1b. Oplegnotitie bij regionale nota bodembeheer.pdf
Tekst van het document
Oplegnotitie bij regionale nota bodembeheer Datum
17 april 2023
Zaaknummer
2020-021299
Ons kenmerk
D2023-044205
Bijlage
Regionale nota bodembeheer 2023-2033 Regio West-Holland, gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude
Besluitpunt gemeenteraden - Met deze oplegnotitie wordt vastgesteld dat al het gebiedsspecifieke regionale bodembeleid uit de regionale nota bodembeheer dat niet valt onder het overgangsrecht van de Aanvullingswet bodem geldt als een gemeentelijke beleidsregel welke ook blijft gelden onder de Omgevingswet. - Deze oplegnotitie wordt toegevoegd aan de regionale nota bodembeheer Aanleiding De regionale nota bodembeheer wordt door alle 11 deelnemende gemeenten voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet onder het Besluit bodemkwaliteit bestuurlijk vastgesteld. De regionale bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart van 10 van de deelnemende gemeenten worden ook voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet vastgesteld. De bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart van de gemeente Voorschoten is reeds bestuurlijk vastgesteld. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, Aanvullingswet Bodem en diverse besluiten (o.a. Aanvullingsbesluit Bodem, Besluit activiteiten leefomgeving), en Algemene maatregelen van bestuur (Aanvullingsregeling bodem), vervallen de huidige wet- en regelgeving voor bodemsanering en het functioneel en nuttig toepassen van grond en gerijpte baggerspecie. Bodem wordt daarmee een integraal deel van de Omgevingswet.
Het huidige generieke beleid voor toepassen van grond en baggerspecie is uitgangspunt in artikel 4.1272 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het generieke normenkader uit het Besluit bodemkwaliteit wordt met het Aanvullingsbesluit bodem door het Rijk beleidsneutraal overgezet naar inhoudelijke regels in het Bal die zich richten tot de initiatiefnemer en die voor wat betreft de normen zelf verwijzen naar het Besluit bodemkwaliteit (gewijzigd) en de onderliggende Regeling bodemkwaliteit. De Aanvullingswet bodem regelt verder overgangsrecht voor: — De gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (§ 4.3 van de nota). — De gemeentelijke bodemfunctieklassenkaart (kaartbijlage N2 van de nota). — De ontgravings- en toepassingskaarten (gebiedsspecifiek kader Besluit bodemkwaliteit; kaartbijlagen N6 van de nota). — Het stellen van strengere eisen aan de bijmenging van bodemvreemd materiaal (steenachtige materialen en onbewerkt hout; § 4.4 van de nota). — De acceptatie van bodemkwaliteitskaarten van andere gemeenten als bewijsmiddel bij grondverzet (§ 4.2 van de nota).
Probleemstelling Op het moment dat de Omgevingswet van kracht wordt, worden de regels uit de regionale nota bodembeheer welke vallen onder het overgangsrecht van de Aanvullingswet bodem van rechtswege gelijkgesteld aan het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De bodemkwaliteitskaarten als grondslag voor de afgifte van de milieuverklaring bodemkwaliteit worden geen onderdeel van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Deze kunnen evenwel ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruikt worden als grondslag voor het vaststellen van de kwaliteit van de ontvangende bodem of de kwaliteit van binnen het beheersgebied toe te passen grond. Dit is vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. Overig gebiedsspecifiek gemeentelijk bodembeleid verliest onder de nieuwe regelgeving zijn grondslag, indien hier geen nieuwe regels voor opgesteld zijn. Om te voorkomen dat een deel van het nu vast te stellen gebiedsspecifieke regionale bodembeleid bij inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn werking weer verliest, dient het gemeentelijke beleid dat niet valt onder het overgangsbeleid van de Aanvullingswet bodem te worden vastgesteld als een beleidsregel welke blijft gelden onder de Omgevingswet.
Uitwerking Binnen het stelsel van de Omgevingswet dienen regels met betrekking tot het gemeentelijke bodembeleid verwerkt te worden als maatwerkregels of decentrale regels in het omgevingsplan en als toepasbare regels in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Er kan ook gekozen worden voor het vastleggen van huidig beleid in beleidsregels. Beleidsregels geven aan hoe de gemeenten met de hun toegekende bevoegdheden omgaan. Deze regels dienen in de toekomst nog (deels) te worden opgenomen c.q. omgezet in de gemeentelijke omgevingsplannen. In de regionale nota bodembeheer is een transponeringstabel (bijlage 7 van de nota) opgenomen waarin wordt aangegeven welke beleidsregels van de regionale nota bodembeheer waar terugkomen in de (toekomstige) Omgevingswet. Ook wordt aangegeven hoe een beleidsregel onder de (toekomstige) Omgevingswet wordt of moet worden geregeld: overgangsrecht, maatwerkregel, decentrale regel, beleidsregel of instructieregel. Met de transponeringstabel wordt aangegeven hoe het gemeentelijke grondstromenbeleid moet worden aangepast in het licht van de Omgevingswet om beleidsneutraal (blijven materieel gelijk aan het huidige recht) over te gaan. De beschrijving van het generieke beleid uit de nota bodembeheer behoeft niet te worden opgenomen in het omgevingsplan. Deze regels staan immers in het Bal.
Deze aanpassingen dienen meegenomen te worden in de definitieve omgevingsplannen van alle 11 gemeenten. Daar de vaststellingsprocedures van de 11 gemeenten daarin echter niet gelijk lopen, kan dit proces enkele jaren duren. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet, hebben nog niet alle gemeenten het nieuwe deel van hun omgevingsplan paraat voor vaststelling. In de tussenliggende periode wordt daarom middels deze oplegnotitie vastgesteld dat het gemeentelijke beleid dat niet valt onder het overgangsbeleid van de Aanvullingswet bodem moet worden gezien als een beleidsregel welke blijft gelden onder de Omgevingswet. Door het bodembeleid nu op deze manier vast te leggen, wordt voorkomen dat er na inwerkingtreding van de Omgevingswet een beleidsvacuüm ontstaat.