C01 Werkgroep RO St. Vrienden van Oud Hillegom, aanvullende vragen en opmerkingen PLG en DG.pdf
Tekst van het document
Van: Werkgroep RO Stichting Vrienden van Oud Hillegom Verzonden: zondag 20 oktober 2024 13:24 Aan: Griffie-Hillegom <Griffie-Hillegom@HLTsamen.nl> Onderwerp: Aanvullende vragen en opmerkingen mbt Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Geachte Collegeleden en raadsleden, Naar aanleiding van de 2e participatieavond van 8 oktober in Leeuwenhorst hebben wij de behoefte aanvullende vragen te stellen en enige opmerkingen te maken. Tot uiterlijk 22 oktober was er de mogelijkheid een aanvullende reactie op de 4 denkmodellen in te dienen. Dat hebben we inmiddels gedaan bij de projectleider. Wij vinden het wel belangrijk dat ook u deze reactie ziet. Wij vertrouwen erop dat één en ander wordt meegenomen bij het verdere proces. Met vriendelijke groet, Werkgroep RO Stichting Vrienden van Oud Hillegom Ted van Haaster Herman van der Geest
Geachte, Naar aanleiding van de beide participatieavonden, 10 juni bij Nederzandt en 8 oktober in Leeuwenhorst hebben wij nog wel de behoefte te reageren en een aantal vragen te stellen en opmerkingen te maken. We zullen eerst onze vragen stellen en opmerkingen maken. De motivatie voor de vragen treft u onder de vragen aan. - Erkent u (Kuiper Compagnons en colleges) met elkaar nu wel echt het economisch belang van de bollenteelt? En dan ook met dat van alle aanverwante bedrijven. De bollenteelt (met export en toeristische aantrekkingskracht) is immers wel de economische motor van de Bollenstreek. Hoeveel mensen zijn er niet direct en indirect afhankelijk van de bollenteelt. - Bent u bereid de 2.625 hectare 1e klas bollengrond juist nu te borgen in de nieuwe omgevingswet? Vastleggen dat die 2.625 hectare 1e klas bollengrond moeten en zullen blijven. Daarmee geeft u dan ook zekerheden aan kwekers en met name de jonge kwekers en bedrijfsopvolgers. Er zal meer geld beschikbaar komen voor innovatie. Tevens zal speculatie met en oneigenlijke handel in bollengrond minder worden. Dan zal voor iedereen, ook wethouders en ontwikkelaars, voorgoed duidelijk zijn waar de grenzen liggen.
- Waarom wordt er niet specifiek gesproken over herontwikkeling van 2e klas bollengrond, incourante stukjes grond en binnenstedelijke gronden voor herontwikkeling? - Erkent u dat u tot op heden meer over kwekers spreekt dan met kwekers? En dat daardoor veel onrust en onmacht heerst bij de kwekers. - Is het niet opmerkelijk slechts 120 jongeren hebben gereageerd op de recent gehouden enquête. Vooral opmerkelijk is dat wonen niet op nummer 1 staat bij de jongeren. - Vindt u het niet opmerkelijk dat van alle ingevulde enquêtes slechts 25% meer ruimte voor woningen wil. De meerderheid zou bollenteelt zeker wel willen behouden, 39% zeer zeker en 55% onder voorwaarden. - Ook de voorzitter, Kees van der Zwet, geeft aan dat de 2.625 hectare 1e klas bollengrond belangrijk is. Maak u dan ook daar sterk voor en borg dit. - Expertteams gaan na de 2e avond de denkmodellen verder uitwerken en een keuze maken. Wie zitten er in die expertteams? Zullen kwekers
-
-
-
-
-
-
of een afvaardiging van deze belangrijke groep, ook deel uitmaken van die expertteams? Na de vaststelling van het conceptprogramma zullen de colleges akkoord geven voor het vrijgeven van het ontwerpprogramma voor terinzagelegging. Wordt er dan nog ruimte voor aanpassingen geboden? Wordt er na de terinzagelegging nog iets gedaan met de zienswijzen? Of wordt het na de terinzagelegging gewoon ter vaststelling aan de colleges gegeven? Kees van der Zwet wil geen bollenstad, zo gaf hij aan. Waar ligt dan voor hem en u de grens? Kuiper Compagnons geeft aan in gesprek te zijn met gebiedspartijen. Is dat niet te laat opgestart? U praat en beslist wel over de kwekers en hun bezit, de 1e klas bollengrond. Gaat u in het verdere proces nog wel opnieuw en/ of verder in gesprek met kwekers? Tijdens de uitleg van de kernmodellen sprak iemand van Kuiper Compagnons over de opdracht die het buro was gegeven: “Koerswijziging als opdracht.” Hoe kunt u dit uitleggen? Dan gaat het dus niet over herijken van de ISG, maar over echt een andere inrichting van de Duin- en Bollenstreek. De bollenteelt op het 2e plan en het gebied voorgoed anders inrichten.
Klopt dat? Is het mogelijk binnen de denkmodellen te schuiven? Daarmee bedoel ik, zou het mogelijk zijn om met elkaar (kwekers, stakeholders en Kuiper Compagnons) tijdens de uitwerking van het synergiemodel te spreken over bijvoorbeeld een samenvoeging van denkmodellen? Met elkaar afstemmen hoe bijvoorbeeld model 2 en 3 tot het meest ideale model gevormd kan worden. De omgevingsvisie Lisse 2040 is over een aantal zaken zeer duidelijk. Hoe gaat Lisse dat binnen de nieuwe visie kunnen verantwoorden. Hieronder heb ik paar kernpunten de die omgevingsvisie Lisse 2040 samengevat. Wat is nu echt de waarde van de aanvullende vragen die tot uiterlijk 22 oktober kunnen worden ingestuurd? Immers op 18 oktober staat er al een collegeconferentie ingepland waar een presentatie wordt gegeven van het synergiemodel. Hoe wordt dan nog meegenomen wat er uiterlijk 22 oktober wordt ingebracht?
Motivatie van onze vragen en opmerkingen. Tijdens de inleiding van uw presentatie bij Nederzandt begon u met verschillende sheets en met name 1 daarvan was op dat moment hoopgevend. Er stond: “Duin- en Bollenstreek aangewezen als één van de vijf Greenports in Nederland en een economisch belangerijk productielandschap met 2.625 hectare 1e klas bollengrond. Bollenteelt, handel en innovatie komt hier samen.” Helaas komt dit verder nergens echt meer terug. Verder werd er gesproken over: - “Herijken is een mooie kans om een toekomstbestendige visie voor het gebied te maken.” - “Samen (lokale politiek en gebiedspartijen) zoeken naar hoe wij de sterke onderdelen uit de ISG kunnen behouden en deze met nieuwe inzichten, behoeften en vragen kunnen aanvullen.” - “Maken van duidelijke keuzes door met elkaar het gesprek aan te gaan over “wie willen we zijn in 2050”.” Tijdens de 1e avond werd ons al duidelijk dat het meer een monoloog werd in een vooraf opgesteld kader waar moeilijk van afgeweken zou en kon worden. Na de complete presentatie werd en ruimte gegeven voor “participatie”. Er mocht aan verschillende tafels met elkaar gesproken worden over verschillende thema’s. Aan de hand van de aantekeningen die daar gemaakt werden zou verder gewerkt worden aan een gedragen model als toekomstperspectief.
Er zouden naar aanleiding van de 3 avonden, met colleges, raden en stakeholders, 4 denkmodellen of denkrichtingen uitgewerkt worden. Deze 4 modellen worden dan tijdens de 2e avond gepresenteerd en besproken. In uw presentatie van de 2e avond staat dan vervolgens: “We kiezen vandaag niet voor één denkmodel. In plaats daarvan bespreken we de denkmodellen en maken we deze samen completer. Dit proces vormt het startpunt van de synergiefase. Dan worden de 4 modellen kort gepresenteerd en kort uitgelegd. Tijdens de gesprekken aan tafel en het maken van aantekeningen hebben we bij één van uw collega’s gevraagd hoe de 4 denkmodellen gemaakt zijn en met name wie de waardes hebben toegekend aan de kernwaarden in de verschillende modellen. Bijvoorbeeld denkmodel 3, daar heeft “vitale greenport” een waarde 4. Wie heeft dat bepaald en hoe.
Uw collega gaf aan dat u dat met elkaar heeft bepaald. Dan is het vervolg van het proces als volgt, volgens de presentatie is het een doorlopend proces. Er is een online enquête en al op 18 oktober is er een collegeconferentie. Tijdens die collegeconferentie wordt er een synergiemodel in potlood gepresenteerd. Terwijl iedereen tot uiterlijk 22 oktober aanvullende vragen kan insturen. Hoe wordt dan e.e.a. meegenomen wat nog wordt ingebracht?
Omgevingsvisie Lisse 2040. Hieronder een aantal punten uit de omgevingsvisie Lisse 2040. • Goede afstemming met de gemeente Haarlemmermeer. • Lisse is als onderdeel van de Greenport Duin- & Bollenstreek van grote economische waarde voor Nederland. • Bollengronden ook zijn uitgesloten voor grootschalige woningbouw. • Het bollengebied is als onderdeel van de Greenport Duin- & Bollenstreek van grote economische waarde voor Nederland. Bedrijven uit deze regio verzorgen bijna twee derde van de mondiale handel en export van bloembollen. • De bouw van nieuwe woningen is in het bollengebied niet toegestaan, met uitzondering van de bouw van zogenaamde Greenport-woningen. • Behouden van de bestaande bollenvelden (totale areaal eersteklas bollenveld neemt niet af). • Woningen realiseren op ‘binnendorpse’ locaties : ruimte bieden aan gestapelde bouw (maximaal 6-8 bouwlagen) waar dat past, herontwikkeling van bedrijventerrein tot woon-werk- gebied en omvorming van panden in het centrum buiten het kernwinkelgebied naar woningen . In afwachting van uw reactie, Ted van Haaster Herman van der Geest Werkgroep RO Stichting Vrienden van Oude Hillegom.