4. Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122 Hillegom.pdf
Tekst van het document
Met het oog op deze afstanden en het feit dat de bestaande woonpercelen aan de Leidsestraat 116 t/m 120a op kleinere of gelijke afstand van de kassen gelegen zijn, wordt gesteld dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan met het oog op geluid. Voor wat betreft stof, geur en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt het volgende aangedragen. De kassen beschikken over dakdelen die geopend kunnen worden. Deze te openen delen zijn op 3 meter van de rand van de kas gelegen en daarmee op 8,2 meter van de kopgevel van het appartementengebouw. De dakdelen dienen om het klimaat in de kas te reguleren en om te voorkomen dat het te warm in de kas wordt. Het grootste deel van de tijd zijn de dakdelen en daarmee de hele kas gesloten, waardoor geen hinder voor de omgeving kan optreden. Gezien het gebruik van de kas voor het opkweken van bollen/planten kan gesteld worden dat deze activiteit niet in bijzondere mate geur of stof voortbrengt. Ten aanzien van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen geldt dat deze alleen toegepast worden als de kassen gesloten zijn. Daarbij kent de Nederlandse toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen een aparte beoordeling van de risico’s voor omwonenden van kassen. Pas als de modelmatig berekende blootstelling voor alle groepen onder de gezondheidkundige grenswaarden blijft, kan het middel worden toegelaten.
Dat betekent dat er bij toepassing van de middelen geen gevaar is voor de gezondheid van omwonenden of omstanders. Aanvullend geldt dat de dominante windrichting in Hillegom zuidwest is; mocht het dak van de kassen geopend worden dan verwaaien eventuele stoffen, gezien de situering, niet in de richting van de beoogde woningen. Aanvullend op bovenstaande motivering is ook door onderzoeksbureau Kragten een onderzoek naar industrielawaai (d.d. 28 juni 2022) uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het beoordelen van de ruimtelijke inpasbaarheid van het plan rekening houdend met de milieurechten van deze nabijgelegen inrichting. Hiertoe is aansluiting gezocht bij de publicatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009. Daarnaast is onderzocht of de inrichting niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering. Uit het onderzoek, waarbij rekening is gehouden met een representatieve bedrijfssituatie (de representatieve bedrijfssituatie is gebaseerd op informatie verstrekt door de inrichtingshouder, online beschikbare informatie (website en luchtfoto’s) en op vergelijkbare inrichtingen), blijkt het volgende:
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 49
Activiteitenbesluit milieubeheer Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) ter plaatse van de planlocatie bedraagt ten hoogste 39 dB(A) in de dag-, 40 dB(A) in de avond- en 38 dB(A) in de nachtperiode. In de dagen avondperiode wordt voldaan aan de standaard normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In de nachtperiode wordt enkel ter plaatse van de westgevel op de derde verdieping de standaard normstelling van 35 dB(A) uit het Activiteitenbesluit milieubeheer niet gerespecteerd. Het bevoegd gezag kan middels maatwerkvoorschriften een hogere waarde vaststellen of deze gevel dient op de derde verdieping als ‘dove’ gevel te worden uitgevoerd. Het bouwplan gaat uit van een dove westgevel op de derde verdieping. Bij beoordeling aan het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn maximale geluidniveaus vanwege laad- en losactiviteiten in de dagperiode (06:00-19:00 uur) niet van toepassing. Het maximale geluidniveau (LAmax) (exclusief laden/lossen) ter plaatse van de woningen binnen het plan bedraagt ten hoogste 61 dB(A) in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode treden er geen piekgeluiden op. Hiermee wordt voldaan aan de standaard normstelling uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Goede ruimtelijke ordening Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) ter plaatse van de planlocatie bedraagt ten hoogste 46 dB(A) in de dag-, 48 dB(A) in de avond- en 38 dB(A) in de nachtperiode (53 dB(A) etmaalwaarde). Dit geldt ter plaatse van de westgevel (deels dove gevel). Ter plaatse van de andere gevels bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten hoogste 42 dB(A) in de dag-, 45 dB(A) in de avond- en 35 dB(A) in de nachtperiode. Hiermee wordt de richtwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gerespecteerd. Het maximale geluidniveaus (LAmax) ter plaatse van de planlocatie bedraagt ten hoogste 61 dB(A) in de dag- en avondperiode. In de nachtperiode treden er geen piekgeluiden op. Hiermee wordt de richtwaarde van 70 dB(A) en 65 dB(A) voor respectievelijk de dag en avondperiode uit stap 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ gerespecteerd. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het bedrijf niet in de mogelijkheden belemmerd wordt en dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen (inclusief de buitenruimten, aangezien aan de zijde van de buitenruimten geen grenswaarden overschreden worden) kan bestaan.
Met het initiatief wordt voorts een hinderfunctie richting de omgeving weggenomen (de bedrijfsfunctie verdwijnt); er wordt geen nieuwe hinderbron geïntroduceerd. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 4.9
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. .
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 50
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht.
Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het voorliggend besluit onder de vierde optie valt. Het besluit kan niet geschaard worden onder een activiteit uit kolom 1. Zo is er geen sprake van een activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze conclusie wordt bekrachtigd door het volgende.
Uit recente uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de uitspraak ECLI:NL:RVS: 201901464/1/R1 wordt geoordeeld dat een ontwikkeling die uitgaat van de sloop van een schoolgebouw, het invullen van dat gebied met 12 eengezinswoningen, waarbij het bebouwd oppervlak toeneemt en er sprake is van een functiewijziging, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject gekwalificeerd kan worden.
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 51
Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat gaat uit van de transformatie van een voormalige bedrijfsperceel naar een kleinschalige woongebied met 15 appartementen, waarbij de bestaande bollenschuur met behoud van karakteristieke waarden herbouwd wordt en er achter de bollenschuur nieuwbouw gerealiseerd wordt. Gesteld kan worden dat het initiatief naar aard en omvang relatief kleinschalig is. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. Aanvullend kan op basis van de in dit hoofdstuk behandelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies gesteld worden dat de effecten van de voorgenomen ontwikkeling lokaal en zeer beperkt optreden. Wezenlijke cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen zijn niet te verwachten. Conclusie Het Besluit m.e.r. is niet van toepassing, een (vormvrije) m.e.r. -beoordeling is niet aan de orde. Het Besluit m.e.r. vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan.” 4.10
Kabels en leidingen
Er bevinden zich geen planologisch relevante kabels of leidingen binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect kabels en leidingen uitvoerbaar. 4.11
Verkeer en parkeren
Een ruimtelijk initiatief kan tot wijzigingen in verkeerstromen en de parkeervraag leiden. Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Beschouwing Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat gaat uit van de transformatie van een voormalige bedrijfsperceel naar een kleinschalige woongebied met 15 appartementen. Parkeren Om de parkeervraag te bepalen is de benodigde parkeercapaciteit van de nieuwe functie berekend. Daarbij zijn de parkeernormen uit het gemeentelijke beleid (Parkeerbeleid Hillegom Nota parkeernormen d.d. 15 april 2016) aangehouden. Uit het beleid blijkt dat voor de projectlocatie de normen voor het buitengebied aangehouden dienen te worden. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de parkeerbalans.
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 52
Uit de balans blijkt dat er in de nieuwe situatie 25,8, afgerond 26 parkeerplaatsen nodig zijn. Met het projectplan wordt rekening gehouden met de aanleg van 27 parkeerplaatsen Verkeersbewegingen In de bestaande situatie ligt er een bouwvlak met een oppervlak van 800 m2 op het perceel. Dit bouwvlak mag in theorie tot 12 meter hoogte worden bebouwd. Dit kunnen dus 4 bouwlagen worden. Een pand met een totaal bruto vloeroppervlak van 3200 m2 is dus denkbaar conform de vigerende planologische mogelijkheden. In het vigerende bestemmingsplan zijn functies zoals een bedrijf, kantoor, supermarkt en iedere andere vorm van detailhandel toegestaan. Deze functies kunnen gezien de bebouwingsmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan een veelvoud aan verkeer genereren ten opzichte van de toekomstige situatie met appartementen. Zo geldt er voor bijvoorbeeld een arbeidsintensief- bezoekersextensief bedrijf een verkeersgeneratie van 10 per 100 m2 bvo. Dit zou een verkeersgeneratie van 32 x 10= 320 verkeersverplaatsingen pet etmaal betekenen. Voor de toekomstige appartementen geldt dat dit 86 verkeersverplaatsingen genereert. Voor een bedrijfsfunctie ligt de piek net als voor woningen eveneens in de ochtend- en avondspits. Geconcludeerd moet dus worden dat zowel de totale verkeersgeneratie als de piekbelasting in de bestaande planologische situatie hoger ligt dan in de toekomstige situatie.
In de nieuwe situatie wordt uitgegaan van 9 woningen in de klasse koop, etage, midden. Daarbij wordt, gelijk aan de uitgangspunten die Hillegom voor de parkeernormen hanteert, uitgegaan van matig stedelijk en buitengebied. Volgens de verkeersgeneratiecijfers van de CROW geldt voor dergelijke woningen een bandbreedte van 5,2-6. Voor de verkeersgeneratie wordt het midden van de bandbreedte aangehouden, dit sluit eveneens aan bij de keuze die door de gemeente bij de parkeerkencijfers is gemaakt. Dit resulteert voor deze woningen in een verkeersgeneratie van 5,6 per woning. Voor de zes appartementen in de voormalige bollenschuur wordt als uitgangspunt de klasse koop, etage, midden aangehouden. Dergelijke woningen kennen een verkeersgeneratiegetal van 6 (midden bandbreedte van 5,6-6,4). In totaal leidt het project daarmee tot een verkeersgeneratie van (50,4 + 36): 86,4 verkeersbewegingen.
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 53
Geconcludeerd kan worden dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van het project niet toeneemt in vergelijking met de bestaande situatie (het laatste gebruik van de kavel). Ook voor wat betreft de piekbelasting (spitstoeslag van 11% in verband met de gebruikerskarakteristiek van woningen) kan gesteld worden dat reeds functies toegestaan zijn die meer verkeer genereren en eveneens een piekbelasting tijdens de spitsuren kennen, zoals kantoren. De wegen in de omgeving van het projectgebied hebben voldoende capaciteit om het aantal verkeersbewegingen te verwerken. Er zijn geen problemen bekend met de verkeersafwikkeling in de omgeving van het projectgebied. Conclusie Het initiatief is in relatie tot de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 54
HOOFDSTUK 5: 5.1.
UITVOERBAARHEID
Financiële uitvoerbaarheid
In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van een afwijkingsbesluit te worden aangetoond. Op grond van het bepaalde in artikel 6.12, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorzien. De gemeenteraad, dan wel, indien deze bevoegdheid gedelegeerd is, het college van burgemeester en wethouders, kan besluiten om geen exploitatieplan vast te stellen als het verhaal van kosten anderszins verzekerd is. De beoogde ontwikkeling betreft een particulier initiatief. De kosten van het initiatief zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig plan geen financiële consequenties verbonden. De gemeente Hillegom heeft met initiatiefnemer een planschadeovereenkomst gesloten. De kosten voor de uitvoering van het project zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan is hiermee economisch uitvoerbaar. Het opstellen van een exploitatieplan is niet nodig. 5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Ten behoeve van de vergunningverlening wordt het verplichte traject inzake het in kennis stellen van de omgeving en inzake de publicatieplicht gevolgd. Op 22 mei 2021 heeft een informatiebijeenkomst voor omwonenden/eigenaren uit de omgeving plaatsgevonden. Een verslag van dit overleg wordt bij de aanvraag gevoegd. De ontwerpvergunning heeft met bijbehorende documenten voor een periode van zes weken (fysiek) ter inzage gelegen. In deze periode is een ieder in de gelegenheid geweest om zienswijze kenbaar te maken bij het college van B&W tegen de verleende omgevingsvergunning en tegen het genomen hogere waarde besluit. Een aantal omwonenden (6 huishoudens) heeft een zienswijze ingediend tegen de ontwerpvergunning en in ontwerp afgegeven verklaring van geen bedenkingen. Er zijn geen zienswijzen tegen het genomen hogere waarde besluit ingediend. De zienswijzen zijn behandeld in de nota van beantwoording, welke bij de stukken is gevoegd.
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 55
HOOFDSTUK 6:
MOTIVERING
Het initiatief dat in deze ruimtelijke onderbouwing centraal staat gaat uit van de transformatie van een voormalige bedrijfsperceel naar een kleinschalige woongebied met 15 appartementen. Met het initiatief wordt de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het projectgebied verbeterd. Zo wordt de bestaande bollenschuur met behoud van karakteristieke waarden herbouwd (de voorgevel en de noordgevel blijven behouden), waarbij latere aanbouwen verwijderd worden en het gebouw gerenoveerd en verduurzaamd wordt. Achter de bollenschuur, in de luwte van dit gebouw, wordt een nieuw bouwvolume opgericht dat qua vormgeving, stijl en situering op de omgeving afgestemd is. Het terrein krijgt in de nieuwe situatie een eenduidige en heldere stedenbouwkundige indeling en wordt goed landschappelijk ingepast; de bestaande rommelige situatie met buitenopslag komt daarmee ten einde. In de voorgaande hoofdstukken is het relevante beleid in relatie tot het initiatief beschreven. Het initiatief past binnen de kaders van de beleidsuitgangspunten van het vigerende Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Ook is het project uitvoerbaar in relatie tot geldende milieu- en omgevingsaspecten. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwing Leidsestraat 122, te Hillegom
Pagina 56