C02.1 Bijlage Ontwerpbegroting 2027 Regio Holland Rijnland.pdf
Tekst van het document
3.424
3.318
3.150
3.139
3.139
3.139
Totale lasten
3.431
3.386
3.244
3.233
3.233
3.233
Bijdrage gemeenten
-7.660
-7.392
-7.672
-7.672
-7.672
-7.672
Bijdrage van derden
-400
-69
-
-
-
-
-141
-51
-40
-40
-40
-8.060
-7.603
-7.723
-7.712
-7.712
-7.712
-4.629
-4.217
-4.479
-4.479
-4.479
-4.479
-
-
-
-
-
-
reserves
-13
-
-
-
-
-
Mutatie reserves
-13
-
-
-
-
-
-4.217
-4.479
-4.479
-4.479
-4.479
7
68
94
94
94
94
Inkomsten werkorganisatie
Totale baten Saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan
Saldo na mutatie reserves
-4.642
Tabel 3.6: Meerjarenbegroting 2027-2030 Algemene dekkingsmiddelen en overhead
3.4.2 Overhead De overhead wordt, conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel personele als materiële kosten. Waar het om personeel gaat, behoren binnen Regio Holland Rijnland tot de overhead: • • •
Het deel van de inzet van leidinggevenden primair proces dat is gerelateerd aan ondersteuning van de afdeling; Control, financiële administratie en financieel advies; Informatie- en beveiligingsbeleid;
26
• • • •
Interne en externe communicatie; Bestuurszaken en bestuursondersteuning; Documentatie en informatieverstrekking (DIV); Managementondersteuning voor het primair proces.
Per begrotingsjaar 2026 kunnen gemeenschappelijke regelingen het deel van de tijd dat leidinggevenden inhoudelijke taken vervullen, toerekenen aan het primaire proces. Voor de leidinggevenden van Regio Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. Naast personele kosten rekenen we ook materiële kosten tot de overhead. Dit betreft onder andere: • • • • •
De kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; De verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; ICT-licenties; Communicatiekosten; Juridische kosten en organisatieadvieskosten.
Wat willen we bereiken? In 2027 werken we verder aan een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering voor Holland Rijnland, die continu is en beperkt kwetsbaar. We voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Wat gaan we daarvoor doen? • In 2027 hebben we de benodigde maatregelen geïmplementeerd om te voldoen aan de Wet modernisering bestuurlijk elektronisch verkeer (Wmbev); • In 2027 is de organisatie (net zoals nu) in control op het gebied van de AVG en Wpg; • Per 2026 is de implementatie van een nieuw financieel systeem gereed en voert Regio Holland Rijnland de financiële administratie in eigen beheer uit; • In 2027 heeft Regio Holland Rijnland de inhuurkosten voor invulling van reguliere formatie als percentage van de loonsom onder controle. Dat wil zeggen dat de inhuurkosten op formatieplekken maximaal 10% van de loonsom bedragen. Inhuurkosten voor projecten die worden gedekt uit incidentele baten - zoals projecten vanuit de RIA - rekenen we hier niet in mee; • Regio Holland Rijnland vindt in 2027 mogelijkheden om meer subsidies aan te trekken vanuit de provincie, het Rijk en de EU; • De bedrijfsprocessen die te maken hebben met het opwerken van (bestuurlijke) stukken optimaliseren we.
27
Wat mag dat kosten? Hieronder hebben we de programmakosten onderverdeeld naar product in € x 1.000
Overhead
Rekening
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
3.428
Meerjarenraming 2028
2029
2030
3.322
3.154
3.143
3.143
3.143
-
-
-
-
-
Algemene dekkingsmiddelen
0
Overige baten en lasten
2
64
90
90
90
90
3.430
3.386
3.244
3.233
3.233
3.233
-141
-141
-11
-
-
-
-7.712
-7.392
-7.672
-7.672
-7.672
-7.672
Totale lasten Overhead Algemene dekkingsmiddelen Overige baten en lasten
-206
-69
-40
-40
-40
-40
Totale baten
-8.059
-7.603
-7.723
-7.712
-7.712
-7.712
Saldo van baten en lasten
-4.629
-4.217
-4.479
-4.479
-4.479
-4.479
-
-
-
-
-
-4.217
-4.479
-4.479
-4.479
-4.479
Mutaties reserves Saldo na mutaties reserves
-13 -4.642
Tabel 3.7: Meerjarenbegroting 2027-2030 Algemene dekkingsmiddelen en overhead per product
Ten opzichte van 2026 zien we in 2027 een aantal wijzigingen in de begroting van algemene dekkingsmiddelen en overhead. Allereerst valt op dat de baten op overhead teruglopen met € 141K per jaar door het wegvallen van de huuropbrengsten van SOZ Holland Rijnland. Zij hebben de huur opgezegd per 1 januari 2027. Om het wegvallen van deze baten op te vangen, hebben we een aantal besparingen begroot ten opzichte van 2026. Per 2026 realiseren we een besparing op de overheadkosten door het in eigen beheer nemen van de financiële administratie. In dit jaar hebben we nog ruim begroot voor extra financieel advies en technische ondersteuning op het financiële pakket. In 2027 verwachten we deze extra lasten niet te realiseren. Daarnaast hebben we in 2027 minder materiële lasten begroot voor advies- en ontwikkelkosten voor organisatieontwikkeling, communicatiekosten en juridische advieskosten. Per saldo valt het resultaat op algemene dekkingsmiddelen en overhead € 297K hoger uit dan in 2026, waarmee de gehele indexatie 2027 (€ 280K) ten goede komt aan de koopkracht van activiteiten in het primaire proces.
3.4.3 Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 zijn overheidslichamen onderworpen aan de vennootschapsbelastingplicht (Vpb) voor zover zij een onderneming drijven. Regio Holland Rijnland voert geen enkele activiteit als ondernemer uit met uitzondering van de activiteit 'Regiotaxi'. Voor deze activiteit doet Regio Holland Rijnland een beroep op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Dit maakt dat Regio Holland Rijnland niet vennootschapsplichtig is en er geen bedrag voor vennootschapsbelasting in de begroting is opgenomen.
28
3.4.4 Onvoorzien Voor het begrotingsjaar 2027 heeft Regio Holland Rijnland een post onvoorzien begroot van € 90K. Deze middelen kan Regio Holland Rijnland aanwenden wanneer zich zaken voordoen die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk zijn. Vanuit die voorwaarden is de post onvoorzien niet onder een programma te plaatsen en vallen deze middelen onder Algemene Dekkingsmiddelen, Overhead en Onvoorzien.
29
4. Paragrafen De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de begroting. Het BBV verplicht organisaties om bepaalde paragrafen en beleidsindicatoren op te nemen. Echter, voor gemeenschappelijke regelingen zijn niet alle paragrafen en indicatoren relevant. Zodoende hebben we deze niet opgenomen. Het gaat dan om: •
•
Paragrafen o Onderhoud kapitaalgoederen: Regio Holland Rijnland heeft enkel meubilair als activa opgenomen op de balans. Hiervoor is geen onderhoudsplan nodig o Verbonden partijen: Als gemeenschappelijke regeling kan Regio Holland Rijnland zelf geen financieel of bestuurlijk belang in een andere rechtspersoon hebben. Zodoende is de paragraaf verbonden partijen niet relevant; o Grondbeleid: Regio Holland Rijnland heeft geen grondexploitaties Beleidsindicatoren o De beleidsindicatoren op de taakvelden 1 (Veiligheid), 3 (Economie), 4 (Onderwijs), 5 (Sport, Cultuur en Educatie), 6 (Sociaal Domein), 7 (Volksgezondheid en Milieu) en 8 (Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing) zijn voor Regio Holland Rijnland niet relevant en nemen we daarom niet op.
Voor het overige hebben we verplichte paragrafen opgenomen en de beleidsindicatoren (taakveld 0, Bestuur en Ondersteuning) toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
4.1 Lokale heffingen Voor één van de uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het Dagelijks Bestuur doet minimaal eens per vier jaar een voorstel aan het Algemeen Bestuur voor de hoogte van de tarieven. Per 1 januari 2025 is de hoogte van de leges derhalve geactualiseerd. De leges voor de toetsing van urgentieverzoeken zijn niet kostendekkend, waarmee we beogen de tarieven voldoende laagdrempelig te houden voor de aanvragers.
4.2 Risicobeheersing en weerstandsvermogen De deelnemende gemeenten zijn, op grond van de gemeenschappelijke regeling, gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit houdt in dat Regio Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft aan te houden (zie kader). Omdat het samenwerkingsorgaan niet beschikt over vreemd vermogen, is Regio Holland Rijnland niet gevoelig voor fluctuaties in rentepercentages. Regio Holland Rijnland heeft bij het opstellen van deze begroting €11K ter beschikking als algemene reserve die kan worden ingezet wanneer risico's zich voordoen. Daarnaast heeft Regio Holland Rijnland in de begroting 2027 een post opgenomen voor uitgaven die onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn. Regio Holland Rijnland informeert de deelnemende gemeenten driemaal per jaar over het verloop van de begroting door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het DB het AB over ontwikkelingen en legt zo nodig een begrotingswijziging voor aan het AB. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie zijn gemeenten in staat om voldoende voorzieningen te treffen in de eigen begroting. De eventuele risico’s
30
kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Om die reden is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden.
Weerstandsvermogen Het vermogen van Regio Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Risico’s Onder risico's verstaan we alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa leiden en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Het BBV schrijft niet voor welke middelen tot de weerstandscapaciteit behoren. Randvoorwaarde is dat de inzet van deze middelen geen invloed heeft op de uitvoering van de programma’s. Voor Regio Holland Rijnland geldt dat de algemene reserve en de post onvoorzien deel uitmaken van de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit bedraagt derhalve € 101K. Risico’s Jaarlijks inventariseert Regio Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn. In deze inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet. De mate van risico bepalen we door de kans te vermenigvuldigen met de impact, beide op een schaal van 1 tot 5. In de mate van risico onderscheiden we laag (1-8), midden (9-16) en hoog (17-25).
1
Omschrijving risico De inhoud van de nog af te sluiten CAO 2026 is niet bekend. We gaan voor 2027 uit van een (loon)stijging van 6,3% (inschatting ABP), volgt uit septembercirculaire. We krijgen 4,53% geïndexeerd conform advies FKGR. RHR haalt zodoende mogelijk de gestelde doelen niet en extra inzet is nodig om deze alsnog te behalen.
Kans Impact Score Beheersmaatregel 5 3 15 We hebben in de begroting minder activiteiten ingezet op de producten.
2
Toegekende (totale) indexatie vanuit deelnemende gemeenten (=advies FKGR) loopt achter op de stijging van de materiële kosten.
3
2
6
Regio Holland Rijnland vangt prijsstijgingen op binnen de eigen begroting.
3
Wanneer gemeenten geen eigen inleg doen voor verkeersveiligheidsprojecten (SRM-gedragsbeïnvloeding), dan zal er geen doorgang kunnen vinden voor deze projecten voor de betreffende gemeente en zal het bedrag dat de provincie bijlegt, vaak 75%, terugbetaald moeten worden.
1
5
5
Regio Holland Rijnland onderhoudt actief contact met de deelnemende gemeenten over de subsidie en benoemde risico's. We schatten de
Geraamde impact maximaal €112K (1,7% van de bruto loonsom: 1,7% * €6.586K = €112K)
€56K (1% van de materiële lasten: 1% * €5.612K = €56K) €694K (Dit is de hoogte van de subsidie PZH)
31
4
Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen op een vast prijspeil. Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid werkzaamheden uitvoeren met minder middelen. Op termijn is dit niet houdbaar.
5
2
10
5
De baten van Regio Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio, waardoor Regio Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt.
5
1
5
Regio Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Voor dekking van de activiteiten is Regio Holland Rijnland afhankelijk van de provincie Zuid-Holland als subsidieverstrekker.
3
7
Er is niet voorzien in financiële dekking voor claims bij openbaar worden gegevens of verlies van gegevens en boetes van de Autoriteit Persoons gegevens (AVG en Wpg).
1
8
Wanneer een grootschalig beveiligingsincident plaatsvindt (hack of ransom aanval) moet Regio Holland Rijnland de expertise inhuren om hiernaar te handelen.
6
2
3
1
5
kans laag in dat alle (of de meeste) gemeenten geen eigen inleg doen. We voeren minder activiteiten uit op de gesubsidieerde werkzaamheden.
Regio Holland Rijnland vangt eventuele extra werkzaamheden op binnen de eigen begroting. Impact is gering aangezien dit primair gevolgen heeft voor de uitvoerende taken. Merk op dat uiteindelijk een grotere regio een groter beroep doet op een ambtelijke organisatie, ook waar het beleidstaken betreft. 6 De financiële bijdrage van de provincie ZuidHolland is in 2026 bijgesteld naar €67K. Dit is lager dan de €110K die Regio Holland Rijnland in 2025 kon bijschrijven. Het bedrag voor 2027 is nog niet bekend, we gaan uit van €67K. 3 Investeren in bewustwording privacy en informatieveiligheid. Implementeren, borgen en toezien op naleving maatregelen door Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming. 5 Regio Holland Rijnland heeft een risicoinventarisatie uitgevoerd op de ICTprocessen en heeft beheersmaatregelen getroffen.
€101K (2,6% * € 3,9 mln)
€ 35K (groei inwoners 0,45% * gem. bijdrage € 7.672K = €35K) Merk op dat dit effect structureel lagere baten sorteert, dit werkt jaar op jaar door).
€67K (dit is de hoogte van de subsidie)
€30K (hoogte boete AP bij kleinere gemeente)
€100K
Tabel 4.1: Risicotabel 2027
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de score uit de risicotabel en de (maximaal) geraamde impact wanneer het risico zich voordoet, kunnen we een inschatting maken van de benodigde weerstandscapaciteit. Een lage score (18) telt voor 25% van de (maximaal) geraamde impact mee, een midden score (9-16) voor 50% en een hoge score (16-25) telt voor 75% mee voor de benodigde weerstandscapaciteit.
32
Onderstaande tabel laat de weging zien en geeft een overzicht van de benodigde weerstandscapaciteit. In € x 1.000
Risico
Weging
Maximale impact
Benodigde weerstandscapaciteit
1 Cao-stijging hoger dan looncompensatie FKGR
50%
112
56
2 Materiële kostenstijging hoger dan indexatie FKGR
25%
56
14
3 Geen eigen inleg gemeenten SRM-gedragsbeïnvloeding
25%
694
174
4 Geen indexatie subsidies
50%
101
51
5 Baten niet gecorrigeerd voor groei aantal inwoners
25%
35
9
6 Geen structurele dekking Versnellingstafel Wonen Claims bij datalekken en boetes Autoriteit 7 Persoonsgegevens
25%
67
17
25%
30
8
8 Inhuur expertise bij beveiligingsincident
25%
100
25
29%
1.195
352
Totaal Tabel 4.2: Benodigde weerstandscapaciteit 2027
Weerstandsratio De weerstandsratio is de verhouding tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Regio Holland Rijnland heeft geen norm vastgesteld voor de weerstandsratio. Een eventueel negatief resultaat brengt Regio Holland Rijnland immers in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland. Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit gelijkstellen aan de waarde van de risico’s, bedraagt de weerstandsratio van Holland Rijnland: € 101.000 / € 352.000 = 0,29. Een weerstandsratio van 1,0 wordt beschouwd als voldoende, een weerstandsratio lager dan 0,6 als ruim onvoldoende. Met 0,32 is de weerstandscapaciteit van Holland Rijnland ruim onvoldoende om de financiële risico's af te dekken. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de ratio kan worden afgezet. Normering Weerstandsratio Ratio Weerstandvermogen
Uitstekend
>2
Ruim voldoende
1,4 < 2,0
Voldoende
Matig
Onvoldoende
1,0 < 1,4
0,8 < 1,0
0,6 < 0,8
Ruim onvoldoende
< 0,6
Tabel 4.3: Normering weerstandsratio 2027
Een eventueel negatief resultaat groter dan de weerstandscapaciteit brengt Regio Holland Rijnland in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland. Voor deelnemende gemeenten is het daarom raadzaam in hun eigen risicoparagraaf deze garantstelling op te nemen.
33
Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Jaarrekening
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
2028
2029
2030
-11,40%
-24,30%
11,40%
11,40%
11,40%
11,40%
-11,40%
-24,30%
11,40%
11,40%
11,40%
11,40%
Solvabiliteitsratio
3,00%
2,80%
-5,70%
-5,70%
-5,70%
-5,70%
Structurele exploitatieruimte
0,40%
0,00%
0,40%
0,40%
0,40%
0,40%
Financiële kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Tabel 4.4: Financiële kengetallen 2027
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De quote is negatief. Dit betekent dat de eigen middelen hoger zijn dan de schuldenlast. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen: Regio Holland Rijnland leent geen gelden uit. Daaromis deze schuldquote gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het getal geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en de schulden. Regio Holland Rijnland heeft slechts een beperkte algemene reserve en bestemmingsreserves. Vandaar dat dit getal zeer laag is. Structurele exploitatieruimte: Regio Holland Rijnland wordt grotendeels bekostigd uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en structurele subsidies van de provincie Zuid-Holland. De omvang van deze middelen beschouwt Regio Holland Rijnland als taakstellend wat maakt dat de structurele baten en lasten exact in evenwicht zijn, een enkele incidentele inzet vanuit een bestemmingsreserve daargelaten. Met een structureel begrotingssaldo van 0 bedraagt de ratio voor de structurele exploitatieruimte dan ook 0%.
Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet. Normering financiële
Voldoende
Matig
Onvoldoende
< 100%
100% > < 130%
> 130%
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
Tabel 4.5: Normering Financiële kengetallen 2027
34
4.3 Financiering De exploitatietekorten van Regio Holland Rijnland worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt tevens de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Zo spoedig mogelijk daarna vindt er een verrekening plaats met de gemeenten. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgesluisd naar de betreffende instanties. Kasgeld Tijdelijke overschotten worden in verband met het Schatkistbankieren (zie kader) uitgezet bij de Schatkist. Dit gebeurt in daggeld of in deposito’s. Tijdelijke tekorten komen sporadisch voor en zijn slechts van korte duur. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van de kredietlimiet (rood staan) van de BNG-bank. Leningenportefeuille Het samenwerkingsverband beschikt niet over een leningenportefeuille. In- en externe ontwikkelingen Er zijn geen in- of externe ontwikkelingen die invloed hebben op de treasuryfunctie, de treasuryorganisatie, het risicoprofiel, de financiële posities, de vermogenswaarden of de geldstromen. Deze worden ook niet verwacht. Risicobeheer Treasury dient uitsluitend de publieke taak en het beheer van de uitzettingen gebeurt zorgvuldig.
Er wordt ruim voldaan aan de kasgeldlimiet, er zijn geen geldleningen en kasgeldoverschotten worden tijdelijk uitgezet bij de Schatkist. Renterisico’s Het renterisico is gering vanwege de zeer beperkte financieringsbehoeften en het zorgvuldig wegzetten van overtollige kasgeldmiddelen in de Schatkist. Voor 2027 bedraagt de renterisiconorm € 2.809K (20% van het begrotingstotaal). Regio Holland Rijnland gaat geen vaste geldleningen aan. We voldoen dan ook aan de rente-risiconorm. Financieringsrisico’s Er zijn geen financieringsrisico's omdat de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van Regio Holland Rijnland en zich hebben verplicht tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen. Kasgeldlimiet Het samenwerkingsorgaan bleef gedurende vele jaren steeds binnen de kasgeldlimiet. Dit is voor gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is dat dit ook voor de komende jaren blijft gelden. Voor 2027 bedraagt de kasgeldlimiet € 1.152K. Meerjarenprognose Op basis van de meerjarenbegroting is de inschatting dat Regio Holland Rijnland ook de komende jaren geen geldleningen hoeft aan te gaan. Een renterisico vaste schuld is dan ook niet aanwezig.
35
4.4 Bedrijfsvoering De ambtelijke organisatie van Regio Holland Rijnland staat onder leiding van de secretaris-directeur. De taken van de organisatie zijn ondergebracht in drie programma’s, verdeeld over de afdelingen Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling Bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht. Het organogram ziet er als volgt uit:
Secretaris-directeur De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers. Strategie & Beleid In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telt 15,8 FTE. De helft van de inzet van de Manager Strategie & Beleid (0,5 FTE) rekenen we tot het primaire proces, conform de notitie overhead van de Commissie BBV. Regionale Uitvoering De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telt 29,2 FTE. De helft van de inzet van de Manager Regionale Uitvoering (0,5 FTE) rekenen we tot het primaire proces, conform de notitie overhead van de Commissie BBV.
36
Bedrijfsvoering De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevat communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Regio Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Regio Holland Rijnland gaat het hierbij om: • • • • •
ICT (laptops, inrichting werkplek, advies) HRM (recruitment, advies) Inkoop (inkoopadvies en begeleiding inkooptrajecten) Facilitaire Zaken (AV-middelen vergaderzalen) Juridisch advies (specialistisch advies waar Holland Rijnland zelf niet over beschikt)
De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestaat uit 14,7 FTE. Daarvan betreft 2,0 FTE de tot overhead gerekende inzet van de managers Strategie & Beleid (0,5 FTE), Regionale Uitvoering (0,5 FTE), Bedrijfsvoering en de Secretaris-Directeur. Formatie Holland Rijnland Tabel 4.6 laat de totale formatie 2027 voor Regio Holland Rijnland zien. Afdeling
Formatie 2025
Regionale Uitvoering
Realisatie 2025
Formatie 2026
Formatie 2027
30,8
31,7
30,8
29,2
Regionaal Bureau Leerrecht
27,3
28,4
27,3
28,3
Regiotaxi
0,8
0,9
0,8
0,9
Woonurgenties
2,7
2,4
2,7
0
Strategie & Beleid
12,3
11,8
12,3
15,8
Woonurgenties
-
-
-
2,5
Beleid
12,3
11,8
12,3
13,3
Bedrijfsvoering (incl management)
15,0
14,3
15,0
14,7
Totaal Regio Holland Rijnland
58,1
57,8
58,1
59,7
Tabel 4.6: Formatie Regio Holland Rijnland 2027
4.5 Wet open overheid Op 1 mei 2022 trad de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid. Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken.
37
Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Deze helpt bij de beantwoording van vragen van burgers en journalisten over de beschikbaarheid van publieke informatie. Bij Regio Holland Rijnland is de jurist van de afdeling Bedrijfsvoering contactpersoon voor de Woo. Ook de website van Regio Holland Rijnland voorziet in informatieverstrekking over de Woo. Beleidsvoornemens Het Dagelijks Bestuur van Regio Holland Rijnland heeft een 'basis'-ambitie om te voldoen aan de Woo. Op deze manier voldoen wij minimaal aan de wet. We lopen niet voorop, maar bereiden ons organisatorisch en technisch voor op het moment dat actieve openbaarmaking per categorie verplicht is. We zorgen dat informatie binnen de wettelijke termijnen openbaar is. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche van de Woo in werking. Regio Holland Rijnland heeft de verplichtingen uit de Woo tijdig geïmplementeerd en voldoet daarmee aan de eerste tranche van de Woo én aan het ambitieniveau. Regio Holland Rijnland blijft het verplicht actief openbaar maken van informatiecategorieën volgen om blijvend te voldoen aan de Woo en het ambitieniveau. Regio Holland Rijnland werkt continu aan de verbetering van de informatiehuishouding aan de hand van de aanbevelingen uit het KPI-verslag van de archiefinspecties van Erfgoed Leiden en Omstreken.
38
5. Financiële begroting 5.1 Meerjarenbegroting 2027-2030 Hieronder ziet u de meerjarenbegroting van Regio Holland Rijnland. De begroting per programma per product vindt u bij de betreffende programma’s zelf.
Strategie en Beleid
Rekening
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
Meerjarenraming 2028
2029
2030
Lasten
6.491
5.557
4.529
3.824
3.824
3.824
Baten
-4.235
-3.253
-1.917
-1.272
-1.272
-1.272
Saldo
2.256
2.304
2.612
2.552
2.552
2.552
Lasten
-
2.470
1.824
1.824
1.824
1.824
Baten
-
-2.174
-1.824
-1.824
-1.824
-1.824
Saldo
-
296
-
-
-
-
Lasten
3.526
4.064
4.143
4.143
4.143
4.143
Baten
-1.786
-2.040
-2.216
-2.216
-2.216
-2.216
Saldo
1.740
2.024
1.927
1.927
1.927
1.927
Lasten
3.431
3.386
3.244
3.233
3.233
3.233
Baten
-8.060
-7.602
-7.723
-7.712
-7.712
-7.712
Saldo
-4.629
-4.216
-4.479
-4.479
-4.479
-4.479
Lasten
13.448
15.476
13.740
13.024
13.024
13.024
Baten
-14.081
-15.069
-13.680
-13.024
-13.024
-13.024
-633
407
60
0
0
0
Energieprogramma
Regionale Uitvoering
Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Saldo voor mutatie reserves Storting in reserves
219
Onttrekking uit reserves
-368
-459
-60
Mutatie reserves
-149
-459
-60
-
-
-
Saldo na mutaties reserves
-782
-52
0
0
0
0
Tabel 5.1: Meerjarenbegroting Regio Holland Rijnland (Let op, rekening 2025 onder voorbehoud)
De begroting in meerjarenperspectief is in evenwicht. De geraamde lasten met een omvang van € 13,7 miljoen worden bekostigd uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten (± 55%) en subsidies van Rijk en provincies, aanvullende bijdragen van gemeenten of leges woonurgenties (± 45%).
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Het overzicht incidentele baten en lasten stelt het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland en de provincie, in haar rol als financieel toezichthouder, in staat om te bepalen in hoeverre de begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht zijn. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig, realistisch en haalbaar zijn. Wat hierbij een rol speelt is, onder andere, in
39
hoeverre loon- en prijsstijgingen zijn verwerkt, de verhouding van het weerstandsvermogen en de risico's en het onderzoek van de jaarrekening. De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt: Saldo van de lasten en baten ná mutaties reserves Af: incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen Uitkomst: totaal van de structurele lasten en baten van de programma's en algemene dekkingsmiddelen Bij: structurele verrekeningen met de reserves Definitieve uitkomst: structureel saldo begroting en meerjarenraming Op basis van onderstaand overzicht tonen we aan dat de meerjarenraming 2027-2030, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. In cijfermatige zin is hiervan sprake als het structurele begrotingssaldo kleiner is dan € 0 (de baten geven we immers weer met een minteken). Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben.
Voor Regio Holland Rijnland merken we de baten en lasten op de Leidse VSV-subsidie en de regionale gemeentelijke VSV-projecten aan als incidenteel, net zoals de activiteiten op de Versnellingstafel Wonen, de lasten en baten op de RIA-projecten en het Regionaal Fonds, cofinancieringsfonds en activiteiten op het Energieprogramma. Daarnaast merken we onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves aan als incidenteel. Dat leidt tot het volgende overzicht voor de incidentele baten en lasten. 2027
2028
2029
2030
Saldo van baten en lasten vóór mutaties reserves
60
-
-
-
Mutaties reserves
-60
-
-
-
0
-
-
-
Saldo van baten en lasten ná mutaties reserves Incidentele baten (negatieve correctie)
806
161
161
161
incidentele lasten (positieve correctie)
-1.297
-592
-592
-592
Incidentele onttrekking aan reserves (negatieve correctie)
60
-
-
-
Incidentele toevoegingen aan reserves (positieve correctie)
-
-
-
-
Structurele verrekeningen met reserves
-
-
-
-
Structurele saldo van de begroting
-431
-431
-431
-431
JA
JA
JA
JA
Structureel evenwicht (bij structureel saldo ≤ 0)
Tabel 5.2: Structureel evenwicht
In de begroting 2027 (en verder) hebben we nog geen activiteiten op de RIA-projecten en het Regionaal Fonds opgenomen. Wanneer we deze activiteiten in de begroting brengen, zullen de (incidentele) lasten gelijk zijn aan de baten. In 2027 hebben we nog activiteiten vanuit het RIF begroot, deze merken we aan als incidenteel. Vanaf 2028 hebben we enkel de activiteiten voor de Versnellingstafel Wonen die we aanmerken als incidenteel onder S&B.
40
2027
2028
2029 161
2030
Programma Strategie en Beleid
806
161
161
Programma Energieprogramma
-
-
-
-
Programma Regionale uitvoering
-
-
-
-
Algemene dekkingsmiddelen en Overhead
-
-
-
-
Totale incidentele baten
806
161
161
161
Programma Strategie en Beleid
-890
-186
-186
-186
Programma Regionale uitvoering
-406
-406
-406
-406
Algemene dekkingsmiddelen en Overhead
-
-
-
-
-1.297
-592
-592
-592
Programma Energieprogramma
Totale incidentele lasten Totaal incidenteel programma's Reserve cofinanciering
60
Onttrekking Reserve regionale energiestrategie (RES)
296
-
-
-
Incidentele onttrekking aan reserves
356
-
-
-
Toevoeging reserve cofinacniering
-
-
-
-
Toevoeging Reserve Regionale Energiestrategie (RES)
-
-
-
-
Incidentele toevoeging aan reserves
-
-
-
-
Totale incid. onttrekkingen en toevoegingen reserves
356
-
-
-
Saldo incidentele posten
-135
-431
-431
-431
Tabel 5.3: incidentele baten en lasten per programma
Tegenover de incidentele baten staan activiteiten met lasten die incidenteel van aard zijn. Die vullen we grotendeels in met inhuur en bestaan voor het overige uit materiële lasten.
41
5.3 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1000,-
Realisatie
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
Meerjarenbegroting 2028
2029
2030
PASSIVA Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves
883
424
424
424
424
424
Saldo van rekening
899
0
0
0
0
0
Voorzieningen
154
143
143
143
143
143
Opgenomen geldleningen
0
0
0
0
0
0
Waarborgsommen
0
0
0
0
0
0
Overige vaste schulden
0
0
0
0
0
0
Opgenomen kasgeldleningen
0
0
0
0
0
0
Banksaldi
0
0
0
0
0
0
2.073
2.073
2.073
2.073
2.073
2.073
Overige overlopende passiva
30.136
30.136
30.136
30.136
30.136
30.136
Totalen
34.144
32.776
32.776
32.776
32.776
32.776
Vaste schuld
Vlottende schuld
Overige vlottende schulden Overlopende passiva
Bedragen x € 1000,-
Realisatie
Begroting
Begroting
2025
2026
2027
Meerjarenbegroting 2028
2029
2030
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Overig
8
8
0
0
0
0
2.161
2.161
2.161
2.161
2.161
2.161
31.302
30.029
30.037
30.037
30.037
30.037
Overige vorderingen
60
60
60
60
60
60
Liquide middelen (kas-
95
0
0
0
0
0
518
518
518
518
518
518
34.144
32.776
32.776
32.776
32.776
32.776
Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar
en banksaldi) Overlopende activa Overige overlopende activa
Totalen
42
5.4 Ontwikkeling reserves en voorzieningen Meerjarig ontwikkelen de reserves zich als volgt Omschrijving
Saldo 1-12026
Mutaties 2026
Verwachte Balans 1-1-
Toevoeging 2027
Onttrekking Saldo 31 -122027 2027
Begrote mutaties
Begrote mutaties
Begrote mutaties
Verwachte Balans 31-12-
Algemene reserve Algemene Reserve
10.577
0
10.577
0
0
10.577
0
0
0
10.577
Reserve cofinanciering
539.034
-162.500
376.534
0
0
376.534
0
0
0
376.534
Reserve Energieprogramma
332.925 -295.930
36.995
0
0
36.995
0
0
0
36.995
Totaal reserves
882.536 -458.430
424.106
0
0
424.106
0
0
0
424.106
Bestemmingsreserves
Meerjarig ontwikkelen de voorzieningen zich als volgt Omschrijving
Saldo 1-12026
Mutaties 2026
Verwachte Balans 1-1-
Toevoeging 2027
Onttrekking Saldo 31 -122027 2027
Begrote mutaties
Begrote mutaties
Begrote mutaties
Verwachte Balans 31-12-
Voorzieningen met een verplichting: Voorziening Verlofsparen Voorziening personeelslasten Totaal Voorzieningen
142.828
0
11.446
-11.446
0
154.274
-11.446
142.828
142.828
0
0
142.828
0
0
0
142.828
0
0
0
0
0
0
0
142.828
0
0
0
142.828
43
5.5 Overzicht lasten en baten per taakveld Taakveld
Hoofdtaakvelden
Bestuur en ondersteuning
Lasten
0.4
Overhead, Ondersteuning organisatie
0.5
Treasury
0.8
Overige baten en lasten
0.10
Mutaties reserves (980)
Baten
3.340 -40 118
-11 -60
Totaal
3.459
-111
2.1
Verkeer en wegen
1.174
-1.538
Verkeer, vervoer en waterstaat 2.5
Openbaar vervoer
338
-435
1.512
-1.973
Totaal
Economie
3.1
Economische ontwikkeling
2.462
-3.604
3.2
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
135
-174
2.597
-3.778
3.735
-4.719
3.735
-4.719
1.139
-1.492
1.139
-1.492
408
-519
408
-519
888
-1.146
888
-1.146
13.739
-13.739
Totaal 4.3
Onderwijs
Onderwijsbeleid en leerling-zaken
Totaal
Sport, cultuur en recreatie
5.7 Totaal 6.1
Sociaal domein
Openbaar groen en (open lucht) recreatie
Samenkracht en burgerparticipatie
Totaal
Volksgezondheid en milieu
8.3
Wonen en bouwen
Totaal
Totaal
5.6 Investeringsplan Regio Holland Rijnland heeft voor 2027 – 2030 geen investeringen opgenomen. Programma
Omschrijving
Benodigd krediet
2027
2028
2029
2030
0
0
0
0
Afdelingskostenplaatsen
-
0
44
6. Besluit Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland in de vergadering van 24 juni 2026
E. Loenen Secretaris-directeur
P.J. Heijkoop Voorzitter
www.regiohollandrijnland.nl Samenwerkingsorgaan Regio Holland Rijnland Schuttersveld 9, 2316 XG Leiden Postbus 558, 2300 AN Leiden
45
7. Bijlage: compensabele BTW voor gemeenten De dienstverlening van de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland is vrijgesteld van de heffing van BTW op grond van de BTW-koepelvrijstelling (samenwerkingsvrijstelling). Dit houdt in dat de dienstverlening aan de gemeenten niet met BTW wordt belast, wat betekent dat de BTW op onze kosten niet verrekend kan worden met de fiscus. Omdat een gemeenschappelijke regeling ook geen recht heeft op BTW-compensatie bij het BTW-compensatiefonds, is de BTW op de kosten voor Holland Rijnland een kostenpost. Vanaf het eerste jaar zijn de lasten in de begroting van Holland Rijnland, en daarmee de grondslag voor de omvang van de gemeentelijke bijdrage, ook geraamd inclusief BTW. Hoewel de gemeentelijke bijdrage gebaseerd is op de lasten inclusief BTW, wordt de BTW op de kosten van de gemeenschappelijk regeling geen kostenpost voor de gemeenten. De wetgever vindt het namelijk ongewenst dat overheidstaken waarvan recht op compensatie van BTW bij het BTW-compensatiefonds bestaat, worden benadeeld vanwege samenwerking in een gemeenschappelijke regeling. Vanuit de zogeheten BTW-transparantiemethode kunnen we namelijk de BTW over de kosten doorschuiven naar de deelnemende gemeenten. De gemeenten kunnen de doorgeschoven BTW vervolgens compenseren bij het BTW-compensatiefonds.
Onderstaande tabel geeft de verwachte omvang van doorschuif-BTW van iedere gemeente weer. De deelnemende gemeente kan deze kosten meenemen in de opgave voor het BTW-compensatiefonds. Hieruit volgt een teruggave voor iedere gemeente.
Totale lasten
Raming 2025
Raming 2025
Raming 2025
Reguliere taken
Leerrecht
Totaal
13.746.493
gecorrigeerd voor lasten zonder relevante btw-component: Lonen
-6.434.792
Subsidies
-1.062.591
Activiteiten waar compensatie obv factuur gebeurt (Leader)
-111.501
Bedrijfsmatige activiteiten (HR verrekent zelf met fiscus)
-174.726
Totale lasten met relevante BTW-component
5.962.883
Lasten met BTW-component gerubriceerd naar productgroepen
5.533.762
429.121
5.962.883
Grondslag compensabele btw (= lasten met BTW-component /121*100)
4.573.357
354.645
4.928.002
Compensabele BTW voor gemeenten (21% van de grondslag)
960.405
74.476
1.034.881
46
De toedeling naar de gemeenten ziet er als volgt uit: Verdeelsleutel Verdeel- sleutel Compensabele Compensabele Compensabele Totaal Inwonertal CBS Leerlingtal CBS 1BTW BTW Leerrecht BTW Leader compensabele 1-1-2025 1-2025 Reguliere taken (verdeling (verdeling BTW (verdeling o.b.v. o.b.v. o.b.v. leerlingtal) inwonertal) inwonertal) Alphen aan den Rijn Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal
114.966 22.822
3.010
29.168
3.828
66.966
10.634
130.108
13.761
27.736
3.876
23.447
3.149
29.501 45.734
5.987
25.948
4.289
38.470
5.402
25.625
4.017
9.732
1.259
590.223
59.212
187.072
0
21.719
208.790
37.136
3.786
4.311
45.233
47.462
4.815
5.510
57.787
108.966
13.375
12.651
134.992
211.710
17.308
24.579
253.598
45.132
4.875
5.240
55.247
38.153
3.961
4.429
46.543
48.004
0
5.573
53.577
74.418
7.530
8.640
90.588
42.222
5.395
4.902
52.519
62.598
6.795
7.267
76.660
41.697
5.052
4.841
51.590
15.836
1.584
1.839
19.258
960.405
74.476
111.501
1.146.382
47