3.3. Quickscan Wnb Noorder Leidsevaart 26.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Quickscan Wet Natuurbescherming Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom
Kenmerk Datum
: R&O19082088 : 6 september 2019
Opdrachtgever :
Maatschap van der Linden en Zoon Noorder Leidsevaart 29 2182 NB Hillegom
Goedkeuring
Datum
Dhr. R.F.M. Sluijs (Ecoloog)
Opsteller, auteur
06-09-2019
Dhr. J.C. Langeweg (Adviseur)
2e lezerschap, controle en vrijgave
06-09-2019
Handtekening
Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 3 1.2 Doel van het onderzoek ........................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 3 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek ....................................................................................................... 4
2.1 Bureaustudie ......................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ...................................................................................................................................... 4 2.3 Effectenbeoordeling .............................................................................................................................. 4 3. Beschrijving van het plangebied .................................................................................................................. 5
3.1 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving ............................................................. 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .......................................................................................... 7 4. Wettelijk kader ............................................................................................................................................. 8
4.1 Wet Natuurbescherming, onderdeel soorten ....................................................................................... 8 4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland ........................................................... 9 5. Resultaten en effectenbeoordeling .............................................................................................................. 9
5.1 Vleermuizen .......................................................................................................................................... 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................................... 10 5.3 Vaatplanten ......................................................................................................................................... 10 5.4 Vogels .................................................................................................................................................. 10 5.5 Amfibieën en reptielen........................................................................................................................ 11 5.6 Overige beschermde soorten .............................................................................................................. 11 6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel .............................................................................................. 12
6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 ................................................................................. 12 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 ................................................................................ 12 6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied .................... 13 Aanbevelingen ............................................................................................................................................... 14
Checklist groen bouwen ............................................................................................................................ 16 Detailfoto’s plangebied .................................................................................................................................. 17 Literatuur en bronvermelding......................................................................................................................... 21
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
2/21
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van ? is een flora - en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Noorder Leidsevaart 26, te Hillegom. Aanleiding tot het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek is de voorgenomen sloop van alle aanwezige opstallen en realisering van nieuwbouw ten behoeve van twee woningen. De woning naast het plangebied blijft behouden, maar wordt veranderd van bedrijfswoning naar burgerwoning. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten en met welke onderbouwing ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Natuurbeschermingswet beschreven.
In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot worden in de bijlagen adviezen gegeven om de ecologische structuur te verbeteren en wordt een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.
Gedeeltelijk aanzicht plangebied: bedrijfspand/bollenschuur en loodsen.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
3/21
2. Opzet en uitvoering van het onderzoek Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 20 augustus 2019 in de ochtend bij windkracht 2, bewolkt weer, circa 20 graden Celsius. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.
Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.
Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
4/21
3. Beschrijving van het plangebied 3.1 Ligging ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Hillegom. Het ligt aan de Leidsevaart. Het ligt omsloten door bollenvelden.
Ligging plangebied (rode kader) in Hillegom. Bron: www.pdok.nl/viewer
Close-up plangebied ten behoeve van bestemmingsplanwijziging. De woning en tuin zijn niet onderzocht, omdat aan die situatie niets veranderd. Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
5/21
Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. De Leidsevaart, waarvan het door een weg wordt gescheiden, is een ecologische verbindingszone. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000 of belangrijk weidevogelgebied. Binnen een straal van 10 kilometer ligt het volgende Natura 2000-gebied: Kennemerland-Zuid op 1,2km.
Ligging plangebied (rode vierkant midden) in een straal van ca 4 km ten opzichte van ecologische hoofdstructuur EHS/NNN (donkergroen en roze), Natura2000 (gearceerd) en strategische reservering natuur (bruin). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
6/21
3.2 Algemene beschrijving van het plangebied In het plangebied staan meerdere met elkaar verbonden schuren. Het witte gebouw werd deels als kantoor en deels als bollenschuur gebruikt.
Foto-impressie plangebied
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
7/21
4. Wettelijk kader 4.1 Wet Natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet Natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibieen reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.
Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.
in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
8/21
4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland Artikel 8.1 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 1. De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; (b,c,d niet van toepassing, zie wettekst) 2. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage 6 genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Bunzing, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander , Konijn, Meerkikker, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht. 5. Resultaten en effectenbeoordeling 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek De meest voorkomende gebouwbewonende vleermuissoort is de gewone dwergvleermuis (pipistrelllus pipistrelllus).
Andere soorten die vaak of regelmatig in gebouwen verblijven en voorkomen in Hillegom zijn de ruige dwergvleermuis (pipistrelllus nathusii), laatvlieger (eptesicus serotinus) en watervleermuis (myotis daubentonii). Bomen van voldoende grootte zijn in het plangebied en binnen de verstorende invloedsfeer daarvan, niet aanwezig, waardoor de aanwezigheid van boombewonende soorten kan worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Het kantoor/de bollenschuur is aan drie zijden met plaatstaal omkleed. Alleen de achterkant heeft een bakstenen muur. De ventilatiegaten in die muur zitten achter roosters en zijn daardoor niet voor vleermuizen toegankelijk. Een spouw is niet aanwezig. De schuren achter en aansluitend aan dat gebouw zijn qua dakopbouw ongeschikt: vanwege het gebruikte golfplaat zijn geen kieren aanwezig. In de muren van baksteen zijn geen kieren aanwezig. De schuren hebben geen spouw. Tussen dak en daklijst is aan de voorzijde gaas aangebracht. Aan de achterzijde is geen ruimte tussen daklijst en muur. In alle gebouwen zijn geen voor vleermuizen geschikte invliegopeningen gevonden. Zie detailfoto’s in de bijlage. Een lijnvormig element is niet aanwezig. Als foerageergebied heeft het plangebied geen functie, omdat groen ontbreekt. Conclusie vleermuizen In het plangebied zijn geen invliegmogelijkheden voor vleermuizen aangetroffen.
Verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen. Als foerageergebied heeft het plangebied geen functie. Op basis van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op verblijfplaatsen, vaste vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
9/21
5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens kan de aanwezigheid van beschermde zoogdieren worden uitgesloten. Steenmarter is bezig met een opmars naar het westen van Nederland en wordt zo af en toe in de regio waargenomen. Tijdens het veldbezoek moet worden vastgesteld of het biotoop in het plangebied geschikt is voor deze soort. Resultaten veldbezoek Voor steenmarter zijn in het plangebied geen ingangen gevonden in de gebouwen. Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren waargenomen. In het plangebied zijn geen foerageer- en schuilmogelijkheden. De omgeving van het plangebied bestaat met name uit bollengrond. Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren aangetroffen. Deze worden gezien het biotoop ook niet verwacht in de toekomst. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kan de aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Geconstateerd is dat het biotoop ongeschikt is voor deze soorten. Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan.
5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus (passer domesticus) en gierzwaluw (apus apus), waarvan het nest jaarrond beschermd is, worden gemeld. Uilen en roofvogels worden ook genoemd in de verspreidingsgegevens, maar worden niet verwacht vanwege het ontbreken van bomen in het plangebied. Resultaten veldbezoek De gebouwen hebben een plat dak of een golfplaten dak. Daarin zijn geen nestmogelijkheden aangetroffen. Mussen en gierzwaluwen broeden daarom niet in het plangebied. In het plangebied, en binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden, zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Groen ontbreekt in het plangebied. Het lijkt hierdoor onwaarschijnlijk dat in het plangebied vogels broeden. Witte kwikstaart (niet waargenomen) is de enige soort die kan broeden tussen opgestapeld oud materiaal in het plangebied. Verder kunnen algemene soorten vogels broeden in de heg tussen plangebied en woning en in de tuin van de woning. De heg valt binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden. Conclusie vogels Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied niet gesignaleerd.
Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen huismussen gezien of gehoord, daarom doet het plangebied geen dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Voor gierzwaluw zijn, net als voor huismus, geen invliegopeningen aanwezig. Het is wel mogelijk dat vogels waarvan het nest niet jaarrond beschermd is broeden in het plangebied of binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden. Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
10/21
De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle in gebruik zijnde nesten en rustplaatsen van vogels. De nestbescherming geldt voor alle soorten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Iedere vogel is tijdens het broeden beschermd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Tot de mogelijkheden behoort aanvangen voor het broedseizoen en doorwerken met continue verstoring tijdens het broedseizoen, zodat vogels niet tot broeden komen. 5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Volgens verspreidingsgegevens komen geen beschermde soorten amfibieën of reptielen voor. De natuurlijke habitat van rugstreeppad ligt buiten het plangebied in de duinen. Resultaten veldbezoek Amfibieën en reptielen zijn niet waargenomen. Poeltjes of plaatsen waar regenwater kan blijven staan wat dienst kan doen als voortplantingswater zijn niet aanwezig het plangebied. Naast het plangebied ligt een sloot die geschikt is als voortplantingswater voor algemene soorten kikkers. Incidenteel kan een kikker in het plangebied voorkomen.
Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens worden uitgesloten. Voor eventueel aanwezige algemene soorten geldt de zorgplicht, zie §6.1. 5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander verspreidingsgebied dan het plangebied. Deze soorten stelle hoge eisen aan hun leefomgeving. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
11/21
6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. Hieronder wordt uitgelegd hoe aan de zorgplicht kan worden voldaan. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3.
De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Invulling zorgplicht artikel 1.11 Zodra een niet in de Wet Natuurbescherming beschermd in het wild levende dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Invulling zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden. Wel kan gestart worden voor het broedseizoen en met continue (weekenden uitgezonderd) verstoring worden doorgewerkt in het broedseizoen. Door de verstoring zullen geen vogels gaan broeden in het plangebied.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
12/21
6.3 Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep) Ingreep Nader Ontheffing Bijzonderheden/ verstorend onderzoek opmerkingen Vleermuizen Nee Nee Nee Het plangebied heeft geen functie voor vleermuizen. Grondgebonden Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. zoogdieren Vogels Mogelijk* Nee Nee * Zie conclusie en zorgplicht vogels Amfibieën en Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. reptielen Vaatplanten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Overige soorten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
13/21
Aanbevelingen Naast de consequenties die voortkomen uit de Wet Natuurbescherming geven wij in relatie tot de voorgenomen nieuwbouw de volgende aanbevelingen met als doel de ecologische structuren in de omgeving te versterken. - voor vleermuizen zouden open stootvoegen aangebracht kunnen worden in muren, of vleermuiskasten kunnen worden geplaatst in de spouw of tegen de muur op >2,5 meter hoogte in nieuw te bouwen woningen. Eveneens kunnen vleermuisstenen worden ingemetseld (foto links boven). Zie literatuurlijst voor vermelding naar brochure vleermuisvriendelijk bouwen.
Vrijwel onzichtbare inbouw van vleermuisstenen en technische informatie over de plaatsing daarvan.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
14/21
- voor huismussen blijken uit onderzoek zogenaamde mussenvides (onderstaande foto's) uitstekend te functioneren als nestplaats. Deze zijn gemakkelijk en relatief goedkoop in te bouwen in de nieuwe woning en zullen dankbaar worden gebruikt door de mussen die aanwezig zijn in de loods naast het plangebied om de kolonie uit te breiden. Huismussen hebben schuilplaatsen in de directe omgeving van het nest nodig. Hiervoor kunnen bomen en/of struiken worden aangeplant. Een kleine plaats waar een zandbad genomen kan worden door de huismus moet ook aanwezig zijn.
Plaatsen van huismussenvide. Deze vide blijkt zeer succesvol.
Aan de bebouwing kan een kerkuilenkast worden opgehangen aan een gevel gericht op het noorden/oosten. Zorg ervoor dat de kast gemaakt wordt van waterdicht (niet geïmpregneerd) materiaal.
Voorbeeld van een kerkuilenkast. Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
15/21
Een torenvalkkast op een hoge paal in vrij terrein is eveneens mogelijk. De omgeving van het plangebied leent zich voor de torenvalk.
Kerkuilenkast
Torenvalkkast
- het planten van bomen en struwelen voor vogels en vleermuizen verdient aanbeveling. Het beste zijn, ecologisch gezien, inheemse bes- en bloemdragende struiken en planten. Een haag van meidoorn, lijsterbes en liguster langs de rand van het plangebied zorgt voor schuil- en foerageermogelijkheden voor vele soorten dieren. - Creëer insectenhotels. Deze kunnen worden geplaatst aan de randen van het plangebied.
Voorbeelden van insectenhotels Checklist groen bouwen Verstedelijking draagt bij aan het verlies van biodiversiteit, maar de bouw biedt ook kansen. Voor sommige dieren zijn onze steden en dorpen zelfs het belangrijkste leefgebied. Daar kan iedereen een steentje aan bijdragen. Met de Checklist Groen Bouwen kan iedere bouwonderneming, architect of projectontwikkelaar zijn projecten en ontwerpen natuurvriendelijker maken. Het beantwoorden van enkele simpele ja/nee vragen leidt tot eenvoudige soortbeschermingsmaatregelen. https://www.checklistgroenbouwen.nl/
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
16/21
Detailfoto’s plangebied
Foto’s achter(noord)zijde gevel schuur Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
17/21
Met gaas afgedichte openingen tussen dak en voor(zuid)gevel. Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
18/21
Met roosters afgedichte ventilatiegaten in kantoorgebouw/annex bollenschuur.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
19/21
Geen ruimte in ventilatiegaten. Geen open stootvoegen in de schoorsteen. Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
20/21
Literatuur en bronvermelding Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017, BIJ12 brochure vleermuisvriendelijk bouwen: Zoogdiervereniging e.a., 2011 Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Kennisdocument Rugstreeppad, Bufo calamita, Versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Verspreidingsatlas planten. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www. vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al.
Noorder Leidsevaart 26 - Hillegom - R&O19082088
21/21