2. Aanbiedingsformulier ‘Eerste begrotingswijziging 2023’.pdf
Tekst van het document
Aanbiedingsformulier voor DB Agendapunt
6
Datum
11 april 2022
Onderwerp
Eerste begrotingswijziging 2023
Vertrouwelijk
Nee
Doel van agendering
Besluitvormend
Toelichting door
Marlies Krul-Seen
Bijlagen
1.
SharePoint: 202208050
Ontwikkeling Algemene Reserve (ingevoegd)
Besluitpunten Het dagelijks bestuur wordt gevraagd in te stemmen met de (concept) ‘1e begrotingswijziging 2023’, omvattend: - het laten vrijvallen van de jaarlijkse dotatie ad € 368.000 aan de algemene reserve vanaf 2023 - het structureel verhogen van de personeelslasten met € 44.000,- vanaf 2023 - het structureel verlagen van de bijdrage van de deelnemers met € 324.000 vanaf 2023 en deze begrotingswijziging voor te leggen aan de deelnemers (raden en staten) met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Aanleiding In 2021 is de financiële situatie van de dienst sneller dan verwacht verbeterd. Door enkele incidentele meevallers als gevolg van COVID-’19 en de vruchten van het effectiever in de markt zetten van sommige diensten is de algemene reserve in 2021 met ca € 900.000,- gestegen. Voor 2022 is de verwachting dat deze trend zich voortzet en dat zou betekenen dat de verwachte algemene reserve per 1 januari 2023 ca. € 1.700.000,- zou bedragen. Dit is ver boven de afgesproken norm voor de algemene reserve van 5% van de omzet van dienst. Aangezien deze aangroei structureel van aard is, heeft de dienst (conform de met u gemaakte afspraken) opnieuw gekeken naar de begroting 2023 en de algemene reserve; dat leidt tot dit voorstel. (Wettelijk) kader De begroting 2023 wordt vastgesteld op grond van de vastgestelde kadernota 2023.
De begrotingswijziging staat als product beschreven in de nota planning en control: “Begrotingswijziging Het is belangrijk dat de begroting actueel is. Om die reden is het van belang dat besluiten met financiële gevolgen zo nodig, met in acht neming van artikel 34 lid 3 van de GR ODWH, worden vertaald in een begrotingswijziging.” Toelichting Algemene reserve Het algemeen bestuur heeft in de nota planning en control vastgelegd dat de norm voor de algemene reserve maximaal 5% van de omzet in een jaar is. Ten tijde van de besluitvorming over de huisvesting aan de Vondellaan is de laatste planning gemaakt op welke termijn de algemene reserve weer op de afgesproken norm zou zijn. Deze planning liet een beeld zien dat de dienst pas in de loop van 2026 deze norm zou bereiken. Dit uitgangspunt is vertaald in de Begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.
Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
1
De werkelijkheid heeft deze planning ingehaald. Door de strakkere sturing op de financiën, de verhuizing naar de Vondellaan en de financieel positieve gevolgen van COVID-’19 (o.a. onder verhuur Schipholweg) zal de dienst eind 2022 naar verwachting de norm van 5% halen. Deze verwachting is aanleiding om de Begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 opnieuw te bezien, conform de aan u gedane toezeggingen. In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 werd nog rekening gehouden met een dotatie aan de algemene reserve. In bijlage 1 is opgenomen welk meerjarenperspectief voor de algemene reserve dit opleverde. Voor 2023 en verder is het de verwachting dat deze dotatie niet meer noodzakelijk is. Het voorstel is dan ook om de dotaties aan de algemene reserve 2023-2026 te laten vrijvallen. Voor 2023 betekent dit een vrijval van € 368.000,-. Voor de jaren 2024-2026 zal dit worden meegenomen in de begroting voor die jaren. Inhuurkosten Zoals reeds eerder met u gedeeld heeft de dienst te maken met een moeilijke arbeidsmarkt. Deze moeilijke arbeidsmarkt heeft tot gevolg dat vaste medewerkers die vertrekken moeilijk te vervangen zijn en dat daar vaak inhuur voor moet plaatsvinden.
De dienst heeft inmiddels maatregelen genomen door het opzetten van een traineeprogramma, het verbeteren van de arbeidscommunicatie en het gezamenlijk optrekken met de andere omgevingsdiensten binnen Zuid-Holland. Echter, het is niet de verwachting dat deze inspanning volledig resulteert in het oplossen van de arbeidsmarktproblematiek. De dienst verwacht de komende jaren hier nog de gevolgen van te voelen, met name het stijgende uurtarief van inhuurmedewerkers. Waar we vorig jaar nog gemiddeld € 75,- per uur betaalden, betalen we inmiddels gemiddeld € 85,- per uur. Om de verwachte stijging in de inhuurkosten op te vangen, wordt voorgesteld om de post personeelslasten structureel te verhogen, met een bedrag van € 44.000,- in 2023. Bijdrage deelnemers Ten aanzien van de resterende vrijval van € 324.000,- wordt voorgesteld om hiermee de indexatie op basis van het advies van de Commissie FKGR voor 2023 te matigen. Daarmee zal het tarief in de komende jaren minder hard stijgen, hetgeen leidt tot een kostenbesparing voor de deelnemers. Voor 2023 betekent dit dat het in de kadernota 2023 vastgestelde uurtarief van € 97,45 wordt verlaagd naar € 95,65. Dit betekent een indexatiepercentage van afgerond 1,5 % in plaats van 3,4%, een verlaging van 1,9 % (het uurtarief in 2022 bedraagt € 94,25). Per individuele deelnemer geeft dit het volgende beeld.
Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
2
Samengevat ziet de 1e begrotingswijziging 2023 er dan als volgt uit:
Omschrijving
Actuele begroting 2023
Personeelskosten Huren en Pachten Goederen/diensten prim.proces Overige goederen en diensten Subsidies Afschrijvingen Vennootschapsbelasting
€ 15.012.000 € 542.000 € 849.000 € 1.521.000 € 725.000 € 205.000 €0
€ 44.000 €0 €0 €0 €0 €0 €0
€ 15.056.000 € 542.000 € 849.000 € 1.521.000 € 725.000 € 205.000 €0
Totaal uitgaven:
€ 18.854.000
€ 44.000
€ 18.898.000
Baten 3.2 3.4 3.4 4.2
€0 -€ 18.497.000 €0 -€ 725.000
€0 €0 € 324.000 -€ 18.173.000 €0 €0 €0 -€ 725.000
-€ 19.222.000
€ 324.000 -€ 18.898.000
Econ. cat. Lasten 1.0 3.2 3.4 3.4 4.2 6.1
Huren en pachten Bijdrage provincie en gemeenten Overige inkomsten Subsidies
Totaal inkomsten:
Mutaties 2023
Begroting na 1e wijziging 2023
Saldo voor bestemming
-€ 368.000
€ 368.000
€0
Bestemming resultaat 6.0 Storting in reserves 6.0 Onttrekking uit reserves Saldo na bestemming
€ 368.000 €0 €0
-€ 368.000 €0 €0
€0 €0 €0
Conclusie Het dagelijks bestuur wordt gevraagd in te stemmen met de (concept) ‘1e begrotingswijziging 2023’, omvattend: - het laten vrijvallen van de jaarlijkse dotatie ad € 368.000 aan de algemene reserve vanaf 2023 - het structureel verhogen van de personeelslasten met € 44.000,- vanaf 2023 - het structureel verlagen van de bijdrage van de deelnemers met € 324.000 vanaf 2023 en deze begrotingswijziging voor te leggen aan de deelnemers (raden en staten) met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen.
Aldus ingestemd in de vergadering van het dagelijks bestuur van 11 april 2022, de voorzitter,
de secretaris,
Y. Peters-Adrian
M.E. Krul-Seen
Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
3
Bijlage 1: Ontwikkeling Algemene Reserve In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 werd nog rekening gehouden met een dotatie aan de algemene reserve. Dit geeft het volgende meerjarenperspectief voor de algemene reserve. Tabel 1.1. Verwachte algemene reserve 2022-2026
Verwachte Reserves en voorzieningen 1-jan-22 1-jan-23 1-jan-24 1-jan-25 1-jan-26 Verwachte algemene reserve € 1.382.543 € 1.710.543 € 2.078.543 € 2.386.543 € 2.700.543 Norm algemene reserve 5% € 917.900 € 961.000 € 987.150 € 992.700 € 1.014.300 Verwacht overschot € 464.643 € 749.543 € 1.091.393 € 1.393.843 € 1.686.243 Bij de behandeling van de jaarstukken 2021 wordt voorgesteld aan het Algemeen Bestuur om enkele bestemmingsreserves te vormen ter grootte van € 630.000. Het gaat om de volgende bestemmingsreserves: 1. Terugbreng verplichting Schipholweg In 2021 heeft de dienst het pand aan de Schipholweg definitief verlaten en is het huurcontract afgelopen. Conform het huurcontract zou een deel van het pand teruggebracht dienen te worden in de oude staat, echter wordt het pand op dit moment (2022) gebruikt door de RDOG voor de afhandeling van COVID-19. Overeengekomen is dat de terugbrengverplichting wordt uitgesteld, maar deze blijft echter wel bestaan. Om te kunnen voldoen aan deze verplichting stelt de dienst voor om een bestemmingsreserve te vormen ten hoogte van € 50.000. 2. IM in control Reeds eerder is met u de situatie van Informatiemanagement gedeeld. De korte samenvatting is dat het informatiemanagement op dit moment nog niet adequaat en toekomstbestendig is ingericht. Tevens is met u het plan van aanpak “IM in control” gedeeld met de daarbij ingeschatte kosten.
Deze kosten zijn niet voorzien in de begroting 2022 en zijn mede gezien het bedrag niet op te vangen binnen de lopende exploitatie. Daarom stelt de dienst voor om een bestemmingsreserve te vormen ter hoogte van € 500.000. 3. Gevolgen CAO 2021-2022 De gevolgen van de CAO 2021-2022 zijn voor 2021 al in het resultaat opgenomen. Binnen de exploitatie van 2022 is echter geen ruimte om de extra kosteneffecten in 2022 af te dekken. Hiervoor stelt de dienst voor om een bestemmingsreserve te vormen ter hoogte van € 80.000. De bestemmingsreserves komen ten laste van de algemene reserve. Deze kunnen pas verwerkt worden in de (concept) begroting 2023 na akkoord van het algemeen bestuur (ABvergadering 9 mei 2022). Dit heeft gevolgen voor de algemene reserve (weerstandsvermogen) van de dienst. Na akkoord geeft met meerjarenperspectief het volgende beeld Tabel 1.2. Verwachte algemene reserve 2022-2026 (na bestemming)
Verwachte Reserves en voorzieningen (na bestemming 2021) 1-jan-22 1-jan-23 1-jan-24 1-jan-25 1-jan-26 Verwachte algemene reserve € 752.543 € 1.080.000 € 1.448.000 € 1.756.000 € 2.070.000 Norm algemene reserve 5% € 917.900 € 961.000 € 987.150 € 992.700 € 1.014.300 Verwacht overschot -€ 165.357 € 119.000 € 460.850 € 763.300 € 1.055.700 Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
4