CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Op te heffen Regeling gemeentelijk toezichtsorgaan OBODB.pdf

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 13: Wijziging statuten Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek (OBODB)5.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Postbus 98 2215 ZH V o o r h o u t Leidsevaart 2 Voorhout 0252 - 4 3 4 0 0 0 0 2 5 2 - 4 3 4 010 info(a)obodb.ni www.obodb.nl 34.69.32,157 Rabobank V o o r h o u t KvK 28082157

stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek

De Raad van Toezicht voor het openbaar Basisonderwijs in de Duin- en Bollenstreek t.a.v. de heer H. Lelieveld, ambtelijk secretaris, Postbus 149 2215 ZJ VOORHOUT

id.-ksJLb£i^klGemeente Teylingen Afd.: ^ 0

nr.:

Reg,

datum:

7 l JAN Wn

OngescanHe^i j iagen Ol, r\'/afiq$tbev^sti§ing Onderwerp

Ti-e^ 0.-e.€,

: bestuursstructuur Stichting OBODB

Uw brief van : Datum

: 19 januari 2010

Ons kenmerk : 10-121CF/AdG

Geachte heer Lelieveld,

Bij brief van 20 november 2009, kenmerk 09-1656CF/AdG verzocht ik uw raad om een aantal besluiten te nemen in het licht van de voorgenomen wijziging van de bestuursstructuur van de Stichting OBODB. Naar aanleiding hiervan vond op 13 januari 2010 nader overleg plaats met ambtenaren van de verschillende betrokken gemeenten. Dit overleg heeft geleid tot bijstelling van de betreffende concept documenten. Bijgaand treft u aan het concept van de gewijzigde Regeling voor Bestuur en Toezicht voor Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek (concept 4, 18-01-2010). Tevens treft u aan de concept Regeling Gemeenschappelijk Orgaan 'Gemeentelijk toezichtsorgaan Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek, (concept 4, 18-01-2010). Zoals reeds in mijn bovengenoemde brief aangegeven verzoek ik u hierbij om: 1. Kennis te nemen van de concept Regeling voor Bestuur en Toezicht voor Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek; 2. De concept Regeling Gemeenschappelijkm Orgaan 'Gemeentelijk Toezichtsorgaan Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek' in uw raad van toezicht af te stemmen en deze regeling na deze afstemming ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraden van Teylingen, Noordwijk, Noordwijkerhout, Katwijk, Lisse en Hillegom.

stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek

De onder 2. bedoelde afstemming en vaststelling zal dan geschieden met het voorbehoud van aanvaarding van wijziging van de Wet op het Primair Onderwijs zoals deze momenteel aanhangig is bij het parlement. De verwachting is dat deze wetswijziging nog voor de zomervakantie van 2010 wordt gerealiseerd.

Met vr/Sndelijke groet

C. Fikenscher Algemeen directeur

Bijlage: Concept Regeling voor bestuur en Toezicht voor Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek (concept 4, 18-1-2010) Concept Regeling Gemeenschappelijk Orgaan 'Gemeentelijk Toezichtsorgaan Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek (concept 4, 18-01-2010).

REGELING GEMEENSCHAPPELIJK ORGAAN 'GEMEENTELIJK TOEZICHTSORGAAN OPENBAAR BASISONDERWIJS DUIN- & BOLLENSTREEK' (Tekst die Is gewijzigd ten opzichte van de laatstelijk op 16 Januari 2 0 0 3 vastgestelde regeling Is gemarkeerd.) De raden van de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Noordwijkerhout en Teylingen, ieder voor zover zij voor de eigen gemeente bevoegd zijn; overwegende: dat toezicht gewenst is van de uitoefening van de bevoegdheden van de gemeenteraad als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs en als bedoeld in de statuten inzake de "Stichting openbaar basisonderwijs Duin- & Bollenstreek" zoals geldend per 1 april 2010; gelet op artikel 8, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; besluiten: de gemeenschappelijke regeling "Regeling gemeentelijk toezichtsorgaan openbaar basisonderwijs Duin- & Bollenstreek" aan te gaan. Artikell Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. de regeling: deze gemeenschappelijke regeling; b. het gemeenschappelijk orgaan: het gemeenschappelijk orgaan in artikel 2 van de regeling; c. het bestuur: het bestuur van het gemeenschappelijk orgaan; d. de raden: de gemeenteraden die aan deze regeling deelnemen; e. de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten die aan deze regeling deelnemen; f.

Gedeputeerde Staten: het College van Gedeputeerde Staten van de provincie ZuidHolland; g. de wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; h. de Stichting: de Stichting openbaar basisonderwijs Duin- & Bollenstreek; i. college van bestuur: het college van bestuur (c.q. de bestuurder) van de Stichting; j. raad van toezicht: de raad van toezicht van de Stichting; k. de scholen: de openbare scholen die de Stichting instandhoudt. Artikel 2 Gemeenschappelijk orgaan 1. Voor de uitvoering van deze regeling is een gemeenschappelijk orgaan ingesteld, genaamd "gemeentelijk toezichtsorgaan openbaar basisonderwijs Duin- & Bollenstreek". 2. Het gemeenschappelijk orgaan is gevestigd te Teylingen.

Concept 4, 18-01-2010

Artikel 3 Doelstelling en bevoegdheden 1. Het gemeenschappelijk orgaan coördineert en oefent bevoegdheden van de raden uit als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het primair onderwijs, alsmede in de statuten van de Stichting gelet op het belang te voldoen aan de grondwettelijke plicht zorg te dragen voor voldoende openbaar onderwijs in een genoegzaam aantal scholen. 2. In het kader van het eerste lid zijn de door het gemeenschappelijk orgaan uit te oefenen bevoegdheden als volgt: • benoeming en ontslag van leden van de raad van toezicht van de Stichting; • inwinnen van inlichtingen en het voeren van besprekingen met het college van bestuur van de Stichting over de algemene gang van zaken binnen de Stichting; • besluiten tot opheffing van een openbare school (op voordracht van de Stichting); • goedkeuring van de begroting en jaarrekening van de Stichting; • goedkeuring van een statutenwijziging van de Stichting; • het weer zelf voorzien in het bevoegd gezag van een openbare school; • ontbinding van de stichting.

Artikel 4 Bestuur 1. Het bestuur bestaat uit 6 leden. 2. De raden wijzen elk een lid uit hun colleges van burgemeester en wethouders aan. 3. De leden van het bestuur worden voor een periode van vier jaar aangewezen met dien verstande dat de zittingsperiode gelijk is aan de zittingsperiode van de raden. 4. Het lid dat ophoudt lid te zijn van één van de colleges, houdt tevens op lid van het bestuur te zijn. 5. Een lid van het bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. De voorzitter en de raad die hem hebben aangewezen, worden hiervan op de hoogte gesteld. 6. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Artikel 5 Taak en bevoegdheden bestuur Het bestuur oefent de bevoegdheden als bedoeld in artikel 3 van de regeling uit, voor zover daar in deze regeling niet van wordt afgeweken. Artikel 6 Ernstige taakverwaarlozing of functioneren in strijd met wet 1. Het bestuur stelt in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering, waarin alle raden vertegenwoordigd zijn, vast dat de Stichting zijn taak ernstig verwaarloost of in strijd met de wet functioneert als bedoeld in artikel 48, elfde lid van de Wet op het primair onderwijs. Voor dit besluit is een tweederde meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen nodig. 2.

Indien het bestuur heeft vastgesteld dat sprake is van een van de omstandigheden als bedoeld in artikel 48, elfde lid van de Wet op het primair onderwijs kan het bestuur besluiten tot ontbinding van de Stichting. Dit besluit vergt twee derde van de geldig uitgebrachte stemmen. Concept 4. 18-01-2010

Artikel 7 Taakverdeling en tekenbevoegdheid 1. Het bestuur kiest uit zijn midden voor een periode van vier jaar een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een secretaris. 2. De voorzitter en de secretaris tekenen alle stukken die van het bestuur uitgaan. 3. De voorzitter en de secretaris zijn belast met de voorbereiding en de uitvoering van de besluiten van het bestuur, alsmede met het financieel beheer van het gemeenschappelijk orgaan. Artikel 8 Vergaderfrequentie 1. Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste één keer en voorts zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht. 2. Het bestuur vergadert bovendien indien ten minste twee leden hiertoe schriftelijk en met opgaaf van redenen aan de voorzitter hun wens daartoe kenbaar maken. De vergadering vindt vervolgens plaats binnen twee weken nadat de voorzitter het verzoek heeft ontvangen. Artikel 9 Oproeping 1. De voorzitter bepaalt dag, uur en plaats van de vergadering. 2. De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op. 3. De oproepingsbriefjes worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste 48 uur voor het houden van de vergadering aan de leden toegezonden. Zij vermelden de zaken waarvoor de vergadering is belegd. Behoudens het bepaalde in het derde lid van artikel 10 kan het bestuur besluiten om ook over andere onderwerpen te beraadslagen en te besluiten. 4.

De op de agenda betrekking hebbende stukken worden samen met de oproepingen verzonden aan de leden. Artikel 10 Quorum 1. De vergadering vindt geen doorgang indien niet ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is. 2. In geval een vergadering op grond van het bepaalde in het vorige lid geen doorgang kan vinden, belegt de voorzitter binnen 14 dagen een nieuwe vergadering. 3. Indien wegens onvoltalligheid op grond van het bepaalde in het tweede lid een nieuwe vergadering is belegd, beraadslagen en besluiten de aanwezigen over de onderwerpen die voor de eerste vergadering aan de orde waren gesteld, ongeacht het aantal leden dat aanwezig is. Artikel 11 Besluitvorming 1. Tenzij deze regeling anders bepaalt, worden besluiten bij volstrekte meerderheid van stemmen genomen. Een blanco uitgebrachte stem geldt als een niet uitgebrachte stem. 2. Over personen wordt schriftelijk gestemd, over zaken mondeling. 3. Indien de stemmen staken bij een stemming, niet een benoeming betreffende, wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien bij herstemming de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Concept 4, 18-01-2010 3

Wordt bij stemming over personen, een benoeming betreffende, de vereiste meerderheid niet verkregen, dan vindt herstemming plaats over de personen die de meeste stemmen op zich verenigd hebben. Indien bij deze stemming de stemmen opnieuw staken, dan beslist terstond het lot. Artikel 12 Openbaarheid van vergaderingen 1. De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. 2. De deuren worden gesloten wanneer ten minste twee aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter dit nodig acht. Het bestuur besluit vervolgens op grond van de aard van de aan de orde zijnde aangelegenheid of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 3. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de rekening van het gemeenschappelijk orgaan. Artikel 13 Geheimhouding van stukken 1. Het bestuur kan op grond van een belang genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het bestuur worden voorgelegd, geheimhouding opleggen. De geheimhouding wordt door hen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het bestuur haar opheft. 2.

De verplichting tot geheimhouding als bedoeld in het vorige lid vervalt indien de oplegging niet door het bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, waarin blijkens de presentielijst meer dan de helft van de leden aanwezig is, wordt bekrachtigd. Artikel 14 Informatie en v e r a n t w o o r d i n g bestuur 1. Het bestuur geeft de raden alle informatie die een of meer leden van die raden schriftelijk verlangen. 2. Het lid van het bestuur verschaft aan de raad die hem als lid heeft aangewezen, alle informatie die een of meer leden van die raad verlangen. 3. Het lid van het bestuur is aan de raad die hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd over het door hem in het bestuur gevoerde beleid. De verantwoording geschiedt volgens door de raad nader vast te stellen regels. 4. De raden kunnen het door hen aangewezen lid van het bestuur uit zijn functie ontheffen, indien dit lid niet langer het vertrouwen van de raad heeft. Artikel 15 Ambtelijke secretaris Het bestuur wordt in al zijn werkzaamheden bijgestaan door een ambtelijk secretaris. De ambtelijk secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig. Artikel 16 Begroting 1. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. 2. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.

Concept 4, 18-01-2010

3. Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 april een ontwerpbegroting op; de inkomsten en uitgaven vinden plaats op basis van de richtlijnen die in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR) zijn opgenomen. 4. De ontwerpbegroting met toelichting wordt vervolgens aan de raden toegezonden. 5. De raden kunnen binnen twee maanden na ontvangst van de ontwerpbegroting schriftelijk het bestuur van hun gevoelens omtrent de ontwerpbegroting op de hoogte stellen. 6. Na afloop van de in het vijfde lid van dit artikel genoemde termijn stelt het bestuur de begroting vast, zoveel mogelijk met inachtneming van de door de raden gemaakte opmerkingen. Terstond na de vaststelling zendt het bestuur de begroting in afschrift aan de raden. 7. De begroting wordt onder overlegging van door de raden ingediende opmerkingen binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval uiterlijk voor 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten gezonden. Van de inzending doet het bestuur mededeling aan de raden. 8. De raden kunnen na ontvangst van het bericht van inzending bij Gedeputeerde Staten bezwaren indienen tegen de begroting. Artikel 17 Wijziging b e g r o t i n g Bij wijziging van de begroting is in het bepaalde in artikel 16 niet van toepassing.

Tot een wijziging van de begroting kan, op voorstel van het bestuur, worden besloten, indien de deelnemers aan de regeling hiermee instemmen. Artikel 18 Rekening en v e r a n t w o o r d i n g 1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop zij betrekking heeft. 2. Het bestuur doet jaarlijks vóór 1 mei aan de raden verantwoording van het financieel beheer over het afgelopen boekjaar, door toezending van de voorlopigivastgestelde rekening en de daarbij behorende toelichtende bescheiden. 3. Binnen twee maanden na de in het eerste lid van dit artikel bedoelde toezending kunnen de raden hun oordeel over de rekening schriftelijk aan het bestuur meedelen. 4. Het bestuur zendt de rekening na afloop van de in het vorige lid bedoelde termijn met de eventueel ontvangen opmerkingen binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval uiterlijk voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. Van de inzending doet het bestuur mededeling aan de raden. 5. Het besluit van Gedeputeerde Staten, houdende vaststelling van de rekening, strekt tot decharge. Artikel 19 Toetreding en uittreding 1. De raad van een gemeente die een openbare school instandhoudt, die wil toetreden tot deze regeling dient hiertoe een verzoek in bij het bestuur.

Het bestuur informeert de raden en neemt hierover binnen een maand na ontvangst een besluit en stelt de toegetreden raad en de Stichting hiervan in kennis. 2. Een raad treedt uit de regeling op het moment dat de Stichting niet langer een school op het grondgebied van die gemeente in standhoudt. Concept 4, 18-01-2010

3. Wanneer de raad het voornemen heeft de Stichting overeenkomstig de terzake geldende statutaire bepalingen te verzoeken de instandhouding van een school op het grondgebied van zijn gemeente aan hem over te dragen, stelt deze het bestuur en de overige raden zes weken voor indiening van dat verzoek schriftelijk en met redenen omkleed daarvan in kennis. Het bestuur komt vervolgens binnen twee weken in vergadering bijeen waarin de raden de gelegenheid hebben hun zienswijze over het voorgenomen verzoek naar voren te brengen. Het bestuur regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de financiële gevolgen, alsmede de overige gevolgen van de uittreding. Het bestuur zendt een besluit tot toetreding of uittreding ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten. Artikel 2 0 Wijziging van de regeling 1. Wijziging van deze regeling is slechts mogelijk indien twee derde van de aangesloten raden hiermee instemt. Wijziging van de overgedragen bevoegdheden als bedoeld in artikel 3 van deze regeling behoeft de instemming van alle raden. 2. Indien het bestuur voorstelt om de regeling te wijzigen, zendt het bestuur dit voorstel aan de raden, die binnen drie maanden een besluit nemen en dit terstond aan het bestuur mededelen. 3.

Indien een of meer raden voorstellen de regeling te wijzigen, zenden zij dit voorstel aan het bestuur, dat dit vervolgens, voorzien van zijn commentaar, binnen drie maanden aan de raden zendt, waarna verder wordt gehandeld als in het voorgaande lid. 4. Het bestuur zendt een wijziging van de regeling ter goedkeuring aan Gedeputeerde Staten. 5. Het bestuur stelt de raden in kennis van het resultaat van de in dit artikel bedoelde voorstellen en besluiten. Artikel 21 Opheffing en liquidatie 1. De regeling wordt opgeheven indien de Stichting ophoudt te bestaan dan wel indien de Stichting nog slechts in één gemeente openbare scholen in stand houdt. 2. Voor het overige kan de regeling worden opgeheven indien tweederde deel van de aangesloten raden hiermee instemt, 3. Indien de regeling wordt opgeheven, besluit het bestuur tot liquidatie en stelt hiervoor de nodige regels. Hierbij kan het bestuur van de bepalingen van deze regeling afwijken. 4. Het bestuur stelt het liquidatieplan vast, de raden gehoord. Het plan behoeft de goedkeuring van Gedeputeerde Staten. 5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de raden tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing en in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. Artikel 22 Inwerkingtreding 1.

Deze regeling treedt in werking na opname in het register, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de wet, van Gedeputeerde Staten die de regeling hebben goedgekeurd. Concept 4, 18-01-2010 6

2. Het bepaalde in het eerste lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging, verlenging of opheffing van de regeling, alsmede op besluiten tot toetreding en uittreding. .3. Het gemeentebestuur van Teylingen zendt de regeling aan Gedeputeerde Staten. Artikel 23 Geschillen In het geval van een geschil over de toepassing van de regeling, zoals bedoeld in artikel 28 van de wet, beslissen Gedeputeerde Staten. Bestuur en Stichting kunnen overeen komen om gezamenlijk een geschillencommissie op te richten die beiden in voorkomende gevallen adviseert. Artikel 24 1. Het bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen ingesteld bij de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen regeling, welke aan Gedeputeerde Staten moet worden meegedeeld. 2. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de onder lid I aan het dagelijks bestuur opgedragen zorg voor de archiefbescheiden overeenkomstig artikel 33 van de Archiefwet 1995. 3. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Teylingen. 4. De archivaris van de gemeente Teylingen oefent toezicht uit op het sub 3 genoemde beheer. 5.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de in deze regeling genoemde organen is aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Teylingen. 6. Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de onder lid 3 bedoelde archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Teylingen 7. De onder lid 5 bedoelde archiefbescheiden worden beheerd door de archivaris van de gemeente Teylingen. Artikel 25 Duur van de regeling De regeling is getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 26 Overgangs- en slotbepalingen 1. Het eerste boekjaar loopt van de dag van inwerkingtreding van de regeling tot 31 december daaropvolgend. 2. In afwijking van het bepaalde in het tweede en derde lid van artikel 4 van deze regeling worden de leden van het eerste bestuur aangewezen in de eerst volgende vergadering van de raden na de inwerkingtreding van deze regeling. 3. In alle zaken de gemeenschappelijke regeling betreffend waarin de regeling niet voorziet, beslist het bestuur.

Concept 4. 18-01-2010

Artikel 27 Naamgeving Deze regeling kan worden aangehaald als "Regeling gemeentelijk toezichtsorgaan openbaar basisonderwijs Duin- & Bollenstreek".

Concept 4, 18-01-2010

Regeling voor bestuur en toezicht voor Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek. Artikel 1 - Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a) stichting : de Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek te Teylingen; b) statuten : de statuten van de stichting; c) bestuurder : het bestuur van de stichting als bedoeld in de artikelen 6 t / m 8 van de statuten; d) raad van toezicht : de raad van toezicht van de stichting als bedoeld in de artikelen 10 t / m 12 van de statuten; e) gemeentelijk toezichtsorgaan: het gemeenschappelijk orgaan als bedoeld in e 'Regeling Gemeentelijk Toezicht openbaar basisonderwijs Duin- en Bollenstreek' via welk de instandhoudende gemeenten toezicht op de stichting uitoefenen; f) schooldirecteuren : de directeuren van de onder de stichting ressorterende scholen; g) managementoverleg : het geregeld overleg van de bestuurder met de schooldirecteuren van de stichting; h) gemeenschappelijke medezeggenschapsraad : de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting. Goed bestuur Artikel 2 De bestuurder en de raad van toezicht conformeren zich aan het gestelde in de binnen de sector gangbare codes en uitgangspunten voor goed bestuur; voor zover daarvan in de statuten of het hierna volgende niet uitdrukkelijk wordt afgeweken. Bestuur Artikel 3 - Samenstelling en benoeming 1.

Het bestuur bestaat uit één persoon en wordt in deze regeling verder aangeduid als 'de bestuurder'. 2. Indien de functie van bestuurder vacant is, stelt de raad van toezicht een commissie voor werving en selectie samen ter voorbereiding van een benoemingsbesluit. In deze commissie zijn, naast de raad van toezicht, het managementoverleg en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad vertegenwoordigd. De commissie draagt zorg voor werving en selectie van een nieuwe bestuurder in dier voege dat de commissie een advies uitbrengt aan de raad van-toezicht. 3. Tot bestuurder is niet benoembaar een lid of voormalig lid van de raad van toezicht.

Concept 4, 18-01-2010

Artikel 4 - Voorziening bij tijdelijke afwezigheid 1. Tijdelijke (ongeplande) afwezigheid van de bestuurder wordt zo spoedig mogelijk door of namens de bestuurder gemeld aan de voorzitter van de raad van toezicht. 2. De voorzitter beoordeelt de noodzaak van eventuele vervanging van de bestuurder in overleg met de leden van de raad van toezicht. 3. Indien vervanging van de bestuurder noodzakelijk wordt geoordeeld; voorziet de raad van toezicht hierin op een van de volgende manieren: a. de raad van toezicht belast een lid van het managementoverleg tijdelijk met de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van bestuurder (eventueel binnen door de raad van toezicht te stellen beperkingen); b. de raad van toezicht belast een externe tijdelijk met de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van bestuurder (eventueel binnen door de raad van toezicht te stellen beperkingen). Artikel 5 - Opdracht 1. De bestuurder bestuurt de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen met inachtneming van de statuten en de op basis daarvan vastgestelde regelingen, alsmede met inachtneming van de op de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen en diensten van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en op basis daarvan vastgestelde regelingen. 2.

De bestuurder richt zich naar het belang en de maatschappelijke legitimatie van de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen. De missie en doelstellingen van de stichting vormen het uitgangspunt van handelen van de bestuurder. 3. De bestuurder bevordert een sfeer binnen de organisatie die het mogelijk maakt dat werknemers en andere belanghebbenden melding durven maken van door hen vermoede onregelmatigheden binnen de organisatie. Artikel 6 - Gedragsregels 1. De bestuurder handelt met inachtneming van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 2. De bestuurder is zich in zijn verdere maatschappelijk handelen bewust van zijn voorbeeldfunctie voor de gehele stichting en de van haar uitgaande scholen. 3. De bestuurder vermijdt elke schijn van belangenverstrengeling of belangentegenstelling waar het de stichting betreft. 4. Voor het aanvaarden van een nevenfunctie door de bestuurder wordt vooraf goedkeuring gevraagd aan de raad van toezicht. De raad van toezicht onthoudt zijn goedkeuring indien de nevenfunctie zou kunnen leiden tot (de schijn van) belangenverstrengeling waar het de stichting betreft of de bestuurder onevenredig zou kunnen belemmeren (in tijd of aandacht) in de uitoefening van zijn functie als bestuurder.

Concept 4.18-01-2010

Artikel 7 - Functionering en beoordeling 1. Twee leden uit de raad van toezicht gezamenlijk (waaronder in beginsel de voorzitter), houden ten minste één maal per jaar een functioneringsgesprek met de bestuurder. 2. De raad van toezicht kan voor de bestuurder een beoordelingsregeling vaststellen, met daarin opgenomen beoordelingscriteria en -maatregelen. Beoordelingsgesprekken op basis van deze regeling met de bestuurder worden gevoerd door twee leden uit de raad van toezicht gezamenlijk (waaronder in beginsel de voorzitter). Deze leden van de raad van toezicht brengen een advies omtrent beoordeling en toepassing van beoordelingsmaatregelen uit aan de raad van toezicht. De beoordeling wordt vastgesteld door de raad van toezicht. Raad van toezicht Artikel 8 - Toetsingskader 1. De raad van toezicht richt zich bij de uitoefening van het toezicht en overige taken in het bijzonder op het doel en de maatschappelijke legitimatie van de stichting. j en de onder de stichting ressorterende scholen. 2. Bij de uitoefening van het toezicht als bedoeld in het eerste lid staan de volgende criteria centraal: • Het realiseren van missie en visie van de stichting. • Het realiseren van strategisch beleid van de stichting. • Het bewaken van kwaliteit van onderwijsprocessen en -resultaten. • Het bewaken van continuïteit van de stichting, uitgedrukt in aantallen leerlingen, medewerkers en financiën.

• Het uitoefenen van goed werkgeverschap. • Het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid binnen de-lokale en regionale omgeving. • Het afleggen van verantwoording aan de personen en organisaties die belang hebben bij de activiteiten van de stichting. Artikel 9 - Benoemingsvereisten en profiel 1. De raad van toezicht streeft naar een omvang van vijf leden, waarónder een voorzitter en een vice-voorzitter. 2. Tot lid van de raad van toezicht zijn niet benoembaar: • werknemers van de stichting (dan wel hun bloed- of aanverwaijiten in de eerste lijn); • personen die direct of indirect bedrijfsmatig of beroepsmatig leveranties, werkzaamheden of dienstverlening ten behoeve van de stichting verrichten; • bestuurders of eindverantwoordelijk leidinggevenden bij ander|e onderwijsinstellingen binnen het primair onderwijs.

Concept 4,18-01-2010

3. Bij benoeming van nieuwe leden van de raad van toezicht wordt, naast bovenstaande benoemingscriteria, de profielbeschrijving die als bijlage aan deze regeling is gevoegd als uitgangspunt gehanteerd. Artikel 10 - Benoeming 1. Indien zich in de raad van toezicht een vacature voordoet, stelt de raad voor deze vacature eventuele specifieke profielvereisten vast. 2. In geval van een vacature werft en selecteert de raad van toezicht kandidaten voor de vacature en draagt deze voor benoeming voor aan het gemeentelijk toezichtsorgaan. De raad van toezicht neemt daarbij het terzake gestelde in de statuten in acht. De raad van toezicht stelt met inachtneming van het verder in dit artikel bepaalde de procedure voor werving en selectie van kandidaten vast, waarbij voorzien wordt in (niet-bindende) advisering door de bestuurder. 3. Bij kandidaten die aftredend zijn op basis van het rooster van aftreden, wordt niet overgegaan tot een voorstel tot herbenoeming aan het gemeentelijk toezichtsorgaan dan nadat met betrokkene door een vertegenwoordiger uit de raad van toezicht een gesprek is gevoerd omtrent de te verwachten bijdrage aan de taakstelling van de raad, en na verkregen (niet-bindend) advies van de bestuurder. Artikel 11 - Rooster van aftreden 1. De raad van toezicht stelt een rooster van aftreden vast dat erin voorziet dat het aftreden van de leden geleidelijk zal zijn. 2.

In verband met het gestelde in het eerste lid, kan de zittingstermijn voor de leden van de eerste raad van toezicht eenmalig korter worden gesteld dan de statutaire termijn van vier jaar. Artikel 12 - Gedragsregels 1. De raad van toezicht treedt steeds als eenheid naar buiten. De leden onthouden zich in externe contacten van uitlatingen die aan deze eenheid afbreuk kunnen doen. 2. De leden van de raad van toezicht zijn verplicht tot geheimhouding van alle informatie die zij uit hoofde van hun functie vernemen waarvan de voorzitter geheimhouding heeft opgelegd of waarvan het vertrouwelijke karakter evident is. 3. De raad van toezicht handelt met inachtneming van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 4. De leden van de raad van toezicht zijn zich in hun verdere maatschappelijk handelen bewust van hun voorbeeldfunctie voor de gehele stichting en de van haar uitgaande scholen. 5. De leden van de raad van toezicht mogen middellijk noch onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting en vermijden in eventuele nevenactiviteiten elke schijn van belangenverstrengeling of belangentegenstelling waar het de stichting betreft.

Concept 4,18-01-2010

Artikel 13 - Evaluatie De raad van toezicht bespreekt tenminste een maal per jaar zijn eigen functioneren. Artikel 14 - Vergoeding 1. De leden van de raad van toezicht ontvangen een jaarlijkse vergoeding ter hoogte van: o € .. voor de voorzitter; o € .. voor de ieder der overige leden. Bij vertrek/aantreden in de loop van een jaar wordt de vergoeding naar rato bijgesteld. 2. De beschikbare vergoeding geldt mede als tegemoetkoming voor in het kader van de functie normaal te maken kosten (kilometers, telefoon- en mailkosten, kopieerkosten e.d.). 3. De vergoeding wordt door de stichting uitgekeerd als bruto bedrag. Eventuele fiscale effecten zijn voor verantwoordelijkheid en rekening van de ontvanger. Artikel 15 - Ondersteuning In de ondersteuning van de raad van toezicht wordt voorzien door of vanwege de bestuurder, die tevens zorg draagt voor een adequate archivering van de bescheiden van de raad van toezicht. Relatie bestuurder en gemeentelijk toezichtsorgaan Artikel 16 - Informatie 1. De bestuurder onderhoudt namens de stichting als regel de relatie met het gemeentelijk toezichtsorgaan. Het bestuur van het gemeentelijk toezichtsorgaan kan op incidentele basis aangeven met de raad van toezicht overleg te willen voeren. 2.

De bestuurder verschaft het gemeentelijk toezichtorgaan desgevraagd tijdig alle inlichtingen die het gemeentelijk toezichtsorgaan voor de ven/ulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft en stelt het gemeentelijk toezichtsorgaan desgevraagd in de gelegenheid met hem overleg te voeren over die aangelegenheden welke de taak van het gemeentelijk toezichtsorgaan betreffen. Artikel 17 - Goedkeuring 1. De bestuurder behoeft voorafgaande goedkeuring van het gemeentelijk toezichtsorgaan voor vaststelling van de begroting en de jaarrekening van de stichting. 2. Voorstellen voor besluiten als bedoeld in het vorige lid worden door de bestuurder aan het gemeentelijk toezichtsorgaan voorgelegd voorzien van een schriftelijke toelichting en het standpunt van de raad van toezicht terzake.

Concept 4, 18-01-2010

Relatie bestuurder en raad van toezicht Artikel 18 - Goedkeuring 1. De bestuurder behoeft voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor de besluiten die daartoe in de statuten zijn aangewezen. 2. Voorstellen voor besluiten als bedoeld in het vorige lid worden door de bestuurder aan de raad van toezicht voorgelegd voorzien van een schriftelijke toelichting met vermelding van de gevolgen van het beoogde besluit, alsmede -in geval van kwesties waarin dit door de wet of interne regelingen wordt vereist- onder overlegging van het advies of standpunt terzake van de gemeenschappelijk medezeggenschapsraad of andere relevante geledingen of organen. 3. De bestuurder draagt er zorg voor dat de raad van toezicht voldoende in de gelegenheid wordt gesteld tot zorgvuldige standpuntbepaling omtrent de ter goedkeuring voorgelegde voorstellen. Artikel 19 - Informatie 1. Teneinde de raad van toezicht in de gelegenheid te stellen zijn taken in het kader van toezicht, advisering en goedkeuring naar behoren uit te voeren, draagt de bestuurder er zorg voor dat de raad van toezicht adequaat wordt geïnformeerd over aangelegenheden die voor hem van belang zijn. De raad van toezicht kan terzake nadere kaders en regels stellen. 2.

In het kader van het in lid 1 gestelde draagt de bestuurder er zorg voor dat de raad van toezicht ten minste kennis kan nemen van de volgende aangelegenheden: a) het voor de stichting geldende managementstatuut; b) het voor de stichting geldende medezeggenschapsstatuut; c) het voor de onder de stichting geldende schoolplan; d) de voor de onder de stichting geldende klachtenregeling; e) op de onder de stichting ressorterende scholen betrekking hebbende klachten ingevolge de klachtenregeling alsmede de beslissing daarop; f) kwesties waarin de stichting in rechte wordt betrokken of zelf gerechtelijke stappen onderneemt (externe geschillen- en beroepsprocedures daaronder begrepen) alsmede de beslissingen daarin; g) aangelegenheden waarmee de stichting in de publiciteit kan komen (waaronder calamiteiten); h) het aangaan of verbreken van duurzame samenwerkingsrelaties met andere rechtspersonen; i) op de onder de stichting ressorterende scholen betrekking hebbende kwaliteitsrapportages (waaronder begrepen inspectierapportages); j) ingrijpende onderwijskundige projecten en/of experimenten waaraan wordt deelgenomen door onder de stichting ressorterende scholen; k) het sociaal jaarverslag van de stichting; I) benoeming en ontslag van schooldirecteuren; m) managementletters en andere rapportages van externe accountants betreffende de stichting of onder de stichting ressorterende scholen;

Concept 4,18-01-2010

n) omvangrijke (ver-)bouwactiviteiten betreffende de onder de stichting ressorterende scholen. De bestuurder informeert de raad van toezicht omtrent bovenstaande aangelegenheden zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk met inachtneming van de aard van de aangelegenheid. 3. De raad van toezicht laat zich ten minste één maal per jaar door de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad informeren over de algemene gang van zaken binnen de stichting. Overige bepalingen Artikel 20 - Vaststelling, wijziging en inwerkingtreding 1. Wijzigingen van deze regeling worden voorbereid door de bestuurder. 2. Deze regeling, alsmede wijzigingen daarin, worden vastgesteld door de raad van toezicht na verkregen advies terzake van de bestuurder. 3. Deze regeling voor bestuur en toezicht treedt in werking vanaf het moment van de voor 2010 wijziging van voorziene statuten van de stichting en geldt voor onbepaalde tijd, onverlet de bevoegdheid van de raad van toezicht tot intrekking of wijziging ervan. Artikel 21 - Slotbepaling In de gevallen waarin deze regeling niet voorziet beslist de raad van toezicht, gehoord de bestuurder.

Concept 4,18-01-2010

Bijlage bij de Regeling voor bestuur en toezicht Profiel samenstelling raad van toezicht I. Samenstelling 1. De raad van toezicht kent als leden met een bijzondere functie: een voorzitter en een vice-voorzitter. De voorzitter wordt in functie benoemd. 2. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt gelet op diverse taken en bevoegdheden van de raad van toezicht zoals vastgelegd in de statuten. Gelet daarop, wordt gestreefd naar een samenstelling van de raad van toezicht waarin de volgende deskundigheidsgebieden vertegenwoordigd zijn: a) bestuurlijke verhoudingen; b) onderwijs; c) bedrijfsvoering; d) financiën; e) personeelsbeleid; f) juridische zaken. 3. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt voorts gelet op voldoende spreiding van maatschappelijke achtergronden en herkomstregio van de leden. 4. Bij de samenstelling van de raad van toezicht wordt gestreefd naar een diversiteit die recht doet aan de pluriformiteit in de samenleving 5. De raad van toezicht kan bij vervulling van een vacature tot een nadere detaillering van vereiste kwaliteiten en eigenschappen besluiten. II. Individuele competenties 1. De leden van de raad van toezicht zijn in staat integraal toezicht uit te oefenen aan de hand van de taakstelling van de bestuurder. 2.

De leden van de raad van toezicht zijn in staat op het niveau van de bestuurder te fungeren als sparringpartners in discussies over vraagstukken waarvoor de bestuurder staat. 3. De leden van de raad van toezicht zijn in staat om: a) afstandelijkheid en betrokkenheid te combineren; b) beoordelen/controleren te combineren met adviseren/stimuleren; c) het organisatiebelang te behartigen met oog voor het algemeen maatschappelijke belang; d) besluitvaardig te handelen; e) te werken met globale informatie en om zich op hoofdlijnen een oordeel te vormen over de aan hen voorgelegde aangelegenheden; f) ontwikkelingen in het onderwijs, de onderwijspolitiek en de maatschappij zelfstandig te volgen; g) door de informatie heen te kijken en organisatorische spanningen te herkennen; h) hun eigen functioneren te (laten) evalueren;

Concept 4, 18-01-2010

i) j)

in voldoende mate tijd en energie te kunnen besteden aan het voorbereiden en bijwonen van de vergaderingen en voor eventuele overige taken; hun netwerk aan te wenden voor de ondersteuning van de bestuurder en de stichting.

III. Voorzitter Van de voorzitter van de raad van toezicht worden, onverminderd de hiervoor genoemde competenties, specifieke eigenschappen en kwaliteiten verwacht. In het bijzonder dient hij/zij: 1. het vermogen te hebben om met autoriteit en gezag de voorzittersfunctie in de raad van toezicht te vervullen; 2. over de persoonlijkheid en achtergrond te beschikken om een leidende rol te vervullen bij de menings- en besluitvorming van de raad van toezicht; 3. over inzicht en overzicht te beschikken ten aanzien van de taak en functie van de raad van toezicht en die van de bestuurder; 4. over zodanige eigenschappen en uitstraling te beschikken dat hij/zij zonodig extern een rol in het belang van de stichting kan vervullen en daartoe ook zijn/haar netwerk kan benutten.

Concept 4, 18-01-2010

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1728/documents/22472