachting is dat door het ouder worden van de doelgroep de verhouding verschuift van 60% niet-uitkeringsgerechtigden in 2023 naar 50% in 2030.

•

Ingeschatte arbeidsparticipatie: Als gevolg van het aantal plaatsingen bij reguliere werkgevers en bij Provalu stijgt het aantal mensen met betaalde arbeidsparticipatie stapsgewijs van 53% naar 66% in 2030. De inschatting is dat 25% niet actief op zoek is naar werk (subgroep 6), en dat 9% in transitie is (~80 mensen).

2.3.5

Conclusies

De belangrijkste conclusies van de ontwikkelingen van deze doelgroep voor de dienstverlening van Provalu zijn: 7) Significante groei van het aantal mensen in het doelgroepregister de komende jaren: 80 mensen met nieuwe indicatie per jaar 8) Groter deel van de groep wordt zonder werk afhankelijk van de bijstand (vanaf 24 jaar) 9) Er ligt een belangrijke opdracht voor matchmakers en accountmanagers van Provalu om 237 extra banen te realiseren bij reguliere werkgevers (Tabel 2.6).

Implementatieplan Provalu 2.0

23

10) Er ligt een belangrijke opgave in het voorbereiden van werknemers- en vakvaardigheden van veelal jongeren: een deel van de groep heeft langere leertrajecten nodig voordat deze bij reguliere werkgevers aan de slag kunnen. (Doorstroom subgroep 3 en 4) 11) Erkenning vanuit ministerie SZW dat voor een deel van de groep op de lange termijn extra begeleiding nodig is bij behoud van werk, die bij reguliere werkgevers minder vaak beschikbaar is. Hiervoor komen mogelijk extra middelen beschikbaar. (Doorstroom subgroep 5)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1728/documents/22416