CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Was wordt lijst Verordening maatschappelijke ondersteuning Hillegom 2020.pdf

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: Verordening maatschappelijke ondersteuning Hillegom 2020, derde wijziging30.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

De raad van de gemeente Hillegom; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 21 april 2020; gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Overwegende dat burgers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven; dat van burgers verwacht mag worden dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan; dat burgers die zelf, dan wel samen met personen in hun omgeving onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie, een beroep moeten kunnen doen op ondersteuning door de gemeente, zodat zij zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; dat het noodzakelijk is om regels vast te stellen ter uitvoering van het beleidsplan als bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet met betrekking tot de ondersteuning bij de versterking van de zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen, beschermd wonen en opvang, en dat het noodzakelijk is om de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking te bevorderen en daarmee bij te dragen aan het realiseren van een inclusieve samenleving; besluit vast te stellen: verordening

maatschappelijke ondersteuning Hillegom 2020, Bestaande tekst HOOFDSTUK 1 - BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; b. Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; d. Bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet e. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk, zoals samengesteld conform de Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek f. Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet g. Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; h. Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de wet;

Nieuwe tekst HOOFDSTUK 1 - BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; b. Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning; c. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; d. Bijdrage: bijdrage als bedoeld in de artikelen 2.1.4 en 2.1.4a van de wet e. Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk, zoals samengesteld conform de Gemeenschappelijke Regeling ISD Bollenstreek f. Gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet g. Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; h. Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1 van de wet;

i. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; j. Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; k. Opvang: bieden van onderdak voor slachtoffers van huiselijk geweld en dak- en thuislozen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. l. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; m. Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; m. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, als gevolg van problemen die iemand op grond van zijn psyche ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving n. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. o. Wonen met ondersteuning: Ondersteuning en huisvesting in de zin van artikel 1.2.1 lid b van de Wmo 2015, met flexibele en oproepbare ondersteuning en/of toezicht voor inwoners die door een psychische of psychosociale of psychiatrisch ziektebeeld behoefte hebben aan een vorm van wonen met begeleiding en of toezicht.

HOOFDSTUK 2 – DE AANVRAAG Artikel 2. Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.

i. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; j. Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; k. Opvang: bieden van onderdak voor slachtoffers van huiselijk geweld en dak- en thuislozen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015. l. Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; m. Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze wet waarop de persoon of het gezin aanspraak kan maken, dan wel een beroep kan doen waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; m. Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, als gevolg van problemen die iemand op grond van zijn psyche ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving n. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. o. Wonen met ondersteuning: Ondersteuning en huisvesting in de zin van artikel 1.2.1 lid b van de Wmo 2015, met flexibele en oproepbare ondersteuning en/of toezicht voor inwoners die door een psychische of psychosociale of psychiatrisch ziektebeeld behoefte hebben aan een vorm van wonen met begeleiding en of toezicht.

HOOFDSTUK 2 – DE AANVRAAG Artikel 2. Procedureregels aanvraag maatschappelijke ondersteuning Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet bij nadere regeling op welke wijze in samenspraak met de cliënt wordt vastgesteld of de cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt.

Artikel 3. Aanvraag 1. De aanvraag om een maatwerkvoorziening kan worden ingediend op een door het Dagelijks Bestuur beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 2. Het Dagelijks Bestuur kan een ondertekend verslag van het gesprek (artikel 2.3.2 achtste lid Wet) aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. 3. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de beslistermijn als bedoeld in artikel 2.3.5. tweede lid van de wet op te schorten indien dit voor de beoordeling van aanspraak op, dan wel welke maatwerkvoorzieningen een passende bijdrage kan leveren een deskundigenadvies nodig is.

Artikel 3. Aanvraag 1. De aanvraag om een maatwerkvoorziening kan worden ingediend op een door het Dagelijks Bestuur beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 2. Het Dagelijks Bestuur kan een ondertekend verslag van het gesprek (artikel 2.3.2 achtste lid Wet) aanmerken als aanvraag als de cliënt dat op het verslag heeft aangegeven. 3. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd de beslistermijn als bedoeld in artikel 2.3.5. tweede lid van de wet op te schorten indien dit voor de beoordeling van aanspraak op, dan wel welke maatwerkvoorzieningen een passende bijdrage kan leveren een deskundigenadvies nodig is.

4. Het Dagelijks Bestuur merkt een aanvraag vergezeld van een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, welke naar oordeel van het Dagelijks Bestuur gedateerde informatie bevat, aan als een melding

4. Het Dagelijks Bestuur merkt een aanvraag vergezeld van een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek, welke naar oordeel van het Dagelijks Bestuur gedateerde informatie bevat, aan als een melding

HOOFDSTUK 3 – BEOORDELING VAN DE AANSPRAAK Artikel 4. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het Dagelijks Bestuur neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de ISD Bollenstreek gemeenten komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. e. met een uitzondering voor wonen met ondersteuning en opvang, de cliënt heeft of zal zijn hoofdverblijf in de ISD Bollenstreek gemeenten of gemeente Katwijk hebben. 3. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het tweede lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de wet bedoelde onderzoek en indien aanwezig persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven 4.

Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt met voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 5. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vierde lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de wet bedoelde onderzoek en indien aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan

HOOFDSTUK 3 – BEOORDELING VAN DE AANSPRAAK Artikel 4. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Het Dagelijks Bestuur neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. 2. Een cliënt die zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in de ISD Bollenstreek gemeenten komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. e. met een uitzondering voor wonen met ondersteuning en opvang, de cliënt heeft of zal zijn hoofdverblijf in de ISD Bollenstreek gemeenten of gemeente Katwijk hebben. 3. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het tweede lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de wet bedoelde onderzoek en indien aanwezig persoonlijk plan, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven 4.

Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving voor zover de cliënt met voor zover de cliënt deze problemen naar het oordeel van het Dagelijks Bestuur niet: a. op eigen kracht; b. met gebruikelijke hulp; c. met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; dan wel d. met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. 5. De maatwerkvoorziening als bedoeld in het vierde lid levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 van de wet bedoelde onderzoek en indien aanwezig het persoonlijk plan, een passende bijdrage aan

het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 6. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning: a. voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b. voorzienbaar was, maar van cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 7. Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: a. Deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen en deze noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was; b. Deze als goedkoopst adequate bijdrage aan te merken is; c. Deze in overwegende mate op de cliënt is gericht 8. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het Dagelijks Bestuur verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a.

tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 6. Ten aanzien van een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie geldt dat een cliënt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking komt als de noodzaak tot ondersteuning: a. voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b. voorzienbaar was, maar van cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de hulpvraag overbodig had gemaakt. 7. Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: a. Deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen en deze noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was; b. Deze als goedkoopst adequate bijdrage aan te merken is; c. Deze in overwegende mate op de cliënt is gericht 8. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het Dagelijks Bestuur verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a.

tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 5. Advisering 1. Het Dagelijks Bestuur kan om deskundigenadvies vragen indien: a. het onduidelijk is of en zo ja, welke beperkingen de cliënt ondervindt en wat de prognose daarvan is; b. het Dagelijks Bestuur voornemens is de aanvraag om medische redenen af te wijzen; c. het Dagelijks Bestuur dat overigens gewenst vindt. 2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om, voor zover dit van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, de cliënt of bij gebruikelijke hulp de personen die tot de leefeenheid van de cliënt behoren:

Artikel 5. Advisering 1. Het Dagelijks Bestuur kan om deskundigenadvies vragen indien: a. het onduidelijk is of en zo ja, welke beperkingen de cliënt ondervindt en wat de prognose daarvan is; b. het Dagelijks Bestuur voornemens is de aanvraag om medische redenen af te wijzen; c. het Dagelijks Bestuur dat overigens gewenst vindt. 2. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om, voor zover dit van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, de cliënt of bij gebruikelijke hulp de personen die tot de leefeenheid van de cliënt behoren:

a. Uit te nodigen om nadere informatie te verstrekken op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen plaats en tijdstip; b. Uit te nodigen voor een (nader) onderzoek door een of meer daartoe aangewezen medische- of andere deskundigen op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen plaats en tijdstip

a. Uit te nodigen om nadere informatie te verstrekken op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen plaats en tijdstip; b. Uit te nodigen voor een (nader) onderzoek door een of meer daartoe aangewezen medische- of andere deskundigen op een door het Dagelijks Bestuur te bepalen plaats en tijdstip

Artikel 6. Inhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt en hoe met de voorziening moet worden omgegaan. 2. Indien andere voorzieningen relevant zijn kan dit in de beschikking worden aangegeven. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld e. hoe met de voorziening moet worden omgegaan, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

Artikel 6. Inhoud beschikking 1. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt en hoe met de voorziening moet worden omgegaan. 2. Indien andere voorzieningen relevant zijn kan dit in de beschikking worden aangegeven. 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. voor welk resultaat het pgb kan worden aangewend; b. welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb; c. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen; d. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld e. hoe met de voorziening moet worden omgegaan, en f. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb. 4. Als sprake is van een te betalen bijdrage wordt de cliënt daarover in de beschikking geïnformeerd.

HOOFDSTUK 4 – PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel 7. Regels voor pgb 1. Het Dagelijks Bestuur verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het Dagelijks Bestuur geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen,

HOOFDSTUK 4 – PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel 7. Regels voor pgb 1. Het Dagelijks Bestuur verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het Dagelijks Bestuur geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3. De hoogte van een pgb: a. wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden; b. wordt berekend op basis van een prijs of tarief waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen,

woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, van derde te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de ISD Bollenstreek gemeenten beschikbare maatwerkvoorziening in natura en voor wonen met ondersteuning de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk beschikbare maatwerkvoorzieningen. 4. De hoogte van een pgb voor: a. een voorziening wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de voorziening technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de ISD Bollenstreek te ontvangen korting – voor zover de klant daar ook aanspraak op kan maken- en rekening houdend met onderhoud en verzekering; b. hulp bij het huishouden: 1.

categorie 1, 2 en 3 door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. categorie 1, 2 en 3 door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief. 3. categorie 1,2 en 3 door een persoon uit het sociale netwerk of persoon met een arbeidsverhouding als bedoel in artikel 5, eerste lid van de Wet op de loonbelasting 1964, wel of niet daartoe opgeleid : op basis van [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 50% met een maximum tot het tarief genoemd in artikel 5.22 Regeling langdurige zorg, zogenoemde Sociaal Netwerk tarief. c. reguliere individuele begeleiding en wonen met begeleiding: 1. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per

woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, van derde te betrekken, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering, en c. bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate in de ISD Bollenstreek gemeenten beschikbare maatwerkvoorziening in natura en voor wonen met ondersteuning de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk beschikbare maatwerkvoorzieningen. 4. De hoogte van een pgb voor: a. een voorziening wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de voorziening technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de ISD Bollenstreek te ontvangen korting – voor zover de klant daar ook aanspraak op kan maken- en rekening houdend met onderhoud en verzekering; b. hulp bij het huishouden: 1.

categorie 1, 2 en 3 door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder; zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. categorie 1, 2 en 3 door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief. 3. categorie 1,2 en 3 door een persoon uit het sociale netwerk of persoon met een arbeidsverhouding als bedoel in artikel 5, eerste lid van de Wet op de loonbelasting 1964, wel of niet daartoe opgeleid : op basis van [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 50% met een maximum tot het tarief genoemd in artikel 5.22 Regeling langdurige zorg, zogenoemde Sociaal Netwerk tarief. c. reguliere individuele begeleiding en wonen met begeleiding: 1. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per

uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief. 3. uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of door een niet daartoe opgeleid persoon wordt aangesloten bij het in het tweede lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk, het zogenoemde Sociaal netwerk tarief. d. gespecialiseerde individuele begeleiding: 1. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief. 3.

uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of door een niet daartoe opgeleid persoon wordt bij het in het tweede lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk, het zogenoemde Sociaal netwerk tarief. e. reguliere dagbesteding regulier dagbesteding met laag intensieve ondersteuning: 1. uitgevoerd door daartoe opgeleide persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek gecontracteerde aanbieder en voor wonen met ondersteuning van de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk, zogenoemde Zorginstellingstarief 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief; f. gespecialiseerde dagbesteding gespecialiseerde dagbesteding met hoog intensieve ondersteuning:

uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief. 3. uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of door een niet daartoe opgeleid persoon wordt aangesloten bij het in het tweede lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk, het zogenoemde Sociaal netwerk tarief. d. gespecialiseerde individuele begeleiding: 1. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief. 3.

uitgevoerd door een persoon uit het sociale netwerk of door een niet daartoe opgeleid persoon wordt bij het in het tweede lid van artikel 5.22 van de Regeling langdurige zorg genoemde gangbare tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk, het zogenoemde Sociaal netwerk tarief. e. reguliere dagbesteding regulier dagbesteding met laag intensieve ondersteuning: 1. uitgevoerd door daartoe opgeleide persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek gecontracteerde aanbieder en voor wonen met ondersteuning van de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk, zogenoemde Zorginstellingstarief 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief; f. gespecialiseerde dagbesteding gespecialiseerde dagbesteding met hoog intensieve ondersteuning:

1. uitgevoerd door daartoe opgeleide personen in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek gecontracteerde aanbieder, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief; g. kortdurend verblijf- en respijtzorg en ondersteuning met wonen. 1. Uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief per etmaal dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek gecontracteerde aanbieder en voor wonen met ondersteuning de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2.

uitgevoerd door een daartoe opgeleide persoon niet in dienst van een zorgaanbieder (geen persoon uit het sociaal netwerk): op basis van het toepasselijke tarief per etmaal dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek voor wonen met ondersteuning de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk gecontracteerde aanbieder met een korting van 20% h. vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg; i. een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; j. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; 5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief, en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.

1. uitgevoerd door daartoe opgeleide personen in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek gecontracteerde aanbieder, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2. uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon niet in dienst bij een zorgaanbieder: op basis van het [laagste] toepasselijke tarief per uur of resultaat dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde aanbieder met een korting van 20%, zogenoemde ZZP tarief; g. kortdurend verblijf- en respijtzorg en ondersteuning met wonen. 1. Uitgevoerd door een daartoe opgeleid persoon in dienst van een zorgaanbieder: op basis van het toepasselijke tarief per etmaal dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek gecontracteerde aanbieder en voor wonen met ondersteuning de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk, zogenoemde Zorginstellingstarief. 2.

uitgevoerd door een daartoe opgeleide persoon niet in dienst van een zorgaanbieder (geen persoon uit het sociaal netwerk): op basis van het toepasselijke tarief per etmaal dat hiervoor zou worden gehanteerd door een door de ISD Bollenstreek voor wonen met ondersteuning de gecontracteerde partijen door de gemeente in de ISD Bollenstreek gemeenten en gemeente Katwijk gecontracteerde aanbieder met een korting van 20% h. vervoer van en naar de dagbesteding: op basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd bij de uitvoering van de Wet langdurige zorg; i. een autoaanpassing: op basis van de laagste kostprijs van de noodzakelijke aanpassingen die hiervoor zou worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; j. aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel: op basis van de laagste prijs en het laagste tarief die hiervoor zouden worden gehanteerd door een door de gemeente gecontracteerde leverancier; 5. Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk als: a. deze persoon hiervoor een tarief hanteert dat niet hoger is dan het op grond van het derde en vierde lid gehanteerde tarief, en b. tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.

HOOFDSTUK 5 – BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel 8. Algemene voorziening en Maatwerkvoorziening 1. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening 2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 3. In afwijking van het tweede lid kan het Dagelijks Bestuur bij nadere regels vaststellen voor welke maatwerkvoorziening geen eigen bijdrage verschuldigd is. 4. De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening. Cliënten die gebruik maken van beschermd wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang blijven de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen, met dien verstande dat de vermogensinkomensbijtelling van 8% naar 4% gaat. De kostprijs van: a. een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. b. een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. c. een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 5. De kostprijs van: a.

een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. b. een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. c. een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 6. Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: a. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 jaar bedraagt € 0,19 per kilometer. b. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 jaar bedraagt € 0,13 per kilometer. 7. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd. 8. De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil 2019 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index. 9. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de

HOOFDSTUK 5 – BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel 8. Algemene voorziening en Maatwerkvoorziening 1. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een algemene voorziening 2. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. 3. In afwijking van het tweede lid kan het Dagelijks Bestuur bij nadere regels vaststellen voor welke maatwerkvoorziening geen eigen bijdrage verschuldigd is. 4. De eigen bijdrage wordt berekend conform hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en bedraagt maximaal de kostprijs van de maatwerkvoorziening. Cliënten die gebruik maken van beschermd wonen zorg in natura of maatschappelijke opvang blijven de huidige inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen, met dien verstande dat de vermogensinkomensbijtelling van 8% naar 4% gaat. De kostprijs van: a. een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. b. een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. c. een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 5. De kostprijs van: a.

een maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. b. een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel of woningaanpassing wordt tevens bepaald door de wijze van beschikbaarstelling van de voorziening. c. een pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 6. Voor de kosten voor het gebruik van het collectief vervoer is de cliënt een bijdrage verschuldigd ter hoogte van: a. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen jonger dan 65 jaar bedraagt € 0,30 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer b. De ritbijdragen voor het gebruik van het cvv voor personen ouder dan 65 jaar bedraagt € 0,21 per kilometer + een opstaptarief van 4 kilometer 7. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, kunnen de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de betreffende instelling vastgesteld en geïnd. 8. De in het zesde lid genoemde bedragen zijn uitgedrukt in het prijspeil 2019 2022 en worden ieder opvolgend kalenderjaar gewijzigd aan de hand van ontwikkelingen van de daarvoor geldende index.

kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen. HOOFDSTUK 6 – NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING Artikel 9. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Artikel 9. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1. Het Dagelijks Bestuur informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het Dagelijks Bestuur op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het Dagelijks Bestuur een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het Dagelijks Bestuur vaststelt dat: a.

de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of f. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden en er geen verschonende omstandigheden zijn. 5. Bestuursrechtelijke terugvordering:

9. Als toepassing is gegeven aan het vorige lid, draagt het Dagelijks bestuur zorg voor de kenbaarheid van de laatstelijk in de plaatst gestelde bedragen. HOOFDSTUK 6 – NIEUWE FEITEN EN OMSTANDIGHEDEN, HERZIENING, INTREKKING OF TERUGVORDERING Artikel 9. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 Artikel 9. Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 1. Het Dagelijks Bestuur informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het Dagelijks Bestuur op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 3. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het Dagelijks Bestuur een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het Dagelijks Bestuur vaststelt dat: a.

de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; b. de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het pgb is aangewezen; c. de maatwerkvoorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten; d. de cliënt langer dan 8 weken verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; e. de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het pgb verbonden voorwaarden, of f. de cliënt de maatwerkvoorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruikt. 4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden en er geen verschonende omstandigheden zijn. 5. Bestuursrechtelijke terugvordering:

a. Als het Dagelijks Bestuur een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het Dagelijks Bestuur van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6. Civielrechtelijke invordering a. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden ingevorderd. b. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden ingevorderd. c. Ingeval een pgb abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald, kan dit worden ingevorderd.

a. Als het Dagelijks Bestuur een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het Dagelijks Bestuur van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb. 6. Civielrechtelijke invordering a. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden ingevorderd. b. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden ingevorderd. c. Ingeval een pgb abusievelijk ten onrechte of tot een te hoog bedrag is uitbetaald, kan dit worden ingevorderd.

Artikel 9a Opschorting betaling uit het pgb 1. Het Dagelijks Bestuur kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e van de wet. 2. Het Dagelijks Bestuur kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, derde lid, onder d. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.

Artikel 9a Opschorting betaling uit het pgb 1. Het Dagelijks Bestuur kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting voor ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e van de wet. 2. Het Dagelijks Bestuur kan de Sociale verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betalingen uit het pgb voor de duur van de opname als sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 9, derde lid, onder d. 3. Het Dagelijks Bestuur stelt de pgb-houder schriftelijk op de hoogte van het verzoek op grond van het eerste en tweede lid.

Artikel 9b Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het Dagelijks Bestuur onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. HOOFDSTUK 7 - KWALITEIT Artikel 10. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: d. het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; e. het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;

Artikel 9b Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het Dagelijks Bestuur onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. HOOFDSTUK 7 - KWALITEIT Artikel 10. Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van maatwerkvoorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: d. het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; e. het afstemmen van maatwerkvoorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning;

f. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van maatwerkvoorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; g. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het Dagelijks Bestuur toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliënt-ervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde maatwerkvoorzieningen.

f. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van maatwerkvoorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; g. voor zover van toepassing, erop toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het Dagelijks Bestuur toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliënt-ervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde maatwerkvoorzieningen.

Artikel 11. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het Dagelijks Bestuur vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: I. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en II. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het Dagelijks Bestuur stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het Dagelijks Bestuur baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e.

indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder

Artikel 11. Verhouding prijs en kwaliteit levering dienst door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het Dagelijks Bestuur vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: I. een inschrijving en het aangaan overeenkomst met de derde, en II. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het Dagelijks Bestuur stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het Dagelijks Bestuur baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e.

indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder

rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen.

Artikel 12. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Artikel 12. Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

HOOFDSTUK 8 – OVERIGE BEPALINGEN Artikel 13 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1. De tegemoetkoming voor: a. de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden geldt een maximumbedrag van € 757,00 per jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten. De declaratie moet binnen 1 maand na afloop van elk kwartaal zijn ingediend. b. de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 4.295,00 per jaar. c. de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 6.475,00 per jaar. d. de kosten van een aanpassing aan een eigen auto, is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, zijnde de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het Dagelijks Bestuur geaccepteerde offerte. e. bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 2.470,00. f. logeerbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 5.785,00 g. verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal: i. € 3.080,00 als de persoon met beperkingen verhuist naar de meest adequate en/of aangepaste woning; ii. € 6.170,00 als een adequate c.q. aangepaste woning op verzoek van de ISD Bollenstreek door de huurder wordt vrijgemaakt. h. tijdelijke huisvesting gedurende een periode van maximaal 6 maanden bedraagt: i.

de werkelijke kosten met een maximum van € 555,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van

HOOFDSTUK 8 – OVERIGE BEPALINGEN Artikel 13 Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1. De tegemoetkoming voor: a. de kosten van het gebruik van een eigen auto, een bruikleenauto of vervoer door derden geldt een maximumbedrag van € 757,00 per jaar. Uitbetaling van de financiële tegemoetkoming vindt plaats na declaratie van de gemaakte kosten. De declaratie moet binnen 1 maand na afloop van elk kwartaal zijn ingediend. b. de kosten van het gebruik van een taxi geldt een maximumbedrag van € 4.295,00 per jaar. c. de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een maximumbedrag van € 6.475,00 per jaar. d. de kosten van een aanpassing aan een eigen auto, is gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten, zijnde de tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het Dagelijks Bestuur geaccepteerde offerte. e. bezoekbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 2.470,00. f. logeerbaar maken van de woning bedraagt maximaal: € 5.785,00 g. verhuis- en inrichtingskosten bedraagt maximaal: i. € 3.080,00 als de persoon met beperkingen verhuist naar de meest adequate en/of aangepaste woning; ii. € 6.170,00 als een adequate c.q. aangepaste woning op verzoek van de ISD Bollenstreek door de huurder wordt vrijgemaakt. h. tijdelijke huisvesting gedurende een periode van maximaal 6 maanden bedraagt: i.

de werkelijke kosten met een maximum van € 555,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van

zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte; ii. de werkelijke kosten met een maximum van € 277,00 per maand als tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte. iii. de kosten van huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, maar bedraagt niet meer dan de werkelijke kosten met een maximum van € 555,00 per maand. i. de kosten van onderhoud en keuring van een op grond van de Verordening verstrekte voorziening zal het bedrag als bedoeld in bijlage 3 van het Uitvoeringsbesluit 2020 niet te boven gaan. j. de reparatiekosten zijn gelijk aan de voor vergoeding in aanmerking komende kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1535/documents/19342