C07 Inwoners Hillegom, zienswijze ontwerpbestemmingsplan De Witte Tulp (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
»
Hillegom 7-2-2023.
Aan de Gemeenteraad van Hillegom Postbus 32 2180 AA Hillegom Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom
Betreft indiening zienswijze ontwerp-bestemmingsplan ‘omgevingsplan De Witte Tulp, Hillegom’ en de ontwerp-omgevingsvergunning [Z-22-280309]
Geachte Gemeenteraad, College van burgemeester en wethouders, Hierbij stuur ik u mijn zienswijze op het ontwerp-bestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning ‘De Witte Tulp’. De projectontwikkelaar heeft verleden jaar met omwonenden een participatie bijeenkomst gehouden. Op basis daarvan is het projectplan aangepast. In de ter inzage gelegde stukken is in de bijlage ‘Resultaten vanuit participatie omwonenden’ een figuur opgenomen van het project en de gemaakte afspraken met de omwonenden. Ik zou graag van u een bevestiging willen ontvangen dat al deze afspraken worden opgenomen in het bestemmingplan en in de vergunning.
Groenstrook De groenstrook grenst aan zuidzijde van de projectlocatie en achtertuinen van bewoners van de Stationsweg. Voor de groenstrook zijn door de projectontwikkelaar in overleg met de bewoners aan de Stationsweg plannen gemaakt. Een deel van de met de projectontwikkelaar gemaakte afspraken zijn opgenomen in de bijlage ‘Resultaten vanuit participatie omwonenden’. Op de tekeningen in het plan en de vergunning is de groenstrook een glooiende wal geworden van gras met een enkele boom. Met de projectontwikkelaar was afgesproken dat de groenstrook een stille rustige groene zone zou worden vol met struiken en bomen. Er zou geen doorzicht zijn naar de achtertuinen van de woningen aan de Stationsweg zijn. Het zou ook geen wandelpad, speelplaats of uitlaatstrook voor honden worden. De nieuwe groenstrook wordt dus vergelijkbaar met de oude groenstrook. De tekeningen laten echter wel iets anders zien. Het lijkt op de tekening zo dat de groenstrook op verschillende plekken (tussen de blokken IB, 2, 3, en 4) open is en doorkijk geeft. Mijn zienswijze is dat in de ter inzage gelegde plannen de met de omwonende gemaakte afspraken nog niet allemaal zijn opgenomen en nog niet correct zijn uitgewerkt. Ik wil u vragen om de hierboven genoemde punten over de groenstrook ook op te nemen in de vergimning dan wel bestemmingsplan.
De groenstrook zou snel moeten worden aangelegd zodat deze gedurende de bouw al kan groeien en een plek kan bieden aan de huidige (water)vogels en de ijsvogel die er nu ook gebruik van maken. Tot mijn genoegen is deze afspraak ook opgenomen in de bijlage ‘Resultaten vanuit participatie omwonenden’. In de ter inzage gelegde stukken staat dat het verwijderen van de bestaande knotwilgen in de huidige groenstrook moeten worden gecompenseerd. Kunt u aangeven waar en waarmee de bestaande knotwilgen worden gecompenseerd?
'l
Hoogte van de huizen en appartementen complexen.
Aan de Stationsweg is bouwen in drie lagen tot ca 9 meter hoog toegestaan. Bij de Witte Tulp word ingezet op een bebouwing van vier lagen tot ca. 13,5-15 meter hoogte. De bebouwing wordt zo hoog mede omdat er ook half verdiepte garages worden gepland. Ik zou graag zien dat de verbouwing lager wordt door een verdieping minder te maken en of door de garages geheel verdiep! aan te leggen. Hier bestaan in onze buurt voorbeelden van en dit kan zeker ook bij ‘De Witte Tulp’. Een goed voorbeeld is het appartementencomplex Stationsweg 154. Omgevingsplan De projectlocatie ligt meer aan de bollenvelden dan bijvoorbeeld de Stationsweg. Het huidige plan met massieve en hoge appartementencomplexen past naar mijn mening niet in de omgeving en het dorpse karakter van dit deel van Hillegom. De lintbebouwing in dit deel van het dorp betreft losstaande huizen of rijtjes van zogenoemde arbeiderswoningen (zie 1®, 2® en 3® Loosterweg en de Margrietenlaan). Lintbebouwing betreft woningen langs een doorgaande weg en niet woningen en grote appartementencomplexen bij elkaar gezet op een locatie. Het voorgestelde plan krijgt naar mijn mening onterecht het label ‘lintbebouwing’ en het past niet in het omgevingsplan.
Verontreinigingen: giftige grond, verontreinigd grondwater, verplaatsing door bemaling, en potentiële verontreiniging van de sloot. De bouwlocatie is verontreinigd met diesel, PAK’s, asbest, en verontreinigingen door de vml. gasfabriek. De meeste bijlagen van de ter inzage gelegde stukken betreffen bodemonderzoek. Complimenten dat dit zo grondig wordt onderzocht. Tegelijkertijd zijn er ook zorgen. Er zijn verontreinigingen aangetroffen die boven de interventiewaarden liggen en nader onderzoek zal moeten aanwij zen of dit ‘toevalstreffers’ zijn of niet. Daarnaast is de gesaneerde locatie bij de voormalige gasfabriek nog niet stabiel. Onlangs zijn er een groot aantal putten geboord om het verontreinigde grondwater nauwkeuriger te kunnen monitoren want het grondwater bleek vervuild te zijn. Daarbij is er ook vervuilde grond naar boven gehaald. Het is een zorg dat deze locatie wat betreft de verontreiniging nog niet stabiel is. Er is een ondergrondse pluim van verontreinigd grondwater die zich verplaatst en groter wordt. In de rapporten van de diverse bodemonderzoeken wordt veel informatie gegeven. Er wordt echter niet ingegaan op de mogelijke invloed van het bemalen van de projectlocatie op de aldaar aanwezige verontreinigingen. Er wordt ook niet ingegaan wat er vervolgens gebeurt met het bemaalde water.
Wordt dit geloosd in de sloot? Worden er regelmatig monsters genomen? Bewoners spelen en zwemmen in de sloot en het water wordt ook gebruikt in de (groente)tuin. Ik ben van mening dat op voorhand onderzocht met worden wat de verwachte invloed is van bemaling op de bestaande bodem- en grondwaterverontreiniging. Ik ben van mening dat als er bemaald wordt, dat er regelmatig monsters moeten worden genomen van het bemaalde grondwater en dat het bemaalde water indien nodig wordt gezuiverd voordat het op de sloot geloosd wordt. Het is belangrijk dat de gemeente de bewoners die langs de sloten wonen informeert over het lozen van het water in de sloot en het gebruik van het slootwater in de tuinen.
r
Bestrijdingsmiddelen
Wonen langs een bollenveld heeft een groot nadeel en dat is de blootstelling aan de door de boeren gebruikte bestrijdingsmiddelen. Ik doe regelmatig de ramen dicht en de ventilatie uit als ik ruik dat er wordt gespoten. In de ter inzage gelegde stukken staat dat bij de twee-onder-een-kap woningen aan de noordzijde van de projectlocatie maatregelen moeten worden getroffen: “Bij de twee onder een kap woningen moet er aan de randen van tuinen en openbaar groen grenzend aan de bollenvelden een afschermende voorziening worden geplaatst van minimaal 1 meter hoog”. Ik zie op de tekeningen wel heggen als afscherming bij de achtertuinen maar ik zie geen afscherming langs de tuinen en het openbare groen grenzend aan de bollenvelden. Ik ben van mening dat bovengenoemd voorschrift nog niet goed is overgenomen in het omgevingsplan dan wel vergunning. Ik ben van mening dat als de gemeente dit niet als een dwingend voorschrift opneemt er niks mee zal gebeuren. In mijn ogen laat de gemeente het dan na om voor haar nieuwe inwoners te zorgen en daardoor gezondheidsschade te voorkomen. Ik ben verbaasd dat dit voorschrift niet geldt voor de IB, IA, 8A en 8B. Dit heeft volgens mij te maken met de wijze waarop Buro SRO (bijlage 11) haar advies heeft gemaakt.
Misschien dat het onderstaande beeld wel duidelijk maakt dat men (buro SRO) moet kijken naar de specifieke situatie en niet moet uitgaan van algemeenheden en jurisprudentie om de blootstelling te berekenen (zie als voorbeeld onderstaande foto waar de spuitarm tot bijna in de projectlocatie in hangt). Er wordt tevens gezegd dat men pas in de maand april begint met spuiten. Dat klopt zeker niet. Afgelopen week (6 feb 2022) is er bij ons achter op het veld gespoten. De blootstelling is dus hoger dan wat men in het advies over bestrijdingsmiddelen heeft aangenomen. De GGD is in haar advies ook kritisch op de memo over de spuitzones. De GGD adviseert zoveel mogelijk afstand als mogelijk te houden tussen het landbouwgebied en de woningen. De GGD geeft ook het advies om toekomstige bewoners te informeren over de risico’s en handelingsperspectieven om de blootstelling tot een minimum te beperken. U heeft de uitvoering van dit advies doorgeschoven naar de projectontwikkelaar. Ik ben van mening dat u dit niet kunt doen want u schuift daarmee de zorgplicht voor het voorkomen van gezondheidsschade door naar een partij die een commercieel belang heeft en vooral de voordelen van de woningen zal benoemen. Ik ben van mening dat u als overheid de toekomstige bewoners moet informeren over de bestaande gezondheidsrisico’s.
Ik ben tevens van mening dat het advies van Buro SRO moet worden aangepast en dat men moet uitgaan van de specifieke lokale situatie. Ik ben van mening dat de door u in het bestemmingsplan en vergunning voorgestelde maatregelen voor het voorkomen van de blootstelling moeten worden aangepast en ook geen voorwaardelijk karakter moeten hebben, maar op grond van uw zorgplicht voor de gezondheid van de toekomstige bewoners verplicht moeten worden. Stikstofuitstoot. In het plan is een uitvoerige berekening gemaakt over de effecten van het project op de stikstofuitstoot. Er wordt geconcludeerd dat er geen effecten zijn. Ik heb hier vragen bij want ik mis de onderbouwing van enkele belangrijke aannames / gegevens. In hoofdlijnen wordt er gesteld dat de vermeden stikstofuitstoot van het bedrijf De Wit (gasverbruik kantoor en transportbewegingen) overeenkomt met de bouw en bewoning van de projectlocatie. Ik durf dat te betwijfelen. Ik zou daarom graag een onderbouwing zien van het aantal vervoersbewegingen van het voormalige bedrijf De Wit en een onderbouwing van het gasgebruik van het kantoor van de Wit. Wat mij ook verbaast is dat men doet alsof deze vervoersbewegingen nu niet meer worden gemaakt. Dat is niet zo. De Wit is verhuisd en maakt de vervoersbewegingen elders en stoot daar gewoon de stikstof uit. De totale stikstofuitstoot van de Wit is niet verminderd.
In de berekening worden draaiuren opgenomen voor de machines en hijskranen die tijdens de bouwfase worden gebruikt. Ook deze getallen zijn voor mij niet helder onderbouwd. Ik mis referenties. Aan de andere kant wordt aangegeven dat op de projectlocatie huizen worden gebouwd die gasloos zullen zijn. Ik heb dit echter niet als verplichting in de ter inzage gelegde stukken teruggelezen. Ik ben van mening dat het niet zo kan zijn dat in de berekening van de stikstofuitstoot gasloze huizen worden meegenomen en dat dit dan bij de uitvoering van het project geen verplichting meer is. Graag hier een nadere toelichting op.
De voorgenomen funderings methodiek.
De voorgenomen funderings methodiek (heien) is potentieel schadelijk voor de oude bebouwing aan de Stationsweg. Al de woningen aan de Stationsweg staan “op staal” qua fundering en niet op palen. Dit met uitzondering van de woningen aan de zuidzijde Stationsweg nummers Deze zijn gebouwd in 1973, daar is toen een poging gedaan om palen van c.a. 4 meter er in te slaan welke toen bij c.a. 2,5 m op stuik stonden. (Tijdens dit heien stonden de kopjes in de servieskast te rammelen.)
Ons inziens dient dit te gebeuren d.m.v. schroefpalen zoals dat ook is gebeurd in het bouwplan van de Klaproos aan de Stationsweg een aantal jaren terug inmiddels. Dit is toegezegd door de project ontwikkelaar, maar zien we nu niet meer terug in de vergunning. Ramen en dakkapellen aan Stationsweg kant Er zouden volgens de project ontwikkelaar geen ramen en dakkapellen geplaatst worden op de Ie en 2e verdiepingen van de huizen grenzend aan de Stationsweg voor de blokken IB, 2, 3 en 4. Dat zien we nu helaas toch wel. We willen daarnaast vastgelegd hebben dat er nu en in de toekomst aan die zijde geen ramen en dakkapellen mogen worden geplaatst (dus vastgelegd in de vergunning).
Met vriendelijke groet,
1
Aan de Gemeenteraad van Hillegom Postbus 32 2180 AA Hillegom