Bijlage 1.1 Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Datum:
13 maart 2023
Project:
Bestemmingsplan Graaf Janlaan fase 2
Uw kenmerk:
-
Locatie:
Hillegom
Ons kenmerk:
V0490201aa.22GP9OX.jjb
Betreft:
Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Versie:
02_001
1
Inleiding
Aan de Graaf Janlaan in Hillegom bevinden zich nu 3 woongebouwen met in totaal 60 woningen, in een plangebied dat grofweg wordt begrensd door de Graaf Janlaan, Juliana van Stolberglaan, Willem de Zwijgerlaan en Willem de Rijkelaan. De initiatiefnemer (Woonstichting Stek) heeft het voornemen om deze te slopen en om in plaats hiervan 2 woongebouwen met in totaal 80 woningen terug te bouwen. De 2 woongebouwen bestaan uit deels 3 en deels 4 bouwlagen. Het gebied tussen de woongebouwen wordt ingericht als openbaar gebied, inclusief bomen en wandelpaden. Tevens worden hier in een zogenaamde parkeerkoffer parkeerplaatsen voor de woningen aangelegd. Het plangebied voor dit project is met een groene omlijning ingetekend op de luchtfoto in figuur 1.
Figuur 1 Actuele luchtfoto met ligging plangebied (groen omlijnd).
Kelvinbaan 40 2e verd., 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01
Bij het voorgaande is op voorhand van belang dat het plangebied nu al volledig wordt gebruikt voor een stedelijke functie in de vorm van de bestaande woongebouwen. Deze functie is ook nadrukkelijk toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Woongebieden TreslongMeer en Dorp’, waarin het plangebied hoofdzakelijk een woonbestemming heeft met daarin een bouwvlak dat bebouwd mag worden tot 9 meter hoog. In de figuren 2 en 3 zijn impressies van de voorgenomen inrichting van het plangebied en de geprojecteerde bebouwing weergegeven.
Blok 1
Blok 2
Figuur 2 Impressie voorgenomen inrichting plangebied.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
2
Figuur 3 Impressie van de nieuwe woongebouwen, gezien vanaf hoek Willem de Zwijgerlaan en Juliana van Stolberglaan. Omdat de voorgenomen 2 woongebouwen met in totaal 80 woningen op onderdelen niet in de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan passen, wordt hiervoor een bestemmingsplan voorbereid. In het kader van de bijbehorende procedure is een m.e.r.beoordeling door het bevoegde gezag nodig, zoals in de volgende paragraaf nader is toegelicht. Deze aanmeldingsnotitie voorziet in de benodigde informatie voor deze m.e.r.-beoordeling.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
3
2
Wettelijk kader
Vanwege het benodigde bestemmingsplan is het Besluit milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) van belang. Het voorgenomen woningbouwproject kan worden aangemerkt als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’, zoals genoemd onder categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Dit betekent dat de m.e.r.- beoordelingsprocedure van toepassing is (artikel 7.16 en verder Wet milieubeheer). Een m.e.r.- beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij een voorgenomen activiteit, die genoemd staat in onderdeel D van het Besluit m.e.r., belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Tabel 1 Categorie D11.2, bijlage 2, Besluit m.e.r. Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of In gevallen waarin de
De structuurvisie,
De vaststelling van het
uitbreiding van een
activiteit betrekking
bedoeld in de
plan, bedoeld in
stedelijk
heeft op (1) een
artikelen 2.1, 2.2 en
artikel 3.6, eerste lid,
ontwikkelingsproject
oppervlakte van 100
2.3 van de Wet
onderdelen a en b,
met inbegrip van de
hectare of meer; (2)
ruimtelijke ordening,
van de Wet ruimtelijke
bouw van
een aaneengesloten
en het plan, bedoeld
ordening dan wel bij
winkelcentra of
gebied en 2000 of
in artikel 3.1, eerste
het ontbreken daarvan
parkeerterreinen.
meer woningen
lid, van die wet.
van het plan, bedoeld
omvat, of (3) een
in artikel 3.1, eerste
bedrijfsvloer-
lid, van die wet.
oppervlakte van 200.000 m2 of meer. Ook bij activiteiten die de drempelwaarden genoemd in de kolom ‘Gevallen’ niet overschrijden, is het nodig dat het bevoegd gezag nagaat of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en of deze gevolgen zodanig zijn dat toch een m.e.r.-procedure aan de orde is. Dit vereist een gemotiveerd oordeel van het bevoegd gezag. Dit oordeel wordt een m.e.r.-beoordeling genoemd. Aanmeldingsnotitie Aan de initiatiefnemer wordt gevraagd om in een aanmeldingsnotitie voldoende informatie over de beoogde activiteiten c.q. ontwikkeling te geven. De aanmeldingsnotitie dient derhalve als motivering voor het door bevoegd gezag te nemen m.e.r.-beoordelingsbesluit. Beoordelingscriteria Bij de beoordeling of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu is het nodig om rekening te houden met de criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn 2011/92/EU: 1.
Kenmerken van het project.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
4
a.
de omvang van het project.
b. de cumulatie met andere projecten. c.
gebruik van natuurlijke hulpbronnen.
d. de productie van afvalstoffen. e.
verontreiniging en hinder.
f.
het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering.
g. risico's voor de menselijke gezondheid. 2.
Locatie van het project. a.
het bestaande grondgebruik.
b. relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. c. 3.
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu.
Soort en kenmerken van het potentiële effect. a.
De orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten.
b. De aard van het effect. c.
het grensoverschrijdend karakter van het effect.
d. de intensiteit en de complexiteit van het effect. e.
de waarschijnlijkheid van het effect.
f.
de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten. h.
de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
In deze aanmeldingsnotitie is op hoofdlijnen aangesloten bij de voorgaande opbouw en criteria. Procedure In de Wet milieubeheer is bepaald dat de procedure voor de m.e.r.-beoordeling moet worden doorlopen in het kader van de planologische procedure. De procedure voor de m.e.r.-beoordeling is als volgt: -
De initiatiefnemer dient een aanmeldingsnotitie in bij het bevoegd gezag (in dit geval het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hillegom);
-
Binnen 6 weken na ontvangst beslist het bevoegd gezag over de noodzaak tot het al dan niet doorlopen van een m.e.r.-procedure;
-
Het m.e.r.-beoordelingsbesluit wordt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan bekend gemaakt.
Bij een m.e.r.-beoordelingsbesluit is geen sprake van een directe bezwaar- of beroepsmogelijkheid. In het kader van de procedure van het ‘moederbesluit’, te weten het bestemmingsplan, kan over de m.e.r.-beoordeling een zienswijze naar voren worden gebracht en is een beroepsmogelijkheid aan de orde.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
5
3
M.e.r.-beoordeling
In de navolgende tabellen zijn de mogelijke milieueffecten van het voorgenomen woningbouwproject beoordeeld op basis van de criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.richtlijn 2011/92/EU.
3.1
Kenmerken van het project
Criterium
Beoordeling
de omvang van het
Aan de Graaf Janlaan in Hillegom bevinden zich nu 3 woongebouwen met
project.
in totaal 60 woningen en bijbehorende, vrijstaande bergingen, in een plangebied dat grofweg wordt begrensd door de Graaf Janlaan, Juliana van Stolberglaan, Willem de Zwijgerlaan en Willem de Rijkelaan. Deze woongebouwen hebben 3 bouwlagen en de bergingen hebben 1 bouwlaag. De totale voetprint van deze bebouwing bedraagt circa 2.080 m2. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5.600 m 2. Het project betreft de sloop van de bestaande bebouwing om in plaats hiervan 2 woongebouwen met inpandige bergingen en in totaal 80 woningen terug te bouwen. Per saldo is daarmee sprake van meer geconcentreerde bebouwing en de toevoeging van 20 woningen. De 2 woongebouwen worden vormgegeven in een ‘L-vorm’, waarbij de gevels tegen de noordoostelijke en zuidoostelijke perceelgrens worden geplaatst. Hierdoor ontstaat aan de westzijde van het perceel een open ruimte, met ruimte voor groen en parkeren. De gebouwen krijgen een getrapt bouwvolume: aan de zijde van de Graaf Janlaan bestaan de gebouwen uit 3 bouwlagen, en aan de zijde van de Willem de Zwijgerlaan uit 4 bouwlagen. De totale voetprint bedraagt circa 2.250 m 2. Het gebied tussen de woongebouwen wordt ingericht als openbaar gebied, inclusief bomen en wandelpaden. Tevens worden hier in een zogenaamde parkeerkoffer parkeerplaatsen voor de woningen aangelegd.
De omvang van het project blijft hiermee (ruimschoots) onder de drempelwaarden uit categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r., zodat voor het project een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Daar komt bij dat het een project in bestaand stedelijk gebied betreft. Dit betekent dat geen ‘maagdelijk’ gebied wordt aangetast en dar er geen nieuwe infrastructuur hoeft te worden aangelegd. De (te behouden) woonfunctie sluit aan op c.q. past binnen het omliggende stedelijke gebied.
de cumulatie met
In de directe omgeving speelt naast de hiervoor beschreven fase 2 ook
andere projecten.
fase 1 van het project Graaf Janlaan, als gevolg hiervan kunnen cumulatieve milieueffecten aan de orde zijn. Dit project betreft is qua omvang vergelijkbaar en betreft de sloop van 3 woongebouwen met 60
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
6
Criterium
Beoordeling woningen en vervangende nieuwbouw van 3 woongebouwen met 81 woningen. In de navolgende beoordeling is waar nodig ingegaan op de aspecten waarbij cumulatie niet op voorhand kan worden uitgesloten.
gebruik van
Voor het project wordt op reguliere wijze gebruik gemaakt van natuurlijke
natuurlijke
hulpbronnen zoals bouwmaterialen en energie. Gebruik van de nabij het
hulpbronnen.
plangebied aanwezige hulpbron water voor het project is niet aan de orde.
de productie van
Voor de afvoer van het huishoudelijk afval worden de reguliere procedures
afvalstoffen.
en processen gevolgd, zoals het scheiden van afvalstromen en afvoer naar erkende verwerkers. Gelet op de aard en omvang van het project is geen sprake van grootschalige productie van afvalstoffen als bedoeld in de Europese m.e.r.-richtlijn.
verontreiniging en
Verontreiniging betreft de aspecten luchtkwaliteit, bodem en water. Voor
hinder.
de laatste twee geldt dat wonen geen functie is waarbij verontreiniging van de bodem of het water te verwachten valt. Voor wat betreft luchtkwaliteit voldoet het project aan het NIBM-criterium (minder dan 1.500 woningen). Tevens liggen de heersende achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide, fijnstof en zeer fijnstof ruimschoots onder de geldende grenswaarden. Voor het aspect luchtkwaliteit is derhalve geen sprake van significant negatieve milieueffecten. Hinder betreft de aspecten verkeer en parkeren, geluid en geur. Voor het laatste aspect geldt dat wonen geen functie is die relevante geurhinder kan veroorzaken. Inzake verkeer kan op basis van de actuele CROW-kencijfers het volgende worden aangegeven: -
In de bestaande situatie is sprake van een verkeersgeneratie van minimaal 192 en maximaal 240 bewegingen per etmaal (uitgaande van 60 appartementen in de sociale huursector).
-
In de toekomstige situatie is sprake van een verkeersgeneratie van minimaal 329 en maximaal 392 bewegingen per etmaal (uitgaande van 44 appartementen in de sociale huursector en 36 reguliere huurappartementen).
Per saldo leidt het project daarmee naar verwachting tot minimaal 137 en maximaal 152 extra verkeersbewegingen per etmaal. Hiervoor geldt dat het omliggende verkeersnetwerk naar verwachting voldoende capaciteit heeft om de extra verkeersgeneratie als gevolg van het project te verwerken. Verkeershinder valt daarom niet te verwachten.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
7
Criterium
Beoordeling Voor de parkeerbehoefte als gevolg van het project geldt het gemeentelijke parkeerbeleid zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen 2016. Specifiek het aspect parkeren is daarbij integraal voor fase 1 en 2 van het project ‘Graaf Janlaan’ beschouwd (deze aanmeldingsnotitie betreft verder in hoofdzaak fase 2). In de bestaande situatie zijn 120 woningen aanwezig in het projectgebied voor fase 1 en 2, die parkeergelegenheid met een totale omvang van 96 parkeerplaatsen gebruiken. In totaal worden in het kader van het project 41 woningen toegevoegd, waarvan 21 in fase 1 en 20 in fase 2. Het voorgaande betekent dat er voor fase 1 en 2 in totaal (41 x 1,8=) 74 parkeerplaatsen moeten worden toegevoegd aan de bestaande parkeervoorraad om te voldoen aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Daarom is in het projectgebied voor fase 1 en 2 de aanleg van 74 parkeerplaatsen voorzien, in de vorm van langsparkeerplaatsen en parkeerkoffers. Parkeerhinder valt daarom niet te verwachten. Op basis van het voorgaande is vanuit het oogpunt van hinder geen sprake van significante negatieve milieueffecten. Wel kan in de bouwfase van het project verkeer- en/of geluidhinder aan de orde zijn. Dit betreft echter hinder met een relatief beperkte omvang, die van tijdelijke aard is. Daar komt bij dat in de bouwfase sprake is van werktijden tussen circa 07.00 en 17.00 uur, van maandag tot en met vrijdag.
Alleen wanneer dit noodzakelijk is, wordt incidenteel ook op zaterdag of in de avonduren gewerkt. Daarbij is het zo dat geluid van de bouwwerkzaamheden moet voldoen aan de algemene geluidregels uit het Bouwbesluit. Gezien de aard en omvang van de werkzaamheden en de afstand tot de meest nabijgelegen woningen valt te verwachten dat hieraan voldaan kan worden. Tot slot valt nog te verwachten dat het bouwgeluid (deels) gemaskeerd wordt door het aanwezige omgevingsgeluid vanwege de omliggende wegen.
het risico van zware
Dit criterium betreft met name het aspect externe veiligheid. Allereerst is
ongevallen en/of
daarbij van belang dat de voorgenomen woonfunctie geen relevante
rampen, waaronder
risicobron betreft. Wel volgt uit informatie van de Omgevingsdienst West-
rampen door
Holland dat het plangebied (net) binnen het invloedsgebied van de
klimaatverandering.
regionale transportroute voor gevaarlijke stoffen over de N208 ligt. Dit invloedsgebied reikt tot 880 meter vanaf de N208 en het plangebied ligt op een afstand van 800 meter. Het voorgaande betekent dat bij een incident met toxische stoffen op de N208 een giftige gaswolk kan ontstaan
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
8
Criterium
Beoordeling die het plangebied kan bereiken. Hierover is door de omgevingsdienst aangegeven dat in dit geval geen bijzondere voorzieningen nodig zijn. Dit betekent dat er als gevolg van het project geen sprake is van een toename van het risico op zware ongevallen en/of rampen. Tot slot is nog van belang dat gelet op de aard en omvang van het project het risico op rampen door klimaatverandering niet vergroot wordt. Significante negatieve milieueffecten zijn voor dit criterium daarom niet aan de orde.
risico's voor de
Dit criterium betreft de aspecten geluid, bodem en luchtkwaliteit, waarbij
menselijke
voor het laatste aspect wordt verwezen naar de beoordeling van het
gezondheid.
criterium ‘verontreiniging en hinder’. Voor wat betreft geluid en bodem geldt dat risico's voor de menselijke gezondheid worden voorkomen dan wel niet aan de orde worden geacht.
3.2
Locatie van het project
Criterium
Beoordeling
het bestaande
Het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied en omvat hoofdzakelijk 3
grondgebruik.
woongebouwen met in totaal 60 woningen en bijbehorende, vrijstaande bergingen. Deze terreinrichting is sinds omstreeks 1961 aanwezig. De buitenruimte in het plangebied is primair ingericht voor afzonderlijke privétuinen bij de woningen op de begane grond. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Aan de noord-, west- en zuidzijde van het plangebied bevinden zich uitsluitend woningen en/of woongebouwen. Aan de oostzijde ligt de Weerlaan. Dit is een 50 km/u-weg die als belangrijke ontsluitingsroute/rondweg door Hillegom ligt. In het geldende bestemmingsplan ‘Woongebieden Treslong-Meer en Dorp’ heeft het plangebied hoofdzakelijk een woonbestemming, met daarin een bouwvlak dat bebouwd mag worden tot 9 meter hoog.
relatieve rijkdom
De relatieve rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen in het plangebied is
aan en de kwaliteit
beperkt, aangezien het een grotendeels bebouwd en verhard gebied
en het regeneratie-
betreft. Voor het project wordt geen gebruik gemaakt van de wel in het
vermogen van de
plangebied aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Op basis van het
natuurlijke
voorgaande worden geen significante effecten ten aanzien van natuurlijke
hulpbronnen van
hulpbronnen in het plangebied (voor zover aanwezig) verwacht.
het gebied. het
Het plangebied is gelegen in bestaand stedelijk gebied, waardoor voor dit
opnamevermogen
criterium met name de aspecten soorten- en gebiedsbescherming, archeologie en cultuurhistorie van belang zijn.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
9
Criterium
Beoordeling
van het natuurlijke milieu.
In het kader van soortenbescherming is een natuurtoets uitgevoerd, waarvan de conclusie als volgt luidt (zie verder bijlage IV bij de toelichting van het bestemmingsplan): -
De beoogde ontwikkeling is mogelijk strijdig met de Wnb vanwege het mogelijk voorkomen van beschermde soorten en/of beschermde functies. Het gaat hierbij om: o
Verblijfplaatsen van vleermuizen
o
Jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw, huismus en sperwer
o
Tijdens het broedseizoen beschermde vogelnesten
Naar aanleiding van de uitkomsten van de natuurtoets is vervolgens een nader onderzoek uitgevoerd, waarvan de conclusie als volgt luidt (zie verder bijlage V bij de toelichting van het bestemmingsplan): -
In het plangebied ontbreekt het aan beschermde functies van huismus en sperwer. Van gierzwaluw zijn nestplaatsen en van gewone dwergvleermuis zijn zomer- en paarverblijfplaatsen aanwezig in het plangebied. Voor gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen. Te denken valt aan het werken buiten kwetsbare periodes, het plaatsen van tijdelijke en permanente alternatieve nest- en verblijfplaatsen en ecologische begeleiding.
Het voorgaande betekent dat vanwege verwachte negatieve effecten op gierzwaluw en gewone dwergvleermuis een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming nodig is. Deze ontheffing is inmiddels aangevraagd en kan alleen worden verkregen als: 1.
De staat van instandhouding niet verslechterd.
2.
Het belang van het voornemen een overtreding rechtvaardigt (wettelijk belang).
3.
Uit een alternatievenafweging blijkt dat er ten aanzien van bijvoorbeeld de locatie, planning, inrichting en ontwerp en werkwijze geen reële opties zijn die gunstiger uitpakken voor benadeelde soorten.
In paragraaf 4.9.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is gemotiveerd hoe aan deze drie (ontheffing)voorwaarden voldaan kan worden, op basis van het activiteitenplan dat ten grondslag is gelegd aan de ontheffingsaanvraag. Op basis van deze motivering en met het treffen van de maatregelen die daarbij zijn benoemd (en ook uitgebreider beschreven in het activiteitenplan) ligt het in de lijn der verwachting dat de
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
10
Criterium
Beoordeling ontheffing wordt verleend. Daarbij kan niet uitgesloten worden dat voorschriften met maatregelen onderdeel uitmaken van de ontheffing. Met inachtneming van de benodigde ontheffing worden negatieve effecten op beschermde soorten als gevolg van het project niet verwacht. In het kader van gebiedsbescherming is allereerst van belang dat het dichtstbijzijnde beschermde natuurgebied buiten het plangebied ligt, op meer dan 0,8 kilometer afstand. Het betreffende gebied maakt onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 3,5 kilometer afstand van het plangebied. Het project betreft een plangebied dat al grotendeels bebouwd en verhard is en dat intensief wordt gebruikt ten behoeve van de al aanwezige woonfunctie. Vanwege deze situatie en de onderlinge afstand is een relatie met de aangewezen soorten en habitats in het NNN en Natura 2000gebieden afwezig. Gezien de in de bouw- en gebruiksfase van het project verwachte inzet van materieel en verkeersbewegingen is een mogelijk effect vanwege de toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden niet op voorhand uit te sluiten. Daar komt bij dat de bouw- en gebruiksfase vanuit het kader van de Wet natuurbescherming en mogelijk cumulatieve effecten in samenhang voor fase 1 en 2 van het project Graaf Janlaan moet worden beschouwd.
Om die reden is een stikstofberekening voor de bouw- en gebruiksfase van het project uitgevoerd (zie bijlage VI bij de toelichting van het bestemmingsplan), waarin nadrukkelijk fase 1 en 2 gezamenlijk zijn beoordeeld. De conclusie van deze berekening is dat de uitstoot (emissie) van stikstof niet leidt tot depositie op omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol per hectare per jaar. Negatieve effecten voor beschermde natuurgebieden worden op basis van het voorgaande niet verwacht. Inzake archeologie geldt dat op basis van de gemeentelijke waarden- en verwachtingskaart een lage archeologische verwachting aan de orde is. Dit houdt in dat archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. De voor het project beoogde bodemwerkzaamheden overschrijden deze grenzen. Om die reden is een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd, waarin is vastgesteld dat ook specifiek in het plangebied sprake is van een lage archeologische verwachting. Om die reden is in het archeologisch onderzoek geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor het project (zie verder bijlage VII bij
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
11
Criterium
Beoordeling de toelichting van het bestemmingsplan). Gelet op het voorgaande wordt aantasting van c.q. een significant effect op archeologische waarden als gevolg van het project niet aan de orde geacht. Ten aanzien van cultuurhistorie blijkt uit het genoemde archeologisch onderzoek dat in en direct rondom het plangebied geen cultuurhistorische waarden te verwachten zijn. Daar komt bij dat de in het plangebied aanwezige bebouwing geen monumentaal karakter heeft. Significante negatieve effecten inzake cultuurhistorie zijn daarom (ook) niet aan de orde geacht.
3.3
Soort en kenmerken van het potentiële effect
Criterium
Beoordeling
De orde van grootte Aan de orde zijn de volgende mogelijke milieueffecten: en het ruimtelijk
-
bereik van de effecten.
Tijdelijke verkeer- en/of geluidhinder tijdens de bouwfase in de directe omgeving van het plangebied;
-
Geluidbelasting van de nieuwe woningen vanwege met name het verkeer op de Weerlaan, dit effect blijft beperkt tot het plangebied.
-
Verstoring en vernietiging van enkele nest- en verblijfplaatsen van respectievelijk de beschermde soorten gierzwaluw en gewone dwergvleermuis in het plangebied.
De orde van grootte van de hiervoor genoemde milieueffecten is relatief beperkt, met name vanwege de omvang van het project en plangebied. Voor de orde van grootte van deze effecten is nog het volgende van belang: -
Inzake de geluidbelasting van de nieuwe woningen geldt dat de maximale waarde van 56 dB (na wettelijke aftrek) geen onaanvaardbare orde van grootte betreft.
-
Qua verkeer- en/of geluidhinder tijdens de bouwfase wordt een aanvaardbare orde van grootte verwacht, mede gelet op de tijdelijkheid en de hiervoor geldende geluidregels uit het Bouwbesluit.
-
Voor wat betreft de negatieve effecten voor de gierzwaluw en dwergvleermuis geldt dat op basis van de inmiddels aangevraagde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is geborgd dat negatieve effecten middels mitigerende en compenserende maatregelen worden voorkomen. Hierbij ligt het op basis van de eerdergenoemde motivering in de lijn der verwachting dat deze ontheffing wordt verleend.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
12
Criterium
Beoordeling
De aard van het
Verwezen wordt naar de voorgaande beoordeling, waarbij nog specifiek
effect.
wordt benadrukt dat de verkeer- en/of geluidhinder tijdens de bouwfase een tijdelijk karakter heeft.
het
Gelet op het (hooguit) lokale ruimtelijke bereik van de mogelijke
grensoverschrijdend milieueffecten is van een grensoverschrijdend karakter geen sprake. karakter van het effect. de intensiteit en de
Gelet op de relatief beperkte orde van grootte en de aard van de
complexiteit van het mogelijke milieueffecten is de intensiteit en complexiteit hiervan beperkt. effect. de
Het optreden van de mogelijke milieueffecten is waarschijnlijk, met name
waarschijnlijkheid
voor wat betreft de geluidbelasting van de nieuwe woningen en de
van het effect.
negatieve effecten voor de gierzwaluw en dwergvleermuis. Tijdelijke verkeer- en/of geluidhinder wordt gezien de omvang van het project, het karakter van de toegangswegen en het omliggende gebied minder waarschijnlijk geacht.
de verwachte
Naar verwachting start de bouwfase van het project eind 2023 of in 2024.
aanvang, de duur,
De verkeer- en/of geluidhinder beperken zich qua duur en frequentie tot
de frequentie en de
de bouwfase en zijn omkeerbaar (deze tijdelijke milieueffecten leiden niet
omkeerbaarheid
tot permanente veranderingen/effecten). De geluidsbelasting zal zich
van het effect.
gedurende de gebruiksfase van de nieuwe woningen relatief frequent voordoen. Overigens is de geluidsbelasting ook nu al aanwezig, alleen is er in het plangebied nog geen sprake van een effect. De negatieve effecten voor de beschermde gierzwaluw en gewone dwergvleermuis treden op bij de start van de sloop en betreffen het vernietigen van enkele nest-/verblijfplaatsen in de te slopen bestaande bebouwing. In het kader van de benodigde en aangevraagde ontheffing zijn er tijdelijke voorzieningen in de directe omgeving gerealiseerd, waarna in beginsel ook de nieuwe bebouwing weer ruimte biedt voor nest/verblijfplaatsen van gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Op termijn is het effect daarmee omkeerbaar en blijft de functionaliteit van het leefgebied van gierzwaluw en gewone dwergvleermuis gehandhaafd.
de cumulatie van
De functies c.q. projecten in de omgeving betreffen met name reeds
effecten met de
aanwezige woningen. Uitzondering hierop is de al genoemde fase 1 van
effecten van andere
het project Graaf Janlaan, hiervoor is cumulatie van de effecten ten aanzien
projecten.
van specifiek het aspect stikstof nader beoordeeld middels een berekening. De uitkomst hiervan is dat geen sprake is van een cumulatief effect qua stikstofdepositie. Voor de overige genoemde mogelijke milieueffecten valt cumulatie op voorhand al niet te verwachten. Om die
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
13
Criterium
Beoordeling reden is cumulatie met fase 1 of andere projecten c.q. bestaande functies niet aan de orde geacht.
de mogelijkheid om
-
Tijdelijke verkeer- en/of geluidhinder tijdens de bouwfase: Qua
de effecten
geluidhinder wordt voldaan aan de relevante eisen uit het
doeltreffend te
Bouwbesluit.
verminderen.
-
Geluidbelasting van de nieuwe woningen vanwege verkeer op de Weerlaan: Met inachtneming van de benodigde hogere waarden en de op basis van het gemeentelijk geluidbeleid voorziene akoestisch gesloten borstweringen en akoestisch absorberende plafonds voor 27 balkons langs de Weerlaan (en één balkon langs de Willem de Rijkelaan) kan een akoestische situatie worden gerealiseerd die voldoet aan de geldende wet- en regelgeving. Op basis hiervan is geborgd dat onaanvaardbare c.q. significant negatieve milieueffecten qua geluid worden voorkomen.
-
Verstoring en vernietiging van enkele nest- en verblijfplaatsen van respectievelijk de beschermde soorten gierzwaluw en gewone dwergvleermuis: Met inachtneming van de benodigde ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming en de in dit kader voorziene maatregelen in de vorm van het bieden van alternatieve verblijfsplaatsen (en het slopen van de bestaande bebouwing buiten de kwetsbare periode waarin de verblijfplaatsen worden gebruikt), wordt het effect gemitigeerd en gecompenseerd. Hierbij ligt het op basis van de eerdergenoemde motivering in de lijn der verwachting dat deze ontheffing wordt verleend.
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
14
4
Conclusie
Op basis van het voorgaande kan volgens de initiatiefnemer (Woonstichting Stek) op voorhand worden geconcludeerd dat er als gevolg van het hiervoor beschreven woningbouwproject aan de Graaf Janlaan in Hillegom geen significant nadelige milieueffecten optreden. Enerzijds is dit het geval omdat voor een deel van de betreffende aspecten milieueffecten in het geheel niet aan de orde zijn, anderzijds omdat de mogelijk optredende milieueffecten, al dan niet na maatregelen, niet als significant nadelig gekwalificeerd kunnen worden.
LBP|SIGHT BV
J.J. (Jacob Jan) van Burg MSc
V0490201aa.22GP9OX.jjb | versie 02_001 | 13 maart 2023
15