C01 ProRail, zienswijze ontwerp Omgevingsvisie Hillegom – actualisatie 2025.pdf
Tekst van het document
PrOR&jl
AANGETEKEND De gemeenteraad van de gemeente Hillegom Hoofdstraat 115 2182EC Hillegom
Datum Ons kenmerk Onderwerp
20 mei 2025 LJVIMH/200520251 Hiflegom; Ontwerp Omgevingsvisie Hillegom - Actualisatie 2025
Eigenaar Telefoonnummer E-mail
Marc Heinen 088 231 14 36 marc.heinen@prorail.nl
Geachte Raad, Financiën Leefomgeving, Juridische zaken en Vastgoed Bezoekadres Tulpenburgh Moreelsepark 2 3511 EP Utrecht Nederland Postadres Postbus 2038 3500 GA Utrecht Nederland wwwprorail ni
van 1 mei 2025 tot en De Ontwerp Omgevingsvisie Hillegom - Actualisatie 2025, welke met ingang te brengen. met 12 juni 2025 ter inzage ligt, geeft ProRail aanleiding om de volgende zienswijze in We delen ProRail heeft, als landelijk spoorbeheerder, een visie op de omgeving van het spoor. Actualisatie Hillegorn Omgevingsvisie deze graag met u, zodat u dit mee kunt nemen in de 2025. Meer informatie vindt u hier: documen https://www.prorail.nl/siteassets/homePaQe/SameflWerken1overheden1d0cumenth1)' t-prorail-en-de-omgeviflasViSieS.pdf Ontwikkelingen
ProRail ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. ProRail wil meedenken bij nieuwbouw stations en de van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond nabij het Bouwen Nederland. vrije baan. Dat draagt bij aan de duurzame OV-bereikbaarheid in maakt. noodzakelijk afwegingen spoor is een samenspel met meerdere belangen dat ook een rol ProRail wil daarbij graag een aantal aandachtspunten benoemen die in de uitwerking toekomstige eventueel en bedrijfsvoering dat de uitgangspunt zouden moeten spelen, met als uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Verder verzoekt ProRail uw gemeente om haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen overleg tot van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk worden zal uitvoering overeenstemming te komen c.q. afspraken te maken alvorens tot overgegaan. Aspect Externe Veiligheid
ProRail verzoekt u voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot Railverkeer gebruik maken van de meest recente gegevens (Basisnet). Aspect Geluid
te
ProRail wijst u erop dat voor het aspect Geluid in relatie tot railverkeer in een akoestisch dienen te onderzoek de wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor gebruikt hogere geen bewoners toekomstige de worden. Het gebruik van deze brongegevens borgt dat geluidproductieplafOnds wettelijke van de basis geluidbelasting gaan ondervinden dan op verwacht mag worden.
proRail b v., Kvk 30124359
PyOR&jl Assetmanagement
Richtlijn Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hoofdspoorweginfrastructuur.
Beherende instantie
AM Techniek AM Treinbeveiliging lokale systemen Definitief
Inhoud verantwoordelijke Status
Datum van kracht: 01-11-2021 t
202I B.0t4.,,, 21 2.2,29g.7.
0.
fK(.lt.s
2. Â9t,l,*.l
912 g.s1t2. ~22.,t9t,
Verste: 003 ?9
S
d.1121214220C2 el/al Ipelba,, 2.118.01018/12,20012.2212*1212-
8121111192.22.0.1
t 2221 flpttfr,,,lh.
..0.pl,2,,,
2110,, 9212.291890.
,.P19020.2
Documentnummer RLN00398 09 2.l,.
2110. 1912 22p01,9111 1.1222 p.12
pobh,h.2 bI p211 pfl91909p9/lQ 18*12.1,.
2012
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
INHOUD 1 2
Revisiegegevens .......................................................................................3 Algemeen ..................................................................................................4 2,1 2.2 2.3 2.4
Scope ..................................................................................................................................4 Van kracht verklaarde voorschriften en normen ..................................................................4 Geraadpleegde literatuur .....................................................................................................5 Definities en afkortingen ......................................................................................................5
3 4 5
Inleiding.....................................................................................................7 Opsomming van ongewenste gebeurtenissen.......................................8 Beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen ...........................9 5.1 5.2 53 5.3.1
Eisen aan hoogspanningslijnen ...........................................................................................9 Eisen aan hoogspanningskabels.........................................................................................9 Modelstudie........................................................................................................................10 Aanvulling bij beoordelingscriteria B1/B5 ..........................................................................10
Uitgangspunten ten behoeve van modellering ....................................12
6 6.1 62 63 6.4 6.5 6.6
Algemeen ...........................................................................................................................12 Modellering Hoogspanningsverbinding..............................................................................12 Faalwijzen Hoogspanningsverbinding/kabel......................................................................13 Modellering Railinfrastructuur............................................................................................14 Faalwijzen Railinfrastructuur..............................................................................................16 Modellering van de koppelweg ..........................................................................................16
7 Beoordelingscriteria...............................................................................17 Bijlage 1: BI bovenleiding systeem geleider configuratie...................................19 Bijlage 2: 50 Hz immuniteit enkelbenige spoorstroomlopen...............................20
Richtiijn
V003
pag 2,24
RLN00398
ProRaj1
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Revisiegegevens Datum
Versie
Hoofdstuk/ paragraaf
Wijziging
01-11-2013
001
nitiële versie
01-12-2020
002
Kleine wijzigingen uitgevoerd naar aanleiding van datums/versienummers geactualiseerde normen, vrijgegeven wijzigingen in OVS00111 en aangepaste RIS informatie
01-11-2021
003
Kleine wijzigingen doorgevoerd in volledige richtlijn op basis van input van verschillende stakeholders (o a H5)
Richilliri
V003
pag 3/24
RLN00398
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2
Algemeen Deze richtlijn beschrijft het beleid van ProRail met betrekking tot de toegestane elektromagnetische invloed van hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden op de hoofdspoorweginfrastructuur in Nederland.
2.1
Scope Deze richtlijn is van toepassing op hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — niet zijnde ProRail lijnen en kabels — met een nominale spanning van> 1 kV en een nominale bedrijfsfrequentie van ≤ 1 kHz op, onder of boven de hoofdspoorweginfrastructuur. Tevens is de richtlijn van toepassing op hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels — niet zijnde ProRail lijnen en kabels — in de zone buiten het terrein behorende tot de hoofdspoorweginfrastructuur, voor zover het betreft: 1. Het gebied als beschreven in artikel 19 van de Spoorwegwet; 2. Het gebied daarbuiten, voor zover genoemde lijnen en kabels elektromagnetische invloed hebben op de spoorweginfrastructuur. Dit document bevat de eisen aan de hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden en geeft een onderbouwing van deze eisen. Deze onderbouwing vloeit voort uit de eisen voor de veiligheid voor personen die zich op of nabij de spoorbaan bevinden en uit de RAMSHE eisen aan de systemen en apparatuur van de hoofdspoorweginfrastructuur.
2.2
Van kracht verklaarde voorschriften en normen Ref. nr. [A]
Naam document
Nummer
Status
Wederzijdse beïnvloeding van
NEN 3654:2014
Actueel
NEN-EN 50341-1:2013
Actueel
buisleidingen en hoogspanningssystemen [B]
(C]
(D]
Bovengrondse elektrische lijnen boven 45 kVwisselspanning - Deel 1 en 3: Verzameling van nationale normatieve aspecten
Spoorwegtoepassingen - Isolatie-coördinatie - Deel 1: Basiseisen - Slagwijdten en kruipwegen voor alle elektrische en elektronische uitrusting Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Vaste installaties - Elektrische veiligheid, aarding en retourstromen - Deel 1: Eisen in verband met bescherming tegen elektrische schok
NEN-EN 50341-32001 inclusief aanvullingen en correcties NEN-EN 50124-1:2017
Actueel
inclusief aanvullingen en correcties NEN-EN 50122-1:2011
Actueel
inclusief aanvullingen en correcties
[E]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagnetische compatibiliteit - Deel 4: Emissie en immuniteit van sein- en telecommunicatieapparatuur
NEN-EN 50121-4:2016
Actueel
1F]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagnetische compatibiliteit - Deel 5: Emissie en immuniteit van vast opgestelde voedingsinstallaties en apparatuur
NEN-EN 50121-5:2017
Actueel
[G]
Ontwerpvoorschrift Tractieenergievoorzieningsysteem; Bovenleiding Bovenleidingsysteem Bi
OV500024-5.1 V5
Actueel
[H]
Spoorwegen en soortgelijk geleid vervoer - Elektromagnetische compatibiliteit - Deel 3-1: Rollend materieel - Treinen en complete voertuigen
NEN-EN 50121-3-1:2017
Actueel
Richtiijn
V003
pag 4/24
ProRaji
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
2.3
Geraadpieegde literatuur Ref. nr. [1]
Naam document
Nummer
Status
Ello Weits, Grenswaarden voor homopolaire stromen Statistische analyse van metingen aan een 110kV-kabel (Hoogeveen) en twee 220kV-lijnen (Hessenweg), Movares, Kenmerk CO-EW120006291 - Versie 2.0, Utrecht, 13 april 2012
[21
R. Koopal, R.M. Paulussen, UITGANGSPUNTEN EMBEÏNVLOE DING BETUVVEROUTE - BESTAANDE PRORAIL INFRASTRUCTUUR, POBR, 29 september 2005 Versie 2.2
[3]
Ello Weits, Jeroen van Waes, Nick Stalman, Frank Gerritsen, Uitgangspunten EM-beïnvloeding van de HSL-Zuid op de bestaande ProRail infrastructuur voor 'Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschriften; fase 3" t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, Holland Railconsult, lF114250_320.02, Versie 2.0, 11 maart 2005
[4]
R. Koopal, Onderbouwing werkhypothesen m.b.t. GRS enkelbenigeen dubbelbenige geïsoleerde spoorstroomlopen. Aanvulling voor "Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschriften; fase 3" t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, ProRail BB21/25kV Kenmerk BB21-25kV-060281, Versie 1.0, 11januari2007
[5]
B. Vedelaar, G.W. Keijzer, M. Voesenek, Onderbouwing werkhypothesen m.b.t. GRS enkelbenige- en dubbelbenige geïsoleerde spoorstroomlopen voor "Vrijgavetraject wijzigingen ProRail voorschriften; fase 3" t.b.v. parallelloop met de HSL-Zuid, Holland Railconsult, 1F127500_230_3A0, Versie 1 5, 20 mei 2005
[6]
Harm van Dijk, Toegestane 50Hz CM stroom door het spoor bij dubbelbenige spoorstroomlopen op de parallelloop met 25kV baanvakken, Movares, VS-HDI-20100122-01, versie 2, 19maart2010
[7]
ITU K26 2008 (verwijzing naar Whitebook: Directives concerning the protection of telecommunication lines agairist harmful effects from electric power and electnfied railway lines, Geneva, 2008)
[8]
RICHTLIJN 2004/40/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2004 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico's van fysische agentia (elektromagnetische velden) (l8de bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG)
2004/40/EG
Niet actueel
Spanningskarakteristieken in Openbare elektriciteitsnetten
NEN-EN 50160:2010
Actueel
Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016
Actueel
__________ [9]
2.4
[10]
ICNIRP GUIDELINES for limiting exposure to time-varying electric and magnetic fields (1 Hz — 100 kHz) published in: HEALTH PHYSICS 99(6):818-836; 2010
[11]
Mail M. Nusselder/R. Koopal van 28maart2013
[12]
Mail V.J.P. Plasmeijer/H. Steenkamp dd. 21 november 2012
[13]
Besluit van 12december2016, houdende regels inzake elektromagnetische compatibiliteit van uitrusting ter implementatie van richtlijn 2014/30/EU (Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016)
Definities en afkortingen Term
Verklaring
IB-kabel
Interlokale blokkabel t.b.v. treinbeveiligingsinstallaties
IT-kabel
Interlokale telecomkabel (telecomkabel)
OR-blad
Overzicht Retour tekening van treinbeveiligingsinstallaties
OS
Onderstation van Energievoorziening
RH
Relaishuis van Treinbeveiliging
SPW
Spoorwegwet
Richtlijn
V003
pag 5/24
RLN00398
PyOR&jl Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi EM
Elektromagnetische
EMC
Elektromagnetische compatibiliteit
VLD
Volt Limiter Device
CM
Common Mode
DM
Differential Mode
BS
Bovenkant spoorstaaf
hswi
Hoofdspoorweginfrastructuur
RAMSHE
Reliability, Availability, Maintainability, Safety, Health, Environment
TPR
Track Repeater Relais
Richtlijn
V003
pag. 6/24
RLN00398
ProRajl Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Inleiding In het geval van een hoogspanningsverbinding, dat wil zeggen een hoogspanningslijn of hoogspanriingskabel in de nabijheid van de hswi moet rekening worden gehouden met de elektromagnetische beïnvloeding van de hoogspanningsverbinding op de hswi. Er is sprake van ontoelaatbare beïnvloeding in die gevallen dat de beïnvloeding kan leiden tot onveilige situaties voor personeel en/of de aantasting van de RAMSHE criteria van de hswi. Deze richtlijn geeft invulling aan het beleid van ProRail in hoedanigheid van beheerder van de hswi met betrekking tot de aanleg, wijziging1 en instandhouding van hoogspanningsverbindingen. Deze richtlijn zal worden gehanteerd bij de behandeling van aanvragen voor vergunning ex artikel 19 van de Spoorwegwet2 maar ook reactief in geschillenprocedures in het kader van omgevingsverguriningen, bestemmingsplannen of tracébesluiten Tevens dient deze richtlijn te worden gehanteerd bij spoorse functiewijzigingsprojecten. welke uitgevoerd worden in de nabijheid van bestaande hoogspanningsverbindingen Daarbij geldt dat dit van toepassing is voor functiewijzigingsprojecten waarbij één of meer van de volgende aspecten aan de orde is: •
de positie van het spoor verandert (verplaatsing spoor, aanleg extra sporen)
•
de lT/IB kabellengtes langer worden
•
de secties van de treindectiesystemen langer worden
Hoofdstuk 4 bevat een opsomming van ongewenste gebeurtenissen ten aanzien van personen en systemen. Hoofdstuk 5 bevat het ProRail beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen in beheer bij derden. Hoofdstuk 6 beschrijft de modellering van locatiespecifieke studies. Hoofdstuk 7 beschrijft de beoordelingscriteria van de modelstudie.
Hieronder wordt verstaan wijziging van o.a.. •
Geieiderdoorsnede:
•
Geleiderpositie,
•
Fasevolgorde:
•
Wijze van aarding (direct, biusspoei geaard, etc):
•
Maximale fasestroom en homopoiaire stroom in normaai bedrijf en/of kortsiuitsituaties,
•
Tracé hoogspanningshin,
•
Aantai circuits per mast
2 Uittreksei artikei 19 hd 1 SPW. Het is verboden zonder vergunning ...... binnen de begrenzing van de hoofdspoorweg aan, op. in, onder boven of naast de hoofdspoorweg. bouwwerken of andere opstaten op te richten of werken, inrichtingen, kabeis, ieidingen .. aan te brengen, te doen aanbrengen of te hebben, dan wei daarmee verband houdende werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren
Richthjn
V003
pag 7124
ProRaji
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
4
Opsomming van ongewenste gebeurtenissen In het geval van een hoogspanningsverbinding boven of in de nabijheid van de hswi moet rekening worden gehouden met de risico's van elektromagnetische beinvloeding van de hoogspanningsverbinding op de hswi. Wanneer de beïnvloeding te groot wordt kan dit leiden tot onveilige situaties, verstoring van de functionaliteit van de hswi en/of de treindienstregeling of versnelde veroudering van de hswi Spoorvoertuigen kunnen ook hinder ondervinden van de beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen Daar waar dit beinvloedingsmechanisme bekend is. is dit in deze richtlijn aangegeven. Algemeen geldt dat voldaan moet worden aan het Besluit elektromagnetische compatibiliteit 2016 [13] die geldt voor de elektromagnetische beïnvloeding De volgende ongewenste gebeurtenissen worden onderscheiden: gevaar voor electrocutie van personen op spoorwegterrein a) Personen kunnen blootgesteld worden aan te hoge aanraakspanningen, bijvoorbeeld bij het aanraken van metalen objecten en het werken aan kabels en (boven-)leidingen: Personen kunnen blootgesteld worden aan capacitieve ontladingen. bijvoorbeeld bij b) het aanraken van metalen objecten en het werken aan kabels en (boven-)leidingen. beïnvloeding van systemen in de hswi a) De goede werking van treindetectiecircuits.
van het type spoorstroomlopen, kan verstoord worden door 50 Hz verzadiging: b) Spoorvoertuigen kunnen ten gevolge van de 50 Hz-beïnvloeding, te hoge 75 Hz stoorstromen produceren en daarmee de goede werking van treindetectie verstoren, c) Relaisschakelingen met diode ( bijv. grendel/HRDR) kunnen verstoord worden door 50 Hz beïnvloeding; Apparatuur kan ten gevolge van te hoge 50 Hz spanningen defect raken bij kortsluitind) gen in het hoogspanningsnet, e) Overspanningsbeveiligingen kunnen defect raken ten gevolge van 50 Hz beïnvloeding.
RichUlin
V003
pag 8;24
RLN00398
ProRaji Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
5
Beleid ten aanzien van hoogspanningsverbindingen Er wordt onderscheid gemaakt tussen de eisen aan hoogspanningslijnen en hoogspanningskabels. Indien niet aan de eisen wordt voldaan, dient te worden gehandeld volgens het bepaalde in 5 3.
5.1
Eisen aan hoogspanningslijnen 1 De hoogspanningslijn dient de spoorbaan haaks te kruisen met een hoek 'P. waarbij 80 ≤ 'P ≤ 100 graden, zie figuur 1; 2. De minimale afstand (clearance) van de hoogspanningslijri tot de bovenleiding dient te voldoen aan NEN-EN 50341-1:2001 en NEN-EN 50341-3:2001; 3. De hoogspanningslijn dient in het kruisende veld met de spoorbaan dubbelzijdig afgespannen te zijn, in verband met kans op breuk; 4. Een eerste orde 3 Iijnfout dient binnen maximaal 100 ms afgeschakeld te zijn: 5. Niet kruisende hoogspanningslijnen: a Niet kruisende hoogspanningslijnen mogen niet aanwezig zijn binnen een afstand van — horizontaal gemeten - 700 m uit het hart van de buitenste spoorbaan: b In afwijking van punt 5a geldt een afstand van 11 meter bij geëlektrificeerde sporen met een tractiespanning van 25 kV, 50 Hz; 6 De blootstelling van de mens conform NEN EN 50341-3:2001 [BI. mag niet meer bedragen dan 100 pT op 1 m boven BS; 7. Hoogspanningsmasten mogen niet worden geplaatst binnen een afstand van ten minste 31 m uit het hart buitenste spoor: 8. Hoogspanningslijnen mogen niet aanwezig zijn binnen een afstand van — horizontaal gemeten — 20 m vanaf de dichtst bij zijnde gevel van een technische ruimte. hoogspanningsverbinding
1 71)0111
1
'P = 80°- 100°
7(i(im
___________
afstand tot technischeruimtes 20m
spoorbaan
1
L -------------
Figuur 1 5.2
Eisen aan hoogspanningskabels. 1. De hoogspanningskabel dient de spoorbaan haaks te kruisen met een hoek waarbij 80 ≤ '1) ≤100 graden, zie figuur 1; 2 Niet kruisende hoogspanningskabels met een nominale spanning van ≥ 35 kV: a.
Niet kruisende hoogspanningskabels met een nominale spanning van ≥ 35 kV mogen niet aanwezig zijn binnen een afstand van 700 m vanaf het hart van het buitenste spoor:
Eerste orde Iijnfout betreft de eerste beveiligingstrap van de kortsluitbeveiliging.
Richtiijn
V003
pag 9i24
ProRajl
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi b.
3. 4.
5. 6 7. 8.
In afwijking van punt 2a geldt een afstand van 11 meter bij geëlektrificeerde sporen met een tractiespanning van 25 kV, 50 Hz; Niet kruisende drie-aderige hoogspanningskabels met een nominale spanning < 35 kV mogen niet aanwezig zijn binnen een afstand van 11 m vanaf het hart buitenste spoor; Niet kruisende enkelfasige hoogspanningskabels in driehoek ligging met een nominale spanning van < 35 kV mogen niet aanwezig zijn in het gebied binnen een afstand van 11 m vanaf het hart buitenste spoor; Hoogspanningskabels mogen niet aanwezig zijn binnen een afstand van 20 m gemeten vanaf de dichtst bij zijnde gevel van een technische ruimte, Hoogspanningskabels dienen in een elektrisch geïsoleerde buis onder het spoor doorgevoerd te worden Binnen een afstand van ten minste 31 m uit het hart buitenste spoor mogen zich geen aardpunten of moffen bevinden Een eerste orde 4 kabelfout dient voor kabelverbindingen met een nominale spanning van. a. ≥ 35 kV maximaal binnen 100 ms afgeschakeld te zijn < 35 kV maximaal binnen 100 ms afgeschakeld te zijn. tenzij voldaan wordt aan eis 7 en er aantoonbaar geen grotere homopolaire aardstroom kan lopen conform algemeen uitgangspunt G3 (zie H6.1), dan is afschakeltijd van een eerste orde kabelfout niet relevant.
5.3
Modelstudie Verbinding < 35 kV: Indien de hoogspanningskabelverbinding(en) aan alle bovenstaande eisen in H5.2. behalve aan eis 7 voldoet, volstaat een potentiaaltrechter bepaling In andere gevallen dient alle relevante informatie (projectgegevens, tracétekening, kabe/specificaties, aardingsprincipe, netwerktopologie, nominale bedrjfsspanning. nominale stroom, kortsluitstromen) aangeleverd te worden en in overleg met ProRail afgestemd te worden welke verdere actie vereist is. Er dient in dit geval rekening gehouden te worden met het uitvoeren van een locatiespecifieke studie conform het beschrevene onder 'Verbinding ≥ 35 kV'. Verbinding 2 35 kV: Indien de hoogspanningsverbinding(en) niet aan de eisen in H5.1. respectievelijk H5.2 voldoen, dan dient een locatiespecifieke studie plaats te vinden. De studie dient conform de uitgangspunten van de modellering van Hoofdstuk 6 plaats te vinden. De uitkomsten dienen te worden beoordeeld op basis van Hoofdstuk 7. Indien de hoogspanningsverbinding niet aan de beoordelingscriteria in hoofdstuk 7 voldoet, dient nader overleg plaats te vinden tussen betrokken partijen over de verdere maatregelen. Hierbij kan sprake zijn van bijvoorbeeld een tracéwijziging of het verhogen van de immuniteit van de ProRail installaties voor de EM-velden.
5.3.1
Aanvulling bij beoordelingscriteria BI/B5 Voor beoordelingscriterium Bi is onderstaande aanvulling van toepassing bij gebruikmaking van de lengte-afhankelijke normwaarden aangaande enkelbenige spoorstroomloopsecties. Voor de veiligheidswaarde van beoordelingscriterium B5 is tevens onderstaande aanvulling van toepassing. Aannemelijk maken van resultaten 5.3.1.1 Resultaten uit de modelstudie dienen conform onderstaande categorisering (H5 3 1 2 tlm H5 3.1.4) aannemelijk te worden gemaakt Mogelijke maatregelen worden als opties gepresenteerd en de Eerste orde kabelfout: betreft de eerste beveiligingstrap van de kortsiuitbeveiliging De traagst ingesteide eerste beveiiigingstrap is hierin maatgevend (fase — aarde of fase — fase).
Richtiijn
V003
pag 10/24
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
voorgestelde maatregelen dienen te worden afgestemd met ProRail bij voorkeur na advies van een ingenieursbureau dat door ProRail erkend is voor zowel werkzaamheden aan de beveiliging als werkzaamheden aan tractievoeding. Resultaatwaarden <50% grenswaarden 5.3.1.2 Indien de Bi & B5 resultaatwaarden van de modelstudie na maatregelen minder dan 50% van het meest bepalende6 susceptibiliteitsniveau bedraagt dienen de resultaten aannemelijk te worden gemaakt door deze te vergelijken met een reeds uitgevoerde studie in een vergelijkbare situatie
5.3.1,3 Resultaatwaarden ≥ 50% grenswaarden Indien de resultaten van de modelstudie voor de criteria Bi en B5 na maatregelen meer dan 50% van de susceptibiliteitsniveau's bedragen. dan dienen de resultaten aannemelijk te worden gemaakt. Dit dient gedaan te worden door middel van een vergelijkende studie waarbij de Bi & B5 resultaatwaarden uit de eerste modelstudie gereproduceerd worden. Hierbij mogen alleen verklaarbare verschillen overblijven Deze vergelijkende studie dient onafhankelijk uitgevoerd en gemodelleerd te worden door een ander bureau. 5.3.1.4 Aanvullend op H5.3.1.3 bij resultaatwaarden ≥ 80% grenswaarden Resultaatwaarden ≥ 80% grenswaarden kunnen worden toegestaan, indien de belasting van de lijn de eerste periode ruim onder de ontwerpwaarden ligt en het gebruik van de verbindingen over de jaren heen gestaag oploopt tot belastingen die resulteren in resultaatwaarden ≥ 80% grenswaarder1. Toestemming hiervoor in expliciete afstemming met ProRail (0 a op basis belasting en belastingprognoses). In deze gevallen dienen locatiespecifieke afspraken overeengekomen te worden, waar (wanneer van toepassing) maatregelen zoals monitoring/bewaking en het realiseren van afgestemde mitigerende maatregelen in opgenomen zijn.
meest bepaiende is daar waarde rekenwaarde het dichts de grenswaarde nadert
RiChtiijn
V003
pag 11/24
ProRaji
RLN00398
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
6
Uitgangspunten ten behoeve van modellering
6.1
Algemeen
6.2
Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
Gi
Bij het ontwerp dient aangetoond te worden dat aan te leggen kabels geen elektromagnetische invloed hebben op de veilige exploitatie van de spoorweg.
RLN00427-2, eis 320: 'Bij het ontwerp dient aangetoond te worden dat aan te leggen kabels geen elektromagnetische invloed hebben op de veilige exploitatie van de spoorweg". Deze richtlijn is de vervanger voor het 'Witte Boekje'.
G2
Indien een nieuwe hoogspanningsverbinding een bijdrage levert van maximaal 20% van het beoordelingscritenum voor alle bedrijfstoestanden, uitgezonderd kortsluitingen, behoeven niet alle bestaande verbindingen te worden gemodelleerd. Bij een hogere bijdrage dan 20% moeten ook de bestaande verbindingen binnen een afstand van 700 m worden meegenomen in de berekeningen.
Hier is gekozen voor 20% conform NEN3654:2014 Bijlage D. [Al
G3
Drie-aderige driefase hoogspanningskabels <35 kV of in driehoek gebundelde driefase een-aderige kabels <35 kV mogen buiten beschouwing gelaten worden, indien er geen homopolaire aardstroom groter dan 1 A kan gaan lopen,
Aannemelijk maken dat de homopolaire stroom lager ligt dan 1 A, bijvoorbeeld indien het een drie aderige kabelverbinding betreft, waarbij van ten hoogste één zijde de aangesloten transformator het sterpunt is geaard.
G4
Capacitieve beïnvloeding: Dit wordt niet berekend.
Capacitieve beïnvloeding is geregeld in de overige ProRail regelgeving, zowel ten aanzien van de werkvoorschnften in de omgeving van hoogspanningsverbindingen, als voor de ontwerpvoorschriften voor het plaatsen van geleidende objecten onder en in de omgeving van hoogspanningsverbindïngen.
G5
Uitgangspunt bij aanwezigheid van 50 Hz spoorstroomlopen betreft het ombouwen van 50 Hz naar 75 Hz spoorstroomlopen.
Op basis van historische casussen is gebleken dat 50 Hz spoorstroomlopen dusdanig gevoelig zijn dat er altijd overschrijdingen zijn. De aanpassing is technisch relatief eenvoudig. Deze mitigerende maatregel daarom in geval 50 Hz spoorstroomlopen direct meenemen.
Modellering Hoogspanningsverbinding Nr.
Uitgangspunt
T1
De hoogspanningslijn/kabel wordt gemodelleerd volgens het werkelijke mastbeeld/werkelijke kabelbed.
T2
Bij hoogspanningslijnen dient voor het bepalen van de elektrische en magnetische velden bij een spoorlijn, rekening gehouden te worden met de minimale hoogten van de geleiders volgens het ontwerp. De minimale hoogte van de geleiders is gebaseerd op de hoogste temperatuur, de hoogten van de masten en de afstand tussen de masten.
Bron, achtergrond en toelichting
Bij geleiderbreuk wordt de hoogspanningslijn direct (normaliter binnen 100 msec) afgeschakeld. In de praktijk wordt hier voor wat betreft de elektrische beïnvloeding dan ook geen rekening mee gehouden. Voor mechanische beïnvloeding (minimale afstand boven de spoorstaven en boven het bovenleidingsysteem) moet er echter wel rekening mee worden gehouden.
Voor de mechanische beïnvloeding dient met breuk in één van de velden in een vak, niet zijnde het kruisende veld, rekening te worden gehouden met een grotere zeeg. Toepassing van speciale ophangingen (halfverankeringen) of afspanningen aan beide zijden van de kruising kunnen het extra doorhangen van de geleiders bij breuk in een ander veld verkleinen. De minimale afstand boven spoorstaven bij breuk dient te voldoen aan NEN-EN 50341-3, art. 5.4.5.3. [BI. Voor het berekenen van de inductieve beïnvloeding van een hoogspanningslijn wordt de hoogte van de geleiders berekend door de gemiddelde ophanghoogte van een geleider aan beide zijden van het veld te verminderen met 2/3 deel van de maximale zeeg. T3
Bij de berekening van lijnen en kabels dient minimaal rekening worden gehouden met: .
Richtlijn
De maximale stroombelasting bij normaal bedrijf per circuit;
Voo3
Onder onderhoud wordt verstaan de situatie dat bij het uitschakelen van een verbinding het totale vermogen wordt overgenomen door de overblijvende verbinding(en).
pag 12/24
PyOR&jl Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi •
De maximale stroombelasting bij afwijkend bedrijf per circuit (onderhoud);
•
De maximale één-fase kortsluitstromen
De maximale drie-fase kortsluitstroom, in geval van een blusspoel geaard netwerk. Kortsluitingen in grondkabels ten gevolge van werkzaamheden worden niet gemodelleerd. •
T4
Bij de berekening dient voor de stroom in de fasegeleiders rekening te worden gehouden met een aanvullende homopolaire stroom lo die 10% van de maximale normale component van de fasestroom is. Deze maximale normale component is afhankelijk van de bedrijfstoestand.
.
•
10 =
.
•
''
+ ; +1
- in normaal bedrijf loopt er in dit voorbeeld maximaal 50% van deze ontwerpstroom per circuit in verband - Per fase dient 10% van de stroom opgeteld te worden. Dat is in normaal bedrijf 50%M00A=200A per
- Momenteel wordt aangenomen dat bij meerdere circuits de onderlinge homopolaire stromen in fase zijn. Dit is beschouwd als een conservatieve aanpak. Aan een verdere verfijning van dit criterium wordt gewerkt, waarbij ook de onderlinge fasehoeken van de homopolaire stroom in verschillende circuits wordt beschouwd.
1.
1
Voorbeeld modellering homopolaire stromen in narmaal bedrijf:
Merkop:
1, •
1
Op basis van het dossier Hoogeveen Beilen is 9% bepaald als maximale homopolaire stroom [ij.
- Een dubbelcircuit verbinding is ontworpen op een maximale stroom van 4000A per circuit (en dus per
_L,
[1
Opmerking' Indien de netbeheerder de stroom! het kortsluitvermogen laat toenemen boven de bij T3 bepaalde waardes, dan dient deze situatie opnieuw bij ProRail aangemeld te worden.
- Ook de geaarde retourgeleiders in het bronsysteem, zoals de bliksemdraden en mantels van kabels dienen voor de berekening correct te worden meegenamen. De stromen door alle geaarde geleiders inclusief de fasehoeken dienen in de beïnvloedingsberekening meegenomen te worden. Op basis van deze berekende stroomverdeling dient de beïnvloeding bepaald te worden.
1. 1
De bednifstoestanden dienen te bevatten: • Normaal bednjf; • Onderhoud Bij onderhoud wordt het circuit dat in onderhoud is 2 zijdig geaard. Voor het circuit dat niet in onderhoud is dient de maximale homopolaire stroom genomen te worden. Voor een dubbelcircuit verbinding dient dan in de modellering gerekend te worden met een homopalaire stroom van 10% van de ontwerpwaarde.
- De aardraden in het TenneT hoogspanningsnet zijn over de hele lengte van de verbindingen doorverbanden. - De inverse component is nul verondersteld.
Homopolaire stroom dient niet te worden meegenomen als deze door de netwerktopologie onmogelijk kan lopen. Een voorbeeld is een zwevend middenspanningsnet waarbij het aannemelijk is dat de homopolaire impedantie groter dan 10 kü is. De netwerkbeheerder dient hiervoor een onderbouwing aan te leveren. T5
De gebieden dienen te worden gespecificeerd waar een eerste orde lijn- of kabelfout niet binnen 100 ms afgeschakeld wordt,
De kans op falen van de vermogensschakelaar/relais tijdens een kortsluiting wordt voldoende klein geacht.
________
6.3
Hierbij dient rekening gehouden worden met het type hoofdbeveiliging, of er communicatie tussen de stations aanwezig is en of deze redundant is. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de eigen tijd van de vermogensschakelaar.
Faalwijzen Hoogspanningsverbinding/kabel Nr.
Richtlijn
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
V003
pag 13/24
PYORj Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi FT1
6.4
Bij kortsluitingen dient rekening te worden gehouden met: •
1 fase kortsluitingen;
•
3 fase kortsluiting indien het een blusspoel geaard net betreft.
De aanvrager dient aan te geven welke faalwijzen van toepassing zijn.
Modellering Railinfrastructuur Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
Pl
De minimale afstand (clearance) van de hoogspanningslijn tot de bovenleiding dient te voldoen aan NENEN 50341-3 (BI
Voor de modellering wordt bovenleidingsysteem Bi toegepast.
Bovenleidingsysteem geleiderconfiguratie: zie bijlage P2
Locaties van onder- en schakelstations dienen conform vigerende DR bladen te worden gemodelleerd.
DR bladen kunnen opgevraagd worden via www.spoordata.nl onder https:I/www.spoordata.nllsteleen-vraag of via 088-2315700
P3
Locaties van dwarsverbindingen dienen conform vigerende DR bladen te worden gemodelleerd.
DR bladen kunnen opgevraagd worden via www.spoordata.nl onder htts:I/www.søoordata.nVsteleen-vraag of via 088-2315700
P4
Afleidweerstand van spoorstaven: beschouwd worden configuraties met een spoorstaaf-aarde weerstand van 100, lOon 2.5Okm.
Genoemde waarden zijn per spoorstaaf.
P5
Retour van DC baanvakken worden afgesloten met een karakteristieke impedantie van: — . X Zatsluit—'I(Ratleid Ziarigs)
Z,(voor 50Hz) berekenen uit de som van de parallelle impedantie van de spoorstaven en het retourpad aarde waarbij: •
Weerstand spoorstaven: 0,044 O1km per spoorstaaf
•
retour pad aarde bij 50Hz: (0,050 + j 0,880) O1km (nog te onderbouwen in een volgende uitgave)
Modellenng van waarden. P6
De minimale 50 Hz onderstationsimpedantie (tussen bovenleiding en spoorstaven) op het 1500 VDCbaanvak is:
P7
Bij het recuperen van een trein (energie terug leveren) kan de gelijkrichter in een onderstation sperren.
mag ook op basis van meet-
Zie [2]
(0,007 + jü,082) O. Voor 50Hz stromen, gedraagt het onderstation zich dan als een open verbinding; de 50Hz spanning tussen bovenleiding en spoor is dan maximaal. Er kan vanuit gegaan worden dat de gelijkrichters in het onderstation uit diodegelijkrichters bestaan. P8
Voor de afstand van het kabelbed tot het hart van het buitenspoor dient 4.5m meter te worden gehanteerd.
P9
Het kabelbed bij parallelloop bevat:
Conform [2], (31.
3kV 75 Hz kabel (2x16) met een aardscherm van 16 mm2. De 3kV kabel is tweezijdig geaard bij de onderstations. De totale DC weerstand van de kabelmantel en twee aardverspreidingsweerstanden is 7,5 O.
Voor de modellering wordt de 3kV kabel geacht te 10pen van DS naar DS Voor de modellering worden de IB en IT kabel geacht te lopen van RH naar RH
IB-kabel (62 x 0,8 aderig), zwevend uitgevoerd. IT kabel: Gearmeerde PIW'-lT-kabel met een kabelscherm van 30 mm2, zwevend uitgevoerd.
Pi 0
Richtlijn
Voor de diepte van de kabelgeul dient i ,2m onder BS (0,6 m onder maaiveld) te worden gehanteerd. Hierin liggen de IB en IT kabel. De 3kV kabel dient hier 0,3 m onder worden verondersteld,
V003
De totale DC weerstand van de kabelmantel en twee aardverspreidingsweerstanden kan variëren van 5 tot 10 O. De berekeningen hoeven slechts te worden uitgevoerd met 7,5 O. Dmdat de mantel van de 3kV kabel verbonden is met de metalen HS kast is deze spanning voor generiek publiek toegankelijk. De feitelijke diepte van de kabelgeul is: tussen de 0,9m en de i,5m onder BS. Voor de modellering wordt het gemiddelde toegepast. Uitgegaan wordt van een maximale breedte van de geul van 60 cm.
pag. 14/24
[I'IMI]
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Pil
DM spanning kabels De magnetische beinvioeding bij circuitaders in één kabel mag verwaarloosbaar worden verondersteld.
Circuitaders in gescheiden kabels worden buiten beschouwing gelaten.
P12
CM spanning kabels
Indien het scherm of de ader van een kabelcircuit aan één zijde aan aarde ligt, zal de hoogste spanning tussen een ader van de IB- of IT-kabel en aarde komen te staan.
Om de worst case spanning te verkrijgen, dienen in de modellering de kabelcircuits aan één zijde te worden geaard.
Richtlijn
V003
pag. 15/24
RLN00398
PYOR&jl Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
6.5
Faalwijzen Railinfrastructuur Opmerking: Daar waar mogelijk dient gebruik gemaakt te worden van een Worst Case benadering.
6.6
Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
FP1
Er bevindt zich een defecte VLD-O6 in de railinfrastwc1uur. Bij een defect ontstaat hier een verbinding spoorstaaf aarde met een afleidweerstand van 0.25 O.
Bij kruisingen moet de 50 Hz stroom via aarde lokaal binnentreden. Een aardfout is hierbij maatgevend. Een VLD-O wordt toegepast bij kunstwerken en kan een zeer lage afleidweerstand hebben. Bij aanwezigheid stalen bruggen, betonnen kunstwerken doorrekenen met 0.25 O.
FP2
Er bevindt zich een defecte paalspoorstaafverbinding. Bij een defect ontstaat hier een verbinding spoorstaaf aarde met een afleidweerstand van 2.5 O. Gerekend dient te worden met 4 defecte paalspoorstaafverbindingen behorende bij 4 opeenvolgende bovenleidingpaen.
Bij afwezigheid van een VLD-O zullen paalspoorstaafverbindingen maatgevend zijn. Paalspoorstaafverbindingen worden bij elk metalen portaal van een bovenleidingveld toegepast. Deze gaan echter veelvuldig defect en als deze defect gaan betreft het vaak meerdere velden achter elkaar. Daarom wordt uitgegaan van 4 defecte paalspoorstaafverbindingen.
FP3
Er bevindt zich een tweede defecte VLD-O (zie FP1) op afstand met een afleidweerstand van 0.25 O (modelleren als lopende aardfout).
Bij parallelloop kan een verder gelegen aardfout een hefboompje vormen waarmee de spanning omhoog gaat. Ook hier is de VLD-O maatgevend. Een aardfout op afstand komt in de praktijk altijd voor. Deze 0.25 O aardfout is aanwezig in de parallel lopende spoorbaan.
Modellering van de koppelweg Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
1(1
De soortelijke weerstand van de grond bedraagt vanaf 30m diepte 70 Om.
Er wordt met een homogeen bodemmodel gerekend, identiek aan het HSL uitgangspunten document [3].
Indien meetwaarden bekend zijn van de grond tot op indringdiepte, dan kunnen deze meetwaarden worden gehanteerd. K2
6
De soortelijke weerstand pE van de toplaag kan vaneren tussen de 10 Om en 1000 Om.
Onder toplaag wordt verstaan tot 30m diepte.
Voltage Limiter Device type O, Zie NEN-EN 50122-1 ED]
Richtlijn
V003
pag 16/24
RLN00398
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Beoordelingscriteria Nr.
Uitgangspunt
Bron, achtergrond en toelichting
Bi
CM beoordeling railinfra (Spoorstroomlopen: type Enkelbenig zijn bepalend).
•
Beoordelingscnterium voor continue verschijnseen: •
Max 20 VCM,
•
Max 58 ACM
Continue verschijnselen: 20V OVS60111-2 hoofdstuk 5.5 700m op basis van 2A criterium met 10O aardfout[uitzoekenj;
•
58A OV560111-3 hoofdstuk 3.3 700m op basis van 2A. Zie [4]. Let op: Voor 50 Hz spoorstroomlopen (OVS60111-6,7) geldt een criterium van 1 VCM 1 0,5 ACM. (zie echter ook uitgangspunt G5) Kortere spoorstroomlopen mogen worden beoordeeld op de immuniteit behorende bij de lengte van de spoorstroomloop conform Bijlage 2 '50 Hz immuniteit enkelbenige spoorstroomlopen", mits met ProRail overeen gekomen is dat dit ook in de toekomst is geborgd en op de OR bladen een parallelloop met een hoogspanningslijn is gemarkeerd.
N. 8. Gebruikmaken van bovenstaande lengteafhankelijkheid vereist het volgen van de aanvulling in H5.3.1 CM beoordeling railinfra (Spoorstroomlopen: type Enkelbenig zijn bepalend). Beoordelingscnterium voor kortsluitverschijnselen: •
Max 65 VCM voor verschijnselen > 100 msec en <= 500 msec;
•
Max 58 ACM voor verschijnselen > 100 msec en <= 500 msec.
Kortsluitverschijnselen: •
OVS60111-2 hoofdstuk 5.5 op maximale lengte 600m heeft deze een immuniteit van 65V. Zie 151;
•
58A OVS60i 11-3 hoofdstuk 3.3 70Cm op basis van 2A critenum (nog te onderbouwen). Zie [5J.
Indien beveiliging staat op een dearance time <=lo0msec dan hoeven kortsluitingen ten behoeve van EB spoorstroomlopen niet te worden beoordeeld. B2
B3
B4
CM beoordeling railinfra (voor baanvakken met alleen dubbelbenige spoorstroomlopen). •
Max 65 V, voor verschijnselen langer dan 100 msec;
•
Max 250 ACM voor verschijnselen langer dan 100 msec.
CM spanning aders railinfra apparatuur: •
150V continue;
•
650Vi0Cmsec.
Zie [6] Indien beveiliging staat op een clearance time <= 100 msec dan hoeven kortsluitingen ten behoeve van dubbelbenige spoorstroomlopen niet te worden beoordeeld. NEN-EN 50124-1:2001, inclusief aanvullingen en correcties [C].
Psofometnsche stoorspanning op modemverbindingen: •
Maximaal -45dBmp voor dataverbindingen;
•
Maximaal lOAp in bovenleiding
Definities conform NEN-EN 50121-3-1, Annex A [H].
Analoge telecomverbindingen kunnen worden beïnvloed door geïnduceerde spanningen. CM spanning die op aderparen worden geïnduceerd vertalen zich in DM spanning via kleine asymetneën in de apparatuur [71. In eerste benadering kan worden aangenomen dat de LCL van de apparatuur -46dB is. Ook is bij toelating van treinen altijd geëist dat de psometrische stroom onder de lOAp ligt. Analoge telecomverbindingen verdwijnen (invoering glasvezelverbindingen) maar deze waarden geven ook een bescherming tegen netresonantie en beïnvloeding van lussen. Voor normale verbindingen is deze eis niet maatgevend; echter wanneer deze verbinding aansluit op een HVDC verbinding of een grootverbruiker met veel vermogenselektronica, (bijvoorbeeld een aluminium fabriek, hoogovens, e.d.) dient deze toetsing te worden uitgevoerd.
B5
50Hz spanningscomponent in de 1500 VDC tractiespanning: •
Richtlijn
Maximaal 16V140V (RMS, tijdsduur is) (beschikbaarheid/veiligheid)
V003
Rijdend materieel kan bij een 50 Hz spanningscomponent in de 1500V DC tractiespanning, problemen in de railinfrastructuur veroorzaken. In de RIS is opgenomen dat rijdend materieel bij een 50V50HZ spanning onder
pag 17f24
PrORaji Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi de vereiste 5.3 A75H blijft. Voor bestaand materieel is dit vastgelegd in [3). Voor enkelbenige spoorstroomlopen wordt een grenswaarde van 1.7 A/4.25 A (T> 1.8 s) (beschikbaarheid/veiligheid) gehanteerd. Wanneer deze Iineair worden geschaald (aanname), dan komt men uit op een spanning van 16 V140 V. is tijd is gebaseerd op aanwezigheid TPR relais in de schakeling. N B Bij overschnjding van 50% van de veiligheidswaarde wordt het volgen van de aanvulling in H5. 3.1 vereist. B6
87
Aanraakspanning kabelmantel-aarde en spoorstaven-aarde conform NEN-EN 50122-1:2011, inclusief aanvullingen en correcties [D)
NEN-EN 50122 deel 3 wordt in het kader van deze berekeningen niet gehanteerd. Volstaan wordt met de waarden genoemd in NEN-EN 50122-1 [12].
Magneetvelden conform:
Een risico is dat oudere apparatuur niet getest is. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat dit een probleem hoeft te zijn, wanneer getoetst wordt aan 10 AJm. (De maximale waarde ligt een factor 10 lager dan de 50 Hz-immuniteitswaarcje uit de norm.)
•
NEN-EN 50121-4 [EI
•
NEN-EN 50121-5 [F)
Het Power Frequency Magnetic Field (PFMF5oH) dient maximaal 10 A/m te zijn. Alleen als alle apparatuur en objecten in het desbetreffende studiegebied aantoonbaar voldoen aan de NEN-EN50121-4/5 en/of RLN00007 dan mag getoetst worden aan een maximaal PFMF50H. van 50 A/m. B8
Elektrische velden van een hoogspanningslijn dienen tot een hoogte van ten minste 1 m boven het hoogste punt van een spoorlijn niet groter te zijn dan 10 kV/m, rekening houdend met de nominale spanning van de hoogspanningslijn, vermeerderd met 10% (hoogste systeemspanning).
Voor blootstelling van werknemers aan 50 Hz elektrische velden is in richtlijn 2004/40/EG [8] van het Europees Parlement en de Raad een actiewaarde van 10 kV/m gegeven. Om zonder aanvullende maatregelen toch werkzaamheden te kunnen uitvoeren in en nabij een spoorlijn, moet in het gebied waarbinnen zich tijdens uitvoering van werkzaamheden mensen kunnen begeven, het elektrische veld kleiner zijn dan deze actiewaarde. Uit praktische overwegingen wordt ervan uitgegaan dat zich tot een hoogte van 1 m boven het hoogste punt van onderdelen van de spoorlijn mensen kunnen bevinden. Om dit te berekenen mag uitgegaan worden van een Vrije veld aanname boven de spoorse infra.
B9
Magnetische velden van een hoogspanningslijn of hoogspanningskabel dienen op 1 m boven maaiveld maximaal 100 pT te bedragen.
Volgens de ICNIRP richtlijn voor Limiting exposure to time-varying electric and magnetic fields (1 Hz —100 kHz), gepubliceerd in Health Physics 99(6):818-836; 2010 [10 moet voor algemene bevolking rekening worden gehouden met een grenswaarde van 200 pT en voor beroepsbevolking (occupasional exposure) 500 pT. IN NEN-EN 50341-3 (art. 5.6.1) EB] is aanbevolen om op 1 m boven maaiveld een grenswaarde te hanteren van 100 pT.
Richtlijn
V003
pag 18/24
RLN0039B
ProRaj1
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Bijlage 1: BI bovenleiding systeem geleider configuratie Zie ook OVS000024-5.1 [G]. 1500 Vdc-sporen ______________________ spoorstaaf 1 spoor 1
Weerstand [O/kml 0.044
Diameter Immi
x coördinaat[m]
y coördinaat Im]
____________ ___________ ___________ 9.60 -2,72 0.05
spoorstaaf 2 spoor 1
0.044
9.60
-1,28
0.05
draagkabel spoor 1
0.121
1.36
-2
8.50
rijdraad 1 spoor 1
0.183
1.20
-2,02
5.50
rijdraad 2 spoor 1
0.183
1.20
-1,98
5.50
versterkingsgeleider spoor 1
0.121
1.36
-5,22
8.50
spoorstaaf 1 spoor 2
0.044
9.60
2,72
0.05
spoorstaaf 2 spoor 2
0.044
9.60
1,28
0.05
draagkabel spoor 2
0.121
1.36
2
8.50
rijdraad 1 spoor 2
0.183
1.20
2,02
5.50
rijdraad 2 spoor 2
0.183
1.20
1,98
5.50
versterkingsgeleider spoor 2
0.121
1.36
5,22
8.50
Richtlijn
V003
pag. 19/24
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Bijlage 2: 50 Hz immuniteit enkelbenige spoorstroomlopen Spoorstroomlopen in ATB gebied mogen worden beoordeeld op de maximale lengte met ATB volgens OV231.101 mits: De daadwerkelijke lengte korter is dan maximale lengte. Tabel 1: maximale toegestane_spoorstroomlooplengtes (m) bij nieuwbouw. VS
VS paragraaf
60111-2 5.1
chakellng
75GE0-0
60111-2 5.2
60111-2 5.3
60111-3 3.10
60111-3 3.3
60111-3 3.7
75GE0-1
75GE0-2 75GE3-0
75GE1-0
75GE2-0 75GE3-1 75GE1-1 75GE2-1
Zonder ATB
60111-2 5.9
60111-2 5.5
60111-2 5.7
MetATB Normaal
________ ________ ________ ________ norm. ow. met conV+R sectie sectie densator zijde _______________________ Max. sectie normaal ≤ 55 ≤ 620 ≤ 700 f300 lengte (m) nabij OS. ≤ 55 350 ≤ 700 ≤ 150
Code V zijde
Met condensator ________ ________ V+R R zijde
Code V
R
zijde
zijde
400
340
300
600
zijde ≤ 550
≤ 200
≤ 170
≤300
600
≤ 550
Kortere spoorstroomlopen mogen worden beoordeeld op de immuniteit behorende bij de daadwerkelijke lengte van de spoorstroomloop conform mits: •
Dit met de beheerder overeen gekomen is zodat dit ook in de toekomst is geborgd en
•
Op de OR bladen een parallelloop met een hoogspanningslijn is gemarkeerd.
De lengte afhankelijk immuniteit is voor de common mode stroom gegeven in tabel 2 en spoorstaaf aarde spanning in tabel 3. Voor kortsluitingen langer dan 100 ms maar korter dan 500 ms mag worden gerekend met de immuniteiten volgens tabel 4 voor de stromen door de spoorstaven en tabel 5 voor de spoorstaaf aarde spanning.
Richtlijn
V0o3
pag 20/24
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Tabel 2: Berekende 50 Hz stoorstroom immuniteit EB spoorstroomlopen (max. stoorstroom door relais 2A) )VS
60111-2
60111-2
60111-2
5.2 5.3 3.10 3.3 3.7 5.9 5.5 75GE0-1 75GE0-2 75GE3-0 75GE1-0 75GE2-0 75GE3-1 75GE1-1
5.7 75GE2.1
60111-2
60111-2
60111-3
)VS paragr.
5.1
chakeling
75GE0-0
Lengte (m)
Imax, 50 Hz, door trctiebeen (Al_______
60111-3
60111-3
60111-2
________ ________ _______ ________ 2113 1405 1346 1886 1057 703 673 943 449 705 469 629 337 352 472 529
________ 1346 673
1405 661
336
1839 920 613
253
460
352
368 307 263
302
423
282
270
378
270
251 216
353
235 202
225 193
315 270
225 193
230
189 191
265
176 157
169
236 210
169
150 135 123 113
189 172 158
135 123 113
0-25 25-50 50-75
2113 1057 705
1006 504
75-100
529
100-125
423
125-150 150-175
353
175-200
265
200-225 225-250
235 212
205 184
250-275
193
303 ________
469
303
449 337
150
172
235 212
168 154
156 143
193 177
129 118
142 132 123
141
163 152 142
117
146
104
131 122
108 101
135 126
97
116
114
133
95
118
85
111 105 100
80 76 72
95
68
141
275-300
177
300-325 325-350
163 152
350-375 375-400
142
400-425 425-450 450-475
101
109
114
103 97
108 102
475-500
95 90 86
93
97
500-525
82
88
92
72
90
65
525-550
78
84
75 72
81 77
69 66 63
_______
86 82 79
62
550-575 575-600
88 84 81
________
600-625 625-650 650-675
69 66 64
675-700
62
_______
________
________
Richtlijn
133
_______
_______
________
________
74 71 ________
69 66
89 84
________
________
78 75
80 76
_______
90
65 63
72 70
_______
________
V003
60 58
pag 21/24
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Tabel 3: Berekende 50 Hz immuniteit EB spoorstroomlopen spoorstaaf aarde spanning [VI bij 10 O aardfout en 2.5 0km afleidweerstand (bij 2 A stoorstroom door TR relais) )VS 60111-2 60111-2 60111-2 60111-3 60111-3 )VS paragr. 5.1 5.2 5.3 3.10 3.3 chakeling 75GE0-0 75GE0-1 75GE0-2 75GE3-0 75GE1-0 Lengte (m) '_max, 50 Hz, door tractiebeen (V) 0-25 62,1 58,6 53,5 51,4 33,4 25-50 58,7 54,5 51,7 48,1 31,4 50-75 55,7 51,0 50,2 45,4 29,6 75-100 53,2 48,0 48,9 42,8 28,1 100-125 51,0 47,8 40,9 26,8 125-150 49,1 46,8 39,1 25,7 150-175 47,5 45,9 37,6 24,7 175-200 46,0 ________ 45,1 36,2 23,8 200-225 44,6 44,4 35,1 23,0 225-250 43,4 43,8 34,1 22,3 250-275 42,3 43,2 33,2 21,7 275-300 41,3 _______ 42,7 33,6 21,7 300-325 40,4 42,3 32,9 21,2 325-350 39,6 41,8 32,2 20,6 350-375 38,8 41,4 31,6 20,2 375-400 33,4 41,1 31,9 19,7 400-425 32,8 40,7 31,4 425-450 32,2 40,4 30,9 450-475 31,7 40,1 30,4 475-500 31,2 39,9 30,6 _______ 30,7 500-525 39,6 30,2 525-550 30,3 39,4 29,8 550-575 29,9 39,2 29,4 575-600 29,5 38,9 30,0 _______ 600-625 29,1 38,7 29,6 625-650 28,8 38,6 29,3 650-675 28,4 38,4 28,9 675-700 28,1 38,2 28,6 _______ ________
_______
_______
_______
_______
Richtlijn
V003
60111-3 [60111-2 60111-2 60111-2 3.7 _________________ 75GE2-0115GE3-1 7SGEI-1 75GE2-1
L
________
44,1 41,5 39,3 37,3 35,7 34,2 33,0 31,8 30,8 29,9 29,1 28,9 28,2 27,6 27,1 26,5 26,0 25,6 25,2 24,8 24,4 24,1 23,8 25,2 24,9 24,6 24,4 24,1
_______
38,3 36,5 35,1 32,6 31,5 30,6 29,8 27,9 27,3 26,7 26,1 25,7 25,2 24,8 24,4 24,1 23,8 23,5 23,2 23,0 22,7 22,5 22,3 22,1 21,9 21,7 21,6 21,4
________
48,5 45,7 43,4 37,7 36,1 34,6 33,4 28,9 28,0 27,1 26,4 24,1 23,5 23,0 22,5 22,0 21,5 21,1 20,8 20,4 20,1 19,8 19,5 19,2 18,9 18,7 18,5 18,2
________
50.0 47.2 44.8 42.8 41.1 39.5 38.2 36.9 35.9 34.9 34.0 33.2 32.5 31.8 31.2 30.6 29.6 29.6 29.1 28.7
________
________
pag. 22/24
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Tabel 4: Berekende 50 Hz stoorstroom immuniteit EB spoorstroomlopen in faalbedrjf (max. stoorstroom door relais 2 A) 60111-2
60111-2
60111-2
60111-3
60111-3
60111-3
60111-2
60111-2
60111-2
)VS paragr.
5.1
5.2
5.3
3.10
3.3
3.7
5.9
5.5
5.7
chakeling
75GE0-0
)VS
Lengte (m) 0-25 25-50 50-75
75GE0-1 75GE0-2 75GE3-0 75GE1-0 75GE2-0 75GE3-1 75GE1-1 75GE2-1 max, 50 Hz, door tractiebeen (A)_______ ________ ________ ________________ ________ 2113 1057
1006 504
1839 920
1405 661
2113 1057
1405 703
1346 673
1886 943
1346 673 449
705
336
613
469
705
469
449
629
75-100
529
253
460
352
529
352
337
472
337
100-125
423
282
270
378
270
353 303
302 251 216
423
125-150 150-175
368 307 263
353 303
235 202
225 193
315 270
225 193
175-200
265
230
189
265
176
169
236
169
200-225 225-250 250-275 275-300
235 212 193 177
205
191
157
150
172 156 143
150 135 123 113
210
184 168 154
235 212 193 177
189 172 158
135 123 113
300-325 325-350 350-375
163 152
142 132
141 131
163 152
117 108
104
142
123
122
142
101
146 135 126
375-400
133
116
114
133
95
118
85
400-425
101
109
425-450 450-475
95 90
103 97
114 108
475-500
86
500-525
82
525-550 550-575
78
________
________
________
________
93 88 84 81
102 97
141 129 118
89 84 80 76
76 72 68
90
65
69 66
86 82
62
_______
79
________
_______
________
________
575-600
77
69
74
78
65
625-650 650-675 675-700
66 64
71 69
75 72
63
66
70
Richtlijn
80
105 100 95
600-625
________
111
72
75 72
62
90
92
________
88 84 81
________
_______
97
________
________
V003
63
60 58
_______
pag 23/24
ProRaji
Beleid elektromagnetische beïnvloeding van hoogspanningsverbindingen op de hswi
Tabel 5: Berekende 50 Hz immuniteit EB spoorstroomlopen spoorstaaf aarde spanning [VI bij 2.5 0km afleidweerstand voor kortsluiting. )VS DVS paragr.
chakelIng Lengte (m) 0-25 25-50 50-75 75-100 100-125 125-150 150-175 175-200 200-225 225-250 250-275 275-300 300-325 325-350 350-375 375-400 400-425 425-450 450-475 475-500 500-525 525-550 550-575 575-600 600-625 625-650 650-675 675-700
Richtlijn
60111-2 5.1 75GE0-O
60111-2
490,1 255,3 177,0 137,9 114,4 98,8 87,6 79,2 72,7 67,5 63,2 59,6 56,6 54,0 51,8 44,6 42,9 41,5 40.2 39,0 37,9 36.9 36,1 35,2 34,5 33,8 33,2 32,6
555,4 282,4 191,4 145,9
60111-2
60111-3
60111-3
60111-3
60111-2
60111-2
60111-2
5.2 5.3 3.10 3.3 3.7 5.9 5.5 75GE0-1 75GE0-2 75GE3-0 75GE1-0 75GE2-0 75GE3-1 75GE1-1 1_max, 50 Hz, door tractiebeen IV)
5.7 75GE2-1
________
_______
_______
_______
_______
_______
_______
430,9 231,2 164,7 131,4 111,5 98,2 88,7 81,6 76,0 71,6 68,0 65,0 62,5 60,3 58,4 56,7 55,3 54,0 52,8 51,8 50,9 50,0 49,2 48,5 47,8 47,2 46,7 46,1
447,8 285,5 230,1 147,1 157,6 101,0 118,3 77,9 97,3 64,1 83,3 54,9 73,3 48,3 63,3 43,3 58,0 39,5 53,7 36,4 50,2 33,9 48,8 33,0 46,3 31,1 44,2 29,5 42,3 28,1 41,6 26,9 40,2 38,9 37,8 37,7 _______ 36,7 35,8 35,0 35,6 _______ 34,9 34,2 33,6 33,0 ________
V003
________
369,2 190,7 131,2 101,5 83,7 71,8 63,3 56,9 52,0 48,0 44,8 42,5 40,2 38,3 36,7 35,2 33,9 32,8 31,7 30,8 30,0 29,2 28,6 30,1 29,5 28,9 28,3 27,8
________
334,2 175,8 123,0 93,7 78,2 67,9 60,6 53,1 48,9 45,6 42,9 40,6 38,6 37,0 35,6 34,3 33,2 32,2 31,3 30,5 29,8 29,2 28,6 28,0 27,5 27,1 26,7 26,3
________
________
391,3 396.8 203,2 206.5 140,5 143.1 101,1 111.5 83,5 92.4 71,7 79,8 63,4 70.7 52,0 63.9 47,5 58.6 43,8 54.4 40,9 50.9 36,4 48.1 34,3 45.6 32,6 43.5 31,1 41.7 29,8 40.1 28,6 38.7 27,6 37.5 26,7 36.4 25,8 35.4 25,1 24,4 23,8 23,2 ________ 22,7 22,2 21,8 21,3 ________
pag. 24/24
1
PrøR&il
Port Betaald
Postbus 2038, 3500 GA Utrecht
ProRail B V Moreelsepark 33511EP UTRECHT the Netherlands,
D-A-1
RAangt
3SYKMR929122536
(pÖStril) Frankering betaald
GEMEENTERAAD VAN DE GEM. HILLEGO Hoofdstraat 115 2181EC HILLEGOM
Recommandê
NL
(- 4 (N (-4 0
llll
3SYKMR929122536
")