Bijlage 1.5 Nader onderzoek soortenbescherming.pdf
Tekst van het document
Nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw, huismus en sperwer aan Graaf Janlaan e.o., Hillegom In het kader van de Wet natuurbescherming 6 september 2022
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Verantwoording Titel
Nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw, huismus en sperwer aan Graaf Janlaan e.o., Hillegom
Opdrachtgever
Plegt-Vos
Projectleider
Sietse-Jelle Bijkerk
Auteur
Mickey Tromp
Tweede lezer
Adrie van Hooff
Uitvoering nader onderzoek
DED, ERV, INH, JAL, JEN, LAI, MAW, MTR, RIK, ROH, RUL en VIO
Projectnummer
1282485
Aantal pagina’s
23
Datum
6 september 2022
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Inhoud 1
2
3
4
5
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding en doel onderzoek ............................................................................................ 5
1.2
Leeswijzer .......................................................................................................................... 5
Plangebied en beoogde ontwikkeling ........................................................................................ 5 2.1
Plangebied ......................................................................................................................... 5
2.2
Beoogde ontwikkeling ........................................................................................................ 6
Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen .............................................. 6 3.1
Vleermuizen ....................................................................................................................... 7
3.2
Gierzwaluw en huismus ..................................................................................................... 7
3.3
Sperwer .............................................................................................................................. 8
Onderzoeksmethode ................................................................................................................. 9 4.1
Vleermuizen ....................................................................................................................... 9
4.2
Gierzwaluw ......................................................................................................................... 9
4.3
Sperwer ............................................................................................................................ 10
Resultaten ............................................................................................................................... 11 5.1
5.1.1
Resultaten ................................................................................................................. 11
5.1.2
Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 13
5.2
Gierzwaluw ....................................................................................................................... 14
5.2.1
Resultaten ................................................................................................................. 14
5.2.2
Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 15
5.3
Huismus ........................................................................................................................... 16
5.3.1
Resultaten ................................................................................................................. 16
5.3.2
Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 16
5.4
6
Vleermuizen ..................................................................................................................... 11
Sperwer ............................................................................................................................ 17
5.4.1
Resultaten ................................................................................................................. 17
5.4.2
Effecten en verbodsbepalingen ................................................................................ 17
Vervolgstappen........................................................................................................................ 17 6.1
Voorwaarden ontheffing ................................................................................................... 17
6.1.1
Gierzwaluw................................................................................................................ 18
3/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
6.1.2 6.2
7
8
Gewone dwergvleermuis........................................................................................... 18
Mitigatie en compensatie ................................................................................................. 19
6.2.1
Gierzwaluw................................................................................................................ 19
6.2.2
Gewone dwergvleermuis........................................................................................... 20
6.3
Ontheffingsaanvraag ........................................................................................................ 20
6.4
Overige maatregelen ........................................................................................................ 21
Conclusie ................................................................................................................................. 22 7.1
Aanleiding ........................................................................................................................ 22
7.2
Conclusie ......................................................................................................................... 22
Literatuur ................................................................................................................................. 23
4/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel onderzoek
Plegt-Vos is van plan om appartementen te slopen en nieuw te bouwen aan de Graaf Janlaan e.o. te Hillegom. TAUW heeft deze plannen reeds getoetst aan de Wet natuurbescherming in een natuurtoets (TAUW, 2021). De natuurtoets concludeert dat negatieve effecten op beschermde soorten niet met zekerheid zijn uitgesloten. TAUW heeft daarom soortgericht onderzoek uitgevoerd om de functie van het plangebied voor vleermuizen, gierzwaluw, huismus en sperwer te bepalen. Deze rapportage doet verslag van het soortgericht onderzoek en geeft antwoord op de vraag of een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is.
1.2
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 volgt een overzicht van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. In de navolgende hoofdstukken staan de details en de resultaten van het ecologisch onderzoek. In hoofdstuk 3 volgt eerst een samenvatting van de conclusies uit de natuurtoets. In hoofdstuk 4 is de onderzoeksmethode uitgewerkt, waarna in hoofdstuk 5 de resultaten van het onderzoek zijn behandeld. Aan de hand van de resultaten is een effectbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 6 ‘vervolgstappen’ is aangegeven of mitigerende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden. Tot slot vat hoofdstuk 7 alles samen.
2 Plangebied en beoogde ontwikkeling 2.1
Plangebied
Figuur 2.1 toont de ligging van het plangebied. Het gaat om 120 appartementen aan de Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan te Hillegom in de provincie Zuid-Holland. De appartementencomplexen hebben aan de voor- en achterzijde tuinen. De beplanting in en langs het plangebied bestaat uit bomen, struiken, hagen en bodembedekkers. Tussen de Frederik Hendriklaan en Graaf Janlaan is een grasveld met speeltoestellen en een basketbalveldje aanwezig. In het plangebied is verharding in de vorm van klinkers en stoeptegels te vinden.
5/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Figuur 2.1 Ligging van het plangebied (globaal begrensd)
2.2
Beoogde ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling betreft de sloop van 120 appartementen en de nieuwbouw van 160 appartementen. In het plangebied worden bomen en struiken verwijderd, echter een groot deel van de bomen wordt waarschijnlijk behouden. Vanwege de onzekerheid over welke bomen worden behouden, wordt uitgegaan van een worst-case scenario waarbij alle bomen in het plangebied worden gekapt.
3 Relevante soorten en mogelijke effecten en verbodsbepalingen In de natuurtoets is op voorhand niet uitgesloten dat beschermde soorten in het plangebied voorkomen en dat negatieve effecten op beschermde soorten tot een overtreding van verbodsbepalingen leidt (TAUW, 2021). De beoogde ontwikkeling vindt mogelijk plaats op of direct nabij de volgende beschermde soorten en/of beschermde functies: Verblijfplaatsen van vleermuizen
Jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw, huismus en sperwer Tijdens het broedseizoen beschermde vogelnesten
6/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Indien verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, leiden de werkzaamheden mogelijk tot het verstoren, verwonden of doden van individuen en het vernietigen van verblijfplaatsen (overtreding Wnb, artikel 3.5, lid 1, 2 en 4). Wanneer nestplaatsen aanwezig zijn van gierzwaluw, huismus en sperwer zijn de volgende negatieve effecten mogelijk: het opzettelijk vernielen, beschadigen of verstoren van nesten of eieren van vogels met jaarrond beschermde nesten (overtreding Wnb, artikel 3.1, lid 2 en 4).
3.1
Vleermuizen
In de appartementen zijn geschikte openingen aangetroffen die kunnen leiden naar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Het gaat hierbij om openingen zoals ventilatievoegen; open stootvoegen; dilatatievoegen; afbrokkeling; en ruimtes onder dakoverstekken. Daarnaast zijn ruimtes achter gevelplaten te vinden die potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen bieden. Het voorkomen van zomer-, kraam-, paar- en winterverblijfplaatsen van soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis is niet uitgesloten in het plangebied. Massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn tevens niet uitgesloten. In tabel 3.1 zijn de verwachte functies en vleermuissoorten weergegeven. Tabel 3.1 Type functies en vleermuissoorten Zomerverblijf in gebouw
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis
Paarverblijf in gebouw
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis
Kraamverblijf in gebouw
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis
Winterverblijf in gebouw
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis
Massawinterverblijf in gebouw
Gewone dwergvleermuis
Verblijfplaatsen in bomen
Uitgesloten
Foerageergebied (niet essentieel)
Alle genoemde soorten
Vliegroute (niet essentieel)
Alle genoemde soorten
3.2
Gierzwaluw en huismus
Gierzwaluwen en huismussen kunnen via openingen in de gebouwen geschikte nest- en rustplaatsen bereiken. Deze soorten zijn in de omgeving van het plangebied waargenomen. Via een opening in de kopgevel aan Willem de Zwijgerlaan 31 tussen het dakoverstek en de muur kunnen gierzwaluwen geschikte nestplaatsen bereiken. Op de noordwesthoek van hetzelfde dakoverstek is een opening te vinden die toegankelijk is voor zowel gierzwaluwen als huismussen.
7/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Aan Juliana van Stolberglaan 96 ontbreekt een verticale baksteen op de plek van ventilatievoegen. Hierdoor is de muur toegankelijk voor huismussen. Dit zijn enkele voorbeelden van geschikte openingen in de gebouwen voor gierzwaluw en huismus, mogelijk zijn in het plangebied andere geschikte verblijfplaatsen aanwezig. Aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw en huismus is niet uitgesloten.
3.3
Sperwer
In het plangebied zijn nesten aangetroffen die groot genoeg zijn voor sperwer. Het betreffen 2 ekster- of kraaiennesten en een groter nest. Deze nesten, met name het grotere nest, waren ten tijde van het natuurtoets door het dichte bladerdek lastig te zien. De nesten zijn te vinden tussen Graaf Janlaan en Frederik Hendriklaan. Figuur 3.1 geeft de ligging van de nesten weer op kaart. De locaties van de nesten zijn gelet op de ligging en menselijke activiteiten niet optimaal als broedlocatie voor sperwer, maar zonder nader onderzoek niet met zekerheid uit te sluiten.
Figuur 3.1 Locaties van ekster- of kraaiennesten en het grotere nest in het plangebied
8/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
4 Onderzoeksmethode In dit hoofdstuk is de methode van het uitgevoerde onderzoek per verwachte soort beschreven.
4.1
Vleermuizen
Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureaus (NGB, 2021). Dit is gedaan met behulp van een batdetector (type: Petterson D240X). Een batdetector is een apparaat dat ultrasone geluiden, die een vleermuis maakt, omzet in voor de mens hoorbare tikkende geluiden. Aan de hand van het ritme en de frequentie kan worden bepaald om welke vleermuissoort het gaat. Voor het determineren van soorten wordt daarnaast gebruik gemaakt van opnameapparatuur en het programma Batsound. Om verblijfplaatsen in kaart te brengen, hebben ervaren ecologen door het plangebied gelopen en gepost. Bij het rondlopen is gekeken naar vleermuisactiviteit en vleermuisgedrag. In augustus – september 2021 hebben 3 ervaren ecologen het onderzoek uitgevoerd. Het plangebied is door 5 ervaren ecologen in juni en door 4 ervaren ecologen in juli 2022 onderzocht. In totaal zijn 5 veldbezoeken uitgevoerd in de periode augustus – september 2021 en juni – juli 2022. Meerdere bezoeken zijn nodig omdat vleermuizen gebruik maken van een netwerk van verblijfplaatsen met bijbehorende foerageergebieden en routes tussen deze plekken. Door de bezoeken te spreiden wordt een beter beeld verkregen van de aanwezigheid van vleermuizen in het plangebied en hiermee van de betekenis van het plangebied voor vleermuizen.
In tabel 4.1 zijn de data en weersomstandigheden van de veldbezoeken weergegeven. Het veldwerk is sterk weersafhankelijk en is alleen bij gunstige weersomstandigheden uitgevoerd. Dit houdt voor vleermuizen in dat er geen of weinig neerslag is en niet te veel wind. Tabel 4.1 Data, focus en weersomstandigheden van het vleermuisonderzoek Datum
Tijd
Focus
Weersomstandigheden
16 augustus 2021
00:00 – 02:00
Paar- en winterverblijfplaatsen
Half bewolkt, droog, 19°C, 3 Bft.
6 september 2021
00:00 – 02:00
Paar- en winterverblijfplaatsen
Onbewolkt, droog, 14°C, 1 Bft.
1-2 juni 2022
21:50 – 00:20
Zomer- en kraamverblijfplaatsen
Half bewolkt, droog, 13°C, 2 Bft.
20 juni 2022
02:18 – 05:18
Zomer- en kraamverblijfplaatsen
Onbewolkt, droog, 12°C, 2 Bft.
11-12 juli 2022
22:00 – 00:30
Zomer- en kraamverblijfplaatsen
Onbewolkt, droog, 17°C, 2 Bft.
4.2
Gierzwaluw
Het onderzoek naar gierzwaluw is uitgevoerd conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017a). Om nestlocaties in kaart te brengen is door 2 ervaren ecologen onderzoek gedaan. Tijdens het onderzoek is het plangebied doorlopen en gelet op activiteit van gierzwaluw. Aanwijzingen (bijvoorbeeld in- en uitvliegers of laagvliegende, roepende gierzwaluwen) van een nestlocatie zijn indien waargenomen, genoteerd op kaart. Tevens is het plangebied specifiek beoordeeld op geschikte openingen die kunnen leiden naar nestlocaties van gierzwaluw.
9/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
In totaal zijn er 3 veldbezoeken gebracht aan het plangebied in de meest geschikte periode volgens het Kennisdocument (1 juni tot 15 juli). Er is echter geen bezoek uitgevoerd in de periode 20 juni – 7 juli. Hierdoor is afgeweken van het kennisdocument (BIJ12, 2017a). De broedtijd loopt van mei tot en met juli. De broedduur is 18-22 dagen en de jongen vliegen gemiddeld na 40-42 dagen uit afhankelijk van het weer (BIJ12, 2017a). De gierzwaluwen zijn dit jaar laat in Nederland aangekomen (Sovon, 2022) en daarmee is aannemelijk dat ze later tot broeden zijn gekomen. Gezien de potenties van het plangebied voor de gierzwaluw (zie ook paragraaf 5.2.1.), de broedtijd, het moment van uitvliegen en de onderzoeksdata en –resultaten, is uitgesloten dat nestplaatsen van gierzwaluw zijn gemist. De afwijking van het Kennisdocument heeft daarmee geen invloed op de representativiteit van het onderzoek. De veldbezoeken zijn verspreid waardoor een goed beeld is verkregen van de aanwezigheid van gierzwaluw in het plangebied en de betekenis van het plangebied voor gierzwaluw. Als periode tussen de bezoeken is minimaal 10 dagen aangehouden. De bezoeken zijn uitgevoerd tijdens gunstige weersomstandigheden. Dit houdt voor gierzwaluw in dat het droog moet zijn en dat er weinig wind staat. In tabel 4.2 zijn de bezoekgegevens weergegeven.
Alle bezoeken zijn vanaf 2 uur voor zonsondergang, tot zonsondergang uitgevoerd. Tabel 4.2 Data, focus en weersomstandigheden van het gierzwaluwonderzoek Datum
Tijd
Focus
Weersomstandigheden
1 juni 2022
19:50 – 21:55
Nestplaatsen
Half bewolkt, droog, 13°C, 2 Bft.
16 juni 2022
19:50 – 22:05
Nestplaatsen
Onbewolkt, droog, 23°C, 2 Bft.
11 juli 2022
20:00 – 22:00
Nestplaatsen
Half bewolkt, droog, 20°C, 2 Bft.
Huismus De inventarisatie van huismussen richt zich op het waarnemen van een volwassen individu of paar in broedbiotoop, nesten, zang van een mannetje en op gedrag dat een territorium of nest indiceert. Het ecologisch onderzoek is uitgevoerd conform de voorgeschreven onderzoeksinspanning als benoemd in het kennisdocument huismus (BIJ12, 2017b). Hiervoor zijn 2 inventarisatiemomenten uitgevoerd in de periode 1 april tot en met 15 mei. Het onderzoek heeft overdag plaatsgevonden tussen 2 uur na zonsopkomst en 2 uur voor zonsondergang, bij de juiste weersomstandigheden (droog, weinig wind). Ook andere functies van het leefgebied (onder andere voedselgebied en schuilmogelijkheden) zijn onderzocht. De exacte data en weersomstandigheden zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3 Data, focus en weersomstandigheden van het huismusonderzoek Datum
Tijd
Focus
Weersomstandigheden
14 april 2022
9:00 – 10:15
Nestplaatsen en leefgebied
Onbewolkt, droog, 12°C, 2 Bft.
3 mei 2022
9:55 – 12:00
Nestplaatsen en leefgebied
Bewolkt, droog, 12°C, 3 Bft.
4.3
Sperwer
Voor sperwer is geen kennisdocument of ander protocol met richtlijnen voor het onderzoek. Het onderzoek naar sperwer gaat uit van 3 gerichte ochtendbezoeken. In de periode 1 maart tot en
10/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
met 15 juli (Sovon.nl, 2021). Tijdens de veldbezoeken is gelet op de aanwezigheid van sperwer en nestindicaties zoals een paar in broedbiotoop, nesten, territoriumgedrag en alarmroepen. De inventarisaties vinden plaats tijdens goede weersomstandigheden en de periode tussen verschillende bezoeken bedraagt tenminste 10 dagen. De veldbezoeken zijn uitgevoerd door één ervaren ecoloog. De exacte data van de veldbezoeken zijn afhankelijk van de weersomstandigheden en zijn opgenomen in tabel 4.4. Tabel 4.4 Data, focus en weersomstandigheden van het sperweronderzoek Datum
Tijd
Focus
Weersomstandigheden
9 maart 2022
11:00 – 13:00
Nestplaatsen
Onbewolkt, droog, 9°C, 2 Bft.
14 april 2022
9:00 – 10:15
Nestplaatsen
Onbewolkt, droog, 12°C, 2 Bft.
3 mei 2022
9:55 – 12:00
Nestplaatsen
Bewolkt, droog, 12°C, 3 Bft.
5 Resultaten In dit hoofdstuk zijn de resultaten van het uitgevoerde onderzoek uitgewerkt. Tevens is bepaald wat de effecten van de beoogde ontwikkeling zijn op de aangetroffen soorten en functies en of/welke verbodsbepalingen (mogelijk) worden overtreden.
5.1
Vleermuizen
5.1.1 Resultaten Hieronder zijn de resultaten van het onderzoek naar vleermuizen uitgeschreven. In tabel 5.1 staan de aangetroffen verblijfplaatsen per adres. Figuur 5.1 toont de zomerverblijfplaatsen en paarterritoria van gewone dwergvleermuis in (de directe omgeving van) het plangebied op kaart. De exacte locaties van de paarverblijfplaatsen zijn niet te geven zoals onder ‘Paar- en winterperiode’ beschreven. Tabel 5.1 Aangetroffen verblijfplaatsen van vleermuizen per locatie in het plangebied Locatie
Type verblijfplaats
Soort
Graaf Janlaan 1
Zomerverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
Willem de Zwijgerlaan 23
Zomerverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
Juliana van Stolberglaan 56-90
Paarverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
Willem de Zwijgerlaan 17-61
Paarverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
Juliana van Stolberglaan 92-118 of
Paarverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
Paarverblijfplaats
Gewone dwergvleermuis
Juliana van Stolberglaan 62-90 Zuidzijde van Graaf Janlaan 1-41, Graaf Janlaan 2-46 of Willem de Zwijgerlaan 17-61
11/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Figuur 5.1 Zomerverblijfplaatsen en paarterritoria van gewone dwergvleermuis in (de directe omgeving van) het plangebied
Zomer- en kraamperiode (1-2 juni, 20 juni en 11-12 juli 2022) In de zomer- en kraamperiode zijn in totaal 2 zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis aangetroffen in het plangebied (zie figuur 5.1). Op 1 juni 2022 om 22:10 vloog een gewone dwergvleermuis onder de dakrand aan de linkerkant van de kopgevel naast de 5e steunbalk van links uit Graaf Janlaan 1. Even later om 22:16 werd een uitvliegende gewone dwergvleermuis uit een open stootvoeg van Frederik Hendriklaan 1 buiten het plangebied waargenomen. Tijdens het bezoek op 20 juni zijn er géén verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in het plangebied. Slechts foeragerende gewone dwergvleermuizen werden waargenomen die tussen 4:00 en 4:45 uit het plangebied verdwenen. Een uitvliegende gewone dwergvleermuis werd waargenomen uit een ventilatievoeg van Willem de Zwijgerlaan 23 op 11 juli om 22:35. Gedurende de veldbezoeken in de zomer- en kraamperiode foerageerden 4-5 gewone dwergvleermuizen boven de speeltuin en het plantsoen tussen Frederik Hendriklaan en Graaf Janlaan. Verder zijn overvliegende gewone dwergvleermuizen, ruige dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen. Andere soorten zijn niet waargenomen.
12/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Figuur 5.2 Zomerverblijfplaats in Graaf Janlaan 1 (links) en Willem de Zwijgerlaan 23 (rechts)
Paar- en winterperiode (16 augustus en 6 september 2021) Tijdens het onderzoek in de paar- en winterperiode zijn 4 paarterritoria van gewone dwergvleermuis vastgesteld in het plangebied. Een paarterritorium duidt op een paarverblijfplaats in het plangebied. In totaal zijn er daarom maximaal 4 paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis in het plangebied. Exacte locaties van deze paarverblijfplaatsen zijn niet te geven. Massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn niet aangetroffen in het plangebied. Gedurende het bezoek op 16 augustus 2021 werden op 2 locaties 2 en 4 foeragerende en baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Eén paarterritorium van 2 gewone dwergvleermuizen bevindt zich langs Juliana van Stolberglaan 56-90. Het andere paarterritorium van 4 gewone dwergvleermuizen werd waargenomen langs de zuid- en zuidoostgevel van Willem de Zwijgerlaan 17-61. Op 6 september 2021 werden 2 paarterritoria van gewone dwergvleermuis vastgesteld die deels overlappen met de paarterritoria van het vorige bezoek. Eén is gelegen rond Juliana van Stolberglaan 92-118 tot en met Juliana van Stolberglaan 62-90. Het andere paarterritorium loopt langs de zuidgevels van Graaf Janlaan 1-41, Graaf Janlaan 2-46 en Willem de Zwijgerlaan 17-61. Op beide locaties liet 1 gewone dwergvleermuis baltsroepen tijdens het hele bezoek horen.
Tijdens het bezoek op 6 september zijn verder alleen 5 ruige dwergvleermuizen langs gevlogen. Andere soorten zijn niet waargenomen. 5.1.2
Effecten en verbodsbepalingen
In totaal zijn tijdens het onderzoek de volgende verblijfplaatsen aangetroffen van gewone dwergvleermuizen in het plangebied: 2 zomerverblijfplaatsen en 4 paarverblijfplaatsen. Andere essentiële onderdelen van het leefgebied zijn niet aanwezig. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden vleermuizen mogelijk verstoord, verwond en/of gedood en de aanwezige verblijfplaatsen vernietigd (artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wnb). De geplande werkzaamheden zijn daarmee in strijd met de Wnb en dus ontheffingsplichtig. Voordat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland).
13/23
Kenmerk
5.2
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Gierzwaluw
5.2.1 Resultaten Tijdens het gierzwaluwonderzoek is het plangebied specifiek beoordeeld op geschikte nestlocaties voor gierzwaluw. Hieruit is gebleken dat slechts op 4 locaties geschikte openingen te vinden zijn in het plangebied. Het gaat hierbij om openingen aan de noordzijden van: Frederik Hendriklaan 2-42
Opening tussen het dakoverstek en de muur in de noordgevel Graaf Janlaan 2-46 Opening naast steunbalk van het dakoverstek in de noordwesthoek Willem de Zwijgerlaan 31 Opening tussen dakoverstek en de muur in de noordgevel Opening in de noordwesthoek van het dakoverstek
In het plangebied zijn 2 nestplaatsen van gierzwaluw vastgesteld in Frederik Hendriklaan 2-42 en Graaf Janlaan 2-46. In figuur 5.3 zijn de nestplaatsen op foto te zien. Figuur 5.4 toont de nestplaatsen in (de directe omgeving van) het plangebied op kaart. Eén nestplaats is te vinden in een spleet onder de dakrand van de noordgevel van Frederik Hendriklaan 2-42. Hier vloog een gierzwaluw in om 20:16 op 11 juli. Op dezelfde dag vloog een gierzwaluw naast de steunbalk in het boeiboord op de noordwesthoek van Graaf Janlaan 2-46 om 20:45. Hier is tevens een nestplaats van gierzwaluw aanwezig. Tijdens het bezoek van 11 juli zijn circa 30 gierzwaluwen hoog boven het plangebied waargenomen. In het plangebied werd verder geen activiteit van gierzwaluwen waargenomen. Gedurende het veldbezoek op 1 juni werden slechts enkele overvliegende gierzwaluwen gezien, echter geen gedrag dat wees op de aanwezigheid van nestplaatsen. Op 16 juni werd om 21:30 een invliegende gierzwaluw gezien onder de dakgoot van de noordwesthoek op Willem de Rijkelaan 46 buiten het plangebied. Tijdens het veldbezoek op 16 juni vlogen circa 10 exemplaren rondom het plangebied waarvan 3 af en toe over het plangebied. Deze gierzwaluwen verdwenen richting het westen buiten het plangebied. Vermoedelijk zijn daar nestplaatsen van deze gierzwaluwen aanwezig.
Verder zijn geen nestindicaties waargenomen, ook niet tijdens het vleermuisonderzoek.
14/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Figuur 5.3 Nestplaats in noordgevel van Frederik Hendriklaan 2-42 (links) en in noordwesthoek van Graaf Janlaan 246 (rechts)
Figuur 5.4 Nestplaatsen van gierzwaluw in (de directe omgeving van) het plangebied
5.2.2
Effecten en verbodsbepalingen
Tijdens het onderzoek zijn 2 nestplaatsen aangetroffen van gierzwaluw in de bebouwing van het plangebied. Door de sloopwerkzaamheden verdwijnen deze nestlocaties. Het leefgebied wordt als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden niet aangetast. Het is verboden om nesten, rustplaatsen en eieren van gierzwaluwen te vernielen of te beschadigen, of nesten van deze soort weg te nemen (artikel 3.1, lid 2 van de Wnb). Het is niet uitgesloten dat gierzwaluwen worden verwond of gedood als gevolg van de sloopwerkzaamheden (artikel 3.1, lid 1 van de Wnb). De geplande werkzaamheden zijn daarmee in strijd met de Wnb en dus ontheffingsplichtig. Voordat
15/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
de werkzaamheden kunnen plaatsvinden, is het noodzakelijk om een ontheffing in het kader van de Wnb aan te vragen bij het bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland). Het is tevens verboden om gierzwaluwen opzettelijk te verstoren (artikel 3.1, lid 4). Dit verbod geldt echter niet indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de gierzwaluw (artikel 3.1, lid 5). Door maatregelen wordt dergelijke verstoring en daarmee overtreding van de Wnb voorkomen.
5.3
Huismus
5.3.1 Resultaten Er zijn géén nestplaatsen of essentieel leefgebied van huismus aangetroffen in het plangebied. Alleen buiten het plangebied zijn nestplaatsen aangetroffen (zie figuur 5.5). Onder de daken van Willem de Rijkelaan 48 en 50 zijn in totaal 3 nestplaatsen van huismus aanwezig. Op het grasveld tussen de Frederik Hendriklaan en Graaf Janlaan foerageerden hoogstens 8 huismussen tijdens de veldbezoeken. Deze foerageerden verder in de tuinen ten zuiden van de Willem de Rijkelaan.
Figuur 5.5 Nestplaatsen van huismus buiten het plangebied
5.3.2 Effecten en verbodsbepalingen Tijdens de veldbezoeken zijn geen nestplaatsen of essentieel leefgebied aangetroffen in het plangebied of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Negatieve effecten op (de
16/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
nestplaatsen en functioneel leefgebied van) huismus als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn daarmee uitgesloten. Maatregelen en een ontheffing van de Wnb zijn niet nodig.
5.4
Sperwer
5.4.1 Resultaten De aanwezigheid van sperwer is in (de directe omgeving van) het plangebied uitgesloten. De nesten in het plangebied zijn niet jaarrond beschermd. Op 9 maart 2022 werd het grote nest (zie figuur 3.1) 2 keer kort bezocht door een ekster. Verderop in de straat, buiten het plangebied, werd een nest aangebouwd door eksters. Tijdens het veldbezoek op 14 april 2022 werd duidelijk dat de nesten in het plangebied in gebruik zijn door eksters. Ook gedurende het laatste bezoek op 3 mei 2022 werden eksters bij de nesten op het grasveld gezien, bij het grote nest werd geen activiteit waargenomen. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van sperwer in (de directe omgeving van) het plangebied waargenomen. 5.4.2
Effecten en verbodsbepalingen
Het plangebied bevat geen jaarrond beschermd nest van sperwer en er is tevens geen essentieel leefgebied van deze soort aanwezig. Ook in de directe omgeving is de aanwezigheid van sperwer uitgesloten. Negatieve effecten op (de nestplaatsen en functioneel leefgebied van) sperwer als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn daarmee uitgesloten. Maatregelen en een ontheffing van de Wnb zijn niet nodig.
6 Vervolgstappen In dit hoofdstuk is aangegeven of mitigerende/compenserende maatregelen van toepassing zijn, of een ontheffing nodig is en onder welke voorwaarden een eventuele ontheffing redelijkerwijs verleend kan worden.
6.1
Voorwaarden ontheffing
Het ontbreekt in het plangebied aan nestplaatsen en essentieel leefgebied van huismus. Uit nader onderzoek blijkt dat het voorkomen van sperwer is uitgesloten in (de directe omgeving van) het plangebied. Negatieve effecten en vervolgstappen zoals het treffen van mitigerende/compenserende maatregelen en het aanvragen van een ontheffing voor huismus en sperwer zijn niet nodig. Negatieve effecten op gewone dwergvleermuis en gierzwaluw kan niet met zekerheid worden uitgesloten. Effecten leiden tot het overtreden van artikel 3.1, lid 1 en 2 en artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 van de Wnb. Voor gewone dwergvleermuis en gierzwaluw zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig en moet een ontheffing aangevraagd worden. Een ontheffing kan alleen worden verkregen als: Het belang van het voornemen een overtreding rechtvaardigt
17/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
-
De staat van instandhouding niet verslechterd
-
Uit een alternatievenafweging blijkt dat er ten aanzien van bijvoorbeeld de locatie, planning, inrichting en ontwerp en werkwijze geen reële opties zijn die gunstiger uitpakken voor benadeelde soorten
6.1.1 Gierzwaluw Gierzwaluw is beschermd via artikel 3.1. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat het voornemen minstens één van de volgende belangen dient: Volksgezondheid of openbare veiligheid Veiligheid van luchtverkeer
Ter voorkomen van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren Bescherming van flora- en fauna Onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor daarmee
samenhangende teelt Om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan
Naar verwachting kan voor gierzwaluw ontheffing worden verleend op basis van het volgende belang ‘Volksgezondheid of openbare veiligheid’. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende onderbouwing: In het plangebied is oude bebouwing aanwezig met waarschijnlijk de bijbehorende gebreken: Onderbouwing van de bouwkundige staat
Isolatie en ventilatie Aanvullend eventuele verontreiniging Woningtekort in Nederland. De bouw van de woonwijk in Hillegom kan doorgaan als er positieve effecten optreden op de (mentale en fysieke) gezondheid van mensen: Onderbouwing van het woningtekort Onderbouwing waarom de nieuwe woonwijk bijdraagt aan een betere (mentale en/of fysieke) gezondheid doordat er mogelijk bepaalde functies (sportvoorzieningen, speeltuinen) in de wijk worden gerealiseerd)
6.1.2 Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis is beschermd via artikel 3.5. Een ontheffing kan redelijkerwijs worden verkregen als kan worden onderbouwd dat het voornemen minstens één van de volgende belangen dient: Volksgezondheid of de openbare veiligheid Andere dwingende redenen van groot openbaar belang zoals sociale of economische
redenen en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten Ter voorkomen van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren of andere vormen van eigendom
Bescherming van flora- en fauna of voor de instandhouding van natuurlijke habitat; Onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie
18/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt aantal - bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld - van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben
Het wettelijk belang is in dit geval ‘Volksgezondheid of de openbare veiligheid’ (zie subparagraaf 6.1.1) en ‘Andere dwingende redenen van groot openbaar belang zoals sociale of economische redenen en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. Bij ander dwingende redenen van groot openbaar belang kan gedacht worden aan de volgende aspecten:
De huidige staat van de woningen en de duurzame staat van de nieuwe woningen kan onderbouwd worden met de volgende punten: Energielabels van de huidige en nieuwe woningen -
Andere zaken die bijdragen aan verduurzaming (materiaal gebruik, inrichting, isolatie en dergelijken) Een onderbouwing van sociaal economische belangen van de beoogde ontwikkeling: -
Sociale huur Andere diensten ten behoeve van de maatschappij
6.2
Mitigatie en compensatie
6.2.1
Gierzwaluw
Om de negatieve effecten zoveel als mogelijk te voorkomen is mitigatie en compensatie nodig. De werkzaamheden dienen buiten de kwetsbare periode (half april tot en met augustus) van gierzwaluwen van start te gaan. Dat wil zeggen dat de werkzaamheden uitsluitend in de periode september tot en met februari worden gestart en dat de nestplaatsen en geschikte openingen in deze periode ongeschikt gemaakt worden. Hierdoor wordt verstoring en overtreding van artikel 3.1, lid 4 van de Wnb voorkomen. Bij het verloren gaan van oorspronkelijke nestplaatsen dienen te allen tijde alternatieve nestplaatsen aanwezig te zijn in de directe omgeving. Tijdelijke nestkasten zijn tijdens de werkzaamheden en permanente nestkasten zijn in de uiteindelijke (permanente) situatie nodig. De nestkasten dienen zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke nestplaats te worden geplaatst. De kasten moeten voor de start van de werkzaamheden en voor terugkomst uit het zuiden beschikbaar zijn. Gierzwaluwen komen rond half april weer terug in Nederland (BIJ12, 2017a). Er wordt doorgaans een compensatiefactor van minstens 5 aangehouden voor het verloren gaan van nestlocaties van gierzwaluw. Dit betekent dat voor iedere nestlocatie die verloren gaat er 5 nestlocaties ter compensatie aangeboden worden. Onder begeleiding van een deskundige ecoloog worden de locaties van de te plaatsen alternatieve nestplaatsen bepaald.
Tevens dient de nadere uitwerking van de mitigerende/compenserende maatregelen vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag.
19/23
Kenmerk
6.2.2
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Gewone dwergvleermuis
Om de negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen, zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig. Oorspronkelijke verblijfplaatsen worden ongeschikt gemaakt in het actieve seizoen (april tot en met oktober) en in de minst kwetsbare periode. De minst kwetsbare periodes voor de verblijfplaatsen in het plangebied zijn 1 april tot en met 14 augustus en 16 oktober tot en met 31 oktober. Dit vanwege de paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. Bij het verloren gaan van oorspronkelijke verblijfplaatsen dienen te allen tijde alternatieve verblijfplaatsen aanwezig te zijn in de directe omgeving. Tijdelijke vleermuiskasten zijn voor en tijdens de werkzaamheden en permanente maatregelen zijn in de uiteindelijke (permanente) situatie nodig. Voor verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis wordt doorgaans een compensatiefactor van 4 aangehouden. Dat wil zeggen dat voor iedere te vernietigen verblijfplaats 4 alternatieve verblijfplaatsen gerealiseerd worden. Deze compensatiefactor geldt zowel bij de tijdelijke als bij de permanente alternatieve verblijfplaatsen. Op basis van de aangetroffen verblijfplaatsen dienen daarom minstens 24 tijdelijke en permanente vleermuiskasten gerealiseerd te worden.
Bij de vervanging van zomerverblijfplaatsen (in deze verblijfplaatsen komen minder dan 10 vleermuizen in 1 verblijfplaats voor) geldt een gewenningsperiode van 3 maanden, waarbij alleen de maanden april tot en met oktober meetellen. Voor de vervanging van paarverblijfplaatsen geldt een gewenningsperiode van minimaal 6 maanden voorafgaand aan de start van het paarseizoen. Het paarseizoen van de gewone dwergvleermuis loopt van 15 augustus tot en met 15 oktober. Dit houdt in dat de kasten met een paarverblijffunctie uiterlijk 15 februari moesten hangen zodat de gewenningsperiode hetzelfde jaar voor de start van het paarseizoen is verstreken. (BIJ12, 2017c) In totaal zijn 50 tijdelijke vleermuiskasten opgehangen onder begeleiding van een deskundige ecoloog. Op 27 juni 2022 zijn op voorhand 34 tijdelijke vleermuiskasten opgehangen die dienen als alternatieve zomerverblijfplaats. Hiermee worden de zomerverblijfplaatsen ruimschoots gecompenseerd. Op 7 februari 2022 zijn 16 tijdelijke vleermuiskasten geplaatst in de omgeving van het plangebied en gelden als compensatie van de 2 paarverblijfplaatsen. Hiervoor is de compensatiefactor van 4 aangehouden. Door de momenten van plaatsing wordt voldaan aan de gestelde gewenningsperiodes voor tijdelijke verblijfplaatsen.
De locaties van de te plaatsen alternatieve permanente verblijfplaatsen dienen begeleid te worden door een deskundige ecoloog. Tevens dient de nadere uitwerking van de mitigerende/compenserende maatregelen vastgelegd te worden in een activiteitenplan als onderdeel van de in te dienen ontheffingsaanvraag.
6.3
Ontheffingsaanvraag
Voor gierzwaluw en gewone dwergvleermuis dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om een ontheffing aan te vragen moet een activiteitenplan opgesteld worden. In het activiteitenplan moet ingegaan worden op de volgende onderdelen:
20/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
De beoogde ontwikkeling en de planning hiervan
De aanwezige soorten, de beschermde ecologische functies en hoe die zijn onderzocht De te overtreden verbodsbepalingen De mitigerende en compenserende maatregelen
De staat van instandhouding van de soort Het wettelijk belang van de ontwikkeling Een alternatievenafweging
Als het bevoegd gezag akkoord gaat met de alternatievenafweging, het wettelijk belang en de maatregelen die getroffen worden om negatieve effecten te verzachten of te voorkomen, verleent deze een ontheffing. In dat geval zijn er vaak in de verleende ontheffing voorwaarden beschreven. Meestal is één van die voorwaarden het opstellen van een ecologisch werkprotocol waarin de mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt worden en wordt de aanwezigheid van ecologische begeleiding vereist. Bij formele ontheffingsaanvragen dient rekening gehouden te worden met een proceduretijd. De wettelijk vastgestelde proceduretermijn voor de behandeling van een ontheffingsaanvraag bedraagt 13 weken. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmalig met 7 weken verlengen tot een maximale proceduretermijn van 20 weken. Na verzending van het besluit kunnen nog binnen 6 weken bezwaren ingediend worden.
6.4
Overige maatregelen
In het plangebied zijn 3 nesten aanwezig die door eksters in gebruik waren tijdens het nader onderzoek. Ook tijdens de werkzaamheden kunnen deze nesten in gebruik genomen worden. Tevens is het mogelijk dat andere vogelsoorten gaan broeden in de vegetatie en bebouwing in het plangebied. De nesten van alle vogelsoorten zijn beschermd als ze als broedlocatie in gebruik zijn. Vogels kunnen gedurende het gehele jaar tot broeden komen. Het is daarom zaak om hier voorafgaand aan het werk rekening mee te houden. De kans op een broedgeval is het grootst in de periode maart tot en met augustus. Een (periodieke) controle op nesten van broedvogels is voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Indien een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een deskundige ecoloog te worden bepaald.
21/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
7 Conclusie In dit hoofdstuk zijn de conclusies en gevolgen voor de beoogde ontwikkeling samengevat.
7.1
Aanleiding
Plegt-Vos is van plan om appartementen te slopen en nieuw te bouwen aan de Graaf Janlaan e.o. te Hillegom. TAUW heeft een natuurtoets uitgevoerd, gevolgd door een nader onderzoek naar verblijf- en nestplaatsen van vleermuizen, gierzwaluw, huismus en sperwer.
7.2
Conclusie
In het plangebied ontbreekt het aan beschermde functies van huismus en sperwer. Van gierzwaluw zijn nestplaatsen en van gewone dwergvleermuis zijn zomer- en paarverblijfplaatsen aanwezig in het plangebied. Voor gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen. Te denken valt aan het werken buiten kwetsbare periodes, het plaatsen van tijdelijke en permanente alternatieve nest- en verblijfplaatsen en ecologische begeleiding. De benodigde maatregelen ten behoeve van gierzwaluw, gewone dwergvleermuis en ‘algemene’ broedvogels zijn terug te vinden in hoofdstuk 6. De resultaten van het soortgericht onderzoek in het plangebied zijn samengevat in tabel 7.1. In figuur 7.1 zijn de beschermde functies in het plangebied terug te zien op kaart. Tabel 7.1 Samenvatting resultaten soortgericht onderzoek Soort
Aanwezig in het
Beschermde functie?
plangebied?
Ontheffing nodig?
Sperwer
Nee
Nee
Nee
Huismus
Ja
Nee
Nee
Gierzwaluw
Ja
2 nestplaatsen
Ja
Gewone
Ja
2 zomerverblijfplaatsen
Ja
dwergvleermuis
4 paarverblijfplaatsen
22/23
Kenmerk
R002-1282485MTR-V01-efm-NL
Figuur 7.1 Nestplaatsen van gierzwaluw en zomerverblijfplaatsen en paarterritoria van gewone dwergvleermuis in het plangebied. De paarterritoria duiden elk op een paarverblijfplaats
8 Literatuur BIJ12, 2017a. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017b. Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017c. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017 TAUW, 2021. Natuurtoets sloop en nieuwbouw appartementen Graaf Janlaan e.o., Hillegom. TAUW-rapport met kenmerk: R001-1282485MTR-V01-efm-NL Sovon, 2021. Sperwer Accipiter nisus – Eurasian sparrowhawk. Geraadpleegd op 8 oktober 2021 van https://stats.sovon.nl/stats/soort/2690 Sovon, 2022. Gierzwaluwen waren erg laat dit voorjaar. Geraadpleegd op 31 juli 2022 https://www.sovon.nl/actueel/nieuwsberichten/gierzwaluwen-waren-erg-laat-dit-voorjaar
23/23