CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage A Voorstel strategie en ambitie klimaatadaptatie HLT.pdf

Raadscommissie 28 oktober 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: (22.15) Vaststellen ambitieniveau Klimaatadaptatie5.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ADVIESRAPPORT: VOORSTEL STRATEGIE EN AMBITIE KLIMAATADAPTATIE HILLEGOM, LISSE & TEYLINGEN Hoe gaan we als samenwerkende gemeenten om met de effecten van klimaatverandering in ons werkgebied? 25 mei 2021

Opgesteld door

In opdracht van

INLEIDING EN KADER: KLIMAATADAPTATIE Dit rapport gaat over klimaatadaptatie in Hillegom, Lisse en Teylingen. Er ligt een opgave om de samenwerkende gemeenten voor te bereiden op een veranderend klimaat met meer hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging.

Wat komt er op Nederland af? Er zijn duidelijke trends zichtbaar in Nederland en dus ook in onze gemeenten. De temperatuur loopt op, de zeespiegel stijgt en de hoeveelheid hevige neerslag neemt toe. Deze trends zullen de komende decennia doorzetten en mogelijk versnellen. Naast de langjarige trends zien we dat het weer grilliger wordt: meer stortbuien maar óók meer lange droge periodes. Meer piekafvoeren in de winter en meer watertekorten in de zomer. Klimaatadaptatie: buitenruimte en gedrag aanpassen Natuurlijk moeten we minder broeikasgassen uitstoten. Zo kunnen we kunnen verdere opwarming beperken. Maar tegelijkertijd moeten we inzetten op klimaatadaptatie: het aanpassen van de buitenruimte en ons gedrag op het veranderende klimaat. Want als we onze gemeenten niet voorbereiden op klimaatverandering, kunnen we een toename verwachten van schade. Economische schade, maar ook schade aan de leefkwaliteit in de kernen en de gezondheid en de veiligheid van onze inwoners. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie: We sluiten met onze koers aan op de ambities uit het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Hierin hebben alle overheden afgesproken om zich, samen met bedrijfsleven en inwoners, voor te bereiden op een veranderend klimaat. Het doel is om vanaf nu klimaatbestendig te handelen, zodat we in 2050 klimaatrobuust zijn. Doel van dit traject en dit rapport: 1.

Inzicht in welke kwetsbaarheden en kansen er in ons gebied liggen als gevolg van het veranderende klimaat. 2. Onze gebiedspartners betrekken en horen in de uitdagingen. Want de gemeenten hebben niet alle kennis. En ook liggen niet alle verantwoordelijkheden bij de gemeenten. 3. Onderbouwing voor de gemeenteraden om een ambitieniveau uit te spreken om met klimaatadaptatie aan de slag te gaan. 4. Een vooruitblik geven van de stappen hierna.

2

INLEIDING EN KADER: KLIMAATADAPTATIE In deze rapportage doorlopen we in zes hoofdstukken wat er op Hillegom, Lisse en Teylingen afkomt, en hoe we daar mee om kunnen gaan. Zo zetten we een koers in naar klimaatbestendigheid in 2050. Als samenwerkende gemeenten én in samenwerking met onze partners.

3

1. KLIMAATEFFECTEN HLT : DE VIER THEMA’S VAN HET DPRA Wat komt er nou precies op ons af? Conform het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moeten we in ieder geval rekening houden met vier belangrijke klimaateffecten in onze gemeenten:

MEER REGEN

STIJGEND WATER

Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met intensere regenval en langere natte winterperiodes. Dit kan vaker leiden tot overlast door regenval en grondwater.

Als de wereld opwarmt, stijgt de zeespiegel en zijn er vaker stormen en piekbuien. De waterstand in onze rivieren en kanalen kan daardoor meer gaan fluctueren. Deze factoren betekenen een extra belasting op onze dijken en gemalen.

In 2050 komt extreme neerslag waarschijnlijk 2 keer zo vaak voor als nu.

In 2050 moeten we rekening houden een zeespiegelstijging van minimaal enkele decimeters tot meer dan een meter.

MEER HITTE

DROGERE ZOMERS

Klimaatverandering wordt ook wel ‘global warming’ genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme hitte te maken krijgen.

Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet)watertekorten. Bodemdaling is er daar ook één van.

In 2050 komen extreem hete dagen waarschijnlijk 2,5 keer zo vaak voor als nu.

In 2050 moeten we rekening houden met drogere zomers en minder zoet water dan nu.

4

1. KLIMAATEFFECTEN HLT: STRESSTEST EN DIALOOG De algemene trends zijn duidelijk. Maar wat zijn de effecten specifiek in onze drie gemeenten? Om daar inzicht in te krijgen hebben we berekeningen gemaakt en zijn we in gesprek gegaan. De stresstest: inzicht met modellen Met behulp van computermodellen hebben we voor ons gebied in kaart kunnen brengen wat ons te wachten staat bij hevige neerslag, droogte, een dijkdoorbraak en extreme hitte. De kaarten zijn besproken met de inhoudelijke kenners van de gemeente en het waterschap. De kaarten zijn toegankelijk via een online klimaatatlas: https://hltsamen.klimaatatlas.net/ Op basis van deze kaarten hebben we een goed beeld van de locaties waar het heet, nat of juist droog kan worden. Maar of dat een probleem is, is weer een andere vraag. Een flinke plas water in een berm is voor veel mensen geen probleem. Maar staat eenzelfde hoeveelheid water op een belangrijke weg, of zelfs in woningen, dan is het een ander verhaal. Risicodialoog: breed begrip van uitdagingen Om te bepalen wat we de grootste knelpunten zijn, is een risicodialoog georganiseerd. Met een grote groep gebiedspartners van verschillende organisaties en uiteenlopende disciplines (zie onderstaande logo’s) hebben we bepaald waar we uitdagingen zien. We hebben kennis gemaakt met de verschillende invalshoeken en de indirecte gevolgen van de vier klimaateffecten.

Bijvoorbeeld op natuur, landbouw, verzilting, bodemdaling, grondwater en waterkwaliteit. Samen met deze gebiedspartners hebben we een kaart opgesteld met de grootste uitdagingen voor ons gebied.

5

1. KLIMAATEFFECTEN: OVERZICHT OP KAART Met de samenwerkende gemeenten en de gebiedspartners hebben we de belangrijkste klimaateffecten voor ons gebied in kaart gebracht.

Infrastructuur De N208 en A44 zijn belangrijke routes. Door de relatief hoge ligging hiervan, blijven deze bij hevige neerslag goed begaanbaar. Dit is niet het geval voor verschillende secundaire wegen in de stedelijke kernen en in het buitengebied. Vooral verzakte wegen en onderdoorgangen zijn gevoelig voor wateroverlast Ook overige infrastructuur zoals leidingen en tussenstations van nutsvoorzieningen kunnen kwetsbaar zijn voor wateroverlast, hitte en bodemdaling.

Klimaatverandering en landbouw Het grootste landbouwgebied van HLT ligt op een strandwal. De zandgronden zijn zeer geschikt voor o.a. de bloembollenteelt en kenmerken HLT. Droogte, hitte, verzilting en extreme neerslag zorgen voor uitdagingen. In de toekomst worden die uitdagingen groter. Er is meer aandacht nodig voor een duurzame waterbalans. De verbindende watergangen De verbindende watergangen spelen een belangrijke rol in de aan- en afvoer van water naar en uit het gebied. De Trekvaart ,de Ringvaart (en de aanliggende Kagerplassen) zijn de belangrijke boezemwaterlopen. Door zeespiegelstijging en meer variatie in aan- en afvoer, vragen we meer van de gemalen en van de dijken. Bij extreme droogte moeten we soms zouter water binnenlaten. Bij een dijkdoorbraak van een boezemwatergang zijn vooral Lisse en Hillegom kwetsbaar. Bij een primaire dijkdoorbraak is heel HLT kwetsbaar.

Grondwater en bodemdaling Ondergrond en grondwater zijn essentieel voor het klimaatbestendig maken van de regio. De ondergrond biedt kansen voor opslag van regenwater. Maar er liggen ook uitdagingen: zowel te hoog als te laag grondwater kan schade veroorzaken aan landschap, gebouwen en infrastructuur.

Hoeveelheid oppervlaktewater In de kernen (vooral Lisse) is relatief weinig oppervlaktewater aanwezig. Tijdens een hevige bui is er daardoor weinig bergingsruimte en veel druk op watergangen en riool. Klimaatverandering in de stedelijke kernen HLT Op een hete zomerdag is hitte het meest voelbaar in de stedelijke kernen. Dat komt door weinig groen en veel verharding. Bedrijventerreinen springen er vaak uit qua hitte, maar soms ook winkelcentra, schoolpleinen en kunstgrasvelden Bij hevige neerslag in verharde stedelijke kernen kan niet al het water makkelijk de bodem in of naar de sloot. Vooral lagere, verharde gebieden met weinig oppervlaktewater kunnen gevoelig zijn voor wateroverlast op straat of bij woningen. Ook te weinig water in de stedelijke kernen kan voor problemen zorgen. Zoals funderingsschade of bodemdaling. Locaties met oudere bebouwing (voor 1950), veen in de bodem en weinig oppervlaktewater zijn het meest gevoelig voor stedelijke droogteschade. Ook het stedelijk groen en de oppervlaktewaterkwaliteit leiden onder lange perioden van droogte. Uitdagingen en kansen in diepe polders Het grootste deel van HLT ligt rond NAP hoogte, maar er zijn drie diepe polders die ongeveer 3 meter lager liggen (blauw omlijnd). Deze polders hebben een groter risico op overstroming en verzilting.

Ze kunnen ook een kans bieden voor waterberging, maar er is ook al veel bebouwing aanwezig. En er is vaak ruimte voor nieuwbouw. Waterkwaliteit leidt onder hitte en droogte Tijdens een hete, droge periode stroomt water minder goed door en warmt het op. Dit is slecht voor waterkwaliteit en verhoogt risico op bijvoorbeeld blauwalg, stank en afname biodiversiteit. LEGENDA

Hittestress op bedrijventerreinen De gevoelstemperatuur piekt bij de bederijventerreinen. Dit kan zorgen voor een lagere arbeidsproductiviteit en een onaangename werksituatie.

Natuur, biodiversiteit en klimaat Ook natuur en biodiversiteit bij en rondom de Kagerplassen en ‘t Joppe kunnen onder druk komen te staan door droogte, hitte en verzilting. Anderzijds bieden natuurgebieden en meer groen en natuur in steden en het buitengebied juist de gewenste waterbuffers, verkoeling én opslag van CO2.

Stedelijk gebied

Natuur

Landelijk gebied

Landbouw

Diepe polders

Uitvalsbasis brandweer

Bedrijventerrein

Onderdoorgang

2. BEOORDELING EFFECTEN: INBRENG GEBIEDSPARTNERS Met onze gebiedspartners en onze eigen ambtenaren zijn we in gesprek gegaan over de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptatie. Een risicodialoog dus. Welke klimaateffecten vinden de gebiedspartners acceptabel, en welke juist echt niet? We kunnen niet álle nadelige effecten van klimaatverandering oplossen. Er moeten dus keuzes gemaakt worden. En om goeie keuzes te maken is een visie nodig: wanneer vinden we ons gebied voldoende klimaatbestendig? Aan de hand van een risicomatrix hebben we met een brede groep medewerkers van de gemeenten en externe stakeholders een verkenning van deze visie gedaan. Zo zijn we tot een overzicht gekomen van belangrijke opgaven waar we volgens deze groep het eerst mee aan de slag moeten gaan. Bijkomend inzicht van deze dialoog is geweest dat er een brede bewustwording is ontstaan over de diversiteit van klimaateffecten op ons gebied, de verschillende rollen die verschillende partijen daarin kunnen spelen en de grote kansen die er liggen om hierin samen te werken.

7

2. KIJK OP EFFECTEN: INBRENG GEBIEDSPARTNERS Welke klimaateffecten vinden onze specialisten en gebiedspartners het belangrijkst? Op basis van de inbreng van de specialisten van de gemeenten en de gebiedspartners is een kader opgesteld: wat kunnen we volgens hen niet accepteren, wat willen we zoveel mogelijk beperken en wat willen we juist aansporen? Dit kan de gemeente helpen bij het vaststellen van een visie. Overigens is het belangrijk te benadrukken dat de verantwoordelijkheden niet allemaal bij de gemeenten liggen. Ook bewoners en andere gebiedspartners hebben een rol.

8

3. INZICHT IN OPGAVE: WATEROVERLAST Per klimaatthema gaan we dieper in op de grootste opgaven die we zien om Hillegom, Lissen en Teylingen klimaatbestendig te maken. Deze pagina gaat over wateroverlast.

Te verwachten verandering volgens KNMI In 2050 moeten we rekening houden met meer extreme piekbuien, tot wel 70 mm per uur. Ook moeten we rekening houden met hogere grondwaterstanden in de winter. We kunnen de grootste opgaven als volgt samenvatten: 1. Woningen beschermen voor extreme neerslag en hogere grondwaterstand Op dit moment zijn er in zowel Hillegom, Lisse als Teylingen gebieden aan te wijzen waar bij een bui van 70 mm in een uur wateroverlast in woningen ontstaat. Op de kaart hiernaast enkele voorbeelden, het hele overzicht is te vinden in de klimaatatlas.

De gebieden waar grondwateroverlast toe zal nemen moeten nog beter in kaart worden gebracht. 2. Belangrijke uitvalwegen begaanbaar houden bij extreme neerslag Op dit moment zijn verschillende uitvalswegen onbegaanbaar na een bui van 70 mm in een uur. Een voorbeeld op de kaart en foto hiernaast. Het hele overzicht is te vinden in de klimaatatlas.

3. Essentiële infrastructuur beschermen tegen extreem weer (water / gas / elektriciteit / communicatie / gevaarlijke stoffen) Waarschijnlijk zijn er gebieden aan te wijzen waar extreme neerslag een probleem kan vormen voor voorzieningen. We kunnen onze modelinzichten delen met de gebiedspartners zodat zij de knelpunten in kaart kunnen brengen en kunnen beschermen. NB: dit zijn niet (alleen) opgaven voor de gemeenten, maar ook voor gebiedspartners en inwoners.

9

Bron: Brandweer Voorhout

3. INZICHT IN OPGAVE: HITTE Per klimaatthema gaan we dieper in op de grootste opgaven die we zien om Hillegom, Lissen en Teylingen klimaatbestendig te maken. Deze pagina gaat over hitte.

Te verwachten verandering volgens KNMI In 2050 moeten we rekening houden met meer hete dagen. De warmste dag van het jaar kan daarbij tot wel 3,3 graad warmer worden dan dat nu het geval is. Het aantal tropische nachten (warmer dan 20 graden) neemt ook toe. We kunnen de grootste opgaven als volgt samenvatten: 1. Voorkomen hittestress en druk op gezondheidssector door toenemende hitte De HLT gemeenten zijn relatief groen. Toch zijn er op dit moment wel enkele gebieden aan te wijzen waar de gevoelstemperatuur door gebrek aan schaduw, groen en water tijdens een hete zomerdag zonder wind oploopt tot boven de 50 graden. Vooral industriegebieden warmen flink op. Op locaties waar kwetsbare groepen verblijven (kwetsbaren, ouderen en kinderen) is genoeg koelte belangrijk. 2. Voorkomen dat belangrijke bruggen niet meer kunnen functioneren. Hitte kan zorgen voor uitzetting van beweegbare bruggen, waardoor deze niet meer kunnen functioneren.

3. Voorkomen opwarming drinkwater Waarschijnlijk zijn er drinkwaterleidingen aan te wijzen waar langdurige hitte ook een probleem kan vormen voor de drinkwaterkwaliteit. We kunnen onze modelinzichten delen met de gebiedspartners zodat zij de knelpunten in kaart kunnen brengen. NB: dit zijn niet (alleen) opgaven voor de gemeenten, maar ook voor gebiedspartners en inwoners.

Bron: Google Streetview

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

10

3. INZICHT IN OPGAVE: DROOGTE Per klimaatthema gaan we dieper in op de grootste opgaven die we zien om Hillegom, Lissen en Teylingen klimaatbestendig te maken. Deze pagina gaat over droogte.

Te verwachten verandering volgens KNMI We moeten in 2050 rekening houden met drogere zomers (tot 13% minder zomerneerslag dan nu). Door hogere temperaturen neemt ook de verdamping toe (tot wel 11%). Het neerslagtekort in de zomer kan daarmee in totaal tot wel 30% toenemen in 2050. Een bijkomende factor is dat de neerslag die er wél valt in de zomer, vaker in korte piekbuien valt. Het watersysteem in HLT is nog niet optimaal ingericht om dat soort piekbuien goed vast te houden en deels in de bodem te infiltreren.

Panden gevoelig voor maaivelddaling Bron: Droogtestresstest Wareco

1. Keringen beschermen tegen droogte Uitdroging van dijken kan een nadelig effect hebben op de stevigheid van dijken. Enkele kades bij de Kagerplassen staan bij Rijnland bekend als droogtegevoelig. We moeten kwetsbaarheden aanpakken en de gevolgen van falen kennen.

2. Landbouw en natuur droogtebestendig maken De bollenstreek, het groen en de Kagerplassen zijn de visitekaartjes van de regio. Droogte en hitte vormen een uitdaging voor de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid. Verzilting door droogte is een probleem in de polders. De opgave en oplossingen moeten nog beter worden onderzocht. 3. Voorkomen schade door bodemdaling Op lokale veenbodems tussen de zandgronden en in de polders treedt bodemdaling op. Bodemdaling veroorzaakt grote schade aan ongefundeerde woningen en alle ondergrondse infra en wegen. We moeten inzetten op vernatting van deze bodem en in meer detail in kaart brengen van de gevoelige gebieden. 4. Voorkomen schade aan woningen Verschillende oude panden (voor 1950) zijn gefundeerd op droogtegevoelige funderingen. Hier moet de grondwaterstand actief op peil worden gehouden. Voor Lisse zijn deze gebieden al goed in beeld. In de andere gemeenten is een inventarisatie gewenst. NB: dit zijn niet (alleen) opgaven voor de gemeenten, maar ook voor gebiedspartners en inwoners.

11

Panden gevoelig voor droogstand houten palen (paalrot) Bron: Droogtestresstest Wareco

3. INZICHT IN OPGAVE: OVERSTROMINGEN Per klimaatthema gaan we dieper in op de grootste opgaven die we zien om Hillegom, Lissen en Teylingen klimaatbestendig te maken. Deze pagina gaat over overstroming.

Te verwachten verandering volgens KNMI Tot 2050 moeten we rekening houden met een zeespiegelstijging van circa 40 cm en een groter risico op dijkdoorbraken. We kunnen de grootste opgaven als volgt samenvatten:

1. Voorkomen slachtoffers bij dijkdoorbraak De norm voor de zeedijken is een faalkans van maximaal eens in de tienduizend jaar. Die van de meeste regionale dijken in HLT is eens in de driehonderd jaar. Daarbij overstromen vooral de diepere polders. In de Poelpolder wonen veel mensen. Daar moet worden nagedacht over hoe om te gaan met nieuwbouw in laag gebied in HLT en bescherming van de inwoners van huidig laag gelegen gebied.

Primaire zeekering en regeionale keringen Bron: Klimaatatlas Zuid-Holland

2. Zorgen voor goede en duidelijke evacuatieroutes In de Poelpolder zijn de meeste woningen hoog genoeg om bij een overstroming te kunnen evacueren naar een hogere verdieping. Bij enkele woningen is dit niet het geval. Voor deze inwoners is een andere route noodzakelijk, en de bewoners van deze panden moeten daarvan op de hoogte zijn. 3. Voorkomen uitval van hoofdstations bij dijkdoorbraak Veiligheidsregio Hollands Midden heeft de risico’s voor veiligheid in de Poelpolder ingeschat op aanzienlijk: uitval dinkwatervoorziening, maatschappelijke ontwrichting, uitval vitale infrastructuur voor nooddiensten. Er moet een plan worden opgesteld hoe hier mee om moet worden gegaan.

NB: dit zijn niet (alleen) opgaven voor de gemeenten, maar ook voor gebiedspartners en inwoners. Fragment uit rapport Impactanalyse Polderclusters Veiligheidsregio Hollands Midden:

Droge verdiepingen bij dijkdoorbraak Bron: Veiligheidsregio Hollands Midden

12

4. INLEIDING STRATEGIE: VIER UITGANGSPUNTEN De uitdagingen zijn nu duidelijk. Daarom kunnen we na gaan denken over de oplossingen. Met onze gebiedspartners hebben vier belangrijke uitgangspunten geformuleerd om het hele gebied klimaatbestendig te maken. Deze thema’s overstijgen de klimaatthema’s (hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen). Gemene deler bij deze uitgangspunten is dat we de samenwerking op moeten zoeken. De gemeenten zijn niet voor alle opgaven aan zet. We adviseren deze uitgangspunten op te nemen in de omgevingsvisies.

Alle nieuwbouw doen we klimaatbestendig .

Beter meteen goed, dan later weer aanpassen. Elke nieuwe ontwikkeling is een kans om de klimaatbestendigheid van het gebied te verbeteren, en de leefbaarheid te vergroten. We mogen daar best eisen aan stellen, zodat toekomstige generaties ook prettig kunnen wonen en werken. Vanaf 2021 houden we met alle ontwerpen en gebiedsontwikkelingen al rekening met het klimaat van 2050.

Bestaand bebouwd gebied maken we klimaatbestendig In de bebouwde kernen wonen en werken de meeste mensen. Maar deze kernen zijn nog niet optimaal ingericht om de klimaateffecten op te vangen. Met slimme ingrepen in de openbare ruimte én initiatief van bewoners en bedrijven op particulier terrein transformeren we onze kernen. Zo blijft het prettig en veilig wonen en werken. In 2022 hebben we een actieplan voor alle droogte-, hitte- en wateroverlastknelpunten. In 2030 zijn deze acties uitgevoerd.

Het buitengebied maken we klimaatbestendig Het cultuurhistorisch landschap, de Bollenstreek, de Kagerplassen en de landbouw geven het gebied een uniek karakter. Het oppervlaktewater- en grondwatersysteem in het buitengebied zijn onze belangrijkste zoetwaterreservoirs, en noodzakelijke buffers in tijden van droogte en hitte. Die moeten we beter gaan benutten. In 2030 kunnen landbouw en natuur ook bij langere periodes van droogte over voldoende zoet water beschikken.

De essentiële infrastructuur maken we klimaatbestendig We zijn afhankelijk van onze essentiele infrastructuur. Onze drinkwatervoorzieningen, gas, elektra, communicatie, dijken, wegen, en transportroutes zien we als vanzelfsprekend. Dat willen we ook onder extremere klimaatomstandigheden zo houden. En mocht er toch iets misgaan, moet ook onze infrastructuur voor (milieu-)crisisbeheersing, evacuatie, escalatie up-to-date zijn. In 2022 hebben we de verantwoordelijkheden helder verdeeld zodat we samen toe kunnen werken naar een klimaatbestendige infrastructuur in 2050.

13

4. STRATEGIE FYSIEK: GROEN EN BLAUW De belangrijkste manieren om het bestaande en nieuwe stedelijke gebied en het landelijk gebied klimaatbestendig te maken zijn water vasthouden waar het kan, vergroenen en bouwen aan een klimaatbestendige infrastructuur. Water vasthouden waar het kan Nu we vaker droogte én vaker piekbuien meemaken, wordt het belang van de ‘sponswerking’ van stedelijk en landelijk gebied duidelijk. Waterlopen, overloopgebieden, daken, verlaagde pleinen en groen, speeltuinen, straten met een speciaal profiel, regentonnen: allemaal locaties waar regenwater zonder schade tijdelijk kan blijven staan. Regen kan op dit soort locaties in de bodem zakken, als voorraad voor perioden zonder regen. Dat kan alleen als er voldoende van dit soort locaties en voorzieningen aanwezig zijn waar regenwater naartoe kan stromen, en langzaam de bodem in kan dringen. Zo houden we water vast, zonder overlast in woningen, wegen en essentiële infrastructuur . In stedelijk gebied ligt hier een nadruk op multifunctioneel ruimtegebruik. In landelijk gebied liggen kansen als we vaker hogere (grond)waterstanden kunnen accepteren las buffer voor droge periodes. Op locaties waar funderingsschade of bodemdaling door laag grondwater op kan treden, reguleren we het grondwaterpeil waar mogelijk.

We zoeken de kansen; we nemen initiatief op openbaar terrein en stimuleren maatregelen op particulier terrein. Zo vangen we dus meerdere vliegen in één klap. We voorkomen wateroverlast en pakken droogte aan. Ook het drinkwaterverbruik voor het sproeien van tuinen neemt af en we verkleinen de kans op overbelasting van het riool, met alle nadelige gevolgen van dien. Versterken groen en biodiversiteit Meer groen (bomen, struiken, planten) dient veel verschillende doelen, en past dus ook in verschillende strategieen. Groen geeft verkoeling in tijden van hitte en legt CO2 vast. Groen draagt bij aan het welzijn van de inwoners. Uit onderzoek blijkt zelfs dat in een groene omgeving agressie afneemt, en mensen hun omgeving positiever beleven. Niet alleen mensen profiteren van groen; ook flora en fauna krijgen meer kansen om zich blijvend te vestigen in de gemeenten. We zien het versterken van groen en biodiversiteit daarom als een krachtige strategie om de kernen leefbaar te houden voor mens en dier, ook bij een veranderend klimaat met meer hitte. Meer groenvakken betekent ook minder verharding, en dus meer infiltratie van regenwater naar het grondwater. En vegetatie komt ook de bodemstructuur ten goede, waardoor water beter kan worden vastgehouden. We zetten dus in op meer groen.

Zowel grootschalig (schaduwrijke groene aders door de kernen) als kleinschalig (geveltuintjes en groen op het dak, waar ruimtes beperkt zijn). Groen hoeft geen extra ruimte te kosten als we goed nadenken over multifunctioneel ruimtegebruik. Robuuste infrastructuur Er liggen ook oplossingen in de techniek en in de ruimtelijke inrichting. Vloeren kunnen we waterdicht maken. Drinkwaterleidingen kunnen we isoleren. Droogtegevoelige funderingen kunnen we vervangen. Ook moeten we nadenken over de locaties van onze kwetsbare infra. Gevoelige objecten voor water moeten we niet op de laagste plek zetten. Gevoelige objecten voor hitte niet vol in de zon.

14

4. STRATEGIE PROCES: SAMENWERKEN EN COMBINEREN De opgave lijkt groot. Dat is deels ook zo. Maar door samenwerken, kennis delen en meekoppelen kunnen we de gemeenten op een efficiënte manier klimaatbestendig maken. Beleidsregels klimaatadaptatie voor nieuwbouw Nieuwe ontwikkelingen brengen kansen met zich mee om de gevolgen van klimaatverandering te beperken en bestaande knelpunten te verhelpen. We adviseren om nieuwbouw van woningen of bedrijven en vernieuwing van de openbare ruimte aan te grijpen om ook aan klimaatadaptatie te werken. Heldere afspaken helpen daarbij, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij het Convenant Klimaatadaptief Bouwen. Deze afspraken kunnen we verankeren in de instrumenten van de Omgevingswet, de LIOR en het Kader Duurzame Gebiedsontwikkeling.

Betrokkenheid inwoners door goed luisteren In de stedelijke kernen ligt een groot deel van de oplossing bij de inwoners en bedrijven. Inwoners en bedrijven kunnen een bijdrage leveren door te vergroenen, tegels uit de tuin/eigen terrein te halen en water te bergen in retentievoorzieningen en regentonnen. Inwoners en bedrijven verdienen dus extra aandacht. We zien op basis van de eerste raadpleging bij inwoners dat de motivatie bestaat om een bijdrage te leveren. Ze geven ook aan meerwaarde te zien in een eventuele tegemoetkoming bijvoorbeeld door het aanbieden van meekoppelkansen, informatievoorziening, het stimuleren van buurtinitiatieven en subsidies. We adviseren om met de bewoners de dialoog aan te durven gaan over de grotere moeilijke opgaven, zoals de op termijn onomkeerbare schade aan woningen en funderingen door droogte en bodemdaling. Duidelijke informatie verstrekken en goed luisteren dus. Een ambassadeur (aanjager) aanwijzen Een ambassadeur (vanuit gemeenten of waterschap) kan borgen dat klimaatadaptatie de nodige aandacht krijgt in de werkprocessen, communicatie, subsidieaanvragen en meekoppelkansen. Zowel in het fysieke domein (zoals juiste richtlijnen meegeven voor nieuwe ontwikkelingen, koppelkansen benutten bij onderhoud en andere transities) als in het sociale domein (zoals communicatie, participatie en stimuleren inwoners en ondernemers).

De ambassadeur borgt dat de visie wordt waargemaakt. Kennisontwikkeling, uitwisseling en handelingsperspectieven Een groot deel van het grondgebied en de netwerken is niet in gemeentelijk bezit en beheer. We merkten tijdens de brede dialoog dat de bij de gemeente aanwezige kennis nog beter gedeeld kan worden tussen partijen. De gemeente kan deze kennisuitwisseling met samenwerkingspartners faciliteren en initiëren. We denken onder andere aan agrariërs, woningbouwcorporaties, bewoners en ondernemers, de milieudienst, GGD, veiligheidsregio (veiligheidsdiensten, ziekenhuizen) en nutsbedrijven. Ieder heeft een eigen rol. Dit betekent dus data delen, dialogen aangaan en werkzaamheden combineren. Er liggen genoeg meekoppelkansen voor een gezamenlijk efficiënte aanpak. Dat geldt overigens zowel voor extern (bijvoorbeeld rioolvervanging combineren met isoleren waterleiding) als intern (maatregelen klimaatadaptatie en energiestrategie samen oppakken). Meenemen in het gewone werk Door klimaatadaptatie een vanzelfsprekend onderdeel te maken van de gemeentelijke werkprocessen, kan de transitie naar klimaatbestendigheid voor een groot deel worden meegenomen in de reguliere werkzaamheden en de LIOR. Rioolvervanging, vervangen bestrating, groot onderhoud: we maken de straten meteen klimaatbestendig.

15

5. INTRODUCTIE AMBITIENIVEAU: KOSTEN EN BATEN Voordat we de werkzaamheden in detail op de agenda zetten, moeten we beslissen hoe hoog we de lat leggen. In lijn met het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie moet de algemene ambitie zijn om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Maar er is geen wettelijk vastgestelde definitie van klimaatbestendigheid. Hoe hoog we de lat leggen om met de opgaven aan de gang te gaan is een keuze voor de individuele gemeenten. Hoe ambitieus is de gemeente, welke klimaateffecten accepteren en welke willen we aanpakken? Om die ambitie beter te kunnen formuleren, beschouwen we de kosten en baten van klimaatadaptatie in de samenwerkende gemeenten. De baten van investeren in klimaatadaptatie zijn al geïntroduceerd: we voorkomen schade, de leefkwaliteit gaat erop vooruit, we geven als gemeente het goede voorbeeld, en we voldoen aan onze zorgplichten. De kosten kunnen we uitdrukken in geld, tijd, ruimte en prioriteit.

16

5. INTRODUCTIE AMBITIENIVEAU: EEN KEUZE Voor deze strategie beschouwen we drie ambitieniveaus: reactief, actief en vooruitstrevend. In het kort zijn die als volgt te beschrijven:

Reactief:

Gemeente handelt reactief bij overlast door extreem weer. We passen de buitenruimte niet aan om overlast te voorkomen. We moeten rekening houden met flinke schadeposten.

Actief:

Gemeente combineert reguliere projecten met klimaatadaptatie. Soms betekent dit op projectniveau wel enige aanvullende kosten. Zo voorkomen we overlast en schade in de toekomst efficiënt. Dit vraagt ook om het herprioriteren van projecten waar kansen liggen voor de meest urgente klimaatknelpunten. De gemeente moet rekening houden met meer onderzoekskosten, afstemming en procesbegeleiding. We gebruiken de impulsregeling van het rijk om de meest urgente knelpunten op te lossen, waar alleen meekoppelen niet volstaat.

Vooruitstrevend:

Als actief, maar gemeente wacht niet op meekoppelkansen. Dit vraagt om investeringen in opzichzelfstaande grootschalige projecten op het gebied van klimaatadaptatie. We pionieren daarbij met grootschalige innovatieve oplossingsrichtingen. De gemeente neemt ook de trekkersrol op zich voor klimaatadaptatie in landelijk gebied.

17

5. INTRODUCTIE AMBITIENIVEAU: VOORNAAMSTE BATEN Ter ondersteuning van de afweging van het ambitieniveau kijken we in wat meer detail naar de kosten en de baten van klimaatadaptieve maatregelen. We beginnen met de baten. Op basis van de vier uitgangspunten in hoofdstuk 4, hebben we een beeld geschetst van de kwalitatieve baten van klimaatadaptatie. Door als gemeenten te werken aan klimaatbestendigheid, werken we ook aan de leefbaarheid, het vestigingsklimaat, voldoen we aan onze zorgplichten en geven we het goede voorbeeld aan onze inwoners en gebiedspartners waar we ook wat van verwachten. Maar de voornaamste reden om te investeren in klimaatadaptatie is misschien wel om ons te behoeden voor onacceptabele fysieke en immateriële schade. De landelijk gehanteerde klimaatschadeschatter geeft een indicatie van de fysieke schadebedragen door klimaatverandering in HLT tot aan 2050

Waterschade tot 2050 Hillegom 18 tot 32 miljoen euro Lisse 22 tot 33 miljoen euro Teylingen 30 tot 49 miljoen euro

Droogteschade tot 2050

Hitteschade tot 2050

11 tot 69 miljoen euro 13 tot 68 miljoen euro 51 tot 196 miljoen euro

7 tot 8 miljoen euro 8 tot 9 miljoen euro 13 tot 14 miljoen euro

* De schadebedragen van droogte hebben een enorme marge. Dit heeft vooral te maken met de onzekerheden over de gevolgen van droogte op bodemdaling en funderingsschade Als we geen investeringen doen, moeten we dus rekening houden met dit soort schadebedragen in de periode tot 2050. Niet al deze schadebedragen zullen bij de gemeenten terecht komen, een deel komt ter rekening van inwoners, vastgoedbezitters, bedrijven en organisaties. De gemeenten hebben daarbij vanuit de zorgplichten wel een verantwoordelijkheid. Ook zal een deel van de schade (zoals schade aan de openbare ruimte, gemeentelijk vastgoed, de wegen en het riool) wel voor rekening zijn van de gemeente. Dit type schade kan tevens indirecte gevolgen hebben voor de volksgezondheid. Deze beschouwing maakt een keuze voor ambitieniveau ‘reactief’ eigenlijk al onverantwoord.

18

5. INTRODUCTIE AMBITIENIVEAU: VOORNAAMSTE KOSTEN De verschillende ambitieniveaus brengen andere soorten kosten met zich mee. Een eerste overzicht: Ambitieniveau ‘reactief’ We investeren geen extra tijd, ruimte en geld. We herprioriteren niet op klimaatadaptatie en accepteren de nadelige gevolgen. Ambitieniveau ‘actief’ Om de gemeenten voldoende klimaatbestendig in te richten is het nodig om werkprocessen anders in te richten en werkzaamheden anders uit te voeren en mogelijk te her-prioriteren. Uitgangspunten daarbij zijn, dat we genoeg maatregelen nemen om in 2050 klimaatbestendig te zijn en dat we geen beroep kunnen doen op grootschalige extra budgetten. Dit is mogelijk. De werkzaamheden zullen dan goed gecoördineerd moeten worden, zodat deze kunnen worden gefinancierd op basis van meekoppelen, ingrepen borgen in bestaande werkprocessen, in stelling brengen van inwoners en gebiedspartners en in extreme gevallen herprioriteren van gemeentelijke werkzaamheden. Ambitieniveau ‘actief’ brengt investeringen met zich mee die zich vanzelfsprekend terugverdienen: • Aanstellen coördinator klimaatadaptatie met een onderzoeksbudget. Iemand die borgt dat klimaatadaptatie de nodige plek krijgt in alle gemeentelijke werkprocessen.

Zowel in het fysieke domein (zoals juiste richtlijnen meegeven voor nieuwe ontwikkelingen, meekoppelkansen benutten bij onderhoud en andere transities) als in bedrijfsvoering (zoals communicatie en stimuleren inwoners en bedrijven). Daarbij is een onderzoeksbudget essentieel om een praktisch en concreet actieplan per buurt uit te kunnen rollen. • Coördinator aanwijzen om tegemoetkomingen vanuit het rijk te benutten. Het rijk stelt via verschillende kanalen geld beschikbaar om Nederland klimaatbestendig te maken. Een belangrijke is de Impulsregeling Klimaatadaptatie. Als de gemeenten hier maximaal gebruik van willen maken, moet daar al in 2021 werk van worden gemaakt (in afstemming met de werkregio). Deze tegemoetkomingen geven de gemeenten belangrijke financiële ruimte om klimaatbestendige meekoppelkansen te benutten (zie volgende punt). • Meekoppelkansen in kaart brengen en benutten met betrekking tot groot onderhoud en overige transities en opgaven (energietransitie en woningbouwopgave). Concrete fysieke maatregelen voor sponswerking, vergroening en veiligheid toevoegen aan plannen. Meekoppelen betekent kostenefficiëntie, maar niet dat het niks kost. Klimaatbestendige oplossingen kunnen eenmalige meerkosten meebregen, en door bijvoorbeeld meer groen soms ook meer onderhoudskosten betekenen. We gaan er wel vanuit dat deze investeringen zich terugverdienen door minder schade.

• Tegemoetkomen van- en samenwerken met inwoners en gebiedspartners. Ook het inventariseren van meekoppelkansen met gebiedspartners behoeft aandacht: als bijvoorbeeld nutsbedrijven, waterschap of omgevingsdienst fysieke ingrepen doen in de openbare ruimte, kan de gemeente hierop aanhaken (en andersom). Ambitieniveau ‘vooruitstrevend’ Dit niveau brengt aanvullende innovatieve investeringen mee waarmee de gemeenten zich kunnen profileren als koplopers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan innovatieve diepe ondergrondse waterbuffers of het met prioriteit aanleggen van grootschalige schaduwrijke groene routes. Ook kunnen de gemeenten zich committeren aan vooruitstrevende doelen zoals ‘waterneutrale wijken’ of ‘de eerste gemeente met actief grondwaterpeilbeheer in elke straat’, of grootschalige subsidieregelingen om gebiedspartners mee te krijgen. Dit soort innovatieve koplopersambities vragen om grotere investeringen, en leveren op de lange termijn ook grotere baten op, op het gebied van leefbaarheid, vestigingsklimaat, kennis en een verdere reductie van klimaatschade.

19

5. INTRODUCTIE AMBITIENIVEAU: ONS ADVIES Op basis van de stresstesten, de gevoerde gesprekken met de gebiedspartnersen en de medewerkers van de gemeente en de geïdentificeerde opgaven kunnen we een advies uitbrengen over het meest geschikte ambitieniveau voor de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. Ons advies: ambitieniveau actief Onderbouwing: In Hillegom, Lisse en Teylingen gaat al veel goed op het gebied van klimaatadaptatie. Zo zijn de gemeenten bijvoorbeeld al relatief groen en wordt er in sommige beleidsplannen en projectmatig al aandacht besteedt aan klimaatbestendig waterbeheer en duurzame gebiedsontwikkeling. Toch liggen er zeker nog opgaven. Als we de drie gemeenten voor 2050 klimaatbestendig willen maken, is niets doen daarom geen optie. De investeringen die horen bij het ambitieniveau actief, zullen zich terugbetalen.

Reactief: te veel schade

Ook zien we grote waarde in een gelijk ambitieniveau in de drie gemeenten. Zo kunnen belangrijke beleidsplannen waarin klimaatadaptatie een rol speelt ook eenvoudiger samen worden opgepakt. Een voorbeeld daarvan is het integraal water beheerplan. Gezien de financiële ruimte die de gemeenten hebben, wordt een hoger ambitieniveau op dit moment niet als realistisch beschouwd. Dat betekent overigens niet dat we kosteneffectieve innovatieve of vooruitstrevende plannen uit de weg gaan. Maar koploper zijn maken we geen doel apart.

actief: past bij deze samenwerkende gemeenten

Vooruitstrevend: te duur

20

6. VERVOLG: UITVOERINGSPROGRAMMA EN VERANKERING Als de gemeenten een ambitieniveau hebben uitgesproken kunnen we toewerken naar een concreet uitvoeringsprogramma. In het programma worden we weer een stap concreter. We weten nu al de opgaven op hoofdlijnen (zie hoofdstuk 3) en hoe we die opgaven kunnen gaan invullen (de strategie uit hoofdstuk 4). In het uitvoeringsprogramma gaan we dat concreter maken. We zoomen in op wijkniveau en voeren verdiepende score-analyses uit. Zo werken we toe naar een uitvoeringsprogramma eind 2021.

Ambitie uitspreken

Bepalen opgaven per wijk, prioritaire knelpunten per gemeente en meekoppelkansen (juni-juli 2021)

Per wijk verschillende oplossingen uitwerken, inclusief kosten en baten (juli-september 2021)

Uitvoeringsprogramma opstellen en verankeren in omgevingsvisie –plan en programma (okt-dec 2021)

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1405/documents/17288