CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 21: 2e wijziging GR HLTsamen (toestemming)10.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

8 alinea's met “ontwerp”: 146 147 150 152 153 154 155 156

Was-wordt lijst 2e wijziging Gemeenschappelijke Regeling HLTsamen (NB dit overzicht is een hulpmiddel om de wijzigingen inzichtelijk te maken; het formele wijzigingsbesluit is leidend)

Huidige tekst

Nieuwe tekst Rode tekst wordt verwijderd. Groene tekst wordt toegevoegd.

Toelichting Voor de inhoudelijke wijzigingen is in deze kolom een toelichting opgenomen.

Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen houdende regels omtrent samenwerking middels ambtelijke krachtenbundeling (Gemeenschappelijke Regeling werkorganisatie HLT Samen)

Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen houdende regels omtrent samenwerking middels ambtelijke krachtenbundeling (Gemeenschappelijke Regeling werkorganisatie HLT Samen HLTsamen)

Bij de vorige wijziging van de gemeenschappelijke regeling is de naam van HLT Samen gewijzigd in HLTsamen. Deze naamswijziging is echter niet consequent doorgevoerd in de regeling. Deze omissie wordt nu hersteld.

Intitulé Instellingsbesluit van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen houdende regels omtrent samenwerking middels ambtelijke krachtenbundeling (Gemeenschappelijke Regeling werkorganisatie HLTsamen) De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen, ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; Overwegende: a. dat samenwerking door een volledige ambtelijke krachtenbundeling de beste bijdrage kan leveren aan de complexe uitdagingen waar de HLT Samen gemeenten voor staan, omdat de gefuseerde ambtelijke organisatie: b. gezien haar omvang krachtig en minder kwetsbaar is; c. de huidige en toekomstige vraagstukken van strategische aard (onder andere de 36 strategische afspraken in het Valentijnsakkoord) het hoofd kan bieden;

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

a. dat samenwerking door een volledige ambtelijke krachtenbundeling de beste bijdrage kan leveren aan de complexe uitdagingen waar de HLT Samen HLTsamen gemeenten voor staan, omdat de gefuseerde ambtelijke organisatie: c. de huidige en toekomstige vraagstukken van strategische aard (onder andere de 36 strategische afspraken in het Valentijnsakkoord) het hoofd kan bieden;

Het Valentijnsakkoord was actueel tijdens de start van HLTsamen. Deze tekst heeft nu geen actualiteitswaarde meer.

Pagina 1 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst d. efficiënt kan werken; e. meer grip heeft op de bedrijfsvoeringkosten en deze weet te verminderen; f. aantrekkelijk is door innovatieve dienstverlening; g. aantrekkelijk is als werkgever;

Toelichting

gelet op: a. de toestemming van de gemeenteraden van Hillegom, Lisse en Teylingen op grond van artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. hoofdstuk I van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. de Gemeentewet; d. de Algemene wet bestuursrecht; en e. de Archiefwet 1995; besluiten: de navolgende gemeenschappelijke regeling te treffen: Gemeenschappelijke Regeling werkorganisatie HLT Samen

Gemeenschappelijke Regeling werkorganisatie HLT Samen HLTsamen

Inhoudsopgave Gemeenschappelijke Regeling

Inhoudsopgave Gemeenschappelijke Regeling

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie Hoofdstuk 2 Belang, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belang Artikel 4 Taken Artikel 5 Algemene bevoegdheidstoedeling

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie Hoofdstuk 2 Belang, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belang Artikel 4 Taken Artikel 5 Algemene bevoegdheidstoedeling

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Bij het raadplegen van de gemeenschappelijke regeling op overheid.nl wordt reeds een inhoudsopgave gegenereerd en weergegeven. De regeling is bovendien niet van een zodanige omvang dat deze een inhoudsopgave vereist. Het heeft dus geen toegevoegde waarde om een integrale inhoudsopgave in de gemeenschappelijke regeling op te nemen.

Pagina 2 van 32

Huidige tekst Hoofdstuk 3 Het bestuur en de voorzitter Artikel 6 Samenstelling bestuur Artikel 7 Bevoegdheden bestuur Artikel 8 Stemming en besluitvorming Artikel 9 Reglement van orde Artikel 10 Voorzitter Hoofdstuk 4 De directieteam, de secretaris en het personeel Artikel 11 Directieteam Artikel 12 Secretaris Artikel 13 Personeel Artikel 14 Heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar en belastingdeurwaarder Hoofdstuk 5 Verantwoording en kwaliteitsborging Artikel 15 Informatie- en verantwoordingsplichten Artikel 16 Kwaliteitsborging Artikel 17 Gemeentewet Artikel 18 Financiële verantwoordelijkheid Artikel 19 Kadernota Artikel 20 Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting Artikel 21 Jaarrekening Artikel 22 Reserves en voorzieningen Hoofdstuk 7 Duur, wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 23 Duur Artikel 24 Wijziging Artikel 25 Toetreding Artikel 26 Uitttreding Artikel 27 Opheffing Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Artikel 28 Archief Artikel 29 Bestaande samenwerkingen en deelnemingen Artikel 30 Klachtenregeling Artikel 31 Geschillenregeling Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Nieuwe tekst Hoofdstuk 3 Het bestuur en de voorzitter Artikel 6 Samenstelling bestuur Artikel 7 Bevoegdheden bestuur Artikel 8 Stemming en besluitvorming Artikel 9 Reglement van orde Artikel 10 Voorzitter Hoofdstuk 4 De directieteam, de secretaris en het personeel Artikel 11 Directieteam Artikel 12 Secretaris Artikel 13 Personeel Artikel 14 Heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar en belastingdeurwaarder Hoofdstuk 5 Verantwoording en kwaliteitsborging Artikel 15 Informatie- en verantwoordingsplichten Artikel 16 Kwaliteitsborging Artikel 17 Gemeentewet Artikel 18 Financiële verantwoordelijkheid Artikel 19 Kadernota Artikel 20 Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting Artikel 21 Jaarrekening Artikel 22 Reserves en voorzieningen Hoofdstuk 7 Duur, wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 23 Duur Artikel 24 Wijziging Artikel 25 Toetreding Artikel 26 Uitttreding Artikel 27 Opheffing Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Artikel 28 Archief Artikel 29 Bestaande samenwerkingen en deelnemingen Artikel 30 Klachtenregeling Artikel 31 Geschillenregeling Hoofdstuk 9 Slotbepalingen

Toelichting

Pagina 3 van 32

Huidige tekst Artikel 32 Inzenden regeling en bekendmaking Artikel 33 Inwerkingtreding Artikel 34 Citeerwijze Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. directieteam: het collectief van de drie gemeentesecretarissen, bedoeld in artikel 11 van de regeling;

Nieuwe tekst Artikel 32 Inzenden regeling en bekendmaking Artikel 33 Inwerkingtreding Artikel 34 Citeerwijze

Toelichting

a. directieteam: het collectief van de drie Door de begripsbepaling van 'directieteam' te wijzigen kan gemeentesecretarissen maximaal vijf personen, waaronder in invulling worden gegeven aan het voorgenomen besluit ieder geval de secretarissen van de gemeenten, bedoeld in van het bestuur van HLTsamen om de directie uit te artikel 11 van de regeling; breiden met twee directeuren.

b. bestuur: het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 14a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; c. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; d. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; e. gemeenten: de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen; f. raden: de gemeenteraden van de gemeenten; g. regeling: deze gemeenschappelijke regeling werkorganisatie g. regeling: deze gemeenschappelijke regeling HLT Samen; werkorganisatie HLT Samen HLTsamen; h. werkorganisatie: de bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de regeling; i. voorzitter: de voorzitter van het bestuur, bedoeld in artikel 10 van de regeling.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 4 van 32

Huidige tekst Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Werkorganisatie HLT Samen, hierna in de regeling ‘de werkorganisatie’ genoemd. 2. De werkorganisatie fungeert als gefuseerde ambtelijke organisatie van de gemeenten. 3. De werkorganisatie is juridisch gevestigd te Hillegom.

Nieuwe tekst

Toelichting

1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, genaamd Werkorganisatie HLT Samen HLTsamen, hierna in de regeling ‘de werkorganisatie’ genoemd.

Hoofdstuk 2 Belang, taken en bevoegdheden Artikel 3 Belang De regeling wordt getroffen ten behoeve van het bewerkstelligen van een krachtige en professionele uitvoering door de werkorganisatie van de door de gemeenten opgedragen taken. Daarmee biedt de werkorganisatie een kwalitatief hoogwaardige, efficiënte en innovatieve dienstverlening aan de ‘klanten’ van de gemeenten: inwoners, bedrijven en instellingen. De werkorganisatie is ‘dienstbaar’ aan de drie autonome gemeentebesturen en maakt een zelfstandige beleidskoers voor de drie individuele gemeentebesturen mogelijk.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

De werkorganisatie is 'dienstbaar' aan de drie autonome gemeentebesturen en maakt een zelfstandige beleidskoers voor de drie individuele gemeentebesturen mogelijk. Met inachtneming van de zelfstandige beleidskoers die voor de drie individuele gemeentebesturen door de werkorganisatie mogelijk wordt gemaakt, benutten de gemeenten en de werkorganisatie de mogelijkheden voor standaardisatie van processen en efficiëntie op beleidsvorming.

De gewijzigde c.q. toegevoegde tekst bevestigt de eerder uitgesproken bestuurlijke ambitie. Het benutten van de mogelijkheden van standaardisatie van processen en efficiëntie op beleidsvorming dragen bij aan het versterken van de ondersteuning van de gemeentebesturen.

Pagina 5 van 32

Huidige tekst Artikel 4 Taken 1. De werkorganisatie is belast met het uitvoeren van alle gemeentelijke taken, voor zover deze niet - al dan niet met toepassing van de wet - aan derden zijn of worden opgedragen. De uitvoering ziet in ieder geval op:

Nieuwe tekst

Toelichting

a. beleidsvoorbereiding; b. uitvoering van vastgesteld beleid en wettelijke regelingen; c. toezicht op aan derden uitbesteed werk; d. handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering; e. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, voor zover de werkorganisatie hiertoe is bevoegd dan wel hiervoor is gemachtigd; f. het verrichten van feitelijke handelingen; g. het verrichten van bedrijfsvoeringstaken op het gebied van personeel, informatie, juridische zaken, organisatie, financiën, administratie, communicatie en huisvesting. 2. De werkorganisatie voert uitsluitend taken uit voor de gemeentebesturen; uitvoering van de in dit artikel genoemde diensten voor derden (organisaties of bestuursorganen anders dan de gemeentelijke bestuursorganen van de drie gemeenten) is slechts toegestaan na een expliciet besluit van het bestuur. Het bestuur kan hiertoe niet besluiten, indien dit ertoe leidt dat de werkorganisatie niet meer valt aan te merken als een inbestedende dienst voor de gemeenten. 3. De diensten als bedoeld in lid 2 worden verricht tegen een overeengekomen prijs. De beschrijving van de te leveren diensten, de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder de diensten worden geleverd, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen het bestuur en het college van de betreffende gemeente(n) dan wel het bestuur van de betreffende organisatie(s).

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 6 van 32

Huidige tekst Artikel 5 Algemene bevoegdheidstoedeling 1. Voor zover van delegatie sprake is, is dat in deze regeling vervat.

Nieuwe tekst

Toelichting

2. De colleges kunnen andere bevoegdheden die hun bij of krachtens de wet zijn toegekend mandateren aan het bestuur, voor zover dit nodig is voor de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 4. Het bestuur stelt daartoe model mandaatbesluiten vast. 3. De colleges dragen tevens zorg voor benodigde volmachten en machtigingen die de werkorganisatie nodig heeft voor het kunnen functioneren als gefuseerde ambtelijke organisatie en het uitvoeren van hiermee samenhangende taken.

3. De colleges dragen tevens zorg voor benodigde volmachten De verwijderde tekst ziet vooral op de start van HLTsamen en machtigingen die de werkorganisatie nodig heeft voor het en heeft nu geen toegevoegde waarde (meer). kunnen functioneren als gefuseerde ambtelijke organisatie en het uitvoeren van hiermee samenhangende taken om te kunnen functioneren.

4. Ondermandaat is toegestaan, tenzij dat uitdrukkelijk is voorbehouden. 5. Er wordt een register bijgehouden van de overeenkomstig het tweede en vierde lid (onder)gemandateerde bevoegdheden. Hoofdstuk 3 Het bestuur en de voorzitter Artikel 6 Samenstelling bestuur 1. Het bestuur bestaat uit zes leden. De colleges wijzen elk uit hun midden twee leden van het bestuur aan. Het ene lid is de burgemeester van de gemeente en het andere lid een wethouder. 2. De colleges wijzen voor elk van de door hen aangewezen leden tevens een plaatsvervangend lid uit hun midden aan, dat het lid bij afwezigheid in het bestuur kan vervangen.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 7 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst Artikel 7 Bevoegdheden bestuur 1. Alle bevoegdheden bij of krachtens enige wet van toepassing op de werkorganisatie komen toe aan het bestuur.

Toelichting

2. Naast de uitoefening van de taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde is het bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van de jaarlijkse kadernota; d. het vaststellen van bestuursrapportages; e. het vaststellen van de benodigde verordeningen en nota’s ten behoeve van de werkorganisatie; f. de aanwijzing van een of meer accountants, bedoeld in artikel 35, zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen juncto artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet”. g. het beheer van de inkomsten en uitgaven van de werkorganisatie; h. het vaststellen van rechtspositionele regelingen; i. benoeming, schorsing en ontslag van het personeel van de werkorganisatie; j. het aanwijzen van een of meerdere heffingsambtenaren, j. het aanwijzen van een of meerdere heffingsambtenaren, invorderingsambtenaren enbelastingdeurwaarders, voor zover invorderingsambtenaren enbelastingdeurwaarders, voor nodig; zover nodig; k. het doen van voorstellen tot toetreding alsmede het regelen k. j. het doen van voorstellen tot toetreding alsmede het van de gevolg van uittreding; regelen van de gevolg gevolgen van uittreding; l. het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of l. k.

het voeren van rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratieve beroepsprocedures, het instellen van bezwaar administratieve beroepsprocedures, het instellen van en beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening; bezwaar en beroep alsmede het vragen om een voorlopige voorziening; m. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de werkorganisatie;

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

De werkorganisatie HLTsamen heft en int geen belastingen. Dit onderdeel wordt daarom geschrapt. Zie tevens de toelichting bij artikel 14. Tekstuele aanpassing.

m. l. het besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen ten behoeve van de bedrijfsvoering van de werkorganisatie;

Pagina 8 van 32

Huidige tekst n. het behartigen van de belangen van de werkorganisatie bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen. 3. Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet.

Nieuwe tekst Toelichting n. m. het behartigen van de belangen van de werkorganisatie bij andere overheden, instellingen, bedrijven of personen. 3. Een bevoegdheid kan niet worden overgedragen als de De regels omtrent de delegatie van bevoegdheden zijn aard van de bevoegdheid zich hiertegen verzet. opgenomen in afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Wat reeds in wetgeving is geregeld kan en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. Het derde lid wordt daarom geschrapt.

4. Het bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van de werkorganisatie. 5. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan het bestuur besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang en niet voordat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen.

4. 3. Het bestuur neemt alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit van de werkorganisatie. 5. 4. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen kan het bestuur besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen als dat bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang en niet voordat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen.

Artikel 8 Stemming en besluitvorming 1. Bij de stemming van het bestuur heeft ieder bestuurslid één stem. 2. Het bestuur beslist bij meerderheid van stemmen. 3. Van het bepaalde in het tweede lid zijn uitgezonderd besluiten omtrent: a. vaststelling van de begroting van de regeling; b. wijziging van de begroting van de regeling; c. ingrijpende reorganisatie van de werkorganisatie; Voor deze uitgezonderde onderwerpen geldt unanimiteit van stemmen.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 9 van 32

Huidige tekst Artikel 9 Reglement van orde 1. Het bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden vast.

Nieuwe tekst

Toelichting

1. Het bestuur stelt kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen en werkzaamheden vast vaststellen.

Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen bestaat er voor het bestuur van een bedrijfsvoeringsorganisatie (in tegenstelling tot het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam) geen verplichting om een reglement van orde vast te stellen. Tot op heden heeft het bestuur geen reglement van orde vastgesteld en wordt niet voldaan aan de eisen van de gemeenschappelijke regeling. Derhalve wordt de verplichting tot het opstellen van een reglement van orde gewijzigd in een mogelijkheid. Hierdoor bestaat de vrijheid om al dan niet een reglement van orde vast te stellen.

2. Het bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts zo vaak als het daartoe heeft besloten of als een (of meer) van de bestuursleden daartoe verzoekt.

2. Het bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en voorts Onverminderd het bepaalde in artikel 22, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen vergadert het bestuur zo vaak als het daartoe heeft besloten of als een (of meer) van de bestuursleden daartoe verzoekt.

In artikel 22, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald dat het bestuur ten minste twee maal per jaar vergadert. Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. Daarom wordt de tekst van het artikel aangepast.

Artikel 10 Voorzitter 1. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan, die een goede behartiging van de zaken van de werkorganisatie bevordert. De voorzitter is een burgemeester van een van de gemeenten. De voorzitter wordt gekozen voor een periode van een jaar. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks op 1 januari tussen de burgemeesters van de gemeenten, tenzij het bestuur anders besluit. Het bestuur stelt daartoe een roulatieschema vast. 2. De voorzitter ondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 10 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst 3. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het bestuur en tevens voor de vergaderorde binnen het bestuur, onverminderd het bepaalde in of krachtens artikel 9.

Toelichting

4. Het bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het bestuur te handelen. 5. Het bestuur regelt de vervanging van de voorzitter. 6. De voorzitter vertegenwoordigt de werkorganisatie in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. Hoofdstuk 4 De directieteam, de secretaris en het personeel

Hoofdstuk 4 De Het directieteam, de secretaris en het personeel

Bij de vorige wijziging van de gemeenschappelijke regeling is 'directieraad' vervangen door 'directieteam'. Toen is echter verzuimd om het lidwoord aan te passen. Deze omissie wordt nu hersteld.

Artikel 11 directieteam Artikel 11 directieteam Directieteam Tekstuele aanpassing. 1. De werkorganisatie kent een directieteam. 1. De werkorganisatie kent een directieteam. 2. De directieteam stuurt de werkorganisatie ambtelijk aan op 2. De Het directieteam stuurt de werkorganisatie ambtelijk basis van gelijkwaardigheid en nevengeschiktheid. aan op basis van gelijkwaardigheid en nevengeschiktheid. 3. De directieteam is voor het bestuur ambtelijk 3. De Het directieteam is voor het bestuur ambtelijk opdrachtnemer en is eindverantwoordelijk voor de uitvoering opdrachtnemer en is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van de werkorganisatie. Ter uitvoering hiervan van de taken van de werkorganisatie. Ter uitvoering hiervan draagt de directieteam zorg voor de kwaliteit van personeel en draagt de het directieteam zorg voor de kwaliteit van organisatie, beheer en bedrijfsvoering. personeel en organisatie, beheer en bedrijfsvoering. 4. De directieteam is als adviseur bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken. 5. De taak- en rolverdeling binnen de directieteam wordt op voorstel van de directieteam vastgesteld door het bestuur. Deze taak- en rolverdeling geldt voor onbepaalde tijd en kan worden gewijzigd op voorstel van de directieteam.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

4. De Het directieteam is als adviseur bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken. 5. De taak- en rolverdeling binnen de het directieteam wordt op voorstel van de het directieteam vastgesteld door het bestuur. Deze taak- en rolverdeling geldt voor onbepaalde tijd en kan worden gewijzigd op voorstel van de het directieteam.

Pagina 11 van 32

Huidige tekst Artikel 12 Secretaris 1. De directieteam wijst uit zijn midden een secretaris van het bestuur aan.

Nieuwe tekst

2. De directieteam regelt de vervanging van de secretaris.

2. De Het directieteam regelt de vervanging van de secretaris.

Toelichting

1. De Het directieteam wijst uit zijn midden een secretaris van het bestuur aan.

3. De secretaris is geen lid van het bestuur. 4. De secretaris medeondertekent de stukken die van het bestuur uitgaan. Artikel 13 Personeel 1. Het personeel van de gemeenten treedt in dienst van de 1. Het personeel van de gemeenten treedt in dienst van de Het eerste en vierde lid komen te vervallen, omdat deze werkorganisatie met uitzondering van de werkorganisatie met uitzondering van de bepalingen betrekking hadden op de start van HLTsamen. gemeentesecretarissen, de griffiers en de griffiemedewerkers. gemeentesecretarissen, de griffiers en de griffiemedewerkers. Aan het bepaalde in deze bepalingen is uitvoering gegeven en zijn daarom nu niet meer relevant. Bovendien hoeft/mag voor de griffiers, griffiemedewerkers en gemeentesecretarissen in de gemeenschappelijke regeling niets worden geregeld.

2. Het bestuur regelt de rechtspositie van het personeel en neemt daartoe de benodigde besluiten. 3. Bij de regeling van de rechtspositie van het personeel wordt de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties gehanteerd. 4. Bij de overgang van personeel van de gemeenten naar de werkorganisatie zal het bestuur zorgdragen voor de verdere toepassing en uitvoering van de afspraken tussen werkgeversen werknemersvertegenwoordigingen van de gemeenten.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

2. 1. Het bestuur regelt de rechtspositie van het personeel en neemt daartoe de benodigde besluiten. 3. 2. Bij de regeling van de rechtspositie van het personeel wordt de Cao Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties gehanteerd. 4. Bij de overgang van personeel van de gemeenten naar de De verwijzing naar het verleden ("overgang van personeel") werkorganisatie zal het bestuur zorgdragen voor de verdere is niet meer noodzakelijk en actueel. Het vierde lid wordt toepassing en uitvoering van de afspraken tussen werkgevers- daarom verwijderd. en werknemersvertegenwoordigingen van de gemeenten.

Pagina 12 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst 5. Vanaf het moment van overgang van personeel is het 3. Het bestuur stelt de formatie vast. bestuur, binnen de kaders van de vastgestelde formatie, belast met het aanstellen, schorsen en ontslaan van het personeel.

6. Het bestuur kan de in het tweede en vijfde lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de directieteam.

Artikel 14 Heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar en belastingdeurwaarder 1. De werkorganisatie heeft een heffingsambtenaar, een invorderingsambtenaar en een belastingdeurwaarder.

Toelichting In het vijfde lid werd gesproken over 'de vastgestelde formatie'. Echter, nergens was bepaald wie die formatie vaststelt. Om onduidelijkheid hierover weg te nemen wordt het vijfde lid gesplitst en wordt in een nieuw lid vastgelegd dat het bestuur de formatie vaststelt.

4. Het bestuur is belast met het aanstellen, schorsen en ontslaan van personeel. 6. 5. Het bestuur kan de in het tweede eerste en vijfde vierde lid bedoelde bevoegdheden mandateren aan de het directieteam.

1. De werkorganisatie heeft een heffingsambtenaar, een invorderingsambtenaar en een belastingdeurwaarder. (vervallen)

De werkorganisatie HLTsamen heft en int geen belastingen. Dat is en blijft een gemeentelijke taak. Aanstelling van de hier genoemde ambtenaren kan alleen plaatsvinden door het bevoegde gezag. Het mogelijk maken van aanstelling van deze ambtenaren in de gemeenschappelijke regeling is niet aan de orde. Dit artikel wordt daarom geschrapt.

2. Het bestuur wijst een of meerdere ambtenaren van de 2. Het bestuur wijst een of meerdere ambtenaren van de werkorganisatie aan als heffingsambtenaar, werkorganisatie aan als heffingsambtenaar, invorderingsambtenaar en belastingdeurwaarder. invorderingsambtenaar en belastingdeurwaarder. 3. De in het vorige lid genoemde ambtenaren oefenen de 3. De in het vorige lid genoemde ambtenaren oefenen de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de wet bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de aan hen toegekend zijn. wet aan hen toegekend zijn.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 13 van 32

Huidige tekst Hoofdstuk 5 Verantwoording en kwaliteitsborging Artikel 15 Informatie- en verantwoordingsplichten 1. Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft aangewezen verantwoording af over het door hem in het bestuur gevoerde en te voeren beleid, met inachtneming van artikel 16, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk verantwoording afleggen.

Nieuwe tekst

Toelichting

1. Een lid van het bestuur legt aan het college dat hem heeft Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet aangewezen verantwoording af over het door hem in het te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. Dat bestuur gevoerde en te voeren beleid, met inachtneming van een lid van het bestuur verantwoording moet afleggen en artikel 16, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke inlichtingen moet verstrekken aan het college dat hem regelingen. Het lid kan zowel mondeling als schriftelijk heeft aangewezen, volgt reeds uit artikel 18 jo. artikel 16 verantwoording afleggen. 1. Het afleggen van verantwoording van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de of verstrekken van inlichtingen door een lid van het bestuur gemeenschappelijke regeling moet worden bepaald op aan het college dat hem heeft aangewezen, zoals bedoeld in welke wijze dat moet gebeuren. Invulling geven aan de de Wet gemeenschappelijke regelingen, gebeurt mondeling verantwoordings- en inlichtingenplicht kan op mondelinge of schriftelijk. of schriftelijke wijze. Omwille van de leesbaarheid zijn het eerste en tweede lid samengevoegd in het eerste lid. 2. Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft 2.

Een lid van het bestuur verstrekt het college dat hem heeft aangewezen alle door een of meer leden van dat college aangewezen alle door een of meer leden van dat college Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet gevraagde inlichtingen, met inachtneming van artikel 16, vijfde gevraagde inlichtingen, met inachtneming van artikel 16, te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. Dat lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De inlichtingen vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De het bestuur gevraagd en ongevraagd inlichtingen verstrekt worden mondeling of schriftelijk verstrekt. inlichtingen worden mondeling of schriftelijk verstrekt. aan de raad volgt reeds uit artikel 17, eerste en tweede lid, 3. Het bestuur verstrekt de raden of de door een of meer leden 3. Het bestuur verstrekt de raden of de door een of meer van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In de van die raden gevraagde inlichtingen. De inlichtingen worden leden van die raden gevraagde inlichtingen. De inlichtingen gemeenschappelijke regeling moet worden bepaald op schriftelijk verstrekt. worden schriftelijk verstrekt. 2. Het verstrekken van welke wijze dat moet gebeuren. Invulling geven aan de gevraagde en ongevraagde inlichtingen door het bestuur aan inlichtingenplicht moet op schriftelijke wijze.

Omwille van de raden, zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke de leesbaarheid zijn het derde en vierde lid samengevoegd regelingen, gebeurt schriftelijk. in het tweede lid (nieuw). 4. Het bestuur geeft daarnaast aan de raden ongevraagd alle 4. Het bestuur geeft daarnaast aan de raden ongevraagd alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak In het vierde lid (nieuw) is nader bepaald op welke wijze nodig hebben. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. nodig hebben. De inlichtingen worden schriftelijk verstrekt. het verstrekken van inlichtingen plaatsvindt. Hierdoor 5. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige 5. 3. Het eerste en tweede lid zijn is van overeenkomstige wordt de positie van de raden versterkt, wat in lijn is met toepassing ten aanzien van de raden, onverminderd het toepassing ten aanzien van de raden, onverminderd het de bedoelding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet. bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet. regelingen.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 14 van 32

Huidige tekst 6. Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid niet langer het vertrouwen van dat college bezit.

Nieuwe tekst Toelichting 6. Een lid van het bestuur kan door het college dat hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid niet langer het Het zesde lid vervalt, omdat het niet aan de deelnemers vertrouwen van dat college bezit. 4. Voor het verstrekken van van de gemeenschappelijke regeling is om dit te regelen. Ieder college bepaalt zijn eigen vertegenwoordiging en is inlichtingen geldt dat: daarin autonoom. a. relevante informatie in een zo vroeg mogelijk stadium wordt verschaft; en b. informatie op hoofdlijnen wordt verstrekt, tenzij een detail (politiek) relevant is of als er specifiek om is gevraagd. Artikel 15a Zienswijzen Naast de wettelijke en op grond van deze regeling bepaalde zienswijzenprocedures kan het bestuur ook aan de raden om een zienswijze vragen wanneer de meerderheid van het bestuur dat nodig vindt.

Met de laatste wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is in artikel 10 een vijfde lid toegevoegd. Daarin is bepaald dat een gemeenschappelijke regeling bepalingen inhoudt omtrent de besluiten van het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden. Ook wanneer géén besluiten worden aangewezen, moet dit in de gemeenschappelijke regeling geregeld worden. Voor belangrijke besluiten, zoals de begroting, voorziet de Wet gemeenschappelijke regelingen reeds in een zienswijzenprocedure. Gelet op de aard van HLTsamen als bedrijfsvoeringsorganisatie worden geen extra besluiten aangewezen waarvoor zienswijzen kunnen worden ingediend. Hierdoor kan de uitvoering van werkzaamheden binnen de werkorganisatie soepeler verlopen en wordt bestuurlijke drukte verminderd.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 15 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst Artikel 16 Kwaliteitsborging 1. De werkorganisatie draagt zorg voor een kwalitatief goede en doelmatige uitvoering van de taken, zoals vermeld in artikel 4 van deze regeling. 2. De werkorganisatie hanteert een of meer 2. De werkorganisatie hanteert een of meer kwaliteitssystemen. De directieteam stelt kwaliteitssystemen kwaliteitssystemen. De Het directieteam stelt vast en legt hierover verantwoording af aan het bestuur van de kwaliteitssystemen vast en legt hierover verantwoording af werkorganisatie. aan het bestuur van de werkorganisatie.

Toelichting

3. Indien sprake is van onvoldoende kwalitatief of onzorgvuldig c.q. onrechtmatig handelen van de werkorganisatie ten aanzien van één of meer gemeenten als gevolg waarvan schade is ontstaan of dreigt te ontstaan, wordt dit zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken na het constateren van de geleden of dreigende schade, bij het betreffende college of de betreffende colleges gemeld. 4. Het bestuur draagt zorg voor beperking en zo nodig tot herstel van geleden schade. 5. In het verlengde van hetgeen bepaald is in lid 3, draagt de werkorganisatie zorg voor een adequate verzekering van de risico’s die samenhangen met de uitvoering van zijn taken en die niet vallen onder de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering van de gemeenten. 6. Over de wijze van afhandeling van aan (vertegenwoordigers van) de werkorganisatie toe te rekenen schade die in het kader van de uitvoering van de taken van de werkorganisatie is ontstaan, maar niet voor vergoeding door een verzekeraar in aanmerking komt, wordt besloten door het bestuur.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 16 van 32

Huidige tekst Hoofdstuk 6 Financiën Artikel 17 Gemeentewet 1. De artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover daarvan bij of krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen niet is afgeweken.

Nieuwe tekst

Toelichting

2. Het bestuur stelt in dat kader de vereiste verordeningen vast. Artikel 18 Financiële verantwoordelijkheid 1. De gemeenten dragen er zorg voor dat de werkorganisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. De door het bestuur vastgestelde begroting is daarbij leidend. 2. Indien een gemeente weigert deze uitgaven op de gemeentelijke begroting te zetten, doet het bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. 3. Het bestuur stelt een bijdrageverordening vast, waarin in elk geval wordt geregeld op welke wijze en in welke mate de gemeenten financieel bijdragen aan de middelen van de werkorganisatie.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 17 van 32

Huidige tekst Artikel 19 Kaders Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden.

Nieuwe tekst

Toelichting

Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden. (vervallen)

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten zendt.

Artikel 20 Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting 1. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

Artikel 20 Zienswijzenprocedure en vaststelling begroting Begrotingswijzigingen 1. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.

2. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat deze door het bestuur wordt vastgesteld toe aan de raden.

2. Het bestuur zendt de ontwerpbegroting ten minste acht weken voordat deze door het bestuur wordt vastgesteld toe aan de raden.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 35, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is bepaald, dat de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 189, vierde lid, van de Gemeentewet is reeds bepaald, dat het begrotingsjaar het kalenderjaar is.

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 35, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regeling is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij door het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt vastgesteld aan de raden van de deelnemende gemeenten toezendt. Met de laatste wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de termijn van acht weken gewijzigd in twaalf weken.

Pagina 18 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst 3. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor een ieder 3. De ontwerpbegroting wordt door de colleges voor een ter inzage gelegd en algemeen (digitaal) verkrijgbaar gesteld. ieder ter inzage gelegd en algemeen (digitaal) verkrijgbaar gesteld.

Toelichting Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 35, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat de ontwerp-begroting door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage wordt gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar wordt gesteld.

4. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 35, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat de raden van de deelnemende gemeenten bij het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren kunnen brengen.

4. De raden kunnen bij het bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.

5. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande 5. Het bestuur stelt de begroting vast in het jaar aan dat waarvoor de begroting dient. voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.

6. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 35, zevende lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is bepaald, dat de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn. In artikel 191, eerste lid, van de Gemeentewet is reeds bepaald, dat de begroting wordt vastgesteld in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient.

6. Na vaststelling van de begroting zendt het bestuur de Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet begroting aan de raden, die ter zake bij gedeputeerde staten te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In hun zienswijze naar voren kunnen brengen. artikel 35, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de begroting, nadat deze is vastgesteld, aan de raden van de deelnemende gemeenten zendt, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

Pagina 19 van 32

Huidige tekst 7. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Nieuwe tekst 7. Het bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Toelichting Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 34, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten zendt. Met de laatste wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de deadline van 1 augustus gewijzigd in 15 september.

8. Het bepaalde in het tweede, derde, vierde en zesde lid is van 8. Het bepaalde in het tweede, derde, vierde en zesde lid is Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In begroting, met uitzondering van die wijzigingen van de van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen van de artikel 35, zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de begroting waarbij geen wijziging wordt gebracht in de regelingen is reeds bepaald, dat het eerste, derde en vierde bijdragen van de gemeenten. Het bepaalde in het vierde en bijdragen van de gemeenten. Het bepaalde in het vierde en lid van artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke zesde lid is van toepassing, met dien verstande dat wijzigingen zesde lid is van toepassing, met dien verstande dat regelingen van toepassing zijn op besluiten tot wijziging in de begroting ook kunnen worden vastgesteld gedurende het wijzigingen in de begroting ook kunnen worden vastgesteld van de begroting. Het eerste gedeelte van de eerste zin van jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat geval inzending aan gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt, en in dat het achtste lid is daarom verwijderd.

gedeputeerde staten niet voor 1 augustus hoeft plaats te geval inzending aan gedeputeerde staten niet voor 1 augustus vinden. hoeft plaats te vinden. 1. Voor de volgende categorieën In artikel 35, zesde lid, van de Wet gemeenschappelijke begrotingswijzigingen is het bepaalde in artikel 35, zesde lid, regelingen is voorts bepaald, dat in de gemeenschappelijke van de Wet gemeenschappelijke regelingen niet van regeling kan worden bepaald ten aanzien van welke toepassing: categorieën begrotingswijzigingen van het bepaalde in a. wijzigingen van de begroting die niet leiden tot een artikel 35, zesde lid kan worden afgeweken. Van die wijziging in de bijdragen van de gemeenten; of mogelijkheid wordt hier gebruik gemaakt. De voorgestelde b. wijzigingen van de begroting waarin in de categorieën betreffen wijzigingen van de begroting die gemeentebegroting al is voorzien in een bijdrage ten behoeve geen gevolgen hebben voor de gemeentebegroting of van de werkorganisatie. waarvan de gevolgen reeds in de gemeentebegroting zijn 2. Wijzigingen in de begroting kunnen ook worden voorzien. vastgesteld gedurende het jaar waarvoor de begroting geldt. In dat geval hoeft inzending aan gedeputeerde staten niet voor 15 september plaats te vinden.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 20 van 32

Huidige tekst Artikel 21 Jaarrekening 1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

2. Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. De raden kunnen bij het bestuur van de werkorganisatie hun zienswijzen over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen.

Nieuwe tekst

Toelichting

1. Het bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. (vervallen)

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 34, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de jaarrekening vaststelt in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

2. Het bestuur zendt voor 15 april van het jaar na het jaar waarvoor de jaarrekening dient, een voorlopige jaarrekening aan de raden. De raden kunnen bij het bestuur van de werkorganisatie hun zienswijzen over de voorlopige jaarrekening naar voren brengen.

Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten zendt. De mogelijkheid om een zienswijze op de jaarrekening in te dienen is geen wettelijke verplichting. Uit analyse van de afgelopen jaren is voorts gebleken, dat de raden nimmer inhoudelijke zienswijzen hebben ingediend op de voorlopige jaarrekening. Het betreft een (in tijd) omslachtig proces zonder zichtbare meerwaarde. Daarom wordt voorgesteld om artikel 21, tweede lid, te laten vervallen. Door de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen op de concept-begroting kan de raad vooraf invloed uitoefenen.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 21 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst 3. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de 3. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking aan gedeputeerde staten. heeft, aan gedeputeerde staten.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Toelichting Wat reeds in wetgeving is geregeld kan, mag en hoeft niet te worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling. In artikel 34, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is reeds bepaald, dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, aan gedeputeerde staten zendt.

Pagina 22 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst Artikel 22 Reserves en voorzieningen 1. Reserves en voorzieningen worden overeenkomstig de door het bestuur daartoe uitgevaardigde richtlijnen gevormd. Deze richtlijnen zijn opgenomen in de door het bestuur vast te stellen Nota reserves en voorzieningen.

Toelichting

2. Deze nota behoeft goedkeuring van de raden. Hoofdstuk 7 Duur, wijziging, toetreding, uittreding en Artikel 23 Duur De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 24 Wijziging 1. Een voorstel tot wijziging van deze regeling kan worden gedaan door het bestuur of door een of meer van de colleges. 2. Het voorstel tot wijziging is aangenomen met daartoe strekkende eensluidende besluiten van de colleges, met inachtneming van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 25 Toetreding 1. Toetreding tot deze regeling vindt plaats bij daartoe strekkende besluiten van de colleges alsmede het college van de potentieel deelnemende gemeente, na verkregen toestemming van de raden en de raad van de potentieel deelnemende gemeente. 2. Het bestuur doet een voorstel tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden. 3. Het bestuur stelt een toetredingssom vast voor de toetreding. 4. De toetreding treedt in werking op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen tijdstip, dat niet ligt vóór het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde besluiten zijn genomen en bekendgemaakt.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 23 van 32

Huidige tekst Artikel 26 Uittreding 1. Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreding uit deze regeling. Een besluit tot uittreding kan niet eerder worden genomen dan zes jaar na inwerkingtreding van deze regeling. Bij het nemen van het besluit wordt artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen in acht genomen.

2. Een uittredingsbesluit wordt van kracht per 31 december van het jaar volgende op het jaar waarin het besluit tot uittreding is genomen. Dit geldt niet wanneer de colleges hierover andere afspraken maken.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Nieuwe tekst

Toelichting Met de laatste wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is onder andere artikel 9, eerste lid, gewijzsigd: "De regeling houdt bepalingen in omtrent wijziging, opheffing, toetreding, de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, en de deelnemende gemeenten, met inachtneming van artikel 1."

1. Iedere deelnemer kan besluiten tot uittreding uit deze regeling. Het daartoe strekkende besluit wordt terstond toegezonden aan het bestuur. De procedure voor uittreding vangt aan op de dag nadat het bestuur het betreffende besluit heeft ontvangen. 2. Het bestuur zendt het besluit tot uittreding van een deelnemer aan de overige colleges. 3. Uittreding geschiedt per 1 januari van enig jaar, waarbij een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht wordt In de gemeenschappelijke regeling moet worden bepaald genomen. hoe wordt omgegaan met de financiële kant van uittreding 4. Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde besluit, komen de uittredende deelnemer en het bestuur, uiterlijk 6 en hoe de uittreedkosten berekend moeten worden. Daarbij is van belang welke kosten toerekenbaar zijn aan maanden voor de datum van uittreding, een conceptuittredingsregeling overeen. De concept-uittredingsregeling de uittredende partij. wordt door de deelnemers vastgesteld, waarbij de belangen van de uittredende deelnemer en die van de achterblijvende De bedoeling van het gewijzigde artikel 9, eerste lid, van de deelnemers op reële en evenwichtige wijze worden Wet gemeenschappelijke regelingen is dat in de afgewogen. gemeenschappelijke regeling de uittredingsregeling 5. In de concept-uittredingsregeling worden de personele, uitgebreid wordt beschreven.

Daarbij moet gedacht juridische, organisatorische en financiële gevolgen, waaronder de gevolgen voor het vermogen, van de uittreding worden aan het besluitvormingsproces, procedurele geïnventariseerd, de wijze waarop met deze gevolgen kan of afspraken, vermogenrechtelijke gevolgen: de financiële moet worden omgegaan, de voorwaarden voor uittreding, de kant, onderscheid kosten (frictiekosten, desintegratiekosten, personele kosten) hoogte van de uittreedsom en de overname van personeel en/of overige verplichtingen door de uittredende deelnemer. verplichting/mogelijkheid tot overnemen personeel, huisvesting, investeringen, overname van contracten, 6. Indien blijkt dat, als gevolg van een mogelijk verlies aan arbeidsplaatsen, een overleg met de bij de sector betrokken berekening van uittreedkosten, welke kosten zijn vakbonden noodzakelijk is ten behoeve van het opstellen van toerekenbaar aan uittredende partij. een sociaal plan, wordt de conclusie van dit overleg De uittredingssom is geen boete om uittreding praktisch opgenomen in de concept-uittredingsregeling.

Pagina 24 van 32

Huidige tekst 3. Alvorens een college tot een besluit tot uittreding komt, wordt over het voornemen daartoe eerst overleg met de andere colleges gevoerd.

4. In het voornemen als bedoeld in het derde lid worden de motieven gegeven op grond waarvan de deelnemer wenst uit te treden.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Nieuwe tekst Toelichting De uittredingssom is geen boete om uittreding praktisch opgenomen in de concept-uittredingsregeling. 7. Indien het bestuur constateert dat het besluit tot uittreding onmogelijk te maken. Wat verder van belang is, is om ook de vraag oproept of continuering van de samenwerking in de reëel te kijken hoe lang een samenwerkingsverband nodig gemeenschappelijke regeling HLTsamen redelijkerwijs nog wel heeft zich aan te passen. Kosten kunnen immers niet tot in mogelijk is, doet zij de deelnemers een voorstel tot opheffing de eeuwigheid der dagen aan de uittreder worden van de gemeenschappelijke regeling HLTsamen als bedoeld in toegerekend. Dan zou de uittreder nooit loskomen van het artikel 27. samenwerkingsverband. In de jurisprudentie gaat men 8. Het bestuur en de uittredende deelnemer zullen zich inspannen om de nadelige gevolgen van de uittreding voor de daarbij uit van een termijn van maximaal vijf jaar. werkorganisatie en de uittredende deelnemer zo veel mogelijk te beperken, bijvoorbeeld door personeel of andere De hier voorgestelde uittredingsregeling voldoet aan de verplichtingen over te nemen of anderszins in stand te doen gewijzigde wetsbepaling en geldende jurisprudentie. houden. 9.

Bij het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom is het uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de reële schade van de werkorganisatie én de overblijvende deelnemers dient te vergoeden, die rechtstreeks gevolg is van het uittreden uit de gemeenschappelijke regeling. Daarbij wordt bij het bepalen van de hoogte van de schade in beginsel een afbouwperiode van 5 jaar gehanteerd, te rekenen vanaf de datum van uittreding. 10. De hoogte van de uittreedsom als bedoeld in het negende lid wordt slechts verhoogd indien er sprake is van substantiële langlopende en niet te mitigeren financiële verplichtingen. Daarbij moet vaststaan dat deze verplichtingen zich zullen voor doen én in die becijferde omvang, waarbij de bijdrage in de kosten door de uittredende deelnemer naar rato wordt vastgesteld. 11. De uittreedsom bestaat uit de zakelijke gerechtvaardigde kosten, te weten de kosten die rechtstreeks ontstaan uit de uittreding (frictiekosten) en de bijdragen aan de overtollige kosten (desintegratiekosten) in de in het negende lid

Pagina 25 van 32

Huidige tekst 5. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht aan het bestuur.

Nieuwe tekst Toelichting kosten (desintegratiekosten) in de in het negende lid genoemde afbouwperiode, waarbij geen verrekening van het vermogen plaatsvindt. a. Onder frictiekosten wordt verstaan alle incidentele kosten in verband met de uittreding van de deelnemer. Daaronder worden in ieder geval begrepen de kosten van inhuur externe dienstverlening, kosten onderzoek accountant, kosten boventallig primair personeel, kosten opstellen sociaal plan, kosten boventallig decentrale personele overhead en kosten afwaardering activa. b. De frictiekosten komen volledig ten laste van de uittredende deelnemer. c. Onder desintegratiekosten wordt verstaan alle doorbelaste kosten als gevolg van overcapaciteit in personele en materiele sfeer en andere verplichtingen, die ontstaan als direct gevolg 6. De uittredende deelnemer betaalt de kosten die de van de uittreding gedurende de in het negende lid genoemde uittreding met zich brengt. De uittredingssom wordt door een afbouwperiode. bindend advies vastgesteld door een commissie van een drietal d. De desintegratiekosten die direct aan de uittredende onafhankelijke deskundigen die wordt aangewezen door het deelnemer kunnen worden toegerekend, komen integraal bestuur. Het bestuur regelt de overige gevolgen van de voor rekening van de uittredende deelnemer voor de duur uittreding. van maximaal 5 jaar. e.

Desintegratiekosten die niet direct aan de uittredende deelnemer kunnen worden toegerekend, zoals investeringskosten, afschrijvingskosten, kantoorhuur, salariskosten en inhuur van personeel komen naar rato van de door de deelnemers overeengekomen kostenverdeelsleutel voor rekening van de uittredende deelnemer. 12. De frictiekosten en desintegratiekosten worden door de accountant van de werkorganisatie bepaald aan de hand van de jaarrekeningen over de afgelopen 3 jaar voorafgaand aan de datum van uittreding. De beoordeling van de kosten van uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 26 van 32

Huidige tekst 7. Een uittredende deelnemer kan geen recht doen gelden op de overdracht van enig eigendom van de werkorganisatie.

Nieuwe tekst Toelichting uittreden wordt gebaseerd op de feiten en omstandigheden die bekend zijn op het moment van de daadwerkelijke uittreding. 13. Met het oog op het vaststellen van de hoogte van de uittreedsom vragen de uittredende deelnemer en het bestuur gezamenlijk om een bindend advies aan een onafhankelijke externe deskundige. De kosten voor het inschakelen van de externe deskundige zijn, als onderdeel van de frictiekosten, voor rekening van de uittredende deelnemer. 14. Het bestuur stelt de concept-uittredingsregeling vast en stuurt deze aan de colleges ter besluitvorming. De 8. Van elk definitief besluit tot uittreding wordt terstond kennis uittredingsregeling is vastgesteld indien tenminste twee derde van het aantal deelnemers hiertoe besluit. gegeven aan de overige colleges en hun raden en 15. Gedurende de periode tussen het besluit tot uittreding en gedeputeerde staten. effectuering daarvan is de uittredende deelnemer gehouden al haar verplichtingen na te komen. 16. De uittreedsom dient binnen een termijn van zes maanden nadat de uittredingsregeling is vastgesteld als bedoeld in het veertiende lid door de uittredende deelnemer te zijn voldaan, tenzij deelnemers anders overeenkomen.

Was-wordt lijst 2e wijziging GR HLTsamen

Pagina 27 van 32

Huidige tekst Nieuwe tekst Artikel 27 Opheffing 1. De regeling kan worden opgeheven bij daartoe strekkende besluiten van de colleges, met inachtneming van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Het bestuur stelt, gehoord de raden van de gemeenten, binnen zes maanden na besluitvorming een liquidatieplan vast en is belast met de uitvoering van de liquidatie. 3. De werkorganisatie en daaronder vallende organen blijven, zo nodig, na het tijdstip van de opheffing in functie totdat de liquidatie is afgerond. Hoofdstuk 8 Overige bepalingen Artikel 28 Archief 1. Het bestuur is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de gemeenschappelijke regeling, met inachtneming van het bepaalde in de Archiefwet 1995. 2. Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het 2. Ter uitvoering van het in het eerste lid bepaalde, stelt het bestuur een archiefverordening vast, die aan gedeputeerde bestuur een archiefverordening beheerregeling staten wordt medegedeeld. informatiebeheer vast, die aan gedeputeerde staten wordt medegedeeld.

Toelichting

De term 'verordening' doet vaak denken aan een regeling die is vastgesteld door de raad. Materieel is de inhoud van de beheerregeling gelijk aan een archiefverordening; in de beheerregeling is geregeld op welke wijze de zorg voor de archiefbescheiden van de werkorganisatie plaatsvindt. De benaming wordt nu in overeenstemming gebracht met de praktijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21478