CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

4.05. Toets Wet natuurbescherming.pdf

Gemeenteraad 23 januari 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 11: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Molenstraat 22-242.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nieuwbouw van appartementencomplex Hoek Van den Endelaan/Molenstraat in Hillegom Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Opdrachtgever: HzA stedebouw & landschap b.v.

Groot Eco Advies 2022-116

Concept

13-12-2022

Definitief

14-12-2022

2

Inhoudsopgave 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5 6

Inleiding Natuurwetgeving en -beleid Werkwijze Beschermde soorten en effectbeoordeling Flora Vogels Amfibieën, reptielen en vissen Zoogdieren Ongewervelden Gebiedsbescherming Conclusies

Literatuurlijst

4 5 9 10 10 11 13 13 15 16 18 19

3

1 Inleiding Op de hoek van de Vande Endelaan en de Molenstraat en achter Molenstraat 22 in Hillegom wordt op een braakliggend perceel een appartementencomplex gebouwd. In het verleden heeft hier een gebouw gestaan, wat is afgebrand. Schuurtjes die achter Molenstraat 22 stonden zijn reeds verwijderd. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan dienen eventuele effecten van de werkzaamheden getoetst te worden aan de natuurwetgeving.

Luchtfoto met daarop de ligging van de locatie (rood) Groot Eco Advies heeft in opdracht van HzA stedebouw & landschap b.v. op 05 en 09 december 2022 een veldbezoek afgelegd om de situatie ter plaatse te beoordelen. In deze rapportage worden de resultaten van het veldbezoek weergegeven en de eventuele effecten van de ruimtelijke ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving.

Toetsing Wet natuurbescherming De toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming heeft concreet de volgende twee oogmerken: • Aannemelijk maken dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Het begrip ‘natuurlijke kenmerken’ moet worden gerelateerd aan de instandhoudings-doelstellingen voor het gebied: ze hebben te maken met de ecologische functies. • Aannemelijk maken dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten, niet optreedt.

4

De Wet natuurbescherming beschermt ook een aantal aangewezen dier- en plantensoorten. Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden beoordeeld of er sprake is van negatieve effecten op beschermde dier- en plantensoorten.

Toetsing NNN en weidevogelleefgebied De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van (inter-) nationaal belangrijke, duurzaam te behouden ecosystemen. Voormalig staatssecretaris Dijksma introduceerde in 2014 de term NatuurNetwerk Nederland (NNN) om de term 'Ecologische Hoofdstructuur' (EHS) te vervangen. De NNN-toetsing dient om vast te stellen of de plannen het ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS’ in de weg staan. De toetsing heeft als oogmerk: • Aannemelijk te maken dat geen significant negatief effect optreedt op deze kenmerken. Belangrijke criteria waar deze toetsing op toespitst zijn ‘kwaliteit’, ‘areaal’ en ‘samenhang’ van het NNN-gebied.

5

2 Natuurwetgeving en -beleid Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming). Gebiedsbescherming Ligt een locatie waar een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit plaats vindt in of in de buurt van een Natura 2000 gebied dan is een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Afhankelijk van de aard van de activiteit en de te beschermen waarden van (het) betreffende Natura 2000-gebied(en) dient beoordeeld te worden of en welke effecten er (mogelijk) aanwezig zijn. Soortbescherming Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling wordt het stappenschema op pagina 7 doorlopen. Met de Wet natuurbescherming is de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen in principe bij de provincie komen te liggen.

Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Is er sprake van een locatie gebonden activiteit met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan de activiteit apart een ontheffing aangevraagd. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager apart ontheffing heeft aangevraagd. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn; 3. Andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels zijn beschermd. Daarnaast zijn ongeveer 230 andere soorten beschermd.

6

Stroomschema soortenbescherming

Om af te wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria te worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling; 2. Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan; 3. De ingreep doet geen afbreuk aan de instandhouding van de soort.

7

Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten. In de wet zijn vormen van vrijstelling opgenomen, zoals de gedragscode, een programmatische aanpak of via de provinciale omgevingsverordening. Verbodsbepalingen

8

3 Werkwijze De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht door middel van een bronnenstudie en een veldbezoek.

Bureaustudie Voor de bureaustudie is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en (waar mogelijk) regionale bronnen met betrekking tot de verspreiding van beschermde planten en diersoorten.

Veldonderzoek Het veldbezoek is op 05 en 09 december 2022 door J. Groot uitgevoerd. De weersomstandigheden tijdens beide bezoeken waren redelijk: droog, bewolkt en 4 graden boven nul. Het veldbezoek was verkennend van aard, waarbij op basis van de summiere resultaten van de bureaustudie en de aanwezige terreintypen het voorkomen van beschermde planten en diersoorten is vastgesteld, of op basis van jarenlange velddeskundigheid is ingeschat.

9

4 Beschermde soorten en effectbeoordeling Voorgenomen werkzaamheden op de locatie • Bouw van appartementencomplex

4.1 Flora Op de locatie zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Voor beschermde plantensoorten en muurplanten zijn geen geschikte groeiplaatsen aangetroffen. Ter plaatse is een soortenarm, zandig braakliggend perceel aanwezig met lokaal ruigtekruiden, lage grassen en mossen.

Hoek Van den Endelaan/Molenstraat

10

Achter Molenstraat 22

4.2 Vogels Het braakliggende perceel is niet geschikt voor broedvogels. Op het perceel zijn geen bomen aanwezig. De locatie ligt ingeklemd tussen bestaande bebouwing. De aangrenzende bebouwing is niet geschikt voor jaarrond beschermde broedvogels als Huismus en Gierzwaluw. Door de ligging in de bebouwde kome en het ontbreken van bomen op de locatie zijn jaarrond beschermde broedvogels als Buizerd, Sperwer en uilen afwezig.

11

Molenstraat 22

12

4.3 Amfibieën, reptielen en vissen Op het perceel zijn geen wateren aanwezig. Op het perceel kunnen algemene krachtens de Provinciale omgevingsverordening vrijgestelde soorten als Bruine kikker en Gewone pad overwinteren. Reptielen kunnen gezien de ligging van de locatie worden uitgesloten. Effecten op overwinterende amfibieën zijn niet uitgesloten. Voor de algemene, vrijgestelde amfibieën geldt de zorgplicht.

4.4 Zoogdieren Door het ontbreken van bebouwing en bomen zijn op het perceel geen potenties voor verblijfplaatsen aanwezig. Als foerageergebied heeft de locatie geen noemenswaardige functie. Het insectenaanbod zal zeer laag zijn. Omdat de het te bouwen appartementencomplex dicht op de aangrenzende bebouwing komt te staan zijn de muren van de aangrenzende bebouwing ook met behulp van een verrekijker beoordeeld. In de muren van de aangrenzende bebouwing zijn geen invliegopeningen vastgesteld. Wel is er sprake van lokaal ruw metselwerk omdat hier in het verleden het afgebrande gebouw aan vastzat. Er zijn echter geen openingen die kunnen fungeren als verblijfplaats aanwezig.

13

Zijmuur van Van den Endelaan 68 achter Molenstraat 22

Ruw metselwerk zijmuur Van den Endelaan 68 achter Molenstraat 22

14

Voor beschermde zoogdieren als de kleine marters Bunzing, Wezel en Hermelijn is het perceel ongeschikt. Er zijn geen potenties en dekking in de vorm van omgevallen bomen en braamstruwelen aanwezig. Ook ligt de locatie in een versteend omgeving zonder enige potentie als verblijfplaats van kleine marters. Effecten op deze soorten kunnen dan ook op voorhand worden uitgesloten. De locatie is door het ontbreken van geschikt biotoop niet geschikt voor de Noordse woelmuis en Waterspitsmuis. Andere muizensoorten en Egel kunnen mogelijk in zeer lage aantallen aanwezig zijn. Deze soorten zijn echter vrijgesteld krachtens de provinciale omgevingsverordening. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht.

4.5 Ongewervelden Voor ongewervelden als beschermde vlinders en libellen ontbreekt geschikt leefgebied.

15

5 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op respectievelijk 3.000 en 11.500 meter van de Natura 2000gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen. NNN en weidevogelleefgebied liggen op respectievelijk 1.210 en 1.385 meter. Externe werking is niet van toepassing op NNN en weidevogelleefgebieden in Zuid-Holland. Gezien de aard van de werkzaamheden en de ligging ten opzichte van de betrokken Natura 2000-gebieden zijn negatieve effecten als verstoring, geluid en licht op voorhand uit te sluiten. Stikstofdepositie De genoemde Natura-2000-gebieden Kennemerland-Zuid en Coepelduynen zijn een Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen. Door een recente uitspraak van de Raad van State dient elk project weer te worden beoordeeld op de stikstofeffecten. Dit geldt weer voor de sloop en bouwfase (aanlegfase) en de gebruiksfase. Voor de bouw van een nieuwe woning is dus voor de aanlegfase en de gebruiksfase een Aeriusberekening en een onderbouwing nodig. De berekening dient met de nieuwe versie 2022 van Aerius te worden uitgevoerd.

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van de Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid (groen gearceerd)

16

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van NNN (groen)

Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van weidevogelgebied (groen)

17

6 Conclusies Beschermde soorten Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat het perceel geen potenties heeft voor beschermde soorten, behoudens algemene vrijgestelde amfibieën (overwintering) en vrijgestelde zoogdieren. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig.

Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000 en NNN is niet aan de orde. Nadere toetsing is daarom niet nodig.

Aanbevelingen •

Uitvoeren van een stikstofberekening met Aerius 2022 voor de aanlegfase en gebruiksfase.

18

Literatuurlijst BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. FLORON, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist. HOOGENBOOM, D., W. RUITENBEEK, F. VISBEEN & JAN WONDERGEM, 2014. Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren 1989-2014. Landschap Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdier Studiegroep. HERDER, J., J. KRANENBARG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS &K. DEKKER, 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Landschap Noord-Holland, Stichting RAVON. JANSSEN, J.A.M., J.H.J SCHAMINÉE, 2004. Europese Natuur in Nederland, Soorten van de habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KAAG, K., K. VELING, F. VISBEEN EN K. SCHARRINGA, 2012. Vlinders van Duin tot Dijk : De dagvlinders van Noord-Holland 2000-2009. Landschap Noord-Holland, De Vlinderstichting. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997.

Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LIBELLENSTUDIE 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). – Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. NIE, H.W. DE, 1997. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. 2e herziene druk. Media Publishing Int. bv, Doetinchem. RIET, B. VAN DE, H. VAN DER GOES, T. BAAS, C. VAN DEN TEMPEL, W. MENKVELD & F. VISBEEN, 2014. Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. SCHARRINGA, C.J.G., W. RUITENBEEK & P.J. ZOMERDIJK, 2010. Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. Samenwerkende Vogelwerkgroepen Noord-Holland, Landschap Noord-Holland. SOVON, 2018. Vogelatlas van Nederland. SOVON, Nijmegen.

19

STUMPEL, TON, STRIJBOSCH, HENK. 2006. Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING (2021). Vleermuisprotocol 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1728/documents/22430