CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was wordt lijst Verordening maatschappelijke ondersteuning Hillegom 2020.pdf

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: Verordening maatschappelijke ondersteuning Hillegom 2020, derde wijziging30.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Artikel 17. Betrekken van ingezetenen bij het beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet. Met het derde lid wordt het aan het Dagelijks Bestuur overgelaten om de exacte invulling van de medezeggenschap vorm te geven. Artikel 18. Right to Challenge Artikel 2.6.7 lid 1 van de wet maakt het mogelijk dat ingezetenen en maatschappelijke initiatieven in aanmerking komen voor het uitvoeren van taken op grond van de WMO 2015. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald welke eisen gelden voor het door ingezetenen en maatschappelijke initiatieven laten uitvoeren van taken van het college en op welke wijze en aan de hand van welke criteria de effecten worden geëvalueerd. Met dit artikel wordt het, naar Brits voorbeeld, mogelijk dat een ‘right to challenge’ wordt toegepast. Het college hecht veel waarde aan initiatieven van inwoners en wil graag dat deze initiatieven ook tot uiting komen. Daarom moeten inwoners de gemeente kunnen uitdagen om (een deel van) de maatschappelijke ondersteuning, beter uit te voeren dan de gemeente dat doet of de door de gemeente gecontracteerde maatschappelijke partners. Door deze mogelijkheid in de verordening op te nemen, onderstreept het college het belang van inwoners die initiatief nemen.

Het Right to Challenge is opgenomen in de Transformatieagenda 2017-2018 van vier gemeenten in de Bollenstreek, te weten Lisse, Hillegom, Teylingen en Noordwijk. Dit artikel geldt alleen voor de gemeente Hillegom. a. Bekendmaking van de mogelijkheid de gemeente uit te dagen In lid 1 wordt geregeld dat er actief over de “Right to Challenge” wordt gecommuniceerd. Dit kan door op de gemeentelijke website hier aandacht aan te besteden, door in gesprek te gaan met bijvoorbeeld wijkverenigingen of organisaties die zich rechtsreeks richten tot de cliënten (zoals MEE en andere ondersteuners van cliënten) en mantelzorgers. b. Het moment waarop de gemeente uitgedaagd kan worden Lid 2: Gemeenten kiezen soms voor meerjarige contracten, dan zou het onmogelijk zijn tussentijds aanpassingen te doen. Als een gemeente voor een periode langer dan een jaar contracten aangaat, dan komt daar een bepaling in dat jaarlijks aanpassingen mogelijk zijn. Zeker in de beginfase zal de gemeente ook het volume van de ondersteuning niet voor jaren willen vastleggen. c. Hoe het zich verhoudt tot de inkoop van een kavel van maatschappelijke ondersteuning Lid 2 spreekt over “(delen van) de taken”, zonder dit in detail vast te leggen kunnen inwoners dus ook kleinschalige initiatieven

ontplooien voor een buurtje of een deel van een specifieke groep cliënten. d. De continuïteitseisen Lid 3 gaat in op een reëel risico van bewonersinitiatieven: de continuïteit. Het oprichten van een rechtspersoon geeft de cliënt en de gemeente een basis van zekerheid. Uiteraard kijkt de gemeente ook naar andere elementen, zoals de betrokkenheid van een professionele organisatie (kan een zorgaanbieder zijn, maar ook een bedrijf of wijkvereniging). In lid 5 is vastgelegd dat een plan niet een idee van één individu kan zijn, maar een breder draagvlak moet hebben. In de praktijk moet blijken hoe levensvatbaar de ideeën van uitdagers zijn, het is niet wenselijk in de verordening te veel drempels op te werpen. e. Aan welke kwaliteitseisen dient een initiatief te voldoen, in vergelijking met de algemeen geldende lokaal vastgelegde kwaliteitseisen In de verordening staat al aan welke kwaliteitseisen de maatschappelijke ondersteuning moet voldoen. Uiteraard dienen de uitdagers ook aan deze eisen te voldoen. Eventueel aanvullende eisen kunnen daarom alleen betrekking hebben op continuïteit en mogelijk de kwaliteit van de betrokkenen die geen zorgprofessional zijn. In het plan moeten de uitdagers daar aandacht aan besteden. Door dit zo op te nemen in de verordening kan de gemeente hier het plan ook op toetsen. f.

Begeleiding van initiatieven in de beginfase en in de uitvoeringsfase In de praktijk blijken goede ideeën vaak gesmoord te worden in de beginfase, waarin de initiatiefnemers uitvinden aan welke gemeentelijke eisen moeten worden voldaan. De tijd die aan dergelijke “bijzaken” dient te worden besteed is redelijk hoog. Dit bevordert de motivatie over het algemeen niet. Lid 6 sub b komt hieraan tegemoet, door het college een rol te geven in de begeleiding van initiatieven in de beginfase en uitvoeringsfase. g. Verantwoording aan de gemeente Het mooie van initiatieven van onderop is dat ze de logica van de burger volgen. Maar als ze de gemeente uitdagen dat ze zaken beter kunnen organiseren, dienen ze wel tot op zekere hoogte zich te voegen naar de werkwijze van de gemeente. Met lid 6 sub c wordt voorkomen dat een initiatief ten onder zou kunnen gaan, omdat zij de verantwoording volgens de gemeentelijke systematiek niet goed op orde krijgen. h. Klachtenregeling De klachtregeling van aanbieders is in de verordening Wmo geregeld. Voor kleine aanbieders kan dit een probleem vormen. Deels vanwege hun lage overhead (de afhandeling van klachten valt onder overhead), deels omdat de relatie tussen cliënt en

ontplooien voor een buurtje of een deel van een specifieke groep cliënten. d. De continuïteitseisen Lid 3 gaat in op een reëel risico van bewonersinitiatieven: de continuïteit. Het oprichten van een rechtspersoon geeft de cliënt en de gemeente een basis van zekerheid. Uiteraard kijkt de gemeente ook naar andere elementen, zoals de betrokkenheid van een professionele organisatie (kan een zorgaanbieder zijn, maar ook een bedrijf of wijkvereniging). In lid 5 is vastgelegd dat een plan niet een idee van één individu kan zijn, maar een breder draagvlak moet hebben. In de praktijk moet blijken hoe levensvatbaar de ideeën van uitdagers zijn, het is niet wenselijk in de verordening te veel drempels op te werpen. e. Aan welke kwaliteitseisen dient een initiatief te voldoen, in vergelijking met de algemeen geldende lokaal vastgelegde kwaliteitseisen In de verordening staat al aan welke kwaliteitseisen de maatschappelijke ondersteuning moet voldoen. Uiteraard dienen de uitdagers ook aan deze eisen te voldoen. Eventueel aanvullende eisen kunnen daarom alleen betrekking hebben op continuïteit en mogelijk de kwaliteit van de betrokkenen die geen zorgprofessional zijn. In het plan moeten de uitdagers daar aandacht aan besteden. Door dit zo op te nemen in de verordening kan de gemeente hier het plan ook op toetsen. f.

Begeleiding van initiatieven in de beginfase en in de uitvoeringsfase In de praktijk blijken goede ideeën vaak gesmoord te worden in de beginfase, waarin de initiatiefnemers uitvinden aan welke gemeentelijke eisen moeten worden voldaan. De tijd die aan dergelijke “bijzaken” dient te worden besteed is redelijk hoog. Dit bevordert de motivatie over het algemeen niet. Lid 6 sub b komt hieraan tegemoet, door het college een rol te geven in de begeleiding van initiatieven in de beginfase en uitvoeringsfase. g. Verantwoording aan de gemeente Het mooie van initiatieven van onderop is dat ze de logica van de burger volgen. Maar als ze de gemeente uitdagen dat ze zaken beter kunnen organiseren, dienen ze wel tot op zekere hoogte zich te voegen naar de werkwijze van de gemeente. Met lid 6 sub c wordt voorkomen dat een initiatief ten onder zou kunnen gaan, omdat zij de verantwoording volgens de gemeentelijke systematiek niet goed op orde krijgen. h. Klachtenregeling De klachtregeling van aanbieders is in de verordening Wmo geregeld. Voor kleine aanbieders kan dit een probleem vormen. Deels vanwege hun lage overhead (de afhandeling van klachten valt onder overhead), deels omdat de relatie tussen cliënt en

aanbieder heel direct is en daarmee het indienen van een klacht meestal direct gevolgen heeft voor de relatie tussen hulpverlener en cliënt. Het is daarom aan te bevelen bij de afhandeling van klachten een externe partij een rol te geven. Artikel 19. Besluitvorming, nadere regels en nadere voorwaarden Dit artikel bepaalt dat het Dagelijks Bestuur belast is met de uitvoering van de Verordening en het Financieel Besluit en de Beleidsregels vaststelt. Artikel 20. Hardheidsclausule Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het Dagelijks Bestuur er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te verwachten is, Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet redelijke of billijke situatie biedt de hardheidsclausule een oplossing. De belanghebbende kan dan ook een beroep doen op deze clausule. Artikel 21. Indexering Dit artikel maakt het mogelijk alle bedragen, zoals opgenomen in het op de verordening gebaseerde Besluit financiële bijdragen maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek, te indexeren.

Indexering voor de meeste van de op deze verordening gebaseerde normbedragen vindt plaats volgens het CBS-prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie. Bij Algemene Maatregel van Bestuur, artikel 4.4, lid 1, is besloten dat ook de bedragen van de eigen bijdragen jaarlijks aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie worden gewijzigd bij ministeriële regeling. Artikel 22 Evaluatie De wet vereist evaluatie. Dit artikel biedt de mogelijkheid deze evaluatie in de tijd vast te leggen. Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze Verordening en hoe deze verordening geciteerd kan worden.

aanbieder heel direct is en daarmee het indienen van een klacht meestal direct gevolgen heeft voor de relatie tussen hulpverlener en cliënt. Het is daarom aan te bevelen bij de afhandeling van klachten een externe partij een rol te geven. Artikel 19. Besluitvorming, nadere regels en nadere voorwaarden Dit artikel bepaalt dat het Dagelijks Bestuur belast is met de uitvoering van de Verordening en het Financieel Besluit en de Beleidsregels vaststelt. Artikel 20. Hardheidsclausule Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat zal het Dagelijks Bestuur er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te verwachten is, Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet redelijke of billijke situatie biedt de hardheidsclausule een oplossing. De belanghebbende kan dan ook een beroep doen op deze clausule. Artikel 21. Indexering Dit artikel maakt het mogelijk alle bedragen, zoals opgenomen in het op de verordening gebaseerde Besluit financiële bijdragen maatschappelijke ondersteuning ISD Bollenstreek, te indexeren.

Indexering voor de meeste van de op deze verordening gebaseerde normbedragen vindt plaats volgens het CBS-prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie. Bij Algemene Maatregel van Bestuur, artikel 4.4, lid 1, is besloten dat ook de bedragen van de eigen bijdragen jaarlijks aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie worden gewijzigd bij ministeriële regeling. Artikel 22 Evaluatie De wet vereist evaluatie. Dit artikel biedt de mogelijkheid deze evaluatie in de tijd vast te leggen. Artikel 23. Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze Verordening en hoe deze verordening geciteerd kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1535/documents/19342