4. Bijlage Toelichting bij reactie en vragen van initiatiefnemers CO2-prestatieladder d.d. 13 januari 2023..pdf
Tekst van het document
Bijlage Toelichting bij reactie/vragen van initiatiefnemers CO2 prestatieladder d.d. 13 januari 2023. Vooraf: Op 13 januari jl. stuurden de initiatiefnemers van de CO2 prestatieladder onderstaand bericht aan de wethouders Duurzaamheid van Hillegom, Lisse en Teylingen. De bij het bericht bijgesloten notitie treft u hieronder aan, voorzien van een uitgebreide toelichting/reactie waar dat ons inziens gewenst is. U ontvangt het onderstaande als bijlage bij de behandeling van het raadsvoorstel. We hebben onderstaande toelichting/reactie ook aan de initiatiefnemers gestuurd en deze nog met hen doorgesproken.
=================
Geachte HLT wethouders Duurzaamheid, Hillegom: Karin Hoekstra gemeente@hillegom.nl Lisse: Riet Austie-Ziengs r.austie@lisse.nl Teylingen: Heleen Hooij h.hooij@teylingen.nl In mei 2021 dienden de drie ondergetekenden van deze brief een inhoudelijk gelijkluidend burgerinitiatief in, ieder bij de eigen HLT gemeente. De bijgaande notitie beschrijft in hoofdlijnen in 4 A4tjes de inhoud van het initiatief en wat er tot dusver mee is gebeurd. Helaas moet ons van het hart dat niet alleen veel vertraging is opgetreden bij de behandeling van dit initiatief (een half jaar inmiddels, waarschijnlijk aanmerkelijk meer). Maar ook dat het DDA rapport dat inmiddels aan u is voorgelegd (en aan ons ter kennisname werd toegezonden) als basis voor uw voorstel aan de 3 raden over wel niet certificeren voor de CO2 prestatieladder naar onze mening ver onder de maat is, zie bijgaande notitie. Wij vragen u daarom bijgaande notitie te betrekken bij uw voorstel aan de raden voor het b&w advies over de besluitvorming door de 3 raden over wel of niet certificeren. Wij zijn gaarne bereid e.e.a. toe te lichten. M.vr.gr., De drie indieners van het burgerinitiatief “HLT naar minder CO2” Michiel van den Hoven Hillegom, Paul Zwetsloot Lisse en Bart de Jong Teylingen Reactie HLTsamen Zoals hierboven gevraagd betrekken wij bijgaande notitie bij het voorstel aan de raden.
Dat doen we door deze notitie als bijlage bij het raadsvoorstel te voegen, en ook onze eigen opmerkingen daar aan toe te voegen.
1
Eén punt benoemen we graag al vooraf: we kunnen ons niet vinden in de kwalificatie van het rapport van DDA als “ver onder de maat”. We komen nog terug op de inhoud van het rapport hierna, maar we geven ook aan dat het conceptrapport met de initiatiefnemers besproken is en dat de meeste van hun opmerkingen een plaats hebben gekregen in het definitieve rapport. We reageren graag op de notitie door steeds per alinea onze eigen reactie te geven.
Hoofdlijnen van de indieners van het burgerinitiatief “HLT naar minder CO2” en enkele van hun commentaar punten op het DDA rapport 13-1-2023 I. Inleiding Overheden hebben een belangrijke rol gekregen bij het behalen van de klimaatdoelstellingen, de HLT gemeenten erkennen dat ook. De CO2-Prestatieladder (CPL) systematiek, toegepast op de eigen organisatie, helpt overheden deze regierol te nemen in de energietransitie. Met de Ladder krijgt men inzicht in het eigen energieverbruik, maatregelen om een CO2-reductiestategie op te stellen, en hierin continu te verbeteren. In de VNG nieuwsbrief van 24 juni 2022 wordt gemeld: Gemeenten die actief aan de slag zijn met de CO2-reductie van hun eigen bedrijfsvoering bereiken goede resultaten. Dat resultaat is toe te schrijven aan de invoering van de CO2-Prestatieladder, blijkt uit onderzoek van CE Delft. In opdracht van de Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO) en de VNG zijn 18 gemeenten onderzocht die in december 2021 gecertificeerd waren op de CO2-Prestatieladder. Alle gemeenten liggen op koers om hun doelen te halen. Tussen 2018 en 2020 is hun CO2-emissie gereduceerd met gemiddeld 23,9% (12,8% per jaar). Vooral in het jaar dat de gemeente gecertificeerd is of het jaar erna is een sterke daling te zien in de CO2-emissies.
De systematiek van de Ladder helpt om draagvlak te creëren in de politiek en de eigen organisatie. Met een certificering op de Ladder geven overheden invulling aan hun, ook door de HLT gemeenten onderschreven voorbeeldrol, doe zelf ook wat je zegt. Een groeiend aantal ministeries, provincies, waterschappen en gemeenten zijn gecertificeerd op de CO2-Prestatieladder(CPL). Zo waren in mei 2021, toen het burgerinitiatief werd ingediend, 15 gemeenten gecertificeerd. Nu (december 2022), zijn dat 26. Momenteel zijn in ons land in totaal 1124 organisaties, grotendeels bedrijven, gecertificeerd. Het certificaat is op vijf niveaus te behalen. De meeste overheden stappen in op niveau 3. De drie indieners stelden a/d raden voor HLT te laten weten dat HLT zich zou moeten laten certificeren. Reactie HLTsamen
We onderschrijven van harte de doelstelling van de initiatiefnemers: HLT naar minder CO2. We werken daar als gemeentelijke organisatie ook al jaren aan en hebben veel bereikt. Dat doen we door het nemen van allerlei maatregelen, op allerlei terreinen, met opgeteld grote effecten. We hebben dit diverse keren onder de aandacht van de initiatiefnemers gebracht, bijvoorbeeld door te verwijzen naar de gegevens in de Klimaatmonitor over de ontwikkelingen in de categorie SBI 0: Overheid. In onze drie gemeenten gaat dat over de gemeentelijke organisatie, politie en brandweer. Uit die cijfers blijkt dat er vele jaren sprake is van sterk dalend energiegebruik en minder CO2-uitstoot. Maatregelen die daar aan bijdragen zijn bijvoorbeeld de invoering van LED-openbare verlichting, dimregimes, maatregelen in gebouwen, elektrisch vervoer, inkoop van duurzame energie. Met name die laatste stap heeft geleid tot een grote, sprongsgewijze verlaging van de CO2 uitstoot van de drie gemeenten. De CO2-uitstoot die via de Klimaatmonitor wordt weergegeven is gebaseerd op een berekeningswijze die gebruik maakt van het landelijke aandeel duurzame energie in het totaal: een rekenfactor. In het rapport van DDA komen de werkelijke resultaten van de gemeente zelf langs, en
2
deze zijn nog veel lager dan de cijfers in de Klimaatmonitor. De belangrijkste verklaring daarvoor is dat we 100% duurzame stroom gebruiken en daar in ons rapport mee kunnen rekenen. In het kader van het onderzoek hebben we ook geïnformeerd bij DDA (De Duurzame Adviseurs) om van enkele andere gemeenten die werken conform de werkwijze van de CO2-prestatieladder, niveau 3, te horen wat hun CO2-uitstoot per inwoner is. We kunnen niet exact zien hoe deze CO2-uitstoot is opgebouwd (eigen organisatie én uitstoot van partijen binnen de Organisational Boundary), maar als indicatie vinden we het relevant en vermeldenswaardig: de gemeente Nijmegen kende voor 2021 een uitstoot van plm. 39 kg per inwoner, de gemeente Hilversum 19 kg (mededeling DDA). Voor Hillegom, Lisse en Teylingen samen komen we nu uit op gemiddeld +/- 7 kg CO2-uitstoot per inwoner. We constateren dat we waarschijnlijk al meer dan 80% CO2-uitstootvermindering bereikt hebben over de afgelopen tien jaar, en we gaan door met het nemen van maatregelen om nog verder te komen. Het vooronderzoek dat we nu gedaan hebben, en de invoering van een eigen energiemonitoringsysteem, gaan ons daarbij zeker verder helpen. De VNG parafraserend: Gemeenten die actief aan de slag zijn met de CO2-reductie van hun eigen bedrijfsvoering bereiken goede resultaten.
II. De start van het burgerinitiatief a. in mei 2021 dienden de 3 indieners een gelijkluidend burgerinitiatief in, ieder bij de eigen gemeente (verder het burgerinitiatief genoemd). Voorzien van de tenminste per gemeente benodigde handtekeningen van inwoners. b. in september 2021 accepteerden de 3 gemeenteraden het initiatief; het voldeed a/d verordeningen. Zo bleken er voldoende ondertekenaars te zijn, in totaal ca. 200. Het betekende dat het voorstel op de agenda kwam v/d 3 raden. c. In oktober/begin november 2021 besloten de 3 raden positief te reageren. Dat kwam neer op: wij laten het de HLT organisatie onderzoeken en op basis van de resultaten daarvan besluiten we over wel of niet certificeren. Zo besloten de 3 raden eensluidend. Slechts 1 raadslid stemde tegen. De HLT-werkorganisatie schakelde het consultancy bedrijf DDA (De Duurzame Adviseurs) in ter ondersteuning, maar besloot in eigen beheer het grootste deel van het werk te doen (zie met name de punten III. b en IV. b hierna). De inzet van DDA werd gesplitst in 2 fasen. Fase 1 omvat de inzet t/m het tijdstip dat aan de raden wordt voorgelegd het voorstel van de 3 colleges over wel of niet certificeren. Deze fase loopt dus nu nog. Reactie HLTsamen
De keuze om het traject in twee fasen te verdelen is ongebruikelijk, en voor de externe uitvoerder DDA ook de eerste keer. We hebben hiervoor toch gekozen omdat we op basis van de kennis van dat moment het verstandig vonden om eerst de feitelijke stand van zaken beter in beeld te brengen, en daarna aan de raden een advies voor te leggen, alvorens met fase 2 te kunnen starten. Dit was ingegeven door de hoogte van de te maken kosten, en de wetenschap dat we al veel maatregelen genomen hebben. Voorafgaand aan de indiening van de burgerinitiatieven in drie gemeenten hebben we het indienen daarvan ambtelijk mondeling ontraden, om de redenen die hiervoor genoemd zijn: al veel gedaan, veel bereikt (indicaties Klimaatmonitor), en dit traject zou waarschijnlijk hoge kosten met zich meebrengen, in uren en geld. De uitvoering van het onderzoek heeft voor ons zeker waarde gehad, als het gaat om meer detailkennis van het onderwerp. Het leidt naar verwachting echter niet tot ingrijpende beleidswijzigingen, maar vooral tot het voortzetten van de ingeslagen weg van langlopende en incidentele
3
maatregelen die samen allemaal gericht zijn op vermindering van energiegebruik en/of vermindering van CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie.
III. Wat certificeren? a. In par. 2.1 en in par. 7.2 v/h DDA rapport wordt aangegeven dat certificeren van HLT niet mogelijk is*. Waarom niet wordt niet klip en klaar. Waarschijnlijk is de reden zoiets als dat HLT niet voldoende eigen baas is. De 3 gemeenten los certificeren kan uiteraard wel. De 3 indieners hebben gevoelsmatig begrip voor het niet kunnen certificeren van HLT en gaan dan ook verder uit van separaat certificeren van de 3 gemeenten. Het komt inhoudelijk in de praktijk, gelet op het doel, HLT naar minder CO2, op hetzelfde neer. Wel jammer dat dit punt niet duidelijk was/aan de orde kwam tijdens de besluitvorming in de raden in najaar 2021, maar pas daarna. De gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum, en Heilo, alle vier CPL gecertificeerd, hebben ook samen een uitvoeringsorganisatie (BUCH). Ook daar is niet BUCH, maar zijn de separate gemeenten gecertificeerd. Reactie HLTsamen Door onze externe adviseur is na toetsing bij twee certificerende partijen definitief vastgesteld dat certificering alleen kan plaatsvinden per gemeente en niet voor HLTsamen. Het voorbeeld van de BUCH-gemeenten illustreert in ieder geval dat dat daar ook zo gedaan is. Anders dan hiervoor gesteld, heeft dat in de praktijk wel grote gevolgen voor het onderzoek.
Met name voor het vaststellen van welke partijen wel of niet binnen de Organisational Boundary meegeteld moeten worden, heeft dit gevolgen. Daarvoor hanteren we de richtlijn Bijlage bij de Praktische Gids voor overheden: het in- of uitsluiten van verbonden partijen van de organisatorische grenzen voor gemeenten. Het belangrijkste criterium daaruit is de 20%-regel. Een partij wordt toegevoegd aan de boundary-groep, en telt mee bij de CO2-prestatieladder, als een individuele gemeente 20% of meer bestuurlijke zeggenschap heeft. Voor de individuele gemeenten geldt voor vrijwel alle deelnemingen en gemeenschappelijke regelingen dat de bestuurlijke invloed minder dan 20% is. Als voor een verbonden partij de 20%-regel wel geldt, maar de energiebijdrage aan het totaal verwaarloosbaar klein is, dan kan deze partij eveneens niet meetellen. b. Primair punt bij het certificeren van een gemeente is: wat behoort daartoe? Dit heet in het jargon van de CPL de Boundary bepaling (organisatiegrens). Het gaat erom te bepalen waar heeft de gemeente veel invloed op de CO2 uitstoot. Dit betreft gemeentelijk vastgoed, wagenpark en machines, openbare verlichting en pompen en gemalen. Maar ook moet worden gekeken naar de z.g. verbonden partijen, op sommige daarvan hebben gemeente veel invloed. HLT heeft 13 verbonden partijen onderzocht op de invloed van de 3 gemeenten v.w.b.
de CO2 uitstoot (zie bijlage 1 Boundary bepaling van het DDA rapport). N.B.: in het DDA rapport wordt vaak gesproken over GHG emissie, dat is feitelijk een andere term voor CO2 uitstoot. Bij vele verbonden partijen hebben de gemeenten een beperkte invloed met name omdat veel gemeenten meedoen in die partij, denk bijv. aan de GGD en de Omgevingsdienst West Holland (ODWH). Daarom worden die partijen buiten de Boundary gelaten. Ook is het niet de bedoeling binnen de CPL systematiek om verbonden partijen binnen de Boundary mee te nemen als die maar beperkt uitstoot veroorzaken. Bijvoorbeeld de ISD Bollenstreek heeft maar een zeer klein huurpand en maar 1 benzineauto en wordt daarom buiten de Boundary gelaten. Conclusie, als vermeldt in het DDA rapport is dat alleen de Meerlanden en Provalu binnen de Boundary vallen. Omdat de Meerlanden zelf al CPL gecertificeerd is, wordt die verder niet meegenomen. Opmerkingen:
4
Opm. 1. HLT voerde het Boundary onderzoek uit, niet de DDA Opm. 2. Als vermeld in par.3.3 van het DDA rapport is er een document “Bepaling Organizational Boundary” waarin per HLT gemeente is opgenomen welke gemeenschappelijke regelingen, locaties en andere factoren zijn meegenomen. Dit document is door ons niet ontvangen. Opm.3. Paragraaf 3.4.1 begint met (eerste volzin) “De directe en indirecte GHG emissies van HLT bedroeg in 2021 ca. 637 ton CO2”. Bedacht moet worden dat dit in werkelijkheid veel meer was dan 637 ton, omdat hierbij buiten beschouwing zijn gebleven: - Provalu - Meerlanden - Vele kleine beetjes uitstoot op conto van HLT van de vele in de Boundary buiten beschouwing gelaten organisaties (zie bijlage 1 DDA rapport) - buiten beschouwing zijn gebleven de uitsluitingen als vermeld in par.3.8 van het DDA rapport. - Verder is natuurlijk heel belangrijk de CO2 uitstoot samenhangend met de aankoop van “spullen” voor HLT. Ook dit wordt in de CPL systematiek buiten beschouwing gelaten. Eigenlijk had dus in de 1e volzin van paragraaf 3.4.1 moeten staan “De directe en indirecte GHG emissies van HLT bedroeg in 2021 ca. 637 ton CO2, uitgaande van de Boundary”. Opm.4. In bijlage 1 v/h DDA rapport ontbreken de kwantitatieve criteria volgens de CPL systematiek over wel of niet meenemen binnen de Boundary.
Reactie HLTsamen
Oorspronkelijk zijn we gestart met een inventarisatie van partijen die binnen de boundary moeten vallen voor HLTsamen. Nadat expliciet duidelijk was dat certificering op die basis niet mogelijk was, hebben we dit opnieuw bepaald op basis van de 20%-regel per gemeente en/of “verwaarloosbare bijdrage”. Het gevolg is dat er binnen de boundary van een individuele gemeente geen partijen meer meegeteld moeten worden. Het rapport is op dit punt onduidelijk en helaas is dat bij de laatste leesronde niet meer aangepast. Voor twee partijen speelt het wel of niet onderdeel zijn binnen de boundary nadrukkelijk een rol in de gesprekken tussen de initiatiefnemers en de gemeente. Provalu: behoort niet binnen de boundary opgenomen te zijn. Provalu is de uitvoeringsorganisatie bij een gemeenschappelijke regeling van ZEVEN gemeenten, met gelijk bestuurlijk belang. Voor een gemeente is de invloed dan 14%, ruimschoots onder de 20%. Meerlanden: behoort niet binnen de boundary opgenomen te zijn. Meerlanden is een gemeenschappelijke regeling van ACHT gemeenten (Hillegom en Lisse wel, Teylingen niet). Voor Hillegom en Lisse is de invloed onder de 20%. In aanvulling: omdat Meerlanden zelf CO2prestatieladder gecertificeerd is, tellen ze ook om die reden verder niet mee. Voor de volledigheid geven we ook voor de ISD aan dat deze niet is meegenomen, hoewel zij wel voldoen aan de >20%-regel.
De ISD is gehuisvest in een huurkantoor van STEK in Lisse, dat sinds 2015 al Label A heeft (certificaat beschikbaar). De impact van het energiegebruik van dit huurkantoor hebben we als verwaarloosbaar beschouwd op het totale energieverbruik. De weergave van de CO2 uitstoot van de gemeentelijke organisatie is conform de vereisten die van toepassing zijn voor het vooronderzoek, daarom naar onze mening correct en bruikbaar. Van belang is dat het hier moet gaan over een juist gebruik van de spelregels van het instrument CO2-prestatieladder. De initiatiefnemers betrekken meerdere malen zaken bij de te maken afwegingen, die niet direct met deze uitwerking conform de spelregels te maken heeft. Bijvoorbeeld: In artikel 3.8 staan uitsluitingen genoemd: uitstootcategorieën die niet meegeteld moeten worden. Bijvoorbeeld: de CO2-uitstoot die gerelateerd is aan “spullen” is relevant voor het vraagstuk “minder CO2”, maar heeft geen plaats in dit vooronderzoek, conform de spelregels van de CO2-prestatieladder zelf.
5
Voor de volledigheid herhalen we dat we, zoals de initiatiefnemers als doelstelling nastreven, “HLT voor minder CO2” zelf steeds gebruiken bij het bepalen van acties en maatregelen om stapsgewijs steeds minder energie te verbruiken en minder CO2 uit te stoten.
IV. Hoe certificeren a. Certificeren voor CPL impliceert: Inzicht. Het maakt de organisatie bewust van de eigen HLT CO2 prestatie, vereist permanente registratie daarvan en geeft gegevens om effectief reductie te kunnen bereiken. N.B.: Het verkrijgen van inzicht in de CO2 prestatie wordt ook sterk benadrukt in de Uitvoeringsprogramma’s energietransitie 2022-2026 van de 3 gemeenten. Reductie. Bevordert intern binnen HLT samenwerking voor reductie. Vereist dat concrete reductie doelstellingen worden vastgesteld (bijv. wat willen we bereikt hebben over 2, 5, 10 jaar) en monitort de voortgang daarvan. Transparantie. Er wordt continu, primair binnen HLT, gecommuniceerd bij iedere afdeling over de CPL certificering. Ook naar relevante betrokkenen van buiten wordt er over gecommuniceerd . Reactie
Hierbij de weergave van het model uit het rapport. Hierin zijn ook weegfactoren opgenomen van het relatieve belang per onderdeel. Dit om duidelijk te maken dat we naar onze mening invulling geven aan 90% van het model zonder de CO2 prestatieladder daadwerkelijk te gebruiken.
b. Wat is er toe nu aan gedaan? Het inzicht omtrent de eigen CO2 uitstoot is duidelijk verbeterd. HLT heeft voor alle 3 gemeenten een CO2 boekhoudsysteem ingevoerd, door
6
inschakeling van de consultant Energiemissie. De gegevens uit facturen betaald door HLT gemeenten voor inkoop van gas, elektriciteit, diesel, benzine en reis km uit het jaar 2021 zijn door Energiemissie op een overzichtelijke rij gezet en omgerekend naar CO2 uitstoot. Dit gaat nu verder door. N.B.1: de eigen CO2 uitstoot goed op een rij krijgen was HLT al mee bezig voordat het burgerinitiatief werd ingediend in mei 2021. N.B.2: HLT heeft er voor gekozen de CO2 uitstoot nog niet te laten verifiëren door een extern bureau. Voordat gecertificeerd kan worden moet dat wel , zie par. 3.9 van het DDA rapport. N.B.3: Voor diesel en benzine is er alleen administratie/registratie aanwezig voor HLT, niet per gemeente gescheiden. Voor de certificering per gemeente is dit echter wel oplosbaar door een verdeling vast te stellen waarmee de gehele HLT uitstoot op dit punt kan worden toegerekend per gemeente, zie eerste alinea par. 3.4.2. van het DDA rapport. N.B.4: In par.6.2 van het DDA rapport staat dat er een bijlage 3 is, een productblad vanuit Energiemissie. Die bijlage is door ons niet ontvangen. Reactie HLTsamen
Met de inzet van een energiemonitoringsysteem van EnergieMissie realiseert elk van de drie gemeenten Inzicht en Transparantie. Elke gemeente voert al jaren een op energie- en CO2-uitstootvermindering gericht beleid, en heeft veel bereikt. O.a. via inkoop van energie, beleidsmaatregelen op diverse terreinen, investeringen vanuit de gemeente, eigen opwek via zonnepanelen etc.
Reductie Er zijn nog geen concrete doelstellingen voor CO2 reductie geformuleerd, dat moet nog gebeuren voordat gecertificeerd kan worden. Gelijktijdig met een besluit tot certificeren door de 3 raden zullen die moeten worden vastgesteld. Transparantie Hier is nog nauwelijks iets aan gedaan en het is wel eis voor certificering. In par. 1 van het DDA rapport wordt bij C. Transparantie wel gemeld dat er afstemming is geweest met alle relevante betrokkenen in de HLT organisatie voor de data verzameling. Navraag bij Rob de Mooij leerde dat dit 5 tot 10 personen betrof belast met afhandeling van de bij de gemeenten ingediende energie verbruik facturen. Dit is bij lange na niet de transparantie/brede en permanente communicatie die nodig is voor de certificering.
Reactie HLTsamen
Met de beschikbaarheid van betere, betrouwbare data kunnen en willen de drie gemeenten de eigen resultaten graag onderdeel maken van de jaarverslagen over duurzame ontwikkelingen. Via die communicatie werken we ook intern en extern aan meer bewustzijn, kennis en gedragsverandering voor veel duurzame onderwerpen. Bij de voortzetting van maatregelen en sturing richten we ons op direct betrokkenen; dat draagt bij aan effectiviteit en efficiency binnen de organisatie. Het impliciete pleidooi van de initiatiefnemers om intern organisatiebreed aan gedragsverandering te gaan werken ten behoeve van CO2besparing, onderschrijven we niet. De meerwaarde voor het bereiken van onze doelstelling van een CO2-neutrale balans* voor de gemeentelijke organisatie zien we niet. We verwachten ons doel effectiever te bereiken door het nemen van gerichte maatregelen.
7
We werken resultaatgericht aan reductie, minimaal tot een 0-balans. CO2-uitstoot als gevolg van ons eigen verbruik compenseren we in dat geval met CO2-neutrale energie geleverd aan de markt/derden; het eerste deel is de energie die we aan de markt leveren via onze zonnepanelen op een aantal gemeentelijke daken. We schatten dat dat leidt tot enkele tientallen tonnen minder CO2-uitstoot.
N.B.1: Certificering op hoger niveau dan niveau 3 (4 of 5) vereist ook Participatie, d.w.z. investeren in samenwerking met organisaties buiten HLT, delen v/d HLT kennis, gebruik maken van de kennis elders. Omdat nu aan de orde is wel of niet certificeren voor niveau 3 wordt is dit tot nu buiten beschouwing gelaten. N.B.2: In par. 7.2 van het DDA rapport staat vermeld dat aan ca. de helft van de eisen voor het CPL certificaat niveau 3 voor de 3 HLT gemeenten al invulling is gegeven met het DDA rapport. Zoals blijkt uit het voorgaande is vooral nog nodig: - de CO2 uitstoot a.g.v. Provalu - m.n. interne communicatie binnen HLT en Provalu over : HLT gaat voor certificering van de CPL (de ondertekenaars boden hulp, maar niet geaccepteerd) - concrete doelstellingen voor reductie opstellen en vaststellen door de raden
Reactie HLTsamen
Hiervoor zijn we al ingegaan op de Organisational Boundary en waarom Provalu daar NIET in hoort. We hebben overigens wel contact opgenomen met Provalu over hun energieconsumptie en mogelijke samenwerking voor de reductie van CO2. Hiervoor hebben we al aangegeven dat we onszelf al jaren sturen op weg naar een 0-balans voor CO2-uitstoot, via eigen energieproductie. We beschouwen dat doel als realistisch en haalbaar voor 2030, maar mogelijk al voor 2025. Voorbeeld: als we binnen HLTsamen via een of enkele opwekprojecten 637 ton CO2 kunnen besparen, hebben we het doel van een CO2-balans op 0 bereikt. Daarvoor zijn naar schatting 3500-4000 geplaatste panelen nodig via één of meerdere gemeentelijke projecten.
V. Enkele van onze (vele) andere opmerkingen over het DDA rapport Reactie HLTsamen We constateren dat we eerder niet volledig in staat zijn gebleken alle vragen die door de initiatiefnemers gesteld zijn, naar hun tevredenheid te behandelen. We hebben enkele gesprekken gevoerd, het conceptrapport besproken en het eindrapport ter beschikking gesteld. Wat ons betreft is het nu gewenst het onderzoek te laten leiden tot een advies aan de raad, en de raad te laten besluiten. We ontlenen een ongemakkelijk gevoel aan de kop van paragraaf V. Op vragen die niet gesteld worden kunnen we niet reageren, en nog meer vragen dan in deze notitie aan bod gekomen zijn zullen we niet meer beantwoorden.
8
We vertrouwen er op dat de raden op basis van de beschikbare informatie tot een weloverwogen beslissing kunnen komen, gebaseerd op een inschatting van de te maken kosten en baten die met dat besluit samenhangen. a. ter vergroting van het inzicht ontbreekt node hoeveel kWh de eigen zonnepanelen van HLT in 2021 opleverden. Hoeveel kWh daarvan is meegerekend in de overzichten als vermeld in par. 3.4.2 van het DDA rapport, hoeveel is terug geleverd aan het net? b. Par. 4.4 heet “Conclusies en aanbevelingen”. In deze par. Is echter alleen een CO2-reductie-maatregelen-opsomming ter inspiratie opgenomen. Bij deze reductie maatregelen ontbreekt naar onze mening een zeer belangrijke: inzet op gedragsverandering c. Par. 4.5 ad 1 suggereert feitelijk dat HLT vooral inzet op maatregelen voor energiebesparing gekoppeld aan meerjaren onderhoud voor gebouwen en investeringen/beleid/beheer voor Openbare Verlichting om kapitaalvernietiging te voorkomen. Dus niet op simpele en nogal eens continue maatregelen zoals vele van de maatregelen als vermeld in par. 4.4. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van de energiecoaches door de beheerders van de gemeentelijke gebouwen.
Reactie HLTsamen
De gemeente wekt zelf 100% duurzame stroom op, die deels achter de meter direct verbruikt wordt, en deels aan het net geleverd. De gemeente zal daarmee iets meer stroom gebruiken dan volgens de facturen in beeld, maar produceert dat zelf, zonder CO2. De absolute CO2uitstoot verandert daardoor niet, de relatieve uitstoot wordt nog marginaal lager. Voor de stroom die de gemeente aan de markt levert, geldt dat deze gezien kan worden als CO2-verlagende actie. Naar verwachting levert dit enkele tientallen tonnen CO2-uitstootbeperking op, die nu niet is meegenomen in het rapport, maar natuurlijk wel bekend is bij onszelf. De constatering dat de gemeente vooral inzet op maatregelen gekoppeld aan meerjarig onderhoud is niet juist. De gemeente neemt een veelheid aan grote en kleine maatregelen door de jaren heen, maar de gemeente moet ook wel rekening houden met investeringsplannen en meerjarig onderhoud waar dat relevant is.
Conclusie HLTsamen Op basis van de nu verzamelde en gepresenteerde informatie, en mogelijk nog nieuwe aanvullende informatie vanuit de initiatiefnemers zelf te richten aan de raad, is het ook aan de raad om een besluit te nemen over wel of niet certificeren voor de CO2-prestatieladder. Als de raad daartoe beslist en de daarvoor benodigde middelen beschikbaar maakt, kan fase 2 (certificeren voor de CO2prestatieladder) eenvoudig gestart worden op basis van deze onderzoeksresultaten en het gedane voorwerk. Het advies is echter om niet over te gaan tot certificering. Initiatiefnemers en gemeente staan hetzelfde doel voor: het verlagen van CO2 uitstoot. Naar het oordeel van de colleges zijn we goed op weg en voegt het instrument CO2 prestatieladder niets toe. Het vraagt echter wel extra budget en extra (ambtelijke) inzet. ----------------------------
9