CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting vast te stellen bp Uitbreiding Bollenbeton, Hillegom.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 24: Vaststellen bestemmingsplan 'Uitbreiding Bollenbeton, Hillegom'10.638 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In beginsel zullen de negatieve effecten van dergelijke verhardingen echter zeer beperkt zijn. De beoogde ontwikkeling betreft een kleiner oppervlak dan 500 m2.

FP 16060-3-RA-005 33

De beoogde ontwikkeling heeft verder een beperkte invloed op de waterhuishouding en de afvalwaterketen. Resumerend kan gesteld worden dat - ervan uitgaande dat de van toepassing zijnde randvoorwaarden conform de Uitvoeringsregels van het Hoogheemraadschap in acht worden genomen - de beoogde ontwikkeling naar verwachting geen verslechtering van het watersysteem als gevolg heeft. Bovendien wordt opgemerkt dat het bestemmingsplan geen relevante wijzigingen mogelijk maakt ten aanzien van het aspect water. Ook in de huidige situatie is reeds bebouwing toegestaan ter plaatse van het plangebied. Het hoger bouwen dan reeds is toegestaan en het wijzigen van de begrenzing van een geluidgezoneerd industrieterrein leidt immers niet tot relevante wijzigingen wat water betreft. 4.12.4 Conclusie

De beoogde ontwikkeling zal naar verwachting geen negatieve effecten hebben op het lokale watersysteem. Hierbij wordt opgemerkt dat in de huidige situatie reeds bebouwing is toegestaan ter plaatse van het plangebied en het hoger bouwen dan reeds is toegestaan en het wijzigen van de begrenzing van een geluidgezoneerd industrieterrein, niet tot relevante wijzigingen leidt wat water betreft. Derhalve levert het aspect water geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling. 4 . 1 3 M i li eu eff e ctr ap p or t age 4.13.1 Wettelijk kader

Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.-plichtige activiteiten' waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). 4.13.2 Beoordeling

Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat een m.e.r.-(beoordelings)procedure te doorlopen, dienen de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan te worden getoetst aan de C- en D-lijst uit dit Besluit. De categorie waar de beoogde ontwikkeling mogelijk onder zou kunnen vallen betreft Hierbij wordt niet iedere mogelijke wijziging als dusdanig significant aangemerkt dat ook sprake is van een ontwikkeling zoals bedoeld in categorie D.11.3. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan, en ziet uitsluitend toe op de aanpassing van de begrenzing van het gezoneerd industrieterrein, en de wijziging FP 16060-3-RA-005 34

van de maximaal toegestane bouwhoogte. De geluidzone zal hiermee niet wijzigen. De impact op de omgeving zal dan ook minimaal zijn. Hiermee is ook geen sprake van een activiteit die is opgenomen in het Besluit m.e.r. Resumerend gesteld valt de beoogde bedrijfsuitbreiding in het Besluit m.e.r. onder geen van de categorieën waarvoor afgewogen dient te worden of er sprake is van een m.e.r.(beoordelings)plicht. Een nadere beschouwing is hiermee niet benodigd. 4 . 1 4 C onc lus ie

Dit aspect levert geen belemmering op voor de beoogde ontwikkeling.

FP 16060-3-RA-005 35

5

Uitvoerbaarheid

5 . 1 A lg emeen

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid. 5 . 2 E con omis c he u i tv oerb a ar heid

Bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens bestaat op grond van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. De verantwoordelijkheid ligt bij de initiatiefnemer om de financiële uitvoerbaarheid te garanderen. De initiatiefnemer zal geheel voor eigen rekening en risico overgaan tot de ontwikkeling en realisatie van het plan. 5 . 3 M a ats c happ eli j ke u it vo erb a ar heid Algemeen

Gezien de aard en schaal van de beoogde ontwikkeling behoeft er geen verdere actie te worden ondernomen ten behoeve van het creëren van maatschappelijk draagvlak. Gezien de beoogde ontwikkeling betreft ter plaatse van een bedrijventerrein, wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht. Wel zullen uiteraard de belanghebbenden in de directe omgeving tijdig geïnformeerd worden over de beoogde ontwikkeling. De wijziging van de begrenzing van het geluidgezoneerde industrieterrein heeft bovendien geen relevante impact op de omgeving. Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

Van 29 december 2023 tot en met 8 februari 2024 heeft het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpGedurende deze termijn is één zienswijze ontvangen. Hieronder wordt kort ingegaan op de ingediende zienswijze en de beantwoording van deze zienswijze. Samenvatting zienswijze Indiener maakt bezwaar tegen het voorgenomen plan om de mogelijkheden voor de betoncentrale te verruimen. Volgens indiener zou op de gevel van zijn pand sprake zijn van een dagelijkse geluidsbelasting van rond de 65dB. Dit is meer dan de norm toestaat. Indiener is van mening dat het bedrijf nauwelijks geluidsbeperkende maatregelen neemt FP 16060-3-RA-005 36

en dat de verantwoordelijke instanties geen controle houden op de geluidshinder die de huidige installatie veroorzaakt. Er is begrip voor feit dat er gewerkt wordt op het bedrijventerrein en dat er geluid wordt gemaakt. Het gaat hier echter om industrielawaai van een te hoog geluidsniveau op een te korte afstand van het kantoor van indiener. Hierdoor zou de geluidsbelasting binnen het kantoor hoger zijn dan de norm die de ARBO-wetgeving toestaat. Initiatiefnemer en verantwoordelijke instanties worden bij voorbaat aansprakelijk gesteld voor eventuele toekomstige kosten van geluidsisolatie van het pand van indiener of uitplaatsing van het bedrijf van indiener. Beantwoording zienswijze De door indiener aangegeven gemeten waarde (65dB) betreft een momentopname en is vrijwel zeker verstoord door andere geluidsbronnen dan de betoncentrale. Uit een indicatieve berekening die de omgevingsdienst West-Holland heeft uitgevoerd met het geüpdatete rekenmodel volgt een waarde van ruim onder de 50dB(A). Hierbij moet worden aangegeven dat 50dB(A) een grenswaarde betreft die wordt gehanteerd bij woningen. Een kantoor, zoals in onderhavig geval, is op grond van de Wet geluidhinder namelijk geen geluidgevoelig object. Geconstateerd is dat het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT).

Verder moet worden opgemerkt dat een gezoneerd industrieterrein een locatie is waar juist actief aan geluidbeheer wordt gedaan. Het geluidniveau bij het bedrijf van indiener is niet te hoog. Er gelden geen richtafstanden voor de betoncentrale tot het bedrijf van indiener. Het geluid in het kantoor van het bedrijf zal, gelet op het lage niveau vanwege de centrale in combinatie met de geluidwering van de betreffende gevel, absoluut niet hoger zijn dan wat de ARBO op die werkplekken toestaat. Resumé is er geen hoog geluidsniveau en geen overschrijding, is er geen geluidgevoeligheid, is er geen sprake van schade en benodigde voorzieningen en daarmee dus geen sprake van aansprakelijkheid van initiatiefnemer en bevoegd gezag. Gelet op bovenstaande leidt de ingediende zienswijze niet tot aanpassing van het plan.

FP 16060-3-RA-005 37

6

Juridische plantoelichting

6 . 1 Lees w ij zer jurid is che r eg eli ng

In deze paragraaf wordt een beschrijving gegeven van de juridische regeling van de voorliggende herziening van het bestemmingsplan. De voorliggende regeling betreft een herziening van het vigerende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen'. Dit betekent dat de herziening niet rechtstreeks is verwerkt in het onderliggende bestemmingsplan, maar het vigerende bestemmingsplan deels herziet. De regels van het onderliggende bestemmingsplan blijven verder onverkort van toepassing. De juridische regeling bestaat uit een verbeelding en een set regels. De verbeelding en regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dienen dan ook altijd in samenhang geraadpleegd en gelezen te worden. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. Deze heeft in beginsel geen rechtskracht. De toelichting beschrijft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is geconformeerd aan de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening, welke van kracht zijn per 1 juli 2008. Voor de bestemmingen en regels is gebruikgemaakt van de RO Standaarden 2012. De RO Standaarden 2012 zijn onder andere verankerd in de Standaard vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De SVBP2012 regelt de standaardisering en uniformering van bestemmingen en regels. 6 .

2 Lees w ij zer r eg els

De regels van dit bestemmingsplan zijn verdeeld in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1: Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat inleidende regels zoals begripsbepalingen (artikel 1). Deze regels zijn noodzakelijk voor een juiste interpretatie van de bestemmingsregels. Hoofdstuk 2: Algemene regels

In hoofdstuk 2 wordt aangegeven welke regels van toepassing zijn. Hierbij wordt aangegeven dat de bestemmingsregels zoals opgenomen in het onderliggende vigerende bestemmingsplan , met uitzondering van de bepalingen ten aanzien van het geluidgezoneerde industrieterrein en de bouwhoogte ter plaatse van het plangebied, ongewijzigd van toepassing blijven. Bovendien is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' aan het plangebied, conform het herziene archeologiebeleid, toegevoegd.

FP 16060-3-RA-005 38

Hoofdstuk 3: Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 3 zijn de overgangs- en slotbepalingen ondergebracht. In de slotbepaling is de benaming van het bestemmingsplan vastgelegd.

Dit rapport bevat 39 pagina s en 2 bijlagen.

FP 16060-3-RA-005 39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21494