C10 LTO Noord, zienswijze ontwerp omgevingsplan Buitengebied.pdf
Tekst van het document
t: e: w:
AANTEKENEN
Postadres: Postbus 240 8000 AE Zwolle
Aan: Gemeenteraad van Hillegom Postbus 32 2180 AA HILLEGOM
Datum:
22 december 2020
088 888 6666 info@ltonoord.nl www.ltonoord.nl
Hoofdkantoor: Zwartewaterallee 14 8031 DX Zwolle
Referentie: ZH/RK/MvD/20.069
Betreft: Ontwerp Omgevingsplan Buitengebied (zaaknummer Z-20-140477)
Beste leden van de gemeenteraad, Als agrarische belangenbehartiger heeft LTO Noord met interesse kennisgenomen van het Ontwerp Omgevingsplan ‘Buitengebied en de Zanderij’. In een eerder stadium hebben wij al op een versie van het betreffende Omgevingsplan gereageerd. Ook met betrekking tot de huidige versie van het Omgevingsplan hebben wij een aantal zorgen. Wij vrezen namelijk dat een aantal elementen in het Omgevingsplan de agrarische sector ernstig in haar ontwikkeling zal belemmeren. De betreffende zorgen zullen wij hieronder met u delen. 1. Consequenties vervallen planologische (bouw)mogelijkheden In een eerder reactie zijn wij ingegaan op de mogelijke consequenties van het vervallen van planologische (bouw)mogelijkheden. Het antwoord dat wij van de gemeente op deze reactie hebben gekregen is onbevredigend. Wij zijn genoodzaakt dit nogmaals onder de aandacht te brengen. In 2.3 van de Algemene en juridische toelichting wordt gemeld dat de feitelijk bestaande situatie in het omgevingsplan is opgenomen. Door alleen de feitelijk bestaande situatie op te nemen en niet de bestaande planologische situatie, komen eventuele planologische (bouw)mogelijkheden drie jaar na vaststellingsdatum van het Omgevingsplan te vervallen. In de regels van het Omgevingsplan is dit in artikel 2.16 vastgelegd. Deze regel baart ons ernstig zorgen.
De betreffende regel kan namelijk ernstige (financiële) consequenties hebben voor agrarische ondernemers in het buitengebied. Bovendien kan het agrarische ondernemers beperken in de ontwikkeling van het bedrijf. Ten eerste heeft het vervallen van (bouw)mogelijkheden na drie jaar gevolgen voor de waarde van een kavel: deze waarde neemt af of vervalt zelfs. Vaak hebben agrarische ondernemers kavels gekocht op basis van hun planologische situatie. Als er kavels worden aangekocht met planologische bouwmogelijkheden, dan is daar ook voor betaald. Het eventueel verdwijnen van (bouw)mogelijkheden betekent automatisch een (forse) waardedaling. Deze waardedaling betekent een strop voor agrarische ondernemers en is derhalve ongewenst. Daarnaast kopen agrarische ondernemers kavels met (bouw)mogelijkheden aan met het oog op de ontwikkeling van het agrarische bedrijf in de toekomst. Logischerwijs zorgt het vervallen van (bouw)mogelijkheden voor een beperking van het agrarische bedrijf op de lange termijn. Ook dit is ongewenst. Wij hopen dat wij middels bovenstaande argumenten kenbaar hebben gemaakt wat onze zorgen zijn met betrekking tot het eventueel vervallen van (bouw)mogelijkheden na drie jaar. Wij vragen u om de huidige planologische situatie op de lange termijn te waarborgen en dit te doen blijken in het omgevingsplan.
Overigens dient er in de Duin- en Bollenstreek op dit moment een bedrag aan de GOM te worden betaald indien er buiten het bouwblok wordt gebouwd. Wij vrezen dat, indien (bouw)mogelijkheden inderdaad na drie jaar vervallen, het totale bedrag dat aan de GOM moet worden betaald vele malen hoger zal zijn wanneer er opnieuw een vergunning moet worden aangevraagd. Wij zijn bang dat dan voor de gehele kavel een bedrag moet worden betaald aan de GOM. Dit is ongewenst. 2. Duurzame bloementuin In een eerder reactie hebben wij onze zienswijze gegeven op het zogenoemde werkingsgebied Duurzame Bloementuin, zoals het bollengebied wordt genoemd in de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Het antwoord dat wij van de gemeente ontvingen op deze re actie was in onze ogen onvoldoende. Het betreffende antwoord dwingt ons ertoe om hier nogmaals onze reactie op te geven. Het is de bedoeling dat voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen aangaande de Duurzame Bloementuin worden getoetst aan een afwegingskader. De ruimtelijke ontwikkeling en moeten een bijdrage leveren aan het doel dat de gemeente zich gesteld heeft inzake de Duurzame Bloementuin: realisering van een 100% emissieloze en residuvrije sector in 2030. Wil een bollenbedrijf zich in de toekomst ontwikkelen, dan moeten voorgenomen ontwikkelingen dus voldoen aan regels die moeten toewerken naar een emissieloze en residuvrije sector.
Wij hebben ernstig bezwaar tegen deze doelstelling. Weliswaar ontwikkelt de sector zich op een duurzame wijze. Daarbij streven ook wij naar een 100% emissieloze en residuvrije bollenteelt in 2030. De mogelijkheid bestaat echter dat deze doelstelling niet in 2030 wordt gehaald. De sector wil hier op geen enkele wijze op (kunnen) worden afgerekend. De afgelopen jaren heeft de bollensector zelf ingezet op de verduurzaming van de sector. Uit publicaties blijkt dat dit enorm goede resultaten heeft opgeleverd1. Ook met het oog op de toekomst zet de sector in op verduurzaming, zoals blijkt uit de visie van de sector Vitale Teelt 2030 2. Uit de visie blijkt de intrinsieke motivatie van ondernemers om in te zetten op de verduurzaming van de sector. De energie is dus aanwezig om aan verduurzaming te werken. Opgelegde regels kunnen zorgen voor demotivering en toenemende weerstand. Maak gebruik van de energie bij ondernemers om zelf in te zetten op verduurzaming van de sector. Daarnaast hebben wij bezwaar tegen de inhoudelijke beoordeling van voorgenomen activiteiten. Zo gaat de gemeente bij de aanvraag van een omgevingsvergunning na of een aanvraag voldoet aan de beoordelingsregels met betrekking tot de functie ‘duurzame bloementuin’.
Naast het feit dat het onduidelijk is wat er met de genoemde doelstellingen bij de functie ‘duurzame bloementuin’ precies wordt bedoeld, zijn de doelstellingen te ambitieus. Derhalve moet het beoordelingskader worden aangepast en genuanceerd. Bovendien ontbeert de gemeente de inhoudelijke kennis om aanvragen op een zinvolle wijze te kunnen beoordelen. Deze elementen zijn cruciaal en kunnen de ontwikkeling van de bollensector ernstig belemmeren. Dit zal ook een negatief effect hebben op de gemeentelijke en regionale economie. Wij pleiten ervoor dat de doelstelling van 100% emissieloze en residuvrije bollenteelt in 2030 in de regelgeving wordt genuanceerd. Wij zien in het Omgevingsplan graag terugkomen dat een emissieloze en residuvrije bollenteelt wordt gestimuleerd en dat er wordt gestreefd naar een 100% emissieloze en residuvrije teelt in 2030. De agrarische sector pleit daarnaast voor een gesprek tussen de agrarische sector en de gemeente inzake de inhoudelijke beoordeling met betrekking tot de functie ‘duurzame bloementuin’ bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Dit moet worden aangepast. De visie van de sector, Vitale Teelt 2030, kan handvaten geven voor aanpassing van het beoordelingskader/ regelgeving.
1 2
Actieplan Duurzame Bloembollensector. Te raadplegen via: https://assets.kavb.nl/docs/e2540db7-0fa8-4065998a-d1506dc2c9f3.pdf. Vitale Teelt 2030. Te raadplegen via: https://vitaleteelt.nl/wp-content/uploads/2018/08/VT2030_16.08.2018-brochure-definitief.pdf.
2 ZH/RK/MvD/20.069
3. Agrarische verkoop aan huis De uitbraak van Covid-19 heeft de verkoop van agrarische producten aan huis doen toenemen. Op basis van de toename van de verkoop van deze producten hebben leden van LTO Noord (en KAVB) die activiteiten ondernemen op het gebied van huisverkoop, de wens uitgesproken om een algemene regelgeving op te laten nemen in de diverse ruimtelijke plannen waarin verkoop van agrarische producten mogelijk gemaakt wordt. De betreffende ondernemers hebben aangegeven dat zij behoefte hebben aan een vloeroppervlak van maximaal 200 m2 en bijbehorende parkeervoorzieningen van eveneens 200 m2. Dit past binnen de provinciale regelgeving met betrekking tot verbredings activiteiten bij agrarische bedrijven (0,5 hectare). Het desbetreffende verkoopvloeroppervlak mag dan zowel betrekking hebben op (bestaand) bebouwd oppervlak als onbebouwd oppervlak. Het onbebouwde oppervlak zou ook buiten het bouwvlak moeten kunnen liggen, waarvoor de provinciale omgevingsverordening ook ruimte geeft (van 0,5 hectare). Wij vragen u om bovenstaande ook middels regelgeving mogelijk te maken in het Omgevingsplan van Hillegom. Overigens zal over dit onderwerp een aparte brief worden gestuurd naar het College van Burgemeester en Wethouders. 4. Conclusie Het Omgevingsplan bevat twee elementen die de bollensector in haar ontwikkeling (ernstig) zal belemmeren.
Hierboven hebben wij aangegeven waarom deze twee elementen de sector ernstig kunnen schaden. Met betrekking tot het mogelijk vervallen van planologische (bouw)mogelijkheden na 3 jaar vragen wij u om de huidige planologische situatie op de lange termijn te waarborgen en dit te doen blijken in het Omgevingsplan. Met betrekking tot het werkingsgebied ‘duurzame bloementuin’ vragen wij u om de doelstelling van 100% emissieloze en residuvrije bollenteelt in 2030 in de regelgeving te nuanceren. Daarnaast pleiten wij voor een gesprek tussen de agrarische sector en de gemeente inzake de inhoudelijke beoordeling met betrekking tot de functie ‘duurzame bloementuin’ bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. Deze beoordeling moet worden aangepast. Zoals eerder genoemd: maak gebruik van de energie bij ondernemers om zelf in te zetten op verduurzaming van de sector. Dat moet het uitgangspunt zijn. Hoogachtend,
M. Vermeulen Regiomanager LTO Noord regio West
3 ZH/RK/MvD/20.069