C04.2 HR, bijlage Actualisatie regionale huisvestingsverordening 2026 - wijzigingen zichtbaar.pdf
Tekst van het document
Met opmerkingen [HR51]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
16
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 eenmalig verzoeken om de urgentieverklaring voor de duur van maximaal zes maanden te verlengen.
Artikel 25
Met opmerkingen [HR52]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Einde en intrekking van een urgentieverklaring
1.
De geldigheid van de urgentieverklaring eindigt op het moment dat: a. de periode, waarvoor de urgentieverklaring geldt, is afgelopen en niet wordt verlengd; b. de urgente aan de urgentiecommissie schriftelijk mededeelt dat hij geen gebruik meer wenst te maken van de urgentieverklaring; c. de inschrijving als woningzoekende van de urgente eindigt; d. de urgentieverklaring wordt ingetrokken; e. de woningzoekende een aangeboden woning aanvaardt. 2. De urgentieverklaring kan worden ingetrokken indien: a. de urgente niet of niet tijdig reageert op het bericht waarbij aan hem woonruimte is aangeboden dan wel wanneer hij niet aanwezig is bij bezichtiging van aangeboden woonruimte; b. de urgente passende woonruimte weigert; c. de urgentieverklaring is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren; d. de urgente niet meer voldoet aan de vereisten om voor verlening van een huisvestingsvergunning als bedoeld in paragraaf 2.2. in aanmerking te komen; e. de urgente dreigementen heeft geuit of geweld heeft gebruikt jegens personen die zijn belast met de uitvoering van deze verordening;. e.f. de urgente op andere wijze zelfstandige woonruimte heeft verkregen.
Artikel 26 1.
2.
Met opmerkingen [HR53]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Er moet een ‘sluitstuk’ zijn voor het kunnen intrekken van de urgentieverklaring als de er op een andere manier wordt voorzien in zelfstandige woonruimte.
Urgentie voor vergunninghouders
Het Dagelijks Bestuur kan aan de eigenaar van een sociale huurwoning die behoort tot de in artikel 2, tweede lid, aangewezen categorie een voordracht tot verhuring van woonruimte aan een door het college van Burgemeester en Wethouders aangegeven woningzoekende doen: a. indien deze woningzoekende valt onder de taakstelling die het Rijk de betreffende gemeente opgelegd heeft en; b. indien de betreffende gemeente voorziet in de maatschappelijke begeleiding van een inburgeringsplichtige woningzoekende; c. Indien deze woningzoekende een asielzoeker was die een verblijfsvergunning heeft ontvangen of een vergunninghouder is die op grond van de taakstelling tijdelijk in de regio is gehuisvest met gebruikmaking van een campuscontract, of die in andere tijdelijke huisvesting op grond van de taakstelling is gehuisvest en: i. zijn/haar studie afbreekt, of; ii. geen studie heeft kunnen starten, of; iii. een andere tijdelijke huisvesting op grond van de taakstelling binnen drie jaar weer moet verlaten; Eén van de verhuurders doet bij het ter beschikking komen van woonruimte, zonder toepassing van de artikelen 20 tot en met 25 éénmalig met voorrang een passend woningaanbod aan deze woningzoekende.
17
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Paragraaf 2.6 Stadsvernieuwingsurgentie Artikel 27 1.
2.
3. 4.
Op aanvraag van een verhuurder kan de Urgentiecommissie een stadvernieuwingsurgentie toekennen aan de bewoner van woonruimte die vanwege de aanstaande sloop van die woonruimte dan wel vanwege een ingrijpende verbetering van die woonruimte niet meer in die woonruimte kan blijven wonen. De aanvraag tot het verlenen van een stadsvernieuwingsurgentie wordt ingediend tenminste 20 maanden voor de te verwachten datum van de aanvang van de sloop dan wel van de ingrijpende woningverbetering. De Urgentiecommissie beslist binnen acht weken na ontvangst van een volledige aanvraag. Urgentie op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt alleen verleend ten aanzien van woonruimte met een huurprijs onder de huurprijsgrens.
Artikel 28 1. 2.
3.
4.
5.
6.
7.
Toekenning Stadsvernieuwingsurgentie
Stadsvernieuwingsurgentie
De stadsvernieuwingsurgentie is tenminste 18 maanden geldig, te rekenen vanaf de datum van verlening. De stadsvernieuwingsurgentie vermeldt in ieder geval: a. de personalia van de stadsvernieuwingsurgente; b. het aantal personen dat behoort tot het huishouden van de stadsvernieuwingsurgente; c. de ingangsdatum en de periode waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie geldig is; d. De mededeling dat twaalf maanden voor het einde van de periode waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie geldt, toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het vijfde zevende lid; e. het zoekprofiel, inhoudende een beschrijving van de gemeente en het woningtype waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie is verleend; f. de mededeling dat aan de stadsvernieuwingsurgente, wanneer hij zes maanden voor aanvang van de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen andere woonruimte heeft gevonden, door de woningcorporatie maximaal twee keer passende woonruimte wordt aangeboden. De stadsvernieuwingsurgentie geeft de stadsvernieuwingsurgente het recht op voorrang voor andere woningzoekenden bij de toewijzing van woonruimteeen sociale huurwoning mits deze aan het zoekprofiel en de gestelde (passendheids)eisen voldoet. In geval twee of meer (stadsvernieuwings)urgenten aanspraak maken op dezelfde woonruimte is het bepaalde in artikel 15 van toepassing.
De stadsvernieuwingsurgente is zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar woonruimte. De stadsvernieuwingsurgente kan daarbij aan een verhuurder verzoeken om ondersteuning of directe bemiddeling. Indien de stadsvernieuwingsurgente twaalf maanden voor de sloop of de ingrijpende woningverbetering nog geen vervangende woonruimte heeft gevonden in de gemeente waarvoor de stadsvernieuwingsurgentie van toepassing was, wordt de stadsvernieuwingsurgentieverklaring van toepassing verklaard voor de gehele regio. Indien de stadsvernieuwingsurgente twee maanden voor het einde van de periode waarvoor de urgentieverklaring is verleend nog geen andere passende woonruimte heeft gevonden, dan zal één van de verhuurders aan hem één keer een passende woning aanbieden. De stadsvernieuwingsurgente die al ingeschreven stond als woningzoekende voordat de verhuurder het besluit tot sloop of ingrijpende woningverbetering nam, behoudt bij het aanvaarden van een woonruimte de in het register van woningzoekenden opgebouwde
Met opmerkingen [HR54]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling.
Met opmerkingen [HR55]: Inhoudelijke wijziging. Stadsvernieuwingsurgentie kan enkel aangevraagd worden voor de bewoners van sociale huurwoningen. De geldigheid van de stadsvernieuwingsurgentieverklaring en het zoekprofiel voor sociale huurwoningen is onveranderd. Nieuw is dat de stadsvernieuwingsurgentieverklaring ook geldt voor middeldure huurwoningen in de gemeente waar de persoon woont, mits die gemeente middeldure huurwoningen onder de reikwijdte van de verordening heeft laten vallen en de stadsvernieuwingsurgente aan de inkomenseis voldoet. Hiermee wordt doorstroming van sociale huur naar middeldure huur gestimuleerd.
18
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
8.
inschrijftijd. Dit onder voorwaarde dat de woning is aangeboden op basis van de toegekende stadsvernieuwingsurgentie. Indien de woningcorporatie voor aanvang van een stadsvernieuwingsproject een terugkeerregeling heeft met de huurder dan kan de woningcorporatie de vervangende nieuwbouw direct aan die huurder toewijzen.
Artikel 29 Einde en intrekking van een Intrekking stadsvernieuwingsurgentieverklaring Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in dat artikel voor ‘urgente’ wordt gelezen: ‘stadsvernieuwingsurgente’ en voor ‘urgentieverklaring’ wordt gelezen: ‘stadsvernieuwingsurgentieverklaring’.Het Dagelijks Bestuur trekt de stadsvernieuwingsurgentie in indien: deze is verleend op grond van door de stadsvernieuwingsurgente verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren; de stadsvernieuwingsurgente op grond van deze verordening aangeboden woonruimte aanvaardt dan wel op andere wijze zelfstandige woonruimte heeft verkregen; de stadsvernieuwingsurgente niet meer voldoet aan de vereiste om voor verlening van een huisvestingsvergunning als bedoeld in hoofdstuk 3 in aanmerking te komen; de stadsvernieuwingsurgente dreigementen heeft geuit en/of geweld heeft gebruikt jegens personen die belast zijn met de uitvoering van deze verordening.
Met opmerkingen [HR56]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Verduidelijking bepaling door einde en intrekking te regelen zoals ‘reguliere’ urgentie.
Met opmerkingen [HR57]: Paragraaf is vernummerd.
Paragraaf 2.7 Standplaatsen Artikel 30 1. 2.
3. 4. 5.
Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een regionaal register voor standplaatszoekenden. In het register van standplaatszoekenden worden op hun verzoek als standplaatszoekenden ingeschreven de huishoudens die voldoen aan de volgende voorwaarden: a. de aanvrager is 18 jaar of ouder; b. de leden van het huishouden bezitten de Nederlandse nationaliteit dan wel beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland; c. het inschrijvingsformulier is correct en volledig ingevuld, inclusief de daarin gevraagde bijlagen. Inschrijving als standplaatszoekende kan ook ambtshalve plaatsvinden. Het regionale register vermeldt de standplaatszoekenden met aantal punten, inschrijfduur en rangorde voor toewijzing. De standplaatszoekende betaalt aan de houder en beheerder van het register voor standplaatszoekenden een bijdrage voor inschrijving in het register standplaatszoekenden en een bijdrage voor jaarlijkse verlengingskosten.
Artikel 31 1.
2.
Regionaal register woonwagenstandplaatszoekenden
Inschrijving woonwagenstandplaats
De aanvraag voor een standplaats wordt schriftelijk ingediend bij de beheerder van het register voor standplaatsen met behulp van een door het Dagelijks Bestuur vastgesteld inschrijvingsformulier. Bij een aanvraag voor een standplaats legt de aanvrager de volgende gegevens over: a. een historisch uittreksel (adresoverzicht) uit de Basisregistratie Personen (BRP)gemeentelijke basisadministratie;
Met opmerkingen [HR58]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. Onjuiste term.
19
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 b.
3.
zo nodig andere bescheiden die door het dagelijks bestuur voor beoordeling van de aanvraag nodig geoordeeld worden; welke bescheiden dit zijn, wordt vermeld op het vastgestelde inschrijvingsformulier. De beheerder van het register voor standplaatsen bepaalt of de standplaatszoekende voldoet aan de voorwaarden in artikel 30, tweede en vijfde lid, en gaat over tot inschrijving in het register indien aan deze voorwaarden is voldaan.
Artikel 32 1.
2. 3.
4.
Bewijs van inschrijving woonwagenstandplaats
De beheerder van het register voor standplaatsen verstrekt aan standplaatszoekenden die zijn ingeschreven een bewijs van inschrijving waarop de volgende gegevens worden vermeld: a. naam van de aanvrager; b. adresgegevens; c. inschrijvingsdatum; d. aantal toegekende punten bij inschrijving. Als datum van inschrijving geldt de datum waarop aan de voorwaarden in artikel 30, tweede en vijfde lid, is voldaan. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van inschrijving in het register de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Als datum van een ambtshalve inschrijving geldt de datum waarop de standplaatszoekende aan de voorwaarden in artikel 30, tweede lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, voldoet en de beheerder van het register voor standplaatsen de standplaatszoekende heeft ingeschreven.
Artikel 33 Geldigheidsduur van inschrijving in het register van woonwagenstandplaatszoekenden 1. 2.
De inschrijving in het register van standplaatszoekenden blijft, behoudens het gestelde in artikel 35, één jaar geldig. De inschrijving wordt alsdan beëindigd tenzij de standplaatszoekende binnen vier weken na aanschrijving aan de beheerder van het register voor standplaatsen kenbaar heeft gemaakt dat deze de inschrijving in het register van standplaatszoekenden wil behouden.
Artikel 34 1. 2.
Een ingeschreven standplaatszoekende dient een wijziging van gegevens, zoals woonadres, onverwijld door te geven aan de beheerder van het register voor standplaatsen. De standplaatszoekende wordt van de wijziging van gegevens van inschrijving door de beheerder van het register voor standplaatsen schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 35 1.
Wijziging van inschrijving in het register
Doorhaling van inschrijving
De beheerder van het register voor standplaatsen haalt een inschrijving door in het register van standplaatszoekenden indien: a. de standplaatszoekende daarom verzoekt; b. de standplaatszoekende een standplaats (elders) krijgt toegewezen en deze accepteert; c. de standplaatszoekende door woningruiling van een reguliere woning naar een standplaats verhuist; d. de standplaatszoekende al dan niet opzettelijk foutieve gegevens verstrekt heeft bij de inschrijving of verzuimd heeft belangrijke wijzigingen bijtijds door te geven; e. de standplaatszoekende niet reageert op een aanschrijving van de beheerder van het register voor standplaatsen aangaande de inschrijving, waaronder de betalingsverplichting, of 20
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
2.
bedoeld als een controle op de inschrijving in het register, binnen vier weken na de datum van de aanschrijving; of f. de standplaatszoekende komt te overlijden. De standplaatszoekende wordt door de beheerder van het register voor standplaatsen van de doorhaling van inschrijving schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel 36 1.
2.
Rangorde en toewijzing standplaats
Bij opname in de wachtlijst geldt de volgende rangorde. De standplaatszoekende is ingeschreven in het register van standplaatszoekenden en: a. i. is een kind van een woonwagenbewoner, onafgebroken inwonend op een woonwagenlocatie in de regio, of; ii. is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode van 10 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond, of; iii. is een kind van woonwagenouders wonende in de regio, die wegens studie dan wel uit dwingende noodzakelijkheid tijdelijk elders woonachtig is; b. is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode tussen 10 en 20 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond; c. is een kind van een woonwagenbewoner, inwonend in een reguliere woning in de regio, maar geboren en getogen op een woonwagenlocatie en heeft binnen een periode tussen 20 en 30 jaar geleden op een woonwagenlocatie gewoond; d. is een kind van een woonwagenbewoner, wonend in een reguliere woning in de regio, omdat de ouders zijn verhuisd; e. i. is een afstammeling van een woonwagenbewoner die onafgebroken op een woonwagenlocatie in de regio woont, of; ii. is een afstammeling van een woonwagenbewoner die in een reguliere woning in de regio woont; f.
is een afstammeling van een woonwagenbewoner die buiten de regio woont; g. is geen afstammeling van een woonwagenbewoner. De beheerder van het register voor standplaatsen kent punten aan ingeschreven standplaatszoekenden toe op basis van een puntensysteem, welke punten als volgt zijn opgebouwd: a. 100 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel a. (i of ii of iii) bedoelde categorie; b. 85 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel b. bedoelde categorie; c. 70 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel c. bedoelde categorie; d. 60 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel d. bedoelde categorie; e. 50 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel e. (i of ii) bedoelde categorie; f. 10 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel f. bedoelde categorie; g. 1 aanvangspunten ten tijde van inschrijving, voor de in dit artikel, eerste lid, onderdeel g. bedoelde categorie.
21
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3.
4.
5.
6.
Na de maand van inschrijving ontvangt elke ingeschrevene 1 punt per maand (categorie a t/m f). De inschrijver die geen afstammeling is van een woonwagenbewoner ontvangt voor elk jaar van inschrijving 1 punt (categorie g). Toewijzing van een standplaats vindt plaats aan diegene die: a. zijn/haar belangstelling kenbaar maakt op basis van een aanbieding via Tipbericht van Holland Rijnland Wonen; b. daarbij aangeeft of er eerste- of tweedegraads familie woont op de locatie waar de aangeboden standplaats zich bevindt, dan wel aangeeft of in geval van een standplaats op een nieuwe locatie aangeeft of er eerste- of tweedegraads familie woont in de woonplaats waar de betreffende standplaats wordt aangeboden; c. Het hoogste aantal punten heeft op de wachtlijst; waarbij geldt dat de punten van de wachtlijst worden verdubbeld ingeval: i. bij bestaande standplaats of nieuwe standplaats op bestaande locatie: de belangstellende eerste- of tweedegraads familie heeft op de locatie waar de standplaats wordt aangeboden; ii. bij een nieuwe standplaats op een nieuwe locatie: de belangstellende eerste- of tweedegraads familie heeft in de gemeente waar de standplaats wordt aangeboden; d. verder voldoet aan de geldende voorwaarden en; e. de standplaats accepteert. Bij een gelijk aantal punten vindt toewijzing plaats aan de belangstellende met de langste inschrijftijd.
Wanneer er sprake is van gelijke inschrijftijden, zal de belangstellende met de hoogste leeftijd worden benaderd. Wanneer er in dit geval ook sprake is van gelijkheden (bijvoorbeeld bij een tweeling), zal in dat geval de adviescommissie de uiteindelijke beslissing nemen over de toewijzing. Om de systematiek van en het proces om te komen tot de toewijzingen te monitoren wordt een adviescommissie ingesteld waar vertegenwoordigers van Holland Rijnland Wonen, de wachtlijstbeheerder en afvaardiging van woonwagenbewoners zitting in hebben. Op deze wijze krijgen alle partijen vertrouwen in het toepassen van de nieuwe werkwijze en kunnen eventuele omissies in het proces worden aangepast.
Artikel 37 1.
2.
Ruilen van standplaats
Ruilen van huisvesting tussen huurders waarbij beide huurders een standplaats huren heeft geen gevolgen voor de eventueel door die huurders opgebouwde punten van de wachtlijst. Wel worden aan deze ruil de volgende voorwaarden verbonden: a. de ruil vindt alleen plaats na instemming van de verhuurder(s); b. de verhuurder(s) stellen de beheerder van de wachtlijst in kennis van hun instemming als bedoeld onder a; c. de verhuurder(s) stelt de beheerder van de wachtlijst in kennis; d. de beheerder vraagt advies aan de adviescommissie, genoemd in artikel 36, zesde lid; Ruilen van huisvesting tussen huurders waarbij de ene partij verhuist van een standplaats naar een reguliere woning en vice versa geschiedt onder de volgende voorwaarden: a. de huurder van een standplaats dient bij de verhuurder een verzoek in tot woningruil; b. de verhuurder informeert de beheerder van de wachtlijst over het verzoek; c. de beheerder verzoekt de adviescommissie om een advies over het verzoek tot woningruil; d. de verhuurder besluit met inachtneming van het advies over het verzoek; e. staat diegene die verhuist van woning naar standplaats op de wachtlijst dan worden diens punten geschrapt; f. diegene die verhuist van standplaats naar woning behoudt zijn plaats op de wachtlijst en de eventuele wachtlijstpunten; g.
staat diegene die verhuist naar een woning niet op de wachtlijst dan vindt inschrijving eerst plaats nadat de verhuizing administratief heeft plaatsgevonden. 22
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 3.
De aan de ruiling verbonden randvoorwaarden zijn: a. ruilen kan alleen tussen eerstegraads familie; b. vindt ruiling plaats naar een huurwoonwagen dan is de inkomensnorm sociale huur van toepassing; c. de huurprijs van de standplaats wordt geactualiseerd aan geldend puntenstelsel.
Hoofdstuk 3 Verdeling van woonruimte en huisvestingsvergunningplicht voor middeldure huurwoningen Paragraaf 3.1 Werkingsgebied Artikel 38
Toepasselijkheid
Hoofdstuk 3 geldt voor middeldure huurwoningen in de gemeente: a.
Niet van toepassing in de Regio.
Artikel 39 1. 2.
Met opmerkingen [HR59]: Toevoeging betreft een fundamentele wijziging. De systematiek van het aanbieden en verdelen van een middeldure huurwoning is niet langer identiek aan sociale huurwoningen. Er is een apart hoofdstuk gecreëerd waarin wordt bepaald hoe middeldure huurwoningen huisvestingsvergunningsplichting worden bepaald en hoe ze worden verdeeld.
Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Het is verboden een middeldure huurwoning als bedoeld in artikel 38 in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel.
Wanneer een gemeenteraad heeft bepaalt dat middeldure huurwoniningen in die gemeente huisvestingsvergunningsplichting zijn zal dit voorstel door het AB kunnen worden overgenomen als technische wijziging van de verordening.
Paragraaf 3.2 De Huisvestingsvergunning Artikel 40
Criteria voor verlening huisvestingsvergunning
Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014; en b. één van de leden van het huishouden is 18 jaar of ouder; c. het huishoudinkomen is niet hoger dan het toepasselijke bedrag genoemd in artikel 10, vierde en vijfde lid, van de Huisvestingswet 2014; en d. aanvrager komt op basis van de voorrangsregels van artikel 44 in aanmerking voor de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd.
Artikel 41
Aanvraag en inhoud van een huisvestingsvergunning
1.
Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij het Dagelijks Bestuur via een daartoe bestemd formulier. 2. Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst. 3. Het Dagelijks Bestuur kan de bevoegdheden in het eerste en tweede lid mandateren aan de woningcorporatie of gemeenten. 4. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. rechtsgeldig document waaruit de identiteit blijkt van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren; 23
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 c.
d. e. f. g. h. 5.
geldig bewijs van rechtmatig verblijf zoals bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben; omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; bewijsstukken van het inkomen; adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden in gebruik te geven;
Het Dagelijks Bestuur is bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen.
6.
De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: g. h. i. j. k. l.
de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; degene(n) aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; de ingangsdatum van de vergunning; de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt; de naam en het adres van de verhuurder.
Artikel 42
Intrekken van de huisvestingsvergunning
Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken op grond van de in artikel 18 van de Huisvestingswet 2014 genoemde gronden. Daarnaast kan het Dagelijks Bestuur de huisvestingsvergunning intrekken als er gehandeld wordt in strijd met de voorwaarden van de vergunning
Paragraaf 3.3 Bekendmaking van het aanbod Artikel 43 Aanbod 1.
2.
Het aanbod van de in artikel 38 aangewezen woonruimte dat voor verhuur beschikbaar is, wordt bekend gemaakt op de eigen website van deze verhuurders, op het openbaar digitaal aanbodsysteem van Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW), of op een andere transparante wijze waar iedereen toegang toe heeft. De bekendmaking van het aanbod bevat in ieder geval: a. het adres en de huurprijs van de woonruimte; b. de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend; en c. als dat van toepassing is: de criteria en voorrangsgronden voor het verlenen van de huisvestingsvergunning.
Paragraaf 3.4 Voorrangsgronden en rangorde bij middenhuurwoningen Artikel 44 1.
Voorrangsgronden
Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 37 bedoelde woonruimte kan het Dagelijks Bestuur, in overleg met de verhuurder, bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voorrang verlenen aan personen met een economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk). 24
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 2.
Onder personen met economische of maatschappelijke binding (lokaal maatwerk) kan, met inachtneming van artikel 14 van de Huisvestingswet 2014, worden verstaan: a. Personen uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning of middeldure huurwoning leeg achterlaten. b.
Personen uit een deel van de gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland.
c.
Personen uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning of middeldure huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten.
d.
Personen die een sociale huurwoning of middeldure huurwoning van de aanbiedende woningcorporatie leeg achterlaten.
e.
Personen uit één of meerdere gemeente(n) uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning of middeldure huurwoning van een andere verhuurder leeg achterlaten.
f.
Personen uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland die een sociale huurwoning of middeldure huurwoning leeg achterlaten.
g.
Personen uit één van de gemeenten uit Regio Holland Rijnland.
a.h. Personen werkzaam in een vitale beroepsgroep, namelijk: i.
Niet van toepassing in de Regio.
i. 2.3. Bij de verlening van huisvestingsvergunningen wordt ten hoogste 50% voorrang gegeven aan personen die economisch of maatschappelijk gebonden zijn. 4. Er wordt jaarlijks gerapporteerd over het verlenen van voorrang op grond van het eerste lid.
Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 45
Met opmerkingen [HR60]: Toevoeging betreft een fundamentele toevoeging. Sinds 1 januari 2024 maakt de Huisvestingswet het mogelijk om voorrang te verlenen aan vitale beroepsgroepen. Wat een vitale beroepsgroep is moet op lokaal niveau door de gemeenteraad worden onderbouwd en landen in de regionale huisvestingsverordening. Wanneer een gemeenteraad dit heeft bepaald zal het voorstel door het AB worden overgenomen als technische wijziging van de verordening. Vervolgens kan moet toewijzing voorrang worden gegeven aan deze groep.
Uitvoeringsovereenkomst
Met inachtneming van het bepaalde in deze verordening sluiten het Dagelijks Bestuur, de woningcorporaties die zijn aangesloten bij de vereniging Holland Rijnland Wonen en de vereniging Holland Rijnland Wonen één of meer overeenkomsten waarin zij de uitvoering van de verdeling van woonruimte regelen. De overeenkomst regelt in ieder geval: a. de registratie van woning- en standplaatszoekenden; b. de wijze van aanvragen van een urgentieverklaring.
Artikel 46
Beleidscommissie
1.
Het Dagelijks Bestuur stelt een beleidscommissie in die haar adviseert over het beleid ten aanzien van de verdeling van woonruimte, over deze verordening en over de uitvoeringsovereenkomst.
2.
In haar besluit regelt het Dagelijks Bestuur de samenstelling, de taken en de bevoegdheden van de commissie. In de commissie zijn ook Holland Rijnland Wonen en de organisaties van huurders vertegenwoordigd.
Artikel 47 1.
2. 3.
Met opmerkingen [HR61]: Deze artikelen zijn verplaatst om een logische volgorde in de verordening aan te houden.
Bezwaarschriftencommissie
Het Dagelijks Bestuur stelt een regionale bezwaarschriftencommissie in als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht en regelt de samenstelling, taken, bevoegdheden en werkwijze van de bezwarencommissie. De bezwaarschriftencommissie kan op verschillende locaties binnen de regio zitting houden. De bewaarschriftencommissie doet jaarlijks aan het Dagelijks Bestuur schriftelijk verslag van haar werkzaamheden. 25
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 4.
De bewaarschriftencommissie hoort partijen en adviseert het Dagelijks Bestuur over de beslissing op de bezwaarschriften. 4.5. In afwijking van het vierde lid kan het Dagelijks Bestuur categorieën van besluiten aanwijzen waarbij de bezwaarde ambtelijk wordt gehoord. Er wordt niet ambtelijk gehoord wanneer de bezwaarde aangeeft door de commissie te willen worden gehoord.
Artikel 48 1.
2.
Met opmerkingen [HR62]: Inhoudelijke wijziging. De mogelijkheid wordt gecreëerd om op een laagdrempelige wijze bezwaarschriften te kunnen behandelen middels ‘ambtelijk horen’.
Mandatering
Het Algemeen Bestuur is bevoegd de uitoefening van de bevoegdheden krachtens deze verordening te mandateren aan functionarissen van aanbieders van woonruimte, colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in het werkingsgebied, ambtenaren die werkzaam zijn bij de gemeenten die onder het werkingsgebied vallen, dan wel aan leden in de op grond van deze verordening ingestelde commissies, behoudens de bevoegdheden als bedoeld in artikel 50. Daar waar bevoegdheden zijn gemandateerd, voert gemandateerde verweer in bezwaar, beroep en hoger beroep namens het Dagelijks Bestuur.
Artikel 49
Hardheidsclausule
Het Dagelijks Bestuur en de op grond van deze verordening ingestelde urgentiecommissie kunnen in gevallen, waarin de toepassing van deze verordening zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, ten gunste van de aanvrager gemotiveerd afwijken van deze verordening.
Artikel 50
Onvoorziene omstandigheden
In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het Dagelijks Bestuur, waarbij zij zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.
Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen Artikel 51
Overgangsbepaling
1.
Inschrijvingen bij Huren in Holland Rijnland op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden behandeld als inschrijvingen op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
2.
Aanvragen om een huisvestingsvergunning op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden behandeld als aanvragen om vergunningen op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
3.
Huisvestingsvergunningen verleend op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2013, 2015 of 2019,2024, de Huisvestingsverordening Boskoop 1998 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden behandeld als vergunningen op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
4.
Aanvragen om een urgentieverklaring of stadsvernieuwingsurgentie ingediend op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015, worden behandeld als aanvragen om urgentie dan wel stadsvernieuwingsurgentie op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
5.
Verleende urgenties dan wel stadsvernieuwingsurgenties op basis van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 en de Huisvestingsverordening Noordwijkerhout 2015 worden geacht te zijn verleend op basis van de Huisvestingsverordening 2026.
Met opmerkingen [HR63]: Aanpassing betreft een juridisch-technische wijziging. De overgangsbepalingen zijn aangepast.
26
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 6.
Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift gericht tegen besluiten op grond van de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 wordt beslist met toepassing van de op dat betreffende besluit van toepassing zijnde verordening. 6.7. De huisvestingsvergunningplicht voor middeldure huurwoningen als bedoeld in artikel 39 van deze verordening is niet van toepassing op middeldure huurwoningen die voor inwerkingtreding van deze huisvestingsverordening in gebruik zijn genomen of gegeven, mits de huurder sindsdien niet is gewijzigd.
Artikel 52
Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
Artikel 53
Inwerkingtreding
1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt tot en met 31 december 2029;
2.
De Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 vervalt op het moment dat de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 in werking treedt.
Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland in de vergadering van …….. De secretaris,
De voorzitter,
27
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
Hoofdstuk 6 Algemene toelichting 6.1 Inleiding De Huisvestingswet 2014 biedt het Algemeen Bestuur uitsluitend de mogelijkheid om gebruik te maken van zijn bevoegdheden om onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden met een verordening, indien dit noodzakelijk en geschikt is. Het uitgangspunt van de Huisvestingswet 2014 is het recht van vrije vestiging voor alle inwoners van Nederland. Beperkende voorwaarden met betrekking tot verdeling, zoals leefbaarheid van en in de wijk zijn niet toegestaan. De verordening staat niet op zichzelf maar maakt nadrukkelijk onderdeel uit van een breder stelsel samen met de Regionale Woonagenda en de Regionale Omgevingsagenda. Eind 2023 heeft het Algemeen Bestuur een Huisvestingsverordening vastgesteld. Deze is 1 januari 2024 in werking getreden. Deze Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2024 heeft een juridische houdbaarheid van vier jaar. Tegelijkertijd is in dat besluitvormingstraject geconstateerd dat een aantal onderdelen verdieping en uitwerking behoeft. Deze aanpassing zijn vertaald in de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026.
Schaarste De Huisvestingswet 2014 verplicht de gemeente aan te tonen dat er sprake is van schaarste in de woningvoorraad, voordat het instrument van de huisvestingsverordening in het schaars bevonden deel van de woningvoorraad mag worden ingezet (Uitspraak Raad van State 201106290/1/H3 en 2011060290/2/H3). Hieronder wordt aangetoond dat sprake is van schaarste, vooral in de sociale huurvoorraad van woningen met een huur tot de huurprijsgrens. Ook voor middeldure woonruimten is de schaarste merkbaar. Met de druk op de woningmarkt komt ook de leefbaarheid in wijken onder druk te staan. Hoewel leefbaarheid zonder de toepassing van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek geen onderdeel uitmaakt van de verdeling, vormt leefbaarheid wel een belangrijke belangenafweging bij regulering van de samenstelling van de woonruimtevoorraad (Uitspraak 201502455/1/A3). Een doelmatige, rechtvaardige en evenwichtige verdeling van de woningvoorraad staat hiermee onder druk en overheidsingrijpen is daarmee vereist. Het uitgangspunt van zowel de Huisvestingswet 2014 als deze verordening is de vrijheid van vestiging van woningzoekenden en een open regionale woningmarkt. Niettemin legitimeren schaarste en de aanwezigheid van specifieke groepen woningzoekenden dat er door de Regio Holland Rijnland tijdelijk wordt (bij-)gestuurd.
Dit alles met het besef dat de meer structurele oplossing van het vraagstuk in de ontwikkeling van de woningvoorraad (zowel kwantitatief als kwalitatief) in brede zin ligt en niet in de verdeling ervan. Met deze verordening wordt geborgd dat het aanbieden en toewijzen van woningen op een evenwichtige, rechtvaardige en op een transparante wijze gebeurt en dat wijzigingen in de woningvoorraad weloverwogen plaatsvinden. Doordat de verordening een publiekrech telijke basis kent en bestuurlijk wordt vastgesteld, is bovendien geborgd dat de bepalingen democratisch gelegitimeerd zijn. Hieronder wordt eerst ingegaan op regionale schaarste en daarna op lokale schaarste. Regionale schaarste De Huisvestingswet 2014 stelt dat gemeenten binnen de regio hun huisvestingsverordeningen op elkaar afstemmen. De Provincie Zuid-Holland stelt daarbij ook dat de schaarste regionaal moet worden aangetoond. Aanvullend stelt de provincie Zuid-Holland in Omgevingsvisie 2021 dat er sprake moet zijn van een voldoende aanbod van sociale woonruimten. De huisvestingsverordening is een instrument om de schaarste te verdelen. Gemeenten en regio’s moeten maatregelen nemen om de 28
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 schaarste te beperken en als het kan te laten verdwijnen, in de vier jaar dat de huisvestingsverordening geldig is. In Nederland is er een groeiend tekort aan woningen: de omvang ervan wordt geschat op 4,9 procent van de woningvoorraad in 2024, ofwel 400.530 woningen. Het woningtekort in woningmarktregio Holland Rijnland wordt becijferd op 5,0 procent, ofwel 13.400 woningen. Daarmee heeft de regio Holland Rijnland een enigszins bovengemiddeld tekort vergeleken met andere regio’s in het land.
heeft opmaak toegepast: Lettertype: Niet Vet
In de woningmarktregio Holland Rijnland zijn goedkope huurwoningen tot de huurprijsgrens schaars. Daarom is in de huisvestingsverordening opgenomen dat het verplicht is voor deze woningen een huisvestingsvergunning aan te vragen. Het is immers binnen dat deel van de regionale woningvoorraad dat zich onevenwichtige en onrechtvaardige gevolgen voordoen. De samenwerkende gemeenten in Holland Rijnland hebben ervoor gekozen het schaarstebegrip voor de hele regio te definiëren. In 2024 is door RIGO onderzoek gedaan naar het bestaan van schaarste. In alle gemeenten in de regio Holland Rijnland is sprake van (enige mate van) schaarste in de sociale huursector en middenhuur. De mate waarin specifieke woonruimte schaars is kan per gemeente verschillen. Wanneer de schaarste niet op regionaal niveau wordt gedefinieerd, maar op gemeentelijk niveau, zou dit ertoe kunnen leiden dat sommige groepen huishoudens in de ene gemeente van de regio wel in aanmerking komen voor een bepaalde categorie woonruimte onder de huurprijsgrens en in een andere gemeente niet. Dit is in strijd met het principe van een ongedeelde woningmarktregio, die toegankelijk is voor alle huishoudens uit de doelgroep, uit alle gemeenten. Om de woningmarktregio zo open en toegankelijk te houden voor de doelgroep is er daarom voor gekozen om het schaarste begrip niet verder te definiëren.
Regionaal woningmarktonderzoek uitgevoerd in 2021 laat zien dat er in de regio Holland Rijnland sprake is van schaarste op de woningmarkt in de huursector die zich in alle segmenten voordoet (sociale huur, middeldure huur en koop). De bevindingen uit dit onderzoek zijn samengevat in de “Analyse met aanpak voor vervolg woningbouw”. Hieronder geven we enkele kernpunten uit dit onderzoek weer aangevuld met jaarrapportages van Holland Rijnland Wonen, en de Planmonitor 2021 Regionale Woonagenda Holland Rijnland en aanvullend onderzoek door RIGO in 2024.. Schaarste sociale huur De vraag in de regio naar sociale huurwoningen overschrijdt het aanbod ieder jaar in ruime mate. Uit het Jaarrapport van Holland Rijnland Wonen (20214) en het woningmarktonderzoek 2021, aangevuld met aanvullend onderzoek door RIGO in 2024 blijkt het volgende: •
In de regio staan ruim 58.300 zelfstandige huurwoningen van woningcorporaties die worden verhuurd tegen een prijs onder de huurprijsgrens en bereikbaar zijn voor de huishoudens met een inkomen van minder dan €45.014 (2022);
•
Hiervan hebben ongeveer 47.850 een huur onder de hoogste aftoppingsgrens. Deze woningen zijn bereikbaar voor huishoudens met een inkomen onder €27.150;
•
In de regio Holland Rijnland staan bijna 127146.000 huishoudens ingeschreven voor een sociale huurwoning. Een stijging vergeleken met 20128 toen ongeveer 10036.000 huishoudens stonden ingeschreven. Van het aantal ingeschrevenen zijn ruim 3234.150700 huishoudens actief woningzoekend (254%), wat betekent dat zij reageren op vrijkomend aanbod. Ook dit aantal steeg sinds 2018 (van 18% naar 254%). Jaarlijks komt ongeveer 6,2% van de zelfstandige corporatiewoningen onder de huurprijsgrens vrij. Dit betekent ongeveer 3.600 woningen per jaar. Het aantal reacties op aangeboden corporatiewoningen lag in 2021 2023 op gemiddeld 347 293 reacties per woning. De gemiddelde inschrijfduur nam toe van 70 maanden in 2018 naar 92 91 maanden in 20212023. De gemiddelde zoektijd verdubbelde van 18 maanden in 2018 naar 32 37 maanden in 20212023.
•
29
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Het bovenstaande duidt op een situatie waarin sprake is van schaarste. Ondanks de inspanningen van woningcorporaties en gemeenten, is het niet aannemelijk dat de schaarste op korte termijn vermindert. Er is immers sprake van een forse inhaalvraag (behoefte waar in de afgelopen jaren nog niet in voorzien is). De inhaalvraag voor sociale huurwoningen wordt geschat op ongeveer 6.000 sociale huurwoningen (peiljaar 2020; zie bijlage 1 Regionale Woonagenda). Het jaarrapport van HRW laat zien dat de inhaalvraag van 2020 op 2021 is toegenomen naar ongeveer 6.500. Tegelijkertijd verwacht de provinciale prognose (2021) een sterkere groei van het aantal huishoudens richting 2030 dan eerdere prognoses (2019 en 2017). Dit zal de druk op de huursector verder verhogen. Een analyse van inkomensgegevens, woonwensen (op basis van WoOn2018), verhuisbewegingen van inwoners in de regio (CBS) en de huishoudensprognose (2021) geeft een indicatie van de benodigde groei van de sociale huurvoorraad. Hieruit blijkt dat de voorraad sociale huurwoningen in de regio netto (dus nieuwbouw minus onttrekkingen door sloop of verkoop) tot 2030 met 30% moet zijn toegenomen om de inhaalvraag weg te werken en aan de toenemende vraag te voldoen. Dit staat gelijk aan 9.150 woningen.
Deze gegevens tonen aan dat het te verwachten is dat de schaarste aan sociale huurwoningen de komende jaren (tot 2030) zal blijven voortduren. Schaarste middeldure huurwoningen In het woningmarktonderzoek is ook de toenemende vraag naar middeldure woonruimte meegenomen (middeldure huur tot ongeveer €1.000 per maand; prijspeil 2020 en koop tot ongeveer €355.000; prijspeil 2021). Hieruit blijkt dat er schaarste is aan dit type woonruimte. Uit het woningmarktonderzoek 2021, en de Monitor 2021 Regionale Woonagenda Holland Rijnland en aanvullend onderzoek door RIGO in 2024 blijkt het volgende: • •
•
•
• •
•
•
De gemiddelde koopprijs voor een woning is de afgelopen jaren sterk gestegen van ongeveer €225.000 – €275.000 in 2015 naar €330.000 – €400.000 in 2020. Op basis van een indicatie van de leencapaciteit kan grofweg worden gesteld, dat huishoudens met een jaarinkomen boven ca € 35.000,- tot ca € 70.000,- weinig keuzemogelijkheden hebben op de woningmarkt. Ze komen in veel gevallen niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en de keuzemogelijkheden op de koopmarkt (tot ca. de NHG-grens) zijn door gebrek aan leencapaciteit en toenemende rentestanden beperkt. Met name de groep huishoudens met een inkomen tussen de €35.000 en €55.000 hebben beperkte leencapaciteit. Ongeveer 55% van de huishoudens in Holland Rijnland valt in deze inkomensgroep. Als deze huishoudens nog geen koopwoning hebben of onvoldoende overwaarde bij verkoop van hun woning, moeten zij vaak terugvallen op een middeldure huurwoning in het particuliere segment. Ongeveer 5-6% van de huidige woningvoorraad in Holland Rijnland is een middeldure huurwoning en dit is naar verwachting onvoldoende om aan de toegenomen vraag te voldoen. Sinds 2016 is er een duidelijke stijgende lijn te zien in de gemiddelde vierkantemeterprijzen van via Pararius verhuurde huurwoningen in Zuid-Holland. In de gemeente Leiden namen de vierkantemeterprijzen kwartaal op kwartaal toe.
Voor de andere gemeenten in Holland Rijnland zijn geen cijfers beschikbaar. Een analyse van het actuele aanbod aan huurwoningen op Pararius, Funda en Kamernet laat zien dat er in de maand september 303 woningen beschikbaar stonden, waarvan slechts 22 in het middenhuursegment. Daarvan heeft bijna de helft een oppervlakte kleiner dan 50 m². Een analyse van de betaalbaarheid van dit aanbod laat zien dat het aanbod voor lagere en middeninkomensgroepen weinig toegankelijk is. Een huishouden met een inkomen van €52.671 (DAEB-grens/lage middenhuurinkomensgrens voor meerpersoonshuishoudens) kan 15 procent van het aanbod betalen. Ook voor huishoudens met een inkomen van tweemaal modaal (€88.000, prijspeil 2024) is bijna de helft van het aanbod niet toegankelijk. Een analyse van het actuele aanbod per gemeente laat zien dat er in iedere gemeente weinig betaalbaar aanbod is voor de meeste middengroepen. Daarbij komt dat er weinig tot vrijwel geen sociale huurwoningen aan 30
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026
•
huishoudens met een inkomen boven de DAEB-grens worden verhuurd, zodat de sociale huur geen alternatief vorm voor deze inkomensgroepen. Via Huren in Holland Rijnland wordt jaarlijks een klein aantal middenhuurwoningen verhuurd (100 tot 190 per jaar). Gezien de lage slaagkansen in de sociale huur, zal een deel van de actief woningzoekenden aldaar zijn of haar toevlucht moeten zoeken in de middenhuur. In iedere gemeente slaagt een paar procent (0,5 tot 3%) van de (tien)duizenden actief woningzoekenden in het vinden van een woning. Afgezet tegen deze grote groep nietgeslaagde woningzoekenden, zijn deze aantallen middenhuur klein te noemen.
Het bovenstaande duidt op een situatie waarin sprake is van schaarste. Ondanks inspanningen van gemeenten lukt het nog niet voldoende om woningen in het middeldure segment waaronder het middeldure huursegment toe te voegen. Volgens de Monitor 2021 regionale woonagenda was ongeveer 13% van de aanvaarde woningbouwplannen tot 2030 in het middeldure huursegment. Tegelijkertijd wordt zoals hierboven aangegeven een sterkere groei verwacht dan in eerdere prognoses werd aangenomen. Dit zal ook de druk op de middeldure huursector verder verhogen. Een analyse van inkomensgegevens, woonwensen (op basis van WoOn2018), verhuisbewegingen van inwoners in de regio (CBS) en de huishoudensprognose (2021) geeft een indicatie van de benodigde groei van de voorraad particuliere huurwoningen waaronder middeldure huurwoningen. Hieruit blijkt dat de voorraad van deze woningen in de regio netto (dus nieuwbouw minus onttrekkingen door sloop of verkoop) tot 2030 met ongeveer 15% moet zijn toegenomen om aan de toenemende vraag te voldoen. Dit staat gelijk aan ongeveer 4.880 woningen. Deze gegevens tonen aan dat het te verwachten is dat de schaarste aan middeldure huurwoningen de komende jaren (tot 2030) zal blijven voortduren.
Bij de voorbereiding van de aanpassing van de Huisvestingsverordening hebben gemeenten die samenwerken in de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland aangegeven dit beeld van schaarste naar middeldure huurwoningen in de particuliere sector te herkennen. Daarom is de mogelijkheid gecreëerd om op voordracht van het college van B&W van een deelnemende gemeente te besluiten dat de verordening van toepassing kan zijn op middeldure huurwoningen in die gemeente.
Met opmaak: Inspringing: Links: 0 cm, Eerste regel: 0 cm, Afstand Na: 0,45 pt, Regelafstand: Meerdere 1,12 rg
Aparte systemen sociale huur en middeldure huur Om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning in Holland Rijnland, dient een woningzoekende ingeschreven te zijn en worden de woningen toegewezen op basis van inschrijftijd en/of de rangorde zoals bepaald in deze huisvestingsverordening.
heeft opmaak toegepast: Tekstkleur: Auto
Sinds 2024 is het voor gemeenten ook mogelijk om (een deel van) de middeldure huurwoningen in de gemeente vergunningsplichtig te maken. Hiertoe is een kan-bepaling opgenomen in de verordening. Dit vraagt nog wel een apart besluit van het college van Burgemeester en Wethouders van die betreffende gemeente. En daaropvolgend een technische aanpassing van de regionale Huisvestingsverordening. Voor middenhuur hebben de gemeenten in Holland Rijnland gekozen voor een lichtere regulering. Deze woningen zijn wél vergunningsplichtig, maar worden niet toegewezen op basis van inschrijftijd. Geïnteresseerden hoeven niet ingeschreven te zijn voor het regionale aanbiedmedium en kunnen door de verhuurders worden aangeboden op een aanbodmedium naar keuze, mits de aanbieding op transparante wijze plaatsvindt. Het doel is ervoor te zorgen dat de woningen bij de juiste doelgroep terechtkomen, namelijk woningzoekenden die voldoen aan de aan de wettelijke inkomensgrens.
Met opmaak: Standaard, Inspringing: Links: -0,03 cm, Verkeerd-om: 0,02 cm, Afstand Na: 6 pt, Regelafstand: Meerdere 1,12 rg
heeft opmaak toegepast: Tekstkleur: Auto
31
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 Met opmerkingen [HR64]: In de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 is ook de indeling gewijzigd en zijn artikelen vernummerd. Deze wijzigingen zijn zichtbaar en toegelicht in de hoofdtekst. In deze artikelsgewijze toelichting zijn deze wijzingen niet met ‘wijzigingen bijhouden’ gemarkeerd.
6.2 Artikelsgewijze toelichting Artikel 1: Begripsbepalingen In artikel 1 is een aantal begrippen die in de huisvestingsverordening voorkomen nader omschreven: d. Huishouden: Van een gemeenschappelijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding. Familieleden in de eerste graad (ouder die met meerderjarig kind in hetzelfde huis woont) voeren geen gezamenlijk huishouden. Kinderen die het hoofdverblijf bij de andere ouder hebben worden niet gerekend tot het huishouden van de woningzoekende. De basisregistratie personen is hierin leidend. e. Huurprijsgrens: Het gaat hier om de jaarlijks te indexeren rekenhuur, dus de netto huurprijs vermeerderd met dat deel van de servicekosten dat meetelt voor de huurtoeslag. f. Huurdersorganisaties: Bij de definitie van huurdersorganisaties is aangesloten bij de definitie in de Wet op het overleg huurders verhuurder. Een huurdersorganisatie is daar omschreven als: huurdersorganisatie: vereniging of stichting, die als doelstelling heeft het behartigen van de belangen van huurders en: • 1°. van welke het bestuur wordt gekozen of aangewezen door en uit de huurders die zij vertegenwoordigt; • 2°.
die de huurders op de hoogte houdt van haar activiteiten en hen betrekt bij haar standpuntbepaling; • 3°. die ten minste eenmaal per jaar een vergadering uitschrijft voor de huurders, waarin zij verantwoording aflegt van haar activiteiten in het verstreken jaar, haar plannen voor het eerstvolgende jaar bespreekt en deze vaststelt; en • 4°. die alle huurders van de woongelegenheden of wooncomplexen, waarvoor zij de belangen behartigt, in de gelegenheid stelt om zich bij haar aan te sluiten; Verder is hier voor alle duidelijkheidOok is expliciet benoemd dat de Koepel Huurders Holland Rijnland als huurdersorganisatie wordt aangemerkt. g. Inkomen: Het gaat hier om het verzamelinkomen zijnde het belastbaar inkomen uit de boxen 1 (“werk en woning”), 2 (“aanmerkelijk belang”) en 3 (“sparen en beleggen”). j. Middeldure huurwoning: In de woonagenda zijn afspraken gemaakt over het beschermen van de betaalbare voorraad voor lage en middeninkomens. Dit begrip is toegevoegd om te definiëren wat we in de regio verstaan onder een middeldure huurwoning. Middeldure huurwoningen kunnen onder deze verordening vergunningsplichtig worden gesteld. De definitie van middeldure huurwoningen is gebaseerd gelijk aan de definitie die de Wet Betaalbare Huur hanteert. op de huurprijsgrenzen die worden genoemd in het wetsontwerp vanuit het Rijk voor middenhuurwoningen.
Deze grenzen liggen dicht bij de bedragen die al enige tijd in de regio werden aangehouden voor middeldure huur. Het aansluiten bij een landelijke definitie lijkt dan wenselijk. Mocht die definitie in de landelijke wetgeving wijzigingen, dan wordt deze huisvestingsverordening daarop aangepast. Bij de puntenvaststelling wordt met het oog op efficiëntie en effectiviteit (mede) uitgegaan van gegevens van de woonruimten die gemeenten zelf hebben verkregen ten behoeve van het vaststellen van de waarde onroerendezaakbelasting;
Met opmerkingen [HR65]: Aanpassing is een juridischtechnische wijziging. Het is onlogisch om bij een verwijzing naar een wetsartikel de hele inhoud van die verwijzing in een toelichting op te nemen. Dit komt de leesbaarheid niet ten goede.
Met opmerkingen [HR66]: Er is nu een wettelijke definitie ‘middeldure huurwoning’.
o. Regionaal gebondene: Regionale binding is vereist om in aanmerking te kunnen komen voor urgentie. Dit wordt toegepast om te voorkomen dat woningzoekenden vanuit een andere regio voorrang krijgen op die uit de regio Holland Rijnland. Personen uit die andere regio’s hebben imme rs het alternatief om een urgentieverklaring aan te vragen in hun huidige regio. Er zijn ook personen die nergens in Nederland regionale binding hebben, zij kunnen zich in principe vestigen in een regio waar geen schaarste is aan sociale huurwoningen (krimpregio). s. Sociale huurwoning: Definitie is aangepast om beter aan te sluiten bij de Rijksdefinitie. Naast een betere aansluiting bij het nationale is het van belang dat een woning niet meer een sociale huurwoning
Met opmerkingen [HR67]: Definitiebepaling is komen te vervallen. De toelichting komt onder het relevante artikel terug.
32
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 is als de aanvangshuur boven de dan geldende liberalisatiegrens ligt. De huurder moet zelf binnen zes maanden na ingebruikname van de woning om een huurtoets vragen bij de huurcommissie. Mocht naar aanleiding van deze toets blijken dat de woning op basis van het aantal punten een sociale huurwoning is, dan moet liberalisatie worden teruggedraaid. aa. Woningcorporatie: In deze begripsbepaling is verwezen naar artikel 18a Woningwet. In dat artikel wordt de term coöperatie gebruikt. Omdat de term ‘corporatie’ is ingeburgerd binnen de regio Holland Rijnland wordt in deze verordening de term ‘woningcorporatie’ gebruikt. Daarmee is geen andere definitie bedoeld. cc. Woonruimte: Het gaat hier om een zelfstandige woonruimte, dat wil zeggen met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat wezenlijke voorzieningen als keuken, toilet en badruimte hoeven worden gedeeld met andere huishoudens.
Artikel 2: Toepassing van de verordening Eerste lid: De verordening geldt in de gemeenten gelegen in de regio Holland Rijnland. Op grond van de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland liggen de bevoegdheden voor woningtoewijzing bij Holland Rijnland. De regiogemeenten hebben bevoegdheden tot sloop, splitsing of samenvoeging. Zij kunnen hiervoor hun eigen verordening vaststellen.
Met opmerkingen [HR68]: Toelichting verplaatst.
Tweede lid: De toepassing van de verordening is beperkt tot sociale (zelfstandige) woonruimten (tijdelijk of permanent). Dit betreft woonruimten met een huurprijs beneden de huurprijsgrens verhuurd door woningcorporaties én sociale huurwoningen van particuliere verhuurders die na inwerkingtreding van deze verordening zijn opgeleverd. De verordening is ook van toepassing op standplaatsen. Deze bepaling is in de Huisvestingsverordening 2024 toegevoegd omdat in meerdere gemeente sprake was van schaarste in dit segment van de sociale woonruimtevoorraad. Voor een onderbouwing daarvan zie de algemene toelichting.
Met opmerkingen [HR69]: Verouderde toelichting verwijderd.
De verordening is niet van toepassing op betaalbare koopwoningen. De bevoegdheid om een huisvestingverordening op te stellen voor het reguleren van deze sector blijft voorbehouden aan de gemeenteraden.
Met opmerkingen [HR70]: Toelichting verduidelijkt.
Derde lid: Eigenaren van woningen waarop de huisvestingsverordening van toepassing is, moeten deelnemen aan het woonruimteverdeelsysteem, als bedoeld in hoofdstuk 2. De verhuurder van woonruimte betaalt de kosten voor het publiceren van de woning op het aanbodmedium.
Met opmerkingen [HR71]: Vanuit Holland Rijnland Wonen bestond de behoefte om de kostenverdeling te verduidelijken.
Vierde en vijfde lid: Op voordracht van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten kan het Dagelijks Bestuur bewoning van (een deel van de) middeldure huurwoningen die in de betreffende gemeenten staan onder de verordening laten vallen en bewoning van deze woningen vergunningsplichtig stellen. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om alle (nieuwe en bestaande) middeldure huurwoningen vergunningsplichtig te stellen of om enkel nieuwe middeldure huurwoningen vergunningsplichtig te stellen. die na de inwerkingtreding van deze verordening zijn opgeleverd. De Huisvestingsverordening dient dan door het Algemeen Bestuur te worden gewijzigd. Deze bepaling is in de Huisvestingsverordening 2024 toegevoegd omdat in meerdere gemeente sprake was van schaarste in dit segment van de sociale woonruimtevoorraad. Voor een onderbouwing daarvan zie de algemene toelichting.
Met opmerkingen [HR72]: Verouderde toelichting verwijderd. Verduidelijking aangebracht.
Zesde Vijfde lid: De verordening is niet van toepassing op onzelfstandige woonruimten zoals studentenkamers, verzorgingstehuizen of hotels die voor tijdelijke huisvesting worden ingezet. Ook is zij niet van toepassing op het verlenen van ligplaatsen voor woonschepen. Dit is de voorraad waarop de regiogemeenten willen en kunnen sturen om zo het schaarse woningen doelmatig te kunnen verdelen. Op voordracht van burgemeester en wethouders van een van de deelnemende gemeenten 33
Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2026 kan het Dagelijks Bestuur ook verhuurders met tien of meer middeldure huurwoningen die in de betreffende gemeente staan en die op basis van artikel 2 lid 5 onder deze verordening vallen toelaten tot het woonruimteverdeelsysteem. Op grond van de Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland liggen de bevoegdheden voor woningtoewijzing bij Holland Rijnland. De regiogemeenten hebben bevoegdheden tot sloop, splitsing of samenvoeging. Zij kunnen hiervoor hun eigen verordening vaststellen.
Artikel 4: Aanwijzing vergunningsplichtige woonruimte Het stelsel van de huisvestingsvergunningen is bedoeld om meer grip te hebben op een rechtvaardige en evenwichtige verdeling van woonruimte. Als er woningen worden verdeeld op basis van een huisvestingsverordening geldt er volgens de Huisvestingswet 2014 een vergunningplicht.
Artikel 5: Criteria voor verlening huisvestingsvergunning Eerste lid: Deze bepaling is een uitwerking van artikel 9 van de Huisvestingswet 2014 waarin dwingend is bepaald dat in de Huisvestingsverordening de criteria worden vastgelegd voor de verlening van huisvestingsvergunningen. Tweede lid: Hiermee wordt het mogelijk dat ook bijvoorbeeld bij woningruil afgeweken kan worden van de voorrangsregels.
Artikel 6: Aanvraag van een huisvestingsvergunning In het geval van verhuur door een woningcorporatie behandeld de verhuurder in naam van het Dagelijks Bestuur een aanvraag voor de huisvestingsvergunning. In het geval van verhuur door een particuliere verhuurder behandeld de betreffende gemeente in naam van het Dagelijks Bestuur een aanvraag voor de huisvestingsvergunning. Een vergunning kan pas worden verleend als er ook een huurovereenkomst tot stand is gekomen. De gemeente handhaaft (bij mandaat) de rechtmatige bewoning. De nationaliteit en de leeftijd van alle leden van het huishouden moet blijken uit een (kopie van) een paspoort, identiteitskaart of een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP). Recente stukken aan de hand waarvan het inkomen van de aanvrager en alle leden van het huishouden kunnen worden vastgesteld in ieder geval de stukken die naar de mening van de minister van Wonen en Rijksdienst nodig zijn voor het vaststellen van het inkomen en de verantwoording van woningcorporaties in het kader van de regeling voor diensten van algemeen economisch belang en het passend toewijzen in het kader van de Woningwet.