CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Brief kaderstelling FKGR aan gr en 2020 V2.pdf

Raadscommissie 12 mei 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 12: Zienswijze ontwerpbegroting 2022 Gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek1.395 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dagelijks en Algemeen Besturen van de Gemeenschappelijke Regelingen in de Regio Hollands-Midden Ter attentie van de secretaris

afdeling

telefoon

Gouda

Klankbordgroep

0182 588716

4 november 2020

contactpersonen

uw kenmerk

zaaknummer

R. J. Anderson, P.J.O. Reinking,

-

1288345

onderwerp

verzonden

Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022

16 november 2020

Geacht Bestuur, Met de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen” beschikken de gemeenten in de regio Hollands-Midden sinds 2010 over een gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De kaderstelling voor de begroting 2022 is op 4 november 2020 in de bestuurlijke werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen van de gemeenten in Hollands-Midden vastgesteld. In deze brief informeer ik u over deze financiële kaderstelling en doe ik tevens een algemene oproep. Samenvatting financiële kaderstelling 2022 1. De toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt 1,4% voor beloning werknemers en 1,1% voor netto materieel.

bezoekadres: Huis van de Stad, Burgemeester Jamesplein 1, Gouda

bijlagen: 3

correspondentieadres: postbus 1086, 2800 BB Gouda e-mail gemeente@gouda.nl telefoon: 14 01 82

Indexering 2022 De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft op 4 november 2020 een drietal indexeringsvarianten besproken. De eerste variant betreft de standaard methode die destijds is vastgesteld door de bestuurlijke werkgroep FKGR. Deze sluit aan op de indexeringsmethode die de FKGR sinds enkele jaren toepast. Hierbij wordt geen nacalculatie toegepast en worden ook geen overige correcties doorgevoerd. De indexering voor 2022 wordt in deze variant gebaseerd op de publicatie van de nominale ontwikkeling (gebaseerd op de publicaties van het CPB), zoals gepubliceerd in de septembercirculaire 2020. Deze variant is uitgewerkt in bijlage I. Voor de loonkosten komt deze variant uit op een indexering van 1,3%, voor materieel komt deze variant uit op een indexering van 1,5%. De tweede variant betreft een waardevaste indexering. Hierbij wordt de indexering voor 2022 gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2020 en 2021. In de eerste variant wordt de indexering voor 2022 vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2020 (de grondslag voor de septembercirculaire 2020). Dit impliceert, dat de prijsontwikkeling voor 2022 bijna twee jaar van te voren wordt bepaald. In deze twee jaar kunnen zich echter afwijkingen voordoen en zonder correcties kan dat vervolgens tot structurele afwijkingen leiden.

In deze tweede variant worden de inzichten uit de septembercirculaire 2020 met betrekking tot 2020 en 2021 gebruikt om de correctie te berekenen. Deze correctie wordt dan toegepast op het indexpercentage voor 2022. Deze tweede variant is uitgewerkt in bijlage I. Voor het jaar 2022 komt de uiteindelijke indexering 2022 uit op 1,4% voor personeel en op 1,1% uit voor materieel. In het voorstel voor een waardevaste indexering wordt de indexering 2022 dus ook vastgesteld op basis van de indices uit het CEP van 2020 (= grondslag septembercirculaire 2020). Toch betreft deze variant een methodewijziging, aangezien de vastgestelde methode wordt verlaten en ook voor toekomstige jaren een waardevaste indexering wordt voorgestaan. De derde variant gaat net als de eerste variant uit van de vastgestelde systematiek, maar voert een correctie door indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, feitelijk een nacalculatie. Deze systematiek is verleden jaar gebruikt voor de loonkosten, toen de indexering voor 2021 moest worden vastgesteld. De drie varianten hebben voor- en nadelen. Het voordeel van de eerste variant ligt in de eenvoud. In de septembercirculaire van 2020 staat aangegeven wat de indexering voor 2022 naar verwachting zal zijn en deze indexering wordt feitelijk gewoon overgenomen.

Er vindt geen nacalculatie en geen correctie plaats, zodat discussies hierover niet gevoerd hoeven te worden. Dit biedt ook de nodige zekerheid: op een eenmaal vastgesteld indexpercentage wordt niet meer teruggekomen. Het nadeel van deze variant is echter, dat geen rekening wordt gehouden met ontwikkelingen tussen 2020 en 2022. De praktijk wijst uit, dat in een periode van 2 jaar zeer veel ontwikkelingen kunnen plaatsvinden die tot een geheel andere indexering kunnen leiden. Als daaraan voorbij wordt gegaan, kan een structurele scheefgroei ontstaan. De derde variant kan eigenlijk als variant op de eerste worden aangemerkt. In deze variant wordt de mogelijkheid geboden juist wel met dergelijke ontwikkelingen rekening te houden, door middel van een nacalculatie. Het nadeel van deze derde variant ligt echter in de bewerkelijkheid. In de tweede variant wordt rekening gehouden met ontwikkelingen die tussen 2020 en 2022 kunnen plaatsvinden. Daarnaast is deze variant niet arbitrair, aangezien op voorhand duidelijk is, hoe de correcties plaats moeten vinden. Feitelijk wordt in deze tweede variant rekening gehouden met het voortschrijdend inzicht uit latere circulaires. De bestuurlijke werkgroep FKGR heeft op 4 november 2020 bij meerderheid geopteerd voor de tweede variant.

pagina 2

Algemene oproep Zoals bekend mag worden verondersteld, verkeren gemeenten op dit moment financieel in lastig vaarwater. Alle participerende gemeenten zagen en zien zich genoodzaakt in 2020 en verder de nodige ombuigingen en taakstellingen door te voeren, hetgeen met de nodige bestuurlijke discussies en soms moeilijke besluiten gepaard is gegaan. De bestuurlijke werkgroep FKGR zou de gemeenschappelijke regelingen willen uitnodigen om te bezien hoe de gemeenschappelijke regelingen een bijdrage zouden kunnen leveren om de ontstane tekorten te reduceren. Daarbij opteert de bestuurlijke werkgroep expliciet niet voor een generieke taakstelling, aangezien de bestuurlijke werkgroep zich bewust is van het feit dat de gemeenschappelijke regelingen hiervoor te zeer van elkaar kunnen verschillen. Ook geeft de bestuurlijke werkgroep geen inhoudelijke richtingen aan, aangezien dit is voorbehouden aan het dagelijks en algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling. Wel stelt de bestuurlijke werkgroep zich op het standpunt, dat een algemene oproep aan de gemeenschappelijke regelingen juist nu passend is, gelet op de omvang van de financiële problematiek. De bestuurlijke werkgroep doet deze uitnodiging vanuit de gedachte dat gemeenschappelijke regelingen tevens een gemeentelijk belang dienen, het belang van alle participerende gemeenten.

Ik vertrouw erop dat het verstrekken van deze kaderstelling bijdraagt aan een effectieve samenwerking binnen de regio Hollands-Midden. Met vriendelijke groet,

namens het financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden, Wethouder Mr. M. (Michiel) Bunnik

pagina 3

Bijlage I:

Waardevaste indexering

Ontwikkeling indices volgens CEP en MEV (Meicirculaire en Septembercirculaire)

Prijsindex Jaar

Prijs beloning werknemers 2019

2020

2021

2022

Netto materieel (imoc) 2019

2020

2021

2022

CEP/MEV/Circulaire CEP 2017 / Meicirc 2017 MEV 2018 / Septembercirc 2017

2,3%

CEP 2018 / Meicirc 2018 MEV 2019 / Septembercirc 2018

3,0% 2,9%

3,2%

CEP 2019 / Meicirc 2019 MEV 2020 / Septembercirc 2019

2,5% 3,4%

1,9% 2,5%

2,6%

CEP 2020 / Meicirc 2020 MEV 2021 / Septembercirc 2020

4,5% 3,2%

2,6% 4,6%

2,8% 0,6%

Vastgestelde indexering Correctie T-2 voor waardevaste index Correctie T-1 voor waardevaste index

2,3% 1,4% 1,6%

1,5%

1,4% 1,5%

1,5% 1,6%

1,8%

1,3%

1,3% 2,5%

1,8% 1,5%

1,7% 1,5%

1,5%

2,30% 3,20% 3,88%

+/-

2,30% 1,50% 1,80%

+/-

2,1%

2,1%

-0,1%

-2,0%

Waardevaste indexering 2022

-2,0%

0,1% -0,3% 0,3%

1,40%

Correctie T-2 betreft het jaar 2020 en is het verschil tussen de index uit de septembercirculaire 2020 (4,6%) en de septembercirculaire 2019 (2,5%). Correctie T-1 betreft het jaar 2021 en is het verschil tussen de index uit de septembercirculaire 2020 (0,6%) en de septembercirculaire 2019 (2,6%). Bij de overgang naar een waardevaste index kijken we niet naar oude jaren. De veronderstelling is dat met de vastgestelde index 2021 van 3,88% zijnde 2,6% voor 2021 met de toevoeging van 1,28% als een correctie over voorgaande jaren de gemeenschappelijke regelingen zijn gecompenseerd voor de prijsontwikkelingen tot en met 2020 voor zover op dat moment bekend. Dat betekent dat we nu bij de vaststelling van de index 2022 alleen nog maar corrigeren voor de prijsontwikkeling 2020 (T-2) en 2021 (T-1) zoals die nu ten opzichte van vorig jaar september is opgetreden.

pagina 4

1,1%

Bijlage II:

Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2022

Prijsindex 2022 Vanaf de kaderstelling 2020 wordt gewerkt met de indices van de overheidsconsumpties (beloning werknemers en netto materieel). In de Septembercirculaire 2020 is de volgende prijsontwikkeling weergegeven:

De bovenstaande tabel geeft de geactualiseerde indices weer voor de jaren 2020, 2021 en 2022 die weer als input worden gebruikt voor de tabel uit bijlage I.

pagina 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/154/documents/16172