C03.2 VRHM, bijlage kadernota 2024.pdf
Tekst van het document
SOC en CERT worden een structurele oplossing onder een nieuw te vormen programma Cyberweerbaarheid. Dit vergt een structurele investering van elke Veiligheidsregio. Het gaat dan om de kosten voor een collectieve dienstverlening van een externe partij (€ 100.000) en uitbreiding van de interne capaciteit van de Veiligheidsregio (€ 100.000). Een belangrijk voordeel van het collectief is dat de veiligheidsregio’s samen een OKTT-status bereiken. Deze status is van belang om informatie te verkrijgen omtrent dreigingen en incidenten die het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) vanuit zijn wettelijke grondslag enkel deelt met een samenwerkingsverband dat Objectief Kenbaar Tot Taak (OKTT) heeft andere organisaties (of het publiek) te informeren (landelijk dekkend stelsel). De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 200.000 per jaar. Het niet financieren van deze kosten betekent een grote inperking van de informatiepositie van de Veiligheidsregio en een groot veiligheidsrisico. Niet deelnemen aan de landelijke samenwerking betekent dat de Veiligheidsregio een eigen SOC en CERT moet opzetten, tegen hogere kosten (geen collectiviteit schaalvoordeel en kwaliteit). Ad e.
Verhoogde huisvestingskosten door koop kazernes (€ 110.000) In de afgelopen jaren is bij nieuwbouw of grote verbouwingen van kazernes het eigendom van de kazernes steeds vaker door gemeenten overgedragen aan de veiligheidsregio. Voor de veiligheidsregio leidt deze overdracht wel tot structurele meerkosten (hogere kapitaalslasten), omdat de afschrijvingen na nieuw- en verbouw hoger zijn dan de oorspronkelijke huurkosten. In de afgelopen jaren zijn de volgende kazerne gebouwd of ingrijpend verbouwd, en is het eigendom door de betreffende gemeente overgedragen aan de veiligheidsregio (na afzonderlijke besluitvorming door colleges en algemeen bestuur veiligheidsregio): Nieuwerbrug (2018), Stolwijk (nieuwbouw in 2022), Leimuiden (verbouw in 2021), Bodegraven (nieuwbouw in 2020), Leiden-Noord (nieuwbouw in 2021/2022), Leiden-Zuid (verbouwing in 2022/2023). Ook is een aantal kazernes door gemeenten niet teruggekocht van de veiligheidsregio (conform bestuurlijke besluitvorming hierover), na afloop van de btw-constructie (ingesteld na de regionalisering voor nieuwbouwkazernes, in het voordeel van de betreffende gemeenten). Het gaat hierbij om de kazernes in Bergambacht, Krimpen aan den Lek, Lekkerkerk, Haastrecht, Zevenhuizen, Benthuizen, Hazerswoude, Koudekerk ad Rijn, Rijpwetering en Aarlanderveen. Deze btw-constructie is afgeschaft.
20
Gezien de incidentele onderuitputting van de begroting in de afgelopen jaren was het niet direct noodzakelijk om over te gaan tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage. Nu deze onderuitputting niet meer beschikbaar is, is een hogere gemeentelijke bijdrage onvermijdelijk. Ad f. Beheer en onderhoud kazernes (€ 270.600) Bij bovenstaand onderwerp gaat het om de verrekening van de structureel hogere kapitaalslasten door eigendomsverkrijging van gemeentelijke brandweerkazernes in de afgelopen jaren. Bij dit onderwerp gaat het om het kunnen onderhouden van de (eigendoms)kazernes conform vastgestelde normeringen vraagt capaciteit, kennis en financiële middelen in de komende jaren. Ook om te kunnen voldoen aan de verduurzamingseisen. Het huidige onderhoudsbudget is daartoe ontoereikend. Het uitvoeren en begeleiden van het beheer en onderhoud van de kazernes (steeds meer in eigendom) vraagt meer kennis en capaciteit evenals de begeleiding van nieuw- en verbouw van kazernes. De Veiligheidsregio heeft een externe quick scan laten uitvoeren naar het onderhoudsniveau van de bouw- en installatiedelen van de alle kazernes (huur en eigendom). Hieruit blijkt dat er afgelopen jaren een achterstand is in het onderhoud, dit heeft een directe relatie met onderbezetting en de financiële beperking van het onderhoudsbudget.
Afgelopen jaren is de verantwoording naar gebruikers en derden verder toegenomen (NEN3140, energie, CO2-reductie, tekeningenbeheer). Informatie moet geborgd en opvraagbaar zijn. Dit vraagt capaciteit en kennis van wet- en regelgeving. De extra onderhoudskosten zijn geraamd op € 100.600 per jaar. Dit zal toenemen als in de toekomst meer kazernes in eigendom worden genomen. De toegenomen planmatige (meerjarig)onderhoudskosten zullen dan ook voor rekening van de Veiligheidsregio komen. De panden zullen onderhouden moeten worden op minimaal conditieniveau 3 (NEN 2767, plaatselijk zichtbare veroudering, functie niet in gevaar). Conditieniveau 4 kan de inzetbaarheid schaden en is daarmee geen optie. Binnen de huidige begroting en formatie is geen ruimte voor de structurele kosten van onderhoud en fte. De extra benodigde capaciteit is geraamd op 2 fte (kosten € 170.000 per jaar). Het niet uitvoeren of verder temporiseren van de benodigde onderhoudsactiviteiten betekent dat de onderhoudsconditie van de kazernes verder daalt en dit leidt op termijn tot hogere onderhoudskosten en functieverlies van de panden, verder zal het niet bijdragen aan de motivatie van de brandweervrijwilligers.
In de komende beleidsplanperiode is bovendien mogelijk sprake van nieuwbouw of verbouw van de kazernes in Driebruggen (nieuwbouw), Roelofarendsveen (koop), Woubrugge (koop en verbouw), Zwammerdam (nieuwbouw), Schoonhoven (koop of nieuwbouw), Waddinxveen en regionaal oefencentrum (nieuwbouw), Nieuwveen (mogelijk nieuwbouw) en Noordwijk (verbouw Het niet kunnen beschikken over voldoende capaciteit betekent dat de begeleiding van nieuw- en verbouw niet of sterk verminderd plaatsvindt en zal leiden tot (verdere) vertraging van deze trajecten. De totale extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 270.600 per jaar. Ad g. Verduurzaming (€ 200.000) De Veiligheidsregio wil een duurzame organisatie zijn. Om aan de wettelijke verplichtingen (o.a. vermindering met 49% van de CO2-uitstoot in 2030) te kunnen voldoen (op het gebied van huisvesting, mobiliteit en inkoop) en om binnen de organisatie hierop initiatieven te ontwikkelen, ook bij nieuwbouw en verbouw van kazernes, is extra ontwikkel- en beheercapaciteit en kennis nodig. De Veiligheidsregio heeft een voorzichtige aanvang gemaakt met de verduurzamingsopgave (Greenteam), maar beschikt over te weinig capaciteit en kennis om structureel hierin te investeren, naast de reguliere werkzaamheden. Het gaat hierbij om de verduurzaming van de kazernes, het voertuigenpark, het inkooptraject, het incidentbestrijdingsproces (o.a.
gebruik blusschuim) en een cultuurverandering bij het gebruik hiervan. Dit vraagt inzet van extra kennis en capaciteit (1 fte; € 100.000), alsmede aanvullende middelen voor het ondersteunen van initiatieven op het gebied van
21
verduurzaming (€ 50.000). Voor aanvullende verduurzamingsmaatregelen op de eigendomskazernes, buiten het reguliere onderhoud om, is een extra jaarlijkse investering van € 50.000 nodig. Voor de verduurzaming van de huurkazernes wordt een grotere inspanning gevraagd van de verhuurders i.c. de gemeenten. De Veiligheidsregio zal hierbij haar bijdrage leveren in de nodige inen externe afstemmingen en overleggen. De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 200.000 per jaar. Ad h. Bluswatervoorziening (€ 187.000) De drinkwaterbedrijven vernieuwen de drinkwaterleidingen. Hierdoor zijn er minder brandkranen beschikbaar voor de brandweer. Het beschikbaar hebben van voldoende brandkranen is een gemeentelijke taak. In 2019 hebben de gemeenteraden, de drinkwaterbedrijven en de Veiligheidsregio ingestemd met het convenant bluswatervoorziening. Een van de afspraken hierin is dat de brandweer, op basis van een pilot, waterwagens aanschaft om te kunnen voorzien in de noodzakelijke bluswaterbehoefte. De extra kosten die de veiligheidsregio hiervoor moet maken komen ten laste van de gemeenten. Tegenover deze kosten zouden voor gemeenten kostenbesparingen staan door minder op onderhoud van brandkranen en het plaatsen van nieuwe brandkranen. Inmiddels is de pilot afgerond. Om voldoende bluswater te hebben dient de brandweer te beschikken over elf waterwagens.
De extra kosten voor deze waterwagens bedragen € 187.000 per jaar. Ad i. Rechtmatigheidsverantwoording (€ 150.000) Vanaf het verslagjaar 2023 is de veiligheidsregio wettelijk verplicht (Wet versterking decentrale rekenkamers) een eigen rechtmatigheidsverantwoording op te stellen, die opgenomen moet worden in jaarrekening. Nu verstrekt de externe accountant een controleverklaring met een oordeel inzake getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van de veiligheidsregio. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording wijzigt dit. Het dagelijks bestuur geeft dan een rechtmatigheidsverantwoording in de jaarrekening. Binnen de huidige organisatie is voor deze nieuwe wettelijke taak geen structurele capaciteit en kennis beschikbaar om het systeem van rechtmatigheidsverantwoording op te zetten en uit te voeren. De extra, onvermijdelijke uitgaven bedragen € 150.000 per jaar. Ad j. Formatie 24-uurdienst brandweer (€ 503.200) De formatie van de beroepskazernes (24-uursdienst) was altijd voorspelbaar en stabiel voor wat betreft instroom, verlof en uitstroom van beroepsbrandweermensen.
In de afgelopen jaren is dit veranderd door diverse ontwikkelingen: • medewerkers wisselen steeds vaker van baan binnen en buiten de brandweer (algemene maatschappelijke trend; • sinds 2006 krijgen nieuwe beroepsbrandweermensen een contract voor maximaal 20 jaar in deze bezwarende functie (tweede loopbaanbeleid; landelijk beleid); • binnen deze 20 jaar moeten beroepsbrandweermensen investeren in hun tweede loopbaan (o.a. opleiding, stage, etc.), en zijn dan niet inzetbaar voor 24-uursdiensten; • veel beroepsbrandweermensen maken de 20 jaar niet vol en dit leidt tot ongeplande uitstroom van verschillende beroepsbrandweermensen per jaar. Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot een grotere instroom van nieuwe beroepsbrandweermensen. Zij moeten eerst volledig opgeleid worden voordat ze kunnen instromen in de 24-uursdienst. Dit vraagt capaciteit van zowel de nieuwe beroepsbrandweermensen, als van de organisatie (opleiding, training, begeleiding, etc.).
22
Voor de beroepsbrandweerkazernes is bestuurlijk afgesproken dat voorzien moet worden in een Operationele Basis Sterkte (OBS) per kazerne per 24-uursdienst van 8 fte. Gelet op bovenstaande ontwikkelingen is het lastig om de continuïteit van het rooster (paraatheid) te waarborgen. Om dit te kunnen is een formatie-uitbreiding nodig van 7 fte (€440.300). Daarnaast zorgt de jaarlijkse instroom van nieuwe, jonge beroepsbrandweermensen ervoor dat de gemiddelde leeftijd van de formatie een stuk lager is komen te liggen. Dit heeft als gevolg dat veel nieuwe collega’s binnen afzienbare tijd gebruik maken van onder andere de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (Wet WIEG). Gelet op de afgesproken OBS betekent dit een formatie-uitbreiding met 1 fte (€ 62.900). Overigens wordt nu landelijk onderzocht of het tweede loopbaanbeleid (maximaal 20 jaar in een bezwarende functie) moet worden voorgezet. Naar verwachting vindt de besluitvorming hierover binnen een aantal jaren plaats. Totdat er een besluit is mogen beroepsbrandweermensen, die vallen binnen het tweede loopbaanbeleid, langer dan 20 jaar blijven. Zodra er een definitief landelijk besluit is genomen over de al dan niet voorzetting van het tweede loopbaanbeleid, zal de benodigde formatie van de 24-uursdienst opnieuw beschouwd worden.
De extra, onvermijdelijke uitgaven voor in continuïteit kunnen borgen van de OBS bedragen € 503.200 per jaar. Het niet financieren van deze kosten betekent dat er geen stabiel rooster is en dat er sprake zal zijn van structureel overwerken. Dit is geen wenselijke situatie. Zowel niet vanuit goed werkgeverschap, als vanuit de strenge arbeidstijdenregelgeving. Uiteindelijk zal er sprake zijn van een negatief effect op de OBS en kunnen voertuigen of specialismen buitendienst gezet moeten worden. Dit zal gezien de locatie van de beroepskazernes een effect hebben op de slagkracht van de brandweer in de stedelijke gebieden, maar ook in overige delen van de regio omdat het specialisme vanuit deze kazernes wordt uitgevoerd (bijv. redvoertuig, waterongevallen, specialistische hulpverlening, ongevallen gevaarlijke stoffen). Ad k. Taakdifferentiatie (PM) De landelijk invoering van taakdifferentiatie is uitgesteld, nu de wettelijke rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. De komende jaren wordt gewerkt aan een landelijk implementatieplan. Voor de dekking van de financiële consequenties hiervan (voor VRHM € 350.000 per jaar) wordt een beroep gedaan op de systeemverantwoordelijke, de minister van Justitie en Veiligheid.
Gelet op dit tijdshorizon en de vele onduidelijkheden, wordt deze mogelijke toekomstige investering als een PM-post ingebracht. Zodra er meer duidelijkheid is over het voorstel en de financiering zal dit afzonderlijk worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur.
5.
Geleidelijke opbouwende structurele toevoeging aan de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR).
Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad (VB), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk in het kader van de doorstroom migratie. Aanleiding voor deze bestuurlijke afspraken zijn de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s door de commissie Muller, de hieruit voortkomende contourennota (beoogde opvolging van de conclusies en aanbevelingen van de evaluatie) en de ervaringen met de recente landelijke crises met betrekking tot Covid en de opvang van vluchtelingen en asielzoekers. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijke opbouwende structurele toevoeging van € 46 miljoen (in 2023)
23
naar € 83 miljoen (in 2026) aan de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) ten behoeve van de 25 veiligheidsregio’s en de versterking van de bovenregionale en landelijke crisisbeheersing. De veiligheidsregio ontvangt hiertoe in 2024 €1.743.641 (prognose). Dit bedrag loopt voor de VRHM uiteindelijk op tot ongeveer €2.5M in 2026. De veiligheidsregio zet deze middelen in voor de versterking van de crisisbeheersing (opgave in nieuw regionaal beleidsplan 2024-2027).
De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), het ministerie van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad hebben gezamenlijk doelen aangegeven voor de bestemming van de extra financiële middelen: 1. Het toekomstgericht - in lijn met de contourennota - verder professionaliseren van crisisbeheersing als vak door veiligheidsregio's door te werken aan: preparatie op en waarborgen bij langdurige crises, (langdurig) bemensen en ondersteunen van crisisteams, interregionale en Rijkregio samenwerking en risico- en crisiscommunicatie. Dit zijn onderwerpen in de nadere uitwerking in het nieuwe regionaal beleidsplan (opgave versterking crisisbeheersing); 2. a) De informatiepositie van de veiligheidsregio's te versterken en te waarborgen door het inrichten van gegarandeerde Veiligheids lnformatie Knooppunten per veiligheidsregio. Dit stelt veiligheidsregio's in staat om gegarandeerd 24/7 inzicht te hebben in een dynamisch risicobeeld, de besluitvorming tijdens crises te ondersteunen en informatie uit te wisselen met netwerkpartners. b) Tot slot is er voor de ontwikkeling en beheer van informatiesystemen een impuls nodig. Vanwege de verbinding tussen Regio's en Rijk en de behoefte om hier eenheid in te organiseren wordt dit gezamenlijk door de veiligheidsregio's en het Rijk georganiseerd. 3.
Het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio's en partners: KCR22. De verhoging van de BDuR is nadrukkelijk niet bedoeld voor het verlagen van de gemeentelijke bijdragen aan de veiligheidsregio en/of het financieren van andere taken van de veiligheidsregio (bijvoorbeeld brandweerzorg).
6.
Objectieve budgetten gemeentefonds voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding
Een door het bureau Cebeon gemaakte (jaarlijkse) berekening, op basis van de meest recente inzichten in het gemeentefonds (Gemeentefonds Septembercirculaire 2022), laat het volgende beeld zien ten aanzien van de objectieve budgetten die gemeenten in Hollands Midden krijgen via het
2
KCR2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s en Rijk)
24
gemeentefonds, voor het clusteronderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (minus het deel ter dekking van de gemeentelijke kosten voor rampenbestrijding): In miljoenen €’s
In de Programmabegroting VRHM 2023 zijn de gemeentelijke bijdragen vastgesteld op € 53,6 mln., € 9,5 mln. lager dan de Cebeon-norm. In het financieel kader voor 2024 worden de gemeentelijke bijdragen na indexering berekend op € 57,5 mln., € 9,1 mln. lager dan de Cebeon-norm. In de nieuwe beleidsplanperiode 2024-2027 is een stijging voorzien van de Cebeon-norm voor de gezamenlijke gemeenten van ruim € 5 miljoen per jaar, ten opzichte van 2023.
25