CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Waterplan voor het woongebied Elsbroek Oost.pdf

Gemeenteraad 24 april 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: Herinrichting Elsbroek Oost4.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

HaskoningDHV Nederland B.V. Water & Maritime

Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door

Vincent Lommerse & Roland Figaroa Sophie Brevoord 27 februari 2025 BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003 Projectgerelateerd Timon Huijzendveld

Onderwerp:

Hydraulisch ontwerp HWA-riolering Elsbroek Oost Hillegom

1

Inleiding

Voor de woonwijk Elsbroek Oost in de gemeente Hillegom wordt een masterplan opgesteld. Een onderdeel van dit masterplan gaat over de verwerking van hemelwater. Deze notitie beschrijft de uitgangspunten, randvoorwaarden, uitkomsten van het hydraulische ontwerp en een beschouwing op DIT-riolering. De notitie begint met een beschrijving van het gebied in hoofdstuk 2. De uitgangspunten voor het ontwerp zijn beschreven in hoofdstuk 3. Het afvoeren van het hemelwater zal gebeuren door middel van een nieuw ontworpen hemelwaterriolering, hoe dit is ontworpen en wat de resultaten zijn van de berekeningen is beschreven in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de analyse van grondwater, grondsoort en fundering. Op basis van deze informatie wordt de haalbaarheid van een DIT-riool bepaald. In hoofdstuk 6 is gekeken naar de klimaatadaptieve maatregelen die vanuit het schetsontwerp van de bovengrondse inrichting zijn besproken met de gemeente. We sluiten af met conclusies en advies in hoofdstuk 7. Hoofdstuk 8 bevat de bijlagen, waaronder de tekening van het verharde oppervlak, het ontwerp van het HWA-stelsel en een overzicht van putten en uitstroomlocaties van het ontwerp.

2

Gebiedsomschrijving

In Figuur 1 (linkerkant van de figuur) is het plangebied te zien. Elsbroek Oost ligt in de wijk Elsbroek, wat aan de zuidoostkant van Hillegom ligt. Elsbroek Oost bestaat vrijwel volledig uit woningen. Daarnaast is er een basisschool, en zijn er twee parken in het gebied: de Heemtuin en het Beltpark. De laatstgenoemde parken worden niet meegenomen in de herinrichting. Elsbroek Oost ligt in de Elsbroekerpolder. In deze polder wordt een dynamisch peil gehanteerd met zowel in de zomer als in de winter een flexpeil tussen -1.44 en -1.34 m NAP. Aan de oostkant van Hillegom, en hiermee ook aan de oostkant van Elsbroek, ligt de ringvaart Haarlemmermeerpolder. Aan de noordkant van Elsbroek ligt de Hillegommerbeek. Elsbroek Oost is verder grotendeels omringd door een aantal watergangen die middels duikers met elkaar verbonden zijn. Figuur 1 (rechterkant van de figuur) geeft een overzicht van de watergangen in Elsbroek-Oost.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

1/22

Figuur 1 Plangebied Masterplan Elsbroek-Oost Hillegom (links) en watergangen in plangebied Elsbroek-Oost Hillegom (rechts).

3

Uitgangspunten en randvoorwaarden

Voor de nieuw aan te leggen hemelwaterriolering en bijbehorende overstorten in Elsbroek-Oost, is een rioolplan opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden.

3.1

Gehanteerde bronnen

Voor het bepalen van de onderstaande uitgangspunten zijn de volgende bronnen geraadpleegd: [1] [2] [3] [4] [5]

Model gemaakt in project BG8253 ‘Actualisatie rioolmodel in Infoworks ICM en 2D Modellering’ Expert judgement/ Kennisbank Stedelijk Water Leidraad inrichting openbare ruimte Hillegom Overleg 18-6-2024 Mailwisseling met Pieter Buijs-Heine van Hoogheemraadschap van Rijnland juni 2024

1

UITGANGSPUNTEN DATA EN LOCATIES

BRON

1.1

Reservering ruimte kabels en leidingen. Dit is niet in het ontwerp opgenomen. RHDHV doet hiervoor een KLIC-melding.

-

1.2

Gegevens KLIC-melding voor ligging bestaande kabels en leidingen.

Kadaster

2 2.1

ALGEMENE UITGANGSPUNTEN Wij gebruiken voor het ontwerp van het nieuwe HWA-stelsel de huidige ligging van het gemengde stelsel als basis. Daar waar nu een gemengd stelsel ligt, komt ook een HWA-stelsel naast.

BRON [2]

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

2/22

3

UITGANGSPUNTEN VERHARD OPPERVLAK

BRON

3.1

Het ontwerp van het hemelwatersysteem wordt gebaseerd op:

[4]

- 100% aansluiting van het wegoppervlak; - 50% van het dakoppervlak.

4

UITGANGSPUNTEN HWA ONTWERP

4.1

Het HWA wordt ontwerpen met bui10 (Kennisbank Stedelijk Water), waarbij er geen water-op-straat mag staan tijdens de piek van de bui. Ook is er uit gegaan van een minimale waakhoogte van 10 cm. Tijdens een bui8 moet er een minimale waking van 20 cm zijn.

[3]

4.2

De maximale afstand tussen twee putten is 75 m

[4]

4.3

Er wordt een peil gehanteerd van -1.16 m NAP (dit is de T-10 peilstijging)

[5]

4.4

In het ontwerp wordt geen rekening gehouden met de gemengde riolering. De gemengde riolering blijft liggen waar hij nu ligt. Dit is in een voortraject door de gemeente besloten.

[2]

4.5

De maaiveldhoogte is conform AHN4.

[2]

4.6

Het gehele rioleringsstelsel inclusief het drainagestelsel met alle bijbehorende onderdelen dienen te liggen in het openbaar gebied in gemeentelijk eigendom.

[3]

4.7

Plaats de riolering waar mogelijk in de as van de weg.

[3]

4.8

Het verhang van de HWA-riolering wordt ontworpen met 0 promille.

[4]

4.9

De minimale afstand tussen twee kruisende leidingen is 0,20 m.

[3]

4.10

Bij kruisingen tussen de DWA-riolering en de HWA-riolering, moet de DWAriolering onder de HWA-riolering geleid worden met handhaving van vrije doorstroming richting het gemaal. Indien dat niet mogelijk is vanwege de maximale diepteligging dient de HWA-riolering gezinkerd te worden.

[3]

4.11

Ontwerp de riolering zodanig dat doodlopende strengen zoveel mogelijk worden voorkomen. Zorg dat bij verstopping in een rioolstreng het water via een andere streng alsnog kan afstromen

[3]

4.12

Stem het rioolstelsel af op het stelsel van watergangen. De kruising van riolering door het natte profiel van duikers is niet toelaatbaar.

[3]

4.13

De dekking op rioolleidingen is minimaal 1,20 m. Hierbij rekening houden met de ligging van de nutsleidingen om conflicten te voorkomen.

[3]

4.14

Voor het HWA-ontwerp worden de kruisingen met andere leidingen en duikers zo veel mogelijk voorkomen.

[2]

4.15

Uit de hydraulische toetsing van het Hoogheemraadschap van Rijnland komen geen knelpunten naar voren in het oppervlaktewater. Er zijn dan ook geen restricties voor het plaatsen van de nieuwe HWA-overstorten in het oppervlaktewatersysteem. Het Hoogheemraadschap heeft aangegeven dat er verder geen Droge Voeten Toets is gemaakt voor het oppervlaktewatersysteem in dit gebied.

[5]

4.16

Uit de hydrologische toetsing komen geen knelpunten naar voren.

[5]

27 februari 2025

BRON

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

3/22

4.17

Indien de bestaande HWA-riolering te klein is, mag deze vervangen worden.

[5]

4.18

Er wordt rekening gehouden met de ligging van hogedruk gasleidingen die uit de KLIC-melding voortkomen. Kruisingen met dergelijke leidingen moeten indien mogelijk voorkomen worden.

[2]

5

UITGANGSPUNTEN MODELLERING IN ICM

BRON

5.1

Het rioleringsmodel dat is gemaakt in het project ‘Actualisatie rioolmodel in Infoworks ICM en 2D Modellering’ wordt gebruikt als uitgangspunt en wordt gebruikt als basis voor het HWA-model. We maken hierbij enkel gebruik van het 1D model.

[1]

5.2

Alleen Elsbroek-Oost is opgenomen in het rioolmodel

[4]

6

UITGANGSPUNTEN INFILTRATIE

BRON

6.1

Infiltratie in de bodem vindt plaats door middel van oppervlakte-infiltratie, ondergrondse infiltratie of toepassen van een waterdoorlatende verharding.

[3]

6.2

Bij infiltratie in de bodem dient altijd een bedrijfszekere lozingsmogelijkheid op het oppervlaktewater aanwezig te zijn in geval van onvoldoende infiltratiecapaciteit als gevolg van verzadiging, vervuiling of hevige neerslag.

6.3

De infiltratievoorzieningen worden bij voorkeur aangelegd in groenstroken nabij watergangen.

[3]

6.4

Er wordt in deze notitie verkend of een DIT-riolering van toegevoegde waarde is.

[3]

Hieronder zijn een aantal uitgangspunten opgenomen die niet in het SO, maar pas in het VO gaan spelen. Deze zijn hieronder opgesomd omdat deze reeds uit de LIOR zijn gehaald en voor de ruimtelijke inpassing tijdens het VO van belang zijn. 7

UITGANGSPUNTEN VOOR UITWERKING IN HET VO

7.1

De afstand tussen het hart van bomen en het hart van de rioolleidingen is minimaal een 0,5 maal de kroondiameter bij 30 jaar met een minimum van 3 m.

[3]

7.2

De afstand tussen de uitwendige zijkant van de rioolleidingen tot aan de andere nutsvoorzieningen of de grens van de uitgeefbare grond dient minimaal 3,00 m te zijn.

[3]

7.3

Bovenzijde afdekplaat minstens 300 mm onder bovenkant verharding, putrand minimaal 170 mm, stellaag minimaal 130 mm).

[3]

7.4

Ruimtereservering voor een warmtenet is van belang, maar in het SO wordt hier nog geen rekening mee gehouden.

[4]

27 februari 2025

BRON

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

4/22

4

Berekeningen

4.1

Beleid

De beleidsdoelstellingen van de gemeente Hillegom voor afvalwater, grondwater, oppervlaktewater en hemelwater zijn verwoord in het Gemeentelijk Rioleringsplan Hillegom (2021-2025) [5]. Voor het toetsen van de te ontwerpen riolering is het volgende beleid gehanteerd: 

Bij nieuwe riolering kan optimaal geanticipeerd worden op klimaatverandering. Om deze reden dienen nieuw aan te leggen stelsels bij nieuwbouw gedimensioneerd te worden op een standaardbui die theoretisch eens in de 10 jaar voorkomt conform de Kennisbank Stedelijk Water, stichting RIONED, circa 35.7 mm in 45 min. Bij deze bui mag geen water op straat optreden; 

Ondanks dat dit geen nieuwbouw van de wijk betreft, zien we de aanleg van een nieuw HWAstelsel wel als nieuwbouw van riolering. Om deze reden gaan we uit het ontwerpen met het criteria “geen water op straat tijdens de maximale situatie van Bui 10”.

Naast het criteria voor Bui10, dient bij Bui08 de waakhoogte minimaal 20 centimeter te zijn;

In situaties waarbij de riolering functioneel door nog zwaardere buien niet meer voldoet dient de maaiveldinrichting van de openbare ruimte de bergings- en afvoerfunctie van de riolering over te nemen. Er mag in deze situaties geen afwenteling plaatsvinden op de omliggende percelen. Dit toetsen wij niet in dit project en blijft een aandachtspunt voor een volgende fase.

4.1.1

Doorgerekende buien

In de onderstaande tabel wordt een overzicht van de belangrijkste kenmerken van de doorgerekende buien weergegeven. Tabel 1 Eigenschappen doorgerekende buien

Totaal neerslagvolume (mm)

Piekintensiteit (mm/uur)

Piekintensiteit (l/s/ha)

Duur bui (min)

Bui 081

19,8

39,6

110

60

Bui 102

35,7

75,6

210

45

1 Bui 08 is afkomstig vanuit de kennisbank stedelijk water (Rioned) 2 Bui 10 is afkomstig vanuit de kennisbank stedelijk water (Rioned)

4.2

Hydraulisch ontwerp

Het hydraulische ontwerp van de HWA-riolering in Elsbroek Oost, is afgebeeld in Figuur 2 en bijlage 6.2. Het ontwerp is gebaseerd op de uitgangspunten die zijn beschreven in hoofdstuk 3 en het ontwerp is getoetst aan de beleidsregels die zijn beschreven in 4.1. Alle leidingen in het gebied liggen vlak en het grootste deel van de leidingen hebben een b.o.b. van -2.5 m NAP. De diepteligging is gekozen om graafwerkzaamheden te beperken, maar ook om een eenduidige diepteligging te handhaven. Er kan meer op graafwerkzaamheden bespaard worden, maar dan ontstaat er meer “trappen” of “watervallen” in de HWA-riolering. In deze fase van het ontwerp hebben we dit niet gedaan, maar is gekozen voor een uniforme diepteligging.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

5/22

Er zijn 2 gebieden waar de b.o.b.’s afwijken, deze gebieden zijn in het ontwerp met een stippellijn omcirkeld. De b.o.b.’s die bij deze gebieden horen, staan in de ontwerptekening aangegeven. In het meest noordelijke omcirkelde gebied ligt al bestaande HWA-riolering. Deze riolering blijft er liggen en de b.o.b.’s zullen dus niet aangepast worden. Het omcirkelde gebied in het zuidoosten heeft een hogere b.o.b.’s (-2.4 m NAP) doordat het maaiveld hoger is.

Figuur 2 Hydraulisch ontwerp waarin het grootste gedeelte van het nieuwe HWA-riool op -2.5 m NAP is ontworpen, een deel op -2.4 m NAP en een heel klein deel bestaand blijft (bob’s variërend van -2.47 tot -2.2 m NAP).

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

6/22

Het ontwerp bevat in totaal 193 putten en 15 uitstroomlocaties. In tabel 2 wordt een overzicht van de straten waar de uitstroomlocaties liggen weergegeven. Zie ook bijlage 6.3 voor een overzicht van de putten en uitstroomlocaties. Tabel 2: Uitstroomlocaties HWA-riolering

Uitstroomlocaties Hillinenweg (3x) Lodewijk Deyssellaan (2x) Jacques Perklaan Guido Gezellelaan (3x) Arthur van Schendelplein Hooftwende Albert Verweijlaan Tollenswende Catswende Bilderdijkwende

In tabel 3 zijn de benodigde meters aan leidingen per diameter weergegeven. Tabel 3: Benodigde meters leiding per diameter

Diameter leidingen (PVC in mm)

Totaal benodigde meters aan leidingen

250

70

315

4140

400

2900

500

740

630

120

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

7/22

4.3

Resultaten

In de twee onderstaande figuren zijn de berekeningsresultaten van het model weergegeven tijdens Bui 08 (Figuur 3) en Bui 10 (Figuur 44). In Figuur 33 is te zien dat het HWA-stelsel overal een minimale waking heeft van 20 cm en daarmee voldoet aan het beleid.

Figuur 3 Waking hemelwaterriolering tijdens Bui 08 met in het rood de hoge druk gasleiding

In Figuur 4 is de berekende waking te zien tijdens de maximale situatie van Bui 10. Hier is te zien dat het grootste gedeelte van het stelsel een waking heeft van minimaal 20 cm. In een aantal locaties is een

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

8/22

waking berekend van minimaal circa 10 cm (de gele bollen). Dit komt door lokaal lager maaiveld, waardoor de druklijn dichter bij het maaiveld komt. Uit de figuur blijkt dat ook voor Bui 10 voldoende waking is berekend waarmee voldaan wordt aan het beleid.

Figuur 4 Waking hemelwaterriolering tijdens Bui 10 met in het rood de hoge druk gasleiding

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

9/22

5

Drainage Infiltratie Riolering

5.1

Grondwaterstanden

Uit de open data van Munisense zijn drie peilbuizen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de grondwaterstand in Elsbroek Oost. Figuur 5 geeft de locatie aan per peilbuis.

Peilbuis: 1-1.06 Peilbuis: 1-1.05h

Peilbuis: 1-1.01

Figuur 5 Locatie peilbuizen in Elsbroek Oost

De gemeten grondwaterstanden zijn weergegeven in Figuur 6 tot en met Figuur 8. Per grafiek is met horizontale lijnen aangegeven wat de boven- (-1,34 m NAP) en ondergrens (-1,44 m NAP) is van het dynamische oppervlaktewaterpeil. Peilbuis 1-1.06 Uit de gemeten grondwaterstanden van peilbuis 1-1.06 (de meest noordelijke peilbuis) blijken vrijwel alle gemeten grondwaterstanden onder de ondergrens van het dynamische peil te liggen. De grondwaterstand in de meeste metingen zijn lager dan -1,44 m NAP met laagst gemeten grondwaterstanden rond de -1,95 m NAP. Op basis van het maaiveld bij deze peilbuis en de hoogste grondwaterstand heeft dit gebied een ontwateringsdiepte van circa 80 cm (maaiveld: -0,5 m NAP; hoogste grondwaterstand: -1,3 m NAP).

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

10/22

Figuur 6 Gemeten waterstanden sinds 2014 in peilbuis 1-1.06, de blauwe lijnen geven de boven- en ondergrens van het dynamische peil aan.

Peilbuis 1-1.05h De hoogste grondwaterstanden in peilbuis 1-1.05h liggen in de range van het oppervlaktewater peil, of net daarboven. Met uitschieters tot circa -1,20 m NAP. Het grondwater zakt in deze reeks uit tot maximaal circa -2,10 m NAP. Op basis van het maaiveld bij deze peilbuis en de hoogste grondwaterstand heeft dit gebied een ontwateringsdiepte van circa 70 cm (maaiveld: -0,5 m NAP; hoogste grondwaterstand: -1,2 m NAP).

Figuur 7 Gemeten waterstanden sinds 2016 in peilbuis 1-1.05h, de blauwe lijnen geven de boven- en ondergrens van het dynamische peil aan.

Peilbuis 1-1.01 De hoogste grondwaterstanden worden gemeten in de range van het oppervlaktewaterpeil. Opvallend is dat de laatste 4-5 jaar steeds hogere grondwaterstanden gemeten worden. De laagst gemeten grondwaterstand ligt op circa -2,10 m NAP. Op basis van het maaiveld bij deze peilbuis en de hoogste grondwaterstand heeft dit gebied een ontwateringsdiepte van circa 50 cm (maaiveld: -0,5 m NAP; hoogste grondwaterstand: -1,0m NAP).

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

11/22

Figuur 8 Gemeten waterstanden sinds 2014 in peilbuis 1-1.01, de blauwe lijnen geven de boven- en ondergrens van het dynamische peil aan.

Van alle metingen komen de handmetingen (rode stippen) goed overeen met de continue metingen. Dit geeft voldoende vertrouwen in de continue metingen.

5.2

Grondsoort

Uit het grondmechanisch onderzoek van Socotec (bron: 23WP0505) volgen twee handboringen en een aantal sonderingen. De uitkomsten van de handboringen zijn hieronder weergegeven in Figuur 99 en Figuur 1010. Handboring 001 is genomen in de Lodewijk van Deyssellaan (t.h.v huisnummer 109), handboring 002 is genomen in de Guido Gezellelaan (t.h.v. huisnummer 2). Uit beide handboringen blijkt de toplaag van circa 1 meter uit zand en wat klei te bestaan. Daaronder is de grondsoort veen. Dit beeld wordt bevestigd door de sonderingen uit de rapportage van Socotec (niet opgenomen in dit rapport).

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

12/22

Figuur 9 Handboring 001, genomen in de Lodewijk van Deyssellaan (t.h.v huisnummer 109) (bron: rapportage 23WP0505)

Figuur 10 Handboring 002, genomen in Guido Gezellelaan (t.h.v. huisnummer 2) (bron: rapportage 23WP0505)

5.3

Fundering

Uit de rapportage van Aveco de Bondt (bron: 222629_AdB_RAP_0001_v2) blijkt het grootste deel van Elsbroek oost gefundeerd te zijn op houten palen met betonopzetters. De zuidwesthoek van de wijk is gefundeerd op beton.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

13/22

Figuur 11 Verwachting funderingstype op basis van archiefstukken (bron: 222629_AdB_RAP_0001_v2)

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

14/22

5.4

Afweging DIT-riolering

Op basis van de grondwaterstanden is het midden en zuiden van de wijk geschikt voor een DIT-riool. Hier zal in beperkte mate de grondwaterstand verlaagd worden in natte periodes en aanvulling van het grondwater plaatsvinden in droge periodes. De pieken en dalen van de grondwaterstand worden naar verwachting minder groot en vlakken af. De grondwaterstanden in peilbuis 1-1.06 (de meest noordelijke peilbuis) geeft echter een ander beeld. Hier zal met name aanvulling plaatsvinden, aangezien de hoogste grondwaterstanden net tot oppervlaktewaterpeil (-1,34 m NAP) reiken. De verwachting is dat hier vooral veel grondwateraanvulling zal plaatsvinden, wat tot een permanente grondwaterstandverhoging resulteert. Gezien de politieke gevoeligheid van hoge grondwaterstanden, adviseren wij om voor het noordelijke deel eerst meer onderzoek uit te voeren, voordat hier wordt overgegaan op het aanbrengen van een DIT-riool. Op basis van de geraadpleegde informatie zouden wij hier niet kiezen voor een DIT-riolering, maar voor het aanleggen van reguliere drainage. Paragraaf 5.5 beschrijft welke aanvullende onderzoeken wij voorstellen om dieper in het DIT-vraagstuk te duiken, voordat een definitieve keuze gemaakt wordt. Figuur 12 geeft zeer indicatief de voorgestelde grens (in het rood) aan van waar wél DIT-riolering aangelegd kan worden, op basis van de grondwaterstanden uit paragraaf 5.1.

Figuur 12 In rood het gebied waar wij adviseren om wél een DIT-riool aan te brengen.

5.5

Aanvullende onderzoeken

Om met meer zekerheid een uitspraak te doen over de gevolgen van het DIT-riool in het noordelijke deel van Elsbroek Oost, waar een lager grondwaterregime heerst, stellen wij de volgende stappen voor: 

Aanvullende beschouwing van de situatie met een geohydroloog, er is een modelberekening nodig, of aanvullende tijd om een goede expert judgement te vormen.

Afstemming met rioolbeheerder over mogelijke klachten van grondwater in dit gebied.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

15/22

Afstemming met het waterschap en de gemeente over het verwachte peil in dit gebied.

Afstemming met de gemeente en het waterschap over de aanwezigheid van een grondwatermodel. Hiermee kan meer inzicht verkregen worden in de gevolgen van de aanleg van een DIT-riool.

6

Klimaatadaptieve maatregelen

Voor het schetsontwerp van de bovengrondse inrichting is een Schetsboek opgesteld met daarbij een schetsontwerp voor de herinrichting van Elsbroek Oost. Omdat de toekomstige bovengrondse inrichting voor met name klimaatbuien impact heeft op het functioneren van de ondergrond en water-op-straat als gevolg van deze klimaatbuien, staan we stil bij het Schetsboek wat voor het schetsontwerp is gemaakt.

6.1

Relevante onderdelen schetsboek

De voor het riool meest relevante onderdelen van het schetsboek bestaan uit de bouwstenen die in het Schetsboek zijn gepresenteerd en de verschillende combinaties die zijn overeengekomen. De voor de riolering relevante bouwstenen water en verharding benoemen we hieronder (voor een volledig overzicht verwijzen we naar het Schetsboek): 

Water: 

Hemelwater van dakoppervlak afkoppelen in eigen tuin;

Wadi als buffer voor hemelwater aanleggen;

Hemelwater afkoppelen naar oppervlaktewater;

Verharding: 

Open verharding toepassen waar mogelijk;

Plekken met veel verharding zoveel mogelijk vergroenen.

In de facettenkaart is een eerste analyse gemaakt welke maatregelen toegepast kunnen worden. Hier worden een aantal locaties voorgesteld die kansrijk zijn voor het realiseren van waterberging. Dit kan in de vorm van wadi’s, maar dit dient nog nader te worden uitgewerkt. In Figuur 13 is de facettenkaart te zien, zoals deze is opgesteld voor het schetsontwerp van de bovengrondse inrichting.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

16/22

Figuur 13 Facettenkaart uit het schetsontwerp van de bovengrondse inrichting, met zoeklocaties van waterberging, kansen voor vergroening en kansen voor verbetering bestaand groen

In de wijk zijn vier kansrijke locaties aangewezen voor waterberging. Tijdens extreme neerslag bieden deze locaties extra ruimte aan het water om op een gewenste plek tijdelijk opgeslagen te worden. De daadwerkelijke realiseerbaarheid van deze waterbergingslocaties dient in de volgende fase uitgewerkt te worden.

6.2

Impact op rioolontwerp

Bovenstaande maatregelen hebben impact op de bovengrond waardoor de bovengrond klimaatadaptief ingericht kan worden. Voor het HWA-rioolontwerp uit dit rapport is uitgegaan van de huidige weg- en dakverharding, zonder rekening te houden met toekomstige vergroening en manieren om water te bufferen of af te koppelen van de riolering. Op deze manier ontwerpen we het rioolstelsel op een zo robuust mogelijke manier en voorzien we tijdens “reguliere” neerslag (tot en met de ontwerpbui) aan het beleid van de gemeente. Daarom adviseren wij ook om het rioolontwerp uit deze rapportage niet grondig te herzien als bij het VO een nieuwe bovengrondse indeling is uitgewerkt. Vanuit klimaatadaptatie brengen de bouwstenen wél veel mogelijkheden om de bovengrond klimaatadaptief te ontwerpen, waarbij hevige neerslag beter verwerkt kan worden dan in de huidige situatie.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

17/22

Wanneer in het VO verder wordt gewerkt aan de daadwerkelijke bovengrondse inrichting, adviseren wij om het nieuwe VO te laten verwerken in het rioleringsmodel. Dit nieuwe model kan dan gebruikt worden om een klimaatbui van 70 en/of 90 mm in één uur door te rekenen. Met die berekeningen wordt het VO getoetst en kan inzichtelijk gemaakt worden waar water ongewenst blijft staan. Inzichten die daarmee worden vergaard, kunnen teruggekoppeld worden aan de ontwerpers en de gemeente, zodat het VO onderbouwd verder bijgeschaafd kan worden.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

18/22

7

Conclusie en advies

7.1

Conclusie

In deze notitie is uiteengezet hoe het HWA-riool is ontworpen voor de wijk Elsbroek-Oost. In de notitie is het HWA-ontwerp ontworpen op bui08 (minimaal 20 cm waking) en geen water-op-straat bij bui10. Het ontwerp voldoet aan beide uitgangspunten. Voor het midden en zuidelijke deel van de wijk adviseren wij een DIT-riolering. Daar verwachten wij een positief effect van grondwater-aanvulling in droge tijden en afvoer van grondwater in natte tijden. Voor het noordelijke deel van Elsbroek-Oost adviseren we om vooralsnog eerst nader onderzoek te doen. Een DIT-riool in het noordelijke deel van de wijk zal naar verwachting met name leiden tot continue verhoging van de grondwaterstand. Dit dient eerder verder te worden onderzocht en afgestemd met de gemeente en het waterschap. In het schetsontwerp van de bovengrondse inrichting is al nagedacht over toekomstige klimaatadaptieve maatregelen. Een deel daarvan heeft direct impact op de riolering. In het schetsontwerp zijn vier locaties aangewezen waar waterberging kansrijk is. Dit is tot nu toe enkel vanuit de landschapsarchitect bekeken. Wanneer het VO verder uitgewerkt is, zien wij veel meerwaarde in het vertalen van het VO naar het rekenmodel en het toetsen van het VO met een klimaatbui (70 en/of 90 mm in één uur).

7.2

Advies

Hieronder zijn de adviezen op een rij gezet die volgen uit dit rioolontwerp voor Elsbroek-Oost. 

Er is nader onderzoek nodig naar de DIT-riolering in het noordelijke deel van het projectgebied. Voor nu adviseren we om, op basis van de beschikbare gegevens, géén DIT-riolering aan te leggen, maar te kiezen voor het meeleggen van drainage.

Er zijn vier waterbergingslocaties aangewezen in het schetsontwerp van de bovengrondse inrichting. De realiseerbaarheid dient nog te worden uitgewerkt in het VO. Tevens adviseren wij om het nieuwe VO, met klimaatadaptieve maatregelen, ter zijne tijd te verwerken in het maaiveldmodel van het rioolontwerp. In het rekenmodel kan een klimaatbui gebruikt worden om het VO te toetsen. Uit die analyse kunnen adviezen naar voren komen voor het optimaliseren van het VO.

Er blijkt binnen het gebied een hogedruk gasleiding aanwezig te zijn, dit is een aandachtpunt voor de uitwerking in het VO.

Nu zien we al dat een aantal gemengde leidingen opgegraven en verplaatst moeten worden, om ruimte te maken voor het HWA-stelsel. Kruisingen van het HWA-stelsel met de gemengde riolering zijn niet nader uitgewerkt. Mogelijk dat hier een aantal kruisingen gerealiseerd kunnen worden in de vorm van zinkers in het HWA-stelsel. Dit is iets wat in het VO opgepakt moet worden.

Een ander aandachtspunt voor het VO en het vervolg, is het graven rondom het te handhaven gemengde riool. In principe blijft het gemengde stelsel zoveel mogelijk onaangetast, zie ook het punt hierboven. Echter, graaf- en bouwwerkzaamheden voor de aanleg van het HWA-stelsel kunnen leiden tot schades aan de gemengde riolering. Eventuele inspecties of afspraken hierover dienen te worden meegenomen in een volgende fase.

Tot slot dient bij het uitwerken van het rioolontwerp naar VO goed te worden gekeken naar de lengte van kolkleidingen en of deze op de nieuwe HWA-stelsel aangesloten kunnen worden.

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

19/22

8

Bijlage

8.1

Verhard oppervlakte kaart

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

20/22

8.2

Hydraulisch ontwerp HWA-riolering

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

21/22

8.3

Overzicht putten & uitstroomlocaties ontwerp

27 februari 2025

BJ3937-RHD-XX-XX-ME-X-0003

22/22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1731/documents/22790