CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Nota van beantwoording Leidsestraat 122 Hillegom.pdf

Raadscommissie 19 oktober 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 13: Leidsestraat 122, definitieve verklaring8.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 32 2180 AA Hillegom T 14 0252 E gemeente@hillegom.nl Kanaal Organis atienaam

Nota van beantwoording Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen Omgevingsvergunning Leidsestraat 122 Hillegom

Versie: 26 september 2022 Opsteller: Fedor Jansen Zaaknummer gemeente Hillegom: Z-22-228842 Afdeling Ruimte

1

Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................................................................................... 3 1.1 Procedure Aanvraag Omgevingsvergunning Leidsestraat 122 Hillegom............................................................................................................3 1.2 Historische context aanvraag omgevingsvergunning ....................................................................................................................................4 2. Samenvatting en Zienswijzen ................................................................................................................................................................... 5 2.1 Zienswijzen omwonenden en beantwoording ...............................................................................................................................................5 2.2 Aanvullingen advocaat mei 2022 .............................................................................................................................................................. 11 2.3. reactie gemeente op aanvullende zienswijze advocaat ............................................................................................................................... 13 2.4.

Uitkomsten gesprekken met omwonenden 20 september 2022……………………………………………………………………………………………………………………………………..16 3. Conclusie Zienswijzen ............................................................................................................................................................................ 18 4. Bijlage…………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………. 19

2

1. Inleiding 1.1 Procedure aanvraag Omgevingsvergunning Leidsestraat 122 Hillegom Voor de Locatie Leidsestraat 122 in Hillegom is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend ten behoeve van de realisatie van 15 appartementen in de bestaande bollenschuur en een nieuw aan te bouwen appartementencomplex. De aanvraag is strijdig met het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Elsbroek’ omdat op grond van dit bestemmingsplan ter plaatse een bedrijfsbestemming geldt en het wonen hier niet is toegestaan. Verder wordt ook het bestaande bouwvlak overschreden ten behoeve van het nieuwe aan te bouwen gebouw. Voor dit project is een Uitgebreide Wabo procedure van toepassing en dient er te worden afgeweken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, sub 3 van de Wet algemene bepalingen Omgevingsrecht (Wabo). Bij deze uitgebreide procedure is het noodzakelijk dat de gemeenteraad aangeeft of er medewerking verleend kan worden aan het bouwplan. De gemeenteraad van Hillegom heeft op 24 februari een verklaring van geen bedenkingen in ontwerp afgegeven. Vervolgens heeft de ontwerpvergunning inclusief bijbehorende documenten zoals de ruimtelijke onderbouwing, de omgevingsvergunning, het ontwerp hogere waarde besluit en de ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor een periode van zes weken (fysiek) ter inzage gelegen.

In deze periode is een ieder in de gelegenheid geweest om zienswijze kenbaar te maken bij het college van B&W tegen de verleende omgevingsvergunning en tegen het genomen hogere waarde besluit. Eventuele zienswijzen tegen de in ontwerp afgegeven verklaring van geen bedenkingen worden aan de gemeenteraad gericht. Een aantal omwonenden (6 huishoudens) hebben een zienswijze ingediend tegen de ontwerpvergunning en in ontwerp afgegeven verklaring van geen bedenkingen. Er zijn geen zienswijzen tegen het genomen hogere waarde besluit ingediend. Omdat er zienswijzen zijn ingediend zullen deze zienswijze eerst worden beantwoord voordat de raad kan besluiten over het afgeven van een definitieve verklaring van geen bedenkingen op basis waarvan het college van B&W de vergunning kan verlenen. In dit document wordt inhoudelijk gereageerd op de ingediende zienswijzen. Update mei 2022 Een advocaat heeft namens 4 van de 6 bezwaar hebbende huishoudens een aanvulling op de eerder ingediende zienswijzen ingediend. In dit document worden de aanvullingen van de advocaat op de eerder ingediende zienswijzen meegenomen. Update september 2022 Op 20 september 2022 heeft een gesprek met omwonenden plaatsgevonden met als doel om het gemeentelijk standpunt ten aanzien van de ingediende zienswijzen toe te lichten. De uitkomsten van het gesprek met de omwonenden zijn verwerkt in deze notitie.

3

1.2 Historische context aanvraag omgevingsvergunning Voordat er inhoudelijk wordt ingegaan op de beantwoording van de ingediende zienswijze, hecht de gemeente er belang aan om in te gaan op de historische context van de woningbouwplannen van de initiatiefnemer. Dit om de huidige plannen in een breder perspectief te plaatsen. Initiatiefnemer heeft al vele jaren plannen om op de locatie van de bollenschuur te voorzien in woningbouw. In 2016 is hiervoor een principeverzoek ingediend dat voorzag in een totale sloop van de bestaande schuur en de realisatie van een appartementencomplex van vergelijkbare omvang als nu aangevraagd is. Hierbij was het de bedoeling om op de begane grond te voorzien in detailhandel over een oppervlak van ruim 1000 m2. (wat op grond van de vigerende bestemming een toegestane functie is) en op de verdiepingen 8 appartementen van 110- 120 m2 te realiseren. Deze conceptplannen zijn destijds door de gemeente Hillegom afgewezen omdat de gemeente de bestaande cultuurhistorische elementen van de bollenschuur graag wil behouden. Het behoud van dergelijke bouwwerken draagt bij aan de identiteit en geeft een tastbare inkijk in de geschiedenis van Hillegom. In 2019 heeft initiatiefnemer opnieuw concept plannen ingediend voor het slopen van de schuur en het nieuwbouwen van een appartementengebouw (in de stijl van de schuur).

Hierbij werd opgemerkt dat de mogelijkheden voor de realisatie van woningen in de bestaande schuur onderzocht zijn maar dat dit vanwege de slechte bouwkundige staat van de schuur financieel gezien niet uitvoerbaar is. De fundering van de schuur verkeert in zeer slechte staat evenals het constructief van de schuur. Om woningen te kunnen realiseren in de schuur zijn forse investeringen nodig. Het college van B&W hield vast aan het standpunt om de cultuurhistorische elementen van de karakteristieke bollenschuur te behouden. Initiatiefnemer heeft daarom in overleg met het Cultuurhistorisch Genootschap en met de Erfgoedcommissie van Hillegom plannen ontwikkeld om toch in de gewenste woningbouw te kunnen voorzien, maar waarbij ook rekening wordt gehouden met het behoud van de bestaande cultuurhistorische en karakteristieke elementen van de bollenschuur. Deze plannen kunnen echter niet gefinancierd worden zonder een aanbouw te realiseren (aansluitend op de bouwstijl van de schuur) vanwege de eerder genoemde bouwkundige gebreken van de bestaande schuur. Er wordt geïnvesteerd in de fundering en het constructief van de schuur waarbij de bestaande schuur deels gesloopt wordt, maar waarbij de karakteristieke en kenmerkende elementen behouden blijven.

Op deze manier kan dit voor Hillegom karakteristieke en cultuurhistorische bouwwerk behouden blijven en kan de uitstraling van het terrein tevens ook worden verbeterd. Het terrein heeft nu een rommelig karakter. Dat wordt straks aanzienlijk verbeterd met o.a. groenvoorzieningen. Meegegeven wordt dat het niet ontwikkelen van het terrein kan betekenen dat de bestaande schuur en het omliggende terrein in de toekomst verder zullen aftakelen. Verwacht wordt niet dat er snel een andere investeerder zal zijn voor het betreffende perceel. De verloedering van het bestaande perceel kan op termijn negatieve effecten hebben op het woon- en leefklimaat. Daarnaast kan de wijziging van bedrijfsbestemming naar woonfunctie ook worden gezien als kwaliteitsverbetering. Overlast van toekomstige bedrijfsactiviteiten kunnen daarmee worden uitgesloten omdat de bedrijfsbestemming wordt wegbestemd. In deze wetenschap heeft de gemeente Hillegom begin 2021 een positief principestandpunt ingenomen ten aanzien van de plannen waarbij enkele randvoorwaarden zijn meegegeven richting de initiatiefnemer. Een van deze voorwaarden was dat initiatiefnemer de omwonenden op de hoogte zou brengen van de plannen en hiervan verslag zou uitbrengen aan de gemeente als de vergunning zou worden ingediend.

4

2. Samenvatting Zienswijzen Er zijn zienswijzen ingediend door omwonenden van de plannen voor de Leidsestraat 122 in Hillegom. In deze zienswijzen komen hoofdzakelijk een aantal gemeenschappelijke bezwaarpunten naar voren. Hieronder wordt ingegaan op deze bezwaarpunten die benoemd worden in de zienswijzen. In een later stadium zijn de zienswijzen aangevuld door een advocaat. Verderop in dit document wordt daar dieper op ingegaan.

2.1 Zienswijzen omwonenden en beantwoording Bewonersbijeenkomst Er wordt kritiek geuit op de wijze waarop de bewonersbijeenkomst werd vormgegeven waarbij slechts summiere informatie zou zijn gegeven over de plannen en er wordt opgemerkt dat de ingediende plannen afwijken van wat er tijdens de bijeenkomst gepresenteerd is. Dit heeft met name betrekking op de positionering van de parkeerplaatsen en de daarmee gepaard gaande aantasting van het recht van overpad. Opgemerkt wordt dat er geen overleg over het wijzigen van het recht van overpad is geweest met de omwonenden. Afgevraagd wordt of de bezwaren van omwonenden wel worden meegenomen in de afweging. Reactie gemeente Er is een bewonersbijeenkomst georganiseerd op 22 mei 2021 door de initiatiefnemer waarbij de plannen in concept zijn gepresenteerd. De omwonenden zijn daarbij in de gelegenheid geweest om vragen te stellen en opmerkingen kenbaar te maken. Initiatiefnemer heeft bij de aanvraag omgevingsvergunning verslaglegging aangeleverd bij de gemeente waaruit ook gebleken is dat de omwonenden zorgen hebben geuit over de parkeersituatie op het terrein. In die zin zijn de zorgen van omwonenden bekend. In overleg met de gemeente heeft initiatiefnemer een plan ontwikkeld waarin voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd op grond van het gemeentelijk parkeerbeleid. Daarnaast is er ook m.b.t.

de breedte van de weg rekening gehouden met de minimale vereisten van de gemeente Hillegom. Doordat omwonenden de gelegenheid hebben om zienswijzen in te dienen die tevens worden meegenomen in de afwegingen met betrekking tot de besluitvorming, zijn de omwonenden op basis van geldende wet en regelgeving in voldoende mate betrokken in het planproces. De zorgen m.b.t. het parkeren waren de gemeente (deels) bekend op grond van de verslaglegging van initiatiefnemer. Bezwaren kunnen echter formeel pas worden geuit in de vorm van zienswijzen gedurende de zienswijze periode. Het feit dat er gedurende de bewonersbijeenkomst informatie gepresenteerd is die niet volledig overeenkomt met de inhoud van de ontwerpvergunning waarop de zienswijze is ingediend, is voorstelbaar omdat het plan zich gedurende deze periode in overleg met de gemeente heeft ontwikkeld en er aanpassingen en aanvullingen zijn verlangd op basis van gemeentelijk beleid en door de reactie van omwonenden. Conclusie gemeente: De kritiek die door bewoners wordt geleverd op de wijze waarop initiatiefnemer de plannen gepresenteerd heeft, vormt voor de gemeente Hillegom geen aanleiding om wijzigingen aan te brengen in de planvorming. Er is destijds een concept van de plannen gepresenteerd waarbij de omwonenden hun zorgen hebben geuit.

Bij de planvorming is zo goed als mogelijk rekening gehouden met deze zorgen, maar initiatiefnemer heeft zich ook te houden aan regelgeving van de gemeente bijvoorbeeld ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen en de minimale breedte van het wegprofiel. Het plan sluit op deze punten aan bij het gemeentelijk beleid. De kwestie over het recht van overpad is een andere en opzichzelfstaande kwestie waar verderop in dit document aandacht aan wordt besteed.

5

Parkeren Aangegeven wordt dat er op het terrein aan de voorkant teveel parkeervoorzieningen worden ingepast en dat deze parkeervoorzieningen vanwege hun situering voor overlast zorgen. Enerzijds doordat ze te dicht op de perceelsgrens worden gerealiseerd en er daarmee afbreuk zou worden gedaan aan het woon- en leefklimaat en anderzijds doordat de parkeervoorzieningen de doorgang, waarvoor een erfdienstbaarheid geldt, naar de achtergelegen garageboxen van de naastgelegen woningen belemmerd. Reactie gemeente Voor zover wordt aangevoerd dat er teveel parkeerplaatsen worden gerealiseerd en dat dit ten koste gaat van het woon en leefklimaat van aangrenzende percelen, moet worden opgemerkt dat de vigerende planologische situatie ook in ogenschouw moet worden genomen. De vigerende situatie ‘bedrijfsbestemming’ met tevens een functieaanduiding voor o.a. ‘kantoor’ en ‘detailhandel’ staat parkeerplaatsen op het voorterrein toe. Voor een functie als detailhandel geldt een hoge parkeernorm van 3,7 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Het voorterrein mag in de huidige situatie ook al op een vergelijkbare wijze worden ingericht met parkeerplaatsen ten behoeve van een bedrijf, kantoor of detailhandelsfunctie. In de bestaande situatie wordt er geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheden ten behoeve van het parkeren die er planologisch gezien in de bestaande situatie wel zijn.

De nieuwe situatie ten behoeve van het wonen zorgt voor wat betreft het parkeren niet voor een wezenlijk andere situatie dan op grond van het vigerende bestemmingsplan al toegestaan is. Het argument over dat er teveel parkeerplaatsen worden gerealiseerd en dat dit de woon- en leef kwaliteit aantast, is niet valide omdat het voorterrein in de huidige situatie ook al mag worden gebruikt en ingericht als parkeerterrein. Daarnaast zal het parkeerterrein niet worden ingericht als keerlus en is het niet toegestaan de inrit te blokkeren met fout geparkeerde auto’s. bewoners en initiatiefnemer kunnen in onderling overleg waarschuwingsborden plaatsen over het vrijhouden van de weg (een bordje ‘eigen weg’) Bijvoorbeeld. Daarnaast kan men elkaar ook aanspreken als er sprake is van fout parkeren. Conclusie gemeente: Het gebruik van het voorterrein ten behoeve van parkeerterrein mag in de huidige situatie ook al plaatsvinden. In die zin zorgt de toekomstige situatie niet voor een verandering ten opzichte van de bestaande planologische situatie.

Recht van Overpad De parkeerplaatsen worden zodanig gepositioneerd dat de weg richting het achtererf van de naastgelegen woningen dusdanig smal wordt dat keren hier onmogelijk is en de achtergelegen erven van de naastgelegen woningen minder toegankelijk worden. Er wordt aangegeven dat notarieel vastligt dat er voor het recht van overpad sprake moet zijn van een gegarandeerde breedte van de weg. Door de inpassing van de parkeerplaatsen kan deze garantie niet worden gegeven. Ook worden er zorgen geuit over dat bezoekers en bezorgdiensten misbruik zullen maken van het gebrek aan ruimte wat de doorgang naar de achtergelegen erven zal belemmeren. Er zijn zorgen over dat er straks een grote keerlus gaat ontstaan op het perceel. Reactie gemeente Er geldt een recht van overpad op een deel van het perceel Leidsestraat 122 waarbij initiatiefnemer toegang moet verlenen aan de ten Noord- oost gelegen woningen (bezwaarmakers) om de garages in het achtererf van de woningen te bereiken. Dit betreft een privaatrechtelijke kwestie waarover de gemeente geen zeggenschap heeft gezien haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheden. Alleen bij evidente privaatrechtelijke belemmeringen kan de gemeente gelet op haar bestuursrechtelijke verantwoordelijkheden besluiten om de vergunning niet te verlenen.

Er is hier geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering omdat de bewoners van de woningen in de toekomstige situatie nog steeds gebruik kunnen maken van de erfdienstbaarheid, de breedte van de ontsluitingsweg voldoet aan de eisen die de gemeente stelt. De rijbaan zal 5,3 meter breed zijn, waarbij een strook van 50 cm als voetgangerssuggestiestrook zal worden bestraat. Met een breedte van 5,3 meter (en 4,8 meter zonder suggestiestrook) is de ontsluitingsweg breed genoeg om met 2 voertuigen te passeren. Omdat het voor de bezwaar hebbende omwonenden ook in de toekomstige situatie mogelijk is om hun percelen via de Leidsestraat 122 te bereiken is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering en is het aan de initiatiefnemer en de bewoners om tot oplossingen te komen om geschillen te beslechten. Volgens de initiatiefnemer staat in de akte een breedte van ‘ongeveer 4,7 meter’ omschreven voor het recht van overpad. Dit recht van overpad van 4,7 meter blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd. De gemeente onthoudt zich verder van deze privaatrechtelijke kwestie. Geschillen van privaatrechtelijke aard kunnen door partijen in kwestie ter beoordeling worden voorgelegd aan de civiele rechter.

Van een evidente privaatrechtelijke kwestie is hier geen sprake waardoor de gemeente (het college en de raad) haar bestuursrechtelijke rol oppakt en zal besluiten over de aanvraag omgevingsvergunning en de verklaring van geen bedenkingen.

6

Conclusie gemeente: Er is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering m.b.t. het recht van overpad omdat objectief vast te stellen is dat er ook in de toekomstige situatie gebruik kan worden gemaakt van de erfdienstbaarheid en de breedte van de weg dusdanig is dat er met twee voertuigen kan worden gepasseerd. Daarmee voldoet de breedte van de weg ook aan de inrichtingseisen van de gemeente.

Verkeersdrukte en verkeersveiligheid Aangevoerd wordt dat plannen tot een onevenredige toename van verkeer leiden op zowel de Leidsestraat als op het perceel Leidsestraat 122 zelf. Aangegeven wordt dat het in de spitsuren gevaarlijk is om de drukke Leidsestraat op te rijden of de toerit naar het perceel te nemen en daarbij komt dat het zicht ook belemmerd wordt door de bestaande parkeermogelijkheden langs de Leidsestraat. Als alternatief wordt door een enkeling opgemerkt dat het erf waar het bouwbedrijf van initiatiefnemer gevestigd is (Leidestraat 126) beter als toegangsweg naar de locatie Leidsestraat 122 kan worden gebruikt omdat het zicht hier beter zou zijn. Reactie gemeente Zoals eerder is vermeld moet de bestaande planologische situatie in ogenschouw worden genomen in vergelijking met de toekomstige situatie waarbij de appartementen op het perceel worden ingepast. In de bestaande planologische situatie mag er zonder planologische procedure een bedrijf, kantoor of detailhandelsfunctie worden uitgeoefend op het perceel. Deze functies kunnen in theorie en in de praktijk tot veel extra verkeersverplaatsingen leiden in vergelijking met de huidige situatie. Het toekomstige woongebruik is m.b.t. de verkeersgeneratie bekeken in samenhang met de bestaande planologische mogelijkheid dat er een bedrijf- kantoor- of detailhandelsvestiging op het perceel wordt gerealiseerd.

Hier wordt in paragraaf 4.11 van de ruimtelijke onderbouwing die initiatiefnemer heeft opgesteld op ingegaan. In deze paragraaf wordt uitgelegd dat de toegestane functies die in de huidige situatie op grond van het vigerende bestemmingsplan al op het perceel gerealiseerd kunnen worden meer verkeer aantrekken dan de 15 appartementen waarin het plan voorziet. Op die manier is aan de hand van de gemeentelijke verkeersnormen aangetoond dat de toekomstige situatie met 15 appartementen niet voor meer verkeer zorgt in vergelijking met wat er volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan op het perceel al toegestaan is. De toelichting in paragraaf 4.11 is naar aanleiding van de zienswijze van de advocaat wel aangevuld met een scherpere motivering. In de nieuwe ruimtelijke onderbouwing wordt er gerekend met de bestaande maximale planologische mogelijkheden voor de bestaande verkeersgeneratie. Het staat de initiatiefnemer vrij om de bestaande inrit van het perceel te gebruiken ter ontsluiting van het perceel. Conclusie: initiatiefnemer heeft aangetoond dat er in de toekomstige situatie niet meer verkeer wordt gegenereerd dan in de huidige maximale planologische situatie op grond van het vigerende bestemmingsplan al toegestaan is. Immers mag er in de huidige situatie zonder planologische procedure op het perceel ook een detailhandelsfunctie, bedrijfs- of kantoorfunctie.

worden gerealiseerd welke meer verkeer aantrekt dan de 15 toekomstige appartementen. Daar dient rekening mee te worden gehouden voor wat betreft de inpassing van de 15 appartementen.

7

Belemmering van de privacy Aangevoerd wordt dat de plannen een negatief effect hebben op de privacy van de naastgelegen woningen en dat er vanuit de appartementen zicht op de achtertuinen van de betreffende woning ontstaat. Reactie gemeente: In de bestaande situatie mag de bollenschuur worden ingevuld met een detailhandelsfunctie, bedrijf of kantoorfunctie. Bij een dergelijke invulling zal er ook in de bestaande planologische situatie enig zicht op aangrenzende percelen en tuinen van omwonenden verkregen worden. Daarnaast mag er in de bestaande situatie gebouwd worden tot een hoogte van 12 meter en ligt het bouwvlak voor deze toegestane bebouwing grotendeels ter plaatse van de beoogde uitbreiding van de bollenschuur. Dat betekent dus dat in de bestaande planologische situatie een vergelijkbare bouwmassa toegestaan is. Weliswaar overschrijden de plannen voor de uitbreiding van de woningbouw het bestaande bouwvlak minimaal aan de achterzijde. Daar staat echter tegenover dat er bij recht tot 12 meter hoog mag worden gebouwd. De uitbreiding van het complex kent nu volgens de plannen een hoogte van 9,3 meter. De bestaande bebouwingsmogelijkheden worden voor de toekomstige plannen dus niet volledig benut. Wel moet worden opgemerkt dat de bestaande gebruiks- en bouwmogelijkheden niet gelden voor de toekomstige functie ‘wonen’.

De aard van de toekomstige functie ‘het wonen’ heeft een andere impact op het gevoel van privacy in vergelijking met functies zoals kantoor, wonen en detailhandel. Immers zijn de toekomstige bewoners van het appartementencomplex met name in de avonduren en weekenden ook in de woningen aanwezig. Dit terwijl andersoortige functies zoals een kantoor, bedrijf en detailhandel (in mindere mate) voornamelijk gedurende werktijden een impact hebben. Er is bij de planvorming zoveel als mogelijk rekening gehouden met de privacy van de bewoners doordat de balkons en grote ramen hoofdzakelijk aan de andere zijde van het complex worden gerealiseerd. Aan de zijde van de woningen 120A, 120, 118 e.v. zal een inpandige verkeersruimte worden gerealiseerd waarin de toegangsdeur en een aantal kleinere ramen zullen worden ingepast. In de appartementen zullen aan deze zijde de hal en de slaapkamer worden gesitueerd. Qua indeling wordt er dus zoveel als mogelijk rekening gehouden met de privacy van de buren. Desalniettemin kan er wel worden geconcludeerd dat de situatie m.b.t. de privacy voor met name de woning op nummer 120A en in mindere mate de woning op nummer 120 nadeliger is dan in de bestaande situatie. Er gaat immers zicht ontstaan op de tuinen van deze woningen vanuit de nieuwe woningen. Het betreft hier overigens wel zijdelings zicht.

Uit vaste jurisprudentie blijkt dat zijdelings zicht niet valt onder artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast bevinden ramen, vensters en andere te openen delen zich op grotere afstand dan 2 meter van de perceelsgrens waardoor er aan de wettelijke vereisten op grond van artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek wordt voldaan. De negatieve impact op de privacy wordt niet als onaanvaardbaar geacht. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied waarbij een ontwikkeling als deze in de bestaande maatschappelijke context met een grote vraag naar betaalbare woningen aansluit bij maatschappelijke en ruimtelijke behoefte. Vooropgesteld wordt dat enige hinder, beperkter uitzicht en verminderde privacy inherent zijn aan wonen in een stedelijk gebied. Bij de aankoop van onroerend goed heeft niemand de garantie dat nabijgelegen percelen in de toekomst vrij blijven van ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast moet zoals eerder opgemerkt in ogenschouw worden genomen dat in de bestaande planologische situatie een vergelijkbare (en zelfs hogere) bouwmassa te realiseren is ten behoeve van andere functies zoals bedrijf, detailhandel en kantoor zonder dat daarvoor een planologische procedure doorlopen hoeft te worden.

Conclusie gemeente: De bestaande planologische situatie moet in ogenschouw worden genomen bij de beoordeling in hoeverre de privacy in de toekomstige situatie wordt aangepast ten opzichte van de bestaande. In de bestaande planologische situatie mag een bouwwerk van vergelijkbare (en zelfs hogere) massa worden gerealiseerd ten behoeve van functies als bedrijf, kantoor en detailhandel. Als de bestaande rechten op grond van het vigerende bestemmingsplan in ogenschouw worden genomen moet de conclusie worden getrokken dat de privacy niet heel erg significant zal verslechteren. Wel moet worden opgemerkt dat het gebruik ten behoeve van het wonen een andere impact heeft dan functies als bedrijf, kantoor en (in mindere mate) detailhandel, omdat deze functies qua gebruik hoofdzakelijk zullen plaatsvinden op werktijden. Wonen is een functie die permanent uitgeoefend wordt en met name ook in de avonduren en weekenden. In die zin heeft de ontwikkeling op het gebied van privacy wel impact op de omgeving, maar niet zodanig dat dit onacceptabel is. Daarnaast liggen dergelijke woningbouwontwikkelingen in de huidige maatschappelijke context waarbij een grote behoefte bestaat aan betaalbare woningen in de lijn der verwachting.

8

Belemmering van de bezonning op naastgelegen percelen Opgemerkt wordt dat de plannen een negatief effect hebben op de bezonningssituatie van de omliggende percelen (met name nummer 120A) en dat het onderzoek selectief is in aannames. Het vroege voorjaar en late najaar ontbreekt in het onderzoek. In deze periode is de impact veel groter vanwege de lagere zonnestand. Reactie gemeente Initiatiefnemer heeft een bezonningstudie uitgevoerd waaruit blijkt dat de bezonningssituatie voor de aangrenzende percelen verslechterd ten opzichte van de bestaande fysieke situatie vanwege de uitvoering van de plannen. Uit dezelfde bezonningsstudie blijkt dat als er wordt uitgegaan van de maximale planologische situatie (bouwen tot 12 meter hoogte), de bezonningssituatie niet verslechterd ten gevolge van de uitvoering van de plannen. Dat is logisch te verklaren doordat de plannen van initiatiefnemer uit 3 bouwlagen bestaan met een bouwhoogte van 9,7 meter voor de bestaande bollenschuur en een bouwhoogte van 9,2 meter voor de aanbouw. Volgens het bestemmingsplan is een bouwhoogte van 12 meter toegestaan op de planlocatie. Indien gebruik zou worden gemaakt van de bij recht toegestane bouwmogelijkheden zou de bezonningssituatie slechter zijn voor aangrenzende percelen dan nu het geval is voor de plannen voor de appartementen.

Er wordt terecht opgemerkt dat een aantal maanden uit de bezonningsstudie ontbreken (de bezonningsstudie is uitgevoerd voor de periode april tot en met september) In het late najaar en het vroege voorjaar schijnt de zon natuurlijk ook. Echter maakt dit de conclusie die op basis van de bezonningsstudie getrokken kan worden niet anders. Immers is duidelijk dat de plannen nadelig zijn voor de bezonning ten opzichte van de bestaande fysieke situatie. Echter is het een ander verhaal als wordt uitgegaan van de bestaande planologische situatie waarbij initiatiefnemer het recht heeft om tot een bouwhoogte van 12 meter te bouwen zonder dat daarvoor een planologische procedure benodigd is. Kenmerkend voor de ruimtelijke ordening is dat er in dit soort situaties dient te worden uitgegaan van de maximale planologische situatie om te beoordelen in hoeverre de plannen ook daadwerkelijk negatief werken voor de bezonning op het perceel. Op basis van de bestaande planologische situatie moet worden geconcludeerd dat de situatie qua bezonning niet verslechterd.

Conclusie gemeente: Afgaande op de bestaande planologische situatie waarin de initiatiefnemer gerechtigd is om op nagenoeg dezelfde locatie te bouwen tot 12 meter hoogte, moet worden geconcludeerd dat de plannen van initiatiefnemer waarbij tot een hoogte van 9,2 meter wordt gebouwd niet nadeliger zijn voor de bezonning dan de vigerende planologische situatie is.

Waardevermindering van de eigen woning Gesteld wordt dat de genoemde negatieve effecten van de plannen op de Leidsestraat 122 ten gevolge van het plan zullen leiden tot een waardervemindering van de eigen woning. Reactie gemeente Dat de nabijgelegen woningen op nummer 120A, 120, 118 e.v. in waarde zullen dalen ten gevolge van de ruimtelijke plannen lijkt de gemeente niet reëel. Immers wordt een bedrijfsbestemming wegbestemd ten behoeve van een woonbestemming. Hierdoor wordt uitgesloten dat er in de toekomst overlast van bedrijfsactiviteiten kan ontstaan en tevens wordt het terrein groener aangekleed dan in de huidige situatie het geval is. Door het uitsluiten van de mogelijkheden voor het vestigen van een bedrijf op het perceel, is de omgeving in de toekomstige situatie meer te classificeren als een woonomgeving, wat doorgaans gunstig is voor de waarde van de woning. Daarnaast zorgt de woningbouwontwikkeling ervoor dat het perceel actief wordt gebruikt met nieuwe bouwwerken. Het behoud van de karakteristieke schuur is juist gunstig voor de waarde van de omliggende woning. Door deze ontwikkeling wordt de schuur constructief en bouwkundig opgeknapt.

Wat op de langere termijn negatief zou kunnen werken voor de waarde van de omliggende woningen, is dat de schuur verder in verval raakt en er een ruïneachtig bouwwerk gaat ontstaan, ook de verloedering van het voorterrein zal in de toekomst negatief kunnen werken op de waarde van de woningen als het perceel voor langere tijd niet actief gebruikt wordt. Voor de waarde van de woningen lijkt het juist gunstig dat een ontwikkelende partij zowel de schuur als het voorterrein opknapt en groener aankleed dan in de huidige situatie het geval is. Conclusie gemeente: De gemeente Hillegom gaat niet mee in de bezwaarpunten waarin wordt aangedragen dat de ontwikkeling negatief zal werken voor de waarden van de nabijgelegen woningen. De waarde van de woningen zou mogelijk kunnen toenemen t.o.v. de bestaande situatie door de wijziging van bedrijfsbestemming naar woonbestemming.

9

Overlast tijdens en na de bouw Er worden zorgen geuit over de overlast die de bouwwerkzaamheden zullen hebben voor de bewoners van de naastgelegen woningen. Met name de aanlevering en opslag van materialen en de talloze aan- huisbezorgingen na de bouw leveren zorgen op bij indieners van zienswijze waarbij aangegeven wordt dat een blokkade van de inrit tot onacceptabele overlast zal leiden. Reactie gemeente: Ruimtelijke ontwikkelingen gaan nu eenmaal gepaard met enige vorm van overlast. Dit valt niet altijd te voorkomen. Er is aan initiatiefnemer gevraagd een bouwveiligheidsplan op te stellen waarin rekening wordt gehouden met het zoveel mogelijk voorkomen van overlast richting omwonenden. Dit bouwveiligheidsplan is in april 2022 aangeleverd. Indien het overpad moet worden afgesloten vanwege werkzaamheden zullen omwonenden hier tijdig over worden geïnformeerd. De overlast is van tijdelijke aard. Conclusie gemeente: bouwoverlast is niet altijd te voorkomen, maar er wordt wel zo goed als mogelijk is rekening gehouden met het beperken van de overlast. Er is een bouwveiligheidsplan opgesteld waarin ook aandacht is voor het zo veel mogelijk beperken van overlast.

Hamerstuk gemeenteraad 24 februari Een enkeling voert aan dat het stuk niet als hamerstuk behandeld had mogen worden in de gemeenteraad van 24 februari omdat de raad zich verder had moeten verdiepen in de bezwaren die omwonenden hebben tegen de plannen. Door deze individuele indiener wordt wel erkend dat er iets moet gebeuren met de bollenschuur en dat een ieder zal beamen dat het omvormen van de bollenschuur ten behoeve van appartementen een verbetering zal vormen voor de omgeving, maar dat dit wel in samenhang met de omgeving moet worden bekeken en niet in aanvaring moeten komen met de rechten van de naastgelegen bewoners. Reactie gemeente: In de gemeenteraadsvergadering van 24 februari is er besloten over de ontwerp verklaring van geen bedenkingen. De kritiek over dat de raad zich had moeten verdiepen in de bezwaren van de omgeving is voorbarig omdat de raad met de ontwerpverklaring het startsein geeft om de ontwerpstukken ter inzage te leggen en vrij te geven waarnaar de omgeving zich gedurende de zienswijzetermijn mag uitspreken over de plannen. Op basis van eventuele zienswijzen zullen de raad en het college een definitief besluit nemen over de plannen. Het is dus niet zo dat het college en de raad zomaar voorbijgaan aan de bezwaren vanuit de omgeving. Conclusie gemeente: De bezwaren van omwonenden worden meegenomen in de zienswijzeprocedure.

10

2.2 Aanvullingen advocaat mei 2022 De advocaat levert namens 4 cliënten een aanvulling op de eerder door cliënten ingediende zienswijzen/ bezwaren. De zienswijzen van de advocaat borduren voort op de eerder ingediende zienswijzen van de cliënten. De bezwaren zien o.a. op de volgende onderwerpen: verkeer & parkeren, erfdienstbaarheid, zicht op eigendommen, zonlicht vermindering, verlies van privacy en waardedaling van de woning.

Verkeer en parkeren Namens cliënten is opdracht verleend aan een adviesbureau op het gebied van mobiliteit, verkeer en parkeren om een notitie op te stellen in reactie op het bouwplan. De advocaat trekt op basis van de betreffende notitie de volgende conclusies: 1.

2. 3. 4. 5.

6.

De parkeerdruk is niet deugdelijk vastgesteld. Er zou niet zijn uitgegaan van de maatgevende avondparkeerpiek die geldt voor bewoners en bezoekers in de avonduren. Ten onrechte zou de vergelijking worden gemaakt tussen de parkeerpiek van bewoners in het weekend en een detailhandelsfunctie in het weekend. De advocaat vindt dat er ten onrechte appels met peren worden vergeleken. De parkeerdruk neemt op alle dagen van de week significant toe in vergelijking met de voormalige kringloopwinkel op het terrein. De verkeersdrukte van de toekomstige functie is niet evenwichtig vastgesteld omdat er in de avondspits ten gevolge van de nieuwe woningen significant meer verplaatsingen zullen opreden dan het geval was bij de voorgaande functie van kringloopwinkel Het inrichtingsplan voorziet niet in een adequate verkeersveiligheid. Het terugsteken van grotere voertuigen zou niet mogelijk zijn en het zicht en de aansluiting op de Leidsestraat voldoet niet aan de normeisen van de indieners van zienswijzen. Een gedegen verkeersanalyse zou ontbreken en er worden een aantal vermeende feitelijke onjuistheden aangehaald: Gesteld wordt dat de conclusie over dat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie niet toeneemt t.o.v.

de bestaande toestand onjuist is; Gesteld wordt dat de piekbelasting voor de woonfuncties niet te vergelijken is met bijvoorbeeld een detailhandelsfunctie omdat het zwaartepunt van de verkeersbewegingen van de woningen ligt tijds de spitsuren doordeweeks en voor detailhandel in het weekend. De advocaat vraagt om een motivering waaruit blijkt dat de bestaande wegcapaciteit voldoende is om de toename aan verkeersbewegingen te verwerken. De conclusie dat het plan voor wat betreft verkeer en vervoer uitvoerbaar is, wordt voorbarig genoemd. Gesteld wordt dat er minder parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden om recht te doen aan de bestaande erfdienstbaarheid van weg. De langsparkeerplaatsen moeten vervallen volgens indieners.

Gesteld wordt dat op grond van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat het plan nog niet voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

Erfdienstbaarheid Gesteld wordt dat er geen rekening wordt gehouden met de erfdienstbaarheid. Volgens de indieners kunnen de langsparkeerplaatsen niet worden ingepast omdat er een erfdienstbaarheid van 4,7 meter breed gegarandeerd moet blijven volgens de akte van levering. In de akte zou ook staan dat er op de weg niet geparkeerd mag worden en dat de doorgang onbelemmerd moet blijven.

Erfdienstbaarheid van uitzicht Er wordt aangevoerd dat er een erfdienstbaarheid van zicht zou gelden voor het perceel Leidsestraat 122 ten opzichte van de naastgelegen woningen. Hierdoor zouden er geen balkons vensters of te openen delen mogen worden gerealiseerd. De balkons en ramen zorgen namelijk voor een inperking van de privacy en ter bevestiging wordt een uitspraak bijgevoegd waaruit zou blijken dat de ramen en balkons op het perceel Leidsestraat 122 onrechtmatig zijn.

11

Bezonningsdiagram De advocaat is het conform de eerdere bezwaren van indieners niet eens met de bezonningsstudie. Het is niet duidelijk welke normen en inzichten zijn gehanteerd. De bezonningsstudie is daarom incompleet en niet bruikbaar.

Uitvoerbaarheid bouwplan De advocaat stelt dat het bouwplan niet uitvoerbaar is omdat de parkeerplaats 50 centimeter op de grond van indiener van zienswijze zou zijn gesitueerd.

Erfdienstbaarheid uitzicht en aantasting privacy Volgens de advocaat is het plan niet uitvoerbaar omdat er vensters, balkons en een galerij wordt aangebracht op de bollenschuur. De advocaat verwijst hiervoor naar de akte van levering van de woning Leidsestraat 116 waarin een erfdienstbaarheid van uitzicht zou zijn opgenomen die hieraan in de weg staat. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van ramen, balkons en de galerij voor een inbreuk op de privacy. Het zorgt voor inkijk op de 1 e verdieping van de woningen op nummer 120 en 120A en geeft zicht op de tuinen. Daarmee stelt de advocaat dat sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Hiervoor wordt jurisprudentie aangedragen waaruit dit zou blijken.

Bezonningsdiagram Vanwege de maatvoering van het te realiseren bouwwerk wordt gevreesd dat de bezonningssituatie op de percelen onaanvaardbaar zou verslechteren. Opgemerkt wordt dat de bezonningssituaties niet uitsluitend ziet op de maanden april tot en met september en niet nader is verklaard of toegelicht welke normen het college hanteert. De bezonningsstudie is incompleet en niet bruikbaar stelt de advocaat.

12

2.3. reactie gemeente op aanvullende zienswijze advocaat Parkeernorm Aangegeven wordt dat er ten onrechte niet is uitgegaan van een avondparkeerpiek die voor de toekomstige functie hoger zou liggen dan bij enkele voorgaande functies zoals een tuincentrum en een kringloopwinkel. Onduidelijk voor de gemeente is waarom er uitgegaan moet worden van een avondparkeerpiek en waarom de parkeerbehoefte van de toekomstige functie moet worden vergeleken met de parkeerbehoefte met een van de voorgaande functies. Van belang voor de gemeente Hillegom is dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor de toekomstige functie op het eigen terrein. Voldoende parkeerplaatsen realiseren voor de toekomstige functie ziet de gemeente Hillegom als maatgevend. Het plan voorziet in 27 parkeerplaatsen en voorziet daarmee in zijn eigen parkeerbehoefte op eigen terrein. Voor de toekomstige functie zijn namelijk 26 parkeerplaatsen nodig. Dit is conform het beleid van de gemeente Hillegom. Uit de notitie van het verkeersbureau dat de advocaat ingeschakeld heeft, blijkt dat als er wordt uitgegaan van dubbelgebruik van parkeerplaatsen (vanwege het onderscheid in gebruik van de parkeerplaatsen tussen bewoners en bezoekers) er ook volstaan kan worden met maximaal 23 parkeerplaatsen.

Op de eerste plaats is de gemeente Hillegom van mening dat er geen sprake is van dubbelgebruik omdat de toekomstige functie wonen betreft en dit slechts 1 functie betreft. In de nota is opgenomen dat er bij meerdere functies gebruik kan worden gemaakt van de aanwezigheidspercentages in verband met dubbelgebruik. Aangezien wonen 1 functie betreft is het toepassen van dubbelgebruik niet aan de orde hier. Op de tweede plaats doet het verkeerskundig bureau in haar notitie voorkomen alsof de gemeente verplicht is om de aanwezigheidspercentages vanwege het dubbelgebruik toe te passen. In de parkeernota staat dit echter opgenomen als mogelijkheid die kan worden toegepast, maar niet als een verplichting. De gemeente heeft beleidsvrijheid om hier wel of niet gebruik van te maken. Op de derde plaats ontgaat het de gemeente waarom deze argumentatie wordt aangehaald omdat bewoners in hun zienswijzen aangeven bang te zijn voor het onjuist parkeren van voertuigen die het recht van overpad belemmeren. Om dit tegen te gaan ligt het juist voor de hand om wat meer parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein dan minder parkeerplaatsen, zodat er altijd genoeg parkeergelegenheid is en het overpad niet wordt belemmerd door fout parkeerders.

Ten vierde wordt nog eens benadrukt dat de parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd en het vigerende bestemmingsplan toestaat dat het voorterrein gebruikt wordt als parkeerplaats. Conclusie gemeente: Het plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein en voorziet daarmee in zijn eigen parkeerbehoefte. Dit is in lijn met het gemeentelijk parkeerbeleid. Dit onderdeel van de zienswijze zorgt niet voor aanpassing aan het plan.

Verkeersgeneratie Het verkeersbureau en de advocaat merken op dat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie significant toeneemt ten opzichte van de bestaande situatie. In het verkeersrapport worden 9 verkeersverplaatsingen in de spits bij een ‘gevaarlijke afslag’ significant genoemd. In vergelijking met de voorgaande functie hebben we het hier over een toename van 3 extra verplaatsingen in de spits uitgaande van de cijfers van het verkeersbureau. De gemeente stelt zich op het standpunt dat er gediscussieerd kan worden over de significantie van dit aantal. Belangrijker is echter dat de analyse van het verkeerskundig bureau en de advocaat voorbij gaan aan de maximale planologische mogelijkheden die conform het bestemmingsplan al zijn toegestaan in de bestaande situatie en die in de huidige situatie niet volledig worden benut. In de bestaande situatie ligt er een bouwvlak met een oppervlak van 800 m2 op het perceel. Dit bouwvlak mag in theorie tot 12 meter hoogte worden bebouwd. Dit kunnen dus 4 bouwlagen worden. Een pand met een totaal bruto vloeroppervlak van 3200 m2 is dus denkbaar conform de vigerende planologische mogelijkheden. In het vigerende bestemmingsplan zijn functies zoals een bedrijf, kantoor, supermarkt en iedere andere vorm van detailhandel toegestaan.

Deze functies kunnen gezien de bebouwingsmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan een veelvoud aan verkeer genereren ten opzichte van de toekomstige situatie met appartementen. Zo geldt er voor bijvoorbeeld een arbeidsintensief- bezoekersextensief bedrijf een verkeersgeneratie van 10 per 100 m2 bvo. Dit zou een verkeersgeneratie van 32 x 10= 320 verkeersverplaatsingen pet etmaal betekenen. Voor de toekomstige appartementen geldt dat dit 86 verkeersverplaatsingen genereert. Voor een bedrijfsfunctie ligt de piek net als voor woningen eveneens in de ochtend- en avondspits. Geconcludeerd moet dus worden dat zowel de totale verkeersgeneratie als de piekbelasting in de bestaande planologische situatie hoger ligt dan in de toekomstige situatie.

13

Een vergelijkbare berekening kan worden gemaakt als de ter plaatse toegestane bouwmassa zou worden ingevuld ten behoeve van een kantoorfunctie. Daarnaast is ook een supermarkt op de locatie toegestaan in de bestaande planologische situatie. In dergelijke gevallen moet de conclusie worden getrokken dat de bestaande (maximale) planologische situatie veel meer verkeer genereert dan de toekomstige functie met appartementen. De berekening uitgaande van de maximale planologische bebouwingsmogelijkheden zal worden opgenomen in de ruimtelijke onderbouwing ter verduidelijking. Zodat geen discussie meer bestaat over dat de toekomstige situatie met appartementen qua verkeersintensiteit lager ligt dan het geval is in de bestaande planologische situatie. Conclusie gemeente: Als wordt uitgegaan van de maximale planologische situatie moet worden geconcludeerd dat er functies en bouwvolumes toegestaan zijn die bij elkaar veel meer verkeer genereren dan de toekomstige functie met appartementen. In de ruimtelijke onderbouwing zal in het hoofdstuk verkeer een berekening worden opgenomen van de maximaal toegestane planologische situatie en zal dit worden vergeleken met de verkeersgeneratie van de toekomstige functie, zodat geen discussie meet bestaat over dat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie afneemt t.o.v. de bestaande planologische situatie.

Inrichtingsplan Aangegeven wordt dat het inrichtingsplan niet voldoende verkeersveilig is. Er kan niet veilig en vloeiend worden gekeerd met grotere voertuigen en het overzicht op de toerit in aansluiting op de Leidsestraat is onvoldoende. In reactie hierop wordt gewezen op dat een oude versie van het inrichtingsplan wordt aangehaald. Er is een recentere inrichtingstekening akkoord bevonden door de verkeersdeskundigen. Deze recentere inrichtingstekening heeft ter inzage gelegen op het gemeentehuis. De inrichtingstekening is tevens in te zien op de landelijke voorziening via: wwww.ruimtelijkeplannen.nl. en wordt weergegeven op pagina 414 in de bijlage van de toelichting. Begrijpelijk is dat deze tekening over het hoofd gezien is en deze tekening zal in de nieuwe versie van de ruimtelijke onderbouwing nadrukkelijker worden opgenomen. Deze nieuwe versie voldoet aan de gemeentelijke eisen en is akkoord bevonden door verkeersdeskundigen. De weg is 4,8 meter breed (exclusief voetganger suggestiestrook en langsparkeerplaatsen). Er is zodoende voldoende ruimte om met 2 auto’s te passeren en er kan worden gekeerd op een acceptabele manier. De situatietekening maakt als bijlage 1 onderdeel uit van deze nota. Wat betreft het overzicht op toerit in aansluiting op de Leidsestraat moet worden opgemerkt dat het een bestaande inrit betreft.

Rekening houdend met de maximale planologische mogelijkheden op het perceel zal de toekomstige situatie voor minder verplaatsingen op de toerit zorgen dan in theorie conform de huidige situatie mogelijk en toegestaan is. De nieuwe situatie vormt in theorie dus een verbetering t.o.v. de bestaande planologische situatie. Conclusie gemeente: Er wordt verwezen naar een verouderde inrichtingstekening. De meest recente tekening zal in paragraaf 2.2 worden opgenomen van de ruimtelijke onderbouwing. Deze tekening voldoet aan de vereisten van de gemeente op het gebied van veiligheid en inrichting.

Verkeersanalyse Aangevoerd wordt dat een gedegen verkeersanalyse van de effecten van de ontwikkeling op de Leidsestraat ontbreekt. De gemeente Hillegom stelt zich op het standpunt dat vanwege de lagere verkeersintensiteit van het toekomstige plan in vergelijking met de huidige planologische mogelijkheden, een uitgebreide verkeersanalyse niet aan de orde is. Immers kan het terrein in de bestaande situatie zodanig worden ingevuld dat dit een veelvoud van het aantal verkeersverplaatsingen oplevert in vergelijking met de toekomstige situatie van het woningbouwplan. Daarmee is het niet nodig om een uitgebreide verkeersanalyse uit te voeren. Conclusie gemeente: een uitgebreide verkeersanalyse met gevolgen en effecten van de realisatie van het plan op de verkeersveiligheid is niet nodig omdat de toekomstige verkeersgeneratie lager ligt dan de verkeersgeneratie in de maximaal toegestane bestaande situatie. Dit onderdeel van de zienswijze zorgt niet voor wijzigingen aan het plan.

Erfdienstbaarheid van weg Opgemerkt wordt dat de langsparkeerplaatsen niet mogen worden gerealiseerd omdat dit de erfdienstbaarheid van weg zou belemmeren. Verwezen wordt naar de eerdere beantwoording van de zienswijzen van de omwonenden, waarin al antwoord is gegeven over deze kwestie. Het komt er op neer dat een wegbreedte van 4,8 meter overblijft en dat dit voldoet aan de eisen van de gemeente Hillegom. Met deze breedte is objectief vast te stellen dat het recht van overpad naar behoren gebruikt kan worden. Er is geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering.

14

Conclusie gemeente: gezien het feit dat de weg 4,8 meter breed is en daarmee objectief vast te stellen is dat het recht van overpad blijft bestaan en naar behoren kan worden gebruikt, is er geen sprake van een evidente privaatrechtelijke belemmering. Dit onderdeel van de zienswijze zorgt niet voor aanpassing van het plan.

Erfdienstbaarheid uitzicht Aangevoerd wordt dat de erfdienstbaarheid van uitzicht niet wordt gerespecteerd hierbij wordt verwezen naar een koopakte van een van de woningen van bezwaarmakers waarin afspraken zijn gemaakt met de naastgelegen woningen van een deel van de andere bezwaarmakers. In de akte wordt het perceel 122 helemaal niet genoemd. Er is geen sprake van erfdienstbaarheid van uitzicht waarbij het perceel 122 betrokken is. De bezwaar makende woningen hebben onderling wel een erfdienstbaarheid van uitzicht. Conclusie gemeente: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van de plannen.

Aantasting privacy Aangevoerd wordt dat de privacy wordt aangetast ten behoeve van het plan. Verwezen wordt naar de eerdere reactie van de gemeente op de bezwaarpunten omtrent privacy van de diverse omwonenden. Samengevat is de gemeente van oordeel dat de privacy niet significant wordt verslechterd met de bestaande planologische mogelijkheden in ogenschouw genomen. Daarnaast is bij de inrichting van de woningen zoveel als mogelijk rekening gehouden met de privacy. Er zijn zo min mogelijk verblijfsruimten aan de zijde van de bezwaar makende woningen gerealiseerd. Hier bevindt zich namelijk een galerij, de toegangsdeur tot het appartement, de hal van het appartement en het slaapvertrek. Woonkamers en andere verblijfsruimten die langdurig worden gebruikt zitten hoofdzakelijk aan de andere zijde van het pand. Verder blijkt uit vaste jurisprudentie dat zijdelings zicht niet valt onder artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast bevinden ramen, vensters en andere te openen delen zich op grotere afstand dan 2 meter van de perceelsgrens waardoor er aan de wettelijke vereisten op grond van artikel 5:50 van het Burgerlijk Wetboek wordt voldaan. De negatieve impact op de privacy wordt niet als onaanvaardbaar geacht.

De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied waarbij een ontwikkeling als deze in de bestaande maatschappelijke context met een grote vraag naar betaalbare woningen aansluit bij maatschappelijke en ruimtelijke behoefte. Vooropgesteld wordt dat enige hinder, beperkter uitzicht en verminderde privacy inherent zijn aan wonen in een stedelijk gebied. Bij de aankoop van onroerend goed heeft niemand de garantie dat nabijgelegen percelen in de toekomst vrij blijven van ruimtelijke ontwikkeling Conclusie gemeente: Gezien de bestaande maximale planologische mogelijkheden en het feit dat er bij het interne en uitwendige ontwerp van het appartementengebouw zoveel als mogelijk rekening is gehouden met de privacy van omwonenden, kan worden geconcludeerd dat de privacy niet onevenredig wordt aangetast. Dit onderdeel van de zienswijze zorgt niet voor aanpassing van de plannen.

Bezonning Opgemerkt wordt dat de bezonningstudie niet voldoet en onvolledig is. De gemeente verwijst naar de eerdere reactie op de bezwaren van de omwonenden met betrekking tot dit punt. Samengevat moet worden gesteld dat een bezonningsstudie niet nodig was voor dit plan omdat de bestaande planologische mogelijkheden qua bouwmassa meer toestaan dan hetgeen in de toekomstige situatie gerealiseerd gaat worden. Conclusie gemeente: Als rekening wordt gehouden met de bestaande planologische mogelijkheden, moet worden geconcludeerd dat de bezonningssituatie in planologisch opzicht niet verslechterd. Het onderdeel van de zienswijze zorgt niet voor aanpassingen.

Bouwplan niet uitvoerbaar Aangevoerd wordt dat het bouwplan niet uitvoerbaar zou zijn omdat de langsparkeerplaatsen langs de perceelsgrens deels worden gerealiseerd op het naastgelegen perceel

15

en dus geen eigendom is van de initiatiefnemer van het plan. Opgemerkt wordt dat niet verwezen wordt naar de meest recente tekening van de terreininrichting. Daarnaast is onduidelijk waarom er vanuit wordt gegaan dat de parkeerplaatsen deels op het naburige perceel gerealiseerd worden. Alle parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd en dat is en blijft uitgangspunt voor de ontwikkeling. Conclusie gemeente: De parkeerplaatsen worden op eigen terrein gerealiseerd. Dit onderdeel van de zienswijze zorgt niet voor aanpassingen.

2.4 Resultaten van de gesprekken met omwonenden op 20 september 2022 Op 20 september heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de gemeente en de bewoners die een zienswijzen hebben ingediend. Tevens waren de initiatiefnemer van het plan en de advocaat die enkele bewoners vertegenwoordigde bij het gesprek. Doel van het gesprek was om het gemeentelijk standpunt zoals in voorgaand hoofdstuk beschreven is terug te koppelen. De algemene strekking van het gemeentelijk standpunt op de ingebrachte zienswijze is, dat als uitgegaan wordt van de bestaande planologische mogelijkheden op het perceel, de toekomstige functie geen verzwaring vormt voor de verkeersgeneratie en de bezonning en privacy niet onevenredig wordt aangetast. Daarnaast stelt de gemeente zich op het standpunt dat de erfinrichting voldoet aan de gemeentelijke normen en dat het bestaande recht van overpad van de indieners van zienswijze niet wordt belemmerd omdat de in de akte van levering vastgelegde wegbreedte van 4,7 meter gehandhaafd blijft. De langsparkeerplaatsen werken niet belemmerend voor de waarborging van deze minimale breedte van de weg van 4,7 meter. Toch zijn er gedurende het gesprek een aantal toezeggingen gedaan vanuit de initiatiefnemer en de gemeente om enigszins tegemoet te komen aan de omwonenden.

Privacy- scherm/ glas Uit eigen beweging heeft initiatiefnemer toegezegd om te onderzoeken of er met glas of schermen op de galerij van de verdiepingen van de aanbouw tegemoet kan worden gekomen aan het gevoel van de omwonenden dat hun privacy wordt aangetast. Ondanks dat er conform het Burgerlijk Wetboek ruim voldoende afstand tot de perceelsgrens wordt gehouden, er qua interne indeling van de appartementen rekening is gehouden met het zo veel mogelijk borgen van de privacy en het zicht dat ontstaat op de percelen van indieners van zienswijzen slechts ‘zijdelings zicht’ betreft, heeft initiatiefnemer aangegeven dit nader te willen onderzoeken. Gebleken is echter dat het werken met een dergelijk scherm/ glas negatief werkt voor de daglichttoetreding in de appartementen en er daarmee niet voldaan wordt aan de vereiste Wet en regelgeving uit het Bouwbesluit. Het voorstel is dus niet mogelijk. Benadrukt wordt nogmaals dat initiatiefnemer hiertoe niet verplicht is, omdat het plan voldoet aan de vereiste wet en regelgeving. Inrit Leidsestraat 122 Hoewel er voor het plan gebruik wordt gemaakt van een bestaande in- en uitrit en de erfindeling voldoet aan de gemeentelijke eisen m.b.t.

de verkeersveiligheid en het plan ook qua maatvoering voldoet, is er toegezegd dat de mogelijkheden voor het plaatsen van een spiegel bij de in- uitrit van de Leidsestraat wordt onderzocht door de gemeente. Dit om de verkeersveiligheid van de in- en uitrit te vergroten en hierin tegemoet te komen aan de wensen van omwonenden om de verkeersveiligheid te vergroten. Feit is dat de Leidsestraat een drukke straat is. Uitgaande van de bestaande planologische situatie waarin verkeer aantrekkende functies als bedrijven, kantoren en detailhandel zijn toegestaan op het perceel, vormt de realisatie van de 15 appartementen qua verkeer aantrekkende werking geen verzwaring. Het eventuele plaatsen van de spiegel nabij de inrit moet daarom los worden gezien van de besluitvorming van de ontwikkeling. Dit vraagstuk wordt door de verkeersdeskundige vanaf 2023 opgepakt. Daarnaast is er ook bekeken of 1- of 2 openbare parkeerplaatsen langs de Leidsestraat ter hoogte van de inrit kunnen komen te vervallen voor het verbeteren van de verkeersveiligheid. Dit is echter geen reële optie omdat dit de parkeerdruk in de straat verder verhoogd en de parkeerplaatsen in de huidige situatie intensief worden gebruikt.

16

Ontsluiting en parkeren aangrenzende percelen initiatiefnemer Door enkele omwonenden werd tijdens de vergadering geopperd om de ontsluiting van het nieuwe appartementengebouw via de andere in eigendom zijnde percelen van initiatiefnemer te laten lopen en een deel van de parkeerplaatsen op het terrein op de andere percelen van de initiatiefnemer in te passen. Dit is echter geen haalbare oplossing omdat op de terreinen van initiatiefnemer al wordt voorzien in de parkeerbehoefte van de bestaande functies. Daarnaast is het niet wenselijk om de ontsluiting van het plan Leidsestraat 122 via de percelen behorend bij het bouwbedrijf te laten lopen omdat personenauto’s hierdoor veelvuldig geconfronteerd worden met zwaar vrachtverkeer van het bouwbedrijf. Dit is gezien de verkeersveiligheid niet wenselijk. Daarnaast is initiatiefnemer ook niet verplicht om de ontsluiting via de andere percelen te laten lopen omdat het perceel Leidsestraat 122 beschikt over een eigen ontsluiting en de terreinindeling voldoet aan de normen waardoor het perceel in voldoende mate toegankelijk blijft. De verkeersdeskundigen hebben de bestaande erfinrichting en situering akkoord bevonden.

17

3. Conclusie Zienswijzen De zienswijzen geven aanleiding om enkele wijzigingen aan te brengen in de ruimtelijke onderbouwing. De zienswijzen zijn grotendeels ongegrond. De volgende wijzigingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de stukken:  

18

De meest recente en goedgekeurde inrichtingstekening is nadrukkelijker opgenomen. De meest recente inrichtingstekening staat in hoofdstuk 2, paragraaf 2.2 van de ruimtelijke onderbouwing. De verkeersparagraaf is inhoudelijk aangepast met een berekening van de weergave van de bestaande maximale planologische situatie. Daaruit blijkt dat een veelvoud van aan verkeersverplaatsingen in de bestaande planologische situatie (ten behoeve van bedrijf) in vergelijking met de toekomstige appartement functie tot de bestaande mogelijkheden behoort. Geconcludeerd is ook dat de piek van deze bedrijfsfunctie evenals voor woningen in de ochtend en avondspits ligt.

4. Bijlage

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1497/documents/18928