3. Vastgestelde uitgangspunten Lokale Energiestrategie en Transitievisie Warmte.pdf
Tekst van het document
Uitgangspunten Lokale Energiestrategie en Transitievisie Warmte Hillegom In 2015 tekende Nederland het Klimaatverdrag van Parijs. Alle landen die dit akkoord ondertekenen, moeten actie ondernemen om de opwarming van de aarde te beperkten tot 2 graden Celsius, maar liever nog tot 1,5 graad. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat niet alleen wij, maar ook onze (klein)kinderen op een prettige manier kunnen blijven wonen, werken en recreëren. En dat kan alleen als we energieneutraal en aardgasvrij worden. Wat het Klimaatverdrag van Parijs betekent voor Nederland is uitgewerkt in het Nederlandse/nationale Klimaatakkoord. Één van de afspraken in het Klimaatakkoord is dat elke regio (Nederland telt 30 energieregio’s) een Regionale Energie Strategieën (RES) opstelt. Hierin onderzoekt de regio waar en hoe het best duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. Maar ook welke warmtebronnen te gebruiken zijn zodat wijken en gebouwen van het aardgas af kunnen. Waar is ruimte en hoeveel? Zijn de plekken maatschappelijk gezien acceptabel en financieel haalbaar? Het Nationaal Programma RES ondersteunt de regio’s bij het maken van de RES. Hillegom maakt onderdeel uit van de RES Holland Rijnland. In de RES Holland Rijnland voegen we nog twee thema’s toe; energiebesparing en duurzame mobiliteit.
Hoe kunnen we gezamenlijk bijdragen aan de energiebesparingsopgave? Hoe stimuleren we duurzame mobiliteit? Het onderdeel warmte (aardgasvrij) wordt doorvertaald naar iedere gemeente, waarbij de regie door de Rijksoverheid bij de gemeente is gelegd. Dit betekent dat iedere gemeente in Nederland eind 2021 een Transitievisie Warmte (TVW) moet hebben vastgesteld, waarin komt te staan hoe we onze huizen in de toekomst duurzaam gaan verwarmen. In deze eerste versie bekijken we per wijk het meest logische alternatief voor aardgas en onderzoeken we in welke volgorde we onze wijken van het gas af gaan halen. Dat alles met de kennis waarover we nu beschikken. Daarnaast heeft Hillegom de ambitie energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2050 vastgelegd in de omgevingsvisie. Om de RES naar lokaal te vertalen en een route uit te stippelen naar energieneutraal is gekozen voor het opstellen een Lokale Energie Strategie (LES). In deze LES vertalen we de regionale doelstellingen van de RES naar lokale doelstellingen en leggen we (in grote lijnen) vast hoe we onze ambitie naar realistische doelstellingen vertalen De doelstellingen worden integraal opgenomen in de Omgevingsvisie Hillegom. Net als de kansenkaart van de RES, welke inzage geeft in de potentiele locaties van mogelijke windturbines en/of zonnevelden. De juridische borging wordt opgenomen in het Omgevingsplan.
De LES wordt dan ook een programma onder de Omgevingsvisie. Uiterlijk eind 2021 worden de TVW en de LES vastgesteld. De actualisatie van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan vindt jaarlijks plaats. Bij het opstellen van de LES en TVW (en het actualiseren van de Omgevingsvisie Hillegom) doorloopt de gemeente een intensief participatietraject met inwoners en stakeholders. De participatie valt uiteen in verschillende fasen. In de eerste fase, die in de zomer en najaar van 2020 liep, hebben we inwoners en stakeholders betrokken bij de uitgangspunten voor de LES en TVW. We vroegen hen naar belangrijke randvoorwaarden en uitgangspunten met betrekking tot de energietransitie. Dat deden we in diepte-interviews met stakeholders (o.a. ondernemersverenigingen, Duurzaam Bollenstreek en Zuid-Hollands Landschap) en inwoners, sessies met ketenpartners (Dunea, Aliander, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Woningcorporatie Stek) en in een enquête die door honderden mensen is ingevuld. De concept uitgangspunten vormden daarbij een belangrijke basis voor de gesprekken en de vraagstelling in de enquête. In latere fasen nemen we inwoners en stakeholders mee in de stappen die we zetten en bespreken we oplossingsrichtingen met hen. In dit document zijn de uitgangspunten voor de LES en de TVW omschreven. De resultaten van het participatietraject zijn verwerkt in deze uitgangspunten.
Enkele voorbeelden hiervan zijn;
Inwoners hebben aangegeven het landschap van de Duin- en Bollenstreek belangrijk te vinden. In deze uitgangspunten bevestigen we dat we ons cultuurlandschap willen behouden en waar mogelijk versterken. En dat initiatieven moeten bijdragen aan de koerst van onze Omgevingsvisie. Inwoners zijn voorstanders van zon op dak. Leveren duurzame energie en vervuilen het landschap niet. De uitgangspunten sluiten hierbij aan, we willen zon op dak sterk stimuleren. We weten al dat we met alleen zon op dak niet voldoende zullen opwekken om de doelstellingen te behalen. Daarom spannen we ons ook in om te onderzoeken of en waar grootschalige opwek van zon en wind mogelijk is. Inwoners hebben zorgen over de warmtetransitie. Wat moet ik er allemaal voor doen? Is het straks nog wel betaalbaar? Wordt mijn huis straks nog wel goed verwarmd? De uitgangspunten zijn op deze zorgen gebaseerd, onze plannen moeten betrouwbaar, betaalbaar en realistisch zijn. Ook moet warmte voor iedereen beschikbaar zijn. Daarnaast staat kernenergie landelijk weer op de agenda. Dit valt buiten de reikwijdte van een Lokale energiestrategie. Het is belangrijk dat we dit signaal neerleggen, daar waar de besluiten over kernenergie genomen worden, bij het Rijk. De uitgangspunten vormen het vertrekpunt waarmee de concept LES en TVW wordt opgesteld. -
Managementsamenvatting In dit memo zijn de uitgangspunten voor de LES en de TVW uitgewerkt. De uitgangspunten zijn zorgvuldig en in samenspraak met de betrokken beleidsafdelingen van HLTsamen opgesteld. De uitgangspunten zijn getoetst aan de resultaten van het participatietraject en op onderdelen aangevuld/aangepast. We vragen u deze uitgangspunten vast te stellen, zodat we zeker weten dat de oplossingen die we in dit traject gaan zoeken en aandragen, passen bij de wensen van de Raad en het kader dat u ons wilt meegeven.
Ter informatie zijn op de volgende pagina’s uitgewerkt de: A. Uitgangspunten Lokale Energie Strategie (LES) B. Uitgangspunten Transitievisie Warmte (TVW)
A. Uitgangspunten Lokale Energie Strategie (LES) De uitgangspunten sluiten aan bij de regionale uitgangspunten van de RES en de Omgevingsvisie van Hillegom, waarin Hillegom de ambitie heeft uitgesproken energieneutraal te willen zijn in 2030 en klimaatneutraal in 2050. Daarnaast zijn de uitgangspunten getoetst aan de resultaten van de eerste fase van het participatietraject. 1. Versterking van landschapselementen en toerisme Het landschap en het toerisme zijn voor ons belangrijk. We willen dat de energietransitie ons landschap en ons toerisme niet verstoort. Dit betekent dat we het buitengebied niet zomaar vol zetten met windturbines en/of zonneparken, maar aansluiten bij wat past bij ons cultuurlandschap en onze infrastructuur. Tevens maken we gebruik van onze bestaande landschapselementen zoals wegen en vaarwateren om door “horizon- en landschapsversterking” het landschap aantrekkelijk te maken en te houden. De Omgevingsvisie Hillegom en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG2016) vormen daarbij voor ons het vertrekpunt. Dit betekent dat wij: a. Ons lokale bollentoerisme willen behouden en waar mogelijk versterken. b. Energieopwekking bij voorkeur langs infrastructuur, goed ingepast in het landschap. c. Focussen op multifunctioneel ruimte gebruik voor wonen, werken, recreatie en energieopwekking. d.
Initiatieven laten bijdragen aan de koers van de Omgevingsvisie Hillegom.
2.
‘Hollandse Weides’ worden uitgesloten voor energieopwekking anders dan zon op daken en/of energieopwekking op en rond infrastructuur; initiatieven voor duurzame energieopwekking in de ‘Duurzame Bloementuin’ worden voorgelegd voor goedkeuring aan de gemeenteraad, als het geen zonnepanelen op daken betreft of initiatieven op en rond infrastructuur. De gestelde doelen van de energietransitie zijn hoog. Dit betekent dat we alle mogelijkheden onderzoeken waarmee we onze ambitie mogelijk kunnen invullen. Het open landschap van de ´Hollandse Weides´ blijft echter uitgesloten als zoekgebied voor zonneweides en windturbines. In de ‘Duurzame Bloementuin’ kunnen wel initiatieven ontwikkeld worden voor energieopwekking op incourant geworden percelen voor bollenteelt, mits landschappelijk goed ingepast en slechts na besluitvorming door de gemeenteraad. Dit betekent dat wij: a. openstaan voor initiatieven voor de opwekking binnen de deelgebieden ‘Heerlijke Woonplaats’ en de ‘Werkplaats Hillegom’ zoals genoemd in de omgevingsvisie, en op gebouwen en (langs) infrastructuur die liggen in de deelgebieden ‘Hollandse Weides’ en ‘Duurzame Bloementuin’. b. willen dat initiatieven voor duurzame energieopwekking anders dan zonnepanelen op daken van de Duurzame Bloementuin, ter besluitvorming worden voorgelegd aan de gemeenteraad. c.
willen dat grootschalige energie-opwek binnen gebieden realistisch, milieutechnisch, maatschappelijk (draagvlak) en financieel (lokaal eigenaarschap) haalbaar is. We voeren hiervoor een maatschappelijke kosten/batenanalyse en/of een omgevingseffectrapportage (OER) uit.
3. Stimulering van particuliere en zakelijke initiatieven en ontwikkelingen Naast grootschalige energieoplossingen zijn ook kleine oplossingen nodig. Dat betekent dat wij kleinschalige oplossingen zoals zon-op-dak maximaal willen benutten. Hiervoor kunnen we
bewoners en bedrijven faciliteren door het helpen zoeken naar en/of het verstrekken van (rijks)subsidies, voor zonnepanelen en proeftuinen voor aardgasvrije wijken. Voor nieuwbouw geldt dat we multifunctioneel gebruik van de openbare ruimte stimuleren voor wat betreft wonen, werken, recreëren en energieopwekking, mits een initiatief een bijdrage levert aan de koers van de Omgevingsvisie Hillegom. Dit betekent dat wij: a. Vol inzetten op het actief stimuleren van zonnepanelen op daken, waarbij wij als gemeente de rol van aanjager vervullen. Dit betekent dat wij initiatieven hiertoe stimuleren en daarnaast op zoek gaan naar ruimte op de Hillegomse daken om deze initiatieven, zoals van energiecoöperaties, een grotere kans van slagen te geven. b. Faciliteren bij het zoeken en/of verstrekken van de juiste subsidies. c. Ervoor willen zorgen dat inwoners kunnen profiteren van initiatieven voor grootschalige opwek.
4. In Holland Rijnland verband optrekken richting Rijk, provincie en gemeenten De gemeente is ervan overtuigd dat windenergie onmisbaar is in de totale duurzame energiemix. Vasthouden aan de restricties kan betekenen dat de opgave voor duurzame opwek onevenredig zwaar drukt op delen van de regio Holland Rijnland. Wij hechten aan een vorm van evenredige spreiding in de opgave. Op voorhand blijven handhaven van ruimtelijke restricties, zorgt ervoor dat de beoogde verduurzamingsdoelstellingen niet gehaald gaan worden, dit geldt ook wanneer het benodigde (financieel) instrumentarium Dit betekent dat wij: a. Op zoek gaan naar landelijk fiscale of financiële maatregelen (wetgeving) en samenwerking zoeken met onze omliggende gemeenten, Omgevingsdienst, provincie en rijk. b. In samenwerking met andere gemeenten en provincie het omgevingsbeleid flexibeler gaan maken voor de realisatie van wind- en zonne-energie. We stemmen dit in een vroegtijdig stadium met elkaar af. c. de Omgevingsvisie Hillegom ieder jaar actualiseren en de juridische verankering vindt dan in het Omgevingsplan Hillegom plaats. d. Bij het rijk extra financiële middelen vrij willen gaan maken om onze doelstellingen voor mobiliteit te realiseren.
5. Wij streven naar maximaal lokaal gebruik van lokaal opgewekte energie. Het voortbestaan van de salderingsregeling in de huidige vorm is onzeker. Het ‘terug leveren’ van lokaal opgewekte energie aan het elektriciteitsnet wordt daarmee mogelijk onaantrekkelijk. Om de negatieve effecten hiervan te voorkomen dienen de mogelijkheden voor lokale opslag van lokaal opgewekte energie nadrukkelijk bekeken te worden, zodat deze op een ander moment ook weer lokaal kan worden gebruikt. Hiermee vergroten we ook het draagvlak voor lokale opwekking van duurzame energie. Dit betekent dat wij: a. bij initiatieven voor duurzame opwek van energie met de betreffende partij(en) in overleg gaan om de mogelijkheden voor lokale opslag te onderzoeken. Wij zullen hierbij tevens adviseren en ondersteuning bieden, o.a. vanuit het oogpunt van ruimtelijke inpassing.
6. Wij sluiten aan op de landelijke intenties inzake lokaal eigenaarschap als genoemd in het Nationaal Klimaatakkoord (december 2018, hoofdstuk C5.5 productie uit hernieuwbare bronnen op land, afspraken c-2, sub omgevingsparticipatie) Wij hechten sterk aan het maximaal ten goede laten komen aan onze eigen gemeenschap van de (financiële) voordelen van duurzame energieopwekking. Dit bevordert draagvlak en vertrouwen, en versnelt daardoor de energietransitie. Dit betekent dat wij: a. stimuleren dat een substantieel deel van ieder project in eigendom komt van lokale partijen en inwoners. In aansluiting op de hierover gemaakte afspraak in het Klimaatakkoord streven we naar minimaal 50% lokaal eigenaarschap. Hierbij kan gedacht worden aan een coöperatie, maar ook aan lokale bedrijven. b. ons actief inzetten om een lokale duurzame energiecoöperatie binnen de gemeente in positie te brengen. Deze kan een belangrijke rol spelen bij het verder opzetten van duurzame energieprojecten. Daarnaast kan daarmee de lokale economie gestimuleerd worden en heeft een coöperatie ook een sterke sociaal bindende rol.
B. Uitgangspunten Transitievisie Warmte (TVW) De uitgangspunten sluiten aan bij de landelijke leidraad transitievisie warmte en zijn verrijkt met de regionale uitgangspunten van de RES. Vervolgens hebben wij deze uitgangspunten getoetst bij onze ketenpartners (Liander, Dunea, Hoogheemraadschap van Rijnland en woningcorporatie Stek) en aan de uitkomsten van de eerste fase van het participatietraject (resultaten enquête en interviews). 1. Realistisch en betaalbaar voor iedereen Bij de warmtetransitie gaat het erom dat het betaalbaar blijft. We weten uit de vele landelijke onderzoeken dat de kosten niet lager worden en/of gelijk blijven. Dit betekent dat we op zoek gaan naar oplossingen die voor de gemeenten en inwoners realistisch en betaalbaar zijn, nu en in de toekomst. Met als mogelijke realistische oplossing het zoeken naar mogelijkheden om iedereen over te laten stappen op een collectieve oplossingen. Met als belangrijke randvoorwaarden dat we transparant zijn over de kosten en dat we weten of inwoners deze kosten kunnen betalen. Al dan niet met behulp van (rijks-)subsidie. Dit betekent dat wij: a. Oplossingen realiseren die betaalbaar zijn voor iedereen. b. Transparant zijn over de kosten en de betaalbaarheid. c. Faciliteren bij het zoeken en/of verstrekken van de juiste (rijks-)subsidies.
2. Beschikbaar en betrouwbaar richting de toekomst Om de transitie te realiseren hebben we alle mogelijke warmtebronnen nodig. Het is daarom van belang inzage te hebben in het soort bronnen, de opslagmogelijkheden voor warmte en de beschikbaarheid van deze bronnen. Hierbij kijken we niet alleen naar onze bodem (geothermie) en het vaarwater (Ringvaart/Leidsevaart). Ook onderzoeken we naar de mogelijkheden van restwarmte binnen en buiten onze gemeente. Met als belangrijke randvoorwaarde dat we een goede bronnenstrategie hebben. Met deze bronnenstrategie zorgen we dat het leveren van warmte in de toekomst richting bewoners betrouwbaar is en blijft. Dit betekent dat wij: a. Inzage hebben in alle mogelijke warmtebronnen. b. Een goede bronnenstrategie voor opwek en opslag hebben richting de toekomst voor zowel de boven- als de ondergrond. c. Betrouwbare warmtelevering richting de toekomst willen d. Ons blijven informeren over nieuwe technologieën.
3. Aan de slag met energiebesparing De beste besparing is de energie die je niet gebruikt, ook bij warmte. Los van het voornemen tot het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en om gebouweigenaren te stimuleren en ondersteunen om gebouwen “transitiegereed” te maken, levert isolatie al een grote besparing van gasgebruik. Dit betekent dat er stevig ingezet moet worden op het “transitiegereed” maken van gebouwen qua isolatie. Daarnaast moet er ingezet worden om de in gebouwen aanwezige verwarmingssystemen gereed te maken, in afwachting van het beschikbaar komen van een aardgasvrije warmtebron. Dit betekent dat wij: a. actief inwoners benaderen en ondersteunen om de huizen optimaal te isoleren, ook huurwoningen in overleg met de pandeigenaar. Denk hierbij aan het laten uitvoeren van energiescans.
b. c. d. e.
naast eigen regelingen ook te faciliteren bij het zoeken en/of verstrekken van de juiste (rijks-)subsidies. adviseren welke andere energiebesparende maatregelen te nemen zijn. inzichtelijk maken wanneer nieuwe aardgasvrije warmtebronnen beschikbaar komen. geen woningen gedwongen van het gas afsluiten voordat er ten minste wordt voldaan aan de punten B.3a tot en met B3d.
4. Samenwerken en samen kennis delen om de verduurzaming te versnellen De warmtetransitie is een grote opgave, die de gemeente niet alleen kan uitvoeren. Daarom werken we samen met onze ketenpartners en delen we kennis over elkaars doelen, belangen, onze agenda’s en planningen. Hierbij komen we tot gezamenlijke duurzame doelstellingen voor zowel collectieve oplossingen als individuele oplossingen. Met als belangrijke randvoorwaarde dat deze oplossingen voor verduurzaming toegankelijk zijn voor iedereen. En dat we ervoor zorgen dat de benodigde werkzaamheden op elkaar aansluiten. Zo nemen we bijvoorbeeld de regie bij het vormen van eventuele coalities voor de realisatie van bijvoorbeeld warmtenetten. Dit betekent dat wij: a. Samenwerken met onze ketenpartners en kennis delen. b. Duurzame oplossingen toegankelijk maken voor iedereen. c. Regie nemen om met elkaar de verduurzaming te versnellen en dit integraal op te pakken, waarbij de initiatieven een bijdrage leveren aan de koers van de Omgevingsvisie Hillegom. d. Koppelkansen benutten bij herinrichting of nieuwbouw van een wijk en de nieuwe aardgasvrije bronnen en energiebesparingsprojecten.
5. Aansluiten bij de regionale warmtevisie zoals deze in de concept-RES is opgenomen De beschikbaarheid van duurzame warmte in de regio heeft invloed op de beschikbaarheid van warmte voor onze gemeente, we zijn daarin mede afhankelijk van elkaar. De regionale warmtevisie laat zien dat we op regionaal niveau, met een aansluiting op het Rotterdamse restwarmtenet, voldoende potentie hebben om aan de vraag van de gebouwde omgeving te voldoen, maar iets te kort komen wanneer de sectoren Landbouw en Industrie ook worden meegerekend. Subregionaal en lokaal zijn er wel verschillen, nader onderzoek naar waar een collectieve of een individuele oplossing het beste antwoord geeft, moet nog plaatsvinden. Op basis van de in 2019 uitgevoerde Warmteverkenning, passen we in Holland Rijnland de volgende prioritering voor warmte in collectieve warmtenetten toe zoals in de concept-RES is vastgelegd. Dit betekent dat wij binnen de samenwerking met de Holland Rijnland gemeenten; a. Op basis van beschikbaarheid en wijkkenmerken restwarmte toepassen en zoveel mogelijk in regionaal verband. b. Wanneer er geen restwarmte beschikbaar is geothermie toepassen, zoveel mogelijk in gezamenlijke netten. c. Als de bronnen onder a en b niet beschikbaar zijn aquathermie toepassen, bij voorkeur gecombineerd met WKO’s. d. biomassa niet zien als de oplossing voor de warmtestrategie of energietransitie.
Biomassa kan enkel worden toegepast indien het minimaal CO2-neutraal is, bijvoorbeeld als aanvullende energiebron door het gebruik van compostwarmte van de Meerlanden. Vastgesteld in de raadsvergadering van 25 maart 2021 Mevr. drs. P.M. Hulspas-Jordaan, griffier