CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

C05 Holland Rijnland, Zienswijze ontwerpbegroting 2025.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken15.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

uitgevallen zijn. Het RBL werkt hierbij nauw samen met scholen, hulpverlening, gemeenten en andere ketenpartners. Het RBL heeft daarbij ook een belangrijke signalerende rol, bijvoorbeeld als het gaat om de samenwerking tussen onderwijs en (jeugd)hulpverlening en het tot stand brengen van een dekkend onderwijs-zorgcontinuüm in de regio. Daarnaast speelt het RBL een coördinerende rol bij het regionale VSV-programma (voortijdig school verlaten). Hierin werken scholen, gemeenten en RBL samen om gericht en effectief acties te ondernemen om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Het RBL voert bovendien het fondsenbeheer over de gemeentelijke VSV-projecten. In recente jaarverslagen en het beleidsplan 2022-2025 vindt u meer gedetailleerde informatie over de aanpak van het RBL en de hiermee geboekte resultaten. Wat speelt er in 2025? Primair en Voortgezet Onderwijs Scholen, jeugdhulporganisaties, gemeenten, eigenlijk het hele sociale domein voelt de opgave om onze jeugd een goede toekomst te bieden. Deze opgave is uitdagend. Steeds meer kinderen kampen met problemen en de complexiteit van de problematiek loopt op. Ook het RBL Holland Rijnland wordt in toenemende mate op de proef gesteld. Gezien het toenemend aantal kinderen dat kort of langdurig niet naar school gaat, nam het aantal cases en daarmee de werkdruk bij het RBL sterk toe.

De formatie is al langere tijd niet meer conform de formatierichtlijn voor leerplichtorganisaties. Daarmee vinden de commissie Maatschappij en het Dagelijks Bestuur het noodzakelijk de formatie van het RBL in 2025 te laten groeien. Dat vertaalt zich in een structurele extra bijdrage van € 307.317, cf. kaderbrief. Deze wordt verdeeld over deelnemende gemeenten aan het RBL volgens de gangbare verdeelsleutel. Middelbaar Beroepsonderwijs en voortijdig schoolverlaters In het najaar van 2025 zal naar verwachting de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ in werking treden. Met deze wet wordt de doelgroep van het RBL uitgebreid met 2327 jarigen. Het RBL benadert ook deze jongeren om hen te begeleiden in hun ontwikkeling. Om deze doelgroep te kunnen bedienen, groeit het RBL in formatie. Deze groei wordt volledig gefinancierd vanuit de Doorstroompunt-subsidie vanuit het Rijk, die in lijn met de wetswijziging wordt opgehoogd. Het nieuwe subsidiebedrag is op het moment van schrijven nog niet bekend. Gemeentelijke VSV projecten Conform afspraak worden de gemeentelijke middelen ter voorkoming van voortijdig schoolverlaten (€ 200.000) niet langer als een subsidie (baten) geboekt, maar lopen ze via de reguliere bijdrage van gemeenten (saldo), cf. kaderbrief.

Pagina 28 van 59

3.2

Woonurgenties

Wat willen we bereiken? We zorgen voor een effectieve en efficiënte uitvoering van de taken rondom urgentieaanvragen voor sociale huurwoningen: Wat gaan we daarvoor doen? • We faciliteren een onafhankelijke regionale urgentiecommissie met kennis van zaken; • We voeren het secretariaat van deze regionale urgentiecommissie en bereiden besluitvorming voor; • We voeren het verweer in bezwaar- en beroepsprocedures bij de rechtbank en de Raad van State; • Ook zorgen we voor de regionale behandeling van bezwaren omtrent woonruimteverdeling door de verschillende bezwaarschriftencommissies.

Wat speelt er in 2025? Indien dat juridisch en praktisch mogelijk blijkt, willen we in 2025 een proef starten met ‘ambtelijk horen’ in bezwaarprocedures. Ambtelijk horen kan zowel voor de bezwaarmaker als voor het bestuursorgaan voordelen met zich meebrengen, doordat bezwaarmaker snel en efficiënt te woord wordt gestaan.

3.3

Regiotaxi

Wat willen we bereiken? We zorgen ervoor dat alle inwoners van onze regio veilig en plezierig van A naar B kunnen reizen als de auto of het OV voor hen geen optie of wens is. We zorgen hiervoor middels stevig contractbeheer met vervoerder(s) voor een kwalitatief hoogstaand systeem van Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem (Regiotaxi). Wat gaan we daarvoor doen? Wij zijn verantwoordelijk voor de aanbesteding en het contractbeheer met de vervoerder van de Regiotaxi. Wij zien erop toe dat de uitvoering conform het bestek geschiedt. Zo monitoren we de tijdigheid van het vervoer, de klantbeleving (middels een continu klanttevredenheidsonderzoek), het aantal klachten en de afhandeling hiervan, het vervoersvolume, et cetera. We staan voortdurend in contact met individuele gemeenten, vervoerder, belangenorganisaties en reizigers en dragen zorg voor een zorgvuldige en tijdige communicatie met al deze partijen. Wat speelt er in 2025? Voor 2025 zijn geen bijzonderheden voorzien.

Pagina 29 van 59

3.4 Wat mag het kosten? De begroting 2025 is geïndexeerd conform de percentages zoals opgenomen in de Kaderbrief 2025. Daarnaast nemen de kosten van de werkorganisatie vanaf 2025 met € 307.000 toe vanwege de formatieuitbreiding voor regionaal bureau leerrecht. Samen met het onderbrengen van de VSV-bijdrage van gemeenten in de gemeentelijke bijdrage (onder gelijke verhoging van onderdeel algemene dekkingsmiddelen) zijn dit de voornaamste redenen van een hogere saldo ná mutaties reserves t.o.v. het saldo 2024.

Tabel 3.1 Ontwikkeling begroting Programma Regionale Uitvoering

Een onderverdeling naar de lasten en baten van de producten van het programma is hieronder opgenomen.

Tabel 3.2 Ontwikkeling begroting Programma Regionale Uitvoering onderverdeeld naar product

Pagina 30 van 59

4. Algemene dekkingsmiddelen en overhead 4.1

Algemene dekkingsmiddelen

De middelen die Holland Rijnland ontvangt van de deelnemende gemeenten, zijn opgenomen in het product Algemene Dekkingsmiddelen. De verhoging van de bijdrage wordt bepaald door de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstellingen Gemeenschappelijke Regelingen. Aanvullend is de afzonderlijke VSV-bijdrage van gemeenten vervallen maar opgenomen in de reguliere gemeentelijke bijdrage. Dit geeft t.o.v. 2024 hogere baten bij Algemene dekkingsmiddelen. Gelijktijdig nemen de baten voor VSV bij het programma Regionale Uitvoering af.

Tabel 4.1: Ontwikkeling product Algemene Dekkingsmiddelen

4.2

Overhead

De overhead wordt, conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel personele als materiële kosten. Waar het om personeel gaat, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • •

Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch); Control, financieel advies;

Pagina 31 van 59

• • • • •

Informatie- en beveiligingsbeleid; Interne en externe communicatie; Bestuurszaken en bestuursondersteuning; Documentatie en informatieverstrekking (DIV); Managementondersteuning voor het primair proces.

Voor de begroting 2025 kiest Holland Rijnland ervoor leidinggevenden geheel tot overhead te rekenen. In december 2023 is de nieuwe BBV-notitie “Overhead” gepubliceerd. Per begrotingsjaar 2026 moeten gemeenschappelijke regelingen het deel van de tijd dat leidinggevenden inhoudelijke taken vervullen toerekenen aan het primaire proces. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. Naast personele kosten rekenen we ook materiële kosten tot de overhead. Dit betreft onder andere: • • • • •

De kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; De verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; ICT-licenties; Communicatiekosten; Juridische en organisatieadvies kosten.

Tabel 4.2: Ontwikkeling begroting overhead

4.3

Vennootschapsbelasting

Sinds 1 januari 2016 zijn overheidslichamen onderworpen aan de vennootschapsbelastingplicht voor zover zij een onderneming drijven. Holland Rijnland voert geen enkel activiteit als ondernemer uit met uitzondering van de activiteit 'Regiotaxi'. Voor deze activiteit doet Holland Rijnland een beroep op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Dit maakt dat Holland

Pagina 32 van 59

Rijnland niet vennootschapsplichtig is en er vennootschapsbelasting in de begroting is opgenomen.

4.4

geen

bedrag

voor

Onvoorzien

In de begroting is geen post opgenomen voor onvoorziene zaken. Als deze zich voordoen na de Turap van het lopend jaar komen de kosten van een dergelijke ontwikkeling zichtbaar in de jaarrekening.

Pagina 33 van 59

5. Paragrafen 5.1

Lokale heffingen

Voor één van de uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. De onkosten voor het programma 'Vernieuwing huisvestingsverordening en uitvoering urgentie' worden vooral gedekt uit de reguliere bijdrage van alle deelnemende gemeenten.

5.2

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

De deelnemende gemeenten zijn, op grond van de gemeenschappelijke regeling, gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit houdt in dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft aan te houden (zie kader). Omdat het samenwerkingsorgaan niet beschikt over vreemd vermogen, is Holland Rijnland niet gevoelig voor fluctuaties in rentepercentages. Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft bij het opstellen van deze begroting €11.000 ter beschikking als algemene reserve die eventueel kan worden ingezet wanneer risico's zich voordoen. Holland Rijnland informeert de deelnemende gemeenten driemaal per jaar over het verloop van de begroting door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het DB het AB over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie zijn gemeenten in staat om voldoende voorzieningen te treffen in de eigen begroting. De eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Om die reden is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden.

Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Risico’s Onder risico's verstaan we alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa leiden en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie. Jaarlijks inventariseert Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn. In deze inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet.

Pagina 34 van 59

De mate van risico bepalen we door de kans te vermenigvuldigen met de impact, beide op een schaal van 1 tot 5. De score in de mate van risico onderscheiden we laag (18), midden (9-16) en hoog (17-25).

1

2

3

4

5

Omschrijving risico Kans Impact Score Beheersmaatregel Geraamde impact Verslechterende financiële 4 5 20 Wanneer bezuinigingen Geen, echter positie deelnemende nodig blijken zal de impact 2026 gemeenten per 2026 leidt tot 80% organisatie een gesprek onzeker heroverweging bijdrage aan starten over welke taken verbonden partijen de organisatie wel en niet uitvoert Structurele 5 4 20 1: Holland Rijnland gaat € 150.000 subsidieverstrekkers houden in gesprek met de subsidiebijdragen op een 100% subsidieverstrekkers. vast prijspeil. Holland Rijnland 2: Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid bepaalt welke activiteiten werkzaamheden uitvoeren buiten de taken vallen en ment minder middelen. Op voert deze niet meer termijn is dit niet houdbaar uit.

Toegekende indexatie vanuit 3 4 12 Holland Rijnland vangt Impact afhankelijk deelnemende gemeenten prijsstijgingen op binnen van inflatie 2025 loopt achter op de stijging van 60% de eigen begroting Minimaal €0 de kosten Maximaal € 150.000 De baten van Holland 5 3 15 Holland Rijnland vangt € 100.000 Rijnland vanuit de eventuele extra gemeentelijke bijdragen 100% werkzaamheden op worden niet gecorrigeerd voor binnen de eigen de groei van het aantal begroting inwoners in de regio, waardoor Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt In 2025 gaan we naar 3 4 12 De inzet voor de RIA Afhankelijk van de verwachting echt van start vangt Holland Rijnland fasering en met de Regionale 60% op binnen de rolverdeling Investeringsagenda. Dit formatie. Mocht aan uitvoering RIA. vraagt om capaciteit van Holland Rijnland worden gemeenten en van Holland gevraagd om projecten Rijnland. namens gemeenten te trekken, dan zal bekeken worden of dit leidt tot een extra capaciteitsvraag in 2025. In 2024 maken we een ronde langs de gemeentesecretarissen om de beschikbare capaciteit voor de RIA in kaart te brengen.

Pagina 35 van 59

6

Huisvesting asielzoekers. Tot en met april 2024 ontvangt Holland Rijnland middelen van de provincie om deze taak uit te voeren.

3

3

7

Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Dit brengt extra werkzaamheden met zich mee, waarvoor nog geen dekking is.

3

3

Pagina 36 van 59

De provincie heeft tot en Maximaal € 50.000 met april 2024 middelen per jaar 60% hiervoor verstrekt. Deze financiering loopt vooruit op de te verwachten structurele financiering door het ministerie van J&V met oog op de spreidingswet. Op het moment van schrijven van deze begroting is nog niet duidelijk hoe de financiering vanuit rijk of provincie er vanaf mei 2024 e.v. uit zal zien. De verwachting is dat hier in de loop van 2024 meer duidelijkheid over komt. Middelenzijn randvoorwaardelijk om deze taak uit te kunnen (blijven) voeren. 9 Op het moment van € 100.000 schrijven van deze 60% begroting vinden gesprekken plaats met de deelnemers aan de Versnellingstafel over hun financiële bijdrage. Het Rijk, de provincie en Holland Rijnland Wonen hebben al toegezegd een financiële bijdrage te leveren. Van de andere partijen, zoals IVBN, Bouwend Nederland, Hoogheemraadschap. Omgevingsdienst en Dunea, komt binnenkort meer duidelijkheid. Holland Rijnland zal ook een bijdrage leveren vanuit de reeds begrote middelen. De verwachting is dat de financiering van de versnellingstafel daarmee rondkomt. 9

8

Door krapte op de arbeidsmarkt vullen we bepaalde posities binnen de organisatie lastig in. De organisatie lost dit op met externe inhuur wat een grotere druk legt op de begroting

4

3

Geen directe beheersmaatregel. 80% Holland Rijnland blijft streven naar reguliere invulling van vacatures

9

Er is niet voorzien in financiële dekking teneinde te voldoen aan zwaardere privacywetgeving (AVG en WPG)

5

2

10

12

€ 50.000

Wanneer de AVG op De kosten voor orde is en in lijn met wet- inzet AVG 100% en regelgeving belegt bedragen naar Holland Rijnland het verwachting beheersen van de AVG € 40.000 in 2025 structureel binnen de huidige formatie

Tabel 5.1: Risicotabel Risico’s die zich in 2025 voordoen probeert Holland Rijnland aanvankelijk op te vangen in de eigen begroting. Gezien de reeds eerder besproken uitdaging voor de organisatie om de huidige taken binnen de begroting uit te voeren, is de verwachting dat wanneer een risico intreedt dit kan leiden tot een negatief resultaat. De geïnventariseerde risico’s tellen op tot maximaal € 640.000, wanneer we de kans dat het risico zich voordoet in ogenschouw nemen vertegenwoordigen de risico’s een waarde van € 510.000. Artikel 11 van het BBV bepaalt dat het aan de provincies en gemeenten zelf is een beleidslijn te formuleren over de in de organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit. In de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland is ervoor gekozen dat de deelnemende gemeenten er zorg voor dragen dat de organisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. De Algemene Reserve van Holland Rijnland bedraagt afgerond € 11.000 en is daarmee niet toereikend om een eventueel negatief rekeningsaldo op te vangen. Een eventueel negatief resultaat brengt Holland Rijnland in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland.

Voor deelnemende gemeenten is het zodoende raadzaam in hun eigen risicoparagraaf deze garantstelling op te nemen.

Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat enkele kengetallen in de begroting worden opgenomen die helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel.

Pagina 37 van 59

Tabel 5.2: Financiële kengetallen Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De quote is negatief. Dit betekent dat de eigen middelen hoger zijn dan de schuldenlast. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen: Holland Rijnland leent geen gelden uit. Derhalve is deze schuldquote gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het getal geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en de schulden. Holland Rijnland heeft slechts een beperkte algemene reserve en bestemmingsreserves. Vandaar dat dit getal zeer laag is. Structurele exploitatieruimte: Holland Rijnland wordt grotendeels bekostigd uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en structurele subsidies van de provincie Zuid Holland. De omvang van deze middelen beschouwt Holland Rijnland als taakstellend wat maakt dat de structurele baten en lasten exact in evenwicht zijn, een enkele incidentele inzet vanuit een bestemmingsreserve daargelaten. Met een structurele begrqotingssaldo van 0 bedraagt de ratio voor de structurele exploitatieruimte dan ook 0%.

Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet.

Tabel 5.3: Normering financiële indicatoren

5.3

Financiering

De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht. Bij de Pagina 38 van 59

vaststelling van de jaarrekening wordt tevens de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Zo spoedig mogelijk daarna vindt er een verrekening plaats met de gemeenten. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgesluisd naar de betreffende instanties.

Kasgeld Tijdelijke overschotten worden in verband met het Schatkistbankieren (zie kader) uitgezet bij de Schatkist. Dit gebeurt in daggeld of in deposito’s. Tijdelijke tekorten komen sporadisch voor en zijn slechts van korte duur. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van de kredietlimiet (rood staan) van de BNG-bank.

Leningenportefeuille Het samenwerkingsverband beschikt niet over een leningenportefeuille.

In- en externe ontwikkelingen Er zijn geen in- of externe ontwikkelingen die invloed hebben op de treasuryfunctie, de treasury-organisatie, het risicoprofiel, de financiële posities, de vermogenswaarden of de geldstromen. Deze worden ook niet verwacht.

Risicobeheer Treasury dient uitsluitend de publieke taak en het beheer van de uitzettingen gebeurt zorgvuldig. Er wordt ruim voldaan aan de kasgeldlimiet. Er zijn geen geldleningen en kasgeldoverschotten worden tijdelijk uitgezet bij de Schatkist.

Renterisico’s Het renterisico is gering vanwege de zeer beperkte financieringsbehoeften en het zorgvuldig wegzetten van overtollige kasgeldmiddelen in de Schatkist. Voor Holland Rijnland is de renterisiconorm bepaald op € 2.500.000. Holland Rijnland gaat geen vaste geldleningen aan. Het samenwerkingsorgaan voldoet dan ook aan de renterisiconorm.

Financieringsrisico’s Er zijn geen financieringsrisico's omdat de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van het samenwerkingsorgaan en zich hebben verplicht tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen.

Kasgeldlimiet Het samenwerkingsorgaan bleef gedurende vele jaren steeds binnen de kasgeldlimiet. Dit is voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is, dat dit ook voor de komende jaren blijft gelden. Voor 2025 bedraagt de kasgeldlimiet € 856.931.

Meerjarenprognose Op basis van de meerjarenbegroting is de inschatting dat Holland Rijnland ook de komende jaren geen geldleningen hoeft aan te gaan. Een renterisico vaste schuld is dan ook niet aanwezig.

Pagina 39 van 59

5.4

Bedrijfsvoering

Organisatie Holland Rijnland De ambtelijke organisatie van Holland Rijnland staat onder leiding van de secretarisdirecteur. De taken van de organisatie zijn ondergebracht in twee programma’s, tevens afdelingen: Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht.

Figuur 5.4 Organogram Holland Rijnland Secretaris-directeur De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers. Strategie & Beleid In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telt 13,5 FTE.

Pagina 40 van 59

Regionale Uitvoering De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telt 30,9 FTE.

Bedrijfsvoering De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevat communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk- en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Holland Rijnland gaat het hierbij om de: • • • • •

Financiële administratie; ICT; HRM; Juridische zaken; Inkoop/aanbesteding.

De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestaat uit 13,7 FTE. Daarvan zijn 3 FTE de managers Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering en Bedrijfsvoering die met de begroting 2025, conform BBV, tot overhead worden gerekend. Formatie Holland Rijnland Tabel 5.5 laat de totale formatie voor Holland Rijnland zien. In 2023 zien we een lagere bezetting op Strategie & Beleid en Bedrijfsvoering doordat het lastig bleek bepaalde posities te bezetten. Op bepaalde sleutelposities kiest Holland Rijnland ervoor deze posities tijdelijk in te vullen met externe inhuurkrachten. Ook zien we dat het Regionaal Bureau Leerrecht een hogere bezetting realiseert dan aan formatieruimte beschikbaar was. Met de extra bijdrage RBL brengen we de formatie meer in lijn met de richtlijn voor leerplichtorganisaties.

Pagina 41 van 59

Formatie per afdeling in FTE Regionale Uitvoering

Formatie Realisatie Formatie 2023 2023 2024

Formatie 2025

28,0

28,9

28,0

30,9

Regionaal Bureau Leerrecht

24,7

25,6

24,7

27,7

Woonurgenties

2,4

2,4

2,4

2,4

Regiotaxi

0,8

0,8

0,8

0,8

Strategie en beleid

13,5

11,7

13,5

13,5

Bedrijfsvoering (inclusief management)

14,9

13,0

14,9

14,9

Totaal Holland Rijnland

56,4

53,7

56,4

59,3

Tabel 5.5 Formatie Holland Rijnland Kostenverdeling overhead De overhead bestaat uit materiële en personele overheadlasten. De programma’s Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering doen in verschillende mate een beroep op de personele inzet van de afdeling Bedrijfsvoering. In de toerekening van de overheadkosten kiest Holland Rijnland er daarom voor een weging aan te brengen in de kostentoerekening van de personele inzet. De personele overheadlasten worden voor 80% doorbelast aan de afdeling Strategie & Beleid en voor 20% doorbelast aan Regionale Uitvoering. De materiële overheadlasten rekenen we aan de verschillende programma’s toe op basis van het aantal werkplekken. Deze overheadlasten worden voor 41% doorbelast aan de afdeling Strategie & Beleid en voor 59% doorbelast aan Regionale Uitvoering.

Tabel 5.6 kostenverdeling overhead per programma Beleidsindicatoren Voor de bedrijfsvoering stelt Holland Rijnland, mede op instigatie van de nieuwe BBV, een aantal indicatoren op. Hieronder een weergave voor 2025:

Tabel 5.7: Beleidsindicatoren

Pagina 42 van 59

Indexatie Voor het jaar 2025 vindt een indexatie plaats van de gemeentelijke bijdrage. We gaan uit van het voorstel van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (WFGR) waarin de werkgroep voor 2025 een indexatie adviseert van gemiddeld 11,1% voor loonkosten (inclusief de loonkosten van de dienstverleningsovereenkomst met Servicepunt71), en 3,7% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor de gemeentelijke bijdrage 2025 is 7,56%. Anders dan de gemeentelijke bijdrage worden de overige baten (zoals bijvoorbeeld subsidies) niet geïndexeerd of komen te vervallen. Dit resulteert in een begrootte indexatie van de baten van 3,35% voor 2025.

Index

wegingsfactor

Beloning werknemers Netto materieel Overige (niet geïndexeerd) Benodigde indexatie Bijdrage gemeenten Overige baten Begrootte indexatie Tabel 5.8: Index

5.5

indexatie 2025

53%

111,1

47% 0% 100% 70% 30% 100%

103,7 0 107,56 107,56 93,67 103,35

Wet open overheid

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) officieel ingegaan en (gedeeltelijk) in werking getreden. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid. Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken. Naast deze actieve informatieverstrekking, veranderen er ook zaken rond informatieverzoeken. Wob-verzoeken heten voortaan Woo-verzoeken. De termijn voor afhandeling van een Woo-verzoek blijft vier weken, maar kan bij een omvangrijk of complex verzoek met maximaal twee weken worden verlengd (in plaats van vier weken onder de Wob). Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Deze helpt bij de beantwoording van vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie door burgers en journalisten. Pagina 43 van 59

5.6

Wet gemeenschappelijke regelingen

In juni 2022 is het Algemeen Bestuur middels een beknopt memo geïnformeerd over de effecten van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. De gewijzigde Wgr versterkt de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen, door meer handen en voeten te geven aan de kaderstellende en controlerende rol van gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Deze wetswijziging leidt tot een aanpassing van onze regeling. De oude gemeenschappelijke regeling van Holland Rijnland is voor het laatst geactualiseerd in 2018. We hebben gezien dat bepaalde artikelen niet meer aansloten op de basistaken van de organisatie. Door een aantal artikelen anders te formuleren, maakten we de regeling toekomstbestendiger. Zo bracht Holland Rijnland de gemeenschappelijke regeling niet alleen in lijn met de Wgr, maar bracht tevens verheldering aan in de beschrijving van taken en bevoegdheden die bij Holland Rijnland zijn belegd. Daarmee is de regeling niet enkel in overstemming met de huidige wet- en regelgeving, maar ook toereikend voor de basistaken en eventuele extra taken die mogelijk voortvloeien uit de Regionale Investeringsagenda.

Pagina 44 van 59

6. Financiële begroting 6.1 Meerjarenbegroting 2025 – 2028

De begroting in meerjarenperspectief is volledig in evenwicht. De geraamde lasten met een omvang van € 10,4 mln worden volledig bekostigd uit de bijdrage van de deelnemende gemeenten (± 73%) en subsidies van rijk en provincies, aanvullende bijdragen gemeenten of leges woonurgenties (± 27%).

6.2 Overzicht incidentele baten en lasten Het overzicht incidentele baten en lasten stelt het Algemeen Bestuur en de provincie in haar rol als financieel toezichthouder in staat te bepalen in hoeverre de begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht zijn. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele ↵ baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig, realistisch en haalbaar zijn. Hierbij spelen o.a.

Pagina 45 van 59

een rol in hoeverre loon- en prijsstijgingen zijn verwerkt, de verhouding van het weerstandsvermogen en risico's en onderzoek van de jaarrekening. De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt: Saldo van de lasten en baten ná mutaties reserves Af: incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen/overhead Uitkomst: totaal v/d structurele lasten en baten v/d programma's en alg. dekkingsmiddelen/overhead Bij: structurele verrekeningen met de reserves Definitieve uitkomst: structureel saldo begroting en meerjarenraming Op basis van onderstaand overzicht tonen we aan dat de meerjarenraming 20252028, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. In cijfermatige zin is hiervan sprake als het structurele begrotingssaldo kleiner is dan € 0 (de baten geven we immers weer met een minteken).

De begroting heeft in alle jaarschijven een structureel evenwicht. In dit verband zijn de gesubsidieerde activiteiten als Regionale Energiestrategie, Mobiliteitsbevordering en de Regiotaxi vermeldingswaardig. De baten en lasten hiervan zijn structureel in de begroting opgenomen in de veronderstelling dat de achterliggende tijdelijke subsidieregeling c.q. subsidiebeschikking een permanent karakter heeft. In de situatie dat de subsidieregeling wordt beëindigd, worden de activiteiten en de hiermee gepaard gaande kosten navenant neerwaarts bijgesteld om het structureel begrotingsevenwicht te kunnen blijven te garanderen. De incidentele baten en lasten en de incidentele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves worden in onderstaande tabel 'Incidentele baten en lasten per programma' gespecificeerd. De meerjarenraming omvat geen structurele verrekeningen met reserves, ook omdat de verrekening van de activiteit Cofinanciering met de reserve Cofinanciering geen saldo heeft vanwege gelijke omvang van de toevoeging (bijdrage) en onttrekking (lasten).

Pagina 46 van 59

De projecten waaraan we cofinanciering hebben verleend, lopen tot en met 2025. In afwachting op de evaluatie van het cofinancieringsfonds beschouwen we de lasten van deze projecten (€ 30.000) als incidenteel en vangen we deze op middels de onttrekking uit de reserve Cofinanciering. De specifiek inzet voor de Leidse VSV heeft een tijdelijk karakter en loopt, net als de subsidie van gemeente Leiden op 2025 af. De geraamde incidentele lasten zijn iets hoger dan de incidentele subsidiebijdrage waarmee dit in 2025 een (beperkt) positief effect op het structureel begrotingsevenwicht geeft.

Pagina 47 van 59

6.3 Geprognosticeerde balans

De balansomvang bevat, onder overlopende passiva, voornamelijk de te besteden middelen van het Regionale Investeringsfonds (RIF) met een omvang van € 29,5 mln. In 2024 hebben gemeenten hun laatste bijdrage gedaan en daarmee over de hele looptijd € 180 mln ingebracht. De nog te besteden middelen betreffen vooral middelen voor het Programma Ontsluiting Greenport Duin- en Bollenstreek. Deze zullen de komende jaren richting het einde van de looptijd van het RIF, 2027, tot besteding

Pagina 48 van 59

komen. De fasering van deze bestedingen is nog enigszins ongewis. Vooralsnog hebben we de omvang voor ieder jaarschijf gelijk gehouden. 6.4 Ontwikkeling reserves Holland Rijnland heeft een beperkt aantal reserves. Onderstaande tabel geeft van deze reserves de functie weer.

Reserve Functie reserve Algemene reserve Bufferfunctie RBL, Cofinanciering, Bestedingsfunctie Onderwijsarbeidsmarktbeleid, Regionale Energie Strategie, Budgetoverheveling

Doel van de reserve Afdekken van algemene risico’s Spaarpot voor het doen van uitgaven met een bepaald doel

N.v.t.

Egalisatiefunctie

N.v.t.

Inkomensfunctie

N.v.t.

Financieringsfunctie

Opvangen van grote schommelingen in inkomsten en/of uitgaven Dekken van structurele lasten in de begroting Dekken van investeringen

Vertrekpunt voor het weergeven van de meerjarige ontwikkeling van de reserves is de balanspositie begin 2024. Deze vloeit voort uit de (concept)jaarrekening 2023. Hierop worden de reservemutaties in de meerjarenraming toegepast. Dit maakt dat de ontwikkeling van reserves er volgt uit ziet:

Aanvullend merken we over de ontwikkeling van reserves op dat de besluitvorming over de resultaatbestemming van de jaarrekening 2023 (eind juni 2024) waarschijnlijk tot wijzigingen in de omvang van reserves leidt. Daarnaast zal de reserve regionale energiestrategie zijn volledige bestemming krijgen na verwerking van het Energieprogramma.

Pagina 49 van 59

6.5 Overzicht baten en lasten per taakveld

Pagina 50 van 59

7. Besluit

Pagina 51 van 59

8. Bijlagen Bijlage 1: mogelijkheden en gevolgen bezuiniging op gemeentelijke bijdragen aan Holland Rijnland

Inleiding: In de brief van 1 november 2023 vraagt de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (Hierna: Werkgroep FKGR) aandacht voor de financiële situatie bij de deelnemende gemeenten, vooruitkijkend naar het “Ravijnjaar 2026” (bijlage 01). Specifiek vraagt de werkgroep aan Holland Rijnland om een notitie bij de begroting 2025 waarin Holland Rijnland scenario’s schetst om aan te geven hoe bezuiniging op gemeentelijke bijdrage mogelijk is. Kernboodschap: Holland Rijnland kan geen bezuinigingen realiseren door verdere verhoging van efficiency. Daarnaast is Holland Rijnland gestart met een inventarisatie om te komen tot een “menukaart” waarin we expliciet maken tot welke besparingen het niet meer uitvoeren van verschillende taken leidt. De menukaart maakt inzichtelijk hoe we verwachten een aanpassing in taken door kan werken in de meerjarenbegroting. De menukaart verwachten we te bespreken bij de behandeling van de begroting tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur op 28 juni 2024.

Toelichting: Drie ontwikkelingen zorgen ervoor dat Holland Rijnland een uitdaging heeft om haar taken binnen de structurele begroting uit te voeren: (1) De financiële kaderstelling, (2) Holland Rijnland krijgt niet alle werkzaamheden en taken die ze uitvoeren vergoed en (3) de ontwikkelingen van de begroting per programma in relatie tot de (behoudens inflatiecorrectie) gelijkblijvende begroting voor bedrijfsvoering. Uitgangspunten financiële kaderstelling Met de huidige financiële uitgangspunten ziet Holland Rijnland een drietal uitwerkingen van de huidige systematiek die zorgen dat de bijdragen niet (tijdig) meegroeien met de ontwikkelingen van het prijspeil en inwoneraantal. Gevolg hiervan is dat de regionale taken van Holland Rijnland ieder jaar relatief met steeds minder financiële middelen moet worden uitgevoerd. Dit is eerder ook gesignaleerd door de Provincie Zuid-Holland (bijlage 02). Tot nu toe is het mogelijk geweest deze ontwikkeling binnen Holland Rijnland op te vangen zonder versobering van de dienstverlening. De grenzen van deze mogelijkheden komen echter in zicht. •

In de huidige systematiek ontvangen gemeenschappelijke regelingen – anders dan gemeenten die lopende het jaar uit het Gemeentefonds worden gecompenseerd – de prijscompensatie in het jaar volgend op het jaar waarin de prijsstijging is opgetreden. Daarmee loopt de loon- en prijscompensatie volgens de Kaderbrief jaarlijks achter op de werkelijkheid. Vooral bij een hoge

Pagina 52 van 59

•

•

inflatie, zoals de afgelopen tijd, leidt dit tot mogelijke tekorten in de jaarrekening wanneer gemeenschappelijke regelingen dezelfde activiteiten blijven uitvoeren. In de begroting 2025 zal Holland Rijnland conform wens van de FKGR een berekening opnemen van de prijsontwikkeling van de materiële kosten en de loonkosten in de periode 2022 t/m 2025; De baten van Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio. Met dezelfde omvang van beschikbare middelen moeten steeds meer inwoners, bedrijven en doelgroepen worden bediend. Dit effect is met name van toepassing op de uitvoerende taken: Regionaal Bureau Leerrecht, Regiotaxi en Woonurgenties; Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen al jaren op een vast prijspeil, m.a.w. subsidiebijdragen worden niet geïndexeerd. Dit maakt dat uitvoering van gesubsidieerde taken ieder jaar met minder financiële middelen wordt uitgevoerd. Dit is op lange termijn niet meer te handhaven. De ‘structurele’ subsidieverstrekkers zullen we benaderen om afspraken te maken over indexering.

Extra taken worden niet gevolgd door extra middelen De afgelopen jaren hebben we gezien dat Holland Rijnland taken op zich heeft genomen zonder dat daarvoor (direct) middelen beschikbaar zijn gekomen, met name op het gebied van Maatschappij (coördinatie opvang asielzoekers, Versnellingstafel Woningbouw). Dat zet druk op de begroting van Holland Rijnland. Op moment van schrijven is Holland Rijnland bezig om de Gemeenschappelijke Regeling te actualiseren conform de vernieuwde Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen (Wgr).In deze actualisatie is Holland Rijnland voornemens de basistaken en verantwoordelijkheden opnieuw te formuleren. Naast basistaken nemen we de mogelijkheid tot additionele taken op in de nieuwe GR. Hiermee willen we de taken beter afbakenen; de basistaken kan Holland Rijnland uitvoeren vanuit baten van derden en de reguliere bijdrage van gemeenten. Additionele taken kan Holland Rijnland niet uitvoeren zonder de daarbij benodigde middelen. Ontwikkelingen Holland Rijnland 2025 in relatie tot de bedrijfsvoering: De overheadkosten en kosten voor de bedrijfsvoering van Holland Rijnland zijn in lijn met die van vergelijkbare organisaties. In 2015 heeft Holland Rijnland het organisatieplan #Kracht15 uitgevoerd waarmee – door kritisch te kijken naar de taken, de organisatie en de bedrijfsvoering – een besparing van 25% op de inwonerbijdrage is gerealiseerd.

Mede door dit programma voert Holland Rijnland momenteel een efficiënte bedrijfsvoering waarin verdere efficiencymaatregelen niet mogelijk zijn zonder aan noodzakelijke kwaliteit in te boeten. Met de vaststelling van de Kaderbrief 2025 en de voorgenomen vaststelling van de RIA in 2024 zien we de volgende ontwikkelingen per programma: •

Na vaststelling van de RIA vraagt Holland Rijnland de deelnemende gemeenten om een extra incidentele bijdrage voor de begroting 2025. De te verwachten extra baten komen terecht in het programma Strategie & Beleid;

Pagina 53 van 59

•

Met vaststelling van de Kaderbrief 2025 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met een verhoging van de bijdrage aan het Regionaal Bureau Leerrecht. De te verwachten extra baten komen terecht in het programma Regionale Uitvoering;

In de primaire begroting 2025 groeien de personele lasten voor bedrijfsvoering en overhead – naast de correctie voor de inflatie – niet mee met de groei van de begroting van de programma’s Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. Voor bedrijfsvoering zullen we geen extra baten opnemen in de begroting 2025 en extra werkzaamheden die voortvloeien uit de uitbreiding van Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering opvangen binnen de huidige begroting. Menukaart De eerdergenoemde menukaart voegen we als bijlage bij de definitieve begroting 2025. De menukaart beschrijft: • • • • •

Welke taak van Holland Rijnland het betreft; In hoeverre de taak op een andere wijze ingevuld kan worden; Welke structurele bezuiniging het opheffen van de taak Holland Rijnland oplevert; De maatschappelijke impact die het opheffen van de taak sorteert; De incidentele frictielasten die het opheffen van de taak oplevert.

Aanpak De ambtelijke organisatie inventariseert verschillende scenario’s die kunnen leiden tot een verlaging van de gemeentelijke bijdrage. Hiertoe zal de afdeling Financiën & Control een ronde maken langs de managers van de afdelingen Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. Uiteindelijk komen we tot verschillende scenario’s waarin we de mogelijkheden op een rij zetten. De mogelijkheden die de ambtelijke organisatie verkent betreffen onder andere: • • •

Verschillende vormen van opheffen van taken (van klein naar groot); Andere invulling van taken; Verschillende vormen van scenario’s die impact hebben op de schaalgrootte van de organisatie.

Frictiekosten Reorganisaties die moeten leiden tot structurele bezuinigingen gaan gepaard met (incidentele) frictiekosten. Voor de grootte van de impact maakt het veel uit waar we besparingen willen realiseren: •

Als we taken wegstrepen waar medewerkers in vaste dienst op zitten leidt dit tot outplacementkosten in de vorm van herplaatsing, omscholing of kosten voor een vaststellingsovereenkomst;

Pagina 54 van 59

• •

Wanneer we uitbesteed werk wegstrepen (adviesrapporten, verkenningen) kan dit leiden tot een vrij directe besparing in de kosten; Echter, wanneer Holland Rijnland minder taken en mensen bekostigt drukken de overheadlasten relatief zwaarder op de begroting.

Holland Rijnland gaat uit van de stelregel dat een structurele besparing van een euro een incidentele last van anderhalve euro oplevert.

Pagina 55 van 59

Bijlage 2: ontwikkeling loon- en materiële lasten 2022-2025

Inleiding: In de brief van 1 november 2023 vraagt de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (Hierna: Werkgroep FKGR) om inzage in de prijsontwikkeling van de materiële lasten en de lonen. Aanpak: Omdat de ontwikkeling van de prijzen voor 2025 nog niet bekend is hebben we ons beperkt tot de gerealiseerde prijsontwikkeling in de periode 2022-2024. Voor de ontwikkeling van de lonen in de periode 2022-2024 heeft Holland Rijnland gekeken naar de loonontwikkeling van de CAO gemeenten. Holland Rijnland valt onder de CAO SGO, dat qua loonontwikkeling gelijk loopt met de CAO gemeenten. Voor de ontwikkeling van de materiële lasten hebben we een “mandje” gemaakt dat bestaat uit verschillende producten die samen een representatief beeld geven van de prijsontwikkeling van materiële lasten: huur, servicekosten, schoonmaak, contract regiotaxi en IDA (voorheen Servicepunt71). In de materiële lasten hebben we inhuur niet meegenomen, aangezien deze lasten minder constant zijn wanneer we kijken naar een langere periode en deze zich dus niet laten vergelijken. Ontwikkeling loonkosten Hieronder hebben we de ontwikkeling van de lonen bij Holland Rijnland afgezet tegen de indexatie die de Werkgroep FKGR heeft bepaald op basis van de Macro Economische Verkenningen dis als basis dienen voor de circulaires. 2021 Toegepaste loonindexering FKGR: Kaderbrief 2021 d.d.

nov 2019 Kaderbrief 2022 d.d. nov 2020 Kaderbrief 2023 d.d. nov 2021 Kaderbrief 2024 d.d. nov 2022 Kaderbrief 2025 d.d. nov 2023 Totaal (conform MEV 2023 / kaderbrief 2025 FKGR )

2022

3,9 -2,0 -0,1

2023

2024

Totaal

1,8

1,3 1,8 1,7 2,6 7,4

2,0 0,8 0,7 3,5

3,9 2,4 6,3

19,0

Werkelijke loonstijging o.b.v. CAO gemeenten: (bron: specialist HRM Financiën gemeente Leiden)

2,0

2,9

6,2

5,2

16,3

Verschil Looncompensatie en werkelijke loonstijging

-0,2

4,5

-2,7

1,1

2,7

De oranje gearceerde cellen laten de correctie achteraf zien. Dat betekent dat Holland Rijnland voor deze periode niet in het jaar zelf is gecompenseerd maar de gevolgen van prijsontwikkeling in de eigen begroting heeft opgevangen. Af te lezen valt dat de lonen van Holland Rijnland in deze periode met 19,1% zijn gestegen. De gerealiseerde loonindexatie vanuit de kaders zoals gesteld door de Werkgroep FKGR bedraagt 19,0%. Daarmee is Holland Rijnland nagenoeg geheel gecompenseerd voor de loonstijging.

Pagina 56 van 59

Ontwikkeling materiële lasten Hieronder hebben we de ontwikkeling van de materiële lasten bij Holland Rijnland afgezet tegen de indexatie die de Werkgroep FKGR heeft bepaald op basis van de circulaires. 2021 Toegepaste prijsindexering FKGR: Kaderbrief 2021 d.d. nov 2019 Kaderbrief 2022 d.d. nov 2020 Kaderbrief 2023 d.d. nov 2021 Kaderbrief 2024 d.d. nov 2022 Kaderbrief 2025 d.d. nov 2023 Totaal (conform MEV 2023 / kaderbrief 2025 FKGR )

1,8 -0,3 0,6

2022

2023

2024

Totaal

2,1

1,5 0,4 2,2 1,0 5,1

1,5 4,4 0 5,9

2,4 1,1 3,5

16,6

Prijsontwikkeling significante kostensoorten Holland Rijnland: (bron: contracten hoofdleveranciers HR) volume (in €) Huur en servicekosten 220.000 Servicepunt71/IDA 930.000 Schoonmaak 40.000 Regiotaxi 250.000 Gewogen gemiddelde prijsstijging 1.440.000

1,1 11,2 0 1,0 7,6

14,7 2,5 0 3,5 4,5

14,5 2,4 0 13,7 6,1

0,2 6,5 0 3,4 4,8

23,0

Verschil prijsindexering FKGR en werkelijke prijsstijging

-5,5

0,6

-0,2

-1,3

-6,4

De oranje gearceerde cellen laten de correctie achteraf zien. Dat betekent dat Holland Rijnland voor deze periode niet in het jaar zelf is gecompenseerd maar de gevolgen van prijsontwikkeling in de eigen begroting heeft opgevangen. Af te lezen valt dat de materiële lasten van Holland Rijnland in deze periode met 23,0% zijn gestegen. De gerealiseerde indexatie voor de materiële lasten vanuit de kaders zoals gesteld door de Werkgroep FKGR bedraagt 16,6%. Daarmee heeft Holland Rijnland 6,4% van de (materiële) lastenstijging opgevangen in de eigen begroting.

Pagina 57 van 59

Bijlage 3: opgave van compensabele BTW voor gemeenten De dienstverlening van de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland is vrijgesteld van de heffing van BTW op grond van de BTW-koepelvrijstelling (samenwerkingsvrijstelling). Dit houdt in dat de dienstverlening aan de gemeenten niet met BTW worden belast, hetgeen tot gevolg heeft dat de BTW op onze kosten niet verrekend kan worden met de fiscus. Omdat een gemeenschappelijke regeling ook geen recht heeft op compensatie van BTW bij het BTW-compensatiefonds is de BTW op de kosten voor Holland Rijnland een kostenpost. Vanaf het eerste jaar zijn de lasten in de begroting van Holland Rijnland, en daarmee de grondslag voor de omvang van de gemeentelijke bijdrage, ook geraamd inclusief BTW. Hoewel de gemeentelijke bijdrage gebaseerd is op de lasten inclusief BTW, wordt de BTW op de kosten van de gemeenschappelijk regeling geen kostenpost voor de gemeenten. De wetgever vindt het namelijk ongewenst dat overheidstaken waarvan recht op compensatie van BTW bij het BTW-compensatiefonds bestaat, vanwege samenwerking in een gemeenschappelijke regeling worden benadeeld. Vanuit de zogeheten BTW-transparantiemethode kunnen we namelijk de BTW over de kosten doorschuiven naar de deelnemende gemeenten. De gemeenten kunnen de doorgeschoven BTW vervolgens compenseren bij het BTW-compensatiefonds.

Onderstaande tabel geeft de omvang van doorschuif-BTW van iedere gemeente weer. De deelnemende gemeente kan deze kosten meenemen in de opgave voor het BTWcompensatiefonds. Hieruit volgt een teruggave voor iedere gemeente.

Pagina 58 van 59

BTW-compensatie Leaderprogramma Het voorgaande geeft voor gemeenten de omvang van de te compenseren BTW in de kosten van Holland Rijnland weer. Buiten dit hebben gemeenten in een andere vorm ook te maken met een BTW-compensatiemogelijkheid uit BCF vanuit de taakuitoefening van Holland Rijnland. Dit betreft Leader, een Europese plattelandsontwikkelingsprogramma waarvan Holland Rijnland als rechtspersoon, adviseur en kassier fungeert. Vanuit het Leaderprogramma verstrekt Holland Rijnland subsidies aan gemeenten op basis van brutokosten (kosten inclusief kostprijsverhogende BTW). De Europese Unie vergoedt aan Holland Rijnland uitsluitend kosten op basis van kostprijs. De kostprijsverhogende BTW is niet subsidiabel. Dit had geen gevolgen voor de reguliere gemeentelijke bijdrage omdat gemeenten deze kostprijsverhogende BTW bij het BTW-compensatie kunnen opvoeren, de zogeheten doorschuif-BTW. Holland Rijnland brengt deze niet-subsidiabele BTW (€ 16.000) via afzonderlijke facturering in rekening bij gemeenten. Deze afzonderlijke facturering stelt gemeenten in staat deze niet-subsidiabele BTW op te voeren bij het BTW-compensatiefonds. Dit maakt dat het Leaderprogramma zowel voor gemeenten als Holland Rijnland voor de BTW nauwelijks een financieel effect voor de BTW heeft.

Pagina 59 van 59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21419