CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

2 Was wordt lijst GR ISD Bollenstreek.pdf

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 16: Zienswijze gemeenschappelijke regeling ISD Bollenstreek1.284 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was Wordt lijst GR ISD Bollenstreek 2024 N.B. Deze lijst betreft alleen de volledig of grotendeels nieuwe artikelen als gevolg van de wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen, overige kleine wijzigingen als data of actualisaties zijn gearceerd weergegeven in de GR tekst. Onderwerp

Was

Wordt

Actieve informatieplicht

1. Het algemeen bestuur verstrekt aan de gemeenteraad van een deelnemende gemeente de door één of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen, zonodig onder geheimhouding zoals bepaald in artikel 16 en 23 van de Wet. 2. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt gericht aan het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter. 3. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk verstrekt, doch uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek.

Artikel 26 Inlichtingenplicht algemeen bestuur 1. Indien het bestuur van het samenwerkingsverband over informatie beschikt, waarbij zij inschat dat de raden van de deelnemers die informatie nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, deelt het bestuur die informatie door schriftelijke verzending aan de raden van de deelnemers of mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemers. 2. Een lid van het algemeen bestuur verstrekt aan de raad van het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door het college, de raad, of één of meer leden daarvan worden verlangd. 3. Een verzoek tot het verstrekken van inlichtingen wordt schriftelijk gericht aan het algemeen bestuur en ingediend bij de voorzitter. 4. De gevraagde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk schriftelijk verstrekt, doch uiterlijk binnen één maand na ontvangst van het verzoek. 5. Het algemeen bestuur verstrekt schriftelijk aan de gemeenteraad van een deelnemer de door één of meer leden van die raad gevraagde inlichtingen. Indien sprake is van geheimhouding zoals bedoeld in artikel 16 of 23 van de Wet, slechts als is voldaan aan artikel 16 lid 5 van de Wet.

-

Artikel 51: Burgerparticipatie Voor inspraak over de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van één van de bestuursorganen van het openbaar lichaam kunnen ingezetenen en belanghebbenden gebruik maken van de bestaande mogelijkheden volgens de bestaande regelingen, of cliënt- of adviesraden van de regeling en de gemeente waarin zij woonachtig zijn. Artikel 53 Evaluatie 1. De regeling wordt elke 5 jaar door het algemeen bestuur geëvalueerd. 2. De uitkomsten van de evaluatie worden met de deelnemers gedeeld.

Art. 26 GR ISD

Burgerparticipatie Art. 51 GR ISD

Evaluatie Art. 53 GR ISD

-

Uittreding Artikel 55 GR ISD

1. Het college van een deelnemer dat wenst uit te treden richt het verzoek daartoe aan het algemeen bestuur. 2. Aan de uittreding kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden en gevolgen worden verbonden. 3. Uittreding binnen drie jaar na toetreding is niet mogelijk. 4. Het algemeen bestuur zendt het in het eerste lid bedoelde verzoek binnen drie maanden na ont- vangst aan de colleges en de raden van de deelnemers voor het nemen van een besluit over de aan de uittreding te verbinden voorwaarden en gevolgen zoals bedoeld in het tweede lid onder overlegging van zijn advies. 5. Alle colleges besluiten over de voorwaarden en gevolgen van uittreding binnen een termijn van drie maanden na de toezending door het algemeen bestuur als bedoeld in het vierde lid. 6. De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur van het besluit genoemd in lid 1 in kennis is gesteld. 7. Het college van de gemeente Lisse draagt overeenkomstig artikel 26 van de Wet zorg voor:

Artikel 55 Uittreding 1. Het college van een deelnemer dat voornemens is uit te treden kan desgewenst een verzoek doen aan het algemeen bestuur om de verwachte gevolgen van uittreding voor dit college in kaart te brengen. 2. Onder de gevolgen van de uittreding worden in elk geval verstaan de directe kosten en de reële toekomstige schade en eventuele structurele meerkosten voor de regeling en de overige deelnemers als gevolg van de uittreding van de deelnemer. 3. Het college zendt, na toestemming van zijn vertegenwoordigend orgaan, het besluit tot uittreding toe aan het algemeen bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het algemeen bestuur het besluit heeft ontvangen. 4. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding en legt deze vast in een uittredingsplan met een specifieke prijsbepaling. Hierin worden minimaal opgenomen de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding van de deelnemer voor de regeling, het aandeel van de uittredende partij op de reserves en de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij ook moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen.

De gangbare regels uit vaste rechtspraak worden hierbij in acht genomen en het uittredingsplan wordt als besluit bekendgemaakt (ook) aan het uittredende bestuursorgaan. 5. Uittreding binnen drie jaar na toetreding is niet mogelijk. 6. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de regeling. 7. De uittreding gaat in op 1 januari van het tweede jaar volgend op het jaar waarin het algemeen bestuur het besluit zoals genoemd in het eerste lid heeft ontvangen. Van die datum kan worden afgeweken door het algemeen bestuur indien sprake is van bijzondere omstandigheden. 8. Het college van de gemeente Lisse draagt zorg voor de bekendmaking als bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet

a. de kennisgeving van het besluit tot uittreding aan Gedeputeerde Staten; b. de tijdige bekendmaking in alle deelnemende gemeenten door kennisgeving van de inhoud van het besluit tot uittreding in de Staatscourant. Artikel 55a GR ISD

Zienswijzemogelijkheid Art. 58 GR ISD

-

Artikel 55a Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aan die in opdracht van het algemeen bestuur het concept uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de uittreedsom vast. 6. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de uittreedsom mede op de gangbare principes, de jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar en de meest recente begroting van het lopende jaar (ontwerpbegroting, vastgestelde begroting of begrotingswijziging) en indien aanwezig de meest recente begroting (ontwerpbegroting of vastgestelde begroting) van het komende jaar. 7.

In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur en de deelnemers van de regeling, of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een keer, of in een aantal daarbij te bepalen termijnen dient te betalen. Artikel 58 Zienswijze 1. Het algemeen bestuur kan, naast de in deze regeling wettelijk verplichte opgenomen zienswijzen, ook aan de raden om een zienswijze vragen op belangrijke bestuurlijke besluiten, wanneer de meerderheid van het algemeen bestuur dat nodig vindt.

2. Het dagelijks bestuur stuurt het voorgenomen besluit waarvoor een zienswijze gevraagd wordt, rechtstreeks aan de raden, met een afschrift aan de colleges. 3. De raden hebben 8 weken de tijd om schriftelijk te reageren aan het dagelijks bestuur. 4. Het uitblijven van een reactie of zienswijze staat niet aan besluitvorming door het algemeen bestuur in de weg. 5. Het dagelijks bestuur stuurt de reactie op de zienswijze aan het algemeen bestuur, waarna dit overgaat tot besluitvorming. 6. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan de besluitvorming schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1621/documents/21309