2b. Bijlagen bij toelichting omgevingsplan De Witte Tulp, Hillegom.pdf
Tekst van het document
omgevingsplan
De Witte Tulp Gemeente Hillegom Bijlagenboek toelichting
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0534.opdewittetulp-va01
Datum:
2023-03-09
Contactpersoon Buro SRO: Kenmerk Buro SRO:
SR190127
Opdrachtgever:
Van Rhijn Projectontwikkeling BV
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Bijlage(n) Toelichting
Inhoudsopgave Bijlage bij toelichting 1. Beeldkwaliteitsplan Bijlage bij toelichting 2. Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 Bijlage bij toelichting 3. Aanvullend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 Bijlage bij toelichting 4. Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg 44 Bijlage bij toelichting 5. Monitoring ronde zeven voormalig gasfabriekterrein Bijlage bij toelichting 6. Verkennend en aanvullend bodemonderzoek 1e Loosterweg 30 Bijlage bij toelichting 7. Vervolgonderzoek geluidswal 1e Loosterweg 30 Bijlage bij toelichting 8. Aanvullend bodemonderzoek en eindsituatie 1e Loosterweg 30 Bijlage bij toelichting 9. Historisch onderzoek 1e Loosterweg 28 Bijlage bij toelichting 10. Akoestisch onderzoek weg- en railverkeer Bijlage bij toelichting 11. Memo spuitzone Bijlage bij toelichting 12. Trillingonderzoek Bijlage bij toelichting 13. Nader trillingonderzoek Bijlage bij toelichting 14. Externe veiligheid, CAROLA berekening Bijlage bij toelichting 15. Externe veiligheid, verantwoording van het groepsrisico Bijlage bij toelichting 16. Quickscan Wnb Bijlage bij toelichting 17. AERIUS-berekening Bijlage bij toelichting 17a. bijlage AERIUS-berekening gebruiksfase Bijlage bij toelichting 17b. bijlage AERIUS-berekening bouwfase Bijlage bij toelichting 18. Archeologisch bureauonderzoek Bijlage bij toelichting 19.
Inventariserend veldonderzoek Bijlage bij toelichting 20. Waterbalans Bijlage bij toelichting 21. Parkeerbehoefteberekening en -onderbouwing Bijlage bij toelichting 22. M.e.r.-beoordelingsbesluit Bijlage bij toelichting 23. Aanpassingen naar aanleiding van participatie Bijlage bij toelichting 24. Nota van beantwoording vooroverleg Bijlage bij toelichting 25. Besluit hogere waarden Bijlage bij toelichting 26. Nota van beantwoording zienswijzen tevens Nota van wijzigingen Bijlage bij toelichting 27. Bezonningstudie
Bijlage bij toelichting 1. Beeldkwaliteitsplan
De Wi t te Tulp Beel dk wali tei t s p lan
Hillegom
PROJECT Beeldkwaliteitsplan De Witte Tulp Hillegom Projectnummer: SR190127
INITIATIEFNEMER Van Rhijn Projectontwikkeling BV
OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht Contactpersoon: John van de Zand T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
DATUM & STATUS 14 september 2022 | Concept
Inhoud 1. Inleiding
5
5. Beeldkwaliteit bebouwing
21
1.1 Aanleiding
5
5.1 Ambitie en beoogde sfeer
21
1.2 Doel beeldkwaliteitsplan
5
5.2 Deelgebied ‘Lint’, ‘Bollenrand’ en ‘Bollenveld’
21
1.3 Plangebied
5
5.3 Dakkapellen
27
1.4 Leeswijzer
7
2. Stedenbouwkundige context
9
6. Beeldkwaliteit buitenruimte
29
6.1 Algemeen streefbeeld
29
2.1 Huidige situatie
9
6.2 Verharding
29
2.2 Locatie en directe omgeving
9
6.3 Beplanting
29
6.4 Erfafscheidingen
33
11
6.5 Spelen
33
3.1 Omgevingsvisie Hillegom
11
6.6 Afval
33
Uitgangspuntenkaart
12
6.7 Materialisatie
33
3.2 Ruimtelijke uitgangspunten
13
3. Kaders
4. Stedenbouwkundig plan
15
4.1 Hoofdopzet
15
4.2 Ontsluiting en parkeren
15
4.3 Water en groen
17
4.4 Oriëntatie en accenten
17
4.5 Bouwhoogte en programma
19
4.6 Deelgebieden bebouwing
19
3
4
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
Het plangebied, waarbinnen tot voor kort de gronden
Een dergelijk plan is een uitgebreid beoordelingska-
gelegen waren van transportbedrijf De Wit, Flowerfarm
der met een beschrijving van het plan op hoofdlijnen,
en KAVB aan de 1 Loosterweg in Hillegom, komt vrij
eventuele uitwerkingsscenario’s voor deelgebieden,
voor herontwikkeling.
referentiebeelden, uitgangspunten voor de beoorde-
Het gebied wordt herontwikkeld naar woningbouw en
ling en criteria die richting geven aan de uitwerking.
e
heeft de naam De Witte Tulp. Voor deze woningbouwontwikkeling is reeds een stedenbouwkundig plan op-
Dit BKP is richtinggevend. Het geeft de beoogde sfeer
gesteld. Om ervoor te zorgen dat er een kwalitatief
en kwaliteit aan, maar is dermate flexibel dat ontwer-
hoogwaardig gebied ontstaat is dit Beeldkwaliteits-
pers een eigen invulling aan de richtlijnen kunnen ge-
plan (BKP) opgesteld. Het BKP geeft de kaders van
ven. Ze vormen geen blauwdruk, maar tippen principes
de uitwerking van de gebouwen en de omgeving aan.
(niet uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en ruim-
Hierin worden de algemene richtlijnen voor de verschij-
telijke kwaliteit te komen. Indien met andere principes
ningsvorm van de bebouwing en de inrichting van de
hetzelfde wordt bereikt dan is dit ‘in de geest van het
buitenruimte gedefinieerd.
plan’ en wordt daarmee ook aan de richtlijnen voldaan.
1.2
1.3
Doel beeldkwaliteitsplan
Plangebied
Dit BKP wordt door de gemeenteraad van Hillegom
De locatie ligt in de gemeente Hillegom aan de 1e Loos-
vastgesteld en vormt daarmee het toetsingskader
terweg ten noord-oosten van het NS-station Hillegom.
voor de Welstandscommissie en voor de verdere plan-
Aan de noord- en oostzijde grenst het plangebied aan
uitwerkingen. De welstandsnota van Hillegom bevat
bollenteeltgronden en wordt deels begrensd door een
geen criteria voor ontwikkelingsprojecten die de be-
watergang. Aan de zuidzijde wordt het plangebied be-
staande structuur en ruimtelijke karakteristiek door-
grensd door eveneens een watergang met daarachter
breken. Hiervoor dient een BKP opgesteld te worden.
de woonpercelen, welke gelegen zijn aan de Stations-
< Globale ligging plangebied binnen Hillegom
5
6
weg. De westzijde van het plangebied grenst deels aan de 1e Loosterweg en deels aan woonpercelen gelegen aan deze weg. Het plangebied heeft een omvang van circa 2,5 hectare.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding volgt in hoofdstuk twee een beschrijving van de stedenbouwkundige context. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de kaders waarbinnen dit BKP is opgesteld. In hoofdstuk 4 wordt het stedenbouwkundig plan toegelicht. Hoofdstuk 5 gaat vervolgens in op de beeldkwaliteit van de bebouwing. De (openbare) buitenruimte wordt in hoofdstuk 6 behandeld. Na een omschrijving van het algemene streefbeeld komen de specifieke onderdelen aan bod.
^ Impressie plangebied huidige situatie
7
Sta tion swe g
8
1e L
oo st
er w eg
2. Stedenbouwkundige context 2.1
Huidige situatie
De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door
een kantoor, bedrijfsgebouw of een karakteristieke bol-
lintbebouwing en bollenteeltgebied met zanderijsloten.
lenschuur. Aan de 1e Loosterweg, op loop afstand van de
Het Hillegomse bollenlandschap heeft specifieke kenmer-
planlocatie ligt het station van Hillegom.
ken, zoals de rechtlijnige verkavelingsrichting, openheid en de kenmerkende profielen van wegen, waterlopen en
2.2
linten. Zowel de Stationsweg als de 1 Loosterweg zijn
Vanaf de Stationsweg is er nauwelijks zicht op de planlo-
beide oude linten met een bepaalde mate van cultuurhis-
catie ‘De Witte Tulp’. De bebouwing aan de Stationsweg
torische waarde binnen het bollengebied. Aan deze we-
staat dusdanig dicht op elkaar of is aaneengeschakeld,
gen staat historische bebouwing die veelal een connectie
waardoor er nauwelijks of geen doorzichten mogelijk zijn.
hebben met de bollenteelt. Beide straten zijn oude lijnen
Bovendien wordt het plangebied aan deze zijde afge-
in het landschap. Dit geldt tevens voor de zanderijsloten
schermd door een groenstrook.
e
In 1900 is het gebied nog onontgonnen (bron: Topotijdreis.nl)
Locatie en directe omgeving
die onderdeel uitmaken van het plangebied. Aan de zijde van de 1e Loosterweg laat de bebouwing, welke Binnen de linten van de Stationsweg en de 1e Loosterweg
ter plaatse van het plangebied voornamelijk uit vrijstaande
is er veel variatie in gebruiksfuncties en in bebouwings-
woningen en een aantal grotere bedrijfsvolumes bestaat,
typologieën. Tevens komen deze uit verschillende bouw-
meer doorzichten toe naar het achtergelegen gebied. Aan
periodes. Bebouwingstypologisch komen er vrijstaande
de zijden van het bollenteeltgebied, de oost- en noordrand
woningen, rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen
van het plangebied, is vrij zicht mogelijk. Ook vanaf de
voor. Ter plaatse van het plangebied is de Stationsweg
verderop gelegen Pastoorslaan is er vrij zicht mogelijk
aan twee zijden bebouwd, terwijl de 1 Loosterweg maar
op het plangebied. Vanaf deze zijde is het silhouet,
éénzijdig (zuidzijde) is bebouwd. Aan de overzijde ligt de
bestaande uit groen en de diversiteit aan bebouwing,
spoorlijn Haarlem-Leiden. De bebouwing bestaat overwe-
van zowel de ‘achterzijde’ van de Stationsweg als de 1e
gend uit één dan wel twee lagen met een kap. Op een
Loosterweg goed zichtbaar.
e
1925 Rechtlijninge verkaveling van bollenvelden en zanderijsloten (bron: tTopotijdreis.nl) < Plangebied
enkele plek komt een groter volume voor in de vorm van
9
ste rw eg oo 1e L
St a
tion
10 66
OMGEVINGSVISIE HILLEGOM
swe g
3. Kaders 3.1
Omgevingsvisie Hillegom
Doelstellingen omgevingsvisie Hillegom
Toerisme, recreatie & archeologie
De gemeente Hillegom heeft in de omgevingsvisie een
Hillegom en omgeving heeft nog veel ontwikkelingskansen
aantal belangrijke aandachtspunten bij gebiedsontwikke-
op het gebied van uitbreiding van recreatie en toeristische
ling benoemd. Deze worden hierna kort toegelicht.
attracties. Ook ligt er in de gemeente nog veel cultuurhis-
Het plangebied is gelegen in het deelgebied ‘Heerlijke
torische waarde in de grond. Bescherming van archeolo-
woonplaats’ (zie afbeelding pagina 10). Met het ontwerp is
gische bronnen is daarom een belangrijk aandachtspunt
aandacht gegeven aan deze aandachtspunten.
en de impact moet zo nodig onderzocht worden bij een nieuwe ontwikkeling.
Gezonde en veilige woonomgeving
< Omgevingsvisie Hillegom 2021 - Gebiedsprofiel ‘Heerlijke woonplaats’
De leefbaarheid in Hillegom scoort volgens het landelijke
Duurzaamheid
gemiddelde goed, maar is lager dan in omliggende ge-
Binnenkort zal Hillegom een energieakkoord onderteke-
meenten. Ook is gebleken dat in Hillegom veel depressie
nen en dat betekent dat in 2050 de gemeente geheel
voorkomt en er een lage waardering is van de eigen ge-
energieneutraal moet zijn. Maar ook sociale en econo-
zondheid. Dit leidt er toe dat een verbetering van de woon-
mische duurzaamheid zijn belangrijke speerpunten in de
omgeving een belangrijk doel is binnen Hillegom.
omgevingsvisie.
Wonen
Meer groen(voorzieningen), parken
De ambitie van Hillegom en omliggende gemeenten is om
Groenvoorzieningen hebben een belangrijke invloed op de
de woningvoorraad uit te breiden. Dit zal voornamelijk no-
biodiversiteit, klimaatadaptatie en gezondheid. Daarom is
dig zijn in de betaalbare koop- en huursector, maar ook in
het toevoegen van groen voor de gemeente een belangrijk
het dure segment is er veel vraag.
aandachtspunt.
11
Uitgangspuntenkaart Legenda Zanderijsloten
Entree en ontsluiting 1e Loosterweg
Toekomstige verbinding LV
Zicht richting bollenteelt
Achterzijde bestaande woonpercelen
Groenstrook
Groen woon- en leefklimaat
Stedenbouwkundige begeleiding
Stedenbouwkundig accent
Hindercirkel gasverdeelstation
12
Bereikbaarheid
3.2
De automobiliteit neemt toe en daarom is een verbetering
Op basis van de omgevingskenmerken zijn de belangrijkste
• De bestaande groenstrook, tussen het plangebied
van de bereikbaarheid en doorstroming in de gemeente
uitgangspunten geformuleerd die van belang zijn voor het
en de lintbebouwing aan de Stationsweg, dient
belangrijk. De gemeente wil daarnaast ook de recreatieve
stedenbouwkundig ontwerp. Deze staan hieronder kort sa-
binnen
infrastructuur verbeteren. Hiervoor zal het autogebruik
mengevat, op pagina 12 is de bijbehorende kaart afgebeeld:
ingepast te worden;
worden ontmoedigd en het gebruik van openbaar vervoer
• De mogelijke toekomstige doorontwikkeling richting
• Bebouwingstypologisch aansluiten bij de directe
het oosten dient rekening te houden met de aanwezige
omgeving. Dit betekent maximaal twee lagen met
zanderijsloten en dienen te worden versterkt. Dit
een kap voor grondgebonden woningen. Daar waar
Economie
kan worden gecombineerd met de noodzakelijke
een stedenbouwkundig accent gewenst/mogelijk
De bloembollenteelt wordt steeds grootschaliger en dit be-
watercompensatie;
is, in de vorm van een appartementencomplex,
en fiets zal als alternatief gestimuleerd worden.
Ruimtelijke uitgangspunten
tekent dat er veel schuren en hallen leeg komen te staan.
• Met de mogelijke toekomstige doorontwikkeling dient
Dit heeft gevolgen voor de economie en is daarmee een
rekening te worden gehouden voor wat betreft een
belangrijke factor voor de visie van Hillegom.
langzaamverkeers- en calamiteitenontsluiting (en
Voor de omgevingsvisie heeft Hillegom de gemeente opge-
• De ontsluiting(-en) dient plaats te vinden vanaf de 1e
heringericht
en
maximaal 4 woonlagen exclusief halfverdiept parkeren; • Er dient voldoende groene ruimte binnen het plan
aantrekkelijk woon- en leefklimaat; • Rekening houden met de milieucontouren van het
Loosterweg;
deeld in een aantal deelgebieden met allemaal een eigen
• Stedenbouwkundig dient de (hoofd)ontsluiting goed
karakter. De Witte Tulp valt onder het deelgebied “De heer-
begeleid te worden en waar mogelijk de ‘leesbaarheid’
lijke woonplaats”. Hierbij zijn een aantal aandachtspunten
ervan te worden ondersteund;
extra belangrijk voor het plangebied:
planontwikkeling
te worden gerealiseerd dat bijdraagt aan een
ruimtereservering); Koersvisie Gebiedsprofiel “Heerlijke woonplaats”
de
gasverdeelstation; • Voldoende met
• De randen van het plangebied dienen aantrekkelijk te
de
parkeren
conform
gemeente
parkeerbehoefteberekening
de
afspraken
Hillegom Goudappel.
o.b.v. De
• Behouden en versterken van het dorpse karrakter;
zijn en in te spelen op de openheid van het aansluitende
maximale loopafstand bedraagt 100 meter tot de
• Woningvoorraad verduurzamen en kwaliteit verbeteren;
bollenteeltgebied;
parkeerplaatsen.
• Bevorderen van gezondheid;
• Vanuit het plan dient ruimtelijk rekening te worden
• Sociale cohesie versterken;
gehouden
• Zorgdragen voor toekomstbestendige voorzieningen;
Stationsweg en 1 Loosterweg;
met
de
achterkantsituatie
van
de
e
• Behoud en verbeteren woon- en leefkwaliteit. 13
1e L
oo
ste rw eg
Stedenbouwkundig plan
14
St a
tion
swe g
En t
re e
no o
rd
4. Stedenbouwkundig plan 4.1
En t
re e
z ui d
Ontsluitingsstructuur
Hoofdopzet
4.2
Ontsluiting en parkeren
De hoofdopzet van het plan is gebaseerd op de aanwezige
Voor de ontsluiting wordt een U-vormige ontsluitingsstructuur
landschapsstructuur van de zanderijsloten. De ontsluitings-
voorgesteld welke aantakt op de 1e Loosterweg. Het plange-
weg door het plangebied volgt deze structuur en wordt op
bied is daarmee van twee zijden te benaderen en er kan wor-
twee plaatsen ontsloten op de 1e Loosterweg. Grenzend aan
den rondgereden. De zuidelijke ontsluitingsweg loopt aan het
de voorgestelde ontsluiting zijn aantrekkelijke woonvelden ge-
einde, nabij de entree van de parkeergarage, visueel linksom
plaatst. De structuur van deze woonvelden volgt de hoofdrich-
door. Vanaf de ontsluitingsweg ontsluiten korte ‘inprikkers’
ting van de aanliggende bollenvelden en zanderijsloten en heb-
de woonvelden. De hoofdontsluiting en zijstraten worden
ben nagenoeg allen zicht hierop. De middelste zanderijsloot is
ingericht als 30 km/h. In het verlengde van de voorgestelde
verlengd, conform historische situatie (zie kaart 1925), als na-
noordelijke ontsluiting is rekening gehouden met een ruim-
tuurlijke overgang tussen nieuwe woningen en de bestaande
tereservering voor een mogelijke toekomstige doortrekking
belendingen. Tevens wordt met de noordelijke woonstraat met
naar het naastgelegen bollenteeltgebied. In navolging op dit
representatieve woningen een nieuwe aantrekkelijke dorpsen-
BKP wordt een inrichtingsplan opgesteld.
tree gemaakt, aan deze zijde van Hillegom. Goudappel Coffeng heeft een parkeerbehoefteberekening Direct nabij de zuidelijke entree op de 1 Loosterweg wordt een
uitgevoerd (d.d. 30 maart 2022) waarin het benodigde aantal
vrijstaande woning voorgesteld. Deze kan in beeld meedoen
parkeerplaatsen is onderzocht naar aanleiding van de doel-
binnen het bestaande lint van de 1 Loosterweg. Direct daar-
groepen en de ligging nabij het openbaar vervoer. Geconclu-
achter ontstaat een meer besloten woongebied, bestaande uit
deerd is dat de parkeerbehoefte en het parkeeraanbod in dit
korte rijenblokken en appartementen begeleid door opgaan-
plan in balans zijn.
e
e
de bomen. In het verlengde van de zuidelijke ontsluiting is een
Parkeerplaatsen in openbaar gebied
< Stedenbouwkundig plan
doorzicht naar het achtergelegen bollenveld, tussen de voor-
Het parkeren vindt zoveel als mogelijk plaats op eigen terrein.
gestelde woonblokken, voorgesteld. De oostelijke rand van
Dit geldt voor alle twee-onder-één-kap-woningen, de rijwonin-
het plangebied krijgt een meer ‘open’ invulling van een enkele
gen en appartementencomplexen aan de zuidoostzijde (half-
tweekapper, korte rijwoningen en een tweetal compacte ap-
verdiepte parkeerkelder). Dit komt de kwaliteit van de open-
partementencomplexen.
15
(Openbaar) groen
16
4.4
Oriëntatie en accenten
bare ruimte ten goede. Daar waar het parkeren in openbaar
Stationsweg. Deze watergang en groenstrook worden
Het plan is dusdanig opgezet dat er een gunstige oriëntatie
gebied noodzakelijk is wordt dit zoveel als mogelijk geclusterd
op een aantrekkelijke wijze ingepast in overleg met de
van de woningen op de zon is verkregen. Woningen zijn met
en voorzien van een groene ‘omlijsting’. Zo mogelijk wordt een
bewoners van de Stationsweg.
hun achter- of zijtuinen aan de zanderijsloten voorgesteld of
aantal parkeerplaatsen als ‘groene’ parkeerplaats aangelegd (zie pagina 15 en 32).
hebben een royaal en aantrekkelijk uitzicht. Alle woningen zijn Beide entrees op de 1e Loosterweg worden begeleid
met hun voorzijde op de straat georiënteerd.
door opgaand groen. De noordelijke entree grenst
4.3
Water en groen
aan het open bollengebied. Hier is een passend beeld
Het plan wordt voorzien van groen en water. De algemene
voorzien van haagbeplanting met bomen in aansluiting
Het accent aan de oostzijde bestaat uit twee appartemen-
sfeer voor de openbare ruimte binnen het plangebied is ver-
bij het bestaande beeld langs de 1e Loosterweg.
tencomplexen. Deze bestaan uit 4 bouwlagen, waarvan de
zorgd en afwisselend. De inrichting van het groen wordt gere-
4e bouwlaag terug is gelegen (penthouses). Onder de com-
aliseerd met beplanting passend bij de streek en aansluitend
De zuidelijke entree wordt begeleid door bomen die
plexen en de daarnaast gelegen grondgebonden woningen
op het beleid van de gemeente. De zanderijsloten worden,
een laanstructuur vormen richting het oosten. Aan het
bevindt zich een halfverdiepte parkeerkelder. Tussen de ap-
waar mogelijk, verlengd en/of verbreed, om zo te kunnen vol-
einde loopt deze weg linksom, dat door groen visueel
partementencomplexen en grondgebonden woningen is tel-
doen aan de gestelde watercompensatie en om extra ruimte-
wordt begeleid. Centraal in het plan ligt een openbaar
kens de gedeelde entree naar deze parkeerkelder voorzien
lijke kwaliteit in het plan te verkrijgen. Een deel van de oevers
groengebied dat ingericht wordt met gras en bomen.
(zie pagina 18 programma en bouwhoogte).
van de zanderijsloten wordt voorzien van natuurvriendelijke
Door het groen te laten bestaan uit een diversiteit van
oevers of onderwaterbeschoeiing. Samen met de achter- en
voornamelijk inheemse boom- en onderbeplanting
Een derde L-vormig appartementenblok begeleid de entree-
zijtuinen, welke zoveel als mogelijk aan het water worden ge-
draagt dit tevens bij aan de gewenste biodiversiteit.
weg. De lange zijde bestaat uit 3 bouwlagen en gaat in de
projecteerd, ontstaan aantrekkelijke groene woonranden.
Om het plan zo groen mogelijk in te richten wordt er
hoek over naar 4 bouwlagen. Vanuit deze appartementen is
ook gekeken naar de mogelijkheid voor het toepassen
zicht op het centraal gelegen groengebied met gras en bo-
Aan de zuidzijde van het plangebied ligt een zande-
van sedumdakbedekking op de bergingen. Het groen
men. Een parkeerterrein is aan de binnenzijde gelegen (zie
rijsloot met een bestaande groenstrook, die aansluit
wordt zo ingepast dat het tevens bijdraagt aan kli-
pagina 15 afbeelding Parkeerplaatsen openbaar gebied).
op bestaande achtertuinen van de woningen aan de
maatadaptatie en het voorkomen van hittestress (zie pagina 16).
< (Openbaar) groen in het plangebied
17
18
Oriëntatie en accenten
Programma en bouwhoogte
Orientatie en accenten in het plangebied
Programma en bouwhoogte in het plangebied
4.5
Bouwhoogte en programma
Het stedenbouwkundig plan biedt ruimte voor 32 appartementen in de sociale huur sector en 20 beneden- en bovenwoningen in de middeldure huur/koop. In de sector dure koop biedt het plan ruimte aan: 24 rijenwoningen, 10 twee-onderéén-kapwoningen, 1 vrijstaande woning en 28 appartementen. De appartementen worden vier bouwlagen hoog (met een halfverdiepte parkeerkelder). De grondgebonden woningen krijgen een bouwhoogte van twee bouwlagen (deels met een halfverdiepte parkeerkelder) met een kap (zie pagina 18).
4.6
Deelgebieden bebouwing
Het wijkje is opgedeeld in drie deelgebieden: ‘Lint’, ‘Bollenrand’ en ‘Bollenveld’. Voor het bollenveld en de bollenrand is een zelfde beeldsfeer beoogd, maar het ambitieniveau bij de ‘Bollenrand’ is hoger qua architectuur. Het deelgebied ‘Lint’ maakt minder onderdeel uit van de nieuwe wijk, maar juist meer van de bestaande lintstructuur van de 1e Loosterweg. Voor dit deelgebied gelden daarom andere criteria. (zie pagina 20).
19
Themakaart deelgebieden
20
Referentiebeelden
5. Beeldkwaliteit bebouwing
In dit beeldkwaliteitsplan wordt gebruik gemaakt van referentiebeelden. Met deze beelden wordt
5.1
Ambitie en beoogde sfeer
een mogelijke uitwerking/sfeer weergegeven
Het beoogde woonmilieu is een gevarieerde buurt met
uitgevoerde middelen. De woongebouwen binnen het
zonder dat dit een letterlijke uitwerking dient te
een dorpse schaal, afgestemd op de ligging aan het
deelgebied ‘Accenten’ zijn duidelijk familie van elkaar,
zijn.
open bollengebied enerzijds en het lint van de 1 Loos-
waarbij de woongebouwen aan de zanderijsloot een
terweg en Stationsweg anderzijds. Een afwisseling in
hoger ambitie nastreven.
e
traditionele en eigentijdse Hollandse architectuur is daarbij passend. Daarbij wordt gerefereerd aan de jaren ‘50 architectuur met een eigentijdse twist, dit kan
5.2
Stedenbouwkundige richtlijnen per deelgebied
worden gekenmerkt door onder andere:
Deelgebied ‘Lint’
• Heldere sobere massa’s;
Positie en oriëntatie
• Robuuste bakstenen architectuur;
• De voorgevelrooilijn van de vrijstaande woning sluit
• Royale gevelopeningen;
aan op de rooilijn van de naastgelegen bebouwing.
• Dakoverstekken;
Dit betekent dat de rooilijn op minimaal 8,5 meter
• Aluminium dakgoten;
vanaf de kant van de weg (1e Loosterweg) ligt;
• Dakkapellen; • Vlakke pannen; • Een in het oog springende entreepartij.
• Aan de zuidzijde ligt de zijgevelrooilijn op minimaal 2,0 meter van de erfgrens of daarachter; • De woning heeft een tweezijdige oriëntatie gericht op de 1e Loosterweg en de nieuwe entree. Aan
De zanderijsloten en de centrale woonstraat zijn de
deze zijde bevinden zich gevelopeningen met
dragers van het plan. In het deelgebied ‘Lint’ staat een
daarachter een representatief (woon)programma;
zorgvuldige inpassing binnen het bestaande lint voor
• De nokrichting is haaks op de 1e Loosterweg;
ogen. In het deelgebied ‘Bollenrand’ zorgt een nieuwe
• De garage/berging wordt bij voorkeur als vrijstaand
dorpsrand, bestaande uit halfopen bebouwing voor
volume uitgevoerd achter op de kavel.
de gewenste sfeer. Het ‘Bollenveld’ sluit hier op aan, maar dit mag met eenvoudige, sobere en minder rijk < Deelgebieden bebouwing en beeldkwaliteit
21
Referentiebeeld rijwoning
22 Referentiebeeld twee-onder-een-kapwoning
Referentiebeeld twee-onder-een-kapwoning
Bijzonder metselwerk, twee kleuren, kozijnen in neutrale kleurstelling
Bouwmassa
Deelgebied ‘Bollenrand’
• De vrijstaande woning is maximaal twee bouwlagen
Grondgebonden woningen:
hoog met een kap en heeft een bouwhoogte van circa
Positie en oriëntatie
12 meter;
• De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 1
• De nokrichting van de vrijstaande woning is haaks op de 1e Loosterweg; • Aan de voorzijde (straatzijde) zijn dakkapellen
meter van de kant van het trottoir; • De grondgebonden woningen staan evenwijdig aan de woonstraat op een halfverdiepte parkeerkelder;
• Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn.
Kleur- en materiaalgebruik • De woningen kennen een licht, terughoudend kleurgebruik, met een warme uitstraling. • Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige
ondergeschikt aan de hoofdmassa. Ze bedragen
• Alle woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte
maximaal 1/2 van de gevelbreedte en liggen minimaal
waaraan ze grenzen. Aan deze zijden bevinden zich
• De variatie in kleurgebruik is beperkt;
1 meter onder de nok;
gevelopeningen met daarachter een representatief
• Kappen zijn voorzien van vlakke, zwarte/antraciete
• Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn.
(woon)programma; • De kopgevels van de woningen, grenzend aan openbaar gebied, dienen representatief te worden uitgevoerd.
Kleur- en materiaalgebruik
Bijvoorkeur zijn blinde kopgevels niet toegestaan.
• De vrijstaande woning kent een licht, terughoudend kleurgebruik, met een warme uitstraling. • Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen als hoofdmateriaal; • De variatie in kleurgebruik is beperkt; • Kappen zijn voorzien van vlakke, zwarte/antraciete pannen; • Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast; • De garage/berging wordt uitgevoerd in een zelfde materiaal en kleurstelling als de woning.
materialen als hoofdmateriaal;
pannen; • Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast; • De garage/berging wordt uitgevoerd in een zelfde materiaal en kleurstelling als de woning.
Bouwmassa • De grondgebonden woningen zijn maximaal twee
Gestapelde woningen
bouwlagen hoog met een kap en hebben een
Positie en oriëntatie
bouwhoogte van circa 13,5 meter;
• De voorgevelrooilijn van de woongebouwen ligt op
• De nokrichting is overwegend evenwijdig aan de straat. Om een aantrekkelijk en afwisselend straatbeeld te krijgen wordt een enkele nokverdraaiing voorgesteld; • Aan de voorzijde (straatzijde) zijn dakkapellen ondergeschikt aan de hoofdmassa. Ze bedragen maximaal 1/2 van de gevelbreedte en liggen minimaal
minimaal 3,5 meter van de kant van de weg. De onderlinge afstand is minimaal 12,5 meter; • De woongebouwen staan op een halfverdiepte parkeerkelder; • De maximale diepte van de woongebouwen bedraagt 21 meter exclusief balkons;
1 meter onder de nok; 23
Referentiebeeld appartementen met rustige gevelindeling
24 Referentiebeeld woningen aan het water met natuurvriendelijke oevers
Referentiebeeld halfverdiepte parkeergarage
Referentiebeeld sedumdak bergingen
• De woongebouwen zijn maximaal vier bouwlagen en hebben een bouwhoogte van circa 15 meter; • De woongebouwen zijn georiënteerd op de woonstraat en de zanderijsloot. Aan deze zijde bevinden zich gevelopeningen met daarachter een representatief woonprogramma; • Kopgevels van de woongebouwen krijgen een oriëntatie op de openbare ruimte waaraan ze grenzen. Blinde gevels zijn niet toegestaan; • Noodzakelijke bergingen worden opgelost in de halfverdiepte parkeerkelder.
Kleur- en materiaalgebruik
Deelgebied ‘Bollenveld’
• Alle gebouwen kennen een licht, terughoudend
Grondgebonden woningen:
kleurgebruik, met een warme uitstraling. • Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige materialen als hoofdmateriaal;
Positie en oriëntatie • De voorgevelrooilijn van de woningen ligt op minimaal 1,5 meter van de kant van de weg;
• De variatie in kleurgebruik is beperkt. De woongebouwen
• Alle woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte
zijn duidelijk familie van elkaar en in samenhang
waaraan ze grenzen. Aan deze zijden bevinden zich
vormgegeven;
gevelopeningen met daarachter een representatief
• Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig binnen het dakvlak ingepast; • Balkons worden afgeschermd door hekwerken en/of glas en worden mee-ontworpen.
(woon)programma; • De kopgevels van de woningen grenzend aan openbaar gebied dienen representatief te worden uitgevoerd; Blinde kopgevels zijn bijvoorkeur niet toegestaan.
Bouwmassa • De woongebouwen krijgen een moderne vormgeving en
Bouwmassa
zijn duidelijk familie van de grondgebonden woningen;
• De grondgebonden woningen en beneden- en
• De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale
bovenwoningen zijn maximaal twee bouwlagen hoog
gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; • De daken van de woongebouwen worden uitgevoerd als plat dak;
met een kap en hebben een bouwhoogte van circa 12 meter; • De nokrichting van de woningen is overwegend
• Zijgevels die grenzen aan de openbare ruimte worden
evenwijdig aan de straat. Om een aantrekkelijk en
behandeld als voorgevel of een afgeleide daarvan;
afwisselend straatbeeld te krijgen wordt een enkele
• De rand van de halfverdiepte parkeerkelder dient of mee-ontworpen te worden met het woongebouw, dan wel een aantrekkelijk groen basement te vormen; • De balkons zijn uitkragend.
nokverdraaiing voorgesteld; • Aan de voorzijde (straatzijde) zijn dakkapellen ondergeschikt aan de hoofdmassa. Ze bedragen maximaal 1/2 van de gevelbreedte en liggen minimaal 1 meter onder de nok; 25
Referentiebeeld appartementen met galerijontsluiting
26
Referentiebeeld balkons appartementen
Referentiebeeld appartementen met royale gevelopeningen
Referentiebeeld galerij appartementen
Houten bergingen in een donkere kleurstelling
• De entree tot de bovenwoningen (bebo’s) worden op de kopse zijde gesitueerd om zo een aantrekkelijke gevel en straatbeeld te krijgen; • Bijgebouwen staan zoveel mogelijk uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn.
bouwlagen en heeft een bouwhoogte van circa 15 meter; • Het woongebouw is georiënteerd op de aanliggende woonstraat en het groen. Aan deze zijde zijn de balkons voorzien; • Kopgevels van het woongebouw krijgt een oriëntatie
Kleur- en materiaalgebruik
op de openbare ruimte waaraan ze grenzen. Blinde
• De woningen kennen een licht, terughoudend
kopgevels zijn bijvoorkeur niet toegestaan;
kleurgebruik, met een warme uitstraling.
• Noodzakelijke bergingen op de begane grond worden
• Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare
zoveel mogelijk uit de hoeken van het gebouw geplaatst.
steenachtige materialen als hoofdmateriaal; Bouwmassa
• Kappen zijn voorzien van vlakke, zwarte/
• Het woongebouw krijgt een moderne vormgeving en is
• Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast; • Bergingen worden uitgevoerd in hout in een donkere kleurstelling.
Gestapelde woningen Positie en oriëntatie
duidelijk familie van de grondgebonden woningen; • De gevelindeling is rustig en eenvoudig met royale gevelopeningen afgestemd op de oriëntatie; • Het dak van het woongebouw wordt uitgevoerd als plat dak;
• De maximale diepte van het woongebouw bedraagt maximaal 15 meter exclusief lift en trappenhuis;
• De variatie in kleurgebruik is beperkt. • Eventuele zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig op het dakvlak ingepast; • Balkons en galerijen worden afgeschermd door hekwerken en/of glas en worden mee-ontworpen.
5.3 Dakkapellen In relatie tot de woningen kunnen dakkapellen een fraaie
• Dakkapellen
worden
mee-ontworpen
bij
het
hoofdvolume als geheel; • De dakkapel is een ondergeschikte toevoeging aan het gebouw; • Evenwichtig en regelmatig rangschikken op horizontale lijn (bovenlijn aanhouden); • Dakkapellen aan de voorkanten zijn bij woningen met
• Zijgevels die grenzen aan de openbare ruimte worden
een beuk van 5,7 meter of smaller maximaal 2,5 meter
behandeld als voorgevel of een afgeleide daarvan;
breed. Bij woningen breder dan 5,7 meter bedraagt de
• De balkons en galerijen zijn uitkragend.
• De voorgevelrooilijn van het woongebouw ligt op minimaal 2 meter van de kant van de weg;
materialen als hoofdmateriaal;
toevoeging aan het bebouwingsbeeld opleveren.
• De variatie in kleurgebruik is beperkt;
antraciete pannen;
• Gevels zijn van baksteen of vergelijkbare steenachtige
breedte maximaal 4 meter; • Dakkapellen aan de zijkanten zijn maximaal 4 meter
Kleur- en materiaalgebruik
breed.
• Het gebouw kent een licht, terughoudend kleurgebruik, met een warme uitstraling.
• Het woongebouw bestaat uit 3 en maximaal vier 27
Themakaart hoofdgroenstructuur
28
6. Beeldkwaliteit buitenruimte 6.1 Algemeen streefbeeld
6.2
Verharding
Het gehele terrein wordt als eenheid ingericht, waar-
Trottoirs en rijbanen
bij de hoofdroute een verzorgde en groene uitstraling
Voor de materialisering van rijbanen, trottoirs en par-
voerd in stenen in een donkere kleur met een passe-
krijgt. Het toegepaste groen is streekeigen (inheemse
keervakken is een rustig en eenduidig beeld het stre-
partout in halfsteens verband om de vakken onderling
bomen en struiken die van nature in een gebied voor-
ven. Er vindt daarom geen onderscheid plaats in toe
aan te duiden en moeten worden voorzien van een
komen) en robuust.
te passen materialen tussen de verschillende deelge-
P-tegel of als ‘groene parkeerplaats’ ingericht d.m.v.
bieden. Uitgangspunt is een hoogwaardige kleurvaste
grasbetonstenen. Bij groene parkeerplaatsen wordt de
De verharding wordt uitgevoerd met gebakken klinkers
betonstraatsteen in warme zand- en grijstinten. Mol-
maatvoering aangepast aan de materiaalkeuze.
of betonstraatstenen met een kleurechte kwaliteit in
goten zijn in hetzelfde materiaal uitgevoerd en hoeven
Wanneer de parkeervakken niet kunnen afwateren in
een neutrale uitstraling met subtiele kleurverschillen.
zich niet in kleur te onderscheiden.
het groen worden molgoten en straatkolken toegepast. De openbare parkeerkoffers zijn deels uitgevoerd in
Inrichtingselementen als verlichtingsmasten, afvalbak-
De straten worden geflankeerd door trottoirs. Uit-
hetzelfde materiaal als de rijlopers. Het streven is een
ken, speelgelegenheden en hekwerken krijgen over
gangspunt hiervoor is een standaard betontegel, grijs
hoogwaardige kleurvaste gebakken klinkers of beton-
het gehele gebied een uniforme vormgeving conform
30 x 30 cm. Tussen de rijbaan en de trottoirs komen
straatstenen mogelijk in combinatie met waterpasse-
de inrichtingseisen van de gemeente Hillegom. Uit-
trottoirbanden 13/15 cm, grijs.
rende verharding of graskeien.
waarbij deze elementen zich onopvallend schikken in
Parkeren
6.3
hun groene en bebouwde context.
In het plangebied worden parkeerplaatsen gereali-
De groeninrichting van de openbare ruimte draagt
seerd in openbaar gebied en op privégrond (oprit of
in belangrijke mate bij aan de sfeer en leefbaarheid
Bij de verdere uitwerking van het ontwerp wordt re-
halfverdiept parkeren). De plaatsen in het openbaar
van de buurt. Belangrijk is het om de beplanting zo te
kening gehouden met de inrichtingseisen van de ge-
gebied worden uitgevoerd in twee typen parkeerplaat-
kiezen dat het enerzijds een robuuste (groene) sfeer
meente Hillegom. Voor deze woningbouwontwikkeling
sen; langsparkeervakken en haaksparkeervakken.
uitstraalt en anderzijds zoveel als mogelijk aansluit bij
wordt in navolging op dit BKP een inrichtingsplan op-
Beide worden uitgevoerd met hetzelfde verhardings-
het bestaande groen van de omgeving.
gesteld.
materiaal en -kleur. De parkeervakken worden uitge-
Uitgangspunten voor de beplantingskeuze zijn:
gangspunt is een rustig, neutraal en eigentijds beeld,
Beplanting
29
Watergang met natuurlijke oever
Dubbel staafmathekwerk met hedera bij de achtertuinen
30
Waar mogelijk een plas-dras zone (nadere uitwerking in het inrichtingsplan)
Lage haag bij voortuinen
Informele speelplekken
• ecologische waarden;
spelen’ van de gemeente Hillegom gekeken naar de veilig-
De parkeerkoffers worden, waar mogelijk, begeleid door
• voorkeur voor inheems;
heid i.v.m. een speelplek in het aangrenzende groen.
een smalle haag. Dit wordt nader uitgewerkt in het inrich-
• drachtplant en/of vruchtdragend;
tingsplan.
• onderhoudsvriendelijk;
De beplanting bestaat uit gezonde vaste planten in com-
Voortuinen of openbare ruimtes in deze straten dienen
• ziekteresistent;
binatie met lage heesters. Op speelse wijze kunnen er
een groene uitstraling te krijgen. Dit wordt voorzien door
• jaarrond aantrekkelijk.
diverse bomen geplant worden die een hoge esthetische
hier passende beplanting toe te passen en op de erfgrens
waarde hebben met bijvoorbeeld, bloemen, bessen en/
van de tuin een haag te planten.
Binnen het plangebied zijn verschillende groenstructuren
of een fraaie herfstverkleuring. Boomsoorten waaraan
te onderscheiden:
gedacht kan worden zijn: krentenboom, kleinbladige linde,
Daken van bergingen worden vanuit duurzaamheidsoog-
gele kornoelje, haagbeuk, Perzisch ijzerhout en amber-
punt bij voorkeur uitgevoerd met een groen dak (mos/se-
Representatief groen
boom. Naast het inrichtingsplan wordt er tevens een be-
dum of intensief begroeid) (zie pagina 28).
De hoofdroute wordt aan de zuidzijde begeleid door een
plantingsplan opgesteld.
verzorgde enkelzijdige laanstructuur. Aan beide zijden van
Oevers
de entreeweg loopt een voetpad. Bomen krijgen een plek
Bij de aanplant moet rekening worden gehouden met
Door en om het plangebied lopen diverse sloten. Deze wa-
tussen de langsparkeerplaatsen en bij de kopgevels van
de afstand tot de gevel en de schaduwwerking in naast-
tergangen worden indien nodig voorzien van (onderwater)
de woningen.
gelegen achtertuinen. Enerzijds kan deze groenrand hit-
beschoeiing om het hoogteverschil op te lossen. Het groen
testress voorkomen door schaduw te geven op de gevels,
langs de oevers krijgt een natuurlijke, open uitstraling. Hier
Centraal in het plan, aan het einde van de entreeweg, is
aan de andere kant moet ook rekening worden gehouden
wordt inheems plantmateriaal gebruikt, met name planten
een verbijzondering in de vorm van parkachting groen. De
dat er voldoende zon in de achtertuinen kan schijnen.
en grassen (afbeelding pagina 28).
kopse kant van de appartementen sluit aan bij, en kijkt uit
Bij de uitwerking moet per oever bekeken worden wat de
over deze groenruimte. De aangrenzende watergang wordt
Groen in woonstraten
minimale hoogte kan zijn van de beschoeiing. Hierdoor
centraal iets verbreed waardoor er een symmetrische ver-
In het plangebied liggen diverse (doodlopende) woonstra-
kan de oever een zo groen en natuurlijk mogelijke uitstra-
deling ontstaat die versterkt wordt door de aanplant van
ten. Deze straten zijn belangrijk voor de ontsluiting van de
ling krijgen. Een flauw talud in combinatie met beschoeiing
bomen in een orthogonaal raster. Hier is ruimte om even
woningen en zijn gekoppeld aan de parkeervoorziening
heeft de voorkeur, zodat er een natuurlijk verloop is rich-
te zitten of te spelen met kleinschalige speelelementen.
voor de aanliggende woningen. De parkeerplaatsen zijn
ting het water.
Bij de nadere uitwerking wordt met de afdeling ‘groen en
zoveel mogelijk geclusterd zodat er ruimte is voor groen. 31
Ondergrondse afvalcontainers
Geleideband tussen straat en trottoir
Betonstraatstenen in duurzame kwaliteit in zand - rood kleurnuance (Kleurstalen van MBI)
Parkeervakken in een donkere steen met passe-partout
Referentie brug over de zandsloot
Referentiebeeld groen parkeervak
De oevers aan de zuid-oostzijde zijn grotendeels on-
waarna deze halverwege de kopgevel over gaat in een
6.6
derdeel van de percelen van de rijwoningen en apar-
hoge erfafscheiding.
Het afval wordt gescheiden opgehaald en verzameld in
temeten. Als beëindiging van het perceel kan een hou-
Ook bij de overige ruimtes, waarbij de privéruimtes
diverse (semi-)ondergrondse afvalcontainers. Hiervoor
ten vlonder worden toegepast. Deze vlonders mogen
aansluiten op het openbaar gebied of de achterpaden,
zijn diverse plekken voorzien die goed toegankelijk zijn
maximaal 1,5 x 3,0 meter groot zijn en dienen per twee
is het belangrijk om één soort erfafscheiding toe te
voor de vuilniswagens.
aan elkaar geschakeld te worden. Hiermee wordt de
passen, zodat de ruimtes een rustige uitstraling krij-
groene tussenruimte zo groot mogelijk.
gen.
6.7
Afval
Materialisatie
• Rijbaan betonklinker in keiformaat, keperverband,
6.4
Erfafscheidingen
De hoge erfafscheiding wordt eenduidig uitgevoerd.
zandkleur;
Erfafscheidingen vormen de overgang tussen de kavel
Daar waar hoge erfafscheidingen direct aan het open-
• Parkeervakken, betonklinker in keiformaat, half-
en de private of openbare buitenruimte en zijn een be-
baar gebied grenzen en in het zicht liggen wordt een
steens verband kleur rood nuance, met een passe-
langrijke beeldbepaler in het straatbeeld. In De Witte
hoge haag van 1,80 meter hoog voorgesteld. Waar no-
partou in halfsteensverband zandkleur en voorzien
Tulp is ruimte voor lage hagen en hoge begroeide hek-
dig wordt een dichte houten toegangspoort ingepast
van een P-tegel. Of als ‘groene parkeerplaats’ inge-
werken (zie pagina 28).
(zie pagina 28).
richt d.m.v. grasbetonstenen; • Trottoir, grijze betontegel 30 x 30 cm;
Voor het hele plangebied worden twee hoogtes van
6.5
Spelen
erfafscheidingen toegepast. De vormgeving van deze
In het groengebied dat centraal ligt in het plan is ruimte
erfafscheidingen verschillen per locatie.
voor één of meerdere kleine speelplekken. Hier wordt
De voorzijden van de grondgebonden woningen krijgen
gedacht aan een stapstenen pad of klauterpalen in het
• Lichtmasten, meubilair in de vorm van bankjes en
een lage erfafscheidingen om de overgang van open-
gras voor de doelgroep van 2 - 10 jaar. De speelplek-
afvalbakken zijn passend bij elkaar qua kleur en
baar en privé een eenduidige groene uitstraling te ge-
ken kunnen gecombineerd worden met zitbankjes in
vormgeving. Bij de keuze moet rekening gehouden
ven. Deze haag wordt maximaal ca. 0,8m hoog en ca.
het groen. De speelplekken moeten voldoen aan de
worden met de eisen van de gemeente.
0,5m breed.
inrichtingseisen van de gemeente Hillegom.
• Achterpaden, grijze betontegel 30 x 30 cm; • Kantopsluitingen lichtgrijs, ter plaatse van uitritten verdiept;
Extra aandacht dient uit te gaan naar de koppen van de woningen die aan de openbare ruimten grenzen. Bij deze koppen loopt de lage erfafscheiding de hoek om, 33
buro-sro.nl
stedenbouw
+
ruimtelijke ordening
+
ontwikkelingsmanagement
Bijlage bij toelichting 2. Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352
Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
Projectcode: Datum: Versie: Opdrachtgever:
1903117 12 april 2019 I Van Rhijn Bouw B.V.
Inhoudsopgave
1
Inleiding ...................................................................................................................................................... 3
2
Uitgangssituatie.......................................................................................................................................... 4
3
4
2.1
Algemeen ....................................................................................................................................... 4
2.2
Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................................. 5
2.3
Hypothese ...................................................................................................................................... 5
Bodemonderzoek ....................................................................................................................................... 6 3.1
Algemeen ....................................................................................................................................... 6
3.2
Waarnemingen / monstersamenstelling en analysepakketten ..................................................... 6
3.3
Analyseresultaten .......................................................................................................................... 8
Conclusies en aanbevelingen ................................................................................................................... 10
Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7
Overzichtskaart Situatietekening (schaal 1 : 500) A3 Grafische boorprofielen Overschrijdingstabellen Analysecertificaten Historisch onderzoek, geraadpleegde bronnen Betrokken personen
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
2 / 10
1
Inleiding
In opdracht van Van Rhijn Bouw B.V. is door Soilution B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het perceel 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom. Het onderzoek is verricht in het kader van een eigendomsoverdracht en aanvraag voor een omgevingsvergunning in verband met de voorgenomen herinrichting ten behoeve van de functie wonen. Doel van het verkennend grondonderzoek is een het vaststellen van de algemene chemische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. De opzet van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN-5740 (januari 2009). Bij het aantreffen van puin op of in de bodem wordt het onderzoek opgeschaald met de parameter asbest (NEN 5707, NEN 5897). In hoofdstuk 2 van de rapportage is de uitgangssituatie beschreven. In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op het huidig en historisch gebruik, de bodemopbouw en geohydrologie van de locatie. Op basis hiervan en een locatie-inspectie, is een hypothese geformuleerd met betrekking tot de te verwachten milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. In hoofdstuk 3 worden de uitgevoerde veldwerkzaamheden en chemische analyses beschreven en in hoofdstuk 4 worden de resultaten samengevat en de conclusies en aanbevelingen geformuleerd.
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
3 / 10
2
Uitgangssituatie
2.1
Algemeen
Locatiegegevens: Adres: Kadastrale gemeente: Sectie: Nummers: Kadastrale oppervlakte: Onderzoekslocatie:
1e Loosterweg Hillegom A 7352 6220 m2 6220 m2
Gegevens betreffende de onderzoekslocatie Informatie algemeen Het perceel is in eigendom bij de KAVB (Koninklijke Algemene Vereniging voor Bloembollencultuur). De locatie is voor zover bekend uitsluitend agrarisch in gebruik geweest, i.c. voor onbedekte teelt (bloembollen). Op het zuidelijk deel van de locatie is een kleine schuur aanwezig waarvan het dak bestaat uit asbestgolfplaten. Het hemelwater wordt opgevangen via een dakgoot en waarschijnlijk afgevoerd naar het oppervlaktewater. Het dak is onbeschadigd en op het maaiveld in de directe omgeving van de schuur is geen asbest waargenomen. Het perceel is ontsloten via een pad langs het perceel 1e Loosterweg 30. Deze ontsluiting is deels aangelegd op een gedempte sloot. De omgeving van de schuur het pad worden beschouwd als aandachtspunt voor bodemonderzoek. Bodeminformatie locatie Het westelijk en noordelijk deel van het terrein maken deel uit van de onderzochte locatie Gasfabriek Hillegom. Hierbij is vastgesteld dat de bovengrond op het terrein licht verontreinigd is met PAK. Wegens het niet aantonen van verhoogde concentraties cyaniden is door Grontmij geconcludeerd (zie rapport GM0157638 van 2 april 2015) dat deze lichte verontreinigingen geen verband houden met de verontreiniging veroorzaakt door de gasfabriek. De streefwaardecontouren in het ondiepe grondwater (<10 m-mv) lopen door het perceel, zie bijlage 6).
Verder zijn van de bodemkwaliteit van de locatie geen rapporten beschikbaar. Bodeminformatie omgeving Binnen een straal van 25 meter waren bodemverontreinigingen aanwezig die inmiddels zijn gesaneerd (zie evaluatierapport Grontmij, ref. GM-0157638 revisie D1, d.d. 2 april 2019). Op het westelijk deel van het terrein van de voormalige gasfabriek, op een afstand groter dan 25 meter, zijn sterke verontreinigingen in de bodem achtergebleven. De restverontreiniging in het grondwater wordt gemonitord. Vooralsnog is géén stabiele eindsituatie vastgesteld. De grondwaterverontreiniging lijkt zich in noordelijke uit te breiden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op een oostelijke verspreiding. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen die erop duiden dat de lichte verontreinigingen in het ondiepe grondwater (< 10 m-mv) een belemmering vormt voor een eventuele ontwikkeling van het terrein ten behoeve van de functie wonen.
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
4 / 10
2.2 Bodemopbouw en geohydrologie De informatie die hieronder volgt is afgeleid uit de Grondwaterkaart van Nederland van de afdeling Grondwater en Geo-Energie van TNO te Delft en de ondergrondgegevens afgeleid van de site Dinoloket. In de directe omgeving wordt globaal de volgende bodemopbouw aangetroffen: * De holocene deklaag is voornamelijk opgebouwd uit zand. Tussen de 10 en 12 m-mv is een kleiige laag aanwezig. De holocene deklaag is circa 18 meter dik; * Onder de deklaag bevindt zich het eerste watervoerend zandpakket (matig grof zand), behorend tot de Formatie van Kreftenheye. Ter hoogte van de onderzoekslocatie is tussen het eerste en tweede watervoerend pakket geen scheidende laag aanwezig. Tijdens het bodemonderzoek is het grondwater aangetroffen op circa 0,7 m-mv. De locatie is omringd door sloten. Het neerslagoverschot dat in de bodem dringt zal afwateren op deze sloten. Op basis van de beperkte onderzoeksgegevens kan geen betrouwbare uitspraak worden gedaan over de horizontale stromingsrichting van het freatisch grondwater.
2.3 Hypothese Algemene bodemkwaliteit Op basis van de beschikbare bodeminformatie is de volgende hypothese opgesteld: - de bovengrond is verdacht voor het voorkomen van OCB en PAK. De OCB (gechloreerde bestrijdingsmiddelen) worden in verband gebracht met teeltactiviteiten in het verleden; - de ondergrond en het grondwater worden beschouwd als onverdacht, met uitzondering van het mogelijk voorkomen van licht verhoogde concentraties naftaleen, aromaten (btex) en cyanide (de onderzoekslokatie grenst aan het voormalige gasfabrieksterrein). Omdat cyanide en OCB geen deel uitmaken van het standaardanalysepakket NEN-onverdacht is gekozen voor onderzoeksprotocol B1 uit de NEN 5740 met aanvulling van de parameters OCB en cyanide. Ten behoeve van het onderzoek dienen 15 boringen te worden verricht (8 x 0,5m, 7 x 2,0m en twee peilbuizen). Vanwege een beschermde zone in de omgeving van de gasleiding worden de boringen op enige afstand van de westelijke perceelgrens uitgevoerd. In de omgeving van de schuur en ter plaatse van het pad, i.c. slootdemping, worden zeven inspectiegaten (0,3 x 0,3 x 0,5 meter) gegraven waarbij het uitkomend materiaal wordt geïnspecteerd op asbest. Afhankelijk van de waarnemingen wordt een analyseprogramma uitgewerkt.
Voor het te onderzoeken terreinoppervlak dienen minimaal 3 mengmonsters van de toplaag, twee van de ondergrond en twee grondwatermonsters te worden geanalyseerd op de parameters van het NEN-pakket. Het parameterpakket toplaag is uitgebreid met OCB in verband met voormalige teeltactiviteiten (het gebruik van gechloreerde bestrijdingsmiddelen) en cyanide vanwege het voormalige gasfabrieksterrein. Bevindingen tijdens het veldwerk worden maatgevend gesteld voor de uitwerking van een analysestrategie en kunnen aanleiding geven de onderzoeksopzet aan te passen of uit te breiden.
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
5 / 10
3
Bodemonderzoek
3.1
Algemeen
Op 8 maart 2019 zijn 15 boringen verricht (boorpuntnummers 1 t/m 15). In twee boorgaten zijn peilbuizen geplaatst (boring 13 en 14). In verband met onderzoek naar asbest zijn ter plaatse van zeven inspectiegaten gegraven in de groenstrook. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor. De opgeboorde grond is per bodemlaag of in trajecten van ten hoogste 0,5 meter bemonsterd. Zintuiglijk afwijkende bodemlagen zijn apart bemonsterd. De opgeboorde grond is lithologisch en zintuiglijk onderzocht. Ter plaatse van de boringen 13 en 14 zijn peilbuizen geplaatst. De filters zijn afgesteld op een diepte van minimaal 0,5 meter beneden de grondwaterspiegel. De veldwerkzaamheden, monstername en monsterbehandeling zijn uitgevoerd door Brussee Milieukundig Veldwerkbureau (B-MKV) te Katwijk conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. B-MKV is gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (VB-076/5) voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. Een overzicht van de betrokken personen is opgenomen in bijlage 7. De bodemmonsters zijn voor chemische analyse bij Eurofins Analytico aangeboden en conform de AS3000 accreditatie onderzocht. Soilution B.V. en B-MKV zijn als opdrachtnemers onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen de partijen bestaat geen relatie zoals bedoeld in paragraaf 3.1.7. van de BRL SIKB 2000.
3.2
Waarnemingen / monstersamenstelling en analysepakketten
De bodem bestaat uit zand (zwak tot matig siltig). In de toplaag zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen met uitzondering van de groenstrook. Hierin worden (sporen) puin en baksteen aangetroffen. Tevens is een gedempte sloot aangetroffen, deze is gedempt met baksteen, brokken puin en zand. De monstersamenstelling en de analysepakketten zijn weergegeven in tabel 3.2.1. Op 15 maart 2019 is het grondwater conform protocol 2002 bemonsterd. Bij de monstername zijn de volgende metingen verricht: Tabel 3.2.1, metingen bij de grondwatermonstername:
Zuurgraad (pH) Elektrisch geleidingsvermogen (μS/cm) Grondwaterstand (m-mv) NTU Temperatuur (°C) Toestroming/belucht
Pb13
Pb14
7,29 659 0,43 9,22 9,6 g(oed)/n(ee)
7,39 728 0,52 8,91 9,8 g/n
De pH- en EC-waarden wijken niet af van de van nature voorkomende waarden. De grafische boorprofielen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 3. 1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
6 / 10
Tabel 3.2.2: monstersamenstelling en analysepakketten Traject (m-mv) Samenstelling
Grond(meng)monstercode
Analysepakket(1)
04 10 14
0,0 – 0,3 0,0 – 0,3 0,0 – 0,3
zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig
04.1 → mm 1 bg 10.1 14.1
NEN + OCB + H/L + cyanide totaal
02 03 05 11 13
0,0 – 0,25 0,0 – 0,5 0,0 – 0,25 0,0 – 0,25 0,0 – 0,5
zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig
02.1 → mm 2 bg 03.1 05.1 11.1 13.1
NEN + OCB + H/L
01 06 07 12 15
0,0 – 0,3 0,0 – 0,5 0,0 – 0,2 0,0– 0,25 0,0 – 0,3
zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig zand, sterk siltig
01.1 → mm 3 bg 06.1 07.1 12.1 15.1
NEN + OCB + H/L
04 10 14
0,8 – 1,3 0,7 – 1,2 0,8 – 1,1
zand, matig siltig zand, matig siltig zand, sterk siltig
04.3 → mm 4 og 10.3 14.3
NEN(1)
7 8 13 15
0,7 – 1,2 0,7 – 1,2 0,8 – 1,3 0,7 – 1,2
zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig zand, matig siltig
07.3 → mm 5 og 08.3 13.3 15.3
NEN + H/L
Puin in gedempte sloot AS02 0,0 – 1,0 AS02 0,0 – 1,0
baksteen, puin, zand baksteen, puin, zand
AS02.1 → AS02 (0 – 100) AS02.2
NEN + H/L
asbest AMM1 AMM2
baksteen, puin, zand zand, matig siltig, puin+
AS01+AS02+AS03 AS05+AS06+AS07
asbest asbest
grondwater grondwater
pb 13 pb 14
NEN + cyanide (1) NEN + cyanide
Boring Grond
0,0 – 0,5 0,0 – 0,5
Grondwater Pb 13 1,1 – 2,1 Pb 14 1,1 – 2,1
(1)
(1)
(1)
+ H/L
(1)
(1)
(1)
(1)
voor de samenstelling van de NEN-pakketten wordt verwezen naar onderstaande tekst H= organische stofgehalte L=lutumgehalte Bijmenging bodemvreemd materiaal +=zwak ++=matig +++=sterk OCB= organo chloorbestrijdingsmiddelen Aromatische oplosmid.= aromatische oplosmiddelen (som 16)
De standaard analyse-pakketten van de NEN-5740 zijn als volgt samengesteld: * Grond: - zware metalen (barium, cadmium, koper, kobalt, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink); - polychloorbifenylen (PCB’s-7) - minerale olie; - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK-VROM10).
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
7 / 10
* Grondwater: - zware metalen (barium, cadmium, koper, kobalt, kwik, lood, molybdeen, nikkel zink); - vluchtige aromatische (BTEXN) en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (CKW); - minerale olie.
3.3
Analyseresultaten
De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen in bijlage 4. De analyseresultaten zijn getoetst aan de circulaire streef- en interventiewaarde van februari 2000. De streef- en interventiewaarden van de grond zijn bodemtype-afhankelijk en gecorrigeerd op basis van de lutum- en organische stofgehalten. Om de mate van verontreiniging tekstueel weer te geven, wordt de volgende terminologie gehanteerd: * niet verontreinigd: concentratie lager dan of gelijk aan de streefwaarde; * licht verontreinigd: concentratie hoger dan de achtergrondwaarde maar lager dan de richtwaarde voor nader onderzoek; * matig verontreinigd: concentratie hoger of gelijk aan de richtwaarde voor nader onderzoek maar lager dan de interventiewaarde; * sterk verontreinigd: concentratie hoger dan of gelijk aan de interventiewaarde. De analysecertificaten van het milieulaboratorium zijn opgenomen in bijlage 5. Uit de gegevens in de tabellen in bijlage 4 blijkt het volgende: Grond: * grondmengmonster mm 1 bg, de zandige bovenlaag, is licht verontreinigd met kwik, lood, minerale olie, PCB en PAK VROM (10).
De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde gehaltes gemeten; * grondmengmonster mm 2 bg, de zandige bovenlaag is, met uitzondering van een licht verhoogde concentratie minerale olie en DDD(som), niet verontreinigd met de overige onderzochte parameters; * grondmengmonster mm 3 bg, de zandige bovenlaag, is licht verontreinigd met kwik, zink, minerale olie en is niet verontreinigd met de overige onderzochte parameters; * grondmengmonster mm 4 og, de zandige onderlaag is, met uitzondering van een lichte verontreiniging met PCB (som 7)(factor 0,7), niet verontreinigd met de onderzochte parameters; * grondmengmonster mm 5 og, is, met uitzondering van licht verhoogde concentraties kwik, minerale olie en PAK VROM (10), niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Grondwater: * De grondwatermonsters uit de peilbuis 13 is licht verontreinigd met barium. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties gemeten; * het grondwatermonster uit peilbuis 14 is, uitgezonderd een licht verhoogde concentratie barium en minerale olie, niet verontreinigd met de onderzochte stoffen.
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom
8 / 10
Indicatieve samenstelling puin in gedempte sloot * Het puinmengmonster AS02 bevat een licht verhoogd kwik en minerale oliegehalte bij toetsing volgens de Wbb. De gemeten gehaltes zijn kleiner dan of gelijk aan de samenstellingswaarde bij de toetsing kwaliteit partij bouwstof voor een dergelijke toepassing. Asbest: Het aantreffen van puin is aanleiding geweest het onderzoek uit te breiden met de parameter asbest. Twee mengmonsters (AMM1-puin en AMM2-grond) zijn geanalyseerd waarbij geen asbest is aangetoond.
Interpretatie onderzoeksresultaten In de grond zijn ten hoogste lichte verontreinigingen met PAK en enkele zware metalen (lood, kwik en zink), PCB en minerale olie (ook in grondwater uit peilbuis 14) aangetoond. Incidenteel is een licht verhoogde concentratie DDD aangetoond. De oorzaak van deze lichte verontreinigingen is niet bekend. Mogelijk is door schouwplicht in het verleden verontreinigde baggerspecie op het perceel verspreid. De DDD kan in verband worden gebracht met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De lichte verontreiniging van PAK en minerale olie in de ondergrond ter plaatse van het noordelijk terreindeel kan in verband worden gebracht met de inmiddels gesaneerde slootbodem van de noordelijk aangrenzende watergang. Naast de reeds vermelde licht verhoogde concentratie minerale olie in het grondwater uit peilbuis 14 is in het grondwater uitsluitend een licht verhoogde bariumconcentratie gemeten. Er zijn geen verhoogde concentraties naftaleen, aromaten of cyaniden aangetoond. In het grondwater worden vaak licht verhoogde concentraties barium aangetoond. Omdat barium niet in verhoogde concentraties in de grond zijn aangetoond wordt de aanwezigheid verklaard door een natuurlijke variatie.
In het geanalyseerd grondmonster in de omgeving van de schuur en in het puinmengmonster samengesteld van het dempingsmateriaal ter plaatse van het voormalig sloottraject is geen asbest waargenomen of aangetoond. Het voor demping aangewende puin voldoet indicatief aan de samenstellingseis voor een dergelijke toepassing.
1903117/maart 2019 Verkennend bodemonderzoek 1e Loosterweg sectie A nummer 7352 te Hillegom