CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

C01 Holland Rijnland, terinzagelegging Regionale Woonagenda en Huisvestingsverordening.pdf

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken27.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Opgave 1: Woningen voor senioren en mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag Afspraken tot en met 2030: 1. Alle gemeenten hebben in 2023 een geactualiseerde woonzorgvisie/uitvoeringsplan (maximaal 4 jaar oud). Deze kan onderdeel zijn van de Woonvisie en/of op subregionaal niveau worden opgesteld.

Langer zelfstandig thuiswonen voor ouderen betekent niet per se langer zelfstandig in dezelfde woning. Zorg zal steeds vaker aan huis geleverd worden in plaats van in een verzorgingstehuis. Als gevolg van deze ontwikkeling en het doorzetten van de vergrijzing neemt de vraag naar tussenvormen zoals hofjeswoningen sterk toe. In de komende jaren groeit de behoefte naar deze tussenvormen voor senioren van 14.250 woningen in 2021 tot 18.150 woningen (+27%) in 2030. Ook zien we een sterke toename in de vraag naar plekken waar 24-uurszorg geleverd kan worden. Tot 2030 gaat dit om een groei in de behoefte van 1.850 naar 2.550 (+37%) plekken voor somatische zorg (lichamelijk) en een groei in de

19

behoefte van 2.650 naar 3.640 (+37%) voor psychogeriatrische zorg (dementie)15. Dit betekent nog niet dat dit een nieuwbouwopgave is! Vaak kan dit in de eigen woning met inzet van domotica en Wlz-zorg thuis via het Volledig Pakket Thuis (VPT) en het Modulair Pakket Thuis (MPT). Zo is ook overal zwaardere zorg in de huidige woning mogelijk. Naast ouderen gaan ook mensen met een verstandelijke/lichamelijke beperking, en mensen in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) steeds vaker zelfstandig thuis wonen. Dit betekent een toenemende vraag naar geclusterde en gespikkelde woningen voor deze groep. Door dit te mixen met huisvesting voor senioren rondom intramurale en overige voorzieningen (zoals ontmoetingsplekken) kunnen woonzorgzones ontstaan. De invulling van het woonzorglandschap is een taak van de gemeenten in afstemming met de subregio’s. Dit doen zij door op lokaal of subregionaal niveau een woonzorganalyse en een woonzorgvisie/uitvoeringsplan op te stellen.

Opgave 2: Instroom voorkomen en uitstroom uit intramurale voorzieningen op gang brengen Afspraken tot en met 2030: 2. We verhogen het aantal contingenten stapsgewijs van 194 in 2022 naar 300 per jaar in 2026; 3. We monitoren jaarlijks de verzilvering van contingenten en passen daarop indien nodig de stapsgewijze verhoging richting 2026 aan. 4. Vanaf 2024 verdelen we het aantal contingenten over de gemeente op basis van het aantal inwoners in plaats van het aantal woningen dat corporaties bezitten.

Vanaf 2023 vindt “doordecentralisering” van de maatschappelijke opvang (MO) en beschermd wonen (BW) plaats. Effectief betekent dit dat de rol van centrumgemeente voor Leiden komt te vervallen en dat gemeenten zelf verantwoordelijk worden om de uitstroom uit de MO/BW vorm te geven. In het Beleidskader maatschappelijke zorg zijn hier afspraken over gemaakt. Om de uitstroom uit de MO/BW vorm te geven zijn in eerste instantie voldoende geschikte woningen nodig in alle gemeenten. Het gaat vooral om kleinere goedkope huurwoningen tot de kwaliteitskortingsgrens (€442). Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de Contingentregeling. Deze kan ook ingezet worden om instroom in een intramurale voorziening te voorkomen (10% van het aantal woningen dat via de contingentregeling beschikbaar wordt gesteld). De contingenten worden per jaar verdeeld over de corporaties op basis van het aantal woningen dat zij bezitten. In 2022 ging het om 194 vrijgekomen woningen. Vanuit interviews en het themacafé wonen (november 2021) komt naar voren dat de contingentregeling op zichzelf goed werkt. Er zijn alleen jaarlijks te weinig contingenten beschikbaar om in de behoefte te voorzien. Ook zijn er te weinig geschikte woningen (kleine woningen met een lage huur tot de eerste aftoppingsgrens).

Hierdoor kan instroom niet altijd voorkomen worden, blijven mensen langer dan gewenst in een intramurale setting wonen of vallen groepen tussen wal en schip. Om dit te ondervangen vergroten we de voorraad kleine goedkope woningen (zie opgave meer goedkope huurwoningen toevoegen). Daarnaast verhogen we stapsgewijs het aantal contingenten van 194 (in 2022) naar 300 in 2026. Daarnaast gaan we de contingenten anders verdelen. Omdat het aandeel inwoners dat (al dan niet tijdelijk) gebruik maakt van intramurale voorzieningen ongeveer gelijk is in elke gemeente, verdelen we vanaf 2024 het aantal contingenten op basis van het aantal inwoners in elke gemeente. Wat dit betekent voor elke subregio is doorgerekend in bijlage 2. Daarnaast kijken we of we het aandeel 15 Deze aantallen betreft een analyse van de behoefte als onderdeel van het woningmarktonderzoek 2021 ter

voorbereiding van deze agenda, het huidige aanbod is hierbij niet geïnventariseerd.

20

contingenten om instroom te voorkomen op kunnen hogen. Tot slot is het van groot belang dat goede begeleiding geborgd blijft. De huidige werkwijze met een 3 partijenovereenkomst en 2 jaar begeleiding werkt goed. Ook onderzoeken we of we op regionaal niveau prestatieafspraken kunnen maken met zorgen welzijnspartijen, corporaties en gemeenten over het voorkomen van instroom en het faciliteren van uitstroom uit intramurale voorzieningen. Uitvoeringsafspraken Afspraak a.

Primair verantwoordelijk

We onderzoeken of we op regionaal niveau prestatieafspraken kunnen maken over het voorkomen van instroom en het faciliteren van uitstroom uit intramurale voorzieningen met gemeenten, regio’s zorg- en welzijnspartijen

De regio

Ondersteunend

Gemeenten

Uitvoeringstermijn

2023

Opgave 3: Ook particuliere sociale huurwoningen zijn ‘echte’ sociale huurwoningen Afspraken tot en met 2030: 5. Sociale huurwoningen moeten beschikbaar zijn voor alle doelgroepen. Ook de woningen die verhuurd worden door particulieren. Dit gaan we doen door nieuwe particuliere sociale huurwoningen van verhuurders met 10 of meer woningen in een regiogemeente verplicht deel te laten nemen in het regionale woonruimteverdeelsysteem via de regionale huisvestingsverordening. Daarbij hebben we aandacht voor de spreiding / spikkeling van deze woningen in een complex of plan.

We zien dat particulieren en private partijen woningen verhuren in de sociale huursector, maar daarbij niet altijd goed inspelen op de opgaven die wij zien. Zo zijn deze woningen niet altijd beschikbaar voor de mensen die een sociale huurwoningen het hardst nodig hebben. Vaak zijn particuliere sociale huurwoningen klein en worden ze tegen een hoge prijs verhuurd (net onder de sociale huurgrens). En vaak worden deze woningen niet ingezet voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen (in tegenstelling tot sociale huurwoningen van corporaties). Als sociale huurwoningen door particulieren worden verhuurd, vinden wij het van belang dat die woningen ook voor de gehele doelgroep (waaronder ook kwetsbare huishoudens) beschikbaar komen. Dit gaan we doen door de nieuwe particuliere sociale huurvoorraad in het regionale woonruimteverdeelsysteem op te nemen via de regionale huisvestingsverordening.

21

Bijlage 1: Behoefte sociale huur en inhaalvraag Toekomstige behoefte Op basis van de nieuwe demografische prognose van de provincie (2021), verhuisbewegingen vanuit CBS microdata en woonwensen afgeleid uit het WoOn (2018) is de behoefte naar woningen berekend voor de regio. Dit geeft het volgende beeld: Figuur 1: Kwalitatieve woningbehoefte in beeld

Bron: Provinciale prognose, verhuisbewegingen uit CBS microdata en woonwensen uit het WoOn, bewerking Companen

Als we kijken naar de behoefte aan sociale huur en deze op subregionaal niveau verdelen, zien we het beeld: Tabel 1: Toekomstige behoefte aan sociale huurwoningen naar Subregio

Behoefte tot 2030 65.515 woningen Tot Ca. +1.100 woningen Tot Ca. + 1.925 woningen Tot Ca. +2.325 woningen Tot Ca. +5.350 woningen

Huidige stand corporatie woningen Behoefte Subregio Noord Behoefte Subregio Oost Behoefte Subregio West Behoefte Holland Rijnland

Inhaalvraag Naast de toekomstige behoefte is een inschatting van het inhaaltekort aan sociale huurwoningen gemaakt. Voor deze berekening zijn de indicatoren en normen uit de huidige Woonagenda gebruikt. Op basis van het jaarverslag Holland Rijnland Wonen uit 2020 zijn de huidige scores berekend en is het verhoudingsgetal tot de norm berekend.

22

Tabel 2: Indicatoren schaarste sociale huur

Indicator Grenswaarde

Zuivere reactiegraad16 20

Aandeel zonder bemiddeling 80%

Regionale slaagkans 20%

Score 2020

43

72%

12%

Verhoudingsgetal

0,5

1,11

1,7

Elke norm is uitgedrukt in een afwijking ten opzichte van de gestelde norm. Bijvoorbeeld, bij gemiddeld 22 zuivere reacties zou dit tot uitdrukking komen in een getal 1,1 (22 gedeeld door de norm van 20). De optelling van de drie normen is gemiddeld, waardoor een gemiddelde score van spanning ontstaat. Deze bedroeg voor de regio 1,1. Bij een score van 1 zou er volgens de gestelde normen geen schaarste zijn. Op basis van het aantal vrijgekomen woningen kunnen we bepalen wat nodig zou zijn geweest om de score 1 te halen. Dat aantal vrij te komen woningen is via een gemiddelde mutatiegraad vertaald naar de totale woningvoorraad. Een vergelijking met de huidige voorraad laat het tekort zien. Het gemiddelde verhoudingsgetal voor de regio is 1,1. Er waren in 2020 3.464 toewijzingen in de bestaande voorraad. Om op een verhoudingsgetal van 1 uit te komen zouden dit er 3.780 moeten zijn. Bij een mutatiegraad van 5,2% vertalen 316 extra beschikbaar komende woningen zich naar ongeveer 6.100 woningen. Tabel 3: Schatting tekort sociale huurwoningen

Schatting tekort Gemiddelde verhouding tot normen

1,1

Aantal verhuurde woningen

3.464

Aantal benodigde woningen om op 1 uit te komen

3.780

Mutatiegraad

5,20%

Aantal benodigde woningen

Ca. 6.100

Dit leidt tot een opgave van circa 30% sociale huur in nieuwbouwplannen.

16 Het gedrag tussen groepen woningzoekenden verschilt. Jongeren reageren vaker en minder gericht, terwijl

senioren doorgaans zeer kritisch hun wens afwegen. Bovendien wordt het aantal reacties vertekend door weigeringen die er tegenover staan. De weigeringen geven ook inzicht in de druk op de markt. Door het gemiddelde aantal reacties te delen op de weigeringsgraad, ontstaat een ‘zuivere reactiegraad’.

23

Bijlage 2: Verdeling contingenten naar inwoners In de onderstaande tabel is de huidige verdeling van het aantal contingenten over de subregio’s vergeleken met een verdeling op basis van de bevolking. In de huidige verdeling worden de contingenten toegewezen o.b.v. het aantal woningen dat corporaties bezitten. In de verdeling o.b.v bevolking wordt gekeken naar de procentuele verdeling van inwoners over de regio.

Subregio Noord Oost West Holland Rijnland

Bevolking

%

127.032 169.279 277.022 573.333

22% 30% 48% 100%

Op basis van bevolking (1 jan. 2022) 40 53 87 181

Huidige verdeling (2021)* 36 45 100 181

Bron: Holland Rijnland Wonen (Jaarrapport 2022) en CBS *Let op: Dit is gebaseerd o.b.v. het aantal mensen dat via de contingentregeling een woning heeft toegewezen gekregen.

24

Bijlage 3: Wat speelt er – Het verhaal van de regio Als onderdeel van de Onderzoeksnotitie: “Analyse met aanpak voor vervolg Woningbouw” (2022) is het verhaal van de regio opgesteld. Hierin zijn ter voorbereiding van het opstellen van de RWA de ontwikkelingen die uit het woningmarktonderzoek, de interviews en het themacafé (2021) naar voren zijn gekomen samengevat. Deze secie van de notitie is hieronder weergegeven.

Grote tekorten, woningbehoefte fors hoger: 30.500 tot 2030 De kranten staan er vol mee, het is inmiddels dagelijks nieuws. Het getal van 1 miljoen woningen dat er tot 2030 bij zou moeten komen, staat inmiddels bij velen op het netvlies. Of het nou geheel klopt of niet, we staan voor een uitdagende opgave. Het is zaak de bouwproductie in het land op gang te krijgen en te houden in een periode waarin personeelstekorten, PFAS en stikstofproblematiek de bouwsector parten spelen. In de provincie Zuid-Holland zien we dat de tekorten in de afgelopen jaren verder zijn opgelopen. De nieuwe Woningbehoefteraming 2021 van de provincie Zuid-Holland spreekt wat dat betreft boekdelen: deze is in alle regio’s van de provincie aanzienlijk hoger dan raming 2019, mede door het meenemen van het woningtekort in de berekening. In onze regio is de door de provincie ingeschatte woningbehoefte voor de periode 2021-2030 + 30.500, terwijl de vorige prognose voor deze periode nog uitkwam op 22.800 (33% hoger). Bovendien is circa 60-70% van onze inwoners afhankelijk van het betaalbare segment (tot ongeveer €355.000; NHG grens prijspeil 2022). Dat levert een forse opgave op voor de woningbouwproductie in de komende jaren. Deze nieuwe opgave is nog niet verwerkt in het lokale beleid van de gemeenten.

Forse prijsstijgingen in de koopsector Ontwikkelingen op de woningmarkt zorgen voor grote vraagstukken op de woningmarkt, waarbij de woningzoekende het nakijken heeft. Het tekort aan sociale huurwoningen is verder opgelopen, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen hard op en woningzoekenden zoeken inmiddels steeds meer creatieve oplossingen om toch aan de begeerde woning te komen. Het is dringen bij te koop staande woningen, waarbij direct al boven de vraagprijs bieden het nieuwe normaal lijkt. Daarbij speelt in toenemende mate dat mensen die over mogelijkheden en middelen (of bemiddelde ouders) beschikken uiteindelijk hun weg wel vinden. Met moeite en tegen een hoge prijs, maar toch… Maar zij die dat niet hebben steeds komen steeds meer in de problemen. De tweedeling tussen haves en havenots neemt hard toe. De prijzen in de koopsector zijn na een daling als gevolg van de vorige crisis in het begin van het vorige decennium vanaf 2015 weer sterk toegenomen. Inmiddels liggen de gemiddelde transactieprijs in de regio tussen de € 330.000,- in Subregio Oost en € 400.000,- in Subregio West (zie figuur 2).

25

Figuur 5: Gemiddelde huizenprijs regio Holland Rijnland 2007-2020 naar subregio

Bron: Vastgoedmonitor

Dat levert knelpunten voor groepen woningzoekenden op de woningmarkt. Op basis van een indicatie van de leencapaciteit van inkomensgroepen van het Nibud (zie tabel 1 en 2) kunnen we grofweg stellen, dat huishoudens met een jaarinkomen boven ca € 35.000,- tot ca € 70.000,- weinig keuzemogelijkheden hebben op de woningmarkt. Dit zijn de zogenaamde middeninkomens. Ze komen in veel gevallen niet in aanmerking voor een sociale huurwoning en de keuzemogelijkheden op de koopmarkt (tot ca. de NHG grens) zijn zeer beperkt. De realisatie van betaalbare woningen voor deze groep (middenhuur tot € 1.000,en goedkope koop tot € 250.000,-) komt langzaam op gang en de woningen blijven veelal niet op de lange termijn betaalbaar voor deze groep. Tabel 3: Leencapaciteit éénverdieners

Bruto jaarinkomen 2021* 2020 2021 Verschil

€35.490 €159.205 €161.434 +€2.229

€50.700 €233.268 €236.533 +€3.265

€70.980 €375.561 €372.540 -€3.021

€25.350 & €12.675 €170.577 €172.965 €+2.388

€35.490 & €17.745 €238.808 €248.360 €+9.552

€50.700 & €25.350 €402.387 €408.020 €+5.633

Tabel 4: Leencapaciteit tweeverdieners

Bruto jaarinkomen 2021* 2020 2021 Verschil

*let op: Er is rekening gehouden met een gemiddelde loonstijging van 1,4% in 2021 Bron: Nibud

Grootste problemen in souterrain van de woningmarkt ‘Reguliere’ woningzoekenden moeten langer zoeken De markt zit op slot, prijzen van koopwoningen stijgen tot ongekende hoogte, middeninkomens zitten in de knel. Daarnaast is het met name dringen op de markt voor sociale huurwoningen, waar al deze groepen aan de bel trekken om zo snel mogelijk in aanmerking te komen voor een woning. Het aantal ingeschrevenen is de afgelopen jaren snel gestegen (met name < 40 jaar, alleenstaand met laag inkomen) en ‘gewone’ woningzoekenden reageren steeds massaler op vrijkomende sociale huurwoningen. De gemiddelde inschrijfduur17 is sterk opgelopen en ook de gemiddelde zoektijd18 vertoont een stijgende lijn (inmiddels meer dan 2 jaar). 17 De tijd tussen inschrijving en het betrekken van een sociale huurwoning. 18 De tijd tussen de eerste reactie op en het betrekken van een sociale huurwoning.

26

Figuur 6: Gemiddelde inschrijfduur (in maanden) en aantal ingeschrevenen in Holland Rijnland; 2018-2020

Spoedzoeker ‘tussen wal en schip’ Maar er is meer aan de hand. Juist ook aan de ‘onderkant’ van de woningmarkt komen mensen moeilijk aan passende woonruimte. De grootste verliezers zijn de mensen die nu nog geen woning hebben (starters, studenten), geen woning meer hebben (daklozen, bankslapers, relatieverbrekingen, et cetera), vanuit onveilige landen een goed heenkomen hebben moeten zoeken (vergunninghouders) of heel hard een eigen huisje nodig hebben om een start te maken vanuit een instelling of maatschappelijke opvang.

Natuurlijk zijn er de vangnetten waar mensen op terug kunnen vallen: de urgentieregeling en de contingentregeling. Al met al lijken deze systemen goed te werken. Er is draagvlak bij woningzoekenden zelf, de regelingen zijn helder en worden ervaren als rechtvaardig. Maar het blijft verdelen van schaarste en alhoewel de regelingen als eerlijk ervaren worden, voorkomen ze niet, dat mensen die met grote spoed een woning nodig hebben ‘tussen wal en schip’ vallen. Dit gaat met name om mensen die: • te weinig inschrijfduur om in het reguliere systeem aan een woning te komen; • niet vallen binnen de criteria van de urgentie- en contingentregeling (ook statushouders, stadsvernieuwingsurgenten); • weinig middelen hebben (netwerk, competenties, inkomen); • toch op korte termijn onderdak nodig omdat anders dakloosheid dreigt.

27

Soms vinden deze mensen toch nog hun weg, doordat ze via individueel maatwerk op casusniveau of de calamiteitenregeling (3% regeling) alsnog een woning toegewezen krijgen. Maar daarmee dreigt enige ondermijning van de reguliere regelingen. Juist voor deze groep is het belangrijk om extra inzet te plegen zodat we tot individueel maatwerk op casusniveau kunnen komen. Immers, in geval van dreigende dakloosheid ontstaat het gevaar van een vicieuze cirkel die moeilijk te doorbreken is. Gemeenten en de regio zien echter dat spoedzoekers steeds vaker terechtkomen in onzelfstandige of tijdelijke woonruimte van particuliere verhuurders. Denk hierbij aan vakantieparken of verkamerde woningen. Dit is niet in alle gevallen een gewenste vorm van huisvesting (hoewel bijvoorbeeld Divorce Housing juist wel een goede toevoeging is). Ook zet het verder druk op de beschikbare kamers voor studenten in met name Leiden en Alphen aan den Rijn. We hebben de omvang van de groep die tussen wal en schip grof benaderd op basis van het rapport “Souterrain van het wonen” van Platform31. Dit heeft als uitgangspunt dat 10% van de actief woningzoekenden tot spoedzoekers behoren.

Onder het echte souterrain vallen onder andere volgende groepen: • Dak- en thuislozen • Exgedetineerden • Scheidingen/gebroken relaties • Mensen zonder verblijfsvergunning • GGZ cliënten, uitstromers uit BW • Economisch daklozen: bankslapers, vakantieparkbewoners Voor de benadering van het aantal spoedzoekers in Holland Rijnland hebben we een bandbreedte van 8% - 12% van het aantal actief woningzoekenden naar sociale huurwoningen als basis genomen. Daar hebben we vervolgens het aantal personen dat onder één van de reguliere regelingen valt (urgenten, stadsvernieuwingsurgenten, statushouders, contingenten) en het aantal personen dat via lokaal maatwerk een woning bemiddeld krijgt van afgetrokken. Op basis van deze berekening schatten we het aantal spoedzoekers waar wij regio en gemeenten samen met onze partners (corporaties, zorgaanbieders) een oplossing voor willen vinden op circa 1.150 – 2.300 huishoudens. Voor deze groep is een dak boven het hoofd absolute prioriteit, om een goede basis te geven voor de aanpak van eventuele andere problemen. Bij de analyse hebben we met een schuin oog gekeken naar de benadering van de gemeente Alphen aan den Rijn. De conclusies en orde van grootte zijn in hoofdlijnen vergelijkbaar.

28

Perspectief voor woonwagenbewoners In 2020 is een onderzoek naar woonwensen van woonwagenbewoners uitgevoerd in de regio. 50 geïnterviewden hebben aangegeven op korte termijn (0 tot 5 jaar) en 55 op de middellange termijn (5 tot 20 jaar) een verhuiswens te hebben. Uit onderzoek uit 2018 blijkt daarnaast dat zowel het landelijk gemiddelde als het gemiddelde aantal standplaatsen in Holland Rijnland 1,2 per 1.000 woningen is. Ten aanzien van de uitbreiding van het aantal woonwagens en standplaatsen hebben de gemeenten afgesproken in de regio bij nieuwbouw als richtlijn het landelijk gemiddelde van 1,2 standplaats per 1.000 nieuwbouwwoningen te hanteren. Dit betekent dat er een opgave ligt om tot 2030 van 36 nieuwe standplaatsen toe te voegen. De regionale gemeenten hebben gezamenlijk besloten deze opgaven de komende jaren subregionaal op te pakken. Ruimte voor arbeidsmigranten De economie groeit en de vraag naar werknemers is groot. Veel bedrijven in de regio zetten in toenemende mate arbeidsmigranten in om aan de groeiende arbeidsvraag te voldoen. Deze arbeidsmigranten verblijven voor korte of langere termijn in de regio: liefst op niet al te grote afstand van de werklocaties. Het aanbod op de woningmarkt is vaak onvoldoende afgestemd op deze vraag. De arbeidsmigranten zoeken hun weg op de woningmarkt.

In een markt waar schaarste aan de orde van de dag is, leidt dit soms tot verdringing en ongewenste huisvestingsituaties. Voorbeelden daarvan zijn concentraties van verkamering van reguliere woningen, het wonen in of bij bedrijfsgebouwen, het wonen op vakantieparken, et cetera. Arbeidsmigranten werken voor een korte of langere periode in Nederland. In de praktijk is er weinig onderscheid naar huisvestingsvraag tussen short-stay (binnen een jaar) en mid-stay (tot drie jaar). Voor lang- of permanent verblijvende arbeidsmigranten is de huisvestingsvraag te kenmerken als een reguliere woningvraag: zowel in de huur- als koopsector. Overigens is het onderscheid tussen short-, mid- en longstay een glijdende schaal. Mensen weten vaak vooraf niet of hun verblijf in Nederland leidt tot tijdelijke of permanente vestiging. Daardoor lopen ook huisvestingsvragen in elkaar over. De scheidslijnen zijn daarom niet heel scherp te trekken. In de afgelopen jaren is het aantal inwoners met uit Midden- en Oost-Europese landen sterk toegenomen (zeker sinds 2010). Opvallend is dat het aantal en aandeel Polen de laatste jaren wat afneemt, terwijl het aantal mensen uit de overige MOE-landen stijgt. In onze regio hebben we relatief veel arbeidsmigranten, bijvoorbeeld in de Visverwerkende industrie in Katwijk, de zuivelindustrie rondom Bodegraven en Nieuwkoop en de tuinbouw en bollenkweek in Bollenstreek.

29

De verwachting voor de toekomst is, dat het aantal arbeidsmigranten verder sterk zal toenemen. Dat brengt een opgave met zich mee voor reguliere huisvesting van longstay arbeidsmigranten en een opgave voor alternatieve woonvormen voor short- en midstay. Het is aan de gemeenten om hier in samenwerking met bedrijven en uitzendorganisaties passende huisvesting voor te bieden.

Bron: Provinciaal onderzoek Arbeidsmigranten

Inspelen op vergrijzing, groeiende vraag wonen met ondersteuning In 2040 zal 33% tot 42% van de huishoudens ouder zijn dan 65 jaar. Nu is dat 27% tot 30% (marge geeft de verschillen in de subregio’s weer). Deze vergrijzing zien we vooral in subregio’s Noord en Oost, waar een verdubbeling plaatsvindt van het aandeel huishoudens boven de 85 jaar. In de subregio West speelt dit iets minder. Waarschijnlijk omdat Leiden als studenten stad nu en in de toekomst jonge mensen blijft trekken. Steeds meer ouderen zullen in een reguliere woning kunnen blijven wonen, wellicht met enkele aanpassingen. Echter, er is ook een groep ouderen die wat meer zorg nodig heeft. Die zoeken vooral naar een tussenvorm, zoals geclusterde woonvormen. Een doorrekening van de provinciale prognose laat een sterk toenemende vraag naar deze woningen zien (zie paragraaf 3.5), met name in de subregio Noord maar ook in Oost en West. Naast reguliere en geclusterde woningen zal door het groeiende percentage huishoudens van 85 jaar of ouder de vraag naar 24-uurszorg blijven stijgen. Dit geldt vooral voor de 24uurszorg voor mensen met psychogeriatrische klachten (dementie), maar ook de somatische zorg laat een stijging zien.

En er ligt een opgave voor (uitstroom uit en voorkómen instroom in) Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, zoals onder andere verwoord in een recent overzicht Regionale voorzieningen Maatschappelijke zorg Holland Rijnland. Voor wonen ligt er een belangrijke link met de voorrang voor mensen die het echt nodig hebben (contingentregeling). Recente analyses voor wonen en zorg in Katwijk en Alphen aan den Rijn laten zien dat het aantal contingentwoningen niet altijd voldoende is om aan de zorgvraag van deze groep te voorzien. Dit is van belang omdat deze groep zichzelf vaak niet redt op de woningmarkt en in (dure) intramurale voorzieningen blijft zitten waardoor wachtlijsten groeien. Of er dreigt gevaar van dakloosheid.

30

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023

Concept Huisvestingsverordening en toelichting Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie: Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Officiële naam regeling: Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 Citeertitel Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 Vastgesteld door: Algemeen Bestuur Holland Rijnland Onderwerp: Volkshuisvesting Eigen onderwerp: geen Opmerking: m.b.t. de regeling Wettelijke grondslag: • Huisvestingswet 2014 • Artikel 5 zesde lid onder c Gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland • Artikel 24 Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland • De Woningwet • Algemene Wet Bestuursrecht Gelezen op het voorstel van het Dagelijks Bestuur; Gehoord de raden en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten in de regio Holland Rijnland;

Besluit Vast te stellen de Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023.

1

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder: a.

Aanbodmedium: een door of in opdracht van de verhuurders uitgegeven medium waarin vrijkomende woonruimte wordt aangeboden.

b.

Beleidscommissie woonruimteverdeling: de commissie die het Dagelijks Bestuur adviseert over het beleid ten aanzien van de verdeling van woonruimte. Chalet: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats, dat niet in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en waarvoor toestemming is gegeven voor permanente bewoning.

c.

d.

DAEB-norm: inkomensgrens voor het huren van een woning tot de huurprijsgrens zoals bedoeld in artikel 16 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015,

e.

Doorstromer: een ingeschreven woningzoekende die bij verhuizing naar andere woonruimte binnen de regio een sociale huurwoning achterlaat als bedoeld in artikel 2.

f.

Driepartijenovereenkomst: combinatie van aanhangsel bij een huurovereenkomst, die rechten en plichten van huurder, verhuurder en begeleidende instelling regelt en een woonbegeleidingsovereenkomst die de begeleidende instelling met de cliënt sluit. Huishouden: een alleenstaande dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. Er is sprake van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding als een woningzoekende en al degenen die tot zijn huishouden behoren tenminste één jaar in de Basisregistratie personen van een gemeente op hetzelfde adres zijn ingeschreven.

g.

h.

Huurprijsgrens: maximale huurprijs waarboven men niet meer in aanmerking komt voor huurtoeslag zoals omschreven in artikel 13, lid 1 sub a van de Wet op de huurtoeslag.

i.

Huurdersorganisatie: een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die opkomt voor de belangen van huurders van woningen als bedoeld in artikel 2 dan wel een rechtspersoonlijkheid bezittende organisatie die opkomt voor de belangen van twee of meer huurdersorganisaties in de regio Holland Rijnland,

j.

Inkomen: gezamenlijke verzamelinkomens als bedoeld in afdeling 2.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van het huishouden van de woningzoekende, met uitzondering van kinderen in de zin van artikel 4 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met dien verstande dat in het eerste lid van dat artikel voor ‘belanghebbende’ wordt gelezen: ‘huurder’.

k.

Inschrijftijd: de periode die is verstreken sinds een woningzoekende is ingeschreven in het register zoals bedoeld in artikel 5,

l.

Particuliere verhuurder: verhuurder in de regio Holland Rijnland niet zijnde een wooncorporatie

m. Mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. n.

Middeldure huurwoning: i.

ii.

woonruimte met een aanvangshuurprijs tussen enerzijds de huurprijsgrens en anderzijds de in de regio gehanteerde bovengrens voor middeldure huurwoningen (€1.000 per maand, prijspeil 2020); alsmede woonruimte met een aanvangshuurprijs tussen de huurprijsgrens en de huurprijs die is vastgesteld op basis van de Uitvoeringsregeling huurprijzen woonruimten en 2

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 het Woningwaarderingsstelsel als bedoeld in artikel 5 van het Besluit huurprijzen woonruimte en minder of gelijk is aan de in de regio gehanteerde bovengrens voor middeldure huurwoningen (187 punten). o. Passende woonruimte: woonruimte die voldoet aan het zoekprofiel van een urgente. p. Regio Holland Rijnland: het grondgebied van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. q. Regio: Regio Holland Rijnland r. Regiogemeente: één van de gemeenten in de Regio Holland Rijnland s. Regionaal gebondene: een woningzoekende die volgens de Basisregistratie Personen langer dan twee jaar ingezetene is van een gemeente in de regio. t. Stadsvernieuwing: het proces van sloop en vervangende nieuwbouw van woningen dan wel van ingrijpende renovatie van woningen u. Standplaats: een kavel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen of chalet waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten. v. Standplaatszoekende: het huishouden dat is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 34A van deze verordening. w.

Starter: een woningzoekende die niet eerder een sociale huurwoning in de regio Holland Rijnland heeft bewoond. x. Sociale huurwoning: een woning met een aanvangshuur (rekenhuur) beneden de huurprijsgrens, die verhuurd wordt overeenkomstig het bepaalde in deze verordening of die behoort tot een categorie welke is aangewezen door het Dagelijks Bestuur na advies van de Beleidscommissie Woonruimteverdeling. y. Student: een persoon die als dagstudent is ingeschreven bij een instelling voor vervolgonderwijs. z. Uitvoeringsovereenkomst: de uitvoeringsovereenkomst Woonruimteverdeling Corporaties Holland Rijnland 2019 aa. Urgente: degene aan wie een urgentieverklaring als bedoeld in artikel 28 is toegekend. bb. Urgentiecommissie: de commissie als bedoeld in artikel 23 cc. Vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW): rechtspersoon die in de regio Holland Rijnland namens de woningcorporaties zorgdraagt voor de uitvoering van de woonruimteverdeling. dd. Verhuurder: een wooncorporatie of een particuliere verhuurder zoals bedoeld in artikel 2 ee. Voorliggende voorziening: een voorziening waarvan de kosten of diensten kunnen worden vergoed op een andere manier dan via gemeenten. ff. Woningzoekende: het huishouden dat is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 5. gg.

Wooncorporatie: toegelaten instelling die op grond van het bepaalde in artikel 18a van de Woningwet sociale huurwoningen exploiteert. hh. Woonduur: de periode, uitgedrukt in maanden en jaren en te rekenen vanaf de dag van de sleuteloverdracht, die is verstreken sinds een huishouden in een woning woont. ii. Woonruimte: i. besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor permanente bewoning door een huishouden, zonder dat zij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; en ii. standplaats. jj. Woonruimteverdeelsysteem: systeem van voorzieningen, regels en normen aan de hand waarvan wordt bepaald in welke volgorde woningzoekenden, die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt voor aangeboden woonruimte, voor de huur van die woonruimte in aanmerking komen. 3

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 kk. Woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in gedeelten kan worden verplaatst. ll. Zoekprofiel: een in de urgentieverklaring opgenomen beschrijving van de aard en de locatie van de woonruimte waarvoor een urgente met voorrang in aanmerking komt.

Artikel 2 1. 2.

3.

4.

5.

Toepassing van de verordening

Deze verordening geldt in de gemeenten gelegen in de regio Holland Rijnland. Deze verordening is van toepassing op sociale huurwoningen en standplaatsen in de sociale huursector in de regio Holland Rijnland die in het bezit zijn van: a. wooncorporaties; b. particuliere verhuurders die bij het in werking treden van deze verordening deelnemen aan het systeem van woonruimteverdeling; c. particuliere verhuurders in het bezit van tien of meer sociale huurwoningen die gebouwd zijn of die gebouwd zijn na de inwerkingtreding van deze verordening en die als sociale huurwoning bestemd zijn in het bestemmingsplan van de betreffende gemeente of waarover afspraken zijn gemaakt in een anterieure overeenkomst; d. het bepaalde in het tweede lid onder a. is niet van toepassing op standplaatsen in de sociale huursector in de gemeente Alphen aan den Rijn. Het Dagelijks Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat deze verordening ook van toepassing is op middeldure huurwoningen in die gemeente. Het Dagelijks Bestuur kan op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio besluiten dat verhuurders die in het bezit zijn van tien of meer middeldure huurwoningen in die betreffende gemeente deelnemen aan het systeem van woonruimteverdeling in de regio zoals bedoeld in deze verordening.

Deze verordening is niet van toepassing op woonruimten die uitsluitend bestemd zijn voor de huisvesting van studenten.

Artikel 3

Uitvoeringsovereenkomst

Met inachtneming van het bepaalde in deze verordening sluiten het Dagelijks Bestuur, de verhuurders en de vereniging Holland Rijnland Wonen één of meer overeenkomsten waarin zij de uitvoering van de verdeling van woonruimte regelen, zoals: a. de registratie van woning- en standplaatszoekenden; b. de wijze van aanvragen van een urgentieverklaring.

Artikel 4

Beleidscommissie

1.

Het Dagelijks Bestuur stelt een commissie in die haar adviseert over het beleid ten aanzien van de verdeling van woonruimte, over deze verordening en over de uitvoeringsovereenkomst.

2.

In haar besluit regelt het Dagelijks Bestuur de samenstelling, de taken en de bevoegdheden van de commissie. In de commissie zijn ook de organisaties van huurders vertegenwoordigd.

4

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023

Hoofdstuk 2 Inschrijving woningzoekenden Artikel 5

Register van woningzoekenden

1.

Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het aanleggen en bijhouden van een register van woningzoekenden ten behoeve van het bepalen van de rangorde.

2.

Het Dagelijks Bestuur stelt regels vast voor de wijze van inschrijving, het verwerken van gegevens, de opschorting en de beëindiging van de inschrijving, en stelt alsmede de hoogte van een bedrag vast dat ten behoeve van de inschrijving en de verlenging van de inschrijving in rekening wordt gebracht bij woningzoekenden.

3.

Het Dagelijks Bestuur verleent aan het bestuur van de Vereniging Holland Rijnland Wonen mandaat, volmacht en machtiging voor het uitvoeren van het bepaalde bij of krachtens het tweede lid.

Artikel 6

Inschrijving als woningzoekende

1.

Iedere persoon van 18 jaar of ouder, die de Nederlandse nationaliteit bezit of rechtmatig in Nederland verblijft op grond van bepaalde in artikel 8 onder a t/m e of l van de Vreemdelingenwet 2000 kan op zijn verzoek worden ingeschreven in het register van woningzoekenden in de regio Holland Rijnland.

2.

Per persoon is slechts één inschrijving in de regio Holland Rijnland mogelijk, met dien verstande dat een inschrijving als standplaatszoekende gelijktijdig kan bestaan naast een inschrijving als woningzoekende.

3. 4.

De inschrijving van de woningzoekende is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. De woningzoekende is een tarief verschuldigd voor zijn inschrijving en voorts jaarlijks voor de kosten van de verlenging van zijn inschrijving.

Artikel 7 1. 2.

3. 4. 5.

6.

7.

Inschrijftijd

Een woningzoekende bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Een doorstromer bouwt inschrijftijd op vanaf de datum van diens inschrijving in het register. Zijn inschrijftijd wordt vermeerderd, tot een maximum van vijf jaar, met de woonduur in de achter te laten woning bij verhuizing naar andere woonruimte. Een inschrijving als woningzoekende eindigt bij aanvaarding van woonruimte als bedoeld in artikel 2. Een woningzoekende verliest zijn opgebouwde inschrijftijd op het moment dat zijn inschrijving in het register van woningzoekenden eindigt In afwijking van het bepaalde in het vierde lid behoudt een doorstromer zoveel inschrijftijd als overeenkomt met 75% van zijn woonduur in de sociale huurwoning in de regio die hij achterlaat bij verhuizing naar andere woonruimte, zulks tot een maximum van vijf jaar. Een doorstromer die zich binnen twaalf maanden na diens verhuizing naar andere woonruimte in de regio opnieuw als woningzoekende in de regio laat inschrijven krijgt 75% van de inschrijftijd die hij had opgebouwd voor diens verhuizing terug, met een maximum van vijf jaar. Een inschrijving als woningzoekende eindigt niet indien: a.

de woningzoekende een zelfstandige woonruimte heeft betrokken op basis van een tijdelijke huurovereenkomst voor de duur van twee tot maximaal vijf jaar, zoals bedoeld in Boek 7 artikel 274 lid 1 onder c juncto artikel 274c van het Burgerlijk wetboek, dan wel artikel 22 onder a van de Regeling toegelaten instellingen 5

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 volkshuisvesting 2015 dan wel Boek 7 artikel 271 eerste lid, tweede volzin van het Burgerlijk Wetboek in relatie tot de artikelen 11a en 11b van de Huisvestingswet 2014, op voorwaarde dat deze overeenkomst is gesloten na inwerkingtreding van deze verordening; b.

de woningzoekende woonruimte heeft verkregen met een stadsvernieuwingsurgentie.

Hoofdstuk 3 Huisvestingsvergunning Artikel 8

Verbodsbepaling

Het is verboden een sociale huurwoning of standplaats zoals bedoeld in artikel 2 als woonruimte in gebruik te nemen of te geven zonder huisvestingsvergunning van het Dagelijks Bestuur.

Artikel 9

Aanvraag van een huisvestingsvergunning

1.

Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning wordt ingediend bij het Dagelijks Bestuur op de door haar voorgeschreven wijze.

2.

Het Dagelijks Bestuur kan deze bevoegdheden (eerste lid) mandateren aan de toegelaten instellingen of regiogemeenten.

3.

Een aanvraag gaat vergezeld van: a.

een geldig identiteitsbewijs van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren;

b.

een geldig verblijfsdocument zoals bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren indien zij niet de Nederlandse nationaliteit hebben;

c.

schriftelijk bewijs van het inkomen van aanvrager en van al degenen die tot zijn huishouden behoren;

d.

een schriftelijke verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is woonruimte aan aanvrager en zijn huishouden te verhuren.

4.

Indien aanvrager dan wel een of meer anderen die tot zijn huishouden behoren op het moment van de aanvraag een woning bewonen die zijn of hun eigendom is, dan dient bij de aanvraag een overeenkomst te worden overlegd waaruit blijkt dat de woning is verkocht en dat deze binnen zes maanden aan de koper in eigendom zal worden overgedragen.

5.

Het Dagelijks Bestuur kan indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk wordt geacht, aanvrager verzoeken in aanvulling op het bepaalde in lid drie of lid vier nadere documenten te overleggen.

Artikel 10

Huisvestingsvergunning

1.

Het Dagelijks Bestuur besluit op de aanvraag binnen drie weken na ontvangst.

2.

Een huisvestingsvergunning wordt verleend indien: a.

aanvrager of een ander die tot zijn huishouden behoort de leeftijd van 18 jaar of ouder heeft en;

b.

aanvrager en al degenen die tot zijn huishouden behoren, hetzij de Nederlandse nationaliteit bezitten, hetzij rechtmatig in Nederland mogen verblijven op grond

6

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 van het bepaalde in artikel 8 onder a tot en met e en onder l. van de Vreemdelingenwet 2000 en; c.

aanvrager op basis van de bepaalde rangorde in hoofdstuk 4 van deze verordening in aanmerking komt voor het huren van de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd;

d.

3.

4.

aanvrager de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd verkrijgt door middel van woningruil, waarvoor door de beide betrokken verhuurders toestemming is gegeven; e. De woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd aan aanvrager is toegewezen op grond van het bepaalde in artikel 32 lid acht. Indien de woonruimte waarvoor de huisvestingsvergunning is aangevraagd een middeldure huurwoning betreft zoals bedoeld in artikel 2, lid drie en vier, wordt door het Dagelijks Bestuur, onverminderd het bepaalde in lid twee, een huisvestingsvergunning verleend indien: a. aanvrager een alleenstaande betreft wiens jaarinkomen niet hoger is dan anderhalf keer de DAEB-norm; b. aanvrager en al degenen die tot zijn huishouden behoren en gezamenlijk jaarinkomen hebben dat niet hoger is dan anderhalf keer de DAEB-norm verhoogd met een bedrag van € 10.000,-. In de huisvestingsvergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de woonruimte waarvoor de vergunning is verleend; b. degene(n) aan wie de vergunning is verleend; c. de ingangsdatum van de vergunning; d. de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik moet worden gemaakt.

Artikel 11

Intrekken van de huisvestingsvergunning

Het Dagelijks Bestuur kan de huisvestingsvergunning intrekken indien: a.

de vergunninghouder de woonruimte niet binnen de in de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen of;

b.

de vergunning is verleend op grond van de door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan hij wist of redelijkerwijs had moeten weten dat deze gegevens onjuist of onvolledig waren.

Artikel 12

Vervallen van de huisvestingsvergunning

De huisvestingsvergunning vervalt van rechtswege indien de vergunninghouder feitelijk geen gebruik meer maakt van de vergunning.

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Toewijzing van woonruimte

Aanbieding van woonruimte

1.

De vereniging Holland Rijnland Wonen (HRW) biedt voor verhuur beschikbare woonruimte aan door middel van een openbaar digitaal aanbodsysteem waar iedere woningzoekende toegang toe heeft.

2.

Bij de aanbieding wordt vermeld aan welke eisen een woningzoekende moet voldoen om in aanmerking te komen voor de aangeboden woonruimte.

3.

Woonruimte die door alle belangstellende woningzoekenden is geweigerd kan voor een tweede maal worden aangeboden. Hierbij kunnen ruimere toewijzingscriteria worden gesteld. 7

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 4.

HRW kan een maximum stellen aan het aantal reacties van een woningzoekende per publicatie.

5.

Het Dagelijks Bestuur kan, gehoord de Beleidscommissie Woonruimteverdeling, regels stellen inzake maatregelen te nemen jegens woningzoekenden die het bepaalde bij of krachtens deze verordening niet, niet volledig of niet tijdig nakomen.

6.

Een wooncorporatie doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de aanbieding en toewijzing van woonruimte. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen.

Artikel 14

Toewijzing van woonruimte

Woonruimte als bedoeld in artikel 2 die beschikbaar is gekomen voor bewoning wordt toegewezen aan een woningzoekende die daarvoor zijn belangstelling kenbaar heeft gemaakt en die ten opzichte van andere belangstellende woningzoekenden over de langste inschrijftijd beschikt. Bij gelijke inschrijftijd van twee of meer woningzoekenden vindt toewijzing plaats na loting.

Artikel 15

Voorrang urgenten

1.

In afwijking van het bepaalde in het voorgaande artikel heeft een woningzoekende die beschikt over een urgentieverklaring of over een stadsvernieuwingsurgentie bij de toewijzing van een woning voorrang op alle andere woningzoekenden mits deze woning past binnen zijn zoekprofiel. Het recht op voorrang geldt niet ten aanzien van woonruimte die wordt toegewezen op grond van het bepaalde in artikel 20 of artikel 21.

2.

De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere woningzoekenden met een urgentieverklaring wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum van de urgentieverklaring, daarna op basis van de meeste inschrijftijd en ten slotte op basis van loting.

3.

De toewijzing van woonruimte in het geval van meerdere stadsvernieuwingsurgenten wordt bepaald op basis van de oudste toekenningsdatum, bij gelijke toekenningsdatum op basis van de woonduur en bij gelijke woonduur door middel van loting.

4.

In geval een woningzoekende met een urgentieverklaring en een woningzoekende met een stadsvernieuwingsurgentie belangstelling hebben voor dezelfde woning vindt toewijzing plaats aan degene met de oudste urgentie, als ook dat gelijk is, op basis van de langste inschrijftijd en tenslotte op basis van loting.

Artikel 16 1.

Voorrang doelgroepen

Het Dagelijks Bestuur kan groepen van woningzoekenden aanwijzen aan wie voorrang wordt verleend bij de toewijzing van door een verhuurder aangeduide woonruimte zoals: a.

woonruimte met specifieke voorzieningen voor bewoning door mindervaliden of door andere zorg- of hulpbehoevenden;

b.

woonruimte voor specifieke leeftijdscategorieën;

c.

woonruimte voor starters;

d.

woonruimte die valt onder het contingent van de jaarlijks door het Dagelijks Bestuur vastgestelde lijst van betrokken instellingen of nader overeen te komen taakstellingen; 8

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 e.

2.

3.

woonruimte voor een woningzoekende met een huishouden waartoe tenminste vijf minderjarige kinderen behoren en die aantoonbaar hun hoofdverblijf hebben bij die woningzoekende.

Het Dagelijks Bestuur verleent een huisvestingsvergunning voor woonruimten zoals genoemd in het voorgaande lid, uitsluitend aan: a.

woningzoekenden die aantoonbaar noodzakelijk zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid onder a.;

b.

woningzoekenden die behoren tot de leeftijdsgroep die is aangewezen voor bewoning van woonruimte als bedoeld in het eerste lid onder b.;

c.

woningzoekenden die geen zelfstandige woonruimte achterlaten en die zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid onder c.;

d.

woningzoekenden die cliënt zijn van een van de betrokken instellingen, zoals bedoeld in eerste lid onder d.;

e.

woningzoekenden die door de samenstelling van hun huishouden zijn aangewezen op woonruimte als bedoeld in het eerste lid onder e..

Indien woonruimte als bedoeld in het eerste lid onder a. t/m c. en onder e. vrijkomt voor toewijzing aan een andere woningzoekende, dan wordt daarvan in het bijzonder melding gemaakt bij het aanbieden van de woonruimte in het aanbodmedium.

Artikel 17 1.

Passendheidseisen

Ter uitvoering van het bepaalde in de artikelen 46 en 38 van de Woningwet kan een wooncorporatie ten behoeve van de toewijzing van woonruimte passendheidseisen stellen: a.

aan het inkomen van een woningzoekende;

b.

aan de grootte en samenstelling van het huishouden van een woningzoekende in relatie tot de grootte van de woonruimte;

c.

aan het inkomen in relatie tot de grootte en samenstelling van het huishouden van de woningzoekende.

2.

De wooncorporatie kan met toepassing van de passendheidseisen afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 14 bij de toewijzing van woonruimte.

3.

Het bepaalde in dit artikel is van overeenkomstige toepassing op woningruil.

Artikel 18 1.

2.

Afwijking van de rangorde

Een verhuurder mag gemotiveerd afwijken van de rangorde als bedoeld in artikel 14 indien een woningzoekende in de afgelopen drie jaar: a. Op grond van een gerechtelijk bevel is ontruimd in verband met: i. veroorzaken van overlast in de laatst gehuurde woonruimte; ii. achterstand in de betaling van de huurpenningen; iii. een in de woning aanwezige hennepkwekerij; b. Van zijn huidige of vorige verhuurder geen verklaring van goede bewoning heeft gekregen; c. Zich bij de toewijzing van woonruimte schuldig heeft gemaakt aan frauduleus handelen of het geven van onjuiste of onvolledige informatie d. Dreigementen heeft geuit en/of geweld heeft gebruikt jegens personen belast met de uitvoering van deze verordening. Een verhuurder mag ten aanzien van een specifieke woningzoekende van de rangorde als bedoeld in de artikel 14 afwijken ingeval van: a. loting in de zin van artikel 19 vierde lid; 9

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 b.

toewijzing van woonruimte op grond van artikel 20.

Artikel 19 1.

2.

3.

4.

5.

Bijzondere toewijzing door wooncorporaties

Een wooncorporatie kan in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen aan een woningzoekende die als gevolg van een calamiteit of van andere zeer bijzondere omstandigheden dringend andere woonruimte nodig heeft. Het maximum van het aantal woningen dat een wooncorporatie met toepassing van het bepaalde in het eerste lid mag toewijzen is gelijk aan 5 % van het gemiddeld aantal verhuringen van woonruimte van die wooncorporatie in de drie voorafgaande kalenderjaren, waarvan 2% wordt ingezet ten behoeve van doorstromers. Een wooncorporatie kan per kalenderjaar maximaal 10% van de vrijgekomen woonruimte door middel van loting toewijzen. Het bepaalde in artikelen 15 tot met 17 (rangorde) is hierbij niet van toepassing. Bij loting wordt door de wooncorporatie op elektronische wijze bepaald in welke volgorde de aan de loting deelnemende woningzoekenden voor de huisvestingsvergunning in aanmerking komen. De verhuurders doen hiervan jaarlijks voor schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 20

Lokale beleidsruimte

1.

Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio kunnen, gehoord de wooncorporaties die deelnemen in de “Uitvoeringsovereenkomst woonruimteverdeling corporaties” en de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn, besluiten om regels te stellen voor de invulling van de lokale beleidsruimte ter oplossing van de in die gemeente ervaren knelpunten op het gebied van de volkshuisvesting.

2.

In het besluit als bedoeld in het eerste lid kunnen zij, in afwijking van deze verordening, bepalen dat de in die gemeente vrijkomende woonruimten als bedoeld in artikel 2, wordt toegewezen aan woningzoekenden uit die gemeente die voldoen aan de in het besluit gestelde voorwaarden zoals ten aanzien van (lokale) binding, passendheid, en rangorde bij toewijzing.

3.

Alvorens een besluit als bedoeld in het eerste en tweede lid te nemen stelt het college van burgemeester en wethouders beleid vast waarin hun visie op wonen en volkshuisvesting en door hen gemaakte prestatieafspraken zijn opgenomen en waarin zij aangeven hoe met gebruikmaking van het bepaalde in dit artikel de gemeentelijke en subregionale knelpunten op het gebied van de volkshuisvesting kunnen worden opgelost.

4.

Het maximum van het aantal woningen dat de gemeente jaarlijks met toepassing van het bepaalde in dit artikel mag toewijzen is gelijk aan 25 % van het gemiddeld aantal toewijzingen van woonruimte als bedoeld in artikel 2 in die gemeente in de drie voorafgaande kalenderjaren. Bij overschrijding van het maximum wordt het quotum voor het volgend jaar met een even groot aantal woningen verminderd als het aantal van de overschrijding.

5.

Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van dit artikel.

10

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023

Artikel 21

Specifieke toewijzing nieuwbouw

1.

Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente in de regio kunnen, gehoord de wooncorporaties die deelnemen in de “Uitvoeringsovereenkomst woonruimteverdeling corporaties” en de huurdersorganisaties die in die gemeente actief zijn, besluiten om regels te stellen voor de eerste aanbieding van nieuwgebouwde woonruimte in die gemeente.

2.

In het besluit als bedoeld in het eerste lid kan worden bepaald dat de toewijzing van nieuwgebouwde woonruimte bij de eerste aanbieding bij voorrang moet geschieden aan een woningzoekende die een woning als bedoeld in artikel 2 achterlaat die is gelegen in een, in dat besluit te bepalen gedeelte(n) van de regio Holland Rijnland, teneinde de aldaar op het gebied van de volkshuisvesting bestaande knelpunten op te lossen. In dat besluit kan tevens worden bepaald dat de woonruimte die wordt achtergelaten in het bezit is van dezelfde verhuurder als die van de nieuwgebouwde woonruimte of in het bezit is van een verhuurder die is gevestigd in de regio Holland Rijnland.

3.

Het college van burgemeester en wethouders doet jaarlijks schriftelijk verslag aan het Dagelijks Bestuur over de toepassing van het bepaalde in dit artikel. Het verslag bevat in ieder geval het aantal aanbiedingen en toewijzingen op basis van dit artikel.

Artikel 22 1.

Experimenten woonruimteverdeling

Een of meer wooncorporaties, al dan niet in samenwerking met een of meer gemeenten en/of andere verhuurders dan wooncorporaties in de regio kunnen het initiatief nemen om een experiment te organiseren waarbij de effecten onderzocht worden van een wijze van in gebruik geven van woonruimte die niet in deze verordening is geregeld, maar die wel in een op grond van de Huisvestingswet 2014 vast te stellen verordening zou kunnen worden geregeld.

2.

De wijze van in gebruik geven van woonruimte als bedoeld in het eerste lid moet ten dienste staan van een rechtvaardige, doelmatige, evenwichtige en transparante verdeling van woonruimte. 3. De betrokken wooncorporatie(s) en/of andere verhuurders maken een opzet voor hun experiment waarin zij onder meer opnemen: a. een beschrijving van het doel en de inhoud van het experiment; b.

het toepassingsbereik van het experiment;

c.

de duur van het experiment;

d.

de wijze van begeleiding van het experiment gedurende het experiment;

e.

de wijze waarop het experiment wordt geëvalueerd.

2.

Een experiment heeft een maximale duur van vijf jaar, waarbij per jaar ten hoogste tien procent van de, door de betrokken wooncorporaties, toe te wijzen woonruimte is betrokken.

3.

Een experiment vangt pas aan na goedkeuring van het college(s) van burgemeester en wethouders van de gemeente(n) die betrokken is/zijn bij het experiment.

11

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023

Hoofdstuk 5 Artikel 23 1.

2. 3.

2. 3. 4.

5.

6.

Aanvraag van een urgentieverklaring

Een woningzoekende doet, door tussenkomst van een wooncorporatie die werkzaam is in de regio, bij de Urgentiecommissie een aanvraag voor een urgentieverklaring. Het Dagelijks Bestuur kan een formulier vaststellen voor het doen van een aanvraag. Een aanvraag bevat naast een schriftelijke motivering tevens de nodige bewijsstukken ter onderbouwing van de gronden van de aanvraag. De Urgentiecommissie kan, indien zij dat voor een goede beoordeling van de aanvraag noodzakelijk acht, aan de aanvrager verzoeken om aanvullende informatie te verstrekken. Zij kan aanvrager daarvoor een termijn stellen. De termijn, genoemd in artikel 20, lid 7, wordt opgeschort zolang de verzochte stukken niet zijn ontvangen. Alvorens te beslissen op een aanvraag, kan de Urgentiecommissie bij een door haar aan te wijzen deskundige om advies vragen. De termijn, genoemd in artikel 20, lid 7, wordt opgeschort zolang de verzochte stukken niet zijn ontvangen. Voor het in behandeling nemen van de aanvraag dient aanvrager de verschuldigde leges te hebben voldaan.

Artikel 25 1.

Urgentiecommissie

Het Dagelijks Bestuur stelt een Urgentiecommissie in, bestaande uit een voorzitter en maximaal zes leden, waarvan twee leden te benoemen op voordracht van de vereniging Holland Rijnland Wonen, twee leden te benoemen op voordracht van de huurdersorganisaties in de regio Holland Rijnland en twee leden op voordracht van Holland Rijnland. De voorzitter wordt benoemd door het Dagelijks Bestuur na overleg met de leden. De Urgentiecommissie heeft tot taak om namens het Dagelijks Bestuur te beslissen op aanvragen om een urgentieverklaring. Het Dagelijks Bestuur stelt een reglement vast waarin de werkzaamheden van de Urgentiecommissie zijn geregeld.

Artikel 24 1.

Urgentie

Verlenen van een urgentieverklaring

De Urgentiecommissie kan een urgentieverklaring verlenen: a. op medische gronden en/of psychosociale gronden indien: i. sprake is van medische en/of psychosociale omstandigheden die voortvloeien uit de huidige woonsituatie van aanvrager en die bij voortduring van die situatie zullen verergeren of het gebruik van de woonruimte feitelijk onmogelijk zullen maken; ii. de onder i. genoemde omstandigheden niet door ergonomische aanpassing van de woonruimte kunnen worden opgeheven; iii. het niet aanvaardbaar is dat de onder i. genoemde omstandigheden langer dan zes maanden zullen voortduren; b. op medische en/of psychosociale gronden, in het geval de aanvrager een alleenstaande betreft die niet beschikt over zelfstandige woonruimte zoals bedoeld in artikel 1 onder hh., indien:

12

Concept Huisvestingsverordening Holland Rijnland 2023 i.

2.

3.

4.

op diens woonsituatie het bepaalde in het eerste lid onder a. van toepassing is en ii. hij niet in staat is om met andere bewoners voorzieningen te delen in nietzelfstandige woonruimte; c. op financiële gronden, waarbij sprake is van een plotse, niet-voorzienbare en aanmerkelijke teruggang in het inkomen waardoor een woonnoodsituatie is of dreigt te ontstaan; d. indien sprake is van acuut dreigende dakloosheid met aantoonbaar de zorg voor een of meer minderjarige kinderen, waarbij als gevolg daarvan een woonnoodsituatie is of dreigt te ontstaan; e. indien aanvrager verblijft in een voorziening voor de tijdelijke opvang van personen die hun woning hebben moeten verlaten vanwege relationele problemen en/of huiselijk geweld; f. indien aanvrager mantelzorg als bedoeld in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 verleent of ontvangt; g. in andere gevallen dan genoemd onder a. tot en met f. waarbij toepassing wordt gegeven aan de hardheidsclausule als bedoeld in artikel 36. In het besluit waarbij een urgentieverklaring wordt verleend kan de Urgentiecommissie bepalen dat deze uitsluitend van toepassing is op woonruimte gelegen in een of meer gemeenten in de regio dan wel een of meer gedeelten daarvan of dat deze slechts geldt voor door haar aangegeven woningtype(n), woninggrootte en woningen die de door haar bepaalde voorzieningen bevatten.

Aan de urgentieverklaring kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Een voorschrift kan onder meer inhouden dat de urgentie naast de huurovereenkomst met de verhuurder tevens een overeenkomst sluit voor woonbegeleiding met een instelling die daartoe is aangewezen door de gemeente waarin de woning is gelegen. In een dergelijk geval vindt directe bemiddeling plaats en is artikel 23 niet van toepassing (zelf zoeken). De urgentieverklaring is zes maanden geldig, te rekenen vanaf de dag na die waarop de verleningsbeschikking aan de aanvrager is bekengemaakt.

Artikel 26

Weigering van een urgentieverklaring

Een aanvraag van een urgentieverklaring wordt afgewezen indien: a. aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in hoofdstuk 3; b. aanvrager niet in een woonnoodsituatie verkeert; c. aanvrager in een zodanige situatie verkeert dat geen van de gronden genoemd in artikel 25 van toepassing zijn; d. aanvrager de woonnoodsituatie waarin hij verkeert zelf heeft veroorzaakt; e. aanvrager de woonnoodsituatie waarin hij verkeert had kunnen voorkomen; f. aanvrager op het moment van de aanvraag niet woonachtig is in woonruimte zoals bedoeld in artikel 1 onder hh tenzij het bepaalde onder artikel. 21, eerste lid onder b van toepassing is; g. aanvrager geen regionaal gebondene is; h. aanvrager zijn woonnoodsituatie redelijkerwijs binnen zes maanden zelf kan oplossen door onder meer gebruik te maken van: i. een voorliggende voorziening (denk aan een indicatie vanuit de Wet Langdurige Zorg waarbij huisvesting inbegrepen is); ii. de door hem opgebouwde inschrijftijd als woningzoekende; iii. kamerbewoning of bewoning van een andere niet zelfstandige woonruimte zoals bedoeld onder artikel 1 lid 1ii is een mogelijkheid; iv. zijn beschikbare inkomen en/of vermogen; 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1535/documents/19279