CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Raadsbrief D30 Hillegom 28 januari 2021 kaderstelling 2022 Verbonden partijen regio Hollands Midden.pdf

Raadscommissie 12 mei 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 12: Zienswijze ontwerpbegroting 2022 Gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek3.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hillegom

Raadsbrief Financiële kaderstelling 2022 Verbonden partijen regio Hollands Midden aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-20-160753 datum collegevergadering: 15 december 2020 portefeuillehouder: A. de Jong behandelend ambtenaar: P. Schaddé van Dooren emailadres: p.schadde@hltsamen.nl afdeling: Financiën embargo:

Toelichting Hierbij bieden wij u bijgaande stukken ter informatie aan.

Bijlage(n): -

Collegebesluit d.d. 15 december 2020 Brief Financieel overleg gemeenten Hollands Midden aan colleges d.d. 4 november 2020 Brief Financieel overleg gemeenten Hollands Midden aan DB en AB Gr’en d.d. 4 november 2020

Besluit van College van burgemeester en wethouders Hillegom

Zaakkenmerk/Onderwerp Verantwoordelijke Zaakkenmerk/Document kenmerk

Z-20-160753/Financiële kaderstelling 2022 Verbonden partijen regio HollandsMidden TM Financien Z-20-160753/D - 373215

Vertrouwelijkheid

Openbaar

Portefeuillehouder

Dhr. A. de Jong, wethouder

Besloten in de vergadering van

College Hillegom d.d. 15 dec 2020

Toelichting besluit

Wij stellen voor

1. De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen voor kennisgeving aan te nemen; 2. De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regeling ook van toepassing te verklaren voor de overige gemeenschappelijke regelingen; 3. De financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen ter kennisname te zenden aan de gemeenteraad.

Samenvatting

Het college van burgemeester en wethouders heeft kennisgenomen van de jaarlijkse financiële kaderstelling voor de begrotingen van de gezamenlijke gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden. De financiële kaderstelling geeft de richtlijnen voor het inflatiecijfer dat de gemeenschappelijke regelingen mogen gebruikten voor de begroting 2022. Daarnaast is er een algemene oproep opgenomen om de financiële problematiek van de gemeenten onder de aandacht te brengen.

Inleiding

Jaarlijks wordt de "Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden" voor de begrotingen bepaald en opgelegd aan de gezamenlijk gemeenschappelijke regelingen die actief zijn binnen Hollands-Midden. In de kaderstelling worden richtlijnen gegeven voor de toegestane prijsindexatie voor beloning werknemers, 1,4% en voor netto materieel, 1,1%. Voor de berekening van de indexering worden de cijfers uit de circulaires voor het Gemeentefonds gebruikt. De niet regionale gemeenschappelijke regeling, onder andere HLTsamen en de ISD, worden geacht de financiële kaderstelling ook te volgen.

Wat willen we bereiken

Door de regionale afstemming wordt een gezamenlijk standpunt uitgedragen over de uitgangspunten van de begroting van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden. Het biedt de gemeenschappelijke regelingen vooraf duidelijkheid bij het opstellen van de begroting 2022. De betrokken gemeenschappelijke regelingen worden schriftelijk geïnformeerd over het financiële kader door de gemeente Gouda namens de gemeenten in de regio Hollands-Midden. Overige gemeenschappelijke regelingen, die niet gezamenlijk in de regio werkzaam zijn, worden verzocht rekening te houden met de financiële kaders. Dit zal via de inbreng in de financiële overleggen en de bestuurlijke inbreng in de gemeenschappelijk regelingen gebeuren. De overige gemeenschappelijke regelingen zijn bekend met de werkgroep Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden.

Waarom nemen we dit besluit: argumenten

1.1 Door regionale afstemming wordt een gezamenlijk standpunt door de deelnemende gemeenten uitgedragen.

1.2 Met de financiële kaderstelling wordt voorkomen dat gemeenschappelijke regelingen eigen en uiteenlopende uitgangspunten hanteren voor het opstellen van de begroting 2022. 1.3 De gemeenschappelijk regelingen weten van te voren waar zij aan toe zijn voor wat het betreft de financiële kaderstelling betreft. 2.1 De overige gemeenschappelijke regelingen hebben door toepassing van de financiële kaderstelling dezelfde voordelen als de aangeschreven gemeenschappelijke regelingen. 3.1 Door de financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen met algemene oproep toe te zenden aan de gemeenteraad blijft deze op de hoogte van de ontwikkelingen bij de gemeenschappelijke regelingen.

Wat moeten we meewegen bij dit besluit: kanttekeningen

De gemeenschappelijke regelingen kunnen afwijken van de financiële kaderstelling door gewijzigd beleid.

Wat kost het

De gemeenschappelijke regelingen zenden, overeenkomstig de Wet gemeenschappelijke regelingen, de financiële en beleidsmatige kaders voor 15 april aan de deelnemende gemeenten. Op de begroting is het indienen van een zienswijze door de gemeenteraad mogelijk, de financiële gevolgen worden betrokken bij het opstellen van de gemeentebegroting 2022.

Aanpak, uitvoering en participatie

De volgende gemeenschappelijke regelingen vallen onder de "Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden": Veiligheidsregio Hollands-Midden, Samenwerkingsverband Holland Rijnland, Regio HollandsMidden, Omgevingsdienst West-Holland, Omgevingsdienst Midden-Holland, Regionale Dienst Openbare gezondheidszorg/GGD en Belastingsamenwerking Gouwe Rijnland. De deelnemende gemeenten die aan de financiële kaderstelling volgen zijn: Alphen aan den Rijn, Gouda, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Nieuwkoop, Noordwijk, Zoeterwoude, Zuidplas, Bodegraven-Reeuwijk, Kaag en Braassem, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten, Waddinxveen, Hillegom, Lisse en Teylingen. De eerste negen genoemde gemeenten vormen de bestuurlijke klankbordgroep. Zij worden geacht de omliggende gemeenten, die niet tot de klankbordgroep behoren, te informeren dan wel een en ander af te stemmen.

Duurzaamheid

Hillegom-Lisse-Teylingen

Niet van toepassing.

De financiële kaderstelling wordt met een zelfde advies aan de colleges gelijktijdig aangeboden.

Urgentie

Mede op basis van de richtlijnen van de financiële kaderstelling gaan de betrokken gemeenschappelijke regelingen hun kadernota opstellen. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is vastgelegd dat verbonden partijen uiterlijk 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders (en de voorlopige jaarrekening) voor het volgende begrotingsjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten moeten hebben aangeboden (art. 58b Wgr).

Evaluatie

Bij indienen van de begroting 2022 kan worden getoetst of de gemeenschappelijke regelingen zich hebben gehouden aan de financiële kaderstelling.

Bijlagen en achtergrondinformatie

1. Brief aan Colleges van BenW van de gemeenten in het samenwerkingsgebied Hollands-Midden 2. Brief (inclusief 3 bijlagen) aan Dagelijks Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de regio Hollands-Midden

Colleges van BenW van de gemeenten In het samenwerkingsgebied Hollands-Midden

afdeling

telefoon

Gouda

Klankbordgroep

0182 588716

4 november 2020

contactpersonen

uw kenmerk

zaaknummer

R. J. Anderson, P.J.O. Reinking,

-

1288362

onderwerp

verzonden

Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022

16 november 2020

Geacht Bestuur, Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De kaderstelling voor de begroting 2022 is op 4 november 2020 in de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen van de gemeenten in Hollands-Midden vastgesteld. In deze brief informeer ik u over deze financiële kaderstelling en doe ik tevens een algemene oproep. Samenvatting financiële kaderstelling 2022 1. De toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt 1,4% voor beloning werknemers en 1,1% voor netto materieel.

bezoekadres: Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1, Gouda

bijlagen: 3

correspondentieadres: postbus 1086, 2800 BB Gouda e-mail gemeente@gouda.nl telefoon: 14 01 82

Indexering 2022 De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft op 4 november 2020 een drietal indexeringsvarianten besproken. De eerste variant betreft de standaard methode die destijds is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR. Deze sluit aan op de indexeringsmethode die de FKGR sinds enkele jaren toepast. Hierbij wordt geen nacalculatie toegepast en worden ook geen overige correcties doorgevoerd. De indexering voor 2022 wordt in deze variant gebaseerd op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB), zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2020. Deze variant is uitgewerkt in bijlage I. Voor de loonkosten komt deze variant uit op een indexering van 1,3%, voor materieel komt deze variant uit op een indexering van 1,5%. De tweede variant betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2022 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2020 en 2021. In de eerste variant wordt de indexering voor 2022 vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2020 (de grondslag voor de septembercirculaire 2020). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2022 bijna twee jaar van te voren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden.

In deze tweede variant worden de inzichten uit de septembercirculaire 2020 met betrekking tot 2020 en 2021 gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2022. Deze tweede variant is uitgewerkt in bijlage I. Voor het jaar 2022 komt de uiteindelijke indexering 2022 uit op 1,4% voor personeel en op 1,1% uit voor materieel. In het voorstel voor een waardevaste indexering wordt de indexering 2022 dus ook vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2020 (= grondslag septembercirculaire 2020). Toch betreft deze variant een methodewijziging, aangezien de vastgestelde methode wordt verlaten en ook voor toekomstige jaren een waardevaste indexering wordt voorgestaan. De derde variant gaat net als de eerste variant uit van de vastgestelde systematiek, maar voert een correctie door indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, feitelijk een nacalculatie. Deze systematiek is verleden jaar gebruikt voor de loonkosten, toen de indexering voor 2021 moest worden vastgesteld. De drie varianten hebben voor- en nadelen. Het voordeel van de eerste variant ligt in de eenvoud. In de septembercirculaire van 2020 staat aangegeven wat de indexering voor 2022 naar verwachting zal zijn en deze indexering wordt feitelijk gewoon overgenomen.

Er vindt geen nacalculatie en geen correctie plaats, zodat discussies hierover niet gevoerd hoeven te worden. Dit biedt ook de nodige zekerheid: op een eenmaal vastgesteld indexpercentage wordt niet meer teruggekomen. Het nadeel van deze variant is echter, dat geen rekening wordt gehouden met ontwikkelingen tussen 2020 en 2022. De praktijk wijst uit, dat in een periode van 2 jaar zeer veel ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die tot een geheel andere indexering kunnen leiden. Als daaraan voorbij wordt gegaan, kan een structurele scheefgroei ontstaan. De derde variant kan eigenlijk als variant op de eerste worden aangemerkt. In deze variant wordt de mogelijkheid geboden juist wel met dergelijke ontwikkelingen rekening te houden, door middel van een nacalculatie. Het nadeel van deze derde variant ligt echter in de bewerkelijkheid. In de tweede variant wordt rekening gehouden met ontwikkelingen die tussen 2020 en 2022 kunnen plaatsvinden. Daarnaast is deze variant niet arbitrair, aangezien op voorhand duidelijk is, hoe de correcties plaats moeten vinden. Feitelijk wordt in deze tweede variant rekening gehouden met het voortschrijdend inzicht uit latere circulaires. De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft op 4 november 2020 bij meerderheid geopteerd voor de tweede variant.

pagina 2

Algemene oproep Zoals bekend mag worden verondersteld, verkeren gemeenten op dit moment financieel in lastig vaarwater. Alle participerende gemeenten zagen en zien zich genoodzaakt in 2020 en verder de nodige ombuigingen en taakstellingen door te voeren, hetgeen met de nodige bestuurlijke discussies en soms moeilijke besluiten gepaard is gegaan. De bestuurlijke werkgroep FKGR zou de gemeenschappelijke regelingen willen uitnodigen om te bezien hoe de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten te reduceren. Daarbij opteert de bestuurlijke werkgroep expliciet niet voor een generieke taakstelling, aangezien de bestuurlijke werkgroep zich bewust is van het feit dat de gemeenschappelijke regelingen hiervoor te zeer van elkaar kunnen verschillen. Ook geeft de bestuurlijke werkgroep geen inhoudelijke richtingen aan, aangezien dit is voorbehouden aan het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Wel stelt de bestuurlijke werkgroep zich op het standpunt, dat een algemene oproep aan de gemeenschappelijke regelingen juist nu passend is, gelet op de omvang van de financiële problematiek. De bestuurlijke werkgroep doet deze uitnodiging vanuit de gedachte dat gemeenschappelijke regelingen tevens een gemeentelijk belang dienen, het belang van alle participerende gemeenten.

Ik vertrouw erop dat het verstrekken van deze kaderstelling bijdraagt aan een effectieve samenwerking binnen de regio Hollands-Midden. Met vriendelijke groet,

namens het financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden, Wethouder Mr. M. (Michiel) Bunnik

pagina 3

Bijlage I:

Waardevaste indexering

Ontwikkeling indices volgens CEP en MEV (Meicirculaire en Septembercirculaire)

Prijsindex Jaar

Prijs beloning werknemers 2019

2020

2021

2022

Netto materieel (imoc) 2019

2020

2021

2022

CEP/MEV/Circulaire CEP 2017 / Meicirc 2017 MEV 2018 / Septembercirc 2017

2,3%

CEP 2018 / Meicirc 2018 MEV 2019 / Septembercirc 2018

3,0% 2,9%

3,2%

CEP 2019 / Meicirc 2019 MEV 2020 / Septembercirc 2019

2,5% 3,4%

1,9% 2,5%

2,6%

CEP 2020 / Meicirc 2020 MEV 2021 / Septembercirc 2020

4,5% 3,2%

2,6% 4,6%

2,8% 0,6%

Vastgestelde indexering Correctie T-2 voor waardevaste index Correctie T-1 voor waardevaste index

2,3% 1,4% 1,6%

1,5%

1,4% 1,5%

1,5% 1,6%

1,8%

1,3%

1,3% 2,5%

1,8% 1,5%

1,7% 1,5%

1,5%

2,30% 3,20% 3,88%

+/-

2,30% 1,50% 1,80%

+/-

2,1%

2,1%

-0,1%

-2,0%

Waardevaste indexering 2022

-2,0%

0,1% -0,3% 0,3%

1,40%

Correctie T-2 betreft het jaar 2020 en is het verschil tussen de index uit de septembercirculaire 2020 (4,6%) en de septembercirculaire 2019 (2,5%). Correctie T-1 betreft het jaar 2021 en is het verschil tussen de index uit de septembercirculaire 2020 (0,6%) en de septembercirculaire 2019 (2,6%). Bij de overgang naar een waardevaste index kijken we niet naar oude jaren. De veronderstelling is dat met de vastgestelde index 2021 van 3,88% zijnde 2,6% voor 2021 met de toevoeging van 1,28% als een correctie over voorgaande jaren de gemeenschappelijke regelingen zijn gecompenseerd voor de prijsontwikkelingen tot en met 2020 voor zover op dat moment bekend. Dat betekent dat we nu bij de vaststelling van de index 2022 alleen nog maar corrigeren voor de prijsontwikkeling 2020 (T-2) en 2021 (T-1) zoals die nu ten opzichte van vorig jaar september is opgetreden.

pagina 4

1,1%

Dagelijks en Algemeen Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de Regio Hollands-Midden Ter attentie van de secretaris

afdeling

telefoon

Gouda

Klankbordgroep

0182 588716

4 november 2020

contactpersonen

uw kenmerk

zaaknummer

R. J. Anderson, P.J.O. Reinking,

-

1288345

onderwerp

verzonden

Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022

16 november 2020

Geacht Bestuur, Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De kaderstelling voor de begroting 2022 is op 4 november 2020 in de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen van de gemeenten in Hollands-Midden vastgesteld. In deze brief informeer ik u over deze financiële kaderstelling en doe ik tevens een algemene oproep. Samenvatting financiële kaderstelling 2022 1. De toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt 1,4% voor beloning werknemers en 1,1% voor netto materieel.

bezoekadres: Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1, Gouda

bijlagen: 3

correspondentieadres: postbus 1086, 2800 BB Gouda e-mail gemeente@gouda.nl telefoon: 14 01 82

Indexering 2022 De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft op 4 november 2020 een drietal indexeringsvarianten besproken. De eerste variant betreft de standaard methode die destijds is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR. Deze sluit aan op de indexeringsmethode die de FKGR sinds enkele jaren toepast. Hierbij wordt geen nacalculatie toegepast en worden ook geen overige correcties doorgevoerd. De indexering voor 2022 wordt in deze variant gebaseerd op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB), zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2020. Deze variant is uitgewerkt in bijlage I. Voor de loonkosten komt deze variant uit op een indexering van 1,3%, voor materieel komt deze variant uit op een indexering van 1,5%. De tweede variant betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2022 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2020 en 2021. In de eerste variant wordt de indexering voor 2022 vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2020 (de grondslag voor de septembercirculaire 2020). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2022 bijna twee jaar van te voren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden.

In deze tweede variant worden de inzichten uit de septembercirculaire 2020 met betrekking tot 2020 en 2021 gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2022. Deze tweede variant is uitgewerkt in bijlage I. Voor het jaar 2022 komt de uiteindelijke indexering 2022 uit op 1,4% voor personeel en op 1,1% uit voor materieel. In het voorstel voor een waardevaste indexering wordt de indexering 2022 dus ook vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2020 (= grondslag septembercirculaire 2020). Toch betreft deze variant een methodewijziging, aangezien de vastgestelde methode wordt verlaten en ook voor toekomstige jaren een waardevaste indexering wordt voorgestaan. De derde variant gaat net als de eerste variant uit van de vastgestelde systematiek, maar voert een correctie door indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, feitelijk een nacalculatie. Deze systematiek is verleden jaar gebruikt voor de loonkosten, toen de indexering voor 2021 moest worden vastgesteld. De drie varianten hebben voor- en nadelen. Het voordeel van de eerste variant ligt in de eenvoud. In de septembercirculaire van 2020 staat aangegeven wat de indexering voor 2022 naar verwachting zal zijn en deze indexering wordt feitelijk gewoon overgenomen.

Er vindt geen nacalculatie en geen correctie plaats, zodat discussies hierover niet gevoerd hoeven te worden. Dit biedt ook de nodige zekerheid: op een eenmaal vastgesteld indexpercentage wordt niet meer teruggekomen. Het nadeel van deze variant is echter, dat geen rekening wordt gehouden met ontwikkelingen tussen 2020 en 2022. De praktijk wijst uit, dat in een periode van 2 jaar zeer veel ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die tot een geheel andere indexering kunnen leiden. Als daaraan voorbij wordt gegaan, kan een structurele scheefgroei ontstaan. De derde variant kan eigenlijk als variant op de eerste worden aangemerkt. In deze variant wordt de mogelijkheid geboden juist wel met dergelijke ontwikkelingen rekening te houden, door middel van een nacalculatie. Het nadeel van deze derde variant ligt echter in de bewerkelijkheid. In de tweede variant wordt rekening gehouden met ontwikkelingen die tussen 2020 en 2022 kunnen plaatsvinden. Daarnaast is deze variant niet arbitrair, aangezien op voorhand duidelijk is, hoe de correcties plaats moeten vinden. Feitelijk wordt in deze tweede variant rekening gehouden met het voortschrijdend inzicht uit latere circulaires. De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft op 4 november 2020 bij meerderheid geopteerd voor de tweede variant.

pagina 2

Algemene oproep Zoals bekend mag worden verondersteld, verkeren gemeenten op dit moment financieel in lastig vaarwater. Alle participerende gemeenten zagen en zien zich genoodzaakt in 2020 en verder de nodige ombuigingen en taakstellingen door te voeren, hetgeen met de nodige bestuurlijke discussies en soms moeilijke besluiten gepaard is gegaan. De bestuurlijke werkgroep FKGR zou de gemeenschappelijke regelingen willen uitnodigen om te bezien hoe de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten te reduceren. Daarbij opteert de bestuurlijke werkgroep expliciet niet voor een generieke taakstelling, aangezien de bestuurlijke werkgroep zich bewust is van het feit dat de gemeenschappelijke regelingen hiervoor te zeer van elkaar kunnen verschillen. Ook geeft de bestuurlijke werkgroep geen inhoudelijke richtingen aan, aangezien dit is voorbehouden aan het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Wel stelt de bestuurlijke werkgroep zich op het standpunt, dat een algemene oproep aan de gemeenschappelijke regelingen juist nu passend is, gelet op de omvang van de financiële problematiek. De bestuurlijke werkgroep doet deze uitnodiging vanuit de gedachte dat gemeenschappelijke regelingen tevens een gemeentelijk belang dienen, het belang van alle participerende gemeenten.

Ik vertrouw erop dat het verstrekken van deze kaderstelling bijdraagt aan een effectieve samenwerking binnen de regio Hollands-Midden. Met vriendelijke groet,

namens het financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden, Wethouder Mr. M. (Michiel) Bunnik

pagina 3

Bijlage I:

Waardevaste indexering

Ontwikkeling indices volgens CEP en MEV (Meicirculaire en Septembercirculaire)

Prijsindex Jaar

Prijs beloning werknemers 2019

2020

2021

2022

Netto materieel (imoc) 2019

2020

2021

2022

CEP/MEV/Circulaire CEP 2017 / Meicirc 2017 MEV 2018 / Septembercirc 2017

2,3%

CEP 2018 / Meicirc 2018 MEV 2019 / Septembercirc 2018

3,0% 2,9%

3,2%

CEP 2019 / Meicirc 2019 MEV 2020 / Septembercirc 2019

2,5% 3,4%

1,9% 2,5%

2,6%

CEP 2020 / Meicirc 2020 MEV 2021 / Septembercirc 2020

4,5% 3,2%

2,6% 4,6%

2,8% 0,6%

Vastgestelde indexering Correctie T-2 voor waardevaste index Correctie T-1 voor waardevaste index

2,3% 1,4% 1,6%

1,5%

1,4% 1,5%

1,5% 1,6%

1,8%

1,3%

1,3% 2,5%

1,8% 1,5%

1,7% 1,5%

1,5%

2,30% 3,20% 3,88%

+/-

2,30% 1,50% 1,80%

+/-

2,1%

2,1%

-0,1%

-2,0%

Waardevaste indexering 2022

-2,0%

0,1% -0,3% 0,3%

1,40%

Correctie T-2 betreft het jaar 2020 en is het verschil tussen de index uit de septembercirculaire 2020 (4,6%) en de septembercirculaire 2019 (2,5%). Correctie T-1 betreft het jaar 2021 en is het verschil tussen de index uit de septembercirculaire 2020 (0,6%) en de septembercirculaire 2019 (2,6%). Bij de overgang naar een waardevaste index kijken we niet naar oude jaren. De veronderstelling is dat met de vastgestelde index 2021 van 3,88% zijnde 2,6% voor 2021 met de toevoeging van 1,28% als een correctie over voorgaande jaren de gemeenschappelijke regelingen zijn gecompenseerd voor de prijsontwikkelingen tot en met 2020 voor zover op dat moment bekend. Dat betekent dat we nu bij de vaststelling van de index 2022 alleen nog maar corrigeren voor de prijsontwikkeling 2020 (T-2) en 2021 (T-1) zoals die nu ten opzichte van vorig jaar september is opgetreden.

pagina 4

1,1%

Bijlage II:

Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022

Prijsindex 2022 Vanaf de kaderstelling 2020 wordt gewerkt met de indices van de overheidsconsumpties (beloning werknemers en netto materieel). In de Septembercirculaire 2020 is de volgende prijsontwikkeling weergegeven:

De bovenstaande tabel geeft de geactualiseerde indices weer voor de jaren 2020, 2021 en 2022 die weer als input worden gebruikt voor de tabel uit bijlage I.

pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/154/documents/16174