2. Was wordt lijst.pdf
Tekst van het document
WAS WORDT LIJST van de 2e wijziging gemeenschappelijke regeling werkbedrijven kust- duin en bollenstreek GR KDB (vastgesteld als ontwerp door het algemeen bestuur op 4 april 2024) Dit betreft alleen de volledig of grotendeels nieuwe artikelen, overige kleine wijzigingen als data, actualisaties of tekstuele wijzingen zijn gearceerd weergegeven in de GR tekst die separaat beschikbaar is. Waar mogelijk zijn de wijzigingen hieronder gemarkeerd. Artikel
WAS
WORDT
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in
a. het openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in
artikel 2 van deze regeling; b. regeling: de onderhavige
artikel 2 van deze regeling; b. regeling: de onderhavige
gemeenschappelijke regeling c. wet: de Wet
gemeenschappelijke regeling; c. wet: de Wet
gemeenschappelijke regelingen; d. samenwerkingsmodule: een
gemeenschappelijke regelingen; d. samenwerkingsmodule: een
belang dat de gemeenschappelijke regeling
belang dat de gemeenschappelijke regeling
behartigt en waarvoor een deelnemende
behartigt en waarvoor een deelnemende gemeente al dan
gemeente al dan niet taken en bevoegdheden overdraagt;
niet taken en bevoegdheden overdraagt;
e. raad: een gemeenteraad van de deelnemende gemeenten;
e. raad: een gemeenteraad van de deelnemende gemeenten;
f. college: een college van burgemeester en wethouders van
f. college: een college van burgemeester en wethouders van
de deelnemende gemeenten; g. gedeputeerde staten:
de deelnemende gemeenten; g. deelnemer: de (colleges van)
gedeputeerde staten van ZuidHolland;
aan deze regeling deelnemende gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse,
h. uitvoeringsregeling: de regeling die verandering kan aanbrengen
Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Wassenaar;
in de overgedragen bevoegdheden.
h. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van ZuidHolland;
Artikel 4 Belangen
Artikel 5 Taken
De regeling behartigt de belangen
De regeling behartigt de belangen
van de deelnemende gemeenten op het gebied van het uitvoeren
van de deelnemers op het gebied van het uitvoeren van de Wet
van de Wet sociale werkvoorziening, de
sociale werkvoorziening, de participatievoorziening beschut
participatievoorziening beschut werk als bedoeld in artikel 10b van
werk als bedoeld in artikel 10b van de Participatiewet en het plaatsen
de Participatiewet en het plaatsen van werkzoekenden, al dan niet
van werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij
met een arbeidsbeperking, bij werkgevers.
werkgevers.
1. A. Samenwerkingsmodule sociale werkvoorziening.
1. Het openbaar lichaam voert voor twee of meer deelnemers één of
De regeling heeft binnen deze module tot taak de uitvoering van
meer van de volgende taken uit: A. Samenwerkingsmodule sociale
de Wet sociale werkvoorziening.
werkvoorziening 1
B. Samenwerkingsmodule participatievoorziening beschut
Het openbaar lichaam heeft binnen deze module tot taak de
werken. B. De regeling heeft binnen deze
uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening.
module tot taak de uitvoering van de participatie-voorziening
B. Samenwerkingsmodule participatievoorziening beschut
beschutwerken, als bedoeld in artikel 10 b van de Participatiewet
werken Het openbaar lichaam heeft
C. Samenwerkingsmodule servicepunt werk.
binnen deze module tot taak de uitvoering van de
C. De regeling heeft binnen deze module tot taak het plaatsen van
participatievoorziening beschut werken, als bedoeld in artikel 10 b
werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij
van de Participatiewet. C. Samenwerkingsmodule Re-
werkgevers.
integratie Het openbaar lichaam heeft binnen deze module tot taak het plaatsen van werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij werkgevers.
Artikel 6 Bevoegdheden
1.
2.
Teneinde de belangen, genoemd in artikel 4, te
Teneinde de belangen, genoemd in artikel 4, te kunnen
kunnen verwezenlijken, zijn de bevoegdheden van de
verwezenlijken, zijn de bevoegdheden van de colleges,
colleges, ieder voor zover zij deelnemen aan de
inclusief het vaststellen van beleidsregels, ieder voor zover zij
samenwerkingsmodules, uit de Wet sociale
deelnemen aan de samenwerkingsmodules, uit de
werkvoorziening, alsmede uit de Participatiewet, voor zover
Wet sociale werkvoorziening, alsmede uit de Participatiewet,
deze betrekking hebben op de arbeidsinschakeling,
voor zover deze betrekking hebben op de arbeidsinschakeling,
overgedragen aan het bestuur van de regeling.
overgedragen aan het bestuur van de regeling.
Het algemeen bestuur kan in een uitvoeringsregeling verandering aanbrengen in de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9 Werkwijze,
6. Vergaderingen van het
vergaderorde en inspraak
algemeen bestuur worden bekendgemaakt door aankondiging in een regionaal dagblad en op de website van de regeling. 7. Tijdens openbare vergaderingen van het algemeen bestuur is het mogelijk om in te spreken over onderwerpen op de agenda, die via de website en een openbare kennisgeving wordt bekendgemaakt. Tevens is het 2
mogelijk een inspraakbijdrage schriftelijk in te dienen. De inschrijving voor het geven van een inspraakbijdrage geschiedt op de via de website en een openbare kennisgeving bekendgemaakte wijze. (lid 6 wordt vernummerd naar lid 8) Artikel 19 Rechtspositie
2. Voor het personeel, in dienst op basis van module B als bedoeld in artikel 5 lid 1, is de Collectieve Arbeidsovereenkomst Aan de slag van toepassing. (Lid 2 wordt vernummerd naar lid 3.)
Artikel 21 De begroting
(Leden 4 t/m 6 worden vernummerd naar leden 6 t/m 8)
4. Het dagelijks bestuur stelt overeenkomstig de wet de raden van de deelnemers voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient.
Artikel 26 Wijziging van
De regeling kan worden gewijzigd
1. Het dagelijks bestuur, de
de regeling
krachtens een daartoe strekkend eensluidend besluit van de
colleges en de raden van de deelnemers kunnen aan het
colleges en na verkregen toestemming van de raden van
algemeen bestuur voorstellen doen tot wijziging van de regeling.
alle deelnemende gemeenten.
2. Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde ontwerp voor wijziging van de regeling toekomen aan de colleges van de deelnemende gemeenten. 3. Een wijziging van de regeling vindt plaats met inachtneming van artikel 1 van de wet, met dien verstande dat: a. het dagelijks bestuur ontvangen zienswijzen van de raden (of mededelingen tot afzien ervan) doorzendt naar het algemeen bestuur; 3
b. het algemeen bestuur de ontvangen zienswijzen beoordeelt en beziet of deze aanleiding geven tot heroverweging of aanpassing van het voorstel tot wijziging van de regeling; c. het voorstel tot wijziging van de regeling aan de colleges van de deelnemende gemeenten wordt toegezonden met een reactie op de ontvangen zienswijzen. 4. De regeling kan worden gewijzigd door een daartoe strekkend eensluidend besluit van de colleges. 5. De colleges van burgemeester en wethouders gaan niet over tot het wijzigen van de regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Artikel 27. Toevoeging
Een module kan worden
Een module kan worden
en wijziging van een samenwerkingsmodule
toegevoegd of gewijzigd krachtens een daartoe strekkend
toegevoegd aan de regeling of worden gewijzigd als de colleges
eensluidend besluit van de colleges en na
van alle deelnemende gemeenten daarmee instemmen. Het
verkregen toestemming van de raden van alle deelnemende
bepaalde in artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.
gemeenten. Artikel 28 Toetreding
1. Een gemeente kan tot de
1. Toetreding tot deze regeling
tot de regeling
regeling toetreden krachtens een daartoe strekkend besluit
vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de colleges alsmede
van het college en na verkregen toestemming van de raad.
van het college van de potentieel deelnemende gemeente, met
2. Toetreding tot de regeling kan slechts plaatshebben wanneer
inachtneming van artikel 1 van de wet.
alle colleges, na verkregen toestemming van de raden van
2. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van toetreding van een
alle deelnemende gemeenten, daarmede instemmen bij
nieuwe deelnemer en kan aan die toetreding voorwaarden
eensluidend besluit. 3. Het algemeen bestuur regelt de
verbinden. 3. De toetreding treedt in werking
gevolgen van toetreding van een nieuwe deelnemer en
op een in overleg tussen het algemeen bestuur en het college
kan aan die toetreding voorwaarden verbinden.
van de toetredende gemeente te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt.
4
Artikel 29 Toetreding tot een
1. Een gemeente kan krachtens een daartoe strekkend besluit van het
1. Een college kan deelnemen aan een bestaande
samenwerkingsmodule
college van die gemeente en na verkregen toestemming van de
samenwerkingsmodule als bedoeld in artikel 5, lid 1, krachtens
raad besluiten tot deelname aan een reeds bestaande
een daartoe strekkend besluit van dat college, met inachtneming
samenwerkingsmodule. 2. Het algemeen bestuur regelt de
van artikel 1 van de wet. 2. Het algemeen bestuur regelt de
gevolgen van toetreding van een nieuwe deelnemer en kan aan die
gevolgen van toetreding van een nieuwe deelnemer en kan aan die
toetreding voorwaarden verbinden.
toetreding voorwaarden verbinden. 3. De deelneming treedt in werking op een in overleg tussen het algemeen bestuur en het college van de toetredende gemeente te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt.
Artikel 30 Uittreding uit de regeling
1. Een gemeente kan uit de regeling treden krachtens een
1. Een deelnemer kan uit de regeling treden krachtens een
daartoe strekkend besluit van het college van die gemeente en
daartoe strekkend besluit, genomen na verkregen
na verkregen toestemming van de raad. Daarbij wordt
toestemming van de raad. Daarbij wordt een opzegtermijn van één
een opzegtermijn van één jaar, ingaande 1 januari van het
jaar in acht genomen, ingaande 1 januari van het kalenderjaar dat
eerstvolgend kalenderjaar, in acht genomen.
volgt op het jaar waarin het besluit genomen is.
2. Het voornemen tot uittreding wordt bij aangetekende brief
2. Het besluit tot uittreding wordt bij aangetekende brief bekend
bekend gemaakt aan het dagelijks bestuur van het
gemaakt aan het dagelijks bestuur.
openbaar lichaam. 3. Een gemeente kan uit de
3. Na ontvangst van de in lid 2 bedoelde brief wordt in overleg
regeling treden, mits alle kosten, die direct of indirect
met de uittredende deelnemer aan een onafhankelijke
samenhangen met die uittreding, worden vergoed.
registeraccountant opdracht gegeven, op basis van de
4. Na ontvangst van de in lid 2 bedoelde brief wordt in overleg
gangbare principes bij uittreding, een plan op te stellen dat ten
met de uittredende gemeente aan een onafhankelijke
minste inzicht geeft in de gevolgen van de uittreding voor het
registeraccountant opdracht gegeven een plan op te stellen dat
vermogen van het openbaar lichaam en de deelnemende
ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect
gemeenten, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over
samenhangen met de uittreding. Het plan wordt uiterlijk binnen zes
personeel, contracten, huisvesting en investeringen en alle kosten, die
maanden na ontvangst van het in
direct of indirect samenhangen met de uittreding. 5
lid 2 bedoeld verzoek door het algemeen bestuur vastgesteld. De
4. Het in lid 3 bedoelde plan wordt uiterlijk binnen zes maanden na
daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen zijn voor
ontvangst van het in lid 2 bedoeld verzoek door het algemeen
de uittredende gemeente bindend.
bestuur vastgesteld. In het plan worden minimaal opgenomen de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding van de deelnemer voor de regeling, het aandeel van de uittredende partij op de reserves en de gevolgen voor het vermogen van het openbaar lichaam, waarbij ook moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. De gangbare regels uit vaste rechtspraak worden hierbij in acht genomen en het uittredingsplan wordt als besluit bekendgemaakt (ook) aan de uittredende deelnemer. De uit het plan voortvloeiende financiële verplichtingen zijn voor de uittredende deelnemer bindend.
Artikel 37 Evaluatie
De werking van deze regeling
De werking van deze regeling
wordt na vijf jaar geëvalueerd.
wordt na 5 jaar geëvalueerd, te rekenen vanaf 1 juli 2024.
6