APV Hillegom 2024, was-wordt-lijst.pdf
Tekst van het document
Was-wordt-tabel herziening Algemene plaatselijke verordening Hillegom 2024 Inleiding Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Deze wet heeft gevolgen voor de Algemene plaatselijke verordening (APV) omdat de APV ook regels bevat over de fysieke leefomgeving. Tot 2030 is er een overgangsfase voor de regels die van de APV naar het omgevingsplan moeten. Na de overgangsfase vervallen de regels uit de APV van rechtswege. Met ingang van 1 januari 2024 moet de APV wel technisch zijn aangepast aan de Omgevingswet. In verband daarmee hebben wij de wettelijke grondslagen en formele verwijzingen in de APV geactualiseerd, zodat vanaf 1 januari 2024 doorgewerkt kan worden met de APV. Naast deze technische aanpassingen zijn er inhoudelijke aanpassingen gedaan waaronder: Geveltuinen Colorverbod Vertoningen op openbare plaatsen Exploitatie openbare inrichtingen Samen met de komst van de Omgevingswet en de vele wijzigingen is het noodzakelijk gebleken om een nieuwe APV vast te laten stellen. Deze was-wordt-tabel is een hulpmiddel om snel inzichtelijk te hebben welke inhoudelijke wijzigingen er zijn in de gewijzigde APV ten opzichte van de huidige APV. In onderstaand overzicht zijn de oude en nieuwe tekst naast elkaar gezet. Hierin is met kleur aangegeven wat de verschillen zijn.
De verschillende kleuren betekenen het volgende: Rood = verwijderd Groen = (inhoudelijk) nieuwe tekst Onder iedere wijziging wordt een beknopte toelichting gegeven op de wijziging. De uitgebreide toelichting over het hele artikel is terug te vinden in de toelichting op de APV. Bovenaan de lijst worden kleine tekstuele aanpassingen aangegeven als deze aanpassingen door de gehele verordening op dezelfde wijze worden toegepast. De wijzigingen: Intitulé In de gehele verordening wordt “Drank en Horecawet” gewijzigd in “Alcoholwet”. In de gehele verordening wordt “indien” vervangen door “als”. In de gehele verordening zijn eenvoudige tekstuele wijzigingen doorgevoerd. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:1 Definities
Artikel 1:1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
-
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
b.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
-
beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
-
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
-
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de
c.
bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente Hillegom;
1
d.
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
Omgevingswet; -
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
e.
college: het college van burgemeester en wethouders.
-
college: het college van burgemeester en wethouders;
f.
gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid de Woningwet;
-
g.
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
-
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
-
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
-
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
-
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
-
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
-
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
-
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
-
weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
h.
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
i.
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
j.
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
k.
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
l.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
m. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; n.
weg: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;
Toelichting: Onder het tweede gedachtestreepje wordt een definitie van beperkingengebiedactiviteit opgenomen. Een beperkingengebiedactiviteit is een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied. Verder enige technische aanpassingen in het kader van de Omgevingswet. Voorts is de volgorde van de definities aangepast van alfabetisch naar een gedachtestreepje, dit conform de Handreiking van de VNG. Artikel 1:2 wordt als volgt gewijzigd:
2
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:2 Beslistermijn
Artikel 1:2 Beslistermijn
1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen.
2.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
3.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, of artikel 2:12.
3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
Toelichting Het derde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 1:4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen
1.
Aan een verleende vergunning, ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
1.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
2.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
3.
Dit artikel is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Toelichting Het derde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet.
Artikel 1:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
3
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
1. De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Toelichting Het tweede lid is toegevoegd als technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 1:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:
a.
b.
c.
d.
e.
a. als ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. als op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c. als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d. als van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; of
indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder dit verzoekt.
e. als de houder dit verzoekt. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.
Toelichting Het tweede lid is toegevoegd als technische wijziging in het kader van de Omgevingswet.
Artikel 1:8 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
Artikel 1:8 Weigeringsgronden
1.
1.
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:
De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:
4
2.
a.
de openbare orde;
a.
de openbare orde;
b.
de openbare veiligheid;
b.
de openbare veiligheid;
c.
de volksgezondheid;
c.
de volksgezondheid;
d.
de bescherming van het milieu.
d.
de bescherming van het milieu.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 6 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
2.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan zes weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Toelichting In het tweede lid is ‘6’ vervangen door ‘zes’. Artikel 2:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden
1.
1.
Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2.
Degene die op een openbare plaats:
2.
Het is verboden op een openbare plaats, de openbare weg of op openbaar water, zich tezamen met anderen te begeven naar of al dan niet tezamen met anderen deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, anderen lastig te vallen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden.
a.
b.
c.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.
a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;
Degene die op een openbare plaats:
Het is verboden zich te begeven of te bevinden op een openbare plaats, de openbare weg of op openbaar water, die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van wanordelijkheden zijn afgezet.
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3.
Het is verboden zich te begeven of te bevinden op een openbare plaats, die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.
Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als
5
4.
5.
6.
7.
Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Het is verboden messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapens kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde in gevaar komt of kan komen. Het in het vijfde lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door wapens behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet wapens en munitie.
bedoeld in de Wet openbare manifestaties. 5.
Het is verboden messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapens kunnen worden gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de openbare orde in gevaar komt of kan komen.
6.
Het in het vijfde lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door wapens behorende tot de categorieën I, II, III en IV Wet wapens en munitie.
7.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid gestelde verbod.
Toelichting Onder de definitie ‘openbare plaats’ in de zin van artikel 1 Wet openbare manifestaties, vallen ook de weg en openbaar water. Deze hoeven dus in dit artikel niet apart benoemd te worden. Verder enkele tekstuele wijzigingen. Artikel 2:3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen
1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.
De kennisgeving bevat:
2.
De kennisgeving bevat:
a.
naam en adres van degene die de betoging houdt;
a.
naam en adres van degene die de betoging houdt;
b.
het doel van de betoging;
b.
het doel van de betoging;
c.
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
c.
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d.
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
d.
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
e.
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
e.
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
f.
maatregelen die degene die de
f.
maatregelen die degene die de
6
betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3.
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
3.
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4.
Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.
4.
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Toelichting Dit artikel bevat enkel tekstuele wijzigingen. Artikel 2:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
Artikel 2:6 Verspreiden geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen
(Vervallen)
1. Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen. 2. Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren. 3. Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting Dit artikel was per abuis vervallen en is weer toegevoegd. Artikel 2:9 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare
Artikel 2:9 Vertoningen op openbare
7
plaatsen
plaatsen
Het is toegestaan ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden, mits:
1. Het is toegestaan akoestische muziek ten gehore te brengen in de openbare ruimte, mits:
a.
b.
de openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu niet aangetast worden of in het geding zijn; het de activiteiten niet tijdens een evenement of op een locatie waar het evenement plaatsvindt, worden uitgeoefend.
a.
de plaats niet langer dan een uur wordt ingenomen;
b.
de afstand tussen de ene en de andere plaats die wordt ingenomen minimaal 75 meter is;
c.
de plaats niet eerder die dag is ingenomen; of
d.
verkeerstromen niet worden gehinderd.
2. De burgemeester kan openbare plaatsen aanwijzen waar het verboden is akoestische muziek ten gehore te brengen en het bepaalde in het eerste lid onder a tot en met d niet van toepassing is. 3. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar of filmoperateur op te treden op of aan de door de burgemeester aangewezen openbare plaatsen. 4. De burgemeester kan de aanwijzing van de verboden bedoeld in het tweede en derde lid beperken tot bepaalde dagen of uren. Toelichting Dit artikel is herschreven ter verduidelijking.
Titel Afdeling 2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
AFDELING 2 BRUIKBAARHEID, UITERLIJK EN AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATSEN
AFDELING 2 BRUIKBAARHEID, UITERLIJK AANZIEN EN VEILIG GEBRUIK VAN OPENBARE PLAATSEN
Toelichting In de titel van afdeling 2 is het woordje ‘en’ verwijderd. Artikel 2:10 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaats
Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de openbare plaats
1. Het is verboden een openbare plaats
1. Het is verboden zonder of in afwijking
8
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a.
b.
2.
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang voor voetgangers wordt gelaten op voetpaden en op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.
3.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen en reclameborden.
4.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod.
5.
De ontheffing wordt verleend als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
6.
Het verbod is niet van toepassing op: a.
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
b.
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
c.
terrassen als bedoeld in artikel 2:28;
d.
het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden op van gemeentewege aangegeven locaties op basis van een met de gemeente gesloten overeenkomst;
e.
het van gemeentewege plaatsen van verkiezingsborden ten behoeve van politieke partijen;
f.
overige gevallen waarin krachtens
van een vergunning van het college een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. 2. Een vergunning kan worden geweigerd: a. als er naar oordeel van het college een belemmering voor de bruikbaarheid van de openbare plaats is; b. als het gebruik schade toebrengt of toe kan brengen aan de openbare plaats; c.
als op hetzelfde moment de openbare plaats op een andere wijze niet beschikbaar is;
d. als in afwijking van artikel 1:8 de aanvraag voor een vergunning korter dan twee weken voor ingebruikname van de openbare plaats is aangevraagd. 3. Ontheffingen verleend op grond van de vorige verordening die ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening van kracht waren, worden door het college ambtshalve omgezet in een vergunning. 4. Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen voor terrassen, uitstallingen, spandoeken, reclame-uitingen en geveltuinen. 5. Het verbod is niet van toepassing op: a.
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
b.
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
c.
terrassen als bedoeld in artikel 2:28;
d.
het plaatsen van reclame- en aankondigingsborden op van gemeentewege aangegeven locaties op basis van een met de gemeente gesloten overeenkomst;
e.
het van gemeentewege plaatsen van verkiezingsborden ten behoeve van politieke partijen;
f.
door of met toestemming van de gemeente en indien van toepassing via een verleende omgevingsvergunning aangelegde geveltuinen;
9
een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend;
7.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Omgevingsverordening Zuid- Holland.
g.
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is verleend.
6. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Toelichting Onder vernummering van de leden 1 t/m 7 naar de leden 1 t/m 5 zijn het eerste en tweede lid aangepast en is het derde lid tussengevoegd. Voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de openbare plaats wordt nu een vergunningplicht gesteld. Bij de vergunning worden voorschriften gesteld zodat dit voor meer duidelijkheid zorgt: zowel voor de vergunninghouder, als voor de gemeentelijke toezichthouder. Op grond van de vorige APV zijn (doorlopende) ontheffingen verleend voor het plaatsen van voorwerpen op of aan een openbare plaats (vierde lid oud). Hierdoor is het noodzakelijk, bij wijze van overgangsrecht, de ontheffingen om te zetten in een vergunning. Onder het vierde lid is ‘spandoeken’ ingevoegd omdat er behoefte is om ook voor wat betreft spandoeken regels te kunnen stellen. Onder vernummering van 5 a t/m f naar 5 a t/m g is f (nieuw) tussengevoegd om het verbod niet te laten gelden voor geveltuinen waarbij toestemming is van de gemeente voor de aanleg. De tussenvoeging van ‘geveltuinen’ in het vierde lid geeft het college de bevoegdheid om nadere regels op te stellen voor het aanleggen van geveltuinen. Een geveltuin is een strook planten, een klein tuintje tegen de gevel van een woning of een gebouw. Een geveltuin biedt inwoners de gelegenheid om een positieve bijdrage te leveren aan hun eigen leefomgeving, doordat ze deze vergroenen en hierdoor leefbaarder maken.
Om de bewoners meer duidelijkheid te geven over wat wel en niet mag m.b.t. het aanleggen, worden nadere regels opgesteld. Als het gaat om geveltuinen bij een monument of binnen beschermd dorpsgezicht is mogelijk ook een omgevingsvergunning nodig. Het laatste lid is een technische wijziging het kader van de Omgevingswet en wordt vernummerd naar het zesde lid. Artikel 2:11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:11 (Omgevings)Vergunning voor aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
1.
Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2.
De vergunning wordt verleend:
2.
De vergunning wordt verleend:
a.
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
a.
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
10
voorbereidingsbesluit; of b. b. 3.
door het college in de overige gevallen.
Het verbod in het eerste lid geldt niet:
3.
door het college in de overige gevallen.
Het verbod is niet van toepassing op:
a.
voor overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak; en,
a.
overheden bij het uitvoeren van hun publieke taak; en
b.
voor plaatsing van e-laadpalen indien dit geschiedt overeenkomstig daarvoor vastgestelde beleidsregels.
b.
plaatsing van e-laadpalen als dit geschiedt overeenkomstig daarvoor vastgestelde beleidsregels.
4.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, de Wegenverordening Zuid-Holland, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet en de AVOI van de gemeente Hillegom.
5.
Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing
4. Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet. 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Toelichting Het vierde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 2:12 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg
1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
1.
Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. 2.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:
In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a.
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
a.
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
b.
b.
indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c.
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
c.
indien door de uitweg het openbaar
11
groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d.
3.
indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
d.
3.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Omgevingsverordening ZuidHolland.
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.
Toelichting De derde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 2:13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid
(Gereserveerd)
(Vervallen)
Toelichting Het woord ‘gereserveerd’ wordt vervangen door ‘vervallen’. Artikel 2:15 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of daarvoor op andere wijze hinder of gevaar oplevert.
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Toelichting Dit artikel bevat enkele tekstuele wijzingen. Artikel 2:18 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen
1.
1.
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand
Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand
12
van dertig meter daarvan:
van dertig meter daarvan:
a.
te roken;
a. te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
b.
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
b.
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
2.
De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
2.
De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
3.
Het verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
3.
De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Toelichting Dit artikel is herschreven zodat het duidelijker leesbaar is. In de oude tekst onder het eerste lid, onder a was het sowieso verboden om te roken in bossen, op heide of veengronden dan wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan. In het nieuwe eerste lid, onder a kan het college periodes aanwijzen waarin brandgevaar, bijvoorbeeld bij lange perioden van extreme hitte en droogte, meer aanwezig is. Op deze wijze is handhaving efficiënter in te zetten. Artikel 2:19 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
(Gereserveerd)
(Vervallen)
Toelichting Het woord ‘gereserveerd’ wordt vervangen door ‘vervallen’. Artikel 2:21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
1.
1.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
13
Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 2:22 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn
(Vervallen)
1. Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat. 3. Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
Toelichting Artikel 2:22 was vervallen. Dit artikel is weer toegevoegd omdat in de praktijk niet altijd duidelijk is dat er voorwaarden zijn met betrekking tot gebruik van gronden onder hoogspanningslijnen. Artikel 2:23 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs
(Vervallen)
1. Het is verboden: a. voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; b. bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Toelichting
14
Artikel 2:23 was vervallen, maar omdat het toch nog wel voorkomt dat ijsvlakten moedwillig worden beschadigd is het artikel weer toegevoegd zodat zo nodig kan worden gehandhaafd. Artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:24 Definities
Artikel 2:24 Definities
1.
1.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.
2.
3.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoop- en theatervoorstellingen;
a.
bioscoop- en theatervoorstellingen;
b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g van de Gemeentewet en artikel 5:22;
b.
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22;
c.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
c.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
d.
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.
activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39.
f.
activiteiten als bedoel in artikel 2:9 en 2:39;
Onder evenement wordt mede verstaan:
g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f.
a.
een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie;
c.
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op een openbare plaats;
a.
een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie;
d.
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan een openbare plaats;
c.
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;
e.
een straatfeest of buurtbarbecue;
d.
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
f.
een vechtsportgala.
2.
e. een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein evenement);
In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;
b.
de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 uur en 23.00 uur;
c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur en na 23.00 uur, voorts dient in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare gemiddelde
Onder evenement wordt mede verstaan:
f. 3.
een vechtsportgala.
In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het evenement een straatfeest, buurtbarbecue of kleinschalige activiteit in de open lucht betreft; b.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;
15
geluidsniveau (meetperiode 1 minuut) van 65 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet te wordt overschreden. Indien er geen woningen aanwezig zijn dan geldt de genoemde geluidsnorm op een afstand van 25 meter van het evenement;
c.
de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 uur en 24.00 uur;
d.
geen muziek ten gehore wordt ge bracht voor 09.00 uur en na 24.00 uur, voorts dient in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare gemiddelde geluidsniveau (meetperiode 1 minuut) van 65 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden. Als er geen woningen aanwezig zijn dan geldt de genoemde geluidsnorm op een afstand van 25 meter van het evenement;
e.
het evenement geen of een zeer geringe beperking van het gebruik van de openbare weg veroorzaakt en het derhalve niet noodzakelijk is om één of meerdere verkeersmaatregelen te treffen;
f.
er te allen tijde minimaal 3.50 meter van de rijbaan beschikbaar blijft ten behoeve van de hulpdiensten;
d. de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object; en f.
er geen alcohol bedrijfsmatig wordt verstrekt.
g. er enkel objecten van een geringe constructie worden geplaatst, bijvoorbeeld een kleine partytent, springkussen, barbecue etc.; en h.
er geen alcohol bedrijfsmatig wordt verstrekt.
Toelichting Het derde lid is uitgebreid om meer duidelijkheid te scheppen over wat wordt verstaan onder een klein evenement. Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
Artikel 2:25 Evenementenvergunning
1.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
1.
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren.
2.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
2.
Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, als de organisator ten minste twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.
3.
De burgemeester kan binnen een week na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
3.
De burgemeester kan binnen een week na ontvangst van de melding besluiten een klein evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
4.
Het verbod is niet van toepassing op een
4. De burgemeester kan aan het
16
organiseren van een evenement als bedoeld in het tweede lid nadere voorschriften verbinden. 5.
6.
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan een openbare plaats, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 5. In afwijking van artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester binnen dertien weken op een aanvraag evenementenvergunning. 6. In afwijking van artikel 1:8, tweede lid, kan de vergunning worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan dertien weken voor de beoogde datum van het beoogde evenement is ingediend en daardoor een behoorlijke afhandeling van de aanvraag niet mogelijk is. 7.
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Toelichting Het vierde lid (oud) is verwijderd omdat in artikel 1:4 al wordt aangegeven dat aan een vergunning of ontheffing voorschriften of beperkingen kunnen worden verbonden. Het vijfde en zesde lid zijn nieuw ingevoegd om zowel voor de vergunning-aanvrager als voor de vergunningverlening duidelijk te maken dat ‘dertien weken’ een hard getal is. Artikel 2:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:26 Ordeverstoring
Artikel 2:26 Ordeverstoring
1.
1.
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3.
Het verbod van lid 3 geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Toelichting De Hoge Raad heeft het colorverbod in de Algemene plaatselijke verordening (APV) onverbindend verklaard. Het gaat om het verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals het logo van een verboden motorclub. Gemeenten moeten dit verbod uit de APV schrappen. De Hoge Raad oordeelde op 24 december 2021 dat artikel 2:50a van de APV in strijd is met het grondrecht op vrijheid van meningsuiting (artikel 7, lid 3, van de Grondwet). Daarop kan alleen bij wet in formele zin uitzondering worden gemaakt, niet in een wet in materiële zin, zoals de APV. De Het tweede en derde lid van artikel 2:26 moeten ook vervallen door de uitspraak van de Hoge Raad.
17
Artikel 2:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:27 Definities
Artikel 2:27 Definitie
In deze afdeling wordt verstaan onder:
a.
openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;
b.
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.
In deze afdeling wordt verstaan onder: -
openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. Onder een inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis, afhaalzaak of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte.
-
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt.
-
exploitant: de natuurlijke perso(o)n(en) of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de inrichting wordt gedreven.
-
leidinggevende: De natuurlijke persoon, die onmiddellijk leiding geeft aan een onderneming.
Toelichting In artikel 2:27 eerste lid wordt ‘een afhaalzaak’ tussengevoegd. Reden hiervoor is dat er momenteel geen vergunning nodig is, terwijl er wel eten wordt verstrekt en het juist dit type horeca is wat gevoelig is voor ondermijnende criminaliteit en overlast. Door ook deze zaken een exploitatievergunning te laten aanvragen, komen wij meer aan de voorkant in het voorkomen van overlast en (georganiseerde) criminaliteit (de gemeente vraagt een advies aan de politie ten aanzien van de vergunningsaanvraag, het is mogelijk om een Bibob-onderzoek uit te voeren en de ondernemer moet voldoen aan verschillende vereisten. Dit draagt bij aan een gezonder ondernemersklimaat en een aantrekkelijker aanbod voor inwoners). In het derde en vierde lid worden de begrippen leidinggevende en exploitant toegevoegd. Artikel 2:28 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting
Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting
1.
1.
Het is verboden een openbare inrichting te
Het is verboden een openbare inrichting te
18
exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.
3.
4.
De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.
3. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in a.
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b.
een sportfaciliteit voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de sportactiviteit;
c.
een zorginstelling;
De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
b. De exploitant en de leidinggevenden niet voldoen aan de eisen genoemd in artikel 2:28a, eerste lid. 4.
Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een a.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
b.
sportfaciliteit voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de sportactiviteit;
c.
zorginstelling;
d. een museum; e. 5.
6.
een bedrijfskantine of -restaurant.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden over de ingebruikneming van die openbare plaats ten behoeve van het terras. Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die openbare plaats ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: a.
indien het beoogde gebruik van het terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
b.
indien het gebruik van het terras een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare
d. museum; e.
bedrijfskantine of -restaurant.
5. De in lid vier genoemde vrijstelling van de vergunningsplicht is niet van toepassing voor de terrassen van de daarin bedoelde openbare inrichtingen. 6. Als het verbod, als genoemd in het eerste lid, op grond van het vierde lid van dit artikel, niet op een exploitant van toepassing is, is de burgemeester bevoegd om maatwerkvoorschriften te stellen bij het exploiteren van zijn inrichting. Deze strekken slechts tot bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu in de omgeving van de inrichting. 7.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
19
plaats. 7. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, indien:
betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting behorende terrassen, voor zover deze zich op een openbare plaats bevinden, over de ingebruikneming van die openbare plaats ten behoeve van het terras. 8.
a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. 8. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het zevende lid onder a. 9.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het zevende lid.
9.
Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die openbare plaats ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting behorende terrassen weigeren: a.
als het beoogde gebruik van het terras schade toebrengt aan de openbare plaats dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de openbare plaats of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
b.
als het gebruik van het terras een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van de openbare plaats.
Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.
Toelichting In het derde lid is een weigeringsgrond toegevoegd gebaseerd op het nieuwe artikel 2.28a eerste lid waaronder de eis dat ze niet van ‘slecht levensgedrag’ mogen zijn. De horecabranche is kwetsbaar voor criminaliteit. Vandaar dat het van belang is dat deze eis ook in de exploitatievergunning opgenomen is. Op basis van het vijfde lid geldt er nog wel een vergunningplicht voor het hebben van een terras bij de uitgezonderde inrichtingen in het vierde lid. Terrassen kunnen overlast veroorzaken richting de omgeving. Het is derhalve van belang dat de burgemeester hierin nog een afweging kan maken om deze vergunning wel of niet te verlenen. Het zesde lid biedt de mogelijkheid om in de gevallen dat er geen vergunningplicht geldt extra maatwerkvoorschriften te stellen aan de onderneming. Een voorbeeld hierbij is het hebben van een beveiliger of detectiepoortjes naar aanleiding van een incident, of dat de ondernemer in bezit moet zijn van een door de politie goedgekeurde Veiligheidsplan. Het oorspronkelijke zevende lid komt geheel te vervallen, alsmede het daaraan gekoppelde achtste lid. Het is denkbaar dat er gebeurtenissen in de openbare inrichting kunnen voorvallen waar niet op basis van de Alcoholwet ingegrepen kan worden, maar wel op basis van APV/Openbare Orde op grond van de exploitatievergunning.
Daarnaast worden ook voorschriften gekoppeld aan de exploitatievergunning. Derhalve moet de exploitatievergunning ook aangevraagd worden bij de Alcoholwetvergunning. De toets hiervoor is (nagenoeg) dezelfde als voor de Alcoholwetvergunning. Artikel 2:28a wordt nieuw tussengevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28a Eisen aan de exploitant en leidinggevende
20
1. De exploitant en leidinggevenden voldoen aan de volgende eisen: a. zij hebben de leeftijd van 18 jaar bereikt; b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; c.
zij staan niet onder curatele
2. Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden als in de inrichting geen leidinggevende aanwezig is.
Toelichting In artikel 2:28a eerste lid worden eisen gesteld aan de exploitant en de leidinggevende. De eisen gelden als waarborgen om malafide ondernemers in de gemeente te weren. In het tweede lid is de eis opgenomen dat een leidinggevende altijd aanwezig moet zijn in de openbare inrichting. In het geval van incidenten is er altijd een aanspreekpunt voor toezichthouders/politie. De leidinggevende staan ook in de vergunning vermeld. Artikel 2:28b wordt nieuw tussengevoegd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Artikel 2:28b Intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de exploitatievergunning bedoeld in artikel 2:28 en de ontheffing sluitingstijd bedoeld in artikel 2:29, wijzigen of schorsen, als: a. de exploitant en/of leidinggevenden de bepalingen in deze afdeling overtreedt; b. de exploitant en/of leidinggevenden niet meer voldoet aan de eisen genoemd in artikel 2:28a, eerste lid; c.
naar zijn oordeel de openbare orde gevaar loopt of het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf door de aanwezigheid van het horecabedrijf nadelig wordt beïnvloed;
d. zich in of vanuit de inrichting feiten hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid en/of een bedreiging vormt voor het woon- of
21
leefklimaat in de omgeving van de inrichting; e. aannemelijk is dat de exploitant en/of leidinggevenden betrokken zijn, of hun ernstige nalatigheid kan worden verweten, bij activiteiten in of vanuit de inrichting die een gevaar opleveren voor de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de inrichting; f.
de exploitant en/of leidinggevenden toestaan of gedogen dat in de inrichting strafbare feiten worden gepleegd; of
g. in strijd wordt gehandeld met de Wet arbeid vreemdelingen. Toelichting
Artikel 2:28b is de grondslag voor bijzondere intrekkings-, wijzigings- en schorsingsgronden voor de exploitatie- en terrasvergunning en de ontheffing sluitingstijden. Sub a: spreekt voor zich Sub b: heeft betrekking op de eisen van de exploitant en de leidinggevende. Als de exploitant bijvoorbeeld nadat hij de vergunningen heeft verkregen toch criminele activiteiten gaat verrichten. Sub c en d: deze bepalingen richten zich niet direct op (gedragingen van) de exploitant of leidinggevenden, maar op gevaar voor de openbare orde en/of (ontoelaatbare) negatieve beïnvloeding van de woon- en leefsituatie in of in de buurt van een horecabedrijf ten gevolge van de exploitatie van dat horecabedrijf als zodanig of feiten die zich in het horecabedrijf hebben voorgedaan. Sub e en f: deze bepalingen richten zich op de gedragingen van de exploitant en/of leidinggevende bij incidenten. Sub g: gaat over het tewerkstellen van illegalen. Artikel 2:30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting
1.
1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen of een of meer terrassen tijdelijk andere sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2.
Dit is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
2.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen of een terras tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingsuren vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
22
voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. Toelichting Artikel 2:30 is deels herschreven voor meer duidelijkheid. Artikel 2:31 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Artikel 2:31 Verboden gedragingen
Het is verboden in een openbare inrichting:
Het is verboden in een openbare inrichting:
a.
de orde te verstoren;
a.
de orde te verstoren;
b.
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van aan besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;
b.
zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;