Bijlage 1.12 Beschikking Wet natuurbescherming-soortenbescherming.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag
Zaaknummer Ons Kenmerk Datum
: : :
01053055 ODH723316 14-8-2023
Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunningen@odh.nl www.odh.nl
Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 5 december 2022 hebben wij een aanvraag om ontheffing geregistreerd als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag heeft betrekking op het uitvoeren van sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden gelegen aan de Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan te Hillegom (zie Appendix 1) en wordt aangevraagd namens Woonstichting Stek. De aanvraag betreft het opzettelijk beschadigen, vernielen of wegnemen van nesten of rustplaatsen van de gierzwaluw, alsmede het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis en het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Ontheffing wordt gevraagd voor het overtreden van de verbodsbepaling zoals genoemd in: -
artikel 3.1, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk beschadigen, vernielen of wegnemen van nesten of rustplaatsen van de gierzwaluw (Apus apus);
-
artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus);
-
artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 1 maart 2023 tot en met 1 maart 2028.
Besluit Wij besluiten: I.
de aangevraagde ontheffing te verlenen aan Woonstichting Stek;
II.
de in het vervolg van dit besluit opgenomen voorschriften te verbinden aan deze ontheffing;
III.
de aanvraag onderdeel te laten zijn van deze ontheffing;
IV.
dat deze ontheffing geldig is vanaf bekendmaking van dit besluit tot en met 31 december 2030.
Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,
ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden
Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.
01053055-00117643
2 / 13
VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1 De ontheffinghouder dient: a. de start van de werkzaamheden te melden (startmelding); b. het ecologisch werkprotocol op te sturen bij de startmelding van de werkzaamheden; c. relevante wijzigingen in de uitvoering één maand van tevoren te melden. Het betreft wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de effectbeoordeling van de aanvraag en/of de uitvoering van de voorgestelde mitigerende en/of compenserende maatregelen; d. de datum van beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van tevoren te melden. Bovenstaande meldingen dienen gericht te worden aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 078-7708585, e-mailadres meldingwnb@ozhz.nl onder vermelding van ‘flora en fauna’. De meldingen mogen schriftelijk of digitaal worden gedaan. 2
De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het Activiteiten- en Mitigatieplan van 24 oktober 2022 en de aanvullende gegevens van 5 december 2022. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld en op de locatie aanwezig te zijn. In het ecologisch werkprotocol dient in ieder geval het volgende te worden opgenomen: a. de voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b. aanduiding van de locatie van het plangebied; c. de uit te voeren werkzaamheden; d. de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e. de mitigerende en compenserende maatregelen; f. de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt; g. het logboek van de ecologische begeleiding dat door de deskundige wordt bijgehouden.
3
Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing, het ecologisch werkprotocol en een logboek van de ecologische begeleiding (i.c. controle, vrijgave werkzaamheden) op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De genoemde documenten mogen langs de elektronische weg, leesbaar worden getoond.
4
De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige 1 op het gebied van de gierzwaluw en de gewone dwergvleermuis.
1
Onder een deskundige wordt verstaan: Een ecologisch deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van leefgebieden en/of (beschermde) soorten. Hij of zij heeft schriftelijk aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis, voortkomend uit een afgeronde mbo-, hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt Nederlandse ecologie. De ecologisch deskundige heeft voldoende kennis en jarenlange ervaring om ecologisch onderzoek uit te kunnen voeren en advies te kunnen geven. Hij of zij: - (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van (beschermde) soorten; - heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeks- en monitoringsmethoden; - kan resultaten onderbouwd rapporteren en ecologische werkprotocollen uitwerken; - kan ontheffing aanvragen opstellen of daarbij ondersteunen; - kan anticiperen op en heeft voortschrijdend inzicht in het uitvoeren van ecologisch werk in de praktijk (inclusief vrijstellingen en gedragscodes); - kan specifieke ecologische maatregelen toepassen en begeleiden; zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam bij Nederlandse natuurorganisaties, (semi)overheidsinstanties en/of een ecologisch adviesbureau dat bij voorkeur is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. 01053055-00117643
3 / 13
5
De ontheffinghouder dient, met in achtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in hoofdstuk 5 en 6 (maatregelen V en G) van het rapport ‘Activiteitenplan Graaf Jan Laan e.o., Hillegom’ van 24 oktober 2022 en de aanvullende gegevens van 5 december 2022.
6
Indien een of meerdere in voorschrift 5 bedoelde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.
7
Tijdig, uiterlijk één maand, voordat de in voorschrift 6 bedoelde maatregelen wordt uitgevoerd, dient deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te worden voorgelegd.
De details over de plaatsing, de types en het onderhoud van de voorzieningen dienen te worden gemeld via het registratieformulier verblijfsvoorzieningen op https://eloket.odh.nl/verblijfsvoorzieningen. Deze meldingen dienen te worden gedaan: a voor tijdelijke voorzieningen: uiterlijk twee weken na het verzenden van deze ontheffing; b voor permanente voorzieningen: uiterlijk één week voor het plaatsen van de permanente voorzieningen.
8
Specifieke voorschriften 9
Zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen moeten functioneel zijn voor de periode waarvoor deze worden ingezet. Dit houdt in dat de voorzieningen minimaal één keer per jaar gecontroleerd dienen te worden op functionaliteit en dat – indien nodig –de functionaliteit van de voorziening hersteld wordt. Het controleren op functionaliteit dient uitgevoerd te worden buiten de broedperiode van de gierzwaluw. Bovendien moeten de tijdelijke vleermuiskasten zich te allen tijde buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden.
Gierzwaluw 10 Het ongeschikt maken van de gierzwaluwnesten dient verricht te worden buiten het broedseizoen van de gierzwaluw (welke loopt van 15 april t/m 31 augustus). 11 De tijdelijke alternatieve voorzieningen dienen permanent te blijven hangen. Enkel indien dit niet mogelijk blijkt, mogen de tijdelijke alternatieven pas verwijderd worden wanneer de permanente voorzieningen functioneel zijn. De deskundige zoals beschreven in voorschrift 4 dient de functionaliteit van de permanente voorzieningen vast te stellen. Het verwijderen van de tijdelijke voorzieningen dient begeleid te worden door de deskundige en deze dient hiervan verslag te doen in het logboek.
01053055-00117643
4 / 13
Gewone dwergvleermuis 12 Het ongeschikt maken van de huidige zomerverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen dient te worden uitgevoerd in de actieve periode welke loopt van 15 april tot en met 15 oktober, door middel van exclusion flaps. Het ongeschikt maken gebeurt onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Het gebruik van netten, glaswol of purschuim is onder geen enkele voorwaarde toegestaan. Om vleermuizen redelijkerwijs de mogelijkheid te geven om de verblijfplaats te verlaten voordat met de werkzaamheden wordt gestart, dienen de exclusion flaps gedurende minimaal vijf aaneengesloten dagen te worden ingezet. De weersomstandigheden dienen op deze dagen gunstig te zijn (minimaal 10 graden en een windkracht van <5 Bft) en deze dienen door de ecoloog te worden opgenomen in een logboek. Als dit door één dag slecht weer wordt onderbroken, dient de periode van vijf aaneengesloten dagen opnieuw te worden gestart. Omdat de exacte invliegopeningen niet van alle aangetroffen verblijfplaatsen bekend zijn dient de gehele gevel van de woningen in zijn geheel ongeschikt gemaakt te worden als verblijfplaats.
Indien invliegopeningen met elkaar in verbinding staan is het, onder voorwaarde dat minimaal één van deze openingen ongeschikt wordt gemaakt door middel van een exclusion flap, toegestaan om de overige openingen ongeschikt te maken door middel van weringsborstels, rondschuim of compriband zonder plakranden. De ruimte tussen exclusion flaps mag maximaal 2,5 meter zijn. Na het ongeschikt maken, en voorafgaand aan de werkzaamheden, dient een controlebezoek te worden uitgevoerd met behulp van een batdetector om de aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing uit te sluiten, alvorens het plangebied wordt vrijgegeven. Het verwijderen van de tijdelijke vleermuiskasten dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de gewone dwergvleermuis (vs. 4). Tijdelijke kasten mogen alleen verwijderd worden nadat door de deskundige is vastgesteld dat de kast is verlaten en na een gewenningsperiode, waarin zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen functioneel zijn. Deze periode duurt voor zomerverblijfplaatsen drie maanden, waarbij alleen de maanden april tot en met oktober meetellen. Voor paarverblijfplaatsen is de periode zes maanden, voorafgaand aan de start van het paarseizoen. Het verwijderen dient te gebeuren onder begeleiding van de deskundige.
13 De plaatsing van de permanente voorzieningen voor de gierzwaluw dient conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) uitgevoerd te worden. Minimaal één permanente voorziening dient per verloren nestplaats op dezelfde oriëntatie en zoveel als mogelijk dezelfde locatie als de oorspronkelijke verblijfplaats geplaatst te worden.
14 De plaatsing van de permanente voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis dient conform het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) uitgevoerd te worden. Minimaal één permanente voorziening dient per verloren nestplaats op dezelfde oriëntatie en zoveel als mogelijk dezelfde locatie als de oorspronkelijke verblijfplaats geplaatst te worden.
AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK - Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. - Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. - Als de ontheffinghouder de onderhoudsverplichting wenst over te dragen aan een derde dan moet de ontheffinghouder zorgdragen voor het contractueel vastleggen daarvan. 01053055-00117643
5 / 13
OVERWEGINGEN Aanleiding Op 25 oktober 2022 hebben wij een aanvraag om ontheffing geregistreerd als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). De aanvraag heeft betrekking op het uitvoeren van sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden gelegen aan de Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan te Hillegom en wordt aangevraagd namens Woonstichting Stek. De aanvraag betreft het opzettelijk beschadigen, vernielen of wegnemen van nesten of rustplaatsen van de gierzwaluw, alsmede het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis alsmede het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepaling zoals genoemd in: -
artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk beschadigen, vernielen of wegnemen van nesten of rustplaatsen van de gierzwaluw (Apus apus);
-
artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus);
-
artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)
De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 1 maart 2023 tot en met 1 maart 2028. Bij de aanvraag behoren de volgende stukken: - Activiteitenplan Graaf Jan Laan e.o., Hillegom, Tauw, R003-1282485MTR-V02-efm-NL, 24 oktober 2022 (ODH534789): o Bijlage 1; Natuurtoets sloop en nieuwbouw appartementen Graaf Janlaan e.o., Hillegom, kenmerk: R003-1282485MTR-V02-efm-NL, 22 juli 2021; o Bijlage 2; Nader onderzoek naar vleermuizen, gierzwaluw, huismus en sperwer aan Graaf Janlaan e.o., Hillegom, kenmerk: R003-1282485MTR-V02-efm-NL, 6 september 2022; o Bijlage 3; Ecologisch logboek, kenmerk: R003-1282485MTR-V02-efm-NL; - Rapportage Asbestinventarisatie TYPE A conform SC-540, M-68778, Oesterbaai Midden BV, 22 november 2016 (ODH534793); - Rapportage asbestinventarisatie conform Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering, Alona Dufornee, kenmerk: 201287, 15 november 2021 (ODH534794); - Rapportage Asbestinventarisatie TYPE A Complex 113, bk asbest, 310043, 29 juli 2011 (ODH580162); - Verscheidene energieprestatiecertificaten, Atriensis bv, 14 december 2008 (ODH534795; ODH534796; ODH534797; ODH534798; ODH534799; ODH534800; ODH534801; ODH534802; ODH534803): - Verscheidene bouw- en bestektekeningen, 1981 (ODH580163; ODH580164; ODH580165; ODH580166; ODH580167; ODH580168; ODH580169); - Rapportage tijdelijke voorzieningen (OR214048, Tijdelijke
Voorzieningen, STEK, Hillegom), Unitura, 25 januari 2023 (ODH594654); - Beantwoording vragen ‘Conceptaanvraag Wet natuurbescherming, Graaf Janlaan e.o. te Hillegom’, Tauw BV, Kenmerk: N002-1282485MTR-V01-agv-NL, 20 januari 2023 (ODH594643).
01053055-00117643
6 / 13
Procedure Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1 van de Wnb zijn toegepast op deze beschikking. Verlenging Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, van de Wnb hebben wij op 23 december 2022 de termijn voor de afhandeling van de aanvraag met zeven weken verlengd.
Bevoegd gezag De handeling wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag.
Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag is getoetst aan de artikelen 3.1, 3.3, 3.5 en 3.8 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. De gierzwaluw is een van nature in Nederland in het wild levende vogel en beschermd op grond van artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb is het verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van de gierzwaluw te beschadigen, vernielen of weg te nemen. De gewone dwergvleermuis is een van nature in Nederland in het wild levend dier van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a bij de Habitatrichtlijn. Op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb is het verboden: - de gewone dwergvleermuis opzettelijk te verstoren; - voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen.
Op grond van artikel 3.3, vierde lid, en artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: - er geen andere bevredigende oplossing bestaat; - de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.3, vierde lid, aanhef en onder b, en artikel 3.8, vijfde lid, aanhef en onder b, van de Wnb aan de orde is; en - de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding respectievelijk er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Beoordeling Aanvraag Woonstichting Stek is voornemens om de 120 appartementen aan de Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan te Hillegom te slopen ten behoeve van de nieuwbouw van circa 160 appartementen. De sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden staan gepland te starten na ontheffingsverlening en duren uiterlijk tot 1 maart 2028. Gezien de verlate startdatum en de mogelijke uitloop van de werkzaamheden wordt een langere ontheffingsperiode aangehouden. 01053055-00117643
7 / 13
Overtreding verbodsbepaling(en) Om te bepalen of er sprake is van overtreding van de Wnb, heeft in 2022 nader onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van de gierzwaluw en de gewone dwergvleermuis binnen het plangebied. Het onderzoek naar gierzwaluw is niet geheel uitgevoerd conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017). Er is geen veldbezoek uitgevoerd in de periode 20 juni tot en met 7 juli 2022. In plaats daarvan is een veldbezoek vier dagen later, op 11 juli 2022, uitgevoerd. SOVON (2022)2 geeft aan dat de gierzwaluwen in het jaar 2022 later in Nederland zijn aangekomen dan gebruikelijk. Daarmee is aannemelijk gemaakt dat het onderzoek representatief is. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (2021). Daarmee is voldoende aannemelijk gemaakt dat de functies van het plangebied voor de gierzwaluw en de gewone dwergvleermuis in kaart zijn gebracht. Hiermee zijn wij van mening dat de onderzoeksinspanning voldoende is geweest. De gierzwaluw is in het plangebied aangetroffen. In de opening tussen het dakoverstek en de muur in de noordgevel van de Frederik Hendriklaan 2-42 is een nestplaats aangetroffen. In de opening naast de steunbalk van het dakoverstek in de noordwesthoek van de In de Graaf Janlaan 2-46 is tevens een nestplaats aangetroffen.
Met de geplande werkzaamheden gaan deze nestplaatsen verloren en wordt de verbodsbepaling zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Wnb overtreden. De gewone dwergvleermuis is in het plangebied aangetroffen. Er zijn zes verblijfplaatsen aangetroffen, waarvan twee zomer- en vier paarverblijfplaatsen. De twee zomerverblijfplaatsen zijn aangetroffen: onder de dakrand aan de linkerkant van de kopgevel naast de vijfde steunbalk van links van de woning aan de Graaf Janlaan nummer 1 en uit een open ventilatievoeg van de woning aan de Willem de Zwijgerlaan nummer 23. Daarnaast zijn er op vier locaties paarverblijfplaatsen aangetroffen. De paarterritoria bevinden zich op de volgende locaties: - langs Juliana van Stolberglaan 56-90; - langs de zuidgevel en zuid oostgevel van Willem de Zwijgerlaan 17-61; - Juliana van Stolberglaan 92-118 of Juliana van Stolberglaan 62-90; - langs de zuidgevels van Graaf Janlaan 1-41, Graaf Janlaan 2-46 en Willem de Zwijgerlaan 17-61. Van zomer- en paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis mag er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat deze ook in gebruik zijn gedurende milde winters door één of enkele individuen. Met de geplande werkzaamheden gaan deze verblijfplaatsen verloren en worden individuen opzettelijk verstoord. Hiermee worden de verbodsbepalingen zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb overtreden.
Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis tot een minimum te beperken, worden maatregelen voorgesteld zoals beschreven in het ‘Activiteitenplan Graaf Jan Laan e.o., Hillegom’ van 24 oktober 2022. Deze maatregelen zien onder andere op het ongeschikt maken van de bebouwing in de minst kwetsbare periode van de gewone dwergvleermuis en het treffen van compenserende en mitigerende maatregelen. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecoloog met kennis van de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Geen andere bevredigende oplossing Het project is locatiespecifiek. Het betreft sloop van bestaande bebouwing welke niet meer aan de huidige eisen van gezondheid en veiligheid voldoet. Gezien de slechte staat van de huidige bebouwing is het niet mogelijk om de bebouwing via renovatie om te vormen naar nieuwe woningen en daarmee het beoogde energiedoel te bereiken. Daarnaast zullen bij renovatie de aangetroffen nesten van de gierzwaluw en de aangetroffen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis tevens verloren gaan. Wat betreft de werkzaamheden worden alle mogelijke mitigerende uitvoeringsmaatregelen getroffen om effecten op de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis te verminderen, 2
https://www.sovon.nl/actueel/nieuwsberichten/gierzwaluwen-waren-erg-laat-dit-voorjaar
01053055-00117643
8 / 13
hetgeen wordt opgenomen en geborgd in een ecologisch werkprotocol. Zo wordt er rekening gehouden met de kwetsbare perioden van de gierzwaluw en worden er maatregelen genomen om effecten tijdens werkzaamheden te voorkomen. Gelet op de noodzaak en wijze van uitvoering zijn wij van mening dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Door de gekozen wijze en periode van uitvoering, wordt schade aan gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk voorkomen. Belangenonderbouwing De ontheffing is aangevraagd op grond van het belang van ‘de volksgezondheid of de openbare veiligheid’ zoals genoemd in artikel 3.3, lid 4 onder b sub 1 van de Wnb en ‘de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met begrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ zoals genoemd in artikel 3.8, lid 5, onder b sub 3 van de Wnb. 120 appartementen uit de jaren vijftig, aan de Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan te Hillegom worden gesloopt ten behoeve van circa 160 nieuwbouwappartementen. Het bouwproject waar de aanvraag op ziet, voorziet in een regionale woningbehoefte.
Uit de Omgevingsvisie Hillegom 2030 kan worden afgeleid dat er, naast een landelijk groeiende vraag naar woningen met stijgende wachtlijsten voor huurwoningen en stijgende prijzen voor koopwoningen, regionaal behoefte is aan verduurzamen, gezond wonen en een beter leefklimaat, gezien de sterk verouderde jaren 50 woningen, die niet meer voldoen aan de huidige energie en veiligheidseisen, waaronder aanwezigheid van asbest en het overschrijden van de geluidsbelasting. Het project is opgenomen in een door de provincie Zuid-Holland goedgekeurd regionaal woningbouwprogramma. Hieruit volgt dat de realisatie van het bouwproject kan worden beschouwd als een dwingende reden van groot openbaar belang. In het Energieakkoord is afgesproken dat de gebouwde omgeving in Nederland in 2050 energieneutraal is. Dat betekent dat er 4,5 miljoen huur- en koopwoningen, laagbouw en hoogbouw, rijtjeswoningen en vrijstaande huizen, energieneutraal gemaakt moeten worden. Het gaat om naoorlogse woningen uit de jaren 1950-1980. Alleen door vergaande verduurzaming van de bestaande woningvoorraad kan dit doel worden bereikt. Daarnaast heeft Nederland ingestemd met het Klimaatakkoord van Parijs dat als centraal doel heeft het reduceren van CO2uitstoot. De woningen waar de aanvraag op ziet zijn gebouwd in de jaren vijftig. De voorgenomen nieuwbouw zorgt voor een betere isolatie van de woningen.
De huidige staat van de woningen is sterk verouderd. Slecht geïsoleerde woningen zorgen voor een groot aandeel in de CO2-uitstoot, doordat meer gestookt moet worden om een warm binnenklimaat te behouden. Het huidige energielabel van de locatie ligt gemiddeld op label F. Na renovatie zullen de woningen een hoger energielabel moeten krijgen. Hiermee draagt de voorgenomen renovatie bij aan de doelstellingen uit het Energie- en klimaatakkoord. Het terugdringen van de CO2-uitstoot is essentieel voor het beperken van klimaatverandering en dient daarmee een groot maatschappelijk belang, onder meer op het vlak van veiligheid, natuurbescherming, welzijn en welvaart. Het verminderen van fossiele emissies leidt bovendien tot een verbeterde luchtkwaliteit en heeft daarmee een positief effect op de volksgezondheid. Gelet op het bovenstaande, zijn wij van oordeel dat het belang “Volksgezondheid, openbare veiligheid of andere dwingende reden van groot openbaar belang” voldoende is onderbouwd.
01053055-00117643
9 / 13
Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat de aangevoerde wettelijke belangen voldoende zijn onderbouwd om de negatieve effecten op gierzwaluw en gewone dwergvleermuis, welke als gevolg van de uitvoering van het project zullen optreden, te rechtvaardigen. Staat van instandhouding Gierzwaluw Als gevolg van de sloopwerkzaamheden gaan twee nestplaatsen van de gierzwaluw verloren. Vóór de start van de werkzaamheden en vóór terugkomst uit het zuiden (dus vóór april 2023) zijn in de omgeving van het plangebied twintig tijdelijke nestkasten van het type ‘NK GZ 08’ opgehangen, binnen een straal van 100 of 200 meter van het plangebied, aan de zijgevel van de woning Thorbeckelaan 31, Thorbeckelaan 71, Thorbeckelaan 115 en Kuyperlaan 13. In de permanente situatie worden minimaal twintig nestkasten van het type ‘IB GZ 06’ van Vivara ingebouwd. Deze nestkasten zullen geplaatst worden in de gevels van de nieuwbouwwoningen aan de Frederik Hendriklaan, Graaf Janlaan, Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan te Hillegom (zie figuur 5.5 in Appendix 2). De plaatsing van de permanente voorzieningen voor de gierzwaluw dient conform het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) uitgevoerd te worden. Minimaal één permanente voorziening, dient per verloren nestplaats, op dezelfde oriëntatie en zoveel als mogelijk dezelfde locatie als de oorspronkelijke verblijfplaats geplaats te worden.
Zoals opgenomen in de voorschriften.
Voorafgaand aan de werkzaamheden en vóór de start van het broedseizoen (15 april) worden de nesten ongeschikt gemaakt om te voorkomen dat er gierzwaluwen aanwezig zijn in de gebouwen ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. Het ongeschikt maken gebeurt onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de gierzwaluw. Dit wordt uitgevoerd door de betreffende invliegopeningen, inclusief eventuele potentiële invliegopeningen, af te sluiten met weringsborstels. Daarmee wordt voorkomen dat individuen worden verwond of gedood. De genoemde maatregelen worden getroffen conform de richtlijnen uit het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017). De gierzwaluw komt verspreid voor in de directe omgeving van het plangebied en op grotere schaal binnen Hillegom. Door de voorgenomen maatregelen en de beperkte omvang van het effect is het aannemelijk dat de gierzwaluw in de directe omgeving aanwezig blijft. Gewone dwergvleermuis Als gevolg van de sloopwerkzaamheden gaan twee zomer- en vier paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis verloren. Op 7 februari 2022 en op 27 juni 2022 zijn in totaal 50 tijdelijke vleermuiskasten van het type ‘VK WS 02’ van Vivara opgehangen ter compensatie van twee zomerverblijfplaatsen en vier paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, binnen een straal van 100 of 200 meter van het plangebied.
In tabel 5.1 van het Activiteiten- en Mitigatieplan van 24 oktober 2022 is een overzicht van de locaties van de tijdelijke vleermuiskasten van het type ‘VK WS 02’ van Vivara. In de permanente situatie dienen minimaal vierentwintig vleermuiskasten van het type ‘IB VL 08’ van Vivara of vergelijkbaar ingebouwd te worden in de gevels van de nieuwbouwwoningen. De plaatsing van de permanente voorzieningen voor de gewone dwergvleermuis dient conform het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) uitgevoerd te worden. Minimaal één permanente voorziening, dient per verloren nestplaats, op dezelfde oriëntatie en zoveel als mogelijk dezelfde locatie als de oorspronkelijke verblijfplaats geplaats te worden. Het voorgaande is vastgelegd in de voorschriften.
01053055-00117643
10 / 13
In de directe omgeving van de huidige type verblijfplaats bevinden zich daarnaast voldoende natuurlijke alternatieven voor de soort. Hiermee worden er gedurende en na de werkzaamheden voldoende uitwijkmogelijkheden aangeboden voor de gewone dwergvleermuis. In de actieve periode, welke loopt van 15 april tot en met 15 oktober, worden de verblijfplaatsen ongeschikt gemaakt om te voorkomen dat er vleermuizen aanwezig zijn in de bebouwing ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. De alternatieve tijdelijke voorzieningen welke zijn gerealiseerd binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden dienen tevens ongeschikt gemaakt te worden alvorens deze worden verwijderd. Dit hebben wij opgenomen in de voorschriften. Het ongeschikt maken van de aanwezige verblijfplaatsen wordt uitgevoerd door het plaatsen van exclusion flaps. Deze dienen minimaal vijf aaneengesloten dagen te worden ingezet, De weersomstandigheden dienen op deze dagen gunstig te zijn (minimaal 10 graden en een windkracht van <5 Bft) en deze dienen door de ecoloog te worden opgenomen in een logboek. Omdat de exacte invliegopeningen niet van alle aangetroffen verblijfplaatsen bekend zijn dient de gehele gevel van de woningen in zijn geheel ongeschikt gemaakt te worden als verblijfplaats.
Enkel indien invliegopeningen met elkaar in verbinding staan is het per strekkende meter, onder voorwaarde dat minimaal één van deze openingen ongeschikt wordt gemaakt door middel van een exclusion flap, toegestaan om de overige openingen ongeschikt te maken door middel van weringsborstels, rugvulling of rondschuim zonder plakranden. Het gebruik van purschuim, glaswol of (steiger)netten is onder geen enkele voorwaarde toegestaan. Na het ongeschikt maken, en voorafgaand aan de werkzaamheden, dient een controlebezoek te worden uitgevoerd met behulp van een batdetector om de aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing uit te sluiten, alvorens het plangebied wordt vrijgegeven. Dit hebben wij opgenomen in de voorschriften. Daarmee wordt voorkomen dat er dieren kunnen worden verwond of gedood. De genoemde maatregelen worden getroffen conform de richtlijnen uit het meest actuele Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12). De gewone dwergvleermuis komt verspreid voor in de directe omgeving van het plangebied. Door de voorgenomen maatregelen en de beperkte omvang van het effect is het aannemelijk dat de gewone dwergvleermuis in de directe omgeving aanwezig blijft.
Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de sloopwerkzaamheden niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Ecologisch werkprotocol De start van de werkzaamheden dient gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De werkzaamheden en de wijze waarop de maatregelen worden uitgevoerd dienen in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen. Dit protocol dient bij het melden van de start van de werkzaamheden meegestuurd te worden. Voorts dient het protocol op de locatie aanwezig te zijn. Hierdoor weten ook de uitvoerders op welke wijze de werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Wij hebben dit in de voorschriften 1, 2 en 3 vastgelegd. Samenhangende besluiten Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn, op grond waarvan vergunningen, toestemmingen, ontheffingen of meldingen benodigd zijn om de gevraagde activiteit te kunnen uitvoeren. Die mogelijkheid geldt bijvoorbeeld voor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hiervoor is de gemeente Hillegom bevoegd gezag.
Conclusie Op grond van het vorenstaande kan de gevraagde ontheffing op grond van artikel 3.3, eerste lid, en artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb worden verleend. 01053055-00117643
11 / 13
Appendix 1
01053055-00117643
12 / 13
Appendix 2
01053055-00117643
13 / 13