2. Ontwerpbegroting 2026 gr HR.pdf
Tekst van het document
1.616.595
2.128.352
2.132.182
2.132.182
2.132.182
2.132.182
Mutaties reserves
-213.012
-
-
-
-
-
Saldo na mutaties reserves
1.403.583
2.128.352
2.132.182
2.132.182
2.132.182
2.132.182
Regionaal Bureau Leerrecht
Meerjarenraming
Tabel 3.5 Ontwikkeling begroting Programma Regionale Uitvoering onderverdeeld naar product
Ten opzichte van de begroting 2025 zien we in 2026 de volgende mutaties op de lasten per product: • Product Regionaal Bureau Leerrecht: hogere lasten € 304K (Nadeel) • Voor 2026 is een hogere RMC subsidie geraamd. Met de hogere baten begroten we even zo hogere lasten: € 225K (Nadeel) • Invulling van de taakstelling RBL leidt tot lagere lasten € 83K (Voordeel) • Indexering € 18K (Nadeel) • Lasten inzet manager € 61K (Nadeel) • Product Woonurgenties: lagere lasten € 62K (Voordeel) • Lagere inhuurlasten € 80K (Voordeel) • Indexering € 14K (Nadeel) • Lasten inzet manager € 4K (Nadeel) • Product Regiotaxi: hogere lasten € 18K (Nadeel) • Indexering € 11K (Nadeel) • Lasten inzet manager € 7K (Nadeel) Ten opzichte van de begroting 2025 zien we in 2026 de volgende mutaties op de baten per product: • Product Regionaal Bureau Leerrecht: hogere baten € 256K (Voordeel) • RMC subsidie reëel hogere baten € 126K (Voordeel) • Indexering RMC subsidie € 99K (Voordeel) • Indexering overige baten van derden € 32K (Voordeel)
29
• Product Woonurgenties: geen mutaties • Product Regiotaxi: geen mutaties In de begroting 2026 hebben we geen onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves opgenomen bij het programma Regionale Uitvoering.
30
3.4 Algemene dekkingsmiddelen en overhead 3.4.1 Algemene dekkingsmiddelen De middelen die Holland Rijnland ontvangt van de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in het product Algemene Dekkingsmiddelen. De verandering van de bijdrage wordt bepaald door de kaders vanuit de FKGR. Voor 2026 zien we twee effecten op de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van 2025. Allereerst stijgt de gemeentelijke bijdrage om de prijsontwikkeling te volgen (2,5%). Vervolgens heeft de FKGR geadviseerd om gemeenschappelijke regelingen een taakstelling op te leggen van 6%. Dat leidt tot onderstaand beeld voor de ontwikkeling van het product Algemene Dekkingsmiddelen.
Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Saldo na mutaties reserves
Rekening
Begroting
Begroting
Meerjarenraming
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Directe kosten
243.151
93.787
96.319
96.319
96.319
96.319
Kosten werkorganisatie
3.385.416
3.412.990
3.297.237
3.297.237
3.297.237
3.297.237
Totale Lasten
3.628.567
3.506.777
3.393.556
3.393.556
3.393.556
3.393.556
Bijdrage gemeenten
-6.635.845
-7.660.022
-7.391.523
-7.391.523
-7.391.523
-7.391.523
Bijdrage van derden
-88.512
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
-100.000
Inkomsten werkorganisatie
-127.952
-141.740
-141.740
-141.740
-141.740
-141.740
Totale Baten
-6.852.309
-7.901.762
-7.633.263
-7.633.263
-7.633.263
-7.633.263
Saldo van baten en lasten
-3.223.742
-4.394.985
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
Totale Storting in reserves
-
-
-
-
-
-
Totale Onttrekking uit reserves
-37.318
-
-
-
-
-
Mutaties reserves
-37.318
-
-
-
-
-
-3.261.060
-4.394.985
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
Tabel 3.6: Ontwikkeling product Algemene Dekkingsmiddelen
3.4.2 Overhead De overhead wordt, conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), apart weergegeven van de programma’s. Het doel van de aparte weergave is om de overhead inzichtelijker te maken en organisaties onderling beter te kunnen vergelijken op hun uitgaven hieraan. In de programma’s wordt alleen dat deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces. De definitie van overhead volgens het BBV luidt “alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”. Het betreft hier zowel personele als materiële kosten. Waar het om personeel gaat, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead:
31
• Het deel van de inzet van leidinggevenden primair proces dat is gerelateerd aan ondersteuning van de afdeling; • Control, financieel advies; • Informatie- en beveiligingsbeleid; • Interne en externe communicatie; • Bestuurszaken en bestuursondersteuning; • Documentatie en informatieverstrekking (DIV); • Managementondersteuning voor het primair proces. Per begrotingsjaar 2026 kunnen gemeenschappelijke regelingen het deel van de tijd dat leidinggevenden inhoudelijke taken vervullen, toerekenen aan het primaire proces. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. Naast personele kosten rekenen we ook materiële kosten tot de overhead. Dit betreft onder andere: • • • • •
De kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; De verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; ICT-licenties; Communicatiekosten; Juridische kosten en organisatieadvieskosten.
Wat willen we bereiken? In 2026 werken we verder aan een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering voor Holland Rijnland, die continu en beperkt kwetsbaar is. We voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast willen we de organisatie beter ondersteunen in het aanvragen en inzetten van subsidies. Holland Rijnland wil onder andere de toekenning en vaststelling van subsidies verder digitaliseren. Deze ambitie kunnen we verder invullen na gereedkoming van de nieuwe website. Aanvragen tot toekenning en vaststelling kunnen dan via een invulbestand op de website worden aangeleverd en komen zo centraal bij het subsidiepunt van Holland Rijnland binnen. Wat gaan we daarvoor doen? • In 2026 hebben we de benodigde maatregelen geïmplementeerd om te voldoen aan de Wet modernisering bestuurlijk elektronisch verkeer (Wmbev); • In 2026 beschikt Holland Rijnland over een geactualiseerd informatiebeleid; • In 2026 is de organisatie (net zoals nu) in control op het gebied van de AVG en Wpg; • Per 2026 is de implementatie van een nieuw financieel systeem gereed en voert Holland Rijnland de financiële administratie in eigen beheer uit; • In 2026 heeft Holland Rijnland de inhuurkosten voor invulling van reguliere formatie als percentage van de loonsom onder controle. Dat wil zeggen dat de inhuurkosten op formatieplekken maximaal 10% van de loonsom bedragen.
Inhuurkosten voor projecten die worden gedekt uit incidentele baten - zoals projecten vanuit de RIA - rekenen we hier niet in mee;
32
• Holland Rijnland vindt in 2026 mogelijkheden om meer subsidies aan te trekken vanuit de provincie, het Rijk en de EU; • Het subsidieproces actualiseren we. We richten de workflow opnieuw in om zo op een efficiënte en snelle manier de afhandeling van aanvragen te laten verlopen. Wat mag dat kosten? Hieronder hebben we de programmakosten onderverdeeld naar product. Rekening
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3.386.715
3.416.585
3.300.929
3.300.929
3.300.929
3.300.929
264
107
110
110
110
110
241.588
90.085
92.517
92.517
92.517
92.517
Totale Lasten
3.628.567
3.506.777
3.393.556
3.393.556
3.393.556
3.393.556
Overhead
-127.952
-141.740
-141.740
-141.740
-141.740
-141.740
-6.717.942
-7.760.022
-7.491.523
-7.491.523
-7.491.523
-7.491.523
-6.415
-
-
-
-
-
Totale Baten
-6.852.309
-7.901.762
-7.633.263
-7.633.263
-7.633.263
-7.633.263
Saldo van baten en lasten
-3.223.742
-4.394.985
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
-37.318
-
-
-
-
-
-3.261.060
-4.394.985
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
Overhead Algemene Dekkingsmiddelen Overige baten en lasten
Algemene Dekkingsmiddelen Overige baten en lasten
Mutaties reserves Saldo na mutaties reserves
Meerjarenraming
Tabel 3.7: Ontwikkeling product Algemene Dekkingsmiddelen en Overhead onderverdeeld naar product
Ten opzichte van de begroting 2025 zien we in 2026 de volgende mutaties op de lasten per product: • Overhead: lagere lasten € 115K (Voordeel) • Invulling taakstelling € 76K (Voordeel) • Aanpassing BBV: inzet managers gedeeltelijk op product in plaats van overhead € 144K (Voordeel) • Wet modernisering bestuurlijk elektronisch verkeer € 10K (Nadeel) • Indexering € 110K (Nadeel) • Algemene Dekkingsmiddelen: geen mutaties • Overige baten en lasten: hogere lasten € 2K (Nadeel) • Indexering opgenomen voor de voorziening RVU € 2K (Nadeel) Ten opzichte van de begroting 2025 zien we in 2026 de volgende mutaties op de baten per product: • Overhead: geen mutaties • Algemene Dekkingsmiddelen: lagere baten € 268K (Nadeel)
33
• Indexering € 192K (Voordeel) • Taakstelling € 460K (Nadeel) • Overige baten en lasten: geen mutaties In de begroting 2026 hebben we geen onttrekkingen en toevoegingen aan de reserves opgenomen bij Algemene Dekkingsmiddelen en Overhead.
3.4.3 Vennootschapsbelasting Sinds 1 januari 2016 zijn overheidslichamen onderworpen aan de vennootschapsbelastingplicht voor zover zij een onderneming drijven. Holland Rijnland voert geen enkel activiteit als ondernemer uit met uitzondering van de activiteit 'Regiotaxi'. Voor deze activiteit doet Holland Rijnland een beroep op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Dit maakt dat Holland Rijnland niet vennootschapsplichtig is en er geen bedrag voor vennootschapsbelasting in de begroting is opgenomen.
3.4.4 Onvoorzien Vanaf het begrotingsjaar 2026 heeft Holland Rijnland een post onvoorzien begroot van € 90K. Deze middelen kan Holland Rijnland aanwenden wanneer zich zaken voordoen die onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdelijk zijn. Vanuit die voorwaarden is de post onvoorzien niet onder een programma te plaatsen en vallen deze middelen onder Algemene Dekkingsmiddelen, Overhead en Onvoorzien.
34
4 Paragrafen De paragrafen vormen een dwarsdoorsnede van de begroting. Het BBV verplicht organisaties om bepaalde paragrafen en beleidsindicatoren op te nemen. Echter, voor gemeenschappelijke regelingen zijn niet alle paragrafen en indicatoren relevant. Zodoende hebben we deze niet opgenomen. Het gaat dan om: • Paragrafen • Onderhoud kapitaal goederen: Holland Rijnland heeft enkel meubilair op als activa opgenomen op de balans. Hiervoor is geen onderhoudsplan benodigd • Verbonden partijen: Als gemeenschappelijke regeling kan Holland Rijnland zelf geen financieel of bestuurlijk belang in een andere rechtspersoon hebben. Zodoende is de paragraaf verbonden partijen niet relevant; • Grondbeleid: Holland Rijnland heeft geen grondexploitaties • Beleidsindicatoren • De beleidsindicatoren op de taakvelden 1 (Veiligheid), 3 (Economie), 4 (Onderwijs), 5 (sport, Cultuur en Educatie), 6 (Sociaal Domein), 7 (Volksgezondheid en Milieu) en 8 (Vhrosv) zijn voor Holland Rijnland niet relevant en nemen we derhalve niet op. Voor het overige hebben we verplichte paragrafen opgenomen en de beleidsindicatoren (taakveld 0, Bestuur en ondersteuning) toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
4.1 Lokale heffingen Voor één van de uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het dagelijks bestuur doet minimaal eens per vier jaar aan het algemeen bestuur een voorstel voor de hoogte van de tarieven. Per 1 januari 2025 is de hoogte van de leges derhalve geactualiseerd. De leges voor de toetsing van urgentieverzoeken zijn niet kostendekkend, waarmee we beogen de tarieven voldoende laagdrempelig te houden voor de aanvragers.
4.2 Risicobeheersing en weerstandsvermogen De deelnemende gemeenten zijn, op grond van de gemeenschappelijke regeling, gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit houdt in dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft aan te houden (zie kader). Omdat het samenwerkingsorgaan niet beschikt over vreemd vermogen, is Holland Rijnland niet gevoelig voor fluctuaties in rentepercentages. Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft bij het opstellen van deze begroting €11K ter beschikking als algemene reserve die eventueel kan worden ingezet wanneer risico's zich voordoen. Daarnaast heeft Holland Rijnland in de begroting 2026 een post opgenomen voor uitgaven die onuitstelbaar, onvoorzienbaar en onvermijdbaar zijn. Holland Rijnland informeert de deelnemende gemeenten driemaal per jaar over het verloop van de begroting door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het DB het AB over ontwikkelingen en legt zo nodig een begrotingswijziging voor aan het AB. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op
35
basis van deze informatie zijn gemeenten in staat om voldoende voorzieningen te treffen in de eigen begroting. De eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Om die reden is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen. Risico’s Onder risico's verstaan we alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa leiden en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Weerstandscapaciteit Het BBV schrijft niet voor welke middelen tot de weerstandscapaciteit behoren. Randvoorwaarde is dat de inzet van deze middelen geen invloed heeft op de uitvoering van de programma’s. Voor Holland Rijnland geldt dat de algemene reserve en de post onvoorzien deel uitmaken van de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit bedraagt derhalve € 101K. Risico’s Jaarlijks inventariseert Holland Rijnland in de begroting de risico’s voor de organisatie. Deze risico’s kunnen zowel van binnen als van buiten de organisatie afkomstig zijn. In deze inventarisatie proberen we de risico’s zo veel mogelijk te kwantificeren. Dat doen we door twee onderdelen nader te bepalen: de mate van risico (kans x impact) en de geraamde financiële impact wanneer het risico zich voordoet. De mate van risico bepalen we door de kans te vermenigvuldigen met de impact, beide op een schaal van 1 tot 5. In de mate van risico onderscheiden we laag (1-8), midden (9-16) en hoog (17-25). Omschrijving risico
Kans
Impact
Score
Beheersmaatregel
Geraamde impact als risico zich voordoet
5
4
20
Holland Rijnland vangt het verschil op in de eigen begroting.
€ 77.500 (3,4% - 2,1%) * € 5,85 miljoen
1
De inhoud van de nog af te sluiten CAO 2026 is niet bekend. We gaan uit van een stijging van 3,4% (inschatting ABP). De FKGR adviseert voor 2026 een toegestane stijging van de looncomponent van 2,1%.
1
5
5
2
Wanneer gemeenten geen eigen inleg doen voor verkeersveiligheidsprojecten (SRM gedragsbeïnvloeding) dan zal er geen doorgang kunnen vinden voor verkeersveiligheid projecten voor de betreffende gemeente en zal het bedrag dat de provincie bijlegt, vaak 75%, terugbetaald moeten worden.
Holland Rijnland onderhoudt actief contact met de deelnemende gemeenten over de subsidie en benoemtbde risico's. We schatten de kans laag in dat alle (of het merendeel van) gemeenten geen eigen inleg doen.
36
€ 50.000 (betreft een inschatting van structurele kosten HR)
Omschrijving risico
Kans
Impact
Score
Structurele subsidieverstrekkers houden de subsidiebijdragen op een vast prijspeil. Holland Rijnland moet dezelfde hoeveelheid werkzaamheden uitvoeren met minder middelen. Op termijn is dit niet houdbaar.
5
4
20
Toegekende indexatie vanuit deelnemende gemeenten (=advies FKGR) loopt achter op de stijging van de kosten
3
4
12
Holland Rijnland vangt prijsstijgingen op binnen de eigen begroting.
5
1
5
5
De baten van Holland Rijnland vanuit de gemeentelijke bijdragen worden niet gecorrigeerd voor de groei van het aantal inwoners in de regio, waardoor Holland Rijnland meer inwoners moet bedienen en daar geen middelen voor ontvangt.
Holland Rijnland vangt eventuele extra werkzaamheden op binnen de eigen begroting. Impact gering aangezien dit primair gevolgen heeft voor de uitvoerende taken.
3
3
9
Voor 2024 en een deel 2025 is een subsidie ontvangen. Voor 2026 is nog geen dekking voorzien
€ 100.000
6
Huisvesting asielzoekers. Tot en met 2025 ontvangt de organisatie middelen om deze taak uit te voeren, 2026 is nog onbekend. Holland Rijnland is naar aanleiding van de regionale woondeal aangewezen als trekker van de Versnellingstafel Woningbouw. Dit brengt extra werkzaamheden met zich mee, waarvoor nog geen dekking is.
3
3
9
Op het moment van schrijven van deze begroting vinden gesprekken plaats met de deelnemers aan de Versnellingstafel over hun financiële bijdrage. Het Rijk, de provincie en Holland Rijnland Wonen hebben al toegezegd een financiële bijdrage te leveren. Van de andere partijen, zoals IVBN, Bouwend Nederland, Hoogheemraadschap. Omgevingsdienst en Dunea, komt binnenkort meer duidelijkheid. Holland Rijnland zal ook een bijdrage leveren vanuit de reeds begrote middelen. De verwachting is dat de financiering van de versnellingstafel daarmee rondkomt voor 2026.
€ 50.000
3
4
7
37
Beheersmaatregel
1: Holland Rijnland gaat in gesprek met subsidieverstrekkers. 2: Holland Rijnland bepaalt welke activiteiten buiten de taken vallen en voert deze niet meer uit.
Geraamde impact als risico zich voordoet
€ 55.000 (2,5% * 2,2 mln = € 55.000)
€ 150.000 (Impact afhankelijk van ontwikkeling inflatie)
€ 70.000 (1,1% * € 7,39 miljoen)
Omschrijving risico
8
9
Kans
Impact
Score
Er is niet voorzien in financiële dekking voor claims bij openbaar worden gegevens of verlies van gegevens en boetes van de Autoriteit Persoons gegevens (AVG en Wpg).
1
3
3
Wanneer zich een grootschalig beveligingsincident (hack of ransom aanval) voordoet, moet Holland Rijnland de expertise inhuren om hiernaar te handelen.
1
5
5
Beheersmaatregel
Geraamde impact als risico zich voordoet
Investeren in bewustwording privacy en informatieveiligheid. Implementeren, borgen en toezien op naleving maatregelen door Privacy Officer en Functionaris Gegevensbescherming. Holland Rijnland heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd op de ICTprocessen en heeft beheersmaatregelen getroffen.
€ 30.000 (hoogte boete AP bij kleinere gemeente)
€ 100.000
Tabel 4.1: Risicotabel
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de score uit de risicotabel en de (maximaal) geraamde impact wanneer het risico zich voordoet, kunnen we een inschatting maken van de benodigde weerstandscapaciteit. Een lage score (1-8) telt voor 25% van de (maximaal) geraamde impact mee, een midden score (9-16) voor 50% en een hoge score (16-25) telt voor 75% mee voor de benodigde weerstandscapaciteit. Onderstaande tabel laat de weging zien en geeft een overzicht van de benodigde weerstandscapaciteit. Risico
Weging
Maximale impact
Benodigde weerstandscapaciteit
1
CAO stijging hoger dan looncompensatie
75%
€ 77.500
€ 58.000
2
Geen eigen inleg gemeenten SRM gedragsbeïnvloeding
25%
€ 50.000
€ 12.000
3
Geen indexatie subsidies
75%
€ 55.000
€ 41.000
4
Indexatie loopt achter op inflatie
50%
€ 150.000
€ 75.000
5
Baten niet gecorrigeerd voor groei aantal inwoners
25%
€ 70.000
€ 18.000
6
Huisvesting asielzoekers
50%
€ 100.000
€ 50.000
7
Geen structurele dekking Versnellingstafel Woningbouw
50%
€ 50.000
€ 25.000
8
Claims bij datalekken en boetes Autoriteit Persoonsgegevens
25%
€ 30.000
€ 8.000
9
Inhuur expertise bij beveiligingsincident
25%
€ 100.000
€ 25.000
Totaal
€ 312.000
Tabel 4.2: Benodigde weerstandscapaciteit
38
Weerstandsratio De weerstandsratio is de verhouding tussen benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Holland Rijnland heeft geen norm vastgesteld voor de weerstandsratio. Een eventueel negatief resultaat brengt Holland Rijnland immers in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland (c.q. artikel 33 van de geactualiseerde Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland die naar verwachting per 1 juni 2025 in werking treedt). Wanneer we de benodigde weerstandscapaciteit gelijk stellen aan de waarde van de risico’s, bedraagt de weerstandsratio van Holland Rijnland: € 101.000 / € 312.000 = 0,32. Een weerstandsratio van 1,0 wordt beschouwd als voldoende, een weerstandsratio lager dan 0,6 als ruim onvoldoende. Met 0,32 is de weerstandscapaciteit van Holland Rijnland weliswaar ruim onvoldoende om de financiële risico's af te dekken, maar aanmerkelijk hoger dan de 0,02 in het voorgaande jaar. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de ratio kan worden afgezet. Normering Weerstandsratio Ratio Weerstandvermogen
Uitstekend
Ruim voldoende
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Ruim onvoldoende
>2
1,4 < 2,0
1,0 < 1,4
0,8 < 1,0
0,6 < 0,8
< 0,6
Tabel 4.3: Normering weerstandsratio
Een eventueel negatief resultaat groter dan de weerstandscapaciteit brengt Holland Rijnland in rekening bij de deelnemende gemeenten, conform de afspraken rond garantstelling die volgen uit artikel 33 lid 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Regio Holland Rijnland (geactualiseerde GR vanaf 25 juni 2025) of uit artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland. Voor deelnemende gemeenten is het zodoende raadzaam in hun eigen risicoparagraaf deze garantstelling op te nemen. Financiële kengetallen Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Kengetallen:
Rekening 2024
Begr. 2025
Begr. 2026
Begr. 2027
Begr. 2028
Begr. 2029
Netto schuldquote
10,8%
-19,1%
-31,6%
-45,6%
-56,4%
-56,4%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
10,8%
-19,1%
-31,6%
-45,6%
-56,4%
-56,4%
Solvabiliteitsratio
3,0%
6,8%
11,5%
16,6%
16,6%
16,6%
39
Kengetallen: Structurele exploitatieruimte
Rekening 2024 0,4%
Begr. 2025
Begr. 2026
Begr. 2027
Begr. 2028
Begr. 2029
1,3%
0,0%
0,0%
0,2%
0,2%
Tabel 4.3: financiële kengetallen. Cf. Concept jaarstukken 11-2-2025
Netto schuldquote: De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De quote is negatief. Dit betekent dat de eigen middelen hoger zijn dan de schuldenlast. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte geldleningen: Holland Rijnland leent geen gelden uit. Derhalve is deze schuldquote gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin een organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het getal geeft de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en de schulden. Holland Rijnland heeft slechts een beperkte algemene reserve en bestemmingsreserves. Vandaar dat dit getal zeer laag is. Structurele exploitatieruimte: Holland Rijnland wordt grotendeels bekostigd uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten en structurele subsidies van de provincie Zuid-Holland. De omvang van deze middelen beschouwt Holland Rijnland als taakstellend wat maakt dat de structurele baten en lasten exact in evenwicht zijn, een enkele incidentele inzet vanuit een bestemmingsreserve daargelaten. Met een structurele begrotingssaldo van 0 bedraagt de ratio voor de structurele exploitatieruimte dan ook 0%.
Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet. Kengetallen:
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
Tabel 4.4: Normering financiële indicatoren
4.3 Financiering De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt tevens de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Zo spoedig mogelijk daarna vindt er een verrekening plaats met de gemeenten. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgesluisd naar de betreffende instanties.
40
Kasgeld Tijdelijke overschotten worden in verband met het Schatkistbankieren (zie kader) uitgezet bij de Schatkist. Dit gebeurt in daggeld of in deposito’s. Tijdelijke tekorten komen sporadisch voor en zijn slechts van korte duur. Hiervoor wordt dan gebruik gemaakt van de kredietlimiet (rood staan) van de BNG-bank. Leningenportefeuille Het samenwerkingsverband beschikt niet over een leningenportefeuille. In- en externe ontwikkelingen Er zijn geen in- of externe ontwikkelingen die invloed hebben op de treasuryfunctie, de treasuryorganisatie, het risicoprofiel, de financiële posities, de vermogenswaarden of de geldstromen. Deze worden ook niet verwacht. Risicobeheer Treasury dient uitsluitend de publieke taak en het beheer van de uitzettingen gebeurt zorgvuldig. Er wordt ruim voldaan aan de kasgeldlimiet, er zijn geen geldleningen en kasgeldoverschotten worden tijdelijk uitgezet bij de Schatkist. Renterisico’s Het renterisico is gering vanwege de zeer beperkte financieringsbehoeften en het zorgvuldig wegzetten van overtollige kasgeldmiddelen in de Schatkist. Voor 2026 bedraagt de renterisiconorm € 3.240.727. Holland Rijnland gaat geen vaste geldleningen aan. Het samenwerkingsorgaan voldoet dan ook aan de rente-risiconorm.
Financieringsrisico’s Er zijn geen financieringsrisico's omdat de gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het financiële beleid van het samenwerkingsorgaan en zich hebben verplicht tekorten in zijn geheel gezamenlijk te dragen. Kasgeldlimiet Het samenwerkingsorgaan bleef gedurende vele jaren steeds binnen de kasgeldlimiet. Dit is voor gemeenschapppelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De verwachting is dat dit ook voor de komende jaren blijft gelden. Voor 2026 bedraagt de kasgeldlimiet € 1.328.698. Meerjarenprognose Op basis van de meerjarenbegroting is de inschatting dat Holland Rijnland ook de komende jaren geen geldleningen hoeft aan te gaan. Een renterisico vaste schuld is dan ook niet aanwezig.
41
4.4 Bedrijfsvoering De ambtelijke organisatie van Holland Rijnland staat onder leiding van de secretaris-directeur. De taken van de organisatie zijn ondergebracht in twee programma’s, tevens afdelingen: Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering. In de afdeling bedrijfsvoering zijn de aan het primaire proces ondersteunende taken ondergebracht.
Figuur 4.5 Organogram Holland Rijnland
Secretaris-directeur De secretaris-directeur is eindverantwoordelijk voor de organisatie en geeft leiding aan drie managers. Strategie & Beleid In de afdeling Strategie & Beleid staan de invulling en uitvoering van de strategische thema’s centraal waarop de dertien deelnemende gemeenten samenwerken. De afdeling Strategie & Beleid voert tevens regie op de totstandkoming en uitvoering van de Regionale Investeringsagenda. De dagelijkse leiding van de afdeling is belegd bij de manager Strategie & Beleid. De afdeling telt 13,5 FTE. De helft van de inzet van de Manager Strategie & Beleid (0,5 FTE) rekenen we tot het primaire proces, conform de notitie overhead van de Commissie BBV. Regionale Uitvoering De afdeling Regionale Uitvoering voert een drietal taken uit voor de deelnemende gemeenten: Woonurgenties, contractbeheer van de Regiotaxi en het Regionaal Bureau Leerrecht (RBL). De dagelijkse leiding is belegd bij de manager Regionale Uitvoering. De afdeling telt 30,9 FTE. De helft van de inzet van de Manager Regionale Uitvoering (0,5 FTE) rekenen we tot het primaire proces, conform de notitie overhead van de Commissie BBV.
42
Bedrijfsvoering De uitvoering van de taken ondersteunend aan het primaire proces zijn belegd binnen de afdeling Bedrijfsvoering. De afdeling bedrijfsvoering bevat communicatie/public affairs, (algemene) juridische zaken, documentatie- en informatievoorziening, ambtelijk en directiesecretariaat en financiën & control. Het bedrijfsonderdeel Interne Dienstverlening en Advisering (IDA) van de gemeente Leiden voert een deel van de bedrijfsvoeringstaken voor Holland Rijnland uit, net zoals voor de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest en Zoeterwoude. Voor Holland Rijnland gaat het hierbij om de: • ICT (laptops, inrichting werkplek, advies) • HRM (recruitment, advies) • Inkoop (inkoopadvies en begeleiding inkooptrajecten) • Facilitaire Zaken (AV-middelen vergaderzalen) • Juridisch advies (specialistisch advies waar Holland Rijnland zelf niet over beschikt) De afdeling bedrijfsvoering wordt geleid door de manager Bedrijfsvoering die tevens de functie van concerncontroller invult. De afdeling bedrijfsvoering bestaat uit 15,7 FTE. Daarvan betreft 3,0 FTE de tot overhead gerekende inzet van de managers Strategie & Beleid, Regionale Uitvoering, Bedrijfsvoering en Secretaris-Directeur. Formatie Holland Rijnland Tabel 4.6 laat de totale formatie voor Holland Rijnland zien. De formatie voor het RBL neemt toe, waar we door inzet van de reserve in 2024 al een voorschot op hebben genomen.
Ten opzichte van 2025 blijft de formatie in 2026 ongewijzigd. Formatie per afdeling in FTE
Formatie 2024
Realisatie 2024
Formatie 2025
Formatie 2026
Regionale uitvoering
27,0
31,3
30,8
30,8
Regionaal Bureau Leerrecht
23,6
28,7
27,3
27,3
Woonurgenties
2,6
1,7
2,7
2,7
Regiotaxi
0,8
0,9
0,8
0,8
Strategie en beleid
12,5
11,6
11,6
11,6
Bedrijfsvoering (inclusief management)
15,8
14,2
13,9
13,9
Totaal Holland Rijnland
55,3
57,1
56,3
56,3
Tabel 4.6 Formatie Holland Rijnland
Kostenverdeling overhead De overhead bestaat uit materiële en personele overheadlasten. De programma’s Strategie & Beleid en Regionale Uitvoering doen in verschillende mate een beroep op de personele inzet van de afdeling bedrijfsvoering. In de toerekening van de overheadkosten kiest Holland Rijnland er daarom voor een weging aan te brengen in de kostentoerekening van de personele inzet. De personele overheadlasten worden voor 80% doorbelast aan de afdeling Strategie & Beleid en voor 20% doorbelast aan Regionale Uitvoering. De materiële overheadlasten rekenen we aan de verschillende programma’s toe op basis van het aantal werkplekken. De materiële overheadlasten worden voor 40% doorbelast aan de afdeling Strategie & Beleid en voor 60% doorbelast aan Regionale Uitvoering. Met vaststelling van de
43
Kaderbrief 2026 hebben we de overheaddoorbelasting berekend en voorgesteld deze percentages als kader aan te houden in de kostenverdeling overhead tot op het moment dat ontwikkelingen binnen de organisatie aanzetten tot herijking van de percentages. Zo komen we tot een vereenvoudigde en werkbare systematiek van toerekening van de overheadkosten naar de programma’s. Percentage Overhead begroting 2026
Strategie & Beleid
Kosten
Regionale Uitvoering
Strategie & Beleid
Regionale Uitvoering
Personeel
1.616.000
80 %
20 %
1.293.000
323.000
Materieel
1.659.000
40 %
60 %
664.000
995.000
Overige algemene dekkingsmiddelen
-198.000
40 %
60 %
-79.000
-119.000
Totaal
3.077.000
1.877.000
1.200.000
61 %
39 %
Procentueel Tabel 4.7: Kostenverdeling overhead
Invulling taakstelling In de paragraaf bedrijfsvoering lichten we de maatregelen toe die we hebben genomen om de taakstelling van 6% in te vullen. De invulling ziet er als volgt uit: Invulling Taakstelling Bedragen x € 1.000, '+' is voordeel, '-' is nadeel
2026
2027
2028
2029
Beëindiging cofinanciering
300
300
300
300
Versobering RBL
79
79
79
79
Geactualiseerd begrotingssaldo kaderbrief 2026
3
3
3
3
Structureel effect Financiën in eigen beheer
78
78
78
78
Totaal
460
460
460
460
Tabel 4.8: invulling taakstelling
Beëindiging cofinanciering Vanuit de beheersverordening Cofinanciering kan Holland Rijnland cofinanciering toekennen aan initiatieven die bijdragen aan het realiseren van ambities uit de inhoudelijke, regionale agenda. Dergelijke cofinanciering leidt tot extra investeringen door andere partijen waardoor er sprake is van een multipliereffect. Structureel is hiervoor in de begroting een bedrag van € 300K opgenomen. Met de Regionale Investeringsagenda beschikt Holland Rijnland inmiddels over een goed alternatief om te dienen als multiplier op regionale (economische) projecten. We zien het beëindigen van het cofinancieringsfonds daarmee als een maatregel met beperkte maatschappelijke impact. Versobering taken Regionaal Bureau Leerrecht Significante onderdelen van het takenpakket van Holland Rijnland zijn het toezicht en de handhaving van de leerplicht en de kwalificatieplicht en het tegengaan van vroegtijdig schoolverlaten. Gelet op
44
de omvang, kunnen we er moeilijk omheen een beperkte versobering door te voeren op deze taken. Het gaat om een verantwoorde, beperkte capaciteitsreductie bij het Regionaal Bureau Leerrecht. De feitelijke impact hangt af van vele factoren, zoals de ontwikkeling van de vraag, de complexiteit van de casussen en het succes van getroffen maatregelen. Tegenover de versobering staat de verwachting dat gemeenten (en daarmee Holland Rijnland) hogere VSV-bijdragen vanuit het Rijk tegemoet kunnen zien. Hoewel nog niet gerealiseerd en derhalve nog niet opgenomen in de begroting, maakt dit dat deze versobering naar verwachting geen personele consequenties heeft en geen frictiekosten met zich meebrengt. Geactualiseerd begrotingssaldo kaderbrief 2026 De uitwerking van de begrotingsuitgangspunten samen met de geschetste ontwikkelingen in de kaderbrief geven een klein structureel positief saldo van het financieel meerjarenbeeld. Dit positief saldo van € 3K gebruiken we als bijdrage voor de invulling van de taakstelling. Financiën in eigen beheer De huidige dienstverleningsovereenkomst (DVO) tussen IDA en Holland Rijnland wordt vernieuwd per januari 2026. Tussentijdse aanpassing van de diensten van IDA was eerder dan het aflopen van de huidige DVO niet mogelijk.
De gesprekken over verlenging van de DVO hebben Holland Rijnland echter de mogelijkheid geboden te verkennen waar efficiëntiewinst te behalen is in de bedrijfsvoering. In deze gesprekken is door zowel IDA als Holland Rijnland aandacht gevraagd voor de dienstverlening op het gebied van financiën, wat leidde tot een verkenning wat de gevolgen zijn wanneer Holland Rijnland financiën in eigen beheer uitvoert. Per 2026 gaat IDA Leiden over op een nieuw financieel pakket. Hoewel Holland Rijnland niet meedeelt in de ontwikkelkosten voor het pakket, is de verwachting dat de hogere (licentie)kosten voor het pakket ook doorberekend worden aan Holland Rijnland. Het betreft een pakket dat voor Holland Rijnland wellicht uitgebreider is dan nodig is. De Service Organisatie Zorg Holland Rijnland (SOZ) heeft met de verzelfstandiging in 2023 financiën in eigen beheer genomen. Dit heeft voor SOZ tot een substantiële kostenreductie heeft geleid ten opzichte van het inkopen van financiële diensten bij IDA. De verwachting is dat deze keuze ook voor Holland Rijnland kan leiden tot een structurele verlaging in de kosten van bedrijfsvoering. In dit model blijft overigens de mogelijkheid bestaan specialistisch financieel advies af te nemen van IDA, zoals fiscaal en treasuryadvies.
Holland Rijnland heeft de financiële en organisatorische gevolgen, alsmede de risico’s, in kaart gebracht met een uitgebreide verkenning. Deze is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de (financiële) collega’s van IDA. Met deze keuze verwachten we invulling te kunnen geven aan de resterende taakstelling van € 78K. Beleidsindicatoren Voor de bedrijfsvoering stelt Holland Rijnland, mede op instigatie van de nieuwe BBV, een aantal indicatoren op. Hieronder een weergave voor 2026:
45
Beleidsindicator
Eenheid
Periode
Holland Rijnland
1. Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2026
0,10
2. Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2026
0,07
3. Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2026
€ 14,16
4. Externe inhuur
Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur
2026
19,1%
5. Overhead
% van totale lasten
2026
20,4%
Tabel 4.9: Beleidsindicatoren
Indexatie Voor het jaar 2026 vindt een indexatie plaats van de gemeentelijke bijdrage. We gaan uit van het voorstel van de Werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen (FKGR) waarin de werkgroep voor 2026 een indexatie adviseert van gemiddeld 3,4% voor loonkosten (inclusief de loonkosten van de dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Leiden (IDA), en 2,7% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor 2026 is 2,5%. Tabel Index wegings factor
Index 2026 FKGR
Gewogen index
Personele lasten
41%
2,1
0,9
Materiële lasten
59%
2,7
1,6
Gewogen index 2026
2,5%
Tabel 4.10: Index
4.5 Wet open overheid Op 1 mei 2022 trad de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk in werking. De Woo is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. Zo krijgt iedereen meer inzicht in het handelen van de overheid. Een belangrijk verschil met de Wob is dat de Woo naast informatieverstrekking op verzoek (passief) overheidsorganisaties ook verplicht zelf informatie gefaseerd openbaar te maken (actief). Mede hierdoor is de Woo een belangrijke stap naar een open overheid. Uitgangspunt hierbij is dat iedereen recht heeft op toegang tot publieke informatie en dat alle overheidsinformatie in beginsel openbaar is. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt hiervan afgeweken. Verder wijzen alle overheidsorganisaties een contactpersoon Woo aan. Deze helpt bij de beantwoording van vragen van burgers en journaliste over de beschikbaarheid van publieke informatie. Bij Holland Rijnland is de jurist van de afdeling Bedrijfsvoering contactpersoon voor de Woo. Ook de website van Holland Rijnland voorziet in informatieverstrekking over de Woo. Beleidsvoornemens Het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland heeft een 'basis'-ambitie om te voldoen aan de Woo. Op deze manier voldoen wij minimaal aan de wet. We lopen niet voorop, maar bereiden ons
46
organisatorisch en technisch voor op het moment dat actieve openbaarmaking per categorie verplicht is. We zorgen dat informatie binnen de wettelijke termijnen openbaar is. Op 1 november 2024 trad de eerste tranche van de Woo in werking. Holland Rijnland heeft de verplichtingen uit de Woo tijdig geïmplementeerd en voldoet daarmee aan de eerste tranche van de Woo én aan het ambitieniveau. Holland Rijnland blijft het verplicht actief openbaar maken van informatiecategorieën volgen om blijvend te voldoen aan de Woo en het ambitieniveau. Holland Rijnland werkt continu aan de verbetering van de informatiehuishouding aan de hand van de aanbevelingen uit het KPI-verslag van de archiefinspecties van Erfgoed Leiden en Omstreken.
47
48
5 Financiële begroting 5.1 Meerjarenbegroting 2026– 2029 Rekening
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten
5.683.006
7.155.996
4.359.341
4.226.841
3.487.708
3.487.708
Baten
-3.631.862
-6.641.852
-4.422.649
-4.422.649
-1.380.183
-1.380.183
Saldo
2.051.145
514.144
-63.308
-195.808
2.107.525
2.107.525
Lasten
-
-
2.054.500
1.972.059
1.972.059
1.972.059
Baten
-
-
-1.758.570
-1.972.059
-1.972.059
-1.972.059
Saldo
-
-
295.930
-
-
-
Lasten
3.456.814
3.802.347
4.062.903
4.062.903
4.062.903
4.062.903
Baten
-1.840.219
-1.673.995
-1.930.721
-1.930.721
-1.930.721
-1.930.721
Saldo
1.616.595
2.128.352
2.132.182
2.132.182
2.132.182
2.132.182
Lasten
3.628.567
3.506.777
3.393.556
3.393.556
3.393.556
3.393.556
Baten
-6.852.309
-7.901.762
-7.633.263
-7.633.263
-7.633.263
-7.633.263
Saldo
-3.223.742
-4.394.985
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
-4.239.707
Lasten
12.768.388
14.465.120
13.870.300
13.655.359
12.916.226
12.916.226
Baten
-12.324.390
-16.217.609
-15.745.203
-15.958.692
-12.916.226
-12.916.226
Saldo voor mutaties reserves
443.998
-1.752.489
-1.874.903
-2.303.333
-
-
Storting in reserves
-
1.752.489
2.333.333
2.333.333
-
-
Onttrekking uit reserves
-489.470
-
-458.430
-30.000
-
-
Mutaties reserves
-489.470
1.752.489
1.874.903
2.303.333
-
-
Saldo na mutaties reserves
-45.472
-0
-
-
-
-
Strategie en Beleid
Energieprogramma
Regionale Uitvoering
Algemene dekkingsmiddelen en overhead
Meerjarenraming
Tabel 5.1: Meerjarenbegroting Holland Rijnland
De begroting in meerjarenperspectief is in evenwicht. De geraamde lasten met een omvang van€ 13,9 mln worden bekostigd uit de reguliere bijdrage van de deelnemende gemeenten (± 53%), en subsidies van Rijk en provincies, aanvullende bijdragen gemeenten, onttrekking aan reserves of leges woonurgenties (± 47%).
5.2 Overzicht incidentele baten en lasten Het overzicht incidentele baten en lasten stelt het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland en de
49
provincie, in haar rol als financieel toezichthouder, in staat om te bepalen in hoeverre de begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht zijn. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en meerjarenraming volledig, realistisch en haalbaar zijn. Wat hierbij een rol speelt is, onder andere, in hoeverre loon- en prijsstijgingen zijn verwerkt, de verhouding van het weerstandsvermogen en de risico's en het onderzoek van de jaarrekening. De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt: Saldo van de lasten en baten ná mutaties reserves Af: incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen Uitkomst: totaal van de structurele lasten en baten van de programma's en algemene dekkingsmiddelen Bij: structurele verrekeningen met de reserves Definitieve uitkomst: structureel saldo begroting en meerjarenraming
Op basis van onderstaand overzicht tonen we aan dat de meerjarenraming 2026-2029, conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Dit houdt in dat structurele lasten kunnen worden gedekt met structurele baten. In cijfermatige zin is hiervan sprake als het structurele begrotingssaldo kleiner is dan € 0 (de baten geven we immers weer met een minteken). Structureel evenwicht 2026
2027
Saldo van baten en lasten vóór mutaties reserves
-1.874.903
-2.303.333
-
-
Mutaties reserves
2.170.833
2.303.333
-
-
295.930
-
-
-
Incidentele baten (negatieve correctie)
4.737.207
4.950.696
1.991.202
1.991.202
incidentele lasten (positieve correctie)
-2.865.983
-2.651.042
-2.015.411
-2.015.411
458.430
30.000
-
-
Incidentele toevoegingen aan reserves (positieve correctie)
-2.333.333
-2.333.333
-
-
Structurele verrekeningen met reserves
-
-
-
-
-3.679
-3.679
-24.209
-24.209
JA
JA
JA
JA
Saldo van baten en lasten ná mutaties reserves
Incidentele onttrekking aan reserves (negatieve correctie)
Structurele saldo van de begroting Structureel evenwicht (bij structureel saldo ≤ 0) Tabel 5.2: Structureel evenwicht
50
2028
2029
Incidentele baten en lasten per programma 2026
2027
Programma Strategie en Beleid
-2.978.637
-2.978.637
-19.143
-19.143
Programma Energieprogramma
-1.758.570
-1.972.059
-1.972.059
-1.972.059
Programma Regionale uitvoering
-
-
-
-
Algemene dekkingsmiddelen en Overhead
-
-
-
-
-4.737.207
-4.950.696
-1.991.202
-1.991.202
Programma Strategie en Beleid
810.268
677.768
42.137
42.137
Programma Energieprogramma
2.054.500
1.972.059
1.972.059
1.972.059
Programma Regionale uitvoering
1.215
1.215
1.215
1.215
-
-
-
-
Totale incidentele lasten
2.865.983
2.651.042
2.015.411
2.015.411
Totaal incidenteel programma's
-1.871.224
-2.299.654
24.209
24.209
Reserve cofinanciering
-162.500
-30.000
-
-
Onttrekking Reserve regionale energiestrategie (RES)
-295.930
-
-
-
Incidentele onttrekking aan reserves
-458.430
-30.000
-
-
Toevoeging Reserve RIA thematische fondsen
1.000.000
1.000.000
-
-
Toevoeging Reserve RIA prioritaire projecten
1.000.000
1.000.000
-
-
Incidentele toevoeging aan reserves
2.000.000
2.000.000
-
-
Totale incid. onttrekkingen en toevoegingen reserves
1.541.570
1.970.000
-
-
Saldo incidentele posten
-329.654
-329.654
24.209
24.209
Totale incidentele baten
Algemene dekkingsmiddelen en Overhead
Tabel 5.3: Incidentele baten en lasten
51
2028
2029
5.3 Geprognosticeerde balans Bedragen x € 1000,-
Realisatie
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
Meerjarenbegroting 2027
2028
2029
ACTIVA Vaste activa Materiële vaste activa Overig
17
8
0
0
0
0
955
955
955
955
955
955
Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een looptijd < 1 jaar
31.964
33.957
35.841
38.144
38.150
38.150
Liquide middelen (kasen banksaldi)
274
-4
-4
-4
-11
-11
Overige overlopende activa
1.231
1.231
1.231
1.231
1.231
1.231
Totalen
34.441
36.148
38.023
40.326
40.326
40.326
Uitzettingen Vorderingen op openbare lichamen
Overlopende activa
Tabel 5.4: Geprognosticeerde balans Activa
52
Bedragen x € 1000,-
Realisatie
Begroting
Begroting
2024
2025
2026
Meerjarenbegroting 2027
2028
2029
PASSIVA Vaste Passiva Eigen vermogen Reserves
986
2.739
4.614
6.917
6.917
6.917
Saldo van rekening
45
0
0
0
0
0
Voorzieningen
318
318
318
318
318
318
2.601
2.601
2.601
2.601
2.601
2.601
Overige overlopende passiva
30.490
30.490
30.490
30.490
30.490
30.490
Totalen
34.441
36.148
38.023
40.326
40.326
40.326
Vlottende schuld Overige vlottende schulden Overlopende passiva
Tabel 5.5: Geprognosticeerde balans Passiva
De balansomvang per 31-12-2024 bevat, onder overlopende passiva, voornamelijk de te besteden middelen van het Regionale Investeringsfonds (RIF) met een omvang van € 28,6 mln. In 2024 hebben gemeenten hun laatste bijdrage gedaan en daarmee over de hele looptijd € 180 mln ingebracht. De nog te besteden middelen betreffen vooral middelen voor het Programma Ontsluiting Greenport Duinen Bollenstreek. Deze zullen de komende jaren richting het einde van de looptijd van het RIF, in 2027, tot besteding komen. De fasering van deze bestedingen is nog enigszins ongewis. Vooralsnog hebben we de omvang voor ieder jaarschijf gelijk gehouden.
53
5.4 Ontwikkeling reserves en voorzieningen Holland Rijnland heeft een beperkt aantal reserves. Onderstaande tabel geeft van deze reserves de functie weer. Reserve
Functie reserve
Doel reserve
Algemene reserve
Bufferfunctie
Afdekken van algemene risico’s
RBL, Cofinanciering, Onderwijsarbeidsmarkt, Regionale Energie Strategie, Budgetoverheveling
Bestedingsfunctie
Spaarpot voor het doen van uitgaven met een bepaald doel
N.v.t.
Egalisatiefunctie
Opvangen van grote schommelingen in inkomsten en/of uitgaven
N.v.t.
Inkomensfunctie
Dekken van structurele lasten in de begroting
N.v.t.
Financieringsfunctie
Dekken van investeringen
Tabel 5.6: functies van de reserves
Vertrekpunt voor het weergeven van de meerjarige ontwikkeling van de reserves is de balanspositie begin 2025. Deze vloeit voort uit de (concept)jaarrekening 2024. Hierop worden de reservemutaties in de meerjarenraming toegepast. Dit maakt dat de ontwikkeling van reserves er als volgt uit ziet:
54
55
0
1.752.489
833.333
700.000
24.304
194.852
Mutaties 2025
Tabel 5.7: meerjarige ontwikkeling reserves
986.313
0
Reserve RIA prioritaire projecten
Totaal reserves
0
631.553
Reserve Energieprogramma
Reserve RIA thematische fondsen
344.182
10.577
Saldo 1-1-2025
Reserve cofinanciering
Bestemmingsreserves
Algemene Reserve
Algemene reserve
Omschrijving
2.738.802
833.333
700.000
655.857
539.034
10.577
Verwachte Balans 1-1-2025
2.333.333
1.333.333
1.000.000
0
0
0
Toevoeging 2026
-458.430
0
0
-295.930
-162.500
0
Onttrekking 2026
4.613.705
2.166.666
1.700.000
359.927
376.534
10.577
Saldo 31 -12-2026
0
2.303.333
1.333.333
1.000.000
0
-30.000
Begrote mutaties 2027
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
BegroteBegrote mutaties mutaties 2028 2029
6.917.038
3.499.999
2.700.000
359.927
346.534
10.577
Verwachte Balans 31-12-2029
Ontwikkeling voorziening Voorziening
Soort voorziening
Voorziening verlof sparen / Voorziening personeelslasten
Voorzieningen met een verplichting
56
Doel voorziening
57
-20.856
-20.856
317.970
0
Mutaties 2025
244.880
73.090
Saldo 1-1-2025
Tabel 5.8: ontwikkeling voorzieningen
Totaal Voorzieningen
Voorziening personeelslasten
Voorziening Verlofsparen
Voorzieningen met een verplichting:
Omschrijving
297.114
224.024
73.090
0
0
0
-20.856
-20.856
0
Verwachte Toevoeging Onttrekking Balans 2026 2026 1-1-2025
276.258
203.168
73.090
Saldo 31 -12-2026
-20.856
-20.856
0
Begrote mutaties 2027
-20.856
-20.856
0
Begrote mutaties 2028
0
0
0
Begrote mutaties 2029
234.546
161.456
73.090
Verwachte Balans 31-12-2029
5.5 Overzicht lasten en baten per taakveld Hoofdtaakvelden
Taakveld
Lasten
Baten
Bestuur en ondersteuning
0.4
Overhead, Ondersteuning organisatie
3.300.929
-141.740
0.8
Overige baten en lasten
92.517
0
0.5
Treasury
110
-100.000
0.10
Mutaties reserves (980)
2.333.333
-458.430
5.726.889
-700.170
Totaal Verkeer, vervoer en waterstaat
2.1
Verkeer en wegen
1.412.124
-1.690.744
2.5
Openbaar vervoer
276.520
-430.883
1.688.644
-2.121.627
Totaal Economie
3.1
Economische ontwikkeling
3.088.173
-3.845.654
3.2
Fysieke bedrijfsinfrastructuur
151.972
-259.355
3.240.145
-4.105.010
3.239.541
-6.176.337
3.239.541
-6.176.337
876.598
-1.010.827
876.598
-1.010.827
Totaal Onderwijs
4.3
Onderwijsbeleid en leerling-zaken
Totaal
Sport, cultuur en recreatie
5.7
Openbaar groen en (open lucht) recreatie
Totaal Sociaal domein
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
400.091
-506.910
6.5
Arbeidsparticipatie
126.511
-227.183
526.602
-734.093
905.214
-1.355.570
905.214
-1.355.570
16.203.633
-16.203.633
Totaal 8.3
Wonen en bouwen
Totaal Totaal Tabel 5.9: overzicht lasten en baten per taakveld
5.6 Investeringsplan Bij de aangepaste begroting 2025, vastgesteld op 18 december 2024 door het Algemeen Bestuur, zijn kapitaallasten opgenomen voor een toekomstige investering. Programma1
Omschrijving
Benodigd krediet
AfdelingskostenplaatsenAanpassingen werkvloer 1
100
bedragen x € 1.000
Tabel 5.10: Investeringsplan
58
Jaar van aanvraag krediet E/M
2026
E
100
2027
2028
2029
6 Besluit Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland in de vergadering van 25 juni 2025.
P.J. Heijkoop secretaris-directeur
voorzitter
59
60
7 Bijlagen
61
7.1 Bijlage 1: opgave van compensabele BTW voor gemeenten De dienstverlening van de gemeenschappelijke regeling Holland Rijnland is vrijgesteld van de heffing van BTW op grond van de BTW-koepelvrijstelling (samenwerkingsvrijstelling). Dit houdt in dat de dienstverlening aan de gemeenten niet met BTW wordt belast, wat betekent dat de BTW op onze kosten niet verrekend kan worden met de fiscus. Omdat een gemeenschappelijke regeling ook geen recht heeft op BTW-compensatie bij het BTW-compensatiefonds, is de BTW op de kosten voor Holland Rijnland een kostenpost. Vanaf het eerste jaar zijn de lasten in de begroting van Holland Rijnland, en daarmee de grondslag voor de omvang van de gemeentelijke bijdrage, ook geraamd inclusief BTW. Hoewel de gemeentelijke bijdrage gebaseerd is op de lasten inclusief BTW, wordt de BTW op de kosten van de gemeenschappelijk regeling geen kostenpost voor de gemeenten. De wetgever vindt het namelijk ongewenst dat overheidstaken waarvan recht op compensatie van BTW bij het BTWcompensatiefonds bestaat, worden benadeeld vanwege samenwerking in een gemeenschappelijke regeling. Vanuit de zogeheten BTW-transparantiemethode kunnen we namelijk de BTW over de kosten doorschuiven naar de deelnemende gemeenten. De gemeenten kunnen de doorgeschoven BTW vervolgens compenseren bij het BTW-compensatiefonds.
Onderstaande tabel geeft de omvang van doorschuif-BTW van iedere gemeente weer. De deelnemende gemeente kan deze kosten meenemen in de opgave voor het BTW-compensatiefonds. Hieruit volgt een teruggave voor iedere gemeente. Bijlage 1 Opgave van compensabele BTW bij het BTW-compensatiefonds Raming 2025 Reguliere taken
Raming 2025 Leerrecht
Raming 2025 Totaal
Lasten met BTW-component gerubriceerd naar productgroepen
3.823.313
483.280
4.306.593
Grondslag compensabele btw (= lasten met BTW-component /121*100)
3.159.762
399.405
3.559.167
663.550
83.875
747.425
Totale lasten
12.291.061
gecorrigeerd voor lasten zonder relevante btw-component: Lonen
-6.031.989
Subsidies
-676.602
Activiteiten waar compensatie obv factuur gebeurt (Leader)
-944.762
Bedrijfsmatige activiteiten (HR verrekent zelf met fiscus)
-331.115
Totale lasten met relevante BTW-component
4.306.593
Compensabele BTW voor gemeenten (21% van de grondslag) Tabel 7.1: Compesabele BTW
62
63
38.470
25.625
9.732
Teylingen
Voorschoten
Zoeterwoude
Tabel 7.2: Compensabele BTW per gemeente
590.223
25.948
Oegstgeest
Totaal
45.734
Noordwijk
29.501
Nieuwkoop
130.108
Leiden
23.447
66.966
Katwijk
Lisse
29.168
Kaag & Braassem
27.736
22.822
Hillegom
Leiderdorp
114.966
Alphen ad Rijn
Verdeelsleutel Inwonertal CBS 1-1-2024
59.212
1.259
4.017
5.402
4.289
5.987
3.149
3.876
13.761
10.634
3.828
3.010
Verdeelsleutel Leerlingtal CBS 1-1-2024
663.550
10.941
28.809
43.249
29.172
51.416
33.166
26.360
31.182
146.272
75.286
32.792
25.657
129.249
Compensabele BTW Reguliere taken (verdeling o.b.v. inwonertal)
Toedeling van compensabele BTW naar individuele gemeenten
83.875
1.783
5.690
7.652
6.075
8.481
0
4.461
5.490
19.493
15.063
5.422
4.264
0
Compensabele BTW Leerrecht (verdeling o.b.v. leerlingtal)
18.866
311
819
1.230
829
1.462
943
749
887
4.159
2.140
932
729
3.675
Compensabele BTW Leader (verdeling o.b.v. inwonertal)
67.296
67.296
77.805
77.805
Compensabele Compensabele BTW RES BTW RES SPUK NPLW Rijksmiddelen
911.392
13.036
35.318
52.131
36.077
61.358
34.109
31.570
37.559
169.924
92.489
39.146
30.651
278.025
Totaal compensabele BTW
64