5. Kaderbrief 2026 Holland Rijnland.pdf
Tekst van het document
Kaderbrief 2026
Inhoudsopgave Inleiding.......................................................................................................................................... 3 1.
2.
Beleidskader 2026 .................................................................................................................. 5 1.1
Strategie & Beleid ...................................................................................................... 5
1.2
Regionale Uitvoering ................................................................................................. 5
1.3
Bedrijfsvoering ........................................................................................................... 6
Financieel kader ..................................................................................................................... 7 2.1
Begrotingsrichtlijnen................................................................................................... 7
2.2
Begrotingsuitgangspunten ......................................................................................... 9
2.3
Financieel ................................................................................................................. 11
2.4
Advies Werkgroep Financiële kaderstelling GR-en Holland Midden ....................... 15
3.
Gemeentelijke bijdragen 2026 .............................................................................................. 17
4.
Besluit ................................................................................................................................... 20
Pagina 2 van 20
Inleiding Voor u ligt de Kaderbrief 2026 van Holland Rijnland. Deze kaderbrief legt de beleidsmatige en financiële kaders vast voor het opstellen van de begroting 2026. Daarmee is deze kaderbrief het vertrekpunt voor de Planning & Control-cyclus voor het begrotingsjaar 2026. Kaderbrief 2026: een nieuwe insteek Met de Kaderbrief 2026 kiest Holland Rijnland voor een nieuwe insteek op drie onderdelen: 1) Meer dan in eerdere jaren benaderen we de kaderbrief als vertrekpunt voor het financieel kader van de begroting 2026. 2) We brengen autonome ontwikkelingen en eventuele beleidsintensiveringen, samen met hun financiële consequenties in beeld en komen tot een integraal afwegingsvoorstel. Beide aanpassingen dragen eraan bij de toegevoegde waarde van de kaderbrief in de P&C- cyclus te vergroten. 3) De kaderbrief bevatte voorheen uitsluitend een technische uitwerking van de loon- en prijscompensatie zoals deze volgde uit de kaderstelling van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Holland Midden (hierna: Werkgroep FKGR). De voorafgaande begroting werd hierbij genomen als uitgangspunt. Met deze kaderbrief beogen we juist aan de hand van begrotingsuitgangspunten te komen tot een realistisch, onderbouwd meerjarenbeeld. Van hieruit komen we tot een integrale afweging van en een realistische bijsturing op beleidsdoelen en de daaruit volgende financiën.
Kaderbrief: de start richting begroting 2026 Aan de hand van de gestelde kaders in deze kaderbrief werken we onze nieuwe beleidsvoornemens, activiteiten en financiën uit in de begroting 2026. De kaderbrief benoemt de voornemens, activiteiten en financiën voor zover deze afwijken of nieuw zijn ten opzichte van de reeds vastgestelde meerjarenbegroting. Op deze wijze maken we inzichtelijk welke ontwikkelingen hun doorwerking krijgen in de begroting 2026 en welke financiële consequenties deze hebben voor Holland Rijnland. Het dagelijks bestuur stelt de kaderbrief op, het algemeen bestuur stelt de kaderbrief vast. Het dagelijks bestuur verwerkt de vastgestelde kaders in een ontwerpbegroting, die we begin april 2025 ter zienswijze voorleggen aan de raden van de deelnemende gemeenten. Na de reactie op de zienswijzen is het voornemen de ontwerpbegroting 2026 vast te stellen in de vergadering van het algemeen bestuur op 25 juni 2025. Het is van belang om op te merken dat de kaderbrief geen zienswijzeprocedure kent. Met de kaderbrief beschikken we weliswaar over de uitgangspunten van de begroting, echter met vaststelling van de begroting hebben de deelnemende gemeenten de mogelijkheid hun zienswijzen naar voren te brengen op de (conform kaderbrief vastgestelde) ontwerpbegroting. Op deze wijze is geborgd dat de gemeenten hun zienswijze naar voren kunnen brengen op de gehanteerde kaders.
Leeswijzer De kaderbrief start met het beleidskader voor de begroting 2026. Hierin worden belangrijke beleidsmatige en regionale ontwikkelingen geschetst die voor Holland Rijnland in 2026 gaan spelen en impact kunnen hebben op het activiteitenprogramma 2026. Een mogelijke invloed op de inhoud komt aan de orde bij de uitwerking in de begroting 2026.
Pagina 3 van 20
Vervolgens worden in het hoofdstuk ‘Financieel kader’ financiële uitgangspunten gedefinieerd, de vertaling van deze uitgangspunten in het financieel kader becijferd en financiële consequenties van autonome ontwikkelingen en beleidsintensiveringen weergegeven. Het advies van de bestuurlijke werkgroep FKGR voor indexering van de gemeentelijke bijdrage maakt hiervan onderdeel uit. Het advies van FKGR over een algemene taakstelling voor gemeenschappelijke regelingen komt aan bod in paragraaf 2.4. Hierin lichten we toe, op basis van de plenaire beraadslagingen op de regiodag van 13 november jl. de inhoudelijke keuzes die Holland Rijnland heeft gemaakt om de opgelegde taakstelling van de FKGR vanaf 2026 in te vullen. De impact van deze kaderbrief op de deelnemersbijdrage van gemeenten in 2026 komt in hoofdstuk 3 aan bod. Enerzijds is er sprake van de reguliere indexatie van de bijdrage, anderzijds daalt de bijdrage als gevolg van de taakstellende versobering van activiteiten. Gemiddeld genomen daalt de gemeentelijke bijdrage aan Holland Rijnland met 4%. In de bijlage is in tabelvorm weergegeven voor iedere gemeente de verwachte bijdrage 2026 ten opzichte van de bijdrage 2025 gepresenteerd. Daarbij is onderscheid gemaakt in de bijdrage voor de algemene taken en de bijdrage aan Regionaal Bureau Leerrecht.
Samenvatting Voor het begrotingsjaar 2026 zien we een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de financiële kaders van Holland Rijnland: • • • • • •
Notitie overhead Commissie BBV; Effect: saldoneutraal Indexatie deelnemersbijdrage naar prijspeil 2026 Effect: € 192K voordelig Indexatie loon- en materiële kosten en opbrengsten naar prijspeil 2026 Effect: € 259K nadelig Wet voorkomen schooluitval 23 t/m 27-jarigen; Effect: saldoneutraal 1e begrotingswijziging 2025 Effect: € 80K Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer;
Effect: €10K nadelig Totaal effect Kaderbrief 2026: € 3K voordelig Daarnaast leidt aanpassing in de berekening van de algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds ertoe dat vele gemeenten vanaf 2026 (Ravijnjaar) met een forse financiële opgave worden geconfronteerd. De verwachting is dat gemeenten in de regio Holland Rijnland gemiddeld 6% minder uitgekeerd krijgen uit het Gemeentefonds terwijl de taken voor de gemeenten minimaal gelijk blijven. Met name deze ontwikkeling heeft de Werkgroep FKGR er toe gebracht aan alle gemeenschappelijke regelingen Regio Hollands Midden een taakstelling van 6% op te leggen. Dit vult Holland Rijnland in met een versobering van het takenpakket en daarmee lagere lasten van de gemeenschappelijke regeling. Dit geeft een dito verlaging van de gemeentelijke bijdrage: • Taakstelling Werkgroep FKGR; Effect: 6% lagere lasten, € 460 voordelig 6% lagere deelnemersbijdrage, € 460K nadelig
Pagina 4 van 20
1. Beleidskader 2026 1.1
Strategie & Beleid
Strategische kaders voor de toekomstige ontwikkeling van regio Holland Rijnland liggen vast in de Regionale Omgevingsagenda (ROA), de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) en de Regionale Energiestrategie (RES). Aan de hand van deze kaders is het werkprogramma Holland Rijnland 2022 – 2026 voortgekomen en geconcretiseerd in de Regionale Investeringsagenda. Deze agenda bevordert niet alleen de samenhang de vier opgaven Economisch Sterk en Innovatief (1), Duurzaam en Energiezeker (2), Bereikbaar en Verbonden (3) en Groen en Klimaatbestendig (4). We verleggen met deze investeringsagenda ook de focus van ambitie naar uitvoering en realisatie. Het bevat namelijk projecten die van essentieel belang zijn voor de ontwikkeling van de regio en een investeringsstrategie. De projecten doen er regionaal toe en gemeenten kunnen ze niet zelfstandig realiseren. In de veronderstelling dat we eind 2024 ook het ‘Hoe’ hebben ingekaderd (met een verordening met spelregels en begrotingsautorisatie), is het beleidsontwikkelingsproces voor Holland Rijnland afgerond en staan wij in de startblokken voor uitvoering in de periode 2025-2027. In 2026 richt de organisatie Holland Rijnland, net als 2025, zich op het begeleiden en financieren van projecten in ontwikkeling (P2) en projecten in de conceptfase (P3) projecten.
Daarnaast beheert Holland Rijnland de themafondsen waarbij we streven naar aanvullende (co)financiering van andere overheden. Met andere woorden, we richten ons in 2026 op de uitvoering van de projecten in de Regionale Investeringsagenda. Het wordt een jaar waarin we als Holland Rijnland samen met de gemeenten “aan zet zijn” met de ontwikkeling van projecten en met het behandelen van aanvragen voor het regionale fonds voor de thema’s Economisch Sterk en Innovatief, Duurzaam en Energiezeker, Bereikbaar en Verbonden en Groen en Klimaatbestendig. Tegelijkertijd willen we samen met de gemeenten werken aan de uitvoering van plannen op het gebied van wonen en werken, zoals we dat nu reeds doen met o.a. de versnellingstafel wonen. Zodat we samen zachte plannen en voornemens omzetten naar concrete plannen, die uiteindelijk leiden tot uitvoering. 2026 is ook het jaar van de gemeenteraadsverkiezingen. Samen met de stevige financiële uitdagingen waarvoor gemeenten vanaf 2026 staan, vinden we het niet opportuun om te komen met beleidsintensiveringen. Eventuele impact van de verkiezingsuitslagen zal op zijn vroegst aan de orde zijn vanaf het begrotingsjaar 2027.
Wijziging in provinciale en landelijke koers van de desbetreffende overheden op verschillende relevante beleidsthema’s in 2026 voorzien we op dit moment hooguit op het thema energie vanwege de vele ontwikkelingen op de thema’s warmte, duurzame opwek-elektriciteit en de steeds nijpendere netcongestie. Zodra dit speelt, kunt u van ons separate voorstellen verwachten.
1.2
Regionale Uitvoering
De dienstverlening op onze uitvoeringstaken Leerrecht, Contractbeheer van de Regiotaxi en Afgifte van woonurgenties is ook in 2026 gericht op het leveren van een hoge kwaliteit en tegen zo laag mogelijke kosten. Daarin zal er aandacht zijn voor de volgende ontwikkelingen:
Pagina 5 van 20
Schaarste passend hulpaanbod Primair en Voortgezet Onderwijs Er ligt een grote opgave voor gemeenten, onderwijs en overige organisaties in het sociaal domein om de jeugd een zo goed mogelijke toekomst te bieden. Steeds meer kinderen en jongeren hebben last van psychische klachten en maken gebruik van jeugdhulp. Er zijn tekorten en wachtlijsten bij zowel onderwijs als jeugdteams en jeugdhulpaanbieders. Dit merken we in toenemende mate doordat onze leerrechtconsulenten steeds lastiger passend aanbod weten te vinden. Ook de problematiek van kinderen en jongeren die begeleid worden, is steeds complexer. Hoewel andere partners aan zet zijn, werkt Holland Rijnland ook in 2026 mee aan een dekkend onderwijs-zorgcontinuüm, waarbij geen kind meer tussen wal en schip valt. Uitbreiding doelgroep voortijdig schoolverlaters Begin 2026 zal naar verwachting de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ in werking treden. Met deze wet wordt de doelgroep voortijdig schoolverlaters uitgebreid met 23-27 jarigen. Ook deze jongeren worden dan door ons benaderd om hen te begeleiden in hun ontwikkeling. Om deze doelgroep te kunnen bedienen zal het RBL in formatie groeien. Deze groei wordt echter volledig gefinancierd worden vanuit de Doorstroompunt-subsidie vanuit het Rijk, die in lijn met de wetswijziging wordt opgehoogd. Het nieuwe subsidiebedrag is op het moment van schrijven nog niet bekend.
Ook start in 2026 het nieuwe regionale programma Voortijdig schoolverlaters, waarbij de opgave vanuit de nieuwe wet een plek krijgt. Het RBL gaat daartoe, naast de samenwerking met het mbo, nog meer samenwerken met ontwikkelbedrijven en de arbeidsmarktregio.
1.3
Bedrijfsvoering
Actualisatie Dienstverleningsovereenkomst IDA Per 2026 is Holland Rijnland voornemens de dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het cluster Interne Dienstverlening en Advisering van de gemeente Leiden te verlengen. Tijdens de totstandkoming van de kaderbrief – en naar verwachting de begroting 2026 – vinden gesprekken plaats waarin Holland Rijnland en IDA spreken over de voorwaarden in de DVO en de bijbehorende Producten- en Diensten Catalogus. Holland Rijnland en IDA streven hierin onder andere naar een wijze van factureren die voor beide partijen voorafgaand aan een begrotingsjaar meer houvast biedt en ten doel heeft naheffingen te voorkomen.
Pagina 6 van 20
2. Financieel kader 2.1
Begrotingsrichtlijnen
Tot en met begrotingsjaar 2025 richtte de kaderbrief zich primair op de toepassing van het advies van de werkgroep FKGR over indexering en de doorwerking hiervan op de begroting van Holland Rijnland en deelnemersbijdrage van gemeenten. Overige begrotingskaders ontbraken, werden impliciet gehanteerd of wisselend toegepast. Ten behoeve van de transparantie, duidelijkheid en stabiliteit maken we de overige begrotingskaders expliciet aan de hand van begrotingsuitgangspunten. Binnen de kaders van deze begrotingsrichtlijnen werkt het dagelijks bestuur de begroting 2026 uit. 2.1.1 Gemeenschappelijk financieel Toezicht Kader GR-en (GTK 2022) De provincie hanteert vanuit haar wettelijke taak om financieel toezicht te houden op gemeenschappelijke regelingen een gemeenschappelijk financieel toezichtkader. De (twee) belangrijkste onderwerpen uit dit toezichtkader lichten we kort toe. •
•
Repressief toezicht of preventief toezicht Repressief toezicht betekent dat de begroting direct kan worden uitgevoerd. Wanneer de begroting niet aan de wettelijke criteria voldoen kan preventief toezicht worden ingesteld wat betekent dat de begroting en begrotingswijzigingen eerst door de provincie moet worden goedgekeurd voordat deze kunnen worden uitgevoerd. Onze maatstaf is repressief toezicht. Begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn Dit houdt in dat de structurele lasten moeten worden gedekt door structurele baten (structureel evenwicht; structurele lasten mogen niet worden gedekt door incidentele baten) en dat de geraamde bedragen in de begroting volledig, realistisch en haalbaar moeten zijn (reëel evenwicht). Voor Holland Rijnland betekent dit dat de kosten van het regulier takenpakket worden opgevangen uit structurele deelnemersbijdragen en subsidiebijdragen. Incidentele taken of tijdelijke beleidsimpulsen worden opgevangen uit incidentele bijdragen, subsidies of inzet van reserves. Voor het voldoen aan een reële begroting worden alle activiteiten van Holland financieel ingecalculeerd, autonome (onbeïnvloedbare) ontwikkelingen als loon- en prijsstijgingen, gevolgen van wetgeving, en ontwikkeling in klantenomvang (reizigers, leerlingen) financieel vertaald en in de begroting opgenomen.
Daarnaast zijn de bedragen in de begroting zoveel mogelijk gebaseerd op objectieve, realistische prijzen (p) en volumes (q). Volledige uitvoering van het takenpakket (en de daarmee gemoeide bestedingen is haalbaar, net zo zeer als eventuele opgenomen taakstellingen te realiseren zijn op basis van inhoudelijke versoberingen of onderbouwde analyses.
2.1.2 BBV Notitie overhead 2023 De BBV Notitie overhead, uitgebracht door commissie BBV, geeft een geactualiseerd overzicht van de regelgeving voor de overhead en is voor gemeenschappelijke regelingen verplicht van toepassing vanaf de begroting 2026. Een aantal aanbevelingen in deze notitie heeft een (budgettair neutrale) weerslag in de begroting.
Pagina 7 van 20
•
•
Keuzes ten aanzien van het onderscheid tussen functies in primaire processen en de overhead (en deze toe te lichten als onderdeel van een (financiële) verordening of een nota overhead). Dit brengt twee wijzigingen met zich mee, die we in de eerstvolgende actualisatie van de Financiële verordening opnemen: 1. Sturende functies, functies die worden aangemerkt als hiërarchisch leidinggevenden, vielen voorheen automatisch volledig onder de overhead. Zij hebben een personele verantwoordelijkheid voor het voeren van functioneringsgesprekken en andere personele zaken zoals begeleiden van ziekteverzuim en het toekennen van bijzondere verlofdagen. Er zijn echter ook hiërarchisch leidinggevenden wiens takenpakket nadrukkelijk een focus heeft op inhoud, naast deze personele taken. Per begrotingsjaar 2026 moeten we de sturende functies naar rato van inzet toedelen naar het inhoudelijk programma of overhead. 2. De invulling van een aantal beleidsfuncties zijn geleidelijk verschoven naar nieuwe secretarisfuncties. Gelet op het ondersteunend karakter van deze secretarisfuncties komen deze functies te vallen onder overhead (in plaats van de inhoudelijke programma’s). Hanteren van een ondergrens voor het naar rato toerekenen van lasten van medewerkers die voor verschillende taakvelden (lees: producten) werkzaam zijn.
De toerekening kan zowel op medewerkersniveau als op het niveau van een organisatieonderdeel plaatsvinden. Een medewerker kan werken aan verschillende beleidsterreinen. Zo kan de strategisch medewerker openbaar vervoer ook deels werken als coördinator regiotaxi. Indien er sprake is van duidelijk verschillende functies dan is het naar rato toerekenen van de personeelskosten noodzakelijk om de lasten juist toe te bedelen aan de verschillende taakvelden (producten). Conform aanbeveling van de Commissie BBV bepaalt Holland Rijnland, ter vermindering van de administratieve lastendruk, een ondergrens van 20% en passen we dit tot het niveau van een organisatieonderdeel. Besteedt een leidinggevende minder dan 20% van de tijd aan het primaire proces dan rekenen we alle werkzaamheden van de leidinggevende tot overhead.
De effecten van het bovenstaande worden budgettair neutraal verwerkt in de begroting 2026. 2.1.3 Financiële kaderstelling gemeentelijke regelingen Hollands-Midden 2026 De bestuurlijke werkgroep Financiële kaderstelling gemeentelijke regelingen (FKGR) heeft op 22 oktober jl. de financiële kaderstelling voor de begrotingen 2026 van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden besproken. Deze kaderstelling omvat afspraken over de indexering van de bijdrage van de gemeenten en een eventuele taakstelling voor de op te stellen begroting. De brief van de werkgroep hebben we ontvangen op 31 oktober jl. en is opgenomen in de bijlage 1. Conform de bestaande systematiek van waardevaste indexering is de door te voeren indexering 2026 gecorrigeerd voor ontwikkelingen van twee voorafgaande jaren (2024 en 2025), op basis van gegevens uit de septembercirculaire 2024 over het gemeentefonds. Dit maakt dat de toe te passen indexering op de bijdrage van gemeenten 2026 er als volgt uitziet:
Pagina 8 van 20
Sept circulaire 2023
Prijs overheidsconsumptie beloning medewerkers 2024 2025 2026 6,3 5,4
Sept. circulaire 2024 Correctie (impact op index 2026) Toe te passen index 2026
5,6 -0,7
4,8 -0,6
Prijs overheidsconsumptie materieel 2024 2025 2026 3,5 1,6
3,4 3,4 2,1
2,9 -0,6
2,7 1,1
2,2 2,2 2,7
De toe te passen indexering voor de component ‘beloning medewerkers’ komt uit op 2,1%. De toe te passen indexering voor de component ‘materieel’ komt uit op 2,7%. De uiteindelijk toe te passen indexering op de gemeentelijke bijdrage is afhankelijk van de verhouding tussen personele en materiële lasten in de begroting van Holland Rijnland. Deze verhouding is met de Regionale Investeringsagenda en het energieprogramma Holland Rijnland gewijzigd. Beide programma’s behelzen forse materiële lasten die als structureel effect uit de 1 e begrotingswijziging 2025 aan de meerjarenbegroting van Holland Rijnland is toegevoegd. Onderstaande tabel laat de nieuwe verhouding zijn (gebaseerd op de primitieve begroting 2026 aangevuld met de structurele effecten uit 1e begrotingswijziging 2025): Component Personele lasten Materiële lasten Begrotingsomvang 2026
Omvang 5.850 8.502 14.352
Wegingsfactor 41% 59% 100%
Het gewogen gemiddelde van de toe te passen index komt met een aandeel van 41% aan personele lasten en 59% materiële lasten uit op 2,5%: Component Personele lasten Materiële lasten Gewogen index 2026
2.2
Wegingsfactor
Index 2026 FKGR 41% 59%
2,1 2,7
Gewogen index 0,9 1,6 2,5
Begrotingsuitgangspunten
Vertrekpunt voor begroting 2026 Deze kaderbrief geeft voor het opstellen van de begroting 2026 en meerjarenraming 2027 t/m 2029 het financieel kader. Daarbij zullen financiële consequenties van besluiten van het Algemeen Bestuur tot en met 23 maart 2025 in de (primitieve) begroting 2026 worden verwerkt. Stabiele meerjarenbegroting In principe is er sprake van evenwichtige (lange)termijndoelen die aan de hand van een vaststaand takenpakket met jaarlijks terugkerende activiteiten wordt gerealiseerd. Dit maakt dat een meerjarenbegroting voor ieder jaar dan ook dezelfde begrotingsomvang heeft, behoudens projecten met een tijdelijk karakter die met externe middelen worden bekostigd.
Pagina 9 van 20
Holland Rijnland hanteert een bruto begroting Aanvullend op de regelgeving van de BBV nemen we het afzonderlijk ramen van lasten en baten van activiteiten expliciet op in de begrotingsuitgangspunten. Hiermee benadrukken we het opvolgen van de begrotingsrechtmatigheid van baten en lasten. Tot voor kort kwam het wel eens voor dat activiteiten gesaldeerd werden begroot. Voortaan worden activiteiten bekostigd uit reserves, subsidies of vooruitontvangen middelen bruto (zowel de baten als de lasten) in het meerjarenbeeld opgenomen. Nieuwe taken of intensivering van bestaande taken vraagt om aanvullende bekostiging De huidige meerjarenbegroting is zoveel mogelijk zero-based opgebouwd. Dit houdt in dat de begroting geen ruimte bevat voor eventuele ambities of beleidsintensiveringen. Een algemene reserve is bij Holland Rijnland niet aanwezig. Vanuit verantwoord begrotingsdiscipline betekent dit dat Holland Rijnland ambities uitsluitend kan uitvoeren met een toereikende bijdrage in de kosten (of afschaling van het regulier takenpakket); Loon- en prijsontwikkeling Holland Rijnland De meerjarenbegroting van Holland Rijnland wordt opgesteld met een constant prijspeil. Dit wil zeggen dat alle jaarschijven van de meerjarenbegroting hetzelfde prijspeil hebben, namelijk het prijspeil van eerstkomend jaar. Het kader voor de loon- en prijsontwikkeling wordt in de kaderbrief bepaald.
De begrote salarislasten worden gebaseerd op de vastgestelde formatie per 1 januari 2025 en het maximum van de bijbehorende functieschalen. Hiermee zijn alle kosten van de personele capaciteit structureel volledig gedekt, ongeacht de jaarlijkse optredende groei in salarisperiodiek van het personeel. Het (incidentele) verschil tussen ingeschatte en werkelijke ontwikkeling blijft of wordt opgelost binnen de exploitatie van Holland Rijnland. Achteraf vindt met de deelnemende gemeenten geen verrekening plaats op basis van de werkelijke materiële of loonkosten. Volumemutaties De activiteiten van Holland Rijnland, tenminste een deel ervan, zijn gevoelig voor ontwikkelingen in de bevolkingssamenstelling en -omvang. Denk hiervoor bijvoorbeeld aan het aantal leerlingen, reizigers en/of woningzoekenden. Op basis van de richtlijn A.2 van de werkgroep FKGR kunnen gemeenschappelijke regelingen voor de impact van ontwikkelingen in de inwonersgroei worden gecompenseerd. Noodzaak tot het nemen van maatregelen als gevolg van bevolkingsgroei zal echter niet geleidelijk maar sprongsgewijs (na een aantal jaren) optreden. Voor 2026 zien we deze noodzaak niet en kiezen ervoor geen indexering te laten plaatsvinden voor groei van het inwonertal. Kostenverdeling overhead en overige algemene dekkingsmiddelen Holland Rijnland voert niet voor alle deelnemende gemeenten hetzelfde takenpakket uit.
Concreet, het Regionaal Bureau Leerrecht wordt slechts voor 11 van de 13 deelnemende gemeenten uitgevoerd. Alle andere taken (taken excl. RBL) worden voor alle gemeenten uitgevoerd. Om de (netto)kosten voor RBL en de alle andere taken rechtvaardig over de gemeenten te verdelen is er een beleidslijn over de toerekening van overheadkosten aan de taken. Voor de volledigheid horen hier de overige algemene dekkingsmiddelen (= algemene middelen niet zijnde de gemeentelijke bijdrage zoals rente-inkomsten en onvoorzien) ook bij. De
Pagina 10 van 20
toerekening hiervan aan de verschillende programma’s is onder andere relevant voor de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor iedere individuele gemeente aan de basistaak RBL en de hoogte van de gemeentelijke bijdrage van overige basistaken. Per begrotingsjaar 2024 houdt de overheadtoerekening rekening met de verschillende mate waarin de programma/afdeling Strategie & Beleid en programma/afdeling Regionale Uitvoering (waaronder RBL valt) een beroep doen op de personele en materiële inzet van het deelprogramma Overhead (voorheen Bedrijfsvoering). Met de Kaderbrief 2025 en de begroting 2025 hebben we de overheadkosten toegerekend aan de verschillende afdelingen. Uitgangspunten hierbij zijn dat personele overhead zich voor 80% richt op Strategie en Beleid en 20% op Regionale Uitvoering. Materiële overhead (o.a. werkplek en huisvestingskosten) is voor 40% van toepassing op Strategie en Beleid en 60% op Regionale Uitvoering. Deze uitgangspunten toegepast op de actuele meerjarenbegroting 2026 -2029 (waarin 1e begrotingswijziging 2025 is opgenomen) geeft de volgende verdeling: (bedragen x € 1.000)
Verdeling personele en materiële overhead over inhoudelijke programma's Percentage Netto Overhead Strategie & Regionale begroting 2026 Beleid Uitvoering Personeel Materieel Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal
1.616 1.659 -198 3.077
80% 40% 40%
Overhead per programma Strategie & Regionale Beleid Uitvoering
20% 60% 60%
Procentueel
1.293 664 -79 1.877
323 995 -119 1.200
61%
39%
De verdeling resulterend in een toerekening van 61% van de overheadkosten aan Strategie & Beleid en 39% van de kosten aan Regionale Uitvoering. Om administratieve lasten te verlichten stellen we voor om deze percentages als kader aan te houden in de kostenverdeling overhead tot op het moment dat ontwikkelingen binnen de organisatie aanzetten tot herijking van de percentages. Zo komen we tot een vereenvoudigde en werkbare systematiek van toerekening van de overheadkosten naar de programma’s. 2.3
Financieel
2.3.1 Indexering gemeentelijke bijdrage In paragraaf 2.1.3 hebben we de financiële kaderstelling van de bestuurlijke werkgroep FKGR voor de toegestane indexering 2026 uitgewerkt. Het toegestane percentage waarmee de gemeentelijk bijdrage mag stijging is 2,5%. Dit houdt een toename van de baten uit de bijdragen van gemeenten in van € 192K. Toegestane toename gemeentelijke bijdrage 2025 Gemeentelijke bijdrage
Pagina 11 van 20
7.660
(bedragen x € 1.000)
Gewogen index 2026
Toename
2,5%
192
2.3.2 Loonontwikkeling Voor de omvang van de functieschalen hanteren we het afgegeven salarisadvies 2025 van IDA bijgesteld met een inschatting van de gevolgen van de nog af te sluiten CAO 2026. Het afgegeven salarisadvies 2025 is gebaseerd op de looptijd van de lopende CAO (31 maart 2025), het ingeschat effect voor aanvullende looptijd 2025 van een nieuwe CAO en de afgegeven voorlopige inschatting van het ABP voor de sociale lasten en pensioenpremies 2025. De gevolgen van een nog af te sluiten CAO over 2026 calculeren we volgens de verwachte indexering 2026 beloning werknemers overheid uit de CEP 2024 op 3,4%. Dergelijke inschattingen zo ver voor de start van een begrotingsjaar zijn met de nodige onzekerheid omgeven. Ontwikkelingen die zich richting en in 2026 zich voordoen verwerken we in de 1e begrotingswijziging 2026 (december 2025) en de tussentijdse rapportage 2026 (oktober 2026). Effect loonontwikkeling Geraamd loonsom Index (prijspeil 2025) 2026 5.850 3,4%
(bedragen x € 1.000)
Toename 199
Geraamd loonsom (prijspeil 2026) 6.049
2.3.3 Prijsontwikkeling De materiële kosten van Holland Rijnland betreffen voornamelijk subsidie-overdrachten, uitvoering energieprogramma, uitvoering regiotaxi, bedrijfsvoeringdienstverlening van IDA, facilitaire kosten en inhuur. Deze zijn alle gevoelig voor prijsontwikkeling en worden daarom hiervoor bijgesteld. Als index hanteren we de waardevaste index 2026 van de werkgroep FGKR voor materieel, 2,7%, met uitzondering van de dienstverlening van IDA. De dienstverlening van IDA betreft grotendeels inzet van personeel. Het is realistisch om hiervoor de waardevrije index voor beloning medewerkers te nemen, 2,1%. In totaal geeft de prijsontwikkeling op een omvang van € 8,5 mln aan materiële lasten een effect van € 224K. (bedragen x € 1.000)
Effect prijsontwikkeling lasten Begroot 2026 Materiële lasten (excl. IDA) Dienstverlening IDA Totaal
7.764 851 8.615
Index 2026 2,7% 2,7%
Effect
211 23 234
Hiertegenover staat de prijsontwikkeling van bijdragen van derden (Rijk, provincie, EU), waarmee onze activiteiten ook worden bekostigd. Grotendeels worden deze bijdragen door de uitkerende instantie ook geïndexeerd. Hoewel we geen informatie hebben over de toe te passen indexering van dergelijke instanties is het nemen van eenzelfde indexpercentage als de lasten evenwichtig. Subsidiering vindt immers plaats op basis van gemaakte (materiële) kosten. Hieronder geven we deze bijdragen weer met de impact op de meerjarenbegroting. Voor de volledigheid zijn overige baten als leges woonurgentie en huisvestigingsvergoeding SOZ hieraan toegevoegd.
Pagina 12 van 20
Effect prijsontwikkeling baten/bijdragen Begroot 2026 RIF Rijksbijdragen Energieprogramma Subsidieversnellingstafel Wonen Rijksbijdrage RMC Provinciale subsidie Regiotaxi Provinciale subsidie Mobiliteit Gemeentelijke bijdrage mobiliteit Europese subsidie Leader Leges Woonurgenties Huisvesting derden Totaal
709 2.054 170 1.163 235 754 1.075 124 33 142 6.459
(bedragen x € 1.000)
Index 2026 2,7% 2,7% 2,7% 2,7% 2,7% 2,7% 2,7% 2,7% 2,7% 2,7%
Effect -19 -55 -5 -31 -6 -20 -29 -3 -1 -4 -174
2.3.4 Autonome ontwikkelingen Binnen de beleidsdoeleinden en activiteiten van onze basistaken kunnen zich onbeïnvloedbare, noodzakelijke ontwikkelingen voordoen. Nieuwe of veranderende wettelijke verplichtingen/eisen zijn hiervan een voorbeeld, net zoals ontwikkelingen in inwonersaantal en doelgroepenpopulatie. Vanuit het principe van verantwoord en realistisch begroten kunnen we er niet onderuit om de financiële consequenties van dergelijke ontwikkelingen in de meerjarenbegroting op te nemen. Vanaf 2026 spelen de volgende autonome ontwikkelingen: Structureel effect 1e begrotingswijziging 2025 Zoals aangekondigd in de Tussentijdse Rapportage 2024 hebben we een actualisatieslag over de begroting 2025 gedaan. De in de Tussentijdse Rapportage gemelde ontwikkelingen zoals het energieprogramma, het RIF, treasury, bedrijfsvoering, leerrecht zijn hierin structureel verwerkt en diverse begrotingsposten zijn zero-based herijkt. Dit komt samen in de eerste begrotingswijziging 2025 die tegelijkertijd met deze kaderbrief wordt geagendeerd. Het structureel effect van deze 1e begrotingswijziging heeft een positief saldo van € 80K. Dit effect brengen we als autonome ontwikkeling in deze kaderbrief in. Wet Modernisering Bestuurlijk Elektronisch Verkeer (Wmebv) In januari 2026 gaat naar verwachting de nieuwe Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) in.
Deze wet geeft overheden een zorgplicht voor ondersteuning aan burgers en bedrijven bij alle communicatie met de overheid (digitaal en niet-digitaal). Dit betekent dat het vanaf dan mogelijk moet zijn om op een veilige manier digitaal te corresponderen met overheden. Dit heeft gevolgen voor meerdere bedrijfsprocessen, waaronder het proces woonurgenties binnen Holland Rijnland. In 2025 worden hiervoor de voorbereidingen gedaan. Voor 2026 verwachten we structurele kosten voor een jaarlijkse audit van € 10K. Nieuwe wet van school naar duurzaam werk Begin 2026 zal naar verwachting de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ in werking treden. Met deze wet wordt de opgave voor RBL groter, omdat de doelgroep wordt uitgebreid naar 2327 jarigen. Ook deze jongeren worden door het RBL benaderd om hen te begeleiden in hun ontwikkeling. Om deze doelgroep te kunnen bedienen zal het RBL in formatie groeien. Vooralsnog gaan we ervan uit dat de noodzakelijk groei volledig wordt gefinancierd met de Doorstroompunt-subsidie vanuit het Rijk, die in lijn met de wetswijziging wordt opgehoogd.
Pagina 13 van 20
Deze ontwikkeling nemen we dan ook budgettair neutraal op, met een p.m.-post omdat de hoogte van de bedragen waar het om gaan nog niet bekend zijn. Nieuw VSV-programma 2026-2029 en RMC-bijdrage In 2026 start ook het nieuwe regionale VSV-programma met bijbehorende RMC-subsidie vanuit het Rijk. Ook hiervoor geldt dat het subsidiebedrag nog niet bekend is. In ieder geval gaan we uit van de gebruikelijke indexering, maar de verwachting is dat het RBL, vanwege de grotere opgave en een andere rekensystematiek, meer middelen zal ontvangen. Deze middelen zetten we, conform de rijksregeling, in om de grotere opgave te kunnen bekostigen. Dit maakt dat we deze ontwikkeling ook budgettair neutraal, ook met een p.m.-post opnemen. Het totaal van de autonome ontwikkelingen ziet er dan als volgt uit: Autonome ontwikkelingen Structureel effect 1e begrotingswijziging 2025 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) Actualisatie rijksbijdrage RMC Nieuw VSV-programma juli 2025 - juni 2029 Uitbreiding doelgroep vroegtijdig schoolverlaten Totaal
(bedragen x € 1.000)
2026 e.v. 80 -10 p.m. p.m. p.m. 70
2.3.5 Beleidsintensiveringen In 2026 voert Holland Rijnland geen beleidsintensiveringen door. Allereerst hebben het AB en de deelnemende gemeenten dit jaar (2024) de Regionale Investeringsagenda vastgesteld. Door krachten te bundelen en gezamenlijk op te trekken richting provincie en Rijk worden bovenlokale uitdagingen met de ontwikkeling en uitvoering van de prioritaire projecten de komende jaren aangegaan. Daarnaast heeft Holland Rijnland oog voor de financiële uitdagingen waarmee gemeenten de komend jaren worden geconfronteerd en is intensivering van beleid derhalve niet aan de orde.
2.3.6 Financieel resumé De hiervoor geschetste onderdelen zorgt voor een nieuw financieel meerjarenbeeld. Het totaal van de indexeringen geeft een negatieve bijstelling. De indexering van de gemeentelijke bijdrage weegt niet op tegen verwachte loon- en prijsstijgingen. Hiertegenover staat het positief structureel effect van de autonome ontwikkelingen, veroorzaakt door de 1 e begrotingswijziging 2025. Uiteindelijk geeft dit voor het totaal een klein structureel positief meerjarenbeeld, zoals de tabel op de volgende pagina laat zien.
Pagina 14 van 20
(bedragen x € 1.000, '+' is voordeel, '-' is nadeel)
Begrotingsaldo prim. begroting 2026
2026 0
2027 0
2028 0
2029 0
2.3.1 t/m 2.3.3 Indexering: Indexering gemeentelijke bijdrage Loonontwikkeling Prijsontwikkeling lasten
192 -199 -234
192 -199 -234
192 -199 -234
192 -199 -234
Prijsontwikkeling overige baten Subtotaal
174 -67
174 -67
174 -67
174 -67
2.3.4 Autonome ontwikkelingen: Structureel effect 1e begrotingswijziging 2025 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) Van school naar duurzaam werk: uitbreiding doelgroep VSV
80 -10 p.m.
80 -10 p.m.
80 -10 p.m.
80 -10 p.m.
Nieuw VSV-programma juli 2025 - juni 2029 Subtotaal
p.m. 70
p.m. 70
p.m. 70
p.m. 70
2.3.5 Beleidsintensiveringen:
0
0
0
0
Geactualiseerd begrotingssaldo (tussentijds)
3
3
3
3
2.4
Advies Werkgroep Financiële kaderstelling GR-en Holland Midden
Naast een financieel kader voor de indexering van de gemeentelijke bijdrage heeft de Werkgroep FKGR in haar advies een taakstelling van 6% op de gemeentelijke bijdrage opgenomen. Met een gemeentelijke bijdrage van € 7.660K zorgt dit voor een verlaging van de gemeentelijke bijdrage aan Holland Rijnland van € 460K. De manier hoe Holland Rijnland met deze taakstelling moet gaan en invullen is op meerdere momenten in het jaar onderwerp van gesprek geweest: • Bij de begroting 2025 hebben we, via een separate notitie aangegeven dat een bezuiniging enkel mogelijk is als dit gepaard gaat met het uitvoeren van minder taken. Vervolgens hebben we in april jl. aan de hand van takenverkenning de activiteiten van Holland Rijnland inzichtelijk gemaakt en welke structurele bezuinigingen met het schrappen van de taken (de zogenaamde “menukaart”) te realiseren zijn. • In de regiodag van 15 mei jl. is deze takenverkenning plenair besproken en konden de portefeuillehouders van de gemeenten richting geven aan het invullen van de verwachte taakstelling. Tot een duidelijke richting heeft dit niet geleid. • Op de regiodag van 13 november zijn plenair vier verschillende maatregelpakketten aan de portefeuillehouders van de gemeenten neergelegd waarmee de taakstelling kon worden gevuld.
De uitkomst van deze bespreking heeft geleid tot een keuze van maatregelenpakket waarin we a) stoppen met de cofinanciering van regionale innovatieve projecten, b) een beperkte versobering van de uitvoering van Regionaal Bureau Leerrecht en c) een beperkte, nog in te vullen, versobering van activiteiten uit de menukaart. Daarmee komt de concrete invulling van de taakstelling uit op:
Pagina 15 van 20
Invulling taakstelling Beëindiging cofinanciering Versobering RBL Geactualiseerd begrotingssaldo kaderbrief 2026 Nog in te vullen uit menukaart takenverkenning Totaal
(bedragen x € 1.000, '+' is voordeel, '-' is nadeel)
2026 300 79 3 78 460
2027 300 79 3 78 460
2028 300 79 3 78 460
2029 300 79 3 78 460
Toelichting: Beëindiging cofinanciering: Vanuit de beheersverordening Cofinanciering kan Holland Rijnland aan initiatieven die bijdragen aan het realiseren van ambities uit de inhoudelijke, regionale agenda cofinanciering toekennen. Dergelijke cofinanciering leidt tot extra investeringen door andere partijen waardoor er sprake is van een multipliereffect. Structureel is hiervoor in de begroting een bedrag van € 300K opgenomen. Met de Regionale Investeringsagenda beschikt Holland Rijnland inmiddels over een goed alternatief om te dienen als multiplier op regionale (economische) projecten. We zien het beëindigen van het cofinancieringsfonds daarmee als een maatregel met beperkte maatschappelijke impact. Versobering taken Regionaal Bureau Leerrecht: Een significant onderdeel van het takenpakket van Holland Rijnland is het toezicht en handhaving van de leerplicht, kwalificatieplicht en tegengaan van vroegtijdig schoolverlaten. Gelet op de omvang kunnen we er moeilijk aan voorbijgaan een beperkte versobering door te voeren op deze taken. Het gaat om een verantwoorde, beperkte capaciteitsreductie bij het Regionaal Bureau Leerrecht. Deze verlaagde uitvoeringskracht leidt mogelijk tot (beperkt) langere wachttijden en minder mogelijkheden tot huisbezoeken.
De feitelijk impact hangt van vele factoren af zoals de ontwikkeling van de vraag, complexiteit van de casussen en succes van getroffen maatregelen. Deze capaciteitsreductie kunnen we doorvoeren door een openstaande formatieplaats niet in te vullen. Dat maakt dat deze versobering geen personele consequenties heeft en geen frictiekosten met zich mee brengt. Geactualiseerd begrotingssaldo kaderbrief 2026 De uitwerking van de begrotingsuitgangspunten samen met de geschetste ontwikkelingen in deze kaderbrief geeft een klein structureel positief saldo van het financieel meerjarenbeeld. Dit positief saldo van € 3K gebruiken we als bijdrage voor de invulling van de taakstelling. Nog in te vullen taakstelling menukaart Holland Rijnland Na bovenstaande maatregelen resteert er een taakstelling, € 78K. Op de regiodag van 13 november jl. is overeengekomen dat dit wordt ingevuld door bepaalde activiteiten uit de menukaart niet of verminderd uit te voeren. Het gaat om activiteiten binnen het programma Strategie & Beleid. Richtinggevende bepalingen over versoberingen in de menukaart zijn niet uitgesproken. In plaats daarvan is ons gevraagd een nadere afweging te maken. We zullen dit op een verantwoorde wijze doen met zo min mogelijke maatschappelijke impact. In het eerstvolgende P&C-product zullen we u hierover informeren.
Pagina 16 van 20
3. Gemeentelijke bijdragen 2026 Algemeen De bijdrage van gemeenten is opgebouwd uit een aantal componenten. Deze zijn in het vorige hoofdstuk verwoord en worden hier tezamen gebracht. De eerste component is de regulier bijdrage van 2025. Vervolgens passen we de toegestane indexering vanuit de werkgroep FKGR toe (de 2e component). Tot slot zullen de eventuele besparingsmaatregelen voortkomend uit de bezuinigingstaakstelling van de FKGR een verlagend effect geven (de 4e component). In de veronderstelling dat we de taakstelling volledig invullen komt uiteindelijk de totale gemeentelijke bijdrage 2026 uit op € 7,3 mln. In tabelvorm zien de effecten er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Vastgestelde omvang gemeentelijke bijdragen 2025
7.660
Indexering loon/prijsontwikkeling 2026 (2,5%)
192
Indexering volumemutaties 2026
0
Effect bezuinigingstaakstelling FKGR
-460
Omvang gemeentelijke bijdrage 2026
7.392
Onderverdeling in bijdrage taken Regionaal Bureau Leerrecht en overige taken Holland Rijnland We voeren de taken voor het Regionaal Bureau Leerrecht niet voor alle gemeentelijke deelnemers uit. Gemeenten Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop hebben deze taak niet bij ons ondergebracht. Voor een rechtvaardige verdeling van onze netto lasten aan de gemeentelijke deelnemers maken we onderscheid in de netto lasten voor Regionaal Bureau Leerrecht en de netto lasten voor de andere taken. Aanvullend delen we aan deze twee verschillende ‘taakpakketten’ het saldo van overhead en overige algemene dekkingsmiddelen toe. Dit wordt hieronder toegelicht. Kostentoerekening Overhead Per begrotingsjaar 2024 hanteert Holland Rijnland een nieuwe methode van overheadtoerekening. Met deze methode houden we rekening met de verschillende mate waarin de afdelingen Regionale Uitvoering en Strategie & Beleid een beroep doen op de (personele) inzet van het programma Algemene Dekkingsmiddelen en Overhead (voorheen Bedrijfsvoering). Zoals in de begrotingsuitgangspunten in hoofdstuk 2 geformuleerd, ziet dit er als volgt uit:
Verdeling personele en materiële overhead over inhoudelijke programma's Percentage Netto Overhead Strategie & Regionale begroting 2026 Beleid Uitvoering Personeel Materieel Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal
Pagina 17 van 20
1.616 1.659 -198 3.077
80% 40% 40%
20% 60% 60%
(bedragen x € 1.000)
Overhead per programma Strategie & Regionale Beleid Uitvoering 1.293 664 -79 1.877
323 995 -119 1.200
De overhead en overige algemene dekkingsmiddelen rekenen we vervolgens evenredig naar de subprogramma’s toe op basis van het aandeel lasten van ieder subprogramma in de totale lasten. Onderstaande tabel laat dit zien. Overheadtoedeling naar subprogramma's (o.b.v. lasten) Lasten (prim begroting 2026)
(bedragen x € 1.000)
Aandeel lasten Toe te op subdelen programmaoverhead nivo
Toedeling overhead
Programma Strategie & Beleid
6.366
100%
1.877
1.877
Programma Regionale Uitvoering RBL Woonurgenties
2.935 405
79% 11%
1.200 1.200
946 131
Regiotaxi Totaal programma RU
382 3.722
10%
1.200
123 1.200
Overhead en overige alg dekkingsmiddelen
3.077
-3.077
Totale lasten
13.165
0
De samentelling van de nettolasten en de toegedeelde overhead per subprogramma brengt het totale saldo per subprogramma in beeld. Hieruit valt de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor de taken Regionaal Bureau Leerrecht en de overige taken af te leiden. Een aparte tabel maakt zichtbaar dat er voor de taken van RBL een deelnemersbijdrage nodig is van € 2.543K en voor de overige taken een bedrag van € 4.849K. Begrotingssaldo incl. overhead van subprogramma's Begrotingssaldo (incl. effect Kaderbrief 2026) Programma Strategie & Beleid
(bedragen x € 1.000)
Toedeling overhead
Toedeling mutaties reserves
230
1.877
Programma Regionale Uitvoering: RBL Woonurgenties Regiotaxi Totaal programma Ruimtelijke Uitvoering
1.597 372 79 2.048
946 131 123 1.200
Overhead Onvoorzien Treasury Lastenmutaties kaderbrief 2026 Totaal overige
3.275 90 -100 -188 3.077
-3.077
Mutaties reserves Totale netto lasten
2.037 7.392
0
Totale gemeentelijke bijdragen
-7.392
-7.392
0
0
Begrotingssaldo 2026 na kaderbrief
Pagina 18 van 20
2.037
Saldo Programma's incl. overhead 4.144
2.543 503 202 3.248
-2.037 0
7.392
Hieruit volgt de omvang van de gemeentelijke bijdrage voor de taken excl. RBL en voor de taken RBL te bepalen. Gemeentelijke bijdrage
bedragen x € 1.000)
Strategie & Beleid Woonurgenties
Gemeentelijke bijdrage 2026 4.144 503
Regiotaxi Taken excl. RBL
202 4.849
Taken RBL
2.543
Totaal
7.392
Gemeentelijke bijdragen De verschillende componenten en het onderscheid in taken tussen de gemeenten leiden tot de volgende bijdrage per gemeente. Hierin hebben we een onderscheid aangebracht in de bijdrage aan de algemene taken (S&B, Woonurgenties en Regiotaxi) en het Regionaal Bureau Leerrecht. Onderstaande tabel laat de bijdrage per gemeente zien. (bedragen x € 1.000)
Aantal inwoners CBS 1-1-2024 Alphen a/d Rijn Hillegom Kaag & Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Totaal
114.966 22.822 29.168 66.966 130.108 27.736 23.447 29.501 45.734 25.948 38.470 25.625 9.732 590.223
Pagina 19 van 20
Aantal leerlingen 5-17 jr 1-1-2024 3.010 3.828 10.634 13.761 3.876 3.149 5.987 4.289 5.402 4.017 1.259 59.212
Bijdrage Begroting 2025 € € € € € € € € € € € € € €
Bijdrage 2026 Bijdrage 2026 Totale Verschil t.b.v. taken t.b.v. taken bijdrage 2026 bijdrage 2026 excl. RBL RBL t.o.v. 2025
980 € 325 € 415 € 1.048 € 1.710 € 412 € 342 € 253 € 651 € 409 € 575 € 402 € 138 € 7.660 €
944 € 187 € 240 € 550 € 1.069 € 228 € 193 € 242 € 376 € 213 € 316 € 211 € 80 € 4.849 €
€ 129 € 164 € 457 € 591 € 166 € 135 € € 257 € 184 € 232 € 173 € 54 € 2.543 €
944 - € 317 - € 404 - € 1.007 - € 1.660 - € 394 - € 328 - € 242 - € 633 - € 397 - € 548 - € 383 - € 134 - € 7.392 - €
36 8 11 42 50 17 14 11 19 12 27 19 4 268
4. Besluit Het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland; besluit: De Kaderbrief 2026 vast te stellen Aldus besloten in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland, gehouden op 18 december 2024 in Alphen aan den Rijn.
L.P. Vokurka Secretaris
Pagina 20 van 20
P.J. Heijkoop Voorzitter