CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nadere toelichting verdeling van middelen.pdf

Gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 15: Doordecentralisatie Maatschappelijke Zorg per 20231.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nadere toelichting verdeling van middelen Landelijke ontwikkelingen Landelijk gaan de komende jaren een aantal zaken veranderen in de verdeling van middelen voor maatschappelijke zorg. Er spelen ontwikkelingen op 3 onderdelen: 1. de verdeelsystematiek beschermd wonen (BW), 2. verdeling middelen maatschappelijke opvang (MO) 3. de wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz). Verdeelsystematiek BW De afgelopen jaren is gewerkt aan een nieuw verdeelmodel voor BW op basis van objectieve kenmerken van gemeenten. Het huidige verdeelmodel BW was gebaseerd op de historisch gegroeide situatie van spreiding van BW-voorzieningen over het land. Dit voorjaar is het nieuwe verdeelmodel ter consultatie voorgelegd; de verwachting is dat het zal worden vastgesteld zodra er een nieuw kabinet is. Het Rijk heeft voor de invoering van het nieuwe verdeelmodel BW gekozen voor een ingroeipad dat ingaat per 2023. De centrumgemeente blijft de middelen voor voorzieningen voor de huidige cliënten ontvangen volgens de huidige historische verdeling. De middelen voor voorzieningen voor nieuwe cliënten worden met ingang van 2023 gefaseerd aan elke gemeenten verstrekt; dit gebeurt aan de hand van het nieuwe, objectieve verdeelmodel. Omdat het aantal huidige cliënten afneemt zal ook het budget van de centrumgemeente afnemen. Het budget van elke individuele gemeente voor nieuwe cliënten neemt toe.

Dit ingroeipad neemt 7 jaar in beslag. Dit betekent dat gedurende 7 jaar de middelen voor BW via twee geldstromen vanuit het Rijk verdeeld zullen worden. Dit is een ingroeipad tussen centrumgemeenten en alle gemeenten (dus een ingroeipad binnen regio’s). Tegelijkertijd betekent de doelstelling dat cliënten zoveel als mogelijk in hun eigen omgeving beschermd moeten kunnen wonen dat er een landelijke verschuiving van aanbod plaats zal moeten vinden. Grofweg van het oosten naar het westen van het land. Omdat hiervoor een op- en afbouw van voorzieningen nodig is die meer tijd kan vragen, vindt er een aanvullend 10-jarig ingroeipad plaats tussen regio’s. Verdeling middelen MO Medio 2019 heeft het Rijk besloten de middelen voor MO in elk geval tot 2026 aan de centrumgemeenten te blijven verstrekken. In 2026 zal landelijk nader bekeken worden of ook deze middelen voortaan aan de afzonderlijke gemeenten worden toegekend. De verdeling van deze middelen over de regio’s gebeurt reeds op basis van objectieve maatstaven.

Wijziging van de Wet langdurige zorg (Wlz) Tenslotte speelt nog een rol de uitkomst van de openstelling Wlz voor inwoners die ‘levenslang en levensbreed’ intensieve ondersteuning nodig hebben bij wonen en leven vanwege psychiatrische problematiek. Hierdoor komt een aanzienlijke groep inwoners die tot 2021 een beroep deed op de Wmo (BW) onder de Wlz te vallen; dit betreft veelal de meest ‘zware’ categorie cliënten. Met deze wetswijziging zullen ook de middelen hiervoor verschuiven van de Wmo naar de Wlz. Op dit moment is het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nog steeds bezig de indicaties hiervoor af te wikkelen. De verwachting is dat uiteindelijk ca. 35% van de cliënten BW zal overgaan naar de Wlz. In het vierde kwartaal van 2021 zal definitief duidelijk worden om hoeveel cliënten en middelen het precies gaat. De overgang zal voor gemeenten kostenneutraal gebeuren: de regio ontvangt minder geld, maar de kosten nemen met eenzelfde bedrag af. Deze ontwikkeling maakt echter dat de precieze omvang van het budget dat gemeenten ontvangen nog onzeker is. Ook heeft deze ontwikkeling invloed op de omvang van de te bekostigen regionale voorzieningen. Regionale werkwijze Een splitsing in het tijdpad voor de herverdeling van middelen BW en MO wordt in onze regio onwenselijk geacht.

Het gaat in beide gevallen om inwoners die lokaal het beste gekend worden en die lokaal laagdrempelig een ondersteuningsaanbod in de vorm van wonen en zorg in samenhang met ondersteuning op andere leefgebieden behoeven. Een deel van de cliënten binnen BW en MO kampt met vergelijkbare problematiek. Door budgetten gelijktijdig te decentraliseren wordt ontschotting tussen het ondersteuningsaanbod BW en MO mogelijk, wat gemeenten beter in staat stelt lokaal tot passende integrale maatwerkoplossingen te komen. Daarnaast leidt doordecentralisatie van zowel BW als MO ertoe dat de regiogemeenten de verantwoordelijk kunnen nemen voor preventie, opvang en herstel van cliënten MO. Dit kan helpen de druk op de opvang in Leiden verder te verkleinen. Voorts zijn er financiële redenen om geen splitsing tussen beide aan te brengen. Sinds 2015 houdt de regio jaarlijks geld over op de voorzieningen BW. Tegelijkertijd is de doeluitkering voor MO onvoldoende om de vraag te financieren. Door beide geldstromen met elkaar te verbinden bestaat op het geheel nog steeds een overschot. Wanneer conform het landelijke groeipad een splitsing zou worden gemaakt tussen BW en MO, zouden de overschotten voor alle gemeenten zijn en de tekorten voor Leiden. Hierover zouden dan apart nadere afspraken gemaakt moeten worden in de regio. Dit heeft niet de voorkeur.

Een gefaseerde doordecentralisatie zoals het Rijk voor ogen heeft bij BW wordt in onze regio eveneens niet wenselijk geacht. Het zou betekenen dat nieuwe cliënten een directe relatie met de eigen woongemeente hebben en ondersteuning die stevig lokaal ingebed is, terwijl op dezelfde locatie ook bewoners zijn die een regionaal bekostigd, ander aanbod kunnen krijgen. Daarnaast betekent het dat aanbieders op één locatie met meerdere verschillende

contracten te maken kunnen krijgen. Regionaal bestaat dan ook de wens om voor BW géén ingroeipad te hanteren, maar per 2023 alle inwoners met een BW-voorziening inhoudelijk en financieel onder de verantwoordelijkheid te brengen van de gemeente waar zij nu (beschermd) wonen. Dit brengt met zich mee dat ook het historisch budget voor BW dat de komende jaren nog naar de centrumgemeente blijft gaan, per 2023 verdeeld wordt over alle gemeenten. Regionaal verdeelmodel De gemeenten in Holland Rijnland hebben op basis van bovenstaande uitgangspunten afgelopen periode gewerkt aan een eigen verdeelmodel voor Holland Rijnland waarmee we in staat zijn om per 2023 de middelen en taken voor maatschappelijke zorg op een verantwoorde manier over te dragen vanuit de centrumgemeente. Het externe adviesbureau AEF heeft ons ondersteund om te komen tot een regionaal verdeelmodel voor de maatschappelijke zorgtaken dat goed zal aansluiten op de nieuwe landelijke verdeling, omdat zij die eveneens ontwierpen. In eerste kwartaal van 2022 wordt op basis van de laatst bekende gegevens een berekening van de middelen gemaakt en uitgesplitst per gemeente; deze is leidend bij de inkoop van de zorg en bij het opstellen van de Kadernota 2023 en voor de begroting 2023.

Wanneer het definitieve landelijke verdeelmodel BW bekend is (mogelijk bij de meicirculaire 2022), volgt een eventuele bijstelling in de (nog op te stellen) begroting 2023. In bijgevoegd infographic wordt in beeld gebracht hoe de voorgestane aanpak in Holland Rijnland zich verhoudt tot het landelijke tijdpad. Verdeling middelen BW Zoals hierboven is toegelicht zal elke gemeente per 2023 rechtsreeks middelen ontvangen voor nieuwe cliënten BW. Er komt een landelijk objectief verdeelmodel voor de verdeling van deze middelen. De middelen voor de huidige cliënten BW worden nog uitgekeerd aan de centrumgemeente op dezelfde wijze als nu het geval is, dit is een historisch verdeelmodel. Omdat Leiden de kosten van de huidige cliënten kent, kunnen de middelen voor deze kosten overgeheveld worden naar de gemeenten waar deze cliënten wonen. De gemeente moet dus in staat zijn deze kosten te dragen. Voor de dekking van de lokale kosten BW ontvangt de gemeente dus de middelen vanuit twee geldstromen, één vanuit het rijk, deze geldstroom neemt jaarlijks toe en één vanuit de regio, deze geldstroom neemt jaarlijks af en zal naar verwachting na 7 tot 10 jaar wegvallen. Verdeling middelen MO/VZ/OGGZ Voor de verdeling van het landelijke budget MO over de 44 regio’s bestaat al een objectief verdeelmodel. De maatstaven daarvoor zijn: 

Aantal inwoners per leeftijdscategorie

Regionale aantrekkingskracht

Aantal huishoudens met een laag inkomen

Aantal uitkeringsontvangers

Aantal minderheden

Aantal eenouderhuishoudens

Omdat deze kenmerken ook per gemeente beschikbaar zijn kan het regiobudget volgens de landelijke verdeelsystematiek verdeeld worden over de gemeenten binnen de regio. Financiering regionale specialistische voorzieningen Voor de financiering van de regionale specialistische voorzieningen levert elke gemeente naar rato van het eigen budget een bijdrage. Op basis van de vraag en de inkooptarieven zal jaarlijks een begroting opgesteld worden voor de regionale kosten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1403/documents/17117