B03 Nationale ombudsman, brandbrief en publicatie over discriminatie van Sinti, Roma en reizigers
Tekst van het document
En als oplossing wordt dan gezegd dat ze naar het speciaal onderwijs moeten. Terwijl ze daar echt niet thuishoren. Maar als je niet wordt gewaardeerd en steeds tegen een muur aanloopt, dan wordt het moeilijk.’ Jaco (67), Sinti. Jaco woont al tientallen jaren op een kleine woonwagenlocatie in een dorp. De angst uit het verleden is nog steeds aanwezig in zijn leven. ‘ Discriminatie komen we elke dag tegen. Bijna iedereen van ons maakt het dagelijks mee. Als de naam Sinti valt, sta je al met 30 achter’ Jaco
16 ‘Ik heb samen met mijn vrouw, die een paar jaar geleden overleden is, iets opgestart om dit te veranderen. We gaven bijvoorbeeld lessen op school om over onze cultuur te vertellen. Of we gingen eten maken en dat samen met de kinderen opeten op school. Toen zagen we dat een aantal kinderen niet meeaten. Toen we ze vroegen of ze niet wilden eten, vertelden ze dat ze van hun moeder geen eten mochten eten dat van ons kwam.’ ‘Zelf merk ik het ook. Als ik in het café kom en ik geef een rondje, dan kennen ze me allemaal. Maar als ik ze in de winkel tegenkom, dan kennen ze me niet of kijken ze me vreemd aan. Dat heb ik als kind meegemaakt en nu als 67 jarige maak ik dat nog steeds mee. Dat steekt.’ ‘Ik zie het ook in de media. Er staat bijvoorbeeld: in Enschede is een huis afgebrand, of er wordt een adres genoemd. Maar bij een woonwagen zeggen ze: op het woonwagenkamp. Dan betrek je het hele kamp erbij. En niet alleen dat kamp, maar alle locaties. Dat zijn stigma’s, dat krijg je er niet uit. De media kunnen mensen maken of breken. Het voordeel van de media is wel dat je je kenbaar kunt maken. Eerder kon je naar de gemeente als je het ergens niet mee eens was, maar je kon het niet naar de wereld brengen. Nu heb ik contacten met Sinti in Spanje, Italië, Zwitserland. Overal speelt hetzelfde.
Als ik op een bijeenkomst ben en ik praat met mensen hoor ik: discriminatie, discriminatie, discriminatie.’ De voordeur op slot ‘Wat er nu in Amsterdam gebeurt bij Joodse plekken, dat raakt ons ook. We hebben hetzelfde verleden, onze families zijn verbrand. Maar wij voelen nu ook de angst. Wij deden de voordeur nooit op slot, maar nu wel. Het is nog steeds zo dat we allemaal bekend zijn bij de overheid, en geconcentreerd wonen. Ze kunnen zeggen: daar beginnen we. Zo ging het ook in 1938, dat hebben mijn ouders en grootouders aan mij verteld. De mensen hadden geen werk en de armen hadden niets te eten, en dat droeg bij aan de opkomst van de nazi’s en uiteindelijk de vervolging van Joden en Sinti. Ik zie ook in Nederland dat ze veel geld uittrekken om te voorkomen dat de korenwolf uitsterft. Maar bij ons hebben ze voor en na de oorlog geprobeerd ons te laten uitsterven. En heeft ooit iemand gezegd: “We hopen dat dit ras, de Sinti, niet uitsterft.”? Wanneer gaan de ogen open?’ ‘Ik heb het gevoel dat wij niet onder aan de ladder staan, maar daar nog twee meter onder. Je komt er niet. Soms zeggen mensen: “Waar doe je het voor? Wanneer stop je? Je vecht tegen de bierkaai.” Maar dan ga ik toch maar weer. Ik ben maar een klein wieltje, maar als ik het niet doe gooien ze er met de pet naar.’ 17 ‘Voor mij is er niets’ Dré: ‘In dit kamp staan maar vier woonwagens.
Ik ben opgegroeid op een groot kamp, met een eigen school en een eigen kerk. Op last van de gemeente werden we verdeeld over kleinere locaties. We hadden geen keus. De overgang van de grote locatie naar deze kleine locatie was heel vervelend. Vroeger stond de deur overal open en kon je zo bij familie langs, nu moet je de auto pakken. Het samenwonen, dat zo belangrijk is voor onze cultuur, is wel verdwenen.’ Vinn: ‘Ik sta al sinds mijn achttiende op een wachtlijst voor een standplaats. In een huis wil ik niet, daar voel ik me niet thuis. Ik heb geen idee hoe hoog ik op de lijst sta of hoelang het nog gaat duren. Het heeft mij ook mijn relatie van zes jaar gekost. Zij wilde graag het huis uit, maar ik kon haar geen perspectief geven. Ik zie het soms helemaal niet meer zitten, dan denk ik dat ik heel mijn leven bij mijn ouders blijf wonen. Het is zo frustrerend dat je telkens ziet dat er gebouwd wordt, maar dat er voor mij niets is. Al is het maar dat je weet dat het goedkomt. Er moet actie komen, en niet iedere keer een andere reden waardoor ze het kunnen uitstellen.
De ene keer is de buurt erop tegen, de andere keer moet er extra onderzoek komen, dan is het weer de brandveiligheid, of een bepaalde boom die niet gekapt mag worden.’ Dré: ‘Wat is het nou dat het allemaal uiteindelijk toch niet lukt, en er toch telkens geen standplaatsen komen? Ik vind het kwalijk dat we nergens worden genoemd. De gemeenteraad belooft iedereen van alles, maar woonwagenbewoners komen nergens in voor. Dat doet me pijn. Er is hier bijvoorbeeld een nieuwe wijk gebouwd, waar ook woonwagens zouden komen. Dat is toen niet doorgegaan omdat de omgeving erop tegen was. Nu zijn ze aan het bouwen en weet je wat er in het midden van de wijk komt te staan? Tien tiny houses. Dat vinden mensen blijkbaar wél leuk. En dan denk ik: hoe kan dat nou?’ ‘Alsof ik in een verhoor zat’ Dré: ‘Je krijg het gevoel dat we worden gezien als tweede rangsburgers. We dragen wel alle lasten, maar krijgen niet altijd de lusten. In het contact met verschillende instanties lijkt het telkens alsof je al 10 achterstaat, voordat de wedstrijd is begonnen. Wij konden bijvoorbeeld alleen bij één bepaalde bank terecht voor een hypotheek. En toen ik daar was, voelde het echt alsof ik in een verhoor zat. Ik moest uiteindelijk zelfs een Bibobverklaring12 inleveren. Ik moest tegenover de gemeente aantonen hoe ik aan de financiële middelen kwam om een standplaats te kopen.
Ik had gewoon een baan, dus dat was geen probleem, maar andere mensen hoeven zo’n verklaring niet in te dienen en wij dus wel.’ Jannie: ‘Dat was ook zo met verzekeren. Je krijgt gewoon geen opstal, inboedel of brandverzekering. We hebben meerdere verzekeraars geprobeerd, maar ze wilden het niet doen. Winkels doen ook vaak moeilijk. Op een keer hadden we een bed besteld waarvoor je een deel moest aanbetalen. Toen moest ik telefonisch nog wat gegevens doorgeven en werd er gevraagd of het een bovenwoning was. Ik vertelde toen dat het een woonwagen was. Opeens moesten we het hele bedrag betalen voordat ze kwamen leveren. Dat vonden wij heel gek, want als ik dat niet had gezegd was er niks aan de hand geweest.’ Dré (52), Jannie (53) en hun zoon Vinn (25), reizigers. Zij wonen op een kleine woonwagen locatie. Zoon Vinn is op zoek naar een eigen standplaats, maar ziet weinig perspectief. 18 Dré: ‘Waarom moet ik twee stappen harder zetten om hetzelfde doel te bereiken als andere mensen? Of dat nou gaat om werk, standplaatsen, hypotheek, verzekering... Het is overal. Elke woonwagenbewoner maakt het mee. Je bent aan het trekken aan iets en dan kom je langzaam een stapje vooruit, terwijl anderen al bij de finish staan.’ ‘Volk zoals jij’ Dré: ‘Onze dochter moest op school een tekening maken van waar ze woonde.
Toen had ze een tekening van een huis gemaakt, omdat ze geen tekening van een woonwagen durfde te maken. Ze werd ook erg gepest op die school, waardoor ze uiteindelijk van school gewisseld is. Kinderen wilden niet bij ons spelen, omdat het vies zou zijn in de woonwagen, we geen wc zouden hebben, of thuis een pistool zouden hebben. Maar ze zijn nooit bij ons geweest.’ Vinn: ‘Ze hebben vaak geprobeerd om mij te pesten, zowel mondeling als fysiek, maar ik ben niet iemand die zich laat pesten. Maar het gebeurde ook door docenten. Er was bijvoorbeeld een keer een drugsdeal bij ons op school en ik werd daarvan verdacht. Maar ik had er niks mee te maken. Ik werd ervan verdacht dat ik aan de voorkant van de school met een fiets drugs had gedeald. Maar ik werd altijd door mijn moeder gelijk uit school opgehaald aan de zijkant van de school en ik heb niet eens een fiets. Ik werd vooral door mijn mentor verdacht, terwijl dat juist de persoon zou moeten zijn die ik zou moeten kunnen vertrouwen. Er was helemaal geen aanleiding om mij te verdenken en toch werd ik erbij betrokken.’ Jannie: ‘Ik had het ook op mijn werk. Ik werkte daar al 23 jaar en had heel goed contact met mijn collega. Toen zag ze me een keer bij mijn schoonouders het kamp op rijden. De volgende dag vroeg ze waarom ik dat kamp op was gereden. Ik vertelde dat ik langs was gegaan bij mijn schoonouders.
Daarna sprak ze niet meer met me, want ze wilde niks te maken met ‘‘volk zoals jij’’. Blijkbaar had haar opa een keer een conflict gehad met iemand op een woonwagenkamp. Maar we zijn tachtig jaar verder! En ik heb daar niks mee te maken. Volgens onze leidinggevende moest ik haar gewoon netjes blijven begroeten, maar iedere keer keek ze me aan alsof ik een stuk vuil was. Toen onze leidinggevende zag hoe naar ze tegen me deed, is ze ontslagen.’ Vinn: ‘Ik snap nog steeds niet dat mensen niet wakker zijn geworden van het woord uitsterfbeleid. Ik vind het echt een verschrikkelijk woord. Als dat over een andere cultuur in Nederland zou zijn gezegd, dan zouden sommige groeperingen het voor deze culturen opnemen, maar voor ons doen ze niks, bij ons werd het normaal gevonden.’ Dré: ‘Anno 2026 moeten alle overheidsinstanties – met name gemeenten – hun verantwoordelijkheid nemen om het discrimineren en stigmatiseren van woonwagen bewoners te stoppen. Woorden moeten nu maar eens daden worden. Want hoeveel rapporten of onderzoeken moeten er nog volgen? Alle onderzoeken en adviezen kosten bergen met geld. Dat geld kan beter besteed worden om daadwerkelijk standplaatsen te realiseren.’ ‘ Onze dochter moest op school een tekening maken van waar ze woonde.
Toen had ze een tekening van een huis gemaakt, omdat ze geen tekening van een woonwagen durfde te maken.’ Dré 19 In de afgelopen jaren zijn er verschillende onder zoeken uitgevoerd waarin het (onder meer) gaat over discriminatie en stigmatisering van Sinti, Roma en reizigers. Hier geven we een overzicht van de belangrijkste bevindingen uit deze onderzoeken. Discriminatie op allerlei gebieden Uit alle onderzoeken blijkt dat discriminatie en stigma tisering nog steeds een probleem zijn voor Sinti, Roma en reizigers en dat dit doorwerkt in allerlei domeinen van het leven. Onderzoek van de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) laat zien dat Roma, Sinti en reizigers in Nederland zich meer van de samenleving uitgesloten voelen dan Roma, Sinti en reizigers in andere onderzochte landen.13 Sinti en reizigers geven aan dat zij te maken hadden met discriminatie op allerlei gebieden: ze ervaren discriminatie bij werk, onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting (40 procent), hebben last van haatgemotiveerde intimidatie (43 procent) en pesterijen of intimidatie op school (32 procent). Voor Roma in Nederland zijn er volgens de FRA aanwijzingen voor ernstige problemen, aangezien Roma zich van de samenleving uitgesloten voelen, vaak te maken hebben met discriminatie (76 procent) en haatgemotiveerde intimidatie (83 procent) en soms zelfs met fysiek geweld (13 procent).
De onderzoeksresultaten konden echter niet gegeneraliseerd worden, omdat de steekproef te klein was. In verschillende onderzoeken komt terug dat Sinti, Roma en reizigers discriminatie ervaren door over heidsbeleid gericht op handhaving, veiligheid of repressie.14 Er wordt in dat kader bijvoorbeeld gewezen naar het uitsterfbeleid, de aanpak uitbuiting Romakinderen of Bibobcontroles waar woonwagen bewoners mee te maken krijgen en andere burgers niet. Volgens onderzoekers leidt dergelijk beleid tot wantrouwen en is dit niet gericht op het faciliteren van de cultuur of ondersteuning en verbetering van de positie van Sinti, Roma en reizigers. Uit Dialooggesprekken met Sinti en Roma (uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)) blijkt eveneens dat zij te maken hebben met zowel institutionele discriminatie als ‘alledaagse’ (interpersoonlijke) discriminatie.15 Bij institutionele discriminatie gaat het om discriminerend beleid of discriminerende regels binnen instituties, zoals overheidsinstanties. Voorbeelden die worden genoemd zijn het traject dat Roma moeten doorlopen bij het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit, het uitsterfbeleid en de gesegregeerde scholen van vroeger. Verder komt uit de dialoogsessies naar voren dat Sinti en Roma te maken hebben met discriminatie op de arbeidsmarkt en woningmarkt.
Zo vertellen deelnemers dat werkgevers een selectie maken op basis van achternamen. Ook noemen zij voorbeelden van ongelijke behandeling en stigmatisering in het onderwijs, zoals het uitdelen van briefjes op school met de waarschuwing om niet in de buurt te komen van Sintipersonen. Verder wijzen deelnemers op de grote rol die media hebben in de negatieve stereotypering van Sinti en Roma. Uit de dialooggesprekken wordt duidelijk wat de gevolgen zijn van deze vormen van discriminatie. Sinti en Roma voelen zich niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving. Zij voelen dwang om zich aan te passen, omdat hun cultuur en manier van leven niet worden geaccepteerd. Sinti en Roma benoemen ook dat hun gemeenschap wordt afgesloten van de rest van de plaatsen waar zij leven, doordat de gemeente woonwagenlocaties aan de rand van steden plaatst. Discriminatie door medeburgers en de overheid heeft tot gevolg dat Sinti en Roma zich niet beschermd voelen. Om die reden komen zij niet uit voor hun identiteit; zij verhullen hun identiteit om ongelijke behandeling te voorkomen.
Ook de Monitor Sociale Inclusie Roma en Sinti beschrijft ervaringen van Sinti en Roma met institu tionele en interpersoonlijke discriminatie.16 Uit dit Onderzoeken over discriminatie en stigmatisering onderzoek blijkt dat vrijwel alle deelnemende Sinti | De hiervoor genoemde verkenning Van uitsterf- naar en Roma dagelijks discriminatie ervaren, zowel | uitstelbeleid laat zien dat het standplaatsentekort institutioneel als interpersoonlijk. Die ervaren zij op | in een breder historisch perspectief geplaatst moet allerlei gebieden, zoals wonen, werk, onderwijs, media | worden. Zo wordt duidelijk hoe stereotypering, stigma en in de publieke ruimte. Voorbeelden die worden | tisering en discriminatie het handelen van de overheid genoemd, gaan over het standplaatsenbeleid, anders | hebben beïnvloed. De onderzoekers concluderen behandeld worden door politie of buurtbewoners, | dat gemeenten zich sinds 2018 – toen het nieuwe uitgescholden worden, ontslagen worden of klanten | woonwagenbeleids kader werd geïntroduceerd – weinig verliezen zodra zij weet krijgen van de Sinti of Roma | hebben ingespannen om het aantal standplaatsen uit achtergrond. Bij kinderen gaat het bijvoorbeeld | te breiden, terwijl er duizenden standplaatsen nodig over vriendjes die niet mogen langskomen om in de | zijn. De vraag ligt tussen de 4.000 en mogelijk zelfs woonwagen te spelen.
Over het onderwijs vertellen | 8.000 standplaatsen. zij dat kinderen te maken kunnen krijgen met pesten, lage verwachtingen en onder advisering, en stage | De inspanningsverplichting die in het beleidskader discriminatie. Ook uit dit onderzoek blijkt dat de | van 2018 staat, blijkt volgens de onderzoekers niet gevolgen van discriminatie groot zijn; discriminatie | genoeg. Het tekort aan standplaatsen is geworteld leidt onder meer tot het verbergen van de eigen | in discriminatoir beleid. Naast het gebrek aan actie identiteit en achtergrond. | om het tekort weg te werken, worden in dit rapport ook andere vormen van discriminatie beschreven die Dat kinderen in het onderwijs te maken kunnen krijgen | samenhangen met het wonen in een woonwagen. met discriminatie en nare ervaringen, blijkt ook uit een | Het gaat dan bijvoorbeeld om het voorstellen onderzoek naar de (onderwijs)ondersteunings behoefte | van alternatieve woonvormen die als gedwongen van kinderen met een Sinti, Roma of reizigers | aanpassing worden ervaren, maar ook problemen die achtergrond.17 Uit het onderzoek blijkt dat ervaringen | woonwagenbewoners tegenkomen bij het financieren met discriminatie door medeleerlingen of docenten | of verzekeren van hun woonwagen. een belangrijke reden zijn dat kinderen zich vaak niet helemaal thuis voelen op school.
In het rapport zijn | Uit de Herhaalmeting woonwagenstandplaatsen 2025 verhalen opgenomen van Sinti die vertellen dat zij | blijkt dat er in de afgelopen 3 jaar 99 standplaatsen vroeger anders behandeld werden op school en zich | bij zijn gekomen.18 Verder volgt uit dit onderzoek dat buitengesloten voelden. | lang niet alle gemeenten een behoefteonderzoek hebben uitgevoerd en dat slechts de helft van de Discriminatie en het tekort aan standplaatsen | responderende gemeenten een standplaatsenbeleid Uit de geraadpleegde onderzoeken volgt dat het | heeft.19 Ongeveer 40 procent van de gemeenten heeft tekort aan standplaatsen met name voor Sinti en | uitbreidingsplannen voor in totaal 1.430 standplaatsen reizigers een centraal thema is, dat bovendien op | (waarvan 340 voor 2027). Het onderzoek concludeert allerlei manieren doorwerkt. Bijna alle geraadpleegde | echter ook dat de uitbreidingsplannen die de Nederlandse Sinti en reizigers in het eerdergenoemde | gemeenten in 2022 hadden voor 410 plaatsen maar onderzoek van de FRA waren van mening dat er | tot 99 plekken hebben geleid. In het verleden zijn onvoldoende standplaatsen zijn waar zij kunnen | plannen dus lang niet altijd omgezet in daden. De wonen, en een groot deel ervoer discriminatie bij | redenen daarvoor zijn divers, aldus het ministerie. pogingen om een standplaats te kopen of huren.
| Onder andere worden genoemd terughoudendheid van woningcorporaties om de ontwikkeling en het beheer van woonwagenlocaties op zich te nemen, weerstand vanuit de omgeving en gebrek aan politieke prioriteit.20 In mei 2024 deed de rechtbank Den Haag een belangrijke uitspraak.21 De rechtbank concludeerde dat de gemeente Den Haag in strijd handelt met het discriminatieverbod door het aantal woonwagen stand plaatsen niet uit te breiden. De gemeente moet de wachttijd voor een standplaats binnen vijf jaar vergelijkbaar maken met die voor een sociale huurwoning. Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt regelmatig dat gemeenten woonwagen bewoners discrimineren door hen geen reëel zicht te bieden op een standplaats en/of doordat de wachttijd voor een standplaats langer is dan voor een sociale huurwoning.22 20 21 Dat de Nederlandse overheid meer moet doen om het tekort aan standplaatsen op te lossen, concludeerde ook de Europese Commissie tegen Racisme en Intolerantie (ECRI) in maart 2026.23 Gebrek aan vertrouwen en representatie In de verkenning Van uitsterf- naar uitstelbeleid beschrijven de onderzoekers hoe discriminatie en stigma hebben geleid tot groot wederzijds wantrouwen.24 In het verlengde daarvan signaleert de Monitor Sociale Inclusie Roma en Sinti dat het vertrouwen van Sinti en Roma in de (lokale) overheid en instanties vaak laag is.
Op basis van gesprekken met Roma en Sinti onder scheiden de onderzoekers vier belangrijke oorzaken: • De geschiedenis (vervolging, geringe erkenning van leed, het uitsterfbeleid); • Weinig zichtbare verbetering in de situatie van Sinti en Roma; • Veel wisselingen in de ambtenaren waarmee Sinti en Roma contact hebben; • De nadruk op handhaving in het overheidsbeleid. De monitor vermeldt dat professionals merken dat de aandacht en inzet voor Sinti en Roma is afgenomen. Initiatieven zouden slecht van de grond komen of blijven sterk afhankelijk van bevlogen medewerkers. Het politieke klimaat in de betreffende gemeente zou daarbij ook een rol spelen. Een ander pijnpunt dat de monitor benoemt, is het ontbreken van een landelijke vertegenwoordiger van Sinti en Roma uit de doelgroepen zelf. Wat moet er volgens onderzoekers gebeuren? De meeste rapporten bevatten aanbevelingen om de geconstateerde discriminatie en de problemen in het standplaatsenbeleid aan te pakken. Vaak benadrukken de onderzoekers dat de aangedragen oplossingen of oplossingsrichtingen samen met de doelgroep moeten worden uitgewerkt. Ook het erkennen van leed uit het verleden en het herstellen en opbouwen van vertrouwen vormen rode draden in de verschillende aanbevelingen. In de aanbevelingen op basis van de verschillende onderzoeken wordt de overheid opgeroepen om discriminatie te bestrijden.
De overheid zou bijvoor beeld aandacht moeten vragen voor discriminatie en voor oordelen bij zowel de overheid zelf als burgers, de kennis van ambtenaren op dit punt moeten versterken, en in het onderwijs aandacht moeten besteden aan het terugdringen van vooroordelen en discriminatie. De overheid kan ook overleg en representatie bevorderen en de doelgroep er (onder andere financieel) op toerusten om effectief op te komen voor haar rechten. Om discriminatie in het standplaatsenbeleid te bestrijden, dringen onderzoekers aan op een regierol van de Rijksoverheid. Die zou bijvoorbeeld een lande lijk behoefteonderzoek kunnen uitvoeren en verschillen tussen gemeenten moeten aanpakken. Ook bevelen zij aan geen ‘wooninnovaties’ op te leggen en de zwakke financieringsmogelijkheden aan te pakken.
22 ‘Ik werd gerust uitgemaakt voor iemand die steelt. Ik moest mezelf veel te vaak verdedigen. Wij waren met weinig en werden door andere kinderen belaagd. Door die gebeurtenissen, heb ik zo rond mijn twaalfde besloten om niet meer om te gaan met leeftijdsgenoten van andere groepen.’ Gregor (50) In dit hoofdstuk brengt de Nationale ombudsman de eerdere onderzoeken en de gesprekken die hij heeft gevoerd met Sinti, Roma en reizigers samen en geeft hij zijn visie hierop. De ombudsman is opnieuw onder de indruk van de verhalen die Sinti, Roma, reizigers en hun kinderen met hem deelden. Uit de verhalen blijkt dat zij zich nog steeds structureel gediscrimineerd en gestigmatiseerd voelen. Deze verhalen staan niet op zich, maar worden ondersteund door meerdere onderzoeken. De overheid, bedrijven en mensen handelen op basis van vooroordelen en stereotype beelden over Sinti, Roma en reizigers. Daardoor worden zij telkens weer belemmerd in hun leven, bijvoorbeeld (in hun kansen) op de arbeids markt en op school en in het wonen volgens hun eigen cultuur. Zij kunnen hierdoor niet als gelijkwaardige burgers meedoen in de samenleving. De ombudsman mist bij de overheid bovendien een gevoel van urgentie om deze al meermaals vastgestelde structurele discriminatie van Sinti, Roma en reizigers aan te pakken. Meer concreet ziet de ombudsman het volgende.
‘Geaccepteerde discriminatie’ Discriminatie is onderdeel van het dagelijkse leven van Sinti, Roma en reizigers. Zij vertelden over de kracht en de mooie kanten van hun cultuur, maar ook dat zij voelen dat deze cultuur onder druk staat. Hoe vooroordelen hen telkens weer belemmeren en hoezeer zij letterlijk en figuurlijk buiten de samenleving zijn geplaatst. Sinti, Roma en reizigers lopen ertegen aan dat dingen die voor anderen gelden of mogelijk zijn, voor hen niet weggelegd of lastiger zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het afsluiten van een inboedelverzekering, het simpelweg laten bezorgen van bestellingen of het verkopen van spullen via Marktplaats. Ook in werksituaties merken Sinti, Roma en reizigers dat zij anders behandeld worden vanwege hun achtergrond. Ze krijgen bijvoorbeeld te maken met vervelende vragen en vooroordelen, minder opdrachten van klanten of mensen die liever niet willen dat er een Roma, Sinti of reiziger in hun huis werkt. Ook merken Sinti, Roma en reizigers dat vooroordelen en stigma’s in stand worden gehouden door bericht geving in de media of door de overheid die op basis van deze vooroordelen en stigma’s handelt. ‘Als ik de naam van mijn man gebruik, dan weten sommige mensen al direct dat ik op het woonwagenkamp woon. Soms gebruik ik mijn meisjesnaam omdat ik weet dat dat helpt, bijvoorbeeld bij het solliciteren.
Dan vertel ik in eerste instantie ook niet waar ik precies woon. Ik heb de situatie gehad dat ik solliciteerde en dan uiteindelijk mijn adres moest doorgeven. En dat ze dan zeiden: “We doen het toch maar niet.”’ Silvia (35) Behalve dat ze te maken hebben met discriminatie in het dagelijks leven, vertellen Sinti, Roma en reizigers ook dat de overheid vanuit een veiligheids of handhavingsperspectief naar hen kijkt. In het verdere verleden merkten ze dat bijvoorbeeld doordat de overheid een slagboom en bewaking plaatste bij een woonwagenlocatie, in het heden doordat ze een Bibobverklaring moeten overleggen bij de aankoop van een standplaats. Of doordat een ambtenaar zich bij een gesprek over een groot woonwagenkamp vooral afvraagt hoe ze dat dan handhaven. Eisen of vragen die niet worden gesteld aan burgers die in een ‘reguliere’ woonwijk wonen. Ook in de geraadpleegde onderzoeken komt de focus op handhaving en Wat ziet de Nationale ombudsman?
23 veiligheid in beleid terug. Volgens onderzoekers zou beleid juist gericht moeten zijn op het faciliteren van de cultuur en het ondersteunen of verbeteren van de positie van deze groepen. De gevolgen van discriminatie, stigmatisering en de benadering vanuit een veiligheidsperspectief zijn groot. Sinti, Roma en reizigers voelen zich niet geaccepteerd in de Nederlandse samenleving en voelen zich, als zij worden uitgesloten, niet beschermd door de overheid. Vaak komt terug dat zij, om zichzelf te beschermen tegen discriminatie, hun identiteit verborgen houden. Discriminatie wordt iets waar je nu eenmaal mee moet leven en wat door de maatschappij gewoon geaccepteerd wordt. En als je ervoor kiest om hiertegen op te komen voor jezelf en voor anderen, dan voelt het als vechten tegen de bierkaai. De ombudsman vindt dit schrijnend en onacceptabel. Hoewel deze problematiek keer op keer is beschreven in onderzoeken en er ook de nodige aanbevelingen zijn gedaan aan de overheid om dit aan te pakken, zien we dit nog onvoldoende terug in acties die het verschil maken voor Sinti, Roma en reizigers. Beleidsreacties van verschillende departementen verwijzen bijvoor beeld naar allerlei bredere programma’s, actieplannen of agenda’s.25 Wat ontbreekt zijn acties in de praktijk, zoals het realiseren van standplaatsen, inclusie in het onderwijs en erkenning van het leed uit het verleden.
Dat kan alleen gerealiseerd worden als er samenhangend beleid komt vanuit mensenrechtelijke verplichtingen, waarbij de Rijksoverheid de regie neemt, maar iedereen zich over het geheel verant woordelijk voelt. En waarvan Sinti, Roma en reizigers zelf in hun dagelijks leven iets merken, doordat de overheid daadwerkelijk overgaat tot actie. ‘Uitsterfbeleid in een andere verpakking’ Al in 2017 stelde de Nationale ombudsman vast dat de overheid niet in overeenstemming handelde met de mensenrechten van Sinti, Roma en reizigers en riep hij op om te zorgen voor voldoende standplaatsen. In 2021 uitte de ombudsman opnieuw zijn zorgen, omdat alleen de papieren werkelijkheid veranderd was en er nauwelijks standplaatsen bij waren gekomen. Het is kwalijk dat er ook in 2026 nog steeds amper sprake is van verbetering: in de afgelopen 3 jaar zijn er 99 standplaatsen bijgekomen. Voor zover gemeenten plannen hebben gemaakt, leidt dat in veel gevallen niet daadwerkelijk tot standplaatsen, terwijl er behoefte is aan zeker 4.000 nieuwe plekken. De problemen die de Nationale ombudsman in 2017 al vaststelde, zoals de ondoorzichtige wachtlijsten, bestaan nog steeds. ‘ Ik wil niet in een normaal huis wonen. Daar voel ik me niet thuis. Hier kent iedereen elkaar. Eigenlijk is het allemaal familie, ook al zijn er verschillende achternamen. Het is gezellig hier.
Hier heb je het gevoel dat je bij iedereen wel naar binnen kan lopen. Maar de kans dat ik een plek krijg is klein. Eigenlijk ziet het ernaar uit dat ik in deze wagen moet blijven tot ik overlijd.’ Jason (15) De ombudsman benadrukt dat de overheid een positieve verplichting heeft om met maatregelen de historische achterstelling op de woningmarkt te herstellen, die is voortgekomen uit het uitsterfbeleid van de overheid.26 Het voorgaande laat zien dat daarvan geen sprake is. Sterker nog, de wachttijd voor een standplaats is vaak langer dan die voor een reguliere huurwoning. Jongeren die wij spraken, vertelden dat het eindeloze wachten hen belemmert om een eigen leven op te bouwen. Reizigers en Sinti die in een huis wonen of op een locatie die voor hen niet voldoet, krijgen door het standplaatsentekort geen kans om te wonen waar en met wie ze zouden willen. De overheid noemt tal van redenen waarom het in de praktijk nog niet is gelukt om standplaatsen uit te breiden, zoals de kosten, relatief hoog grondgebruik, gebrek aan draagvlak bij omwonenden en politieke onwil. Sinti, Roma en reizigers zelf ervaren dat het uitsterfbeleid dat gold tot 2018 is voortgezet, maar dan nu in een andere verpakking. De ombudsman ziet een gebrek aan urgentie en negatieve associaties van de overheid en de samenleving bij Sinti, Roma en reizigers.
Dit maakt het volgens de ombudsman moeilijk om tot resultaten te komen. In reactie op de zorgen uit eerdere onderzoeken wijst het kabinet erop dat woonwagenbewoners inmiddels als aandachtsgroep zijn aangemerkt in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Dat is op zichzelf terecht en ook een positieve stap, maar onvoldoende om te borgen dat het historische onrecht op basis van mensenrechtelijke verplichtingen wordt hersteld. Er ligt namelijk al lange tijd een opgave voor gemeenten om voldoende standplaatsen te realiseren, maar er gebeurt te weinig. De opgave die er nu ligt, moet concreet ingevuld worden en het is aan de Rijksoverheid om ervoor te zorgen dat dat ook daadwerkelijk gebeurt. De Rijksoverheid moet erop toezien hoe gemeenten invulling geven aan de opgave en daarin de regie nemen. De verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid om (vanuit mensenrechtelijke verplichtingen) een regierol te nemen, wordt al door de ombudsman benoemd in het rapport van 2017, komt daarna terug in verschillende aanbevelingen27 en is nu ook concreter geworden met de systematiek van de Wet regie volkshuisvesting.
24 Verder wijst de minister van Volkshuisvesting en Ruimte lijke Ordening op de routekaart naar extra stand plaatsen met handvatten voor gemeenten.28 De ombudsman wijst er echter op dat het vergroten van kennis bij gemeenten niet het verschil zal maken als een gevoel van urgentie en de wil om extra standplaatsen te realiseren ontbreken. ‘Mijn opa had zijn eigen overheid tegen zich’ ‘Veel Sinti laten hun stem niet meer horen, omdat ze geen vertrouwen meer hebben in de maat schappij. De kennis en ervaring die wij hebben, worden veel te vaak afgeslagen of overgeslagen. Ik zou de overheid graag willen meegeven dat mensen die het werkelijk goed met de groep voorhebben en die snel veranderingen kunnen bewerkstelligen, betaald moeten worden om dat werk te doen. Dat werk kan prima door de eigen groep gedaan worden. Dat is nu vaak niet zo.’ Gregor (50) Sinti, Roma en reizigers hebben niet alleen te maken met problemen in hun eigen leven, maar ook met intergenerationeel trauma. De gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog hebben diepe sporen nagelaten. Dat geldt voor Sinti en Roma, die actief werden vervolgd en vermoord door de nazi’s, maar ook voor reizigers, die door sommige Nederlandse burgemeesters als ‘bijvangst’ op transport werden gezet naar Westerbork. Na de oorlog heeft de overheid altijd grote invloed gehad op de woonsituatie van Sinti, Roma en reizigers.
En daarmee op de mate waarin zij konden leven in overeenstemming met hun culturele identiteit. Eerst werden deze groepen bijeengedreven in grote kampen onder toezicht van ordebewaarders, later juist gedwongen opgedeeld in kleinere kampen. Het ‘uitsterfbeleid’ was niets minder dan een poging om de woonwagencultuur geleidelijk te laten verdwijnen. Deze gebeurtenissen – en nog vele andere nare ervaringen met de overheid – hebben tot gevolg dat het vertrouwen in de overheid onder Sinti, Roma en reizigers laag is. Mogelijk nog lager dan het vertrouwen ván de overheid in Sinti, Roma en reizigers. Het is aan de overheid om stappen te zetten om dat wederzijdse vertrouwen te laten groeien. Diverse rapporten bevatten aanbevelingen die specifiek hierop betrekking hebben. Een rode draad daarin is het erkennen van het leed dat Sinti, Roma en reizigers is aangedaan en het verkennen van wat er nodig is om de gevolgen van dit leed te herstellen. Ook is het van belang dat de overheid haar beloftes en toezeggingen nakomt en dat zij werkt met vertegenwoordigers uit de Roma, Sinti en reizigersgemeenschappen. ‘Ze mogen niet met me spelen’ Al op jonge leeftijd krijgen Sinti, Roma en reizigers kinderen te maken met discriminatie en stigmatisering.29 Dat gebeurt op allerlei gebieden in hun leven.
Kinderen voelen zich minder thuis op school, krijgen nare opmer kingen of hebben te maken met onderadvisering of stagediscriminatie. Vriendjes en vriendinnetjes van school mogen van hun ouders niet komen spelen of komen niet op verjaardagsfeestjes. Kinderen die op woonwagen locaties wonen, hebben soms weinig toegang tot speel voorzieningen of wonen op onveilige locaties, zoals een industrieterrein of een buitengebied waar veel vrachtwagens rijden. En zij voelen als kind al de gevolgen van het standplaatsentekort: ze weten dat ze later weinig kans hebben op een standplaats. Zij worden later mogelijk voor de keuze geplaatst om toch in een stenen huis te gaan wonen of jarenlang bij hun ouders te wachten op een standplaats. Ook bij kinderen kunnen eigen ervaringen of voorbeeld gedrag van hun ouders ertoe leiden dat zij hun identiteit verbergen, bijvoorbeeld door in schoolopdrachten niet te laten merken dat zij van een woonwagenlocatie komen. Maar we hoorden ook dat ouders hun kinderen als gevolg van deze ervaringen juist op het hart drukken dat zij trots mogen zijn op hun achtergrond, en dat zij er mogen zijn. Door al deze ervaringen leren Sinti Roma en reizigers kinderen al vroeg dat zowel de samenleving als de overheid negatief aankijkt tegen de essentie van wie zij zijn en waar zij van afstammen. Daardoor kunnen zij zich niet volledig in vrijheid en veiligheid ontwikkelen.
De overheid moet dus specifiek aandacht hebben voor de gevolgen van discriminatie voor het leven van deze kinderen. ‘Er is hier nooit echt een speeltoestel geweest. Op het gras verderop staat een trampoline, die heeft mijn tante neergezet. Die is van onszelf. Ik speel bijna elke dag met mijn nichtje van hierachter. We zitten dan graag bij de minibieb, hier verderop aan de weg. Daar gaan we dan picknicken. Maar dat mag alleen op zondag, want dan rijden er geen vrachtwagens.’ Chanel (11) 25 Een andere grondhouding is nodig Sinti, Roma en reizigers mogen verwachten dat de overheid op een behoorlijke manier met hen omgaat en hun mensenrechten respecteert en actief bevordert. Dat betekent in de eerste plaats dat de overheid zelf niet discrimineert of handelt op basis van negatieve stereotypes. Als de overheid gerichte aandacht had voor Sinti, Roma en reizigers, dan was dat vaak eerder gebaseerd op de wens om hen onder controle te houden, dan op het beschermen van hun rechten. Dit handelen op basis van stereotype beelden moet stoppen. Pas dan kan de overheid ook effectief beleid voeren om ervoor te zorgen dat Sinti, Roma en reizigers zichzelf kunnen zijn en volgens hun eigen cultuur kunnen leven, zonder dat zij van de maatschappij worden uitgesloten. Het op papier afschaffen van het uitsterfbeleid is daarvoor niet voldoende.
Er is een inspanning van de overheid nodig om de woonwagenculturen te beschermen en om discriminatie en stigmatisering in de samenleving en binnen de overheid effectief tegen te gaan. De problemen en de mogelijke oplossingsrichtingen zijn in verschillende onderzoeken in kaart gebracht. De Nationale ombudsman roept de nationale en lokale overheden op om voortvarend en met daadkracht aan de slag te gaan met deze onderzoeken en aanbevelingen, zodat de mensenrechten van Sinti, Roma, reizigers en hun kinderen in de praktijk gewaar borgd zijn. De voorwaarde om deze onder zoeken en aanbevelingen effectief op te volgen, is een andere grondhouding van de overheid. De Nationale ombudsman roept het kabinet op: Voer gericht en samenhangend antidiscriminatie- beleid vanuit mensenrechtelijke verplichtingen De aanpak van discriminatie van Sinti, Roma en reizigers is een mensenrechtelijke verplichting. Die taak is verdeeld over verschillende ministers, met een belangrijke rol voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die over de aanpak van discriminatie van Sinti en Roma gaat, en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die verantwoordelijk is voor de coördinatie van de aanpak van discriminatie. De Nationale ombudsman roept hen op om voortvarend aan de slag te gaan met de bestaande aanbevelingen op dit punt.
Voer en bevorder samenhangend en waar nodig specifiek beleid om discriminatie en stigmatisering van Sinti, Roma en reizigers tegen te gaan. Voorkom dat de verdeling van onderwerpen over verschillende ministeries leidt tot een gebrek aan focus, urgentie en verantwoordelijkheid over het geheel. En neem hierbij ook de aanbevelingen mee om het vertrouwen te herstellen en de doelgroep zelf te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van beleid. Geef voldoende aandacht aan de positie van Sinti, Roma en reizigers in de rijksbrede aanpak van discriminatie en racisme De nog op te stellen rijksbrede aanpak van discri minatie en racisme biedt een kans om gericht en samenhangend beleid te maken. Het kabinet moet besluiten over de inhoud van deze rijksbrede aan pak, waarbij ook de Denkrichtingen die de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) in 2025 opstelde betrokken moeten worden.30 Daar in wordt discriminatie van Sinti, Roma en reizigers benoemd als een urgent onderwerp. In de op te stellen rijksbrede aanpak moet voldoende aandacht en am bitie zijn voor het verbeteren van de positie van Sinti, Roma en reizigers. Die aandacht en ambitie moeten verder gaan dan het standplaatsenbeleid en ook dis criminatie op andere terreinen aanpakken.
Noem in deze aanpak de levensgebieden waarop Sinti, Roma en reizigers gediscrimineerd worden en concretiseer welke onderdelen van hun identiteit door deze aanpak beschermd moeten worden. Het is tot slot belangrijk dat alle overheden de doelstellingen van de aanpak breed dragen en in de praktijk actief nastreven. Heb bijzondere aandacht voor de positie van kinderen en wat zij nodig hebben In zowel beleids en besluitvorming als in onderzoek en de opvolging daarvan moet specifiek aandacht zijn voor Sinti, Roma en reizigerskinderen.31 Om de belangen van kinderen en jongeren in beeld te krijgen en voorop te stellen, kunnen de instru menten die de Kinderombudsman ontwikkelde helpen: het stappenplan Beste Besluit32 en de Kinderrechtentoets.33 Op het gebied van onderwijs roep ik de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op om te zorgen voor veilig onderwijs dat bijdraagt aan bescherming van de cultuur van (kinderen van) Sinti, Roma en reizigers. De verschillende aanbevelingen in de rapporten kunnen helpen om veilig onderwijs te realiseren, waarin Sinti, Roma en reizigerskinderen zich thuis voelen en zichzelf kunnen zijn.
Ga daarom aan de slag met aanbevelingen om op scholen concrete stappen te zetten om vooroordelen terug te dringen, verbinding te maken door de inzet van brugfunctionarissen, in te zetten op cultureel sensitief onderwijs en het thema discriminatie van Sinti, Roma en reizigers op te nemen in het onderwijscurriculum. Wat moet de overheid doen? 26 Erken Sinti, Roma en reizigers34 als nationale minderheid Na jarenlange inspanning van de gemeenschappen zelf heeft de Tweede Kamer op 2 oktober 2025 een motie aangenomen om Nederlandse Sinti, Roma en woonwagenbewoners te erkennen als nationale minder heid onder het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa. Het Adviescomité voor het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden heeft hier ook steeds op aangedrongen.35 Het kabinet moet deze motie voortvarend uitvoeren. Erkenning als nationale minderheid onderstreept de plicht om beleid te voeren dat rechten, cultuur en participatie duurzaam beschermt, gelijkwaardigheid bevordert en de strijd tegen discriminatie versterkt.
Erkenning geeft de gemeen schappen zichtbaarheid, vertrouwen en een vaste plek aan tafel – als gelijkwaardige burgers binnen de samenleving.36 Neem de regie om het standplaatsentekort op te lossen Acht jaar na de totstandkoming van het nieuwe beleidskader blijkt dat op lokaal niveau de realisatie van nieuwe standplaatsen niet (voldoende) van de grond komt. Het kabinet is uiteindelijk eind verantwoordelijk voor de naleving van mensen rechten. Het moet dan ook voortvarend en daad krachtig de regie nemen om ervoor te zorgen dat er binnen een redelijke termijn alsnog voldoende standplaatsen komen. Het kabinet noemt een aantal belemmeringen waardoor het niet lukt om standplaatsen te realiseren. De ombudsman benadrukt dat het niet kan blijven bij de constatering dat die belemmeringen er zijn. Het is aan het kabinet, meer in het bijzonder aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, om deze weg te nemen en aan mensenrechtelijke verplichtingen te voldoen. De Nationale ombudsman roept gemeenten op: Ga aan de slag met beleid tegen discriminatie van Sinti, Roma en reizigers Als overheid die het dichtst bij burgers staat, heeft de gemeente een belangrijke rol om discriminatie te voor komen. De gemeente heeft een eigen verantwoor delijkheid om ervoor te zorgen dat de mensen rechten van haar inwoners gewaarborgd zijn.
Gemeenten moeten beleid formuleren tegen discriminatie van Sinti, Roma en reizigers en daarmee aan de slag gaan. De handreiking Geen ruimte voor discriminatie kan gemeenten hiervoor handvatten bieden.37 Zorg voor voldoende standplaatsen De ombudsman ziet een regierol voor het kabinet om het standplaatsentekort op te lossen. Dat wil echter niet zeggen dat gemeenten stil kunnen zetten. De ombudsman roept gemeenten op om voortvarend en daadkrachtig aan de slag te gaan om voldoende standplaatsen te creëren voor Sinti, Roma en reizigers. Referenties 1 | Zie onder meer: EHRM 17 oktober 2013, | 10 De namen in dit rapport zijn niet de echte namen van de ECHR:2013:1017JUD002701307 (Winterstein/Frankrijk). | geïnterviewde personen. Deze zijn wel bij de onderzoekers 2 | De start van dit beleid kent twee momenten. Allereerst | bekend. De vermelde leeftijden zijn in sommige gevallen de afschaffing van de Woonwagenwet in 1999, waarmee | bij benadering. de verantwoordelijkheid voor de huisvesting van | 11 In formele publicaties wordt vaker gesproken over woon woonwagen bewoners werd overgedragen aan gemeenten. | wagenlocatie in plaats van woonwagenkamp. Wij hebben En vervolgens de handreiking van het ministerie van | ervoor gekozen om in deze verhalen de bewoordingen te Volkshuisvesting, Ruimte lijke Ordening en Milieubeheer | volgen die de geïnterviewden zelf gebruikten.
Dat geldt voor gemeenten uit 2006, waarin het ‘nuloptiebeleid’ en | ook voor de term zigeuner die in één verhaal voorkomt. het ‘afbouwbeleid’ als eerste en tweede optie werden | 12 Bibob staat voor ‘Wet bevordering gepresenteerd. | integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur ’. 3 | Zie bijvoorbeeld D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, | Volgens deze wet mogen overheidsinstanties in sommige Van uitsterf- naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt | gevallen de achtergrond onderzoeken van ondernemingen nog steeds standplaats. Verkenning en Advies voor de | en personen die van de overheid bepaalde vergunningen Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, 2024. | of andere beslissingen hebben aangevraagd of verkregen. 4 | In 2018 gaf de ombudsman in een brief aan de minister | 13 FRA 2020, Roma, Sinti en reizigers in Nederland. van BZK naar aanleiding van de reacties op het | Belangrijkste resultaten van het FRA-onderzoek in 2019; rapport van 2017 aanvullende aandachtspunten mee. | FRA 2020, Roma and Travellers in six countries. De FRA Zie: ‘Nationale ombudsman: nog steeds zorgen over | onderzocht de ervaringen van Roma en reizigers (en standplaatsenbeleid’. In 2021 verstuurde de ombudsman | in Nederland ook Sinti) in zes landen: België, Frankrijk, een zorgenbrief aan de minister van Binnenlandse | Ierland, Nederland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk.
Zaken, omdat er nog steeds nauwelijks standplaatsen | 14 Zie bijvoorbeeld D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, waren gerealiseerd. Zie: ‘Ruim drie jaar na rapport | Van uitsterf- naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner 'Woonwagenbewoner zoekt standplaats': veel woorden, | zoekt nog steeds standplaats. Verkenning en Advies weinig extra standplaatsen’. Ook deelde de ombudsman | voor de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en in gesprek met de Vaste Tweede Kamercommissie | Racisme, 2024; Y. Seidler e.a., Monitor Sociale Inclusie Binnenlandse Zaken inzichten over het tekort aan | (meting 5). Vierde vervolgmeting naar de woon- en standplaatsen en deed hij de oproep om snel extra | leefomstandigheden Sinti en Roma in Nederland, 2024; standplaatsen te realiseren. Zie: ‘Nationale ombudsman | E. Smits van Waesberghe, F. Acherrat & M. van de Gevel, uitgenodigd voor gesprek met Tweede Kamer over | Dialooggesprekken Sinti en Roma, VerweyJonker Instituut standplaatsenbeleid’. | 2024. 5 | Zie Nationale ombudsman 17 mei 2017, | 15 E. Smits van Waesberghe, F. Acherrat & M. van de Gevel, Woonwagenbewoner zoekt standplaats, 2017/060, p. | Dialooggesprekken Sinti en Roma, VerweyJonker Instituut 7, voor een toelichting op de begrippen Sinti, Roma en | 2024. reizigers. | 16 Y. Seidler e.a., Monitor Sociale Inclusie (meting 5).
Vierde 6 | Zie ook Kennisplatform Inclusief Samenleven augustus | vervolgmeting naar de woon- en leefomstandigheden 2023, De maatschappelijke positie van Sinti en Roma | Sinti en Roma in Nederland, 2024. Deze monitor wordt in Nederland. Een weergave van de huidige situatie van | periodiek in opdracht van het ministerie van SZW Sinti en Roma op diverse levensgebieden, gekoppeld | opgesteld. Het is goed om hierbij te vermelden dat de aan nationaal en internationaal beleid, p. 13: ‘Er ontstond | monitor niet onomstreden is onder de doelgroep zelf, een verbinding tussen Sinti, Roma en Reizigers naarmate | bijvoorbeeld als het gaat om uitingen van professionals en het ambulante werk dat deze groepen deden meer op | het duiden van bepaalde ontwikkelingen als problematisch elkaar ging lijken en omdat deze groepen op vergelijkbare | of juist een verbetering. Dit is onder meer beschreven grond van hun maatschappelijke positie werden | in het bij de monitor gepubliceerde duidingsdocument. gediscrimineerd.’ | Vanuit de gemeenschap is er behoefte aan een andere 7 | Zie bijvoorbeeld D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, | insteek. Dit jaar start het opdrachtgevend ministerie Van uitsterf- naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt | (SZW) een traject om te bekijken hoe de monitor een nog steeds standplaats. Verkenning en Advies voor de | vervolg kan krijgen.
Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, | 17 A. Wester e.a., De (onderwijs)ondersteuningsbehoefte 2024. | van leerlingen met reizigers-, Roma- of Sinti achtergrond, 8 | Zie onder meer: OHCHR 16 november 2021, Concluding | Oberon 2024. observations on the combined twenty-second to | 18 Ministerie VRO 24 maart 2026, Eindrapport Woonwagen- twenty-fourth periodic reports of the Kingdom of the | standplaatsen in Nederland. Herhaalmeting 2025. Netherlands, CERD/C/NLD/CO/2224; College voor | 19 Alle 342 gemeenten in Nederland zijn aangeschreven, de Rechten van de Mens 20 maart 2026, oordeel | 285 hebben gereageerd. Van de responderende 202650, met verwijzing naar EHRM 18 januari 2001, | gemeenten heeft 60 procent een behoefteonderzoek ECLI:CE:ECHR:2001:0118JUD002723895 (Chapman/ | uitgevoerd en heeft 49 procent een beleid voor Verenigd Koninkrijk), ro. 73, en meer recent EHRM 17 | woonwagens en/of standplaatsen. oktober 2013, ECLI:CE:ECHR:2016:0428JUD002701307 | 20 Zie Brief van de minister van VRO 23 april 2026, (Winterstein/Frankrijk). | 20260000157793. 9 | Zie voor een overzicht van de mensenrechtelijke | 21 Rb. Den Haag 29 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7830. waarborgen voor woonwagenbewoners D. Teodorescu, | 22 Zie bijvoorbeeld oordelen College voor de Rechten van de F. De Vries & A. van Kan, Van uitsterf- naar uitstelbeleid.
| Mens 5 september 2025, oordeel 202586; 2 oktober 2025, Woonwagenbewoner zoekt nog steeds standplaats. | oordeel 202594; 27 november 2025, oordeel 2025130. Verkenning en Advies voor de Nationaal Coördinator | 23 ECRI 3 maart 2026, Report on The Netherlands (sixth tegen Discriminatie en Racisme, 2024. | monitoring cycle). 27 Referenties 24 Bijvoorbeeld op het gebied van volkshuisvesting, | 30 In de aankomende Monitor Sociale Inclusie Roma cultuursensitieve zorg of arbeidsmarktdiscriminatie. | en Sinti van het ministerie SZW zal bijvoorbeeld 25 Zie voor een overzicht van de relevante juridische context | specifiek aandacht zijn voor de positie van jongeren en D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, Van uitsterf- naar | jongvolwassenen. uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt nog steeds | 31 Kinderombudsman 2023 In vier stappen naar het beste standplaats. Verkenning en Advies voor de Nationaal | besluit voor het kind. Handreiking voor professionals. Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, 2024. | 32 Kinderombudsman 2024 Kinderrechtentoets. 26 Zie D. Teodorescu, F. De Vries & A. van Kan, Van uitsterf- | 33 In de motie wordt gesproken over de erkenning van Sinti, naar uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt nog steeds | Roma en woonwagenbewoners. standplaats.
Verkenning en Advies voor de Nationaal | 34 Council of Europe Advisory Committee on the Framework Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, 2024; | Convention for the Protection of National Minorities ECRI 3 maart 2026, Report on The Netherlands (sixth | 23 augustus 2023, Fourth Opinion on the Netherlands. monitoring cycle). | Raadpleegbaar via: www.coe.int/en/web/minorities// 27 Zie Brief van de minister van VRO van 23 april 2026, | netherlandspublicationofthe4thadvisorycommittee 20260000157793. Hierin werd de herhaalmeting aan de | opinion. Tweede Kamer aangeboden. Zie ook Brief van de minister | 35 Kennisplatform Inclusief Samenleven, ‘Erkenning voor van SZW van 5 juni 2024, 20240000158462 waarin de | Nederlandse Sinti, Roma en woonwagenbewoners als Monitor Sociale Inclusie Roma en Sinti aan de Tweede | nationale minderheid', 14 oktober 2025. Kamer werd aangeboden. | 36 Movisie 2022, Geen ruimte voor discriminatie. Handreiking 28 We hoorden dit van de kinderen die we spraken, maar ook | voor gemeenten voor het tegengaan van anti-Zwart van de volwassenen die vertelden over hun kindertijd en | racisme, antisemitisme, anti-moslim racisme, antiziganisme over de ervaringen van hun eigen kinderen of kinderen in | en lhbti+ discriminatie. hun omgeving. | 37 D. Teodorescu, F. De Vries & A.
van Kan, Van uitsterf- naar 29 Zie Brief minister BZK 12 december 2025, 2025 | uitstelbeleid. Woonwagenbewoner zoekt nog steeds 0000680336 en bijlage Denkrichtingen ten behoeve van | standplaats. Verkenning en Advies voor de Nationaal een Nationaal Programma tegen Discriminatie en Racisme | Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, 2024. 2025-2029. Raadpleegbaar via https://www.rijksoverheid.nl/ documenten/2025/12/11/denkrichtingentenbehoeve vaneennationaalprogrammategendiscriminatieen racisme20252029. 28 Nationale ombudsman Postbus 93122 2509 AC Den Haag Telefoon: (070) 356 35 63 Website: Nationaleombudsman.nl