CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

6. Algemene en juridische toelichting.pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 8: Omgevingsplan buitengebied en de Zanderij20.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoud

Toelichting............................................................................................................................................... 3 Hoofdstuk 1

Algemeen .............................................................................................................. 3

1.1

Aanleiding .............................................................................................................................. 3

1.2

Omgevingsplan - wat en waarom....................................................................................... 3

1.4

Ligging en begrenzing plangebied ..................................................................................... 5

1.5

Vigerend omgevingsrecht .................................................................................................... 6

1.6

Leeswijzer .............................................................................................................................. 7

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving ............................................................................................... 10

2.1

Planopzet ............................................................................................................................. 10

2.2

Planschade/Nadeelcompensatie ...................................................................................... 13

2.3

Programmatische invulling (Afwegingen woningbouwprogramma) ............................ 13

2.4

Afwegingskader, gebiedsdoelen en participatie ............................................................ 14

Hoofdstuk 3

Integrale afweging op onderdelen van de fysieke leefomgeving ........ 15

3.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................ 15

3.2

Provinciaal beleid ................................................................................................................ 15

3.3

Duurzaamheid ..................................................................................................................... 19

3.4

Milieuaspecten en gezondheid ......................................................................................... 19

3.5

Externe Veiligheid ............................................................................................................... 23

3.6

Landschap ........................................................................................................................... 23

3.7

Natuur ................................................................................................................................... 25

3.8

Cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden ................................................. 27

3.9

Energie en klimaat .............................................................................................................. 32

3.10

Water ................................................................................................................................ 34

3.11

Duurzaam ruimtegebruik bij woningbouw ................................................................... 36

3.12

Toerisme en recreatie .................................................................................................... 37

3.13

Economie ......................................................................................................................... 38

3.14

Mobiliteit ........................................................................................................................... 39

Hoofdstuk 4 Juridische toelichting op de regels ..................................................................... 42 Hoofdstuk 1 algemene bepalingen .............................................................................................. 42 Hoofdstuk 2 activiteiten.................................................................................................................. 43 Hoofdstuk 3 Functies ..................................................................................................................... 51 Hoofdstuk 4 Planschade en Kostenverhaal .............................................................................. 54 Hoofdstuk 5 Slotbepalingen .......................................................................................................... 55 Afdeling 5.1 Legalisering bestaand gebruik................................................................................ 55 1 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Afdeling 5.2 Overgangsrecht ........................................................................................................ 55 Afdeling 5.3 Overige slotbepalingen ............................................................................................ 55

2 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Toelichting Hoofdstuk 1 Algemeen 1.1

Aanleiding

Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. De gemeente Hillegom heeft vooruitlopend op de invoering van de wet toestemming gekregen van de rijksoverheid om te werken volgens de Omgevingswet. De gemeente Hillegom is namelijk in de 15e en 17e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet opgenomen. De gemeente heeft voor het grondgebied in 2018 de omgevingsvisie Hillegom 2030 “Heerlijk Hillegom, duurzame (proef)tuin van Holland” vastgesteld. Na er een jaar mee te hebben gewerkt is de omgevingsvisie op 17 oktober 2019 geactualiseerd en is de omgevingsvisie in 2020 opnieuw geactualiseerd. Deze actualisatie wordt in 2021 vastgesteld. De gemeenteraad werkt de omgevingsvisie verder uit in de vorm van een bestemmingsplan voor het Buitengebied en De Zanderij (hierna: Buitengebied). Met dit bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (hierna: omgevingsplan) realiseren we de uitvoering van de nieuwe wetgeving, de ruimere mogelijkheden voor initiatiefnemers en de versnelde afhandeling van de vergunningaanvraag. De omgevingsvisie en de koersen die daarin zijn opgenomen voor de verschillende deelgebieden staan centraal in het omgevingsplan. In het omgevingsplan zijn deze vertaald naar functies en doelstellingen. Bij het beoordelen van initiatieven aan deze doelstellingen doen wij dat met de ‘Ja, mits’ houding.

Daarbij is de centrale vraag: “Draagt het initiatief bij aan het realiseren van de koers uit de omgevingsvisie?”. De initiatiefnemer moet uitleggen hoe het plan bijdraagt aan de koers van het deelgebied en laten zien dat omwonenden hebben kunnen inspreken. De Omgevingswet betekent een verandering in de taken en verantwoordelijkheden van gemeentelijke bestuursorganen, initiatiefnemers en betrokkenen. Niemand kan achteroverleunen en wachten tot de ander plannen heeft gemaakt.

1.2

Omgevingsplan - wat en waarom

Het omgevingsplan is één van de instrumenten van de Omgevingswet. Het omgevingsplan is op verschillende punten anders dan een regulier bestemmingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Zo is de reikwijdte van het omgevingsplan breder dan het huidige bestemmingsplan. In een bestemmingsplan zijn alleen regels opgenomen voor bouwen, gebruik en aanleggen. In het omgevingsplan landen uiteindelijk alle regels over de fysieke leefomgeving. Dit maakt het mogelijk om in het plan regels voor bijvoorbeeld evenementen vast te leggen. Een ander verschil is dat de looptijd van 10 jaar kan worden verlengd tot 20 jaar. Binnen het plangebied ontstaat daarmee de mogelijkheid van een geleidelijke ontwikkeling over een langere periode. Daarnaast verlegt het omgevingsplan planschade tot het moment dat het college daadwerkelijk vergunning verleent voor een initiatief. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie, waarin mensen al een schadeclaim kunnen indienen als er alleen al de mogelijkheid tot bouwen of gebruik is gegeven. Dit omgevingsplan maakt ook gebruik van de mogelijkheid om een vergunningstelsel voor het gebruiken op te nemen.

3 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

1.3

Doel van het omgevingsplan

In het Buitengebied en op De Zanderij willen we samen met inwoners en ondernemers doelen bereiken op het gebied van duurzaamheid (‘people, planet en profit’). Initiatieven moeten niet alleen bijdragen aan de kernkwaliteit van het deelgebied, maar ook aan een duurzame toekomst voor Hillegom en omgeving. Mede om die reden is ervoor gekozen om te werken met een nieuw instrument, in de vorm van een omgevingsplan. In Hillegom is met het maken van de omgevingsvisie een start gemaakt met de nieuwe manier van werken onder de Omgevingswet. De ambitie is om met de omgevingsvisie als gemeente uitnodigend en flexibel te zijn. De rol van de gemeente verschuift van een uitvoerende rol naar een meer ondersteunende rol aan de maatschappij. Hierbij hoort het vereenvoudigen en versnellen van procedures. Dit betekent echter ook een grotere verantwoordelijkheid voor initiatiefnemers. Zij moeten draagvlak vinden voor hun plan en vooraf al verschillende belangen hebben meegewogen in hun planvorming. Voor inwoners betekent dit dat zij al voorwerk kunnen verrichten en niet alleen met een verzoek richting de gemeente komen, maar ook met documenten waaruit participatie met de omgeving blijkt. In dit omgevingsplan (versie 1.0) zijn de geldende bestemmingsplannen, een deel van de APV en enkele milieuregels samengevoegd.

De komende jaren moet het omgevingsplan steeds meer regels gaan bevatten, zodat uiteindelijk alle regels over de fysieke leefomgeving in dit omgevingsplan samenkomen.

4 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

1.4

Ligging en begrenzing plangebied

Dit omgevingsplan heeft betrekking op het gehele buitengebied van de gemeente Hillegom inclusief De Zanderij. Zie onderstaand de kaart van het plangebied. Het plangebied wordt globaal begrensd door de kern van Hillegom, de Ringvaart in het oosten en de gemeentegrenzen van Bloemendaal, Noordwijk en Lisse.

Figuur 1: Overzicht buitengebied met de verschillende functiegebieden

5 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Figuur 2: Overzicht buitengebied met de verschillende functiegebieden

1.5

Vigerend omgevingsrecht

Binnen het plangebied vigeren de onderstaande bestemmingsplannen en verordeningen. Naam bestemmingsplan Landelijk gebied 1997 De Polders (en projectafwijkingsbesluit manege) De Zanderij Landelijk gebied 1997, 1e herziening Elsbroekerpolder Stationsweg 1 e.o. Fioretti Collectieve herziening De Zanderijen Correctieve herziening bestemmingsplan Elsbroekerpolder Fietspad Hillegom-Bennebroek

Vaststelling door raad 12 maart 1998 17 oktober 2000 14 juni 2007 13 september 2007 14 februari 2008 14 mei 2009 18 juni 2009 10 december 2009 11 februari 2010 3 juni 2010

6 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

NoorderLeidsevaart 34 Landelijk gebied 1997, 2e herziening, Pastoorslaan 108 Den Weeligenberg Paintball- en Lasergamehal Weeresteinstraat 209 Hillegom, ‘t Zand Zuider Leidsevaart 2a Vosse- en Weerlanerpolder Zuider Leidsevaart 3 Frederikslaan 2 Beheersverordening De Polders Fordmuseum Van den Endelaan 41-43 Oosteinderlaan 62c Kwekerij Veelzorg Hillegom Paraplubestemmingsplan herziening prostitutieregels Kalkovensbrug, Beeklaan, ongenummerd bezuiden nr. 69 en Pastoorslaan 108a, 120, 122, 124 Zandlaan 52 Nieuweweg 2 Parapluplan Parkeren

1.6

28 oktober 2010 10 februari 2011 31 maart 2011 25 augustus 2011 17 november 2011 17 november 2011 20 maart 2012 13 december 2012 14 maart 2013 11 april 2013 17 oktober 2013 18 september 2014 31 maart 2016 31 maart 2016 28 april 2016 31 maart 2016 13 oktober 2016 26 januari 2017 8 december 2016 26 januari 2017

Leeswijzer

Introductie omgevingsplan Op dit moment gelden de gemeente meerdere bestemmingsplannen. Op termijn krijgt de gemeente één omgevingsplan. In dit omgevingsplan moeten uiteindelijk alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving bestaat in ieder geval uit bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, lucht, landschappen, natuur, bodem en cultureel erfgoed. Dit is zoals hierboven al aangegeven meer dan wat nu wordt geregeld in een bestemmingsplan. Diverse regels die zien op de fysieke leefomgeving, bijvoorbeeld uit de APV, moeten op uiterlijk 1 januari 2029 zijn opgenomen in het plan. Dit gaat ervoor zorgen dat inwoners en andere initiatiefnemers op één plek alle geldende regels kunnen vinden en niet verrast worden door een regel die ‘verstopt’ zit in een provinciale of gemeentelijke verordening. Het plan in groter verband De Omgevingswet bundelt 26 bestaande wetten voor onder meer het bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Uiteindelijk moet de Omgevingswet leiden tot een betere afstemming tussen de verschillende plannen en regels voor de fysieke leefomgeving en moet de wet zorgen voor meer gebiedsgericht omgevingsbeleid. Gemeenten krijgen meer vrijheid in het sturen op de behoeften en doelstellingen die binnen de gemeente relevant zijn. Als de wet in werking treedt komt er ook een digitaal stelsel (DSO) beschikbaar.

Dit stelsel gaat onder meer de huidige landelijke voorzieningen www.ruimtelijkeplannen.nl en het omgevingsloket online (OLO) vervangen. Burgers en bedrijven kunnen straks in het DSO terecht met vragen over de leefomgeving. Dit DSO moet tevens worden gebruikt voor de aanvraag van vergunningen en het doen van meldingen. 7 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Het omgevingsplan zoals dat nu voorligt, wordt dan onderdeel van het register of digitaal archief, dat achter het digitale loket zit. In dat register worden alle documenten verzameld die betrekking hebben op regels over de fysieke leefomgeving en zijn opgesteld door gemeenten, Provincies en Waterschappen. Inwoners hoeven niet meer alle plannen, regels en verordeningen apart op te zoeken, maar kunnen via het digitale loket zien welke regels gelden voor een locatie. Aandachtspunten bij het lezen van het omgevingsplan Het omgevingsplan is in opzet een digitaal plan. Dat bevordert de leesbaarheid van het plan niet. Het plan is inmiddels gekoppeld aan een planviewer. De regels zijn digitaal raadpleegbaar maar voor de toelichtende teksten wordt nu nog verwezen naar een ‘bijlage’ binnen de planviewer. Onderstaande leeswijzer is toegevoegd om de werking en opbouw van het plan te verduidelijken: 1.

Het omgevingsplan is nog niet compleet; in het omgevingsplan 1.0 zijn een aantal onderdelen van de fysieke leefomgeving uitgewerkt. Voor andere onderdelen moet nog een nadere afweging plaatsvinden. Onder andere de aspecten geluid, geur, 3D-ordening (bodem) en bedrijven en bedrijventerreinen zijn nog niet meegenomen in deze versie van het plan. In de algemene toelichting zijn aspecten als bijvoorbeeld geluid en geur wel al algemeen beschreven maar nog niet uitgewerkt in regels. Hiervan wordt in de toelichting ook melding gemaakt en aangeven dat deze regels in een volgende versie van het omgevingsplan zullen worden uitgewerkt.

2.

Bij het opstellen van het omgevingsplan is het uitgangspunt geweest dat de Omgevingswet reeds in werking is en dus volledig kan worden benut. In de loop van het proces wordt bezien welke onderdelen van het omgevingsplan al voor de inwerkingtreding van de wet worden vastgesteld en welke onderdelen op 1 juli 2022 gaan gelden.

3.

Uitgangspunt bij het opstellen van het omgevingsplan is het gebruik van open normen. Dit betreffen normen die met geschreven taal duidelijk maken wat er geregeld is. Open normen zijn geen doel op zich maar vergemakkelijken de overgang naar het nieuwe stelsel en bieden de mogelijkheid om meer te sturen op kwaliteit en meer algemene doelstellingen voor de gemeente als geheel. Dat vereist een andere manier van denken door zowel medewerkers van de gemeenten als initiatiefnemers. Om die reden is de omgevingstafel ingesteld. Deze omgevingstafel begeleidt initiatiefnemers om een plan te maken dat zo goed mogelijk aan de doelstellingen van de gemeente voldoet. Verder zorgt de omgevingstafel de komende jaren voor een ‘vaste lijn’ in het beoordelen van plannen in het licht van de doelstellingen van het omgevingsplan en de omgevingsvisie. Mogelijk wordt die ‘lijn’ daarna vertaald in algemeen werkende (beleids)regels. Op die manier worden de verbeterdoelen van de Omgevingswet behaald. Deze werkwijze kan alleen goed functioneren indien er sprake is van onderling vertrouwen tussen de gemeente Hillegom en gebruikers van het omgevingsplan. Tevens moet sprake zijn van onderling vertrouwen tussen gemeente Hillegom en samenwerkingspartners in de regio.

4.

Bij het opstellen van het omgevingsplan zijn de aanwijzingen voor de regelgeving gehanteerd zoals die worden gebruikt bij het opstellen van wetgeving op rijksniveau. Dat heeft geleid tot de huidige indeling in hoofdstukken, afdelingen, paragrafen en sub-paragrafen en artikelen genummerd per hoofdstuk.

5.

De Omgevingswet is nog steeds in beweging. Wat ons betreft is de regulering van activiteiten het hart van het plan (hoofdstuk 2) en geven de functies (hoofdstuk 3) richting aan de beoordeling van de aanvaardbaarheid van activiteiten.

8 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

6.

Het omgevingsplan is gebaseerd op de omgevingsvisie Hillegom in combinatie met de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG). Dat komt met name tot uitdrukking in de regels en doelstellingen bij de functietoedeling in afdelingen 3.1 over de Duurzame Bloementuin en 3.3 over Hollandse weides.

9 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Planopzet

Een nieuwe koers voor het buitengebied In de omgevingsvisie zijn koersen voor het grondgebied van de gemeente vastgesteld. Het omgevingsplan vertaalt die visie in juridische regels. Bij het behandelen van bouw- en gebruiksinitiatieven gaan we uit van een toetsing aan de diverse koersen. We hebben een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven die bijdragen aan de koersen: de ‘ja, mits’ benadering. Deze nieuwe benadering betekent een breuk met het verleden, waarbij we na toetsing aan het bestemmingsplan vaak nee moesten verkopen, terwijl er eigenlijk best redenen waren om medewerking te verlenen. Maar ook de omgekeerde situatie kwam voor, namelijk dat er medewerking werd verleend aan initiatieven in strijd met onze visie. Andere manier van toetsing In plaats van toetsing aan bestemmingsplannen en andere verordeningen, gaan we onder de Omgevingswet uit van toetsing aan de koers uit de omgevingsvisie. In dit omgevingsplan is dat vertaald in de regel dat iemand een vergunning kan krijgen voor een activiteit als deze activiteit voldoet aan de koers en de doelen die horen bij het gebied waar het initiatief plaatsvindt. Zo wordt in de Duurzame Bloementuin toetsen we vooral aan de gewenste landschappelijke kwaliteit, terwijl in het deelgebied Levendige Linten veel meer toetsen aan woon- en leefkwaliteit.

Hulpmiddel bij deze toetsing is het integrale afwegingskader, zoals opgenomen in de omgevingsvisie. Zie voor het afwegingskader uit de omgevingsvisie de volgende bladzijde. Denken in activiteiten Een belangrijk verschil met de huidige manier waarop we naar ruimtelijke plannen kijken is dat we uitgaan van activiteiten. Zodra iemand een initiatief wil ondernemen, bijvoorbeeld het beginnen van een bed & breakfast, wordt het omgevingsplan geraadpleegd. Het omgevingsplan laat zien dat in dat geval onder andere de activiteit ‘wijziging gebruik’ van toepassing is. Het omgevingsplan schrijft voor dat we eerst kijken of het initiatief past binnen de gebruiksregels van het oude plan. Dit is een overgangsregeling die drie jaar zal bestaan. Wanneer een initiatief niet past in de oude gebruiksregels toetsen we aan de hoofdregel: voldoet de activiteit aan de koers van de omgevingsvisie? Daarnaast kunnen algemene regels opgenomen zijn als op voorhand al duidelijk is dat bepaalde activiteiten wel of niet passen in de koers. Bijvoorbeeld het kappen van een boom die niet als waardevol is aangemerkt zien we als een activiteit die past binnen de koers. Om die reden hebben we rechtstreeks een regel opgenomen die de kap toelaat zonder directe toetsing aan de hoofdregel. Een andere reden om regels op te nemen, is als de bepaalde omgevingskwaliteit onder druk komt te staan.

Bijvoorbeeld bij te hoge geluidbelastingen of aantasting van monumentale waarden. In dat geval zijn regels opgenomen die direct duidelijk maken dat deze activiteiten niet passen binnen de koers van de visie.

10 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Thema Sociale duurzaamheid

Onderwerp Maatschappij Gezondheid, veiligheid en milieu

Fysieke duurzaamheid

Landschap en natuur

Cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden 3D-Ordening Energie en klimaat

Duurzaam ruimtegebruik bij woningbouw

Bedrijven en bedrijventerreinen

Toerisme en recreatie Economische duurzaamheid

Economisch

Mobiliteit

Onderwerp Versterken van sociale samenhang en vertrouwen en daarmee een meerwaarde voor de samenleving / maatschappij Gelijke rechten en participatie in de maatschappij Nieuwe risicovolle bedrijfsactiviteiten weren Risicovolle transporten door woonkernen voorkomen Risicovolle activiteiten blijven binnen risicocontouren Kwetsbare objecten buiten risicocontouren plaatsen Gebruik van gewasbeschermingsmiddelen terugdringen en emissieloze en residuvrije teelt van bloemen, bollen, knollen en vaste planten bevorderen Leefomgeving beweegvriendelijker en groener inrichten Geen gevoelige functies nabij bollenteeltgrond waar nog gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast Gevoelige bestemmingen niet nabij drukke wegen realiseren Behoud of verbeteren woon- en leefkwaliteit Behoud of verbeteren chemische bodemkwaliteit Behoud of verbeteren geluidssituatie Voorkomen en beperken van lichthinder Maatregelen ter bescherming van de riolering Verbinden van boven- en ondergrond Behouden of versterken van de herkenbaarheid/zichtbaarheid van de opbouw van het landschap (verkavelingspatroon e.d.) Behouden of versterken gebiedskenmerken Behoud of toename van biodiversiteit Versterken ecologische verbindingen Behouden of versterken cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden Afleesbaarheid en beleefbaarheid verbeteren Verbinden van verleden, heden en toekomst Duurzaam veilig en efficiënt

gebruik van bodem en ondergrond Energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2050 Waterberging en retentie verbeteren Hittestress mitigeren Duurzame energieopwekking (ook tijdelijk) en besparingen realiseren Nieuwbouw zoveel mogelijk via inbreiding Compact/multifunctioneel bouwen/beperkte hoogbouw Autoluw/-vrije woonomgeving Eerst ingezette en in ontwikkeling zijnde projecten realiseren Bestaande en nieuwe woningen verduurzamen Natuur-inclusief bouwen Verduurzamen bestaande en nieuwe bedrijven(terreinen) Voldoen aan milieuwetgeving en overlast zoveel mogelijk beperken Bedrijven dragen bij aan de ambities voor het deelgebied Bedrijven passen de best beschikbare technieken toe De woon- en/of leefkwaliteit wordt behouden en/of versterkt Vindbaarheid van bestaande recreatieve functies en toeristische trekkers versterken Versterken van de uitstraling van de entrees van Hillegom aan de N208, eventueel gecombineerd met een Toeristisch Overstappunt (TOP) Versterken nieuwe vormen van toerisme en recreatie Stimuleren maatschappelijk verantwoord ondernemen Streven naar circulaire economie (grondstoffen, materialen en afval) Streven naar volwaardige arbeidsparticipatie bij bedrijven, ketens en samenleving (inclusief social return) Versterken goede verbinding en kruisbestuiving tussen het bedrijfsleven, overheden, kennisinstellingen, de arbeidsmarkt en de maatschappij Gemeente koopt 100%

duurzaam in (MVI) Stimuleren openbaar vervoer en versterken hoogwaardige verbindingen Fiets- en wandelverkeer versterken (onder andere door efficiënte shortcuts en fiets- en voetgangersvriendelijke kruispunten) Verbindingen met omliggende dorpen en steden versterken Rondom kwetsbare functies (scholen) autoluwe gebieden instellen Faciliteren autodelen Alternatief vervoer naar attracties Versterken P+R stationsgebied Verkeersveiligheid blijft ten minste gelijk Verbeteren recreatieve infrastructuur Stimuleren alternatief vervoer (stillere / elektrische / waterstofauto’s) Terugdringen overlast vrachtverkeer Verbeteren doorstroming Realiseren stiller wegdek Geen toename van / verminderen van parkeeroverlast

Figuur 3: Afwegingskader uit de omgevingsvisie

11 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Toekomstige rechten verdwijnen, nieuwe ontwikkelruimte ontstaat Deze nieuwe manier van toetsing heeft als belangrijk effect dat bestaande planologische rechten op termijn in nieuwe activiteiten gaan veranderen. Een bollenbedrijf met uitbreidingsmogelijkheden mag straks nog steeds uitbreiden, mits de uitbreiding bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Dat betekent dat, naast eisen aan welstand, parkeren en bouwbesluit, eisen worden gesteld aan duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en milieu zoals opgenomen in het integrale afwegingskader. Ook bijdragen aan sociale duurzaamheid worden meegenomen in het afwegingskader. Draagt een initiatief bij aan het versterken van de sociale samenhang, bijvoorbeeld door werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, dan kan sprake zijn van sociale duurzaamheid. Zie voor een nadere toelichting hierop de praktijkvoorbeelden die zijn opgenomen in de juridische toelichting (hoofdstuk 4). In bijzondere gevallen kan het college een uitzondering op deze regel maken. Bijvoorbeeld als de gemeente zonder nadere voorwaarden uitbreidingsmogelijkheden willen blijven bieden. In dat geval kan een werkingsgebied voor te legaliseren gebruik of afwijkende bebouwing worden opgenomen. Voor de motivering van dit besluit wordt gebruik gemaakt van de koers uit de Omgevingsvisie.

Bestaande situatie wordt gerespecteerd Bij het opstellen van het omgevingsplan is als uitgangspunt meegenomen dat de bestaande situatie ook in ogenschouw moet worden genomen. Het huidige legale gebruik en bebouwing is toegestaan. Daarnaast blijven bouw- en gebruiksrechten zoals deze nu gelden (bijvoorbeeld bestaande uitbreidingsruimte) ook de komende drie jaar gelden (ter informatie: drie jaar na inwerkingtreding van het plan). Na deze periode geldt het ‘ja, mits’ principe. Een ontwikkeling mag plaatsvinden, mits wordt aangetoond dat er wordt voldaan aan de gebiedsdoelstellingen zoals in de visie vastgelegd. Hiermee zorgen we ervoor dat er op termijn altijd wordt getoetst aan de koersen van de omgevingsvisie. In de regels is voor bestaande activiteiten een begripsbepaling opgenomen, die uitgaat van de activiteiten die (legaal) worden verricht op het moment dat het omgevingsplan in werking treedt. Via een ‘formulier aanvraagvereiste’ (nog te ontwikkelen) ligt de bewijslast hiervoor bij degene die een nieuwe activiteit wil verrichten. Cyclisch proces De toetsing van initiatieven aan de omgevingsvisie en het omgevingsplan is onderhevig aan een cyclisch proces. Initiatieven worden (deels) getoetst aan open normen, die mogelijk op de langere termijn aanleiding geven om nader te worden ingevuld. Daarbij zijn de omgevingsvisie en het omgevingsplan onderhevig aan een cyclisch proces.

Op die manier wordt al werkende met het omgevingsplan steeds duidelijker welke activiteiten kunnen worden toegestaan, omdat deze altijd passen binnen de koers. Bijvoorbeeld een categorie van kleine bouwwerken waarvoor altijd medewerking kan worden verleend. Toetsing aan de hoofdregel is dan niet meer nodig. De activiteit kan dan rechtstreeks worden toegelaten zonder dat een procedure nodig is.

12 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

2.2

Planschade/Nadeelcompensatie

In dit omgevingsplan experimenteren we met de regels voor planschade zoals die onder de Omgevingswet gaan gelden. Van planschade/nadeelcompensatie is pas sprake als een omgevingsvergunning verleend wordt. Dit biedt ons de mogelijkheid in dit omgevingsplan veel meer ontwikkelruimte te bieden, zonder daarbij de afweging te hoeven maken wat dit kan betekenen voor de belangen van derden. Dat hoeft immers pas bij vergunningverlening. Op basis van de eerste ervaringen met toepassing van dit omgevingsplan (versie 1.0) wordt deze paragraaf nader aangevuld. De formele grondslag om op deze manier planschade af te wikkelen wordt geregeld in hoofdstuk 4 (dat nog nader wordt ingevuld). De gemeente Hillegom is in de 17e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet toegevoegd aan het experiment met planschade. Het bieden van ruime ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied kan namelijk onder het huidige recht tot hoge planschadeclaims leiden. Onder het huidige recht is een bepaling van het bestemmingsplan namelijk een oorzaak voor schade, waarbij, nadat het bestemmingsplan in werking is getreden, om planschade kan worden verzocht. Bij het berekenen van planschade wordt uitgegaan van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt.

Dit kan in veel gevallen leiden tot een hoger schadebedrag dan het bedrag dat zou moeten worden uitgekeerd als wordt uitgegaan van wat in de werkelijkheid op grond van het bestemmingsplan wordt gerealiseerd. Het is bovendien niet op voorhand zeker dat de initiatieven ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, terwijl daar bij de toekenning van de planschade wel van wordt uitgegaan. In het geval van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte wordt het gat tussen wat maximaal mogelijk is en wat daadwerkelijk wordt gerealiseerd alleen maar groter. Met dit omgevingsplan hebben we de mogelijkheid om het moment dat indirecte schade wordt geclaimd te verleggen. Een verzoek om vergoeding van schade kan worden ingediend nadat een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend, of wanneer een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit is verleend. Daarmee is dus de omgevingsvergunning het schadeveroorzakende besluit in plaats van het bestemmingsplan. Voor directe schade blijft het omgevingsplan het schadeveroorzakende besluit. In deze versie van het omgevingsplan 1.0 gaan we toetsen of deze nieuwe manier van planschadetoekenning positief doorwerkt op het proces tot kwaliteitsverbetering.

2.3 Programmatische invulling (Afwegingen woningbouwprogramma) Voor het plangebied zijn in de omgevingsvisie doelen gesteld, die de koers voor het gebied voor de komende jaren vastleggen. Er is echter geen sprake van vaststaande ontwikkelingen in dit gebied, de ontwikkeling op de langere termijn zijn grotendeels afhankelijk van initiatieven van particulieren. Vanwege het overlaten aan de ‘markt’ is het op dit moment moeilijk in te schatten welke initiatieven worden ontplooid. Omdat het omgevingsplan flexibel is, is het mogelijk om in te spelen op diverse (nieuwe) ontwikkelingen. Het vastleggen van de feitelijk bestaande situatie heeft consequenties voor inwoners en ondernemers in Hillegom. Door alleen de feitelijk bestaande situatie op te nemen en niet de bestaande planologische situatie, komen eventueel aanwezige planologische (bouw)mogelijkheden te vervallen. Dit kan bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat bij een bedrijf in het vigerende bestemmingsplan een bedrijfswoning is toegestaan. Wanneer deze bedrijfswoning drie jaar na de vaststellingsdatum van dit omgevingsplan niet gerealiseerd is, vervalt het directe recht op het bouwen van deze woning.

13 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Indien blijkt dat de ontwikkelingsmogelijkheden die dit plan biedt, leiden tot meer woningen dan regionaal is afgesproken, dan wordt niet langer voldaan aan de koers uitgezet in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 (hierna ISG). Dit is tot uitdrukking gebracht in afdeling 2.1 van de regels: de “Herstructureringsactiviteit”. Dat wil zeggen dat activiteiten als de bouw van nieuwe woningen en het uitbreiden van bestaande bebouwing getoetst wordt aan de ISG. In de ISG is vastgelegd dat alleen medewerking wordt verleend als de woning past binnen het regionaal programma voor greenportwoningen. De omzetting van de huidige Ladder 1 voor duurzame verstedelijking naar het Besluit kwaliteit leefomgeving vindt plaats zonder inhoudelijke wijziging. Hierbij wordt de mogelijkheid tot fasering van de ladder toegepast en worden de onderzoekslasten verminderd.

2.4 Afwegingskader, gebiedsdoelen en participatie Om te kunnen beoordelen of nieuwe initiatieven passen binnen de hoofdregel wordt een omgevingstafel opgericht. De omgevingstafel heeft als doel initiatiefnemers te helpen en te zorgen voor een integrale afweging. Initiatieven worden door de omgevingstafel getoetst op basis van de gebiedsdoelen per functie en het daarin opgenomen afwegingskader voor initiatieven uit de omgevingsvisie (zie figuur 3 in hoofdstuk 2). In het afwegingskader wordt aan de hand van drie thema’s richting gegeven voor het maken van een afweging. De drie thema’s zijn sociale, fysieke, en economische duurzaamheid. Deze thema’s zijn overkoepelend voor de gehele gemeente. Naast de thema’s volgen meer specifiek de doelen voor de aangewezen deelgebieden. In zowel het afwegingskader als de specifieke gebiedsdoelstelling wordt getoetst aan open normen. De omgevingstafel wijst de initiatiefnemer op de participatieplicht die onder de Omgevingswet gaat gelden. Dit wil zeggen dat de initiatiefnemer (overheid of particulier) in een vroegtijdig stadium belanghebbenden moet betrekken. In het Omgevingsbesluit staan regels om participatie te waarborgen. Wel geeft de wet het bevoegd gezag en de initiatiefnemer de vrijheid om tijdens het participatieproces eigen keuzes te maken.

1 De ladder voor duurzame verstedelijking is een wettelijk instrument dat gemeente verplicht eerst te kijken naar bouwmogelijkheid binnen het bestaand stedelijk gebied en pas daarna in het buitengebied.

14 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Hoofdstuk 3 Integrale afweging op onderdelen van de fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt vanuit alle relevante onderdelen van de fysieke leefomgeving aangegeven hoe dit doorwerking heeft gekregen in het omgevingsplan. Per onderdeel is nagegaan of we kunnen volstaan met toepassing van de hoofdregel (een initiatief draagt bij aan de koers uit de omgevingsvisie) of dat er toch een noodzaak bestaat om voor bepaalde activiteiten extra regels te stellen. We verduidelijken dit met een voorbeeld. Een bewoner wil graag een boom in de achtertuin kappen. Vanuit de koers van de omgevingsvisie is niet iedere boom beschermd. Daarom is een regel opgenomen dat de activiteit ‘het kappen van een boom’ altijd is toegestaan, behalve als deze boom is aangemerkt als waardevolle boom. Daarnaast geldt altijd de Wet natuurbescherming. Voor als waardevol aangemerkte bomen wordt een uitzondering gemaakt door de kap van waardevolle bomen aan een vergunningplicht te koppelen. In het omgevingsplan zijn deze waardevolle bomen daarom met een werkingsgebied aangegeven, zodat voor de aanvrager binnen het werkingsgebied duidelijk is dat hier wel een vergunning nodig is voor het kappen van een boom. Overigens geldt op basis van de Wet natuurbescherming ook nog een meldingsplicht voor de kap van bomen in verband met de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten.

Op deze wijze is voor ieder onderdeel van de leefomgeving nagegaan of er een noodzaak bestaat om regels te stellen. De hieronder opgenomen onderdelen zijn nog niet uitputtend beschreven. Voor sommige onderdelen is in de toelichting al wel de huidige situatie, het beleidskader en de integrale afweging opgenomen, terwijl hiervoor nog nadere keuze gemaakt moet worden. Om de leesbaarheid van het plan te vergroten zijn deze aspecten slechts globaal beschreven. In de planregels zijn deze onderdelen aangemerkt als ‘gereserveerd’. Een nadere uitleg van de regels wordt gegeven in de ‘Juridische toelichting’ bij dit plan.

3.1

Rijksbeleid

De Omgevingswet is uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB): - Omgevingsbesluit (Ob) - Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) - Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) - Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Vooruitlopend op de Omgevingswet zijn er veranderingen in werking getreden op de Erfgoedwet, de Wet natuurbescherming en de Nieuwe ladder van de duurzame verstedelijking.

3.2

Provinciaal beleid 2

In de provinciale omgevingsverordening (1 april 2019) zijn in hoofdstuk 6 instructieregels opgenomen die gemeenten in het omgevingsplan moeten overnemen. Per onderwerp is hieronder aangegeven hoe in dit omgevingsplan rekening is gehouden met provinciaal beleid. Hier heeft overleg met de provincie over plaatsgevonden. Ook heeft de provincie met een reactie op de consultatieversie van het omgevingsplan gereageerd. 2

Provinciaal beleid is eigenlijk niet te beschouwen als een eigen onderdeel van de fysieke leefomgeving en zou eigenlijk per onderdeel aan de orde moeten komen. Gelet op het grote belang van het provinciaal beleid op de kwaliteit van het buitengebied is toch gekozen voor een paragraaf provinciaal beleid. 3 In een Omgevingsplan mogen – anders dan nu in bestemmingsplannen – activiteiten worden toegestaan waarvan nog niet helemaal zeker is dat deze uitvoerbaar zijn. Het is voldoende als het realistisch denkbaar is dat een bepaalde activiteit kan worden toegelaten.

15 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Ladder voor Duurzame verstedelijking Beleid Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet voorzien in een actuele behoefte die zo nodig regionaal is afgestemd. Daarnaast geldt het provinciaal kwaliteitsbeleid (zie onderwerp ruimtelijke kwaliteit). Vertaling Het omgevingsplan laat vanuit het criterium niet evident onuitvoerbaar diverse nieuwe stedelijke ontwikkelingen toe. In dit omgevingsplan is daarvoor altijd een omgevingsvergunning noodzakelijk waarbij toetsing aan de beschikbare gebruiksruimte moet plaats vinden via de Herstructureringsactiviteit. Kantoren Beleid De provincie voert een selectief locatiebeleid voor kantoren. Het locatiebeleid draagt bij aan de vitaliteit en daarmee de kwaliteit van de centra en aan de versterking van de agglomeratiekracht. Buiten de aangewezen locaties zijn er een aantal uitzonderingen voor kantoren tot 1.000 m2 en bij functiegebonden kantoren. Vertaling Op basis van de huidige verordening ruimte is kantoorvestiging alleen bij uitzondering toegestaan buiten de aangewezen gebieden. Dit uitgangspunt nemen we over maar indien een kantoor bijdraagt aan de gebiedsdoelstellingen worden nieuwe kantoren niet uitgesloten. Overleg met de provincie heeft inmiddels plaatsgevonden. Bedrijven Beleid Het provinciaal bedrijvenbeleid wordt gesteld aangaande omgevingsplannen welke betrekking hebben op bedrijventerreinen.

Vertaling Het omgevingsplan maakt de vestiging bollenteeltbedrijven mogelijk en laat bestaande overige bollenteelt gerelateerde bedrijvigheid toe. Verder gelijk aan het onderwerp kantoren.

16 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Detailhandel Beleid Het provinciale detailhandelsbeleid is er op gericht om de ruimtelijke detailhandelsstructuur zoveel als mogelijk te versterken en de beschikbaarheid en bereikbaarheid van detailhandelsvoorzieningen te garanderen. Nieuwe detailhandel wordt alleen mogelijk gemaakt binnen of aansluitend aan de bestaande winkelconcentraties. Uitgezonderd detailhandel die qua aard of omvang niet of niet goed inpasbaar is in de centra, zoals kleinschalige detailhandel, ondergeschikte detailhandel, afhaalpunten voor niet-dagelijkse artikelen op goed bereikbare locaties, kringloopwinkels en supermarkten net buiten het winkelconcentratiegebied in kleine kernen. Vertaling Het omgevingsplan heeft betrekking op een buitengebied en ligt dus niet in de centra zoals benoemd in de omgevingsverordening. Vanuit de feitelijk bestaande situatie en het huidig gebruik, welke onder het omgevingsplan onverminderd mogen worden voortgezet komt detailhandel welke niet in de centra passen voor. Nieuwe initiatieven voor detailhandel buiten de centra zie werkwijze kantoren. Greenports en Agrarische bedrijven: bollenteelt gebied Beleid De gebieden op de kaart 3 'teeltgebieden' laten uitsluitend bollenteeltbedrijven toe, bestaande gemengde bollenteelt- en glastuinbouwbedrijven en bestaande stekbedrijven toe.

Vertaling Het omgevingsplan laat primair (nieuwe) bollenteeltbedrijven, bestaande, gemengde bollenteeltbedrijven en bestaande stekbedrijven toe. Kaart 3 valt samen met de functie Duurzame bloementuin uit dit omgevingsplan. Greenportwoningen (herstructureringsactiviteit) Beleid Het omgevingsplan kan voorzien in greenportwoningen en 'ruimte voor ruimte' woningen als bedoeld in de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG). Vertaling Het omgevingsplan staat binnen de verschillende functies en activiteiten toe dat gronden en/of bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van nieuwe woonfuncties indien wordt voldaan aan de voorwaarden die hieraan zijn verbonden vanuit de GOM (Greenport Ontwikkelingsmaatschappij), eisen omtrent plaatsing in het Levendig Lint, Duurzame bloementuin, werkingsgebied Herstructurering en de ontwikkeling van woningen bijdraagt aan de gebiedsdoelstellingen.

17 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Ruimtelijke kwaliteit bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Beleid Gebiedsgericht sturen op ruimtelijke kwaliteit betekent voor de provincie richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. Het kwaliteitsbeleid gaat uit van het 'ja, mits' principe. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Vertaling Het omgevingsplan laat vanuit het criterium niet evident onuitvoerbaar diverse nieuwe ontwikkelingen toe. In dit omgevingsplan is opgenomen dat moet worden getoetst aan de doelen ten aanzien van de ontwikkelingsrichting van het gebied en het afwegingskader uit de omgevingsvisie. In deze doelen is het provinciaal kwaliteitsbeleid overgenomen. Greenports en Agrarische bedrijven Beleid De landbouw is een belangrijke sector in de Zuid-Hollandse economie en is voor grote delen van de provincie de drager van de landschappelijke kwaliteit. Uitgangspunt is dat voldoende ruimte wordt geboden voor landbouw zodat de landbouw een vitale sector blijft en waar mogelijk bijdraagt aan behoud en versterken van landschappelijke kernkwaliteiten en biodiversiteit. Vertaling Het omgevingsplan maakt bollenteeltbedrijven mogelijk en bovendien bedrijvigheid die de agrarische structuur versterken via de regeling van de ISG.

Indien een initiatief voorgelegd wordt aan de maatwerkcommissie van de ISG en een positief advies krijgt, wordt hier als regel medewerking aan verleend. Windenergie: afwijkingsmogelijkheid voor kleine en middelgrote windturbines Beleid Een omgevingsplan laat nieuwe windturbines alleen toe op gronden binnen de locaties voor windenergie. In afwijking hierop kan een omgevingsplan voor gronden buiten het bestaand stads- en dorpsgebied kleine windturbines met een ashoogte tot 15 meter toelaten. Wanneer er reeds bestaande windturbines geplaatst zijn, kan vervanging plaatsvinden mits de ashoogte niet toeneemt Vertaling Het omgevingsplan laat vanuit het criterium niet evident onuitvoerbaar diverse nieuwe ontwikkelingen toe, waaronder windturbines. Vanuit de gedachte van de omgevingsvisie en de doelen zoals gesteld in het Energieakkoord van Holland Rijnland draagt windenergie bij aan de opgave om binnen de regio 80% zelfvoorzienend te zijn. De doelstellingen op het gebied van energieopwekking (onder andere voor wonen) worden in het omgevingsplan geborgd als beoordelingsregel bij de activiteit gebruik en bouwen.

18 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Compensatieregeling Beleid Een gedeelte van het plangebied is aangewezen als compensatiegebied. Het gebied is onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. Wanneer in dit gebied ontwikkelingen plaatsvinden moet hiervoor ontheffing worden aangevraagd. Vertaling Het omgevingsplan borgt de verdere versterking van het Hollandse weidelandschap door de functie Hollandse weides. Deze functie laat tevens kleinschalige recreatieve ontwikkelingen toe, mits dit niet ten koste gaat van aanwezige natuurwaarden.

3.3

Duurzaamheid

In de omgevingsvisie van Hillegom is duurzaamheid het centrale thema. Het afwegingskader dat gebruikt wordt om de initiatieven te beoordelen is verdeeld in drie thema’s en elf onderwerpen: 1. Sociale duurzaamheid (people) a. Maatschappij [nog niet verder uitgewerkt] b. Gezondheid [samen met milieu in ‘milieuaspecten en gezondheid’], c. Veiligheid en Milieu [samen met gezondheid in ‘milieuaspecten en gezondheid’] 2. Fysieke duurzaamheid (planet) a. Landschap en Natuur b. Cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden c. 3D-ordening [nog niet in deze versie] d. Energie en klimaat e. Duurzaam ruimtegebruik bij woningbouw f. Bedrijven en bedrijventerreinen g. Toerisme en recreatie 3. Economische duurzaamheid (profit) a. Economisch b. Mobiliteit Deze thema’s en onderwerpen lopen door de verschillende hoofdstukken heen en worden in de volgende paragrafen toegelicht. Zoals in de leeswijzer beschreven, zijn nog niet alle hierboven genoemde onderwerpen uitgewerkt in dit omgevingsplan.

3.4

Milieuaspecten en gezondheid

Geluid We hebben allemaal te maken met geluiden in onze leefomgeving; op het werk, onderweg, maar ook in en om ons huis. Sommige geluiden vinden we prettig, andere geluiden ervaren we als storend of ongewenst. Wanneer geluid te hard is, of langdurig op ons inwerkt, kan dat invloed hebben op onze gezondheid en ons welzijn. Geluid kan leiden tot hinder, slaapverstoring, verstoring van de dagelijkse activiteiten en stress. Deze effecten kunnen op hun beurt weer aanleiding geven tot een hogere bloeddruk en verhoogde niveaus van het stresshormoon cortisol, waardoor het risico op hart- en vaatziekten en psychische aandoeningen wordt verhoogd.

19 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Auto & vrachtwagen In Hillegom lopen een aantal wegen met een wettelijke geluidzone op grond van de Wet geluidhinder (N208 en Wilhelminalaan) en zijn er diverse wegen waarvoor een maximumsnelheid van 50km/uur of hoger is toegestaan. De toename van het autobezit en –gebruik zorgt voor een steeds hogere geluidsbelasting, vooral bij geluidsgevoelige locaties zoals woningen en scholen. De verwachting is dat door elektrisch rijden en geluiddempend asfalt de geluidsbelasting in de toekomst omlaag zal gaan. Trein De geluidsbelasting rond de spoorlijn Leiden-Haarlem is hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Bij ontwikkelingen van geluidgevoelige bestemmingen in de omgeving van de spoorlijn moet aandacht worden geschonken aan de geluidbelasting vanwege railverkeerslawaai. Vliegtuig Hillegom ligt niet binnen de 20 Ke-contour van Schiphol. Dit betekent dat de beperkingen die gelden voor het realiseren van woningbouw binnen de 20 Ke-contour niet aan de orde zijn voor de gemeente Hillegom. Wel gelden er beperkingen uit het Luchthavenindelingbesluit (LIB). Hierin worden regels gesteld aan de hoogte van windturbines en zijn er toetshoogtes in verband met bijvoorbeeld radar en laser. Industrielawaai De invloed van industrielawaai is beperkt. Een klein gedeelte van het bedrijventerrein Hillegom-Zuid is een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Rond dat gebied ligt een geluidzone.

Deze valt echter buiten het omgevingsplan. Andere activiteiten die geluid veroorzaken In het buitengebied is sprake van diverse activiteiten die geluid veroorzaken zoals bedrijvigheid, evenementen en recreatie-activiteiten. Trillingen Net als bij geluid kunnen mensen trillingen als onplezierig en/of storend ervaren. Geluid is een prikkel buiten het lichaam, waaraan je kunt ontsnappen door bijvoorbeeld naar een rustige kamer te gaan, of door de ramen te sluiten. Dit is anders bij trillingen. Omdat trillingen in het lichaam gevoeld worden, hebben mensen vaak het gevoel dat ze er niet aan kunnen ontsnappen. Trillingen worden gevoeld wanneer het menselijk lichaam in contact komt met een trillend oppervlak. Als je niet weet waar de trillingen vandaan komen, wordt dat als meer bedreigend ervaren. (Bron: RIVM) Door het buitengebied van Hillegom loopt de spoorlijn Leiden-Haarlem. Passerende treinen en eventuele werkzaamheden aan het spoor kunnen zorgen voor trillingshinder. Luchtkwaliteit De kwaliteit van de buitenlucht is belangrijk voor de gezondheid van mensen en het milieu als geheel. Luchtverontreiniging heeft effect op de luchtwegen en het hart- en vaatstelsel, en leidt vooral bij kinderen, ouderen en of mensen die al een luchtwegaandoening of hart- en vaatziekte hebben tot verhoogde gezondheidsrisico's.

Beleid, Ambitie en Regelgeving Geluid Wet geluidhinder, Aanvullingswet Geluid en Besluit kwaliteit leefomgeving De Wet geluidhinder beschermt geluidgevoelige functies (zoals woningen en scholen) tegen geluidhinder van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai en industrielawaai. Het rijk bepaalt met deze wet wat de grenswaarden voor geluid zijn voor woningen, bedrijven of infrastructuur. Dat is de bovengrens. Gemeenten of provincies mogen niet toestaan dat er meer lawaai gemaakt kan worden op haar grondgebied. 20 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

De Omgevingswet wordt aangevuld met de Aanvullingswet Geluid. Deze aanvullingswet ziet op geluid door wegverkeer, spoor en industrie. Voor andere activiteiten die geluid kunnen veroorzaken zijn in het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels gesteld. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat in het omgevingsplan regels opgenomen worden over het geluid door activiteiten en stelt hiervoor standaardwaarden en grenswaarden. Trillingen In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn standaardwaarden opgenomen voor trillingen. Het RIVM heeft onderzoek laten uitvoeren naar het effect van trillingen op de gezondheid van mensen. De uitkomsten van dit onderzoek worden te zijner tijd meegenomen. Luchtkwaliteit De Europese grens- en streefwaarden voor de luchtkwaliteit van buitenlucht zijn omgezet naar omgevingswaarden voor de Rijksoverheid. Dat betekent dat het Rijk ervoor moet zorgen dat deze waarden gehaald worden, eventueel met hulp van Provincie en gemeente. De richtlijn Luchtkwaliteit 3 en de richtlijn Gevaarlijke stoffen in de lucht stellen grenswaarden en streefwaarden voor stoffen die de kwaliteit van de buitenlucht beïnvloeden. Het gaat om concentratiewaarden van een aantal stoffen in de buitenlucht. Tevens zijn in het Bal regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten met betrekking tot luchtkwaliteit.

Grenswaarden (resultaatsverplichting) Zwaveldioxide (SO2) Stikstofdioxide (NO2) Stikstofoxiden (NOX) Koolmonoxide (CO) Benzeen Lood Fijnstof (PM10 en PM2,5)

Streefwaarden (inspanningsverplichting) Ozon Arseen Cadmium Nikkel Benzo(a)pyreen Blootstelling aan PM2,5 terugdringen

Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Gezondheid centraal stellen bij de inrichting van de fysieke leefomgeving levert een andere openbare ruimte op. Bijvoorbeeld door het anders of meer aanleggen van fietspaden, speel- en beweegplekken, bankjes en stoepen, om zo mensen te stimuleren meer te bewegen. Door met een gezondheidsblik te kijken naar de openbare ruimte stellen we andere eisen aan de inrichting en het gebruik. Hoe dit er in de praktijk uit gaat zien, zal blijken uit de samenwerking tussen gemeente, initiatiefnemers en inwoners. Beschermen Een goede luchtkwaliteit moet worden bereikt door onder andere de verduurzaming van de teelt, het stimuleren van OV- en fietsgebruik, het terugdringen van vrachtverkeer en het zorgen voor een goede doorstroming, met name op de N208. Tevens worden er geen nieuwe gevoelige functies nabij drukke wegen gerealiseerd. Voor de N-wegen binnen het plangebied N442, N207en N208 geldt een afstand van 50 meter. Doorwerking regels In Afdeling 2.8 van het omgevingsplan staan de regels die betrekking hebben op gezondheid en milieuaspecten (beschermen van de gezondheid en van het milieu). Deze Afdeling bevat het aspect luchtkwaliteit. De aspecten geluid, trillingen, 3D-ordening (waaronder bodem) en geur worden in een volgende versie van het omgevingsplan toegevoegd. 3

2008/50/EG van het Europees parlement en de Europese raad 21 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Luchtkwaliteit (kwaliteit van de buitenlucht) In het omgevingsplan worden waarden, afstanden of gebruiksregels voor aanvaardbare geurhinder door activiteiten opgenomen. Zo worden gevoelige functies nabij drukke wegen niet toegestaan, hiervoor geldt een zone van 50 meter. Geluid Het aspect geluid is in deze versie van het omgevingsplan nog niet meegenomen. Uitwerking zal in het omgevingsplan 2.0 plaatsvinden. Aanvankelijk waren wel geluidsregels in deze versie van het plan meegenomen. Toen de regels zijn opgesteld, is er vanuit gegaan dat gebruikgemaakt kon worden van artikel 2.19 Activiteitenbesluit, waarnaar artikel 7c lid 12 Besluit Crisis- en herstelwet verwijst. Dit artikel (2.19 Activiteitenbesluit) is uiteindelijk niet in werking getreden. Dit zorgt ervoor dat er in dit plan geen regels over geluid kunnen worden opgenomen die meer of anders regelen dan het Activiteitenbesluit. Trillingen Het aspect trillingen is in deze versie van het omgevingsplan nog niet meegenomen. Uitwerking zal in het omgevingsplan 2.0 plaatsvinden.

22 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

3.5

Externe Veiligheid

Huidige situatie

Binnen de gemeente Hillegom zijn een aantal milieubelastende activiteiten die moeten worden beschermd in het kader van de externe veiligheidsrisico’s die deze met zich meebrengen. In het buitengebied ligt gasleiding (W-532-12) van de Gasunie, een fabriek (BRZO) Draka interfoam, een 50 kV verbinding langs de N208 en een aantal gasdrukmeet- en regelstations. Beleid, Ambitie en Regelgeving Het externe veiligheidskader wordt geregeld door verschillende AMvB’s (Algemene Maatregel van Bestuur) en regelingen: Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen), Revi (Regeling externe veiligheid inrichtingen), Bevb (Besluit externe veiligheid buisleidingen), Bevt (Besluit externe veiligheid transportroutes). Omgevingswet De Omgevingswet heeft met artikel 2.28, onder c, bepaald dat het Rijk instructieregels stelt over de externe veiligheidsrisico’s van milieubelastende activiteiten. Deze zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Verder heeft de Omgevingswet met artikel 4.22 eerste lid, onder a, bepaald dat het Rijk algemene regels stelt over milieubelastende activiteiten, met het oog op het waarborgen van de veiligheid. In het Besluit activiteiten leefomgeving zijn de algemene regels opgenomen waar activiteiten, zoals bepaald in artikel 4.3 van de Ow, aan moeten voldoen.

Besluit kwaliteit leefomgeving Binnen het werkingsgebied externe veiligheid zijn geen kwetsbare gebouwen als bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving toegestaan. Besluit activiteiten leefomgeving Stelt regels op rijksniveau aan activiteiten. Bevi Omdat dit ‘omgevingsplan’ een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte is, is voor dit moment aangesloten op de huidige regelgeving uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Doorwerking regels In Afdeling 2.6 staan de regels over het waarborgen van de veiligheid. Rondom de gasleiding (buisleiding gevaarlijke stoffen) bestaat een belemmeringengebied waarbinnen niet gebouwd mag worden of anderszins activiteiten uitgevoerd worden die de gasleiding kunnen beschadigen. De enige toegestane activiteit is het uitvoeren van beheer en onderhoud aan de leiding en de vervangende aanleg van de leiding. In het omgevingsplan staan regels over de afstand tot (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties. In versie 2.0 van het omgevingsplan kunnen deze regels nader worden ingevuld in overleg met betrokken partijen en de Omgevingsdienst. Er kan dan volledig gebruik gemaakt worden van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt.

3.6

Landschap

Huidige situatie

Het buitengebied van Hillegom heeft een divers landschap met een rijke cultuurhistorie en veel natuurwaarden. Duinen, deels afgegraven strandwallen, zanderijen en open weidegebieden worden afgewisseld met bebouwingslinten en bollenbedrijven.

23 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Ontwikkelingen Voor de herstructurering van de bollensector mogen regionaal maximaal 600 Greenportwoningen worden gerealiseerd. Hiermee is binnen het buitengebied van Hillegom ruimte voor het realiseren van woningbouw maar ook voor schaalvergroting en herstructurering van bollenbedrijven. Deze ontwikkeling is niet alleen gericht op de ontwikkeling van de sector, maar moet ook bijdragen aan de kwaliteitsverbetering van het bollenlandschap. De schaalvergroting, herstructureringen en intensivering die noodzakelijk zijn voor een rendabele bedrijfsvoering van bollenbedrijven, en de eventuele toevoeging van Greenportwoningen, hebben echter wel invloed op het landschap, met name op de kwaliteit van de landschappelijke, cultuurhistorische, ecologische en recreatieve kwaliteiten van het bollengebied. Beleid, Ambitie en Regelgeving Provinciaal beleid Het uitgangspunt van de provincie is dat iedere ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan de gebiedskwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, maar slechts door behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Regionale afspraken In de ISG 2016 wordt een groot belang gehecht aan het behouden en versterken van het karakter van de bollenstreek. De Greenport ontwikkelingsmaatschappij (GOM) is het regionaal ontwikkelbedrijf voor de herstructurering van de Duin- en Bollenstreek.

Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die gemaakt zijn in de ISG. Omgevingsvisie De koers voor de Duurzame Bloementuin is het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit en de economische vitaliteit. De komende jaren moet de bloementuin transformeren tot een gebied voor duurzame en vitale bollen- en vaste plantenteelt. De ambitie is om de bollenteelt in Hillegom in 2030 100% emissieloos en residu-vrij te maken. Welstandsbeleid Het is wenselijk om het bestaande welstandsbeleid (Welstandsnota 2016 Hillegom) door te zetten om ervoor te zorgen dat de nieuwe bebouwing past binnen de gewenste gebiedskwaliteit. Beleid openbaar gebied Voor het openbaar gebied zijn de bestaande legale gebruiksactiviteiten toegelaten en gebruiksactiviteiten die het beheer en onderhoud van het openbaar gebied betreffen. Daarnaast zijn gebruiksactiviteiten toegelaten die zijn toegestaan in voorheen geldende bestemmingsplannen (tot drie jaar na de inwerkingtreding van dit plan). Voor andere gebruiksactiviteiten wordt in het openbaar gebied getoetst aan de koers van het functiegebied. Dat moet voorkomen dat activiteiten plaats vinden die een aantasting van de openbare ruimte en landschappelijke kwaliteit kunnen betekenen.

Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Om de ambities uit de omgevingsvisie te realiseren, worden nieuwe activiteiten getoetst aan de koers per deelgebied en wordt gevraagd van initiatiefnemers dat zij bij de ontwikkeling van het ruimtelijke plan een bijdrage leveren aan deze doelstellingen. Beschermen Alle activiteiten moeten voldoen aan de koers van het deelgebied zoals beschreven in de omgevingsvisie, zodat de gewenste ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt.

24 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Vast te stellen

Een voorbeeld is een vergunning voor een nieuwe paardenbak in het deelgebied Duurzame Bloementuin. Deze vergunning kan niet worden verleend, omdat dit niet past binnen de koers van het deelgebied. Voor andere activiteiten, waarvan op voorhand al duidelijk is dat ze niet passen binnen de koers, is specifieke bescherming gewenst. Een voorbeeld daarvan is het kappen van waardevolle bomen. Doorwerking regels De hoofdregel, het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit passend bij de koers van de omgevingsvisie, is van toepassing op alle activiteiten. Voor een nieuwe activiteit is een vergunning nodig. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de doelen van de functie en de koers van het deelgebied. In Afdeling 2.1 staan de regels over activiteiten op bollengrond. Iedere activiteit die het bollengrondareaal kan aantasten wordt alleen toegestaan als een bijdrage wordt geleverd aan voorgestane kwaliteitsverbetering. De regels zijn in overeenstemming met het kwaliteitsbeleid van de ISG. In paragraaf 2.9.1 staan de regels over welstand, hierin is een zorgplicht opgenomen die met de huidige welstandsnota ingevuld kan worden. In paragraaf 2.2.1 zijn regels opgenomen die gelden voor het gebruik van het openbaar gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/162/documents/16800