C01 HR, vaststellingsverzoek Gemeenschappelijke Regeling Regio HR.pdf
Tekst van het document
Artikel 49 Verantwoording 1. De archivaris van brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
2. Het Dagelijks Bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van Holland Rijnland.
Artikel 50 Terbeschikkingstelling 1. De Deelnemende Colleges en Raden aan de Regeling stellen tijdig aan het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2. In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. 3. In de verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling. HOOFDSTUK 11 GESCHILLEN Artikel 51 Geschillen 1. In geval van geschillen als bedoeld in artikel 28 Wgr, geldt eerst de in dit artikel beschreven procedure, alvorens het geschil wordt voorgelegd aan gedeputeerde staten. 2. Als een geschil ontstaat treden het Bestuur en het College en/of de Raden van de betreffende gemeente(n) terstond met elkaar in overleg om het geschil verder te verkennen en op te lossen. 3. Als onderling het geschil niet opgelost kan worden, wijst iedere partij een deskundige aan. Deze deskundigen brengen, als zijnde een geschillencommissie, gezamenlijk een advies uit aan het Bestuur over de mogelijkheden om partijen tot overeenstemming te brengen. Voorafgaand aan het uitbrengen van het advies hoort de commissie de bij het geschil betrokken Bestuursorganen. 4.
Na ontvangst van het advies treden de in het tweede lid bedoelde partijen nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Als het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij om het geschil overeenkomstig het gestelde in artikel 28 van de Wgr, voor te leggen aan Gedeputeerde Staten. 5. De kosten voor de geschillencommissie worden door Holland Rijnland en de betreffende deelnemer(s) ieder in gelijke delen gedragen. HOOFDSTUK 12 SLOTBEPALINGEN Artikel 52 Evaluatie van de Regeling 1. Het Dagelijks Bestuur evalueert om de vier jaar het functioneren van de Regeling, te beginnen in 2025.
2. Het Algemeen Bestuur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie.
Artikel 53 Duur en inwerkingtreding 1. De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. Het College van de gemeente Leiden draagt zorg voor publicatie in het Gemeenteblad en voor verzending van de Regeling aan Gedeputeerde Staten. 3. De Regeling treedt in werking op 1 juni 2025. 4. De besluiten welke genomen zijn krachtens de regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland, Samenwerkingsorgaan Duin- en Bollenstreek (SDB), het Samenwerkingsorgaan Leidse Regio (SLR), het Samenwerkingsorgaan Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting Leidse Regio (het SROVLR), het Samenwerkingsorgaan Verkeer en Vervoer Leidse Regio (het SVVLR), de Gemeenschappelijke regeling Volwasseneneducatie Leidse Regio (GRVE LR), het Intergemeentelijk Overleg Werk en Inkomen Leidse Regio (W&I LR) en het Samenwerkingsorgaan Rijnstreekberaad, inclusief wijzigingen worden geacht ter uitvoering van deze regeling te zijn genomen. Alle rechten en verplichtingen die berusten op de voornoemde regeling gaan over naar deze nieuwe regeling.
Artikel 54 Citeertitel Deze regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland.
Ondertekening Aldus vastgesteld en laatstelijk gewijzigd in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van Regio Holland Rijnland op 18 december 2024.
De Voorzitter, P.J. Heijkoop
De secretaris, Marco van de Esschert (waarnemend)
Bijlage 2 – prak�sche informa�e en planning inwerkingtreding GR Regio Holland Rijnland
Januari 2025
Bijlage 2: Praktische informatie en planning inwerkingtreding GR Regio Holland Rijnland Planning Voor de inwerkingtreding van de GR hebben we onderstaande planning opgesteld:
Wat
Datum
Verzending vaststellingsverzoek GR aan raden en colleges
24 januari 2025
Behandeling vaststellingsverzoek in raden en colleges Gemeente Leiden publiceert GR in het Gemeenteblad en verzendt de GR aan Gedeputeerde Staten
24 jan tot 25 april 2025
Toelichting
13 weken
Uiterlijk 1 juni 2025
Periode voor raden en colleges de afvaarding van het AB gereed te krijgen
25 april tot 1 juni 2025
Eerste AB in nieuwe samenstelling
25 juni 2025
Voor gemeenten zonder DB-leden betekent de wijziging dat er een extra AB-lid afgevaardigd wordt
Samenstelling algemeen bestuur De wijziging van de GR houdt in dat de samenstelling van het algemeen bestuur verandert. Uitgangspunt is dat een GR (conform Wgr) een monistisch stelsel kent. Met de oude GR was een stelsel opgetuigd dat zich beter liet omschrijven als een dualistisch stelsel. Huidige situatie In de huidige situatie beschikte elke gemeente over twee AB-leden. Heeft uw gemeente een DB-lid? Dan vaardigt uw gemeente een extra AB-lid af. Zo beschikt met de huidige GR elke gemeente over twee AB-leden die niet ook DB-lid zijn. Deze werkwijze blijkt echter niet in lijn met de Wgr te zijn. Nieuwe situatie Elke gemeente vaardigt drie AB-leden af, ongeacht of deze zitting hebben in het DB. Een DB-lid is immers ook lid van het AB. De eerste vergadering in de nieuwe samenstelling is op 25 juni. Wat betekent deze wijziging voor uw gemeente? Huidige situatie: geen DB-lid Uw gemeente heeft geen zitting in het dagelijks bestuur van Holland Rijnland. Dit betekent dat uw gemeente momenteel twee AB-leden heeft. Met de nieuwe GR vaardigt uw gemeente een extra AB-lid af ten opzichte van nu. Merk op dat conform artikel 9 lid 2 van de GR elke gemeente tenminste één collegelid aanwijst als lid van het algemeen bestuur. Huidige situatie: één DB-lid Uw gemeente heeft zitting met één lid in het dagelijks bestuur van Holland Rijnland.
Dit betekent dat uw gemeente momenteel drie AB-leden heeft, waarvan tenminste één AB-lid een collegelid is. Er is geen wijziging nodig. Huidige situatie: twee DB-leden Uw gemeente heeft zitting met twee leden in het dagelijks bestuur van Holland Rijnland. Dit betekent dat uw gemeente momenteel vier AB-leden heeft, waarvan tenminste één AB-lid een collegelid is. U wordt verzocht het aantal AB-leden vanuit uw gemeente terug te brengen naar drie in totaal.
LEESWIJZER BIJ GEWIJZIGDE GR HOLLAND RIJNLAND Datum: 24 januari 2025 Onderwerp: Leeswijzer bij gewijzigde GR Holland Rijnland
Geachte lezer, De Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland was sterk verouderd en was op enkele punten niet in lijn met de Wet gemeenschappelijke regelingen. Ook vereiste de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen dat de regeling op onderdelen werd aangepast. Daarnaast is de regeling leesbaarder gemaakt, aangescherpt en verduidelijkt. Hieronder wordt per hoofdstuk de belangrijkste wijzigingen in de gewijzigde GR toegelicht. HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN In hoofdstuk 1 zijn de definities van de regeling opgenomen. Er zijn definities toegevoegd en gewijzigd om te komen tot een duidelijke regeling. HOOFDSTUK 2 OPENBAAR LICHAAM In hoofdstuk 2 wordt het instellen van het openbaar lichaam Regio Holland Rijnland geregeld. Ook omvat dit hoofdstuk het beschrijven van het doel en belang van Holland Rijnland. Gewijzigd: naam Met de naamswijziging naar ‘Regio Holland Rijnland’ wordt beoogd meer onderscheidend te worden van andere organisaties met de woorden ‘Holland Rijnland’ in hun naam. Ook geeft de nieuwe naam meer duidelijkheid over de organisatievorm. HOOFDSTUK 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN In hoofdstuk 3 zijn de taken en bevoegdheden beschreven. Deze bepalingen zijn in deze wijziging aangescherpt, verduidelijkt, in aparte artikelen ondergebracht én in lijn gebracht met vigerende wet- en regelgeving.
Gewijzigd: onderscheid tussen basistaken en aanvullende taken In de artikelen 3 t/m 6 hebben we vanuit het doel van de gemeenschappelijke regeling invulling gegeven aan de taken en bevoegdheden. De artikelen zijn geheel herschreven, waarmee we hebben beoogd om deze toekomstbestendig te formuleren. Er is een concretiseringsslag gemaakt op de bijbehorende bevoegdheden. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Holland Rijnland is een regio van dertien gemeenten in de Randstad van de kust tot in het Groene Hart. We werken samen en geven uitvoering aan opgaven op het gebied van ruimte, wonen, economie, landschap, mobiliteit en maatschappij.
•
De strategische en beleidsmatige taken zijn meer op hoofdlijnen benoemd door in artikel 3 te spreken over “ruimtelijke en economische aangelegenheden”; We maken onderscheid in basistaken (artikel 4 en 5) en aanvullende taken (artikel 6). Aanvullende taken horen niet in het basispakket, het artikel 6 regelt in het tweede lid dat de Deelnemende gemeente(n) waarvoor Holland Rijnland een aanvullende taak verricht de kosten draagt voor de aanvullende taak. Het in co-creatie met Deelnemende gemeenten opstellen, periodiek actualiseren van een Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland (RIA) alsmede het realiseren van de RIA is opgenomen in de gewijzigde GR.
Maatschappij Maatschappij is niet opgenomen als basistaak in de gewijzigde GR. Enkele taken binnen het sociale domein zijn wel expliciet genoemd, onder andere het Regionaal Bureau Leerrecht Holland Rijnland, de regionale huisvestingsverordening, huisvestingsvergunning en urgentie en het Collectief Vraagafhankelijk Vervoerssysteem. In een apart traject vindt een evaluatie plaats op de taken op het onderwerp Maatschappij. Holland Rijnland kan vanuit haar rol een (bestuurlijk) platform bieden. Recreatie & Toerisme Met de reorganisatie #Kracht15 in 2015 is besloten dat Holland Rijnland geen taken meer uitvoert op het gebied van Recreatie & Toerisme. Om deze reden zijn de taken niet meer expliciet opgenomen in de gewijzigde GR. Activiteiten op het gebied van Recreatie & Toerisme hebben raakvlakken met de thema’s Economie en Groen. Eventuele toekomstige taken op dit terrein kunnen we onderbrengen bij Economie, waarbij we oog houden voor de relatie met Groen. Gewijzigd: Zienswijzen bij meer besluiten (artikel 7) De Wet gemeenschappelijke regeling verplicht afspraken te maken welke besluiten van het bestuur vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden. Daarom is artikel 7 ‘Bijzondere besluitvormingsprocedure’ gewijzigd.
Besluiten die vatbaar zijn voor een zienswijze zijn expliciet: verordeningen, majeure besluiten, beleidsbeslissingen en overige maatregelen die ingrijpende gevolgen kunnen hebben, het liquidatieplan en incidentele zienswijzen wanneer het Algemeen Bestuur (hierna: AB) daartoe besluit. HOOFDSTUK 4 BESTUUR In hoofdstuk 4 wordt de samenstelling en werkwijze van de bestuursorganen van Holland Rijnland beschreven. Gewijzigd: samenstelling AB De samenstelling van het AB en het Dagelijks Bestuur (hierna: DB) is gewijzigd. De werkwijze waarin de gemeenten die een DB-lid leveren een extra AB-lid mogen leveren is niet in lijn is met de Wet gemeenschappelijke regelingen. De inrichting van de samenstelling van het AB, DB en de stemverhouding is dualistisch ingestoken. Een GR kent op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een monistisch stelsel. De huidige werkwijze is niet in lijn met de wet. Daarom is gekomen tot een samenstelling van het AB die: •
In lijn is met wet- en regelgeving;
• •
In beperkte mate afwijkt van het huidige model; Ruimte biedt voor ruime vertegenwoordiging vanuit de gemeenteraden.
Het aantal AB leden neemt toe van 26 naar 39. Uit de AB-leden worden DB-leden gekozen. Elke gemeente levert drie AB-leden, waarvan tenminste één lid ook lid van het College van B&W is. De gedachte hierachter is tweeledig: 1. De gemeentebesturen zijn duaal en ook colleges dragen bevoegdheden over; 2. Een gemeente die geen lid van het college aan het AB levert ‘onttrekt’ zich van de mogelijkheid een DB-lid te leveren. Gewijzigd: stemverhouding AB De stemverhouding van het AB is ook aangepast. Ook deze bepaling was in strijd met de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de huidige GR is opgenomen dat de gemeenten één stem per 10.000 inwoners hebben, wat vervolgens vermenigvuldigd wordt met drie. Een DB-lid (dat tevens lid is van het AB) heeft maximaal één stem. Differentiatie binnen gemeenten in het aantal stemmen dat een AB-lid heeft is niet in lijn met de Wet gemeenschappelijke regelingen. Er is in de gewijzigde GR een stemverhouding opgenomen die samen met de samenstelling het dichts in de buurt komt van de huidige stemverhouding. Elk lid van het Algemeen Bestuur krijgt stemmen afhankelijk van het inwonertal van de deelnemende gemeente die het lid heeft aangewezen, hetgeen per 10.000 inwoners bepaald wordt. Overige wijzigingen Er zijn nieuwe artikelen (artikel 11 en 17) toegevoegd dan wel aangevuld die de bevoegdheden van het DB en AB uitwerkt.
Er is één apart artikel waarin de verantwoordings- en informatieplicht wordt beschreven (artikel 20). HOOFDSTUK 5 COMMISSIES In hoofdstuk 5 zijn de bepalingen over de adviescommissies verduidelijkt. Nieuw: ambtelijke adviescommissie Ook biedt de gewijzigde GR nu een mogelijkheid om ambtelijke adviescommissies in te stellen (artikel 24). Een ambtelijke adviescommissie adviseert het AB en DB over de voorstellen die aan het AB en DB worden voorgelegd. HOOFDSTUK 6 BETREKKEN VAN RADEN, INGEZETENEN EN BELANGHEBBENDEN In hoofdstuk 6 wordt beschreven op welke wijze raden, ingezetenen en belanghebbenden worden betrokken bij besluitvorming. Nieuw: Gemeenschappelijke adviescommissie De Wet gemeenschappelijke regeling geeft gemeenteraden de mogelijkheid om een gemeenschappelijke adviescommissie in te stellen. Dit is ook nieuw in de gewijzigde GR (artikel 25). De wijze waarop inwoners de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen wordt beschreven in artikel 26.
HOOFDSTUK 7 HET AMBTELIJK APPARAAT In hoofdstuk 7 wordt de ambtelijke organisatie van Holland Rijnland beschreven. Gewijzigd: benoeming secretaris In de huidige GR benoemt het AB de secretaris en het DB benoemt de controller. Gebruikelijk is dat het AB een toezichthoudende rol heeft namens de deelnemende gemeenten, dat komt in deze constructie niet goed tot uitdrukking. In de gewijzigde GR (artikel 27) is deze verhouding aangepast: • Het DB benoemt de secretaris; • Het DB benoemt de controller; • Het DB mandateert aanstelling overig personeel aan secretaris/directeur. HOOFSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN In hoofdstuk 8 staan de financiële bepalingen. Gewijzigd: P&C cyclus De Wet gemeenschappelijke regelingen heeft de termijnen voor de jaarrekening, ontwerpbegroting en begroting gewijzigd. Deze wijzigingen zijn doorgevoerd in de regeling (artikel 31). Nieuw: onderzoeksmogelijkheden van rekenkamers Ook is een nieuw artikel opgenomen (artikel 36) waarin wordt verduidelijkt dat lokale rekenkamers de mogelijkheid hebben onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van Holland Rijnland. De gewijzigde GR voorziet daarmee in aanvullende controleinstrumenten. In de gewijzigde GR is niet het recht van enquête opgenomen. De GR Holland Rijnland is een gemengde regeling van colleges en raden.
Door het recht van enquête op te nemen hebben raden een instrument om zichzelf te onderzoeken, dat past niet binnen het doel van de Wet gemeenschappelijke regelingen. HOOFDSTUK 9 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING In hoofdstuk 9 staan bepalingen over toetreding, uittreding, wijziging en opheffing. Gewijzigd: uittredingsbepalingen De uittredingsregeling is gewijzigd en maakt het ook mogelijk om gedeeltelijk uit te treden. Daaronder wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van Holland Rijnland, dan wel het niet langer delegeren van taken en bevoegdheden aan Holland Rijnland. Hiervoor zijn meerdere artikelen opgenomen (artikel 38 e.v.). HOOFDSTUK 10 ARCHIEF In hoofdstuk 10 staan bepalingen ten aanzien van het archief. Gewijzigd: archiefbepalingen De archiefbepalingen waren sterk verouderd. De bepalingen zijn uitgebreid en voorbereid op de nieuwe Archiefwet (artikel 45 t/m 50). HOOFDSTUK 11 GESCHILLEN In hoofdstuk 11 staat het artikel over de te volgen procedure in het geval van geschillen.
Gewijzigd: geschillenprocedure De geschillenprocedure is uitgebreid (artikel 51). Er wordt een procedure beschreven om te trachten om tot een oplossing van het geschil te komen alvorens het geschil voorgelegd wordt aan Gedeputeerde Staten. HOOFDSTUK 12 SLOTBEPALINGEN In hoofdstuk 12 zijn de overige bepalingen en overgangs- en slotbepalingen te vinden. Nieuw: afspraken over evaluatie Op grond van de Wet gemeenschappelijke regeling is het verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de regeling. Daarom is een evaluatiebepaling opgenomen (artikel 52). Het AB evalueert om de vier jaar, en bepaalt zelf het doel, reikwijdte en de wijze van evaluatie.
November 2024 Nota van beantwoording zienswijzen Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland Gemeente Alphen aan den Rijn definitief Hillegom definitief
Kaag en Braassem definitief
Zienswijze Geen zienswijze
Reactie Waarvan akte.
De raad van Hillegom kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie ABleden af te vaardigen, waarvan tenminste een collegelid. Let wel bij de vorige (7e) wijziging van de GR HR was het streven juist om de omvang van het AB te verkleinen. Extra leden en vervangende leden benoemen voor het AB kan voor sommige gemeenten wellicht een knelpunt vormen.
We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten, echter weegt volgens het dagelijks bestuur het belang van een goede vertegenwoordiging vanuit zowel raden als colleges zwaarder.
De raad is benieuwd of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken, bijvoorbeeld door hiervoor een platform te blijven bieden.
Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving; onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.
De mogelijkheden de [versterkte positie van de raden, red.] effectief [te] benutten vraagt inzet en vaak ook afstemming van de deelnemende raden, waardoor de druk op het raadswerk toeneemt. Dit kan een knelpunt vormen. Geen zienswijze.
We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten.
Waarvan akte.
Ambtelijk heeft Kaag en Braassem op een viertal onderwerpen nog vragen gesteld die nopen tot een aanscherping van de concept GR: • Artikel 5 van de nieuwe regeling geeft een opsomming van de door raden en colleges aan Holland-Rijnland overgedragen bevoegdheden. Voor leden 1 t/m 5 zijn dat duidelijk bevoegdheden die daarmee exclusief op regioniveau afgehandeld dienen te worden. Bij lid 6 staat de co-creatie en het gezamenlijke van regio en gemeenten voor de RIA nadrukkelijk benoemd. Maar het noemen
Al lezen wij de bepaling zelf niet zo, we begrijpen dat een strikte lezing tot deze interpretatie kan leiden. De huidige formulering is gekozen om de GR toekomstbestendig te maken, we willen voorkomen door nu te kiezen voor een limitatieve opsomming de GR te moeten wijzigen wanneer de gemeenten een nieuw(e) fonds of subsidie willen laten
November 2024 van ‘het beheren van fondsen en subsidies’ (lid 9) als overgedragen bevoegdheid (en vervolgens pas met een ‘waaronder’ nader duiden van om welke fondsen het gaat) betekent bij letterlijke lezing dat de gemeenten het gehele domein van beheren van fondsen en subsidies delegeren en daar dus niet meer zelfstandig toe bevoegd zijn. Ook contextueel kan men tot die conclusie komen, omdat bij leden 6 en 7 genuanceerder het onderscheid gemaakt wordt tussen gemeentelijke en regionale taken c.q. bevoegdheden. Waarom is voor de voorgestelde formulering gekozen? En op welke wijze wordt genoemde interpretatie sluitend uitgesloten?
instellen/beheren door HR. Om eventuele onduidelijkheden te voorkomen stellen we het volgende voor: Wijzigingsvoorstel:
• Waarom is in artikel 5 bij leden 1 en 2 er wel voor gekozen expliciet te benoemen dat de grondslagen blijven voortbestaan ook als de relevante wetgeving van naam verandert (‘zoals deze van tijd tot tijd luidt’), maar niet bij titel 4.2 Awb? Werd dat niet nodig geacht omdat die wetgeving bestendiger is, of zit hier een inhoudelijke keuze achter?
De Algemene wet bestuursrecht is inderdaad bestendiger. De ‘doorstroompuntwetgeving’ waarmee het Regionaal Bureau Leerrecht van Holland Rijnland mee is belast is onder verandering onderhevig. Om de GR toekomstbestendig te houden is daarom gekomen voor de zinsnede ‘zoals deze van tijd tot tijd luidt’.
• Artikel 9, zesde lid, stelt dat een lid dat de hoedanigheid als lid van de raad of het college verliest ook ophoudt lid te zijn van het AB. Zou hierop geen uitzondering dienen te bestaan voor de situatie dat na het opstappen van meerdere wethouders er nog slechts 1 wethouder overblijft en als gevolg van artikel 42-2 Gemeentewet de burgemeester in plaats van het college treedt. Op grond van de Wgr is er geen noodzaak betreffende wethouder dan diens ABlidmaatschap te ontzeggen, die persoon is immers nog wel wethouder waarmee er geen van rechtswege verval van lidmaatschap is (artikel 13-2 Wgr). Welk belang dient het voorgestelde uitsluiten in de concept-GR? Het belang dat betreffende wethouder ook als niet-collegelid de burgemeester kan ontzorgen en zo het blijven functioneren van het openbaar bestuur in de gemeente kan bevorderen, lijkt ons evident.
Artikel 9, zesde lid, van de concept-GR zou hetgeen is bepaald in artikel 13, tweede lid, Wgr moeten volgen. Daarom stellen we voor de formulering aan te passen.
Van: Het beheren van fondsen en subsidies, waaronder: Naar Het beheren van fondsen en subsidies, namelijk: Bij het artikel voegen we bepaling toe: - door het algemeen bestuur in de toekomst in te stellen fondsen en subsidies
Wijzigingsvoorstel: Van: Een lid dat de hoedanigheid als lid van de Raad of het College verliest, houdt ook op lid te zijn van het Algemeen Bestuur behoudens het gestelde in het zevende lid. Naar: Een lid dat ophoudt lid of voorzitter te zijn van de raad uit wiens midden men is aangewezen dan wel ophoudt wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn, houdt ook op lid te zijn van het Algemeen Bestuur behoudens het gestelde in het zevende lid.
November 2024 • Op welke wijze wil Holland Rijnland blijven innoveren en verbeteren in het betrekken van inwoners en belanghebbenden bij de participatie rondom het collectief vraagafhankelijk vervoer en de uitvoering van Huisvestingswet? Zie het college kans het recent vastgestelde gemeentelijke participatiebeleid daarbij door te trekken naar Holland Rijnland?
Katwijk definitief
Leiden definitief Leiderdorp definitief Lisse definitief
a. Het is een goede zaak dat de raden gevraagd worden om een reactie te geven op het concept van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland; b. De raad van Katwijk kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie ABleden af te vaardigen, waarvan tenminste één collegelid; c. De raad van Katwijk vraagt of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken; d. De raad is verheugd over hoe de positie van de raden bij de besluitvorming wordt versterkt met deze geactualiseerde regeling en ziet de meerwaarde daarvan voor het lokaal bestuur. De raad stemt in met de wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling De raad kan instemmen met de gewijzigde gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland zoals deze is voorgelegd. De raad van Lisse kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie AB-leden af te vaardigen, waarvan tenminste een collegelid. Let wel bij de vorige (7e) wijziging van de GR HR was het streven juist om de omvang van het AB te verkleinen. Extra leden en vervangende leden benoemen voor het AB kan voor sommige gemeenten wellicht een knelpunt vormen.
Holland Rijnland betrekt reeds inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het beleid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een continu tevredenheidsonderzoek (bij CVV), worden bewonerscommissies en belangenverenigingen betrokken (bij Huisvestingswet) en werden bijeenkomsten georganiseerd. We blijven kijken naar mogelijkheden om participatie te innoveren en verbeteren. a., b. en d. Waarvan akte. c. Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving; onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.
Waarvan akte. Waarvan akte. We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten, echter weegt volgens het dagelijks bestuur het belang van een goede vertegenwoordiging vanuit zowel raden als colleges zwaarder.
November 2024
Nieuwkoop definitief
De raad is benieuwd of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken, bijvoorbeeld door hiervoor een platform te blijven bieden.
Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving, onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.
De mogelijkheden de [versterkte positie van de raden, red.] effectief [te] benutten vraagt inzet en vaak ook afstemming van de deelnemende raden, waardoor de druk op het raadswerk toeneemt. Dit kan een knelpunt vormen. In de voorgestelde verordening is gekozen voor een stapsgewijze toekenning van één stem per 10.000 inwoners, waarbij naar boven wordt afgerond. Hoewel deze aanpak eenvoudig oogt, brengt het relatief grote stappen met zich mee, wat kan leiden tot aanzienlijke afrondingsverschillen. In het algemeen geldt dat kleinere stappen resulteren in minder aanzienlijke afrondingsverschillen, wat ons inziens wenselijk is. Daarnaast merken wij op dat de vertegenwoordiging van een gemeente in de voorgestelde regeling verandert van twee naar drie AB-leden. Deze toename vergroot de reeds bestaande afrondingsverschillen verder (met een factor 1,5), wat gevolgen heeft voor de onderlinge stemverhoudingen. Als gevolg van deze twee factoren kunnen de bestaande stemverhoudingen onbedoeld en onnodig sterk veranderen. Dit leidt tot relatief grote verschillen in de 'verhouding inwoners per stem' tussen de gemeenten.
We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten.
Daarom willen wij u vriendelijk verzoeken de mogelijkheid te overwegen de staffel aan te passen van 1 stem per 10.000 inwoners naar 1 stem per 1.000 inwoners. Mede omdat met deze aanpassing uitsluitend van invloed is op de stemverhoudingen en dit verder niet hoeft te leiden tot verdere aanpassingen van de voorgestelde verordening.
Wijziging van de bepaling over de stemverhouding was noodzakelijk om te voldoen aan de Wet gemeenschappelijke regelingen. Daarbij is besloten om te kiezen voor een stemverhouding die zo dicht mogelijk bij de huidige verhouding ligt. Met de voorgestelde systematiek van het aantal stemmen per gemeente houdt Holland Rijnland vast aan het totaal aantal stemmen aan de deelnemende gemeenten, en daarmee de stemverhouding. In de huidige GR wordt het aantal stemmen per gemeente bepaald door het aantal inwoners te delen door 10.000 (afgerond naar boven) en te vermenigvuldigen met drie. De stemmen worden in de concept regeling echter conform de Wet gemeenschappelijke regeling, toegewezen aan AB-leden, niet aan de gemeente. De observatie dat de nieuwe systematiek de stemverhouding vergroot met een factor 1,5 is zodoende niet juist. Hoewel het DB de wens begrijpt om te komen tot een andere staffel en stemverhouding is, gelet op het doel van de actualisatie, besloten om te kiezen voor een bepaling die zo dicht mogelijk bij de huidige verhouding ligt.
November 2024 Noordwijk definitief
In artikel 28 van de concept gemeenschappelijke regeling staat opgenomen dat het Dagelijks Bestuur een verordening vast stelt voor de ambtelijke organisatie van Holland Rijnland. Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het vaststellen van verordeningen. Graag dit aan te passen. In het eerste lid van artikel 38 van de concept gemeenschappelijke regeling wordt geregeld dat een raad en/of een college geheel of gedeeltelijk kunnen uittreden. Het is onwenselijk dat een raad of een college onafhankelijk van elkaar geheel of gedeeltelijk uittreed. Graag dit artikel aan te passen. In artikel 47 staat: ‘Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de organen van Holland Rijnland wijst het Dagelijks Bestuur […] Erfgoed Leiden en Omstreken als archiefbewaarplaats aan.’ Dit kan niet. Dit moet zijn: ‘de archiefbewaarplaats van Leiden als archiefbewaarplaats van Holland Rijnland aan.’ Graag dit artikel aan te passen. In artikel 48 staat: ‘Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam […] is belast de archivaris van Erfgoed Leiden en Omstreken.’ Dit kan niet. Erfgoed Leiden en Omstreken heeft feitelijk geen archivaris.
Hier moet staan: ‘is belast de archivaris van Leiden.’ Voorgestelde aanvullingen in de concept gemeenschappelijke regeling: - Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland draagt er zorg voor dat jaarlijks op de begroting voldoende middelen worden opgevoerd om de kosten te dekken die zijn verbonden aan het beheer van de archiefbescheiden; - Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland draagt zorg voor de aanstelling van voldoende, deskundig personeel ter uitvoering van
In deze ‘verordening’ wordt de organisatiestructuur en de werkwijze van de ambtelijke organisatie van Holland Rijnland vastgelegd. Het gaat hierbij dus om een Organisatiestatuut. De ‘term’ verordening schept onduidelijk over de verordenende bevoegdheidstoedeling. Het is echter geen algemeen verbindend voorschrift maar een regeling met interne werking. We stellen voor dat Organisatiestatuut in plaats van Organisatieverordening wordt gebruikt, zonder dat dit afbreuk doet aan de inhoud en rechtsgeldigheid van de regeling. Er is sprake van een ‘gemengde regeling’ waarbij zowel de colleges als de raden deelnemen in de gemeenschappelijke regeling. Het besluit om uit te treden uit een GR is een eenzijdige bevoegdheid van het deelnemende bestuursorgaan (artikel 1, eerste en derde lid Wet gemeenschappelijke regelingen). Uittreden mag niet afhankelijk worden gesteld van voorwaarden die de GR stelt, zoals de voorwaarde dat zowel de raad én het college als deelnemer moeten uittreden. Voorgestelde aanpassing wordt niet overgenomen. Artikel 47 wordt aangepast naar aanleiding van dit voorstel. Artikel 48 wordt aangepast naar aanleiding van dit voorstel. In de Archiefverordening Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland 2023 is reeds voorzien in deze bepalingen over de begroting en over (de deskundigheid van) het personeel.
Deze voorstellen worden daarom niet overgenomen in de Gemeenschappelijke regeling.
November 2024 de werkzaamheden verbonden aan het beheer van de archiefbescheiden. - Bij opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling, of uittreding van een van de deelnemende gemeenten, worden afspraken gemaakt over het overdragen van archiefbescheiden of gegevensverzamelingen onder andere met betrekking tot vernietiging en/of overbrenging naar de archiefbewaarplaats van de gemeenten. In artikel 39 lid 2 wordt een lijstje opgenoemd. Informatiebeheer zien wij hier graag aan toegevoegd.
Oegstgeest concept
Teylingen definitief
In artikel 39, tweede lid, GR HR wordt ook ‘organisatorische consequenties’. Genoemd. Daaronder wordt mede verstaan de consequenties ten aanzien van archief- en informatiebeheer. Om dit te verduidelijken wordt in artikel 46 een derde lid toegevoegd dat komt te luiden: 3. Bij opheffing van deze Regeling of uittreding van één van de deelnemers worden afspraken gemaakt over het overdragen van archiefbescheiden of gegevensverzamelingen, onder andere met betrekking tot vernietiging en/of overbrenging naar de archiefbewaarplaats van de deelnemer(s).
Behandeling in raad op 28 november 2024 De gemeenteraad van Oegstgeest ziet geen belemmering(en) ten aanzien van het actualiseren van Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland door het Algemeen Bestuur op 18 december 2024 De raad van Teylingen kan zich vinden in het voorstel van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om per gemeente drie ABleden af te vaardigen, waarvan tenminste een collegelid. Let wel bij de vorige (7e) wijziging van de GR HR was het streven juist om de omvang van het AB te verkleinen. Extra leden en vervangende leden benoemen voor het AB kan voor sommige gemeenten wellicht een knelpunt vormen.
Waarvan akte.
De raad is benieuwd of Holland Rijnland nog een rol zal vervullen in de afstemming tussen ruimtelijke en sociale vraagstukken, bijvoorbeeld door hiervoor een platform te blijven bieden.
Holland Rijnland biedt een bestuurlijk platform binnen de taakomschrijving, onder andere ten behoeve van de thema’s mobiliteit, economie, duurzaamheid, energie, groen, wonen en ruimte.
De mogelijkheden de [versterkte positie van de raden, red.] effectief [te] benutten vraagt inzet en vaak ook afstemming van de
We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten.
We hebben oog voor de extra werkdruk die dit kan opleveren voor gemeenten, echter weegt volgens het dagelijks bestuur het belang van een goede vertegenwoordiging vanuit zowel raden als colleges zwaarder.
November 2024
Voorschoten definitief
Zoeterwoude definitief
deelnemende raden, waardoor de druk op het raadswerk toeneemt. Dit kan een knelpunt vormen. We vragen aandacht voor de verwerkingstermijn van toekomstige besluiten, die leiden tot wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling, om deze sneller in de GR vast te leggen. Naast dit punt willen we onze waardering uiten voor de heldere toelichting op de wijzigingen en de wijze waarop we als raad zijn betrokken bij de wijziging van de GR. Deze wijziging voorziet onzes inziens in een solide basis om de samenwerking in Holland Rijnland te ondersteunen. Wij zien geen belemmeringen ten aanzien van het wijzigen van de regeling zoals aangegeven en kijken uit naar de voortzetting van onze regionale samenwerking.
Toekomstige besluiten die nopen tot een actualisatie van de GR zullen we eerder verwerken.
Waarvan akte.
Waarvan akte.