CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

C02 Holland Rijnland, Zienswijze regionale investeringsagenda Holland Rijnland.pdf

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken38.140 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

79 Oegstgeest

Proces/planning

U stelt voor dat Holland Rijnland de tijd neemt om dit programma beter uit te We onderschrijven uw stelling dat de Regionale Investeringsagenda op werken. Dit om een hoog afbreukrisico te voorkomen. U geeft aan dat mocht dit onderdelen verdere uitwerking behoeft. Dit zit hem inhoudelijk in de leiden tot een ongewenste vertraging, het dan wellicht een optie is om een deel van verdere uitwerking van de veertien prioritaire projecten en de governance. het voorgestelde budget alvast te reserveren, onder voorbehoud van Feit is wel dat de inhoud tot dusver een basis vormt om financiële middelen besluitvorming over het programma in de loop van 2024. te kunnen vragen. Deze zijn daarom niet los te zien van elkaar. Op grond hiervan kunnen de gevraagde middelen aan de begroting van Holland Rijnland worden toegevoegd.

Nr. Gemeente 80 Oegstgeest

Reactie betreft Financiën

81 Oegstgeest

Projectbladen

82 Teylingen

Projectbladen

83 Teylingen

Financiën

84 Teylingen

Governance / "Hoe werken we samen"

Zienswijze Reactie U geeft aan dat het voor u nog niet duidelijk is wat het effect is van het regionale Het regionale fonds kent een thematisch karakter, onderbouwd vanuit de investeringsfonds, in combinatie met drie afzonderlijke position papers. U geeft aan programma's op de vier thema's (groenblauw, mobiliteit, energie en dat mocht dit budget toch worden opgenomen, dan tenminste het Algemeen economie). Voor dit fonds kunnen gemeenten projecten aandragen die Bestuur over de invulling dient te besluiten, met daarbij een overtuigende position bijdragen aan de regionale doelstellingen. De position papers staan daar in paper. principe los van, aangezien deze gemeenten binnen de drie gebieden kunnen helpen om de vertaling van de RIA naar de eigen gemeenteraad te kunnen maken. Tot slot stelt u terecht dat het Algemeen Bestuur dient te besluiten over de invulling van de fondsen. Deze besluitvorming wordt in 2024 opgezet. U geeft aan eraan te hechten om bij de tekst van de corridorstudie uit te gaan van We danken u voor de tekstsuggesties en nemen deze over. U geeft terecht de formuleringen in het "Blauwe Boekje". Aanvullend daarop stelt u dat het van aan dat het belangrijk is deze verkeersproblematiek op de juiste manier te belang is dat in de corridorstudie de urgente verkeersproblematiek van de benoemen.

aansluiting A44/N444, waarmee Oegstgeest en Teylingen te maken hebben, expliciet wordt benoemd. U doet hiertoe een aantal tekstvoorstellen. U geeft aan dat de verbinding N206-N207 en de verbinding N208-A44 allebei als P2- We nemen uw voorstel over. project moeten worden gekwalificeerd. U geeft aan dat, gelet op de omvang van de beoogde investeringen, het De veertien prioiritaire projecten zijn gedestilleerd uit een brede noodzakelijk is om ordening in prioriteiten aan te brengen en zichtbaar te maken in inventarisatie in het voortraject met alle gemeenten. Verdere ordening van de RIA. U vraagt of voor de prioritering een afwegingskader en criteria kunnen deze viertien projecten is de volgende stap die we na vaststelling van de RIA worden gegeven in de RIA. in gezamenlijkheid gaan zetten. Dat is voorzien op de Regiodag van 15 mei 2024. We zullen dan met alle portefeuillehouders het gesprek voeren over de fasering van de prioritaire projecten. De uitkomsten van dit gesprek worden bekrachtigd tijdens de Regiodag van 18 september 2024. Dit wordt ter vaststelling voorgelegd aan het AB van 25 oktober 2024. Op deze manier bepalen we in gezamenlijkheid de ordening, fasering en prioritering van de veertien projecten. U vraagt hoe de raad invloed kan uitoefenen en toezicht heeft op de besteding van De raad bepaalt het financiële kader en is ook via een zienswijzeprocedure middelen.

betrokken bij de begroting van Holland Rijnland. Binnen de governancestructuur van Holland Rijnland zijn de colleges en raden vertegenwoorgd in het Algemeen Bestuur. Het DB legt verantwoording af aan het Algemeen Bestuur over de besteding van middelen.

Nr. Gemeente 85 Teylingen

Reactie betreft Governance / "Hoe werken we samen"

Zienswijze U vraagt zich af of er overlap is van werkzaamheden en taken met de huidige GR? Het gevraagde geld lijkt te zitten in personeelskosten van Holland Rijnland voor de projectgroepen voor P2 en P3 projecten.

Reactie De middelen die gevraagd worden voor de financiering van de projecten zijn bedoeld om de onderzoeksvraag van de projecten te beantwoorden. Hierbij moet u denken aan het inhuren van een gespecialiseerd bureau om onderzoek te doen, een businesscase te bouwen, subsidiemogelijkheden te verkennen, et cetera. Mocht het nodig zijn om ook capaciteit met de projectmiddelen voor de RIA te financieren, dan moet dat ook een mogelijkheid zijn om tot realisatie van een project te komen. De capaciteit van Holland Rijnland wordt niet uit RIA-middelen bekostigd, maar uit de reguliere begroting van Holland Rijnland. Mocht er in het kader van een RIAproject een extra beroep worden gedaan op Holland Rijnland, dan zou het wel tot de mogelijkheden moeten behoren de extra capaciteit te bekostigen uit de projectgelden voor de RIA net zoals dat voor gemeenten geldt.

86 Teylingen

Financiën

U geeft aan dat er in één keer geld wordt gevraagd (in plaats van een jaarlijkse bijdrage) zonder volledige en duidelijke onderbouwing van vooral de fondsen. U vraagt wat de planning is van de uitgaven voor verschillende projecten. U vraagt wanneer welke middelen nodig zijn en op welke termijn aanvullende (financiële) besluitvorming wordt verwacht.

In de financiële paragraaf worden gemeenten verzocht om bij de kadernota 2025 alvast de benodigde middelen voor de RIA te reserveren. Daarmee minimaliseren we de lasten voor de gemeenten in het 'ravijnjaar' 2026. Een andere reden om dit zo te doen is dat het hiermee voor gemeenten mogelijk is om de RIA-bijdrage te dekken met incidentele middelen. Een eerste storting in de fondsen is nodig om hierop een multiplier te kunnen realiseren, oftewel middelen van andere overheden aan te trekken. Een eventuele volgende bijdrage komt pas aan de orde bij de volgende RIAperiode (2028-2031). Dan zal samen met gemeenten opnieuw de financiële behoefte worden bepaald.

87 Teylingen

Governance / "Hoe werken we samen"

U adviseert het schema op pagina 18 en 19 van de RIA “Hoe werken we samen” aan We hebben het schema op bladzijde 18 en 19 goed bestudeerd naar te passen en doet hier concrete suggesties voor. aanleiding van de zienswijzen en scherpen dit op basis van uw inbreng aan. Bij de werkwijze van de RIA hanteren we het principe dat gemeenten eigenaar zijn van de projecten, tenzij zij Holland Rijnland vragen om deze rol op zich te nemen. Daarbij benutten we de governance van Holland Rijnland voor de samenwerking binnen de RIA als geheel. De precieze werking hiervan zal de komende tijd verder worden uitgewerkt met gemeenten. De werkwijze zal in een op te stellen verordening RIA worden vastgelegd.

88 Teylingen

Financiën

U vraagt de omvang en besteding van oude RIF-middelen bekend te maken en Een toelichting op de besteding van de RIF-gelden vindt u in een aparte duidelijk te maken hoe de besluitvorming verloopt. U vindt waarborging van gelden memo. Deze is als bijlage toegevoegd. De middelen voor de Noordelijke voor de Ontsluiting Noordelijke Duin- en Bollenstreek nodig. Ontsluiting Duin- en Bollenstreek blijven voor dit doel gereserveerd in het RIF.

Nr. Gemeente 89 Teylingen

Reactie betreft Financiën

Zienswijze U stelt dat besluitvorming over inzet van de middelen uit het cofinancieringsfonds voor de RIA nodig is. U vraagt of het fonds naast de fondsen in de RIA in stand moeten worden gehouden, nu blijkt dat bedragen onbenut zijn gebleven. U vraagt om een reactie.

Reactie Het klopt dat er besluitvorming nodig is om de reserve van het cofinancieringsfonds aan te kunnen wenden voor de RIA. Dit besluit zullen we gelijktijdig met de vaststelling van de RIA voorleggen aan het AB te 3 april. Met deze middelen kunnen we alvast projecten financieren in 2024. Dit is nodig omdat de besluitvorming omtrent de RIA-bijdragen van gemeenten nog moet plaatsvinden en deze betrekking hebben op 2025. Ondanks dat er een reserve co-financieringsfonds is opgebouwd, zijn vanuit dit fonds de afgelopen jaren tal van succesvolle projecten gefinancieerd. Dit succes willen we voortzetten en de middelen hier nog beter voor benutten. Daarom werken wij een voorstel uit om het co-financieringsfonds in vernieuwde vorm onder te brengen bij het RIA-fonds voor het thema economie.

90 Teylingen

Projectbladen

U stelt dat projectkaders ontbreken of nog onduidelijk zijn en dat het onderscheid tussen de 4 miljoen voor de projecten en de 3 miljoen voor het regionale fonds lastig te duiden is. Projecten zijn verbonden aan thema's. U vraagt wat dit betekent voor de financiering, of dit uit beide stromen kan komen of niet, en wat het onderscheid is?

De projectbladen zijn bedoeld als eerste aanzet. De volgende stap is om per project een plan van aanpak uit te werken waarbij de gemeenten eigenaar zijn van het project. Het plan van aanpak geeft uitwerking aan de door u benoemde aandachtspunten, zoals kaders en afbakening. Enerzijds werken we met de RIA samen aan prioritaire projecten. Dit zijn vaak grotere complexe projecten waar meer gemeenten bij betrokken zijn. Hiervoor is in het onderhavige voorstel €4 miljoen gevraagd. Daarnaast stellen wij voor om een regionaal fonds in te stellen om (kleinere) initiatieven in de regio te stimuleren die passen bij regionale doelstellingen op de vier genoemde thema's. Hiervoor vragen we € 3 miljoen. Wij hebben in de financiële paragraaf een aanvullende toelichting opgenomen op de doelstelling van het fonds. Het is de bedoeling dat een project óf in de RIA als prioritair project wordt aangemerkt of een bijdrage uit het fonds krijgt. In uitzonderlijke gevallen is wellicht sprake van cumulatie zoals bij het sparen voor cofinanciering voor grote mobiliteitsprojecten. Voor het fonds werken we samen met de gemeenten thematische programma's uit, waarin de doelstelling verder is uitgewerkt en waarin criteria staan waaraan projecten moeten voldoen om een bijdrage te krijgen.

Uw voorstel is om de regie voor de projecten bij de deelnemende gemeenten te leggen. Hierdoor kan Holland Rijnland als partner binnen deze projecten opereren en heeft het ook de handen vrij om eigen kennis, kwaliteiten en netwerk in te zetten, in plaats van als regionaal projectbureau te moeten opereren. Gemeenten kunnen altijd Holland Rijnland vragen om als opdrachtgever voor een project op te treden, wanneer het aan organisatiekracht ontbreekt.

We delen het uitgangspunt dat gemeenten in principe de projecten trekken en dat Holland Rijnland waar de gemeenten dat wensen het projectleiderschap op zich neemt. We passen de tekst hierop aan.

91 Voorschoten Governance / "Hoe werken we samen"

Nr. Gemeente Reactie betreft 92 Voorschoten Financiën

93 Voorschoten Projectbladen

94 Voorschoten Financiën 95 Voorschoten Financiën

96 Voorschoten Financiën

Zienswijze Reactie Voor de financiering vraagt u een verdere uitwerking van het beheer van de Bij ieder project zijn verschillende gemeenten betrokken, in wisselende beschikbaar gestelde middelen. U stelt dat pas wanneer duidelijk is wie een project samenstellingen. Het is eenvoudiger om één gezamenlijk budget te maken gaat trekken (een gemeente of Holland Rijnland) te bepalen valt hoe hoog de van waaruit de regievoerende gemeenten een bijdrage ontvangen, dan dat gezamenlijke bijdrage voor de projecten moet zijn en waar dit wordt beheerd. Door gemeenten voor ieder traject onderling een besluitvormend traject over de de regie voor de projecten in principe bij de gemeenten te laten, hoeven de financiën moeten doorlopen. De rol van Holland Rijnland als kassier is middelen voor de projecten niet eerst aan Holland Rijnland over te worden bedoeld vanuit het oogpunt van effectiviteit en wordt daarom zo licht gemaakt, waardoor zij niet als kassier hoeft op te treden. mogelijk ingericht. Wij werken de governance verder uit in samenwerking met de gemeenten tot een beheersverordening RegIonale Investeringsagenda. U zou graag een motivatie terugzien voor belangen (direct of indirect) die Met deze prioritaire projecten geven we als regio een antwoord op de gemeenten hebben bij de prioritaire projecten. opgaven zoals deze zijn beschreven in de ROA, de RSM en de RES.

Zowel de scope als de effecten van de projecten zijn gemeentegrensoverschrijdend en daarom is het van belang dat gemeenten samen aan deze projecten werken. Waar nodig zal een maatschappelijke kosten-baten analyse worden opgezet voor het project. Dit geeft op regionale schaal inzicht iin de effecten op economie, leefbaarheids, duurzaamheid en financiën. U stelt dat meebetalen aan alle projecten kan, door bij de voorgestelde financiering Dit is overgenomen in de financiële paragraaf van het RIA-boekje. een verdeelsleutel naar aantal inwoners toe te passen. U vraagt om een motivatie voor het instellen van een fonds voor de prioritaire De veertien prioritaire projecten betreffen onderzoeks- en projecten. U stelt dat bij de P3 en P2 projecten geen sprake zal zijn van ontwikkelprojecten (P3 en P2). Waar mogelijk zullen we co-financiering van cofinanciering of een multiplier. deze projecten niet nalaten, echter ligt een multiplier op deze middelen minder voor de hand dan op de middelen die we in het fonds bijeen willen brengen. Voor wat betreft het regionale fonds onderschrijven we uw voorwaarde dat dit dient te leiden tot externe investeringen in de regio. U geeft aan dat u graag een motivatie zou willen terugzien voor belangen (direct of indirect) die gemeenten hebben bij de prioritaire projecten.

U geeft aan dat de raden namelijk zullen vragen waarom zij meebetalen aan projecten terwijl ze hier mogelijk geen belang van inzien.

De veertien prioiritaire projecten zijn in het voortraject naar voren gekomen uit een brede inventarisatie bij alle gemeenten. Vanaf de projectbladen werken gemeenten toe naar de plannen van aanpak. De onderbouwing van de belangen van de betreffende gemeenten komen hierin terug. De plannen van aanpak worden besproken in de regiocomissie. De veertien prioritaire projecten dragen allen bij aan de regionale doelstellingen zoals geformuleerd in de door het Algemeen Bestuur vastgestelde Regionale Omgevingsagenda, Regionale Strategie Mobiliteit en Regionale Energiestrategie. Daarmee zijn deze projecten van direct belang voor de toekomstbestendigheid van de regio in zijn geheel. Deze link wordt ook gelegd in het onderdeel van de regionale investeringsagenda "Zo slaan we samen de brug van ambitie naar uitvoering".

Nr. Gemeente Reactie betreft 97 Voorschoten Financiën

98 Voorschoten Proces/planning

99 Voorschoten Governance / "Hoe werken we samen"

100 Voorschoten Proces/planning

101 Voorschoten Proces/planning

Zienswijze Reactie Voor het financiële deel vraagt u om duidelijk te maken welk financieel We verwachten inderdaad financieel commitment op de daadwerkelijke commitment van de gemeenten wordt gevraagd in de verschillende stadia van de uitvoering van projecten zodra deze in de P1-fase belanden. De omvang projecten, in het bijzonder omdat bij P2 projecten financieel perspectief nodig is daarvan moet blijken uit de ontwikkeling van het project en de lobbyvoor de uitvoering van deze projecten in de P1-fase. activiteiten om de multiplier te genereren. U zou graag een prioritering en planning zien, waarbij ook wordt aangegeven op De veertien prioiritaire projecten zijn gedestilleerd uit een brede basis van welke criteria wordt afgewogen of, wanneer en onder welke condities een inventarisatie in het voortraject met alle gemeenten. Verdere ordening van project wordt gestart. deze viertien projecten is de volgende stap die we na vaststelling van de RIA in gezamenlijkheid gaan zetten. Dat is voorzien op de Regiodag van 15 mei 2024. We zullen dan met alle portefeuillehouders het gesprek voeren over de fasering van de prioritaire projecten. De uitkomsten van dit gesprek worden bekrachtigd tijdens de Regiodag van 18 september 2024. Dit wordt ter vaststelling voorgelegd aan het AB van 25 oktober 2024.

Op deze manier bepalen we in gezamenlijkheid de ordening, fasering en prioritering van de veertien projecten. U vraagt ons om de gemeentesecretarissen te betrekken bij de afwegingen en keuzes die voor de benodigde capaciteit moeten worden gemaakt.

Zoals hierboven aangegeven is het uitgangspunt dat de gemeenten eigenaar zijn van de projecten. Dat betekent ook dat de gemeenten in eigen huis de benodigde capaciteit bespreken en beschikbaar stellen. Capaciteit is een bespreekpunt in de Directeuren Overleggen. Uw gemeentesecretaris is van harte uitgenodigd om hierbij aan te sluiten. De secretaris van Holland Rijnland maakt een ronde door de regio om dit met de gemeentesecretarissen te bespreken. Het valt u op dat het bij sommige projecten ontbreekt aan focus, scherpte in de De projectbladen zijn bedoeld als eerste aanzet. De volgende stap is om per vraagstelling en dat niet altijd recht wordt gedaan aan het subsidiariteitsbeginsel. U project een plan van aanpak uit te werken waarbij de gemeenten eigenaar stelt daarom voor dat Holland Rijnland de gelegenheid biedt om opnieuw zijn. Het plan van aanpak geeft uitwerking aan de door u benoemde ambtelijke aanvullingen te verwerken in de RIA. Dit hoeft niet noodzakelijkerwijs aandachtspunten. De totstandkoming van de plannen van aanpak gebeurt voor de vaststelling van de RIA, wanneer bij de vaststelling het perspectief wordt in eerste instantie ambtelijk. Daarmee is er voldoende ruimte om input te geschetst hoe ambtelijke aanvullingen alsnog worden opgenomen. leveren.

Concreet vraagt u om het uitwerken van de bovenstaande punten om vervolgens de De totstandkoming van de RIA is een dynamisch proces. Het is voor het bestuurlijke discussie hierover af te ronden en pas daarna een bijgewerkte RIA vrij eerst dat wij op deze vernieuwende manier samenwerken om regionale te geven voor zienswijzen door de raden. projecten met elkaar van de grond te krijgen. We hechten eraan om gezamenlijk stappen te zetten richting de uitvoering. Daarbij moeten we ook met elkaar onderkennen dat de RIA nooit 'af' zal zijn. Het is immers een agenda en geen vaststaand programma. Uitstellen van de zienswijze is ons inziens niet in het belang van de gemeenten en daarmee de regio. Het is van belang om vooral met elkaar in gesprek te blijven om de aanpak en inhoud te verfijnen. Daar maken de raden ook deel van uit.

Nr. Gemeente Reactie betreft 102 Voorschoten Financiën

103 Zoeterwoude Projectbladen

Zienswijze U geeft aan de toezegging te doen om in uw begroting 2025 een reservering op te nemen om financiering van de prioritaire projecten en het regionaal fonds mogelijk te maken. U geeft aan dat Holland Rijnland de RIA daarom niet vast hoeft te stellen voor het versturen van de Holland Rijnland begroting 2025 voor zienswijzen van de raden, maar dat de trajecten van de RIA en de begroting 2025 kunnen worden losgekoppeld. In uw brief refereert u aan meegegeven ambtelijke reacties.

Reactie De inhoud van de RIA vormt de basis voor de gevraagde financiële middelen. Wij laten de RIA na de zienswijzen van de raden vaststellen door het Algemeen Bestuur. Op grond hiervan kunnen de gevraagde middelen aan de begroting van Holland Rijnland worden toegevoegd.

104 Zoeterwoude Projectbladen

U vraagt om per project aan te geven wat de meerwaarde is voor de regio.

105 Zoeterwoude Proces/planning

U stelt dat het goed is om duidelijkheid te hebben omtrent de concrete aanvang van De veertien prioiritaire projecten zijn gedestilleerd uit een brede projecten (dan wel verkenningen): welke projecten worden als eerste opgepakt? inventarisatie in het voortraject met alle gemeenten. Verdere ordening van Geldt daarbij dat wie het eerst komt, die het eerst maalt (ook financieel)? En deze viertien projecten is de volgende stap die we na vaststelling van de RIA wanneer komen projecten die tussen de ijkmomenten (eens in de vier jaar) worden in gezamenlijkheid gaan zetten. Dat is voorzien op de Regiodag van 15 mei ingebracht aan bod: tussentijds, of pas na het eerstvolgende ijkmoment? 2024. We zullen dan met alle portefeuillehouders het gesprek voeren over de fasering van de prioritaire projecten. De uitkomsten van dit gesprek worden bekrachtigd tijdens de Regiodag van 18 september 2024. Dit wordt ter vaststelling voorgelegd aan het AB van 25 oktober 2024. Op deze manier bepalen we in gezamenlijkheid de ordening, fasering en prioritering van de veertien projecten.

106 Zoeterwoude Proces/planning

U vraagt ons om een tempo aan te houden dat zich verhoudt tot de opgaven en ambities. U vraagt ons in het traject rekening te houden met de schaal van alle deelnemende gemeenten. U vraagt ons in het traject te zorgen voor transparantie, consistent en over de hele breedte. U vraagt ons in het traject evaluaties te benutten om het proces doorlopend te verbeteren.

We zullen uw ambtelijke reacties bekijken en waar mogelijk verwerken. Daarbij geven we wel aan dat deze reactie niet is afgestemd met de andere gemeenten wat het voor ons in deze fase in het proces lastig maakt. Voor zover we dit om deze reden niet kunnen verwerken, kan dit worden meegenomen in de uitwerking van de plannen van aanpak. Met de prioritaire projecten geven we als regio een antwoord op de opgaven zoals deze zijn beschreven in ROA, RSM en RES. Zowel de scope als de effecten van de projecten zijn gemeentegrensoverschrijdend en daarom is het van belang dat gemeenten samen aan deze projecten werken. Waar nodig zal een maatschappelijke kosten-baten analyse worden opgezet voor het project. Dit geeft op regionale schaal inzichten in de effecten op economie, leefbaarheid, duurzaamheid en financiën.

We nemen uw suggesties en aandachtspunten mee in het vervolgtraject.

Nr. Gemeente Reactie betreft 107 Zoeterwoude Governance / "Hoe werken we samen"

108 Zoeterwoude Financiën

109 Zoeterwoude Financiën

110 Zoeterwoude Financiën

Zienswijze Reactie U geeft aan dat in de concept-RIA summier staat beschreven dat Holland Rijnland Voor de samenwerking binnen de RIA wordt gebruik gemaakt van de voor P3- en P2-projecten afspraken maakt met de betreffende gemeenten over de bestaande governance van Holland Rijnland. Deze governance is gericht op leiding en financiering van de projecten. Ook geeft u aan dat bij deze en andere afstemming tussen gemeenten en het vervolgens initiëren van de vraagstukken het van belang is dat in de eerste plaats keuzes in samenspraak gezamenlijke vervolgstappen. De werkwijze van de RIA sluit hierop aan. Zo worden gemaakt, met de dertien gemeenten en Holland Rijnland tezamen. Hoe wordt van een project het plan van aanpak, het tussenresultaat en het beter dergelijke afstemming aan de voorzijde plaatsvindt, des te vruchtbaarder de eindresultaat besproken in de regiocommissie. vervolgstappen zullen zijn. U geeft aan dat rondom de financiering een basis is beschreven. U stelt dat om de We stellen voor om de vrije middelen uit het cofinancieringsfonds ter RIA te kunnen onderschrijven, veel zaken (extra) aandacht behoeven. Eén van de grootte van 465.000 euro in te zetten om alvast in 2024 met de projecten zaken waarvoor dit volgens u geldt, is de afweging om gemeentelijke bijdragen al in aan de slag te kunnen.

Het voorstel is om voor de jaren 2025-2027, voor het 2024 of pas in 2025 te laten aanvangen. aanjagen van projecten, € 4 miljoen beschikbaar te stellen. Met dit voorstel kunnen we zo snel mogelijk aan de slag én kunnen gemeenten de bijdrage over 2025 en verder, in hun kadernota-proces meenemen. U vraagt aandacht voor afspraken over het al dan niet meebetalen van gemeenten aan projecten, voor elke fase. U vraagt zich bijvoorbeeld af of alle gemeenten gezamenlijk meebetalen aan de onderzoeksprojecten of dat dit reeds wordt toegespitst op de betreffende gemeenten?

In de financiële paragraaf staat als uitgangspunt om in de aanjaagfase (P3 en P2), op basis van inwonerbijdrage, gezamenlijk de projecten te financieren. Zodra een project naar uitvoering gaat (P1), zijn de betreffende gemeenten zelf verantwoordelijk voor onder andere de financiering (na aftrek van middelen van derden). U stelt dat het regionaal fonds verduidelijking behoeft. U vraagt specifiek wat de de In de financiële paragraaf hebben we aanvullende toelichting opgenomen criteria worden, door wie de besluitvorming plaatsvindt en wat wordt verstaan over de fondsen. Per fonds zal een programma worden ontwikkeld. Daarin onder icoonprojecten. Daarnaast vraagt u waarop het startbedrag voor het zullen ook de criteria voor projecten en bestedingen worden opgenomen regionaal fonds van €3 miljoen is gebaseerd. (zoals nu bij het Groenprogramma). Deze programma's zullen via de governancestructuur van Holland Rijnland (commissies, DB en AB) in besluitvorming worden gebracht. Dit is ook het geval zodra er een mogelijk icoonproject in beeld komt. Een icoonproject gaat om een grootschalig regionaal project zoals nu de Rijnlandroute. Voor wat betreft het startbedrag: dit bedrag is een eerste aanzet om de fondsen te vullen. De te ontwikkelen programma's zullen nadere duidelijk geven wat de totale gewenste omvang is gelet op het uit te voeren programma.

Het bedrag van € 3 miljoen is nodig om de multiplier te bewerkstelligen. In de financiële paragraaf wordt dit verder toegelicht.

‘WAS-WORDT’ TABEL CONCEPT RIA Pagina 8-9 Kaart prioritaire projecten

Was Project 3: vinkje voor thema ‘Een bereikbare en verbonden regio’.

15, tweede alinea, Stap voor stap projecten verder brengen

… betreffende gemeenten over de leiding en de financiering van het project.

18-19 Hoe we samenwerken Oude schema met 10 stappen. 25 tweede kolom, laatste alinea, position paper Stedelijke As

27 alinea onder kopje 4., position paper Stedelijke As

1. Rondom Leiden en Katwijk… 2. Gericht op ruimte voor Unmanned Valley, de Space Campus… 3. Op het LBSP zelf hebben we fors geïnvesteerd in de openbare ruimte en vergroening.

…willen we het Leiden Bio Science Park doorontwikkelen…

Wordt Project 3: Vinkjes thema’s ‘Een bereikbare en verbonden regio’, ‘Een economisch sterke en innovatieve regio’ en ‘Een groene en klimaatbestendige regio’. …initiatiefnemende gemeenten over de leiding en de financiering van het project. Zie voor nieuwe tekst bijlage: Herziene tekst ‘Hoe we samenwerken’ 1. Rondom Leiden, Katwijk en Noordwijk 2. Gericht op ruimte voor Unmanned Valley en de doorontwikkeling van Leiden Bio Science Park… 3. Op het LBSP zelf hebben we fors geïnvesteerd in de openbare ruimte en vergroening. We werken door aan de ontwikkeling van de NL Space Campus in Noordwijk. Gericht op kennisintensieve bedrijvigheid en de clustering van space gerelateerde bedrijven op deze plek. …willen we het Leiden Bio Science Park en de NL Space Campus doorontwikkelen…

Holland Rijnland is een regio van dertien gemeenten in de Randstad van de kust tot in het Groene Hart. We werken samen en geven uitvoering aan opgaven op het gebied van ruimte, wonen, economie, landschap, mobiliteit en maatschappij.

33 eerste kolom, eerste alinea, position paper DBS

Daarnaast beschikken we over een prachtige kust en het kuuroord Noordwijk.

34 tweede kolom, eerste alinea, position paper DBS

Wij vragen daarnaast om het opstarten van een corridorstudie N206 Ruimte en Mobiliteit – A44 – Zuidelijke ontsluiting Duinen Bollenstreek.

38 onder fasering, projectblad 3

Fasering: - Doorfietsroutes: P1, P2 en P3 - N208-A44: P2/P3 - N207- N206 c.a.: P3 …zowel de ontsluiting van de Zuidelijke Duin- en Bollenstreek als een HOVverbinding van Leiden naar Noordwijk. Versterking van de landschappelijke kwaliteiten en de blauwe dooradering van het gebied maken hier eveneens onderdeel van uit. De corridorstudie is ook randvoorwaardelijk voor andere ontwikkelingen in de regio, zoals de Barrepolder, Energy Lane of de Space Campus.

39 eerste kolom, projectblad 4

Daarnaast beschikken we over een prachtige kust en de heilzame badplaats Noordwijk. Wij vragen daarnaast om het opstarten van een corridorstudie N206 Ruimte en Mobiliteit – A44 – Zuidelijke ontsluiting Duinen Bollenstreek. Ook voor de ontwikkeling van de NL Space Campus is investeren in bereikbaarheid van groot belang. Fasering: - Doorfietsroutes: P1, P2 en P3 - N208-A44: P2 - N207- N206 c.a.: P2 Daarnaast is er aandacht voor: - HOV-verbinding van Leiden naar Noordwijk. - Barrièrewerking en het effect van het stevige autolandschap bij de knoop van de N206/A44 op de leefbaarheid van de omliggende woon- en werkgebieden. - Kwaliteit en de beleving op het onderliggende wegennet in de wereld van de fiets- en voetganger. - Verkeerscongestie op- en afritten A44 Oegstgeest/Teylingen, met een urgente opgave voor op- afrit N444. - Mogelijkheden voor de ontwikkeling van Ruimte en Mobiliteit ten noorden van Rijnsburg, in samenhang met de versterking van de landschappelijke kwaliteiten en de blauwe dooradering van het gebied. De corridorstudie is ook randvoorwaardelijk voor andere ontwikkelingen in de

40 eerste kolom, projectblad 5

In de westzijde (Katwijk) van de Stedelijke As…

40 eerste kolom, projectblad 5 40 eerste kolom onderaan pagina, projectblad 5

1 alinea

40 eerste kolom onderaan pagina, projectblad 5

De vraag is of dit past binnen de Stedelijke As die we ontwikkelen. …de juiste bedrijven op de juiste plaats te huisvesten, en om schuifruimte te creëren.

44, eerste kolom, eerste alinea, projectblad 8

…zijn dan noodzakelijk

47, eerste kolom, tweede alinea, projectblad 11

…zijn landschappen beter te vinden voor recreanten en (internationale) toeristen. Een gedegen gebiedsbranding is daarbij van groot belang.

48, eerste kolom, derde alinea, projectblad 12

… zodat voor reizigers, bewoners en (keten)bedrijven een totaalpakket ontstaat.

48, eerste kolom, vierde alinea, projectblad 12

… moeten worden om dit hergebruik mogelijk te maken.

regio, zoals de Barrepolder, Energy Lane of de Space Campus. In de westzijde (NL Space Campus-Katwijk-LeidenZoeterwoude) van de Stedelijke As… Opgesplitst in 3 alinea’s voor de leesbaarheid. …zijn dan noodzakelijk om het goed functioneren van het daily urban system in stand te houden. Zin verwijderd. …de juiste bedrijven op de juiste plaats te huisvesten, en om schuifruimte te creëren. Bijvoorbeeld bij een bedrijventerrein zoals de Baanderij in Leiderdorp. …zijn landschappen beter te vinden voor recreanten en (internationale) toeristen. Daarom investeren wij in het versterken van het landschap en werken aan een gedegen gebiedsbranding. zodat voor reizigers, bewoners en (keten)bedrijven een totaalpakket ontstaat. Een HUB kan fungeren als ondersteuning voor verschillende gerelateerde activiteiten, bijvoorbeeld (snel)laad faciliteiten voor vrachtvervoer en ophaalpunt voor pakketten en dagelijkse goederen. … moeten worden om dit hergebruik mogelijk te maken. We werken toe naar een regionaal systeem van HUBs voor materialen, goederen en personen. Daartoe is eerst onderzoek

50, eerste kolom, tweede alinea, projectblad 14

50, eerste kolom, tweede alinea, projectblad 14

50, tweede kolom, onder betrokken partijen, projectblad 14

…Bio Science Park, ontwikkeling van Zijlhoek-De Woerd, de toekomst van Unmanned Valley en de banden met het spacecluster in Noordwijk. …van de kennis- en innovatieclusters kan worden verbeterd, waarbij aandacht is voor Human Capital.

…Hierbij daarbij aan koepelorganisaties, onderwijsinstellingen, en bedrijfsleven.

nodig, waarbij aard, omvang, regionale behoefte en locatie leidend zijn. … Bio Science Park, ontwikkeling van Zijlhoek-De Woerd, de toekomst van Unmanned Valley en de NL Space Campus in Noordwijk. van de kennis- en innovatieclusters kan worden verbeterd, waarbij aandacht is voor Human Capital. De gemeente Zoeterwoude is aan het verkennen hoe de regio zich verder kan ontwikkelen en innoveren op mbo-niveau, met name op de thema’s duurzaamheid, eiwittransitie en biobased economy. … Hierbij denken we aan koepelorganisaties, onderwijsinstellingen, Economic Board Duin- en Bollenstreek en bedrijfsleven etc.

Financiële paragraaf Regionale Investeringsagenda (RIA) De afgelopen tijd is samengewerkt aan het tot stand brengen van de Regionale Investerings­ agenda. We willen met deze agenda een brug slaan van ambitie naar uitvoering. Hiervoor zijn middelen benodigd. Voor de periode van 2024 tot en met 2027 is dit berekend op een bijdrage van € 7 miljoen incidenteel. Hiermee maken we een begin met de uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. Op de Regionale Investeringsagenda (inclusief deze finan­ ciële paragraaf) vragen we de gemeenteraden hun zienswijze in te dienen. Door deze stukken nu voor zienswijzen voor te leggen, zijn gemeenten in staat de gevraagde bijdrage mee te nemen in hun kadernota en begroting 2025.

In deze financiële paragraaf gaan we in op het ­proces van besluitvorming. Daarna lichten we toe hoe we ­projecten prioriteren en organiseren en hoe we de Regionale Investeringsagenda willen financieren.

Proces van besluitvorming Met de vaststelling van de Regionale Investeringsagenda in het Algemeen Bestuur van 3 april 2024 leggen we met elkaar het ‘wat’ vast en vragen we gemeenten om in de kadernota 2025 middelen te reserveren voor de RIA. Deze middelen zijn nodig om de veertien prioritaire projecten en het regionaal fonds te kunnen financieren. Een eerste storting in het fonds is nodig om een multipliereffect te kunnen realiseren voor de regio, oftewel middelen van andere overheden aan te trekken. Daarmee beogen we dat iedere euro die gemeenten bijdragen regionaal een grotere impact genereert. Het is de ambitie dat iedere gemeente ­daarmee netto-ontvanger wordt. Het is voor gemeenten mogelijk om de RIA-bijdrage te dekken met incidentele middelen. Hierdoor minimali­ seren we de lasten voor de gemeenten in het ‘ravijnjaar’ 2026. Een eventuele volgende bijdrage komt aan de orde bij de volgende RIA-periode (2028-2031). Dan bepalen we samen met gemeenten opnieuw de ­financiële behoefte. Parallel aan de vaststelling van de Regionale Investeringsagenda werken we verder aan het verfijnen van de stappen uit het hoofdstuk ‘Hoe we samenwerken’. Onze gezamenlijke werkwijze en de spelregels leggen we vast in een verordening. Een werkgroep, bestaande uit een vertegenwoordiging van de dertien gemeenten, stelt de verordening op.

-1-

De besluitvorming over de Regionale Investerings­ agenda verloopt in een aantal stappen: - Vaststelling van de inhoud (Regionale Investeringsagenda) in het Algemeen Bestuur van 3 april 2024 - Het vragen van middelen voor de Regionale ­Investeringsagenda per 2025, bij de behandeling van de gemeentelijke kadernota’s 2025 - Het uitwerken van een verordening RIA en ­thema­tische programma’s voor het regionale fonds. Ter vaststelling in het Algemeen Bestuur in het vierde kwartaal 2024. In de tijdlijn op de volgende pagina zijn de hiertoe te nemen stappen weergegeven.

Prioriteren en organiseren Prioritaire projecten De veertien prioritaire projecten zijn gedestilleerd uit een brede inventarisatie in het voortraject met alle gemeenten. Verdere ordening van deze veertien projecten is de volgende stap die we na vaststelling van de RIA in gezamenlijkheid gaan zetten. Dat is voorzien op de Regiodag van 15 mei 2024. We zullen dan met alle portefeuillehouders het gesprek voeren over de ­fasering van de prioritaire projecten. De uitkomsten van dit gesprek worden bekrachtigd tijdens de ­Regiodag van 18 september 2024. Vervolgens zal dit ter vaststelling worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur van 25 oktober 2024. Op deze manier bepalen we in gezamenlijkheid de ordening, fasering en prioritering van de veertien projecten. Bij de projecten is het uitgangspunt dat gemeenten eigenaar zijn en het stuur ter hand nemen, tenzij zij Holland Rijnland vragen dit te doen. De trekkende ­gemeente krijgt de beschikking over de voor het

Besluitvorming Regionale Investeringsagenda 2024 Spoor 1. Wat?

Spoor 2. Hoe?

16 januari 2024

Februari 2024 – september 2024

Het Dagelijks Bestuur stuurt de Regionale Investerings­

Uitwerken verordening Regionale Investeringsagenda.

agenda aan het Algemeen Bestuur. Februari 2024 – september 2024 31 januari 2024

Opstellen thematische programma’s ten behoeve van

Het Algemeen Bestuur besluit over het vrijgeven van de

­regionaal fonds.

Regionale investeringsagenda voor zienswijzen aan de gemeenteraden.

December 2024 De verordening Regionale Investeringsagenda en de vier

31 januari tot en met 27 maart 2024

thematische programma’s worden gelijktijdig met een

In deze periode hebben de gemeenteraden acht weken

begrotingswijziging ter besluitvorming voorgelegd aan het

de tijd om hun zienswijze te geven op de Regionale

Algemeen Bestuur.

Investeringsagenda. 3 april 2024

Dit proces en de onderdelen daarvan zijn vergelijkbaar met

Het Algemeen Bestuur besluit over het vaststellen van de

de besluitvorming over het RIF. In 2007 is op basis van de

Regionale Investeringsagenda.

Regionale Investeringsstrategie Holland Rijnland aan vijf grote en meerjarige projecten prioriteit gegeven. Voor deze vijf pro-

April

jecten is in het RIF 180 miljoen euro vrijgemaakt door gemeen-

Gemeenten verwerken de gevraagde bijdrage in hun

ten over de periode 2008 tot en met 2024. Om deze middelen

­kadernota’s 2025 na vaststelling van de Regionale

te verstrekken en te kunnen beheren is een verordening

­Investeringsagenda door het Algemeen Bestuur.

gemaakt. Deze verordening is op voorstel van het Dagelijks Bestuur vastgesteld door het Algemeen Bestuur. In 2013 is een aanvullende bijdrage overeengekomen voor het Regionaal Investeringsfonds ten behoeve van de Rijnlandroute.

project gereserveerde financiën. Bij ieder project zijn verschillende gemeenten betrokken, in wisselende samenstellingen. Het is eenvoudiger om één gezamenlijk budget te maken bij Holland Rijnland van waaruit de sturende gemeenten een bijdrage ontvangen, dan dat gemeenten voor ieder project onderling een besluitvormend traject over de financiën moeten doorlopen. De rol van Holland Rijnland als kassier is bedoeld vanuit het oogpunt van effectiviteit en wordt daarom zo licht mogelijk ingericht. We zullen de werkwijze de komende periode met gemeenten verder uitwerken en vastleggen in een verordening Regionale Investeringsagenda. In het hoofdstuk ‘Stap voor stap projecten verder brengen’ leest u meer over de drie projectfases die we onderscheiden in de projectenportefeuille. Regionaal fonds Naast het werken aan prioritaire projecten is er ook ­behoefte om een regionaal fonds in te stellen voor de thema’s uit de Regionale Investeringsagenda. Het doel van deze (deel)fondsen is om de ambities uit de Regionale Omgevingsagenda (ROA), Regio­

-2-

nale ­Strategie Mobiliteit (RSM) en de Regionale ­Energiestrategie (RES) bij deze thema’s te realiseren door het s ­ timuleren van ­concrete vaak kleinschaliger projecten. De ­onder­bouwing van de opgaven op de vier thema’s leest u in het hoofdstuk ‘Aanpak van onze opgaven’. De ­afgelopen tijd hebben we op deze manier ­bijvoorbeeld met het ­Groenfonds en het cofinancieringsfonds s ­ uccesvol samen­gewerkt. We willen hieraan een vervolg geven. Bij het regionaal fonds bouwen we in de verordening ook de mogelijkheid in om gelden bijeen te brengen voor icoonprojecten. Icoonprojecten zijn projecten die van majeure omvang, langjarig en regio-overstijgend zijn. Te denken valt aan projecten die vergelijkbaar zijn met de status van de Rijnlandroute in het RIF. Voor het toekennen van de status van icoonproject wordt de procedure voor de prioriteitstelling gevolgd, zoals voor alle projecten van toepassing is. Deze procedure sluit af met vaststelling door het Algemeen Bestuur. Het regionaal fonds zal bestaan uit vier deelfondsen. De regionale commissies zullen een belangrijke rol

Thema

Commissie

Eerste indicatieve verdeling

Bereikbaar en verbonden Duurzaam en energiezeker Groen en klimaatbestendig Economisch sterk en innovatief

Mobiliteit Duurzaamheid, Energie & Groen Duurzaamheid, Energie & Groen Economie

€ 750.000 € 750.000 € 750.000 € 750.000

­ ervullen in de bestedingen uit deze fondsen. Het v gevraagde bedrag willen we evenredig verdelen over de vier in de Regionale Investeringsagenda opgenomen thema’s. Voor alle genoemde deelfondsen zal een thematisch programma worden ontwikkeld op basis van de nu lopende toekomstverkenningen. In de thematische programma’s zullen ook de inhoudelijke criteria voor de (deel)fondsen worden geformuleerd op basis waarvan projectaanvragen gedaan kunnen worden. Gemeentelijke projecten die aan de criteria van het fonds voldoen, kunnen financiering ontvangen van Holland Rijnland. De regionale commissie adviseert het Dagelijks Bestuur (DB) over het al dan niet toekennen van financiering uit het regionaal fonds. Het DB handelt daarbij binnen de door het Algemeen Bestuur gestelde kaders (verordening en thematische programma’s) en rapporteert regelmatig aan het Algemeen Bestuur over welke projecten financiering hebben ontvangen en de voortgang daarvan. Holland Rijnland zet zich actief in om op de middelen in het fonds een multiplier effect te realiseren. Dit houdt in dat we streven naar cofinanciering door extra ­financiële steun van provincie, Rijk en EU aan te trekken. Het doel hiervan is om het totale beschikbare budget in het regionale fonds aanzienlijk te verhogen en zo de impact ervan te maximaliseren. De ambitie is dat iedere gemeente netto-ontvanger wordt.

De werkwijze met betrekking tot de fondsen is in het hoofdstuk ‘Hoe we samenwerken’ in zeven stappen uiteen gezet. We zullen dit de komende periode met gemeenten verder uitwerken en in de op te stellen ­verordening Regionale Investeringsagenda opnemen. Verordening De op te stellen verordening bevat de spelregels hoe we in het kader van de Regionale Investeringsagenda met elkaar samen werken in het verband van Holland

-3-

Rijnland. In de verordening wordt in ieder geval vastgelegd: - De werkwijze van het opstellen van een projectenportefeuille. - De wijze van prioritering van projecten. - Een nadere uitwerking van ‘hoe we samenwerken’ in de uitvoering van projecten. - Wanneer en hoe de RIA-middelen worden aangewend. - Welke (deel)fondsen worden ingesteld en welke programma’s daarvoor nodig zijn. - Wat de voorwaarden en criteria zijn waaronder een bijdrage uit het fonds kan worden verkregen. De verordening wordt in december 2024 ter vast­ stelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur.

Financieren De financiering van de Regionale Investeringsagenda over 2024-2027 behelst in totaal € 7 miljoen. Dit valt uiteen in € 4 miljoen voor prioritaire projecten en € 3 miljoen voor het regionaal fonds. In de projectbladen van de veertien prioritaire projecten is per project een raming opgenomen van de benodigde middelen in de genoemde fase van het project. Hiermee kunnen we ook aan de slag om het gesprek aan te gaan over een multiplier effect vanuit andere overheden (Provincie, Rijk en EU). We zijn ons terdege bewust van de financiële positie van gemeenten, in het bijzonder met het oog op het aankomende ravijnjaar 2026. Om te kunnen starten met de Regionale Investeringsagenda vraagt ­Holland Rijnland de dertien gemeenten om per 2025 het ­gevraagde budget bijeen te brengen. Op verzoek van gemeenten hebben wij ook gekeken naar de mogelijkheden om reeds bestaande middelen van Holland Rijnland in te zetten. Hierbij constateren we dat alleen een opgebouwde reserve van het cofinancieringsfonds mogelijkheden biedt om deze

vrij te maken voor de Regionale Investeringsagenda. De RIF-middelen zijn volledig bestemd en een aantal projecten loopt nog enkele jaren door. Ook hebben niet alle huidige samenwerkende gemeenten bijgedragen aan het RIF. Verder zijn er financiële risico’s in projecten van het RIF waarvoor de rente-inkomsten ­momenteel een bufferfunctie vervullen. Om deze redenen ­willen we de geldstromen van het RIF en de Regionale ­Investeringsagenda uit elkaar houden. Om in 2025 een vliegende start te kunnen maken, zetten we in 2024 alvast bestaande middelen uit het cofinancieringsfonds in. We werken daarbij op basis van het stappenplan uit het onderdeel ‘hoe werken we samen’ tot dat de verordening er is. Hierover zullen we gelijktijdig met de vaststelling van de ­Regionale Investeringsagenda een besluit voorleggen aan het ­Algemeen Bestuur. Ondanks dat er een reserve

-4-

cofinancieringsfonds is opgebouwd, zijn vanuit dit fonds de afgelopen jaren tal van succesvolle projecten ­gefinancierd. Dit succes willen we voortzetten en de middelen hier nog beter voor benutten. Daarom ­werken wij een voorstel uit om het cofinancieringsfonds in vernieuwde vorm onder te brengen bij het regionale (deel)fonds voor het thema economie. Gemeenten worden gevraagd om bij de behandeling van hun kadernota 2025 rekening te houden met de financiering van de Regionale Investeringsagenda. De bijdrage tussen de dertien gemeenten zal worden verdeeld op basis van inwonersaantal met peildatum 1 januari 2024. Onderstaande tabel geeft een beeld van de bijdrage per gemeente aan de hand van peildatum 1 januari 2023. De bedragen zullen dus nog iets wijzigen. Het is de bedoeling de middelen op te delen in drie gelijke jaarlijkse bijdragen.

Gemeente

Voorlopige ver­ deelsleutel: Inwonersaantallen op 1 januari 2023

€ 4 miljoen voor P2 en P3 projecten

€ 3 miljoen voor regionaal fonds

Totale bijdrage gemeente voor de jaren 2025 tot en met 2027

Alphen ad Rijn

114.182

€ 782.126

€ 586.595

€ 1.368.721

Hillegom

22.453

€ 153.799

€ 115.349

€ 269.148

Kaag & Braassem

28.573

€ 195.720

€ 146.790

€ 342.510

Katwijk

66.607

€ 456.246

€ 342.184

€ 798.430

Leiden

127.089

€ 870.537

€ 652.903

€ 1.523.439

Leiderdorp

27.657

€ 189.445

€ 142.084

€ 331.530

Lisse

23.390

€ 160.217

€ 120.163

€ 280.380

Nieuwkoop

29.463

€ 201.816

€ 151.362

€ 353.178

Noordwijk

45.179

€ 309.468

€ 232.101

€ 541.569

Oegstgeest

25.746

€ 176.355

€ 132.267

€ 308.622

Teylingen

38.510

€ 263.787

€ 197.840

€ 461.626

Voorschoten

25.665

€ 175.801

€ 131.850

€ 307.651

Zoeterwoude

9.443

€ 64.683

€ 48.512

€ 113.195

Totaal

583.957

€ 4.000.000

€ 3.000.000

€ 7.000.000

STAND VAN ZAKEN RIF-MIDDELEN Het RIF is sinds 2008 opgebouwd uit jaarlijkse bijdragen van gemeenten aan Holland Rijnland. Deze lopen in totaal op tot €180 miljoen. Binnen Holland Rijnland zijn deze middelen in een fonds gestort. Het RIF kent geen vrije ruimte, de middelen zijn verplicht of al reeds besteed aan de projecten en programma’s die de gemeenten met elkaar overeen zijn gekomen, te weten: • Rijnlandroute • HOV-netwerk Zuid-Holland Noord • Programma Ontsluiting Greenport voor het totaal van de maatregelen, als volgt verdeeld: 1. Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek 2. Maatregelen Middengebied Duin- en Bollenstreek 3. HOV-corridor Noordwijk-Schiphol • Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek • Regionaal Groenprogramma De uitvoering van projecten loopt niet synchroon met het jaarschema van de opgehaalde middelen. Op het ‘spaarsaldo’ van het RIF is door Holland Rijnland in de loop van de jaren rente ontvangen. Deze rente-inkomsten behoren bij het RIF en kennen niet op voorhand een bestemming in één van de vijf grote projecten die in de verordening staan. De opgebouwde rente-inkomsten bedragen tot en met 2023 €2,5 miljoen. Het RIF is een programma van de gemeenten die in 2008 Holland Rijnland vormden. Daarmee zijn de middelen en de programma’s niet van alle huidige deelnemers van Holland Rijnland.

De gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en een deel van de gemeente Kaag en Braassem behoorden daar in 2008 niet bij. Zij hebben dan ook geen recht op deze middelen indien deze anders worden ingezet. Het gevolg van het inzetten van de rente-inkomsten is dat onderscheid moet worden gemaakt tussen de gemeenten. Bijvoorbeeld doordat deze drie gemeenten een deel van de bijdrage wél moeten storten die andere gemeenten vanuit de RIF rente-inkomsten zouden kunnen bekostigen. Wellicht willen de destijds deelnemende gemeenten niet van deze optie gebruik maken. Dit maakt de besluitvorming en de dekking van de bijdrage voor de RIA in onze ogen onnodig complex. Een tweede invalshoek met betrekking tot de rente-inkomsten is het gegeven dat het RIF programma nog loopt. Nog niet alle projecten zijn afgerond. Er is via de verordening RIF een ordentelijk proces afgesproken over de afronding van het RIF. Het aanwenden van de rente-inkomsten RIF zou op dit proces en de afspraken in de verordening een inbreuk maken. Om rente-inkomsten aan te kunnen wenden is aanvullende besluitvorming nodig via het Algemeen Bestuur en - omdat dit een begrotingswijziging met zich mee brengt eveneens een zienswijzeprocedure.

Holland Rijnland is een regio van dertien gemeenten in de Randstad van de kust tot in het Groene Hart. We werken samen en geven uitvoering aan opgaven op het gebied van ruimte, wonen, economie, landschap, mobiliteit en maatschappij.

Inhoudelijk zijn er niet alleen projecten in het RIF waar geld volledig besteed wordt of over blijft. Er zijn ook projecten waar een tekort op dreigt bij ontwikkeling in de huidige vorm. Dit speelt concreet bij de spoorverbinding Leiden, Alphen aan den Rijn en Utrecht. Wellicht is dan een terugvaloptie om de opgebouwde rente-inkomsten in te zetten in plaats van extra middelen aan alle gemeenten te vragen, indien aanvullende middelen uit de regio moeten worden geleverd. De rente-inkomsten van het RIF vervullen dus ook op dit moment een bufferfunctie voor het RIF. Wij willen de geldstromen van het RIF (waaronder de rente-inkomsten) en de middelen voor de RIA gescheiden houden. De redenen hiervan zijn, zoals hierboven uiteengezet, dat vermenging leidt tot: extra complexiteit in de besluitvorming, minder transparantie in wie wat op welke wijze bijdraagt en extra financiële risico’s in het RIF. Vermenging maakt tevens inbreuk op de eerder gemaakte afspraken in de verordening van het RIF.

FAQ Regionale Investeringsagenda 1-2-2024

Veelgestelde vragen Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland Over dit document In dit document worden de meest voorkomende vragen over de Regionale Investeringsagenda van Holland Rijnland beantwoord. Dit document is bedoeld voor college- en raadsleden, inwoners, stakeholders en pers. Over de Regionale Investeringsagenda Met de Regionale Investeringsagenda maakt Holland Rijnland ambitieuze keuzes op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid. In de Regionale Investeringsagenda beschrijven we 14 prioritaire projecten en vier thema’s die de regionale opgaven vertolken. In het Algemeen Bestuur van 31 januari 2024 is de Regionale Investeringsagenda vrijgegeven voor de zienswijzeprocedure bij de gemeenten. Dit omdat het een gezamenlijk product betreft, van de regio en door de regio. Door proactief en gezamenlijk op te treden in deze opgaven wordt een regionale euro meer waard dan een lokale euro. Veel gestelde vragen

1.

Wat is Holland Rijnland?

Holland Rijnland is een bestuurlijk samenwerkingsverband van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Samen vormen we de regio Holland Rijnland. Als regio zet Holland Rijnland zich in voor regionale opgaven van dertien gemeenten in het hart van de Randstad. Samen werken we aan het verbeteren van wonen, werken en welzijn voor onze inwoners. We staan voor uiteenlopende en uitdagende opgaven op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzame energie. Door gezamenlijk deze opgaven op te pakken staan we sterker. Daarom werken we samen in de regio-organisatie Holland Rijnland. 2.

Wat is de Regionale Investeringsagenda?

Met de Regionale Investeringsagenda maakt Holland Rijnland keuzes op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid. De Regionale Investeringsagenda is een dynamisch instrument waarmee we als gemeenten een duidelijke route uitstippelen van ambitie naar uitvoering. Voor een welvarend Holland Rijnland waar mensen met plezier wonen en werken, waar we ons verbonden voelen en waar natuur en recreatie voor iedereen bereikbaar zijn. Door de Regionale Investeringsagenda weten we als gemeenten wat we van elkaar kunnen verwachten. Zo slaan we samen de brug van ambitie naar uitvoering. Grote opgaven vragen om grote veranderingen. We gaan onze leefomgeving tussen nu en 2050 gereedmaken voor de toekomst. We maken ambitieuze keuzes. Ze gaan leiden tot projecten van tientallen of honderden miljoenen euro’s. Denk hierbij aan een groenblauw raamwerk van natuur en recreatieprojecten, een energy lane voor warmte en elektriciteit, een hoogwaardige openbaarvervoercorridor en een netwerk van doorfietspaden.

1

FAQ Regionale Investeringsagenda 1-2-2024

3.

Waarom is een Regionale Investeringsagenda nodig?

Nederland heeft grote opgaven in een beperkte ruimte. Dit geldt zeker voor de regio Holland Rijnland. We staan in onze regio voor uiteenlopende en uitdagende opgaven op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid. Door als gemeenten de handen ineen te slaan nemen we de regie, werken we sneller en profiteren we van efficiëntie en schaalvoordeel. We maken slim gebruik van de ruimte en kunnen de opgaven uitwerken in toekomstbestendige oplossingen zoals wij die voor ons zien. Ook is het onze inzet om een multiplier te realiseren op de gezamenlijke gemeentelijke middelen. Net zoals we eerder bij het Regionale Investeringsfonds hebben gedaan, waardoor een regionale euro meer waard wordt dan een lokale euro. 4.

Wat zijn de thema’s binnen de Regionale Investeringsagenda?

Bereikbaar en verbonden: We zetten in op projecten waarmee we onze regio in de toekomst op een duurzame manier verbonden en bereikbaar houden. We werken aan een betere (ov-)verbinding tussen stad en platteland, het tegengaan van vervoersarmoede en we maken de transitie naar duurzame vervoersmiddelen. Met andere woorden: we geven het duurzame mobiliteitsnetwerk van morgen vorm. Duurzaam en energiezeker: Holland Rijnland wil in 2050 een energieneutrale regio zijn. Dat hebben we met elkaar als doel gesteld in de Regionale Energiestrategie. Dat is een fikse uitdaging, zeker gezien de nieuwe gebiedsontwikkeling. Als we 30.500 nieuwe woningen willen bouwen, dan moet de energie infrastructuur stevig zijn. We werken naar een robuust energiesysteem. We moeten hiervoor energie besparen, lokale warmte en elektriciteit opwekken en onze infrastructuur op het gebied van energie en warmte uitbreiden. Economisch sterk en innovatief: Onze regio is een echte kennisregio. Denk aan het Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en de NL Space Campus. Daarnaast zijn er in Holland Rijnland uiteenlopende midden- en kleinbedrijven actief. De partijen weten elkaar alleen niet altijd te vinden. Ook zien we dat vraag en aanbod op de arbeidsmarkt niet goed op elkaar aansluiten. Wij gaan de kennisinstellingen en de uitvoerende partijen in de regio daarom meer met elkaar verbinden.

Dit doen we met een fonds, waarmee we investeren in human capital en midden- en kleinbedrijven helpen met innoveren. Daarnaast ontwikkelen we een scherp economisch profiel van de regio, zodat het voor iedereen duidelijk is waar Holland Rijnland voor staat en aan werkt. Groen en klimaatbestendig: Onze regio moet toekomstbestendig worden. Water en bodem zijn hierbij sturend voor de ruimtelijke inrichting in Holland Rijnland. We moeten de natuur versterken en de ruimte klimaatbestendig inrichten. Bijvoorbeeld door water beter vast te houden in tijden van droogte en op te vangen bij hevige regen. We moeten de beperkte ruimte slim gebruiken om onze grotendeels verstedelijkte regio gezond, groen en leefbaar te houden en toch ruimte te geven aan nieuwe woningbouw. Het ‘groen’ en het ‘blauw’ moeten onze hele regio ‘dooraderen’. We bouwen daarom aan een regionaal netwerk van groen en water, bijvoorbeeld met ecologische corridors, nieuwe gebieden voor natuurrecreatie en een uitbreiding van het wandel- en fietsnetwerk.

2

FAQ Regionale Investeringsagenda 1-2-2024

5.

Welke projecten staan in de Regionale Investeringsagenda?

De Regionale Investeringsagenda bevat deze 14 projecten: 1. Doorfietsroutes We ontwikkelen en investeren in een netwerk van doorfietspaden door de hele regio Holland Rijnland. Deze zijn voornamelijk bedoeld als volwaardig alternatief voor de auto en het openbaar vervoer. Het woon- werkverkeer maakt hier gebruik van. 2. Mobiliteitsaanpak Rijn- en Veenstreek Noord, inclusief Leimuiderbrug De verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid staan in de noordelijke Rijn- en Veenstreek onder druk. We doen een studie naar een integrale mobiliteitsaanpak waarbij een oplossing gezocht wordt voor onder andere de knelpunten bij de rondweg Ter Aar, de oeververbinding bij Leimuiden en de doorstroming op de N207. 3. Mobiliteitsaanpak Noordelijke Duin- en Bollenstreek en Haarlemmermeer Samen met de provincies Noord- en Zuid-Holland, de Vervoersregio Amsterdam en de gemeenten Haarlemmermeer, Hillegom, Lisse, Teylingen en Noordwijk werken we aan de bereikbaarheid van de Duin- en Bollenstreek en de westflank Haarlemmermeer. Hiertoe is onlangs bestuurlijk een startnotitie ondertekend door de deelnemende partijen waarin afspraken zijn opgenomen welke projecten zullen worden opgepakt. 4.

Corridorstudie N206 Ruimte en mobiliteit - A44 – Zuidelijke ontsluiting Duin- en Bollenstreek We voeren een studie uit naar het gebied rond de N206, de zuidelijke ontsluiting van de Duin- en Bollenstreek en de A44. We kijken daarbij naar ruimte, wonen en mobiliteit. Dit leidt tot een maatschappelijke kosten-batenanalyse als basis voor een maatregelenpakket. 5. Studie Regionale aansluiting MIRT Knooppunt Leiden Centraal HOV + Fiets en oost-west HOV-corridor Stedelijke As Esa ESTEC/NL Space Campus-Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn We zorgen dat verstedelijking samen op gaat met duurzame mobiliteit. We onderzoeken een hoogwaardige openbaar vervoerverbinding van Noordwijk/Katwijk, via het vernieuwde Knooppunt Leiden Centraal naar Alphen aan den Rijn. 6. Warmtenet inclusief consequenties elektriciteit We willen het warmtenet verder ontwikkelen en uitbreiden. We onderzoeken hoe we dat kunnen vormgeven in Holland Rijnland. 7. Energy Lane, inclusief Barrepolder 150kV-station We ontwikkelen een energy lane langs de N11 en delen van de A4 van Leiden naar Alphen aan den Rijn voor de opwek en het transport van duurzame energie. Daarbij benutten we kansen zoals de komst van een groot 150 kV-elektriciteitsstation in de Barrepolder in Alphen aan den Rijn. 8. Haalbaarheidsonderzoek Regionale Ontwikkelingsmaatschappij We maken bedrijventerreinen duurzamer en aantrekkelijker.

Hiervoor richten we een regionale herontwikkelingsmaatschappij op. We beginnen in de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Voorschoten, daarna breiden we uit naar de andere gemeenten. 9. Regio Deal Sierteeltregio We versterken de brede welvaart in de Greenportregio’s. In oktober 2023 is de aanvraag voor een Regio Deal Sierteeltregio ingediend bij het Rijk. Wanneer deze wordt toegekend gaan we projecten uit de Regiodeal financieel en materieel ondersteunen. 3

FAQ Regionale Investeringsagenda 1-2-2024

10. Groenblauw Raamwerk We vergroenen in en om het stedelijk gebied. Zo dragen we bij aan leefbare, klimaatadaptieve, biodiverse en gezonde steden en dorpen. Dat doen we met een groen-blauw raamwerk als zone rond het stedelijk gebied, dat we financieel ondersteunen. 11. Benutten en versterken landschappelijke kwaliteiten Voor de leefbaarheid van de regio is het noodzakelijk dat landschappen bereikbaar en beleefbaar zijn. Het recreatieve (water)netwerk moet daarvoor op orde zijn. Ook zijn er economische mogelijkheden voor de landbouwtransitie en Vrijkomende Agrarische Bedrijfsbebouwing. We promoten onze aantrekkelijke natuurgebieden zoals de plassen, veenweide, duinen en strand. 12. HUBs grondstoffen, materialen, goederen en personen We willen het aantal auto’s, bestelbusjes en vrachtwagens in onze steden verminderen. Daarom doen we een studie naar geschikte locaties voor transferia (waar reizigers overstappen tussen verschillende soorten vervoer) en HUBs voor overslag van goederen. 13. Mobiliteit gebiedsontwikkeling Alphen-West inclusief Gnephoek In Alphen West zijn diverse transformatie- en nieuwbouwopgaven. Met name op het gebied van mobiliteit onderzoeken en financieren we de benodigde maatregelen. 14. Studie: versterken en verbinden Kennis- en innovatie-as We versterken onze kenniseconomie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1621/documents/21135