CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1a. Regionale bodembeheer nota.pdf

Raadscommissie 25 oktober 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 8: Vaststelling Nota Bodembeheer42.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Landbouw/natuur B6. Recente woonbebouwing, sport en recreatie

Industrie Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen Industrie

B7. Bedrijventerreinen Wonen B8. Buitengebied met toemaakdek

Wonen

Wonen Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie B9. Buitengebied overig

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur B10. (Voormalige) tuinbouwen akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen

Industrie Wonen

Industrie Industrie

Landbouw/natuur

B11. (Voormalige) tuinbouwIndustrie en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Wonen Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop Landbouw/natuur en Zoeterwoude

Wonen Landbouw/natuur Industrie

Industrie

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

Wonen Landbouw/natuur

WSP 5 mei 2023 pagina 25/98

VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES

ONTGRAVINGSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER @

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # Industrie B12. PFAS-verbindingen #

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur Plangebied Offem-Zuid fase 1 en 3, bovengrond

Wonen

Industrie

Wonen

Plangebied Offem-Zuid fase 2, bovengrond

Wonen

Industrie

Wonen

Plangebied Bronsgeest, bovengrond

Wonen

Industrie

Wonen

Gemeente Voorschoten: VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten, bovengrond

Industrie

Gemeente Voorschoten: VS2 Naoorlogse wijken Voorschoten 1A, bovengrond

Industrie

Gemeente Voorschoten: VS3 Naoorlogse wijken Voorschoten 1B, bovengrond

Industrie

Industrie Industrie * $

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen Industrie

Gemeente Voorschoten: VS4 Naoorlogse wijken Voorschoten 2, bovengrond

Wonen Wonen

Wonen $

Landbouw/natuur Gemeente Voorschoten: VS5 Bedrijfsterrein Dobbewijk naoorlogs, bovengrond Gemeente Voorschoten: VS6 Buitengebied en bedrijvigheid zuidkant en oostkant Voorschoten, bovengrond Gemeente Voorschoten: VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten, bovengrond

Industrie

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Industrie Wonen Wonen

Wonen $

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie

Industrie

Wonen

Industrie * $

Landbouw/natuur

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

Wonen Landbouw/natuur

WSP 5 mei 2023 pagina 26/98

VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES

ONTGRAVINGSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER @

Bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte # Gemeente Voorschoten: VS8 Buitengebied tussen de strandwallen, bovengrond

Industrie Wonen

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Wonen *

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur

Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # $$ T1/O1. Historische bebouwing Leiden T2/O2. Oude uitbreidingen Leiden T3/O3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude T4/O4. Overige historische woonbebouwing

T5/O5. Oudere woonbebouwing, sport en recreatie T6/O6. Recente woonbebouwing, sport en recreatie T7/O7. Bedrijventerreinen

T8/O8. Buitengebied met toemaakdek

Wonen Industrie Wonen Industrie Wonen Industrie Wonen Industrie

Wonen Wonen

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Wonen Industrie Wonen Wonen

Wonen Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Industrie T9/O9. Buitengebied overig

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur T10/O10. (Voormalige) Industrie tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Wonen Hillegom, Lisse, Noordwijk, Landbouw/natuur Oegstgeest en Teylingen

Industrie Industrie

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

Wonen Landbouw/natuur

WSP 5 mei 2023 pagina 27/98

VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES

ONTGRAVINGSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER @

Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # $$ T11/O11. (Voormalige) Industrie tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Wonen Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Landbouw/natuur Zoeterwoude

Industrie Industrie

Wonen Landbouw/natuur

Industrie T12. PFAS-verbindingen #

Wonen

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur Plangebied Offem-Zuid fase 1 en 3, ondergrond (0,5-4,1 mmv)

Wonen

Industrie

Wonen

Plangebied Offem-Zuid fase 2, ondergrond zandlaag

Wonen

Industrie

Wonen

Plangebied Offem-Zuid fase 2, ondergrond kleilaag

Wonen

Industrie

Wonen

Plangebied Bronsgeest, ondergrond

Wonen

Industrie

Wonen

Gemeente Voorschoten: VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten, ondergrond

Industrie

Gemeente Voorschoten: VS2 Naoorlogse wijken Voorschoten 1A, ondergrond

Industrie

Gemeente Voorschoten: VS3 Naoorlogse wijken Voorschoten 1B, ondergrond

Industrie

Industrie Industrie $

Wonen

Wonen

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Wonen $

Wonen

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Wonen

Wonen Industrie

Gemeente Voorschoten: VS4 Naoorlogse wijken Voorschoten 2, ondergrond

Wonen Landbouw/natuur

Gemeente Voorschoten: VS5 Bedrijfsterrein Dobbewijk naoorlogs, ondergrond

Industrie

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 28/98

VOORKOMENDE BODEMKWALITEITSZONE BODEMFUNCTIES

ONTGRAVINGSKLASSE (OBV GEMIDDELDE)

TOEPASSINGSEIS GENERIEK KADER @

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Bodemlaag vanaf 0,5 meter tot en met 2 meter diepte # $$ Gemeente Voorschoten: VS6 Buitengebied en bedrijvigheid zuidkant en oostkant Voorschoten, ondergrond Gemeente Voorschoten: VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten, ondergrond

Industrie Wonen Landbouw/natuur Industrie Wonen

Industrie Industrie $

Landbouw/natuur Gemeente Voorschoten: VS8 Buitengebied tussen de strandwallen, ondergrond

Wonen Landbouw/natuur

Industrie Wonen

Landbouw/natuur $

Landbouw/natuur

Landbouw/natuur

*

De 95-percentielwaarde van PAK, nikkel, zink en/of lood is hoger dan de interventiewaarde vastgesteld. Vrij grondverzet is niet mogelijk. NB. De bodemkwaliteitskaart kan wél gebruikt worden om de (indicatieve) veiligheidsklasse bij graafwerkzaamheden vast te stellen. # De gemiddelde waarden van de PFAS-verbindingen in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1 meter diepte zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. Dit leidt mogelijk tot beperkingen bij het toepassen van grond in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden en in een oppervlaktewaterlichaam. $ De bodemkwaliteitszone is voor de bodemlaag 0-1 m-mv niet vastgesteld voor PFAS-verbindingen. $$ De bodemlaag 1-2 m-mv is niet verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. @ De toepassingseisen voor PFAS-houdende grond zijn: Toepassingseis Landbouw/natuur: Landelijke achtergrondwaarden. Toepassingseis Industrie en Wonen: PFOA: 7,0 µg/kg ds, en andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 29/98

3 MAATSCHAPPELIJKE OPGAVE De gemeenten verwachten de komende 5 tot 10 jaar dat continu grond (tijdelijk) wordt ontgraven, opgeslagen en toegepast. Een voorbeeld hiervan is het regulier onderhoud aan weg(berm)en, rioleringen, kabels, leidingen, groenvoorzieningen en (vervangende) nieuwbouwprojecten. Uit de bodemkwaliteitskaarten van de gemeenten blijkt dat het nuttig hergebruik van licht verontreinigde grond uit de gemeenten beperkt wordt (zie hoofdstuk 2, tabel 2.1). In de gemeenten zijn relatief veel gebieden waar alleen schone grond toegepast mag worden; kwaliteitsklasse “Landbouw/natuur”. Hierdoor kan veel ontgraven grond niet worden hergebruikt en moet vervolgens worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Ook moet dan grond van elders worden aangekocht en aangevoerd die wel voldoet aan de toepassingseisen; bijvoorbeeld zand uit zandwinputten of grond van een grondbank. De gemeenten willen invulling geven aan een milieuvriendelijker en efficiënter grondstromenbeleid. Grond vrijkomend uit het ene project willen de gemeenten kunnen hergebruiken in het andere project. Werk met werk maken. Er zijn dan minder onderzoekskosten bij grondverzet en verwerkingskosten bij vrijkomende grond nodig. Er hoeft minder grond te worden aangekocht en ook de transportafstanden worden gereduceerd.

De druk op het wegennet en de uitstoot van schadelijke stoffen, zoals stikstof (NO x), fijnstof en CO2 en het gebruik van energie nemen substantieel af. Het gebiedsspecifieke en regionale grondstromenbeleid bij de toepassingen van grond is nuttig en milieuhygiënisch verantwoord en brengt bij het huidige en het beoogde bodemgebruik geen onacceptabele risico’s met zich mee. Het gemeentelijke grondstromenbeleid is in hoofdstuk 4 onderbouwd en beschreven.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 30/98

4 UITWERKING VAN HET GRONDSTROMENBELEID 4.1

KWALITEITSDOELSTELLING BIJ HERGEBRUIK/TOEPASSEN VAN GROND

Bij het nuttig toepassen van grond en baggerspecie hanteren de gemeenten het ‘standstill’ principe op het niveau van het bodembeheergebied (zie § 4.2). Het ‘standstill’ principe betekent dat de bodemkwaliteit binnen het bodembeheergebied gelijk moet blijven en op termijn verbetert (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem (Generiek kader Besluit bodemkwaliteit)’. Als de baggerspecie voldoet aan de toepassingseis van de ontvangende bodem, dan vinden de gemeenten het niet nodig om de kwaliteit van de baggerspecie na ontwatering/rijping nogmaals te bepalen (zie § 4.12). De onderhoudsbaggerspecie mag worden verspreid/toegepast tot ten hoogste 10 kilometer van de plaats van herkomst als er op aangrenzende percelen geen ruimte of verspreidingsmogelijkheden zijn. Gemeentegrensoverschrijdend toepassen/verspreiden van onderhoudsbaggerspecie is dus mogelijk (zie § 4.17.2.1). Op het niveau van bodembeheergebied is een vermindering van de kwaliteit alleen toelaatbaar: — met gebiedseigen grond, vrijgekomen bij grondverzet binnen het vastgestelde bodembeheergebied (zie § 4.2); — als de vastgestelde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3) niet worden overschreden; — als elders in het bodembeheergebied een verbetering van de bodemkwaliteit wordt gerealiseerd.

De Lokale Maximale Waarden voldoen aan de landelijke definitie voor ‘duurzaam geschikt voor het beoogde gebruik’. Er treden met de plaatselijke vermindering van de kwaliteit geen risico’s op voor het (toekomstig) bodemgebruik. Op gebiedsniveau wordt als volgt invulling gegeven aan het ‘standstill’ principe: — Daar waar de grond wordt ontgraven treedt een lokale verbetering op van de bodemkwaliteit. — In gebieden waar een strengere toepassingseis geldt dan de kwaliteit van de ontvangende bodem, wordt een verbetering gerealiseerd. Voor grond van buiten het bodembeheergebied (zie § 4.2) gelden bij Lokale Maximale Waarden meestal andere voorwaarden (zie § 4.10). Naast het gebiedsspecifieke en regionale grondstromenbeleid is in dit hoofdstuk ook algemeen beleid voor het hergebruik en toepassen van grond en het gebruik van de bodemkwaliteitskaarten uitgewerkt.

4.2 UITBREIDING VAN HET BODEMBEHEERGEBIED EN ACCEPTATIE BODEMKWALITEITSKAARTEN ALS BEWIJSMIDDEL BIJ TOEPASSEN GROND Het generieke kader van het Besluit gaat uit van het ‘eigen’ gemeentelijke grondgebied als bodembeheergebied voor het te voeren beleid bij het toepassen en het tijdelijk opslaan van grond. Om grondstromen tussen gemeenten mogelijk te maken en de bodemkwaliteitskaart van andere gemeenten te gebruiken als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond, moet het (generieke) gemeentelijke bodembeheergebied worden uitgebreid. Deze uitbreiding valt volgens het Besluit in het gebiedsspecifieke kader.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 31/98

Met deze nota accepteren de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude elkaars bodemkwaliteitskaart[1]. Óók accepteren de gemeenten de volgende bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel bij het toepassen van grond: — Bodemkwaliteitskaart gemeente Katwijk[19]. Het bodembeheergebied wordt hiermee vastgesteld als zijnde de grondgebieden van de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. De bodemkwaliteitskaarten van deze gemeenten mogen gebruikt worden als bewijsmiddel van de chemische kwaliteit van de toe te passen, te hergebruiken grond. De projectgebieden in de gemeente Noordwijk waar recentelijk een bodemkwaliteitskaarten en een bodembeheernota’s bestuurlijk zijn vastgesteld, zijn integraal weergegeven op de kaarten in deze nota bodembeheer.

4.3 DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN 4.3.1 INLEIDING De mogelijkheden voor hergebruik van gebiedseigen grond (zie § 4.2) met de ontgravingskwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’ worden vergroot door gebiedsspecifiek grondstromenbeleid op te stellen. Het beleid staat toe dat in relatief schone gebieden, gebiedseigen grond mag worden toegepast met bijvoorbeeld de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ of ‘Wonen’. Voor deze gebieden worden zogenaamde Lokale Maximale Waarden vastgesteld. Met het gebiedsspecifieke beleid wordt voorkomen dat de gemeenten en derden onnodig hoge kosten moeten maken voor de afvoer van grond met de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Wonen’. Het generieke kader van het Besluit staat deze verslechtering niet toe. Alleen met gebiedsspecifiek beleid mag lokale verslechtering plaatsvinden zónder dat dit tot risico’s voor het (toekomstig) bodemgebruik leidt. In de hierna volgende paragrafen worden de verschillende Lokale Maximale Waarden gedefinieerd. Tot slot zijn strengere Lokale Maximale Waarden vastgesteld voor het toepassen van grond op terreinen met een gevoelig bodemgebruik en bij het toegestane percentage aan bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest.

De in de hierna volgende paragrafen vastgestelde Lokale Maximale Waarden gelden niet voor grond van buiten het bodembeheergebied én van gebieden waarvan de bodemkwaliteitskaart niet is geaccepteerd als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de toe te passen grond (zie ook § 4.2 en § 4.10). Uitzondering hierop vormen de Lokale Maximale Waarden die strenger zijn vastgesteld dan het generieke beleid van het Besluit (zie § 4.3.2 Toepassen grond op onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en) en het Handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie in waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (zie § 4.6 Toepassen PFAS-houdende grond en baggerspecie).

4.3.2 LOKALE MAXIMALE WAARDEN TOEPASSEN GROND OP ONVERHARDE KINDERSPEELPLAATSEN EN MOES-/VOLKSTUIN(COMPLEX)EN (BODEMLAAG 0-0,5 M-MV; LMW1) In sommige gebieden is het toegestaan om grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ toe te passen. De gemeenten stellen daarentegen bij onverharde kinderspeelplaatsen 4 en moes-/volkstuin(complex)en strengere eisen als daar grond wordt toegepast. Dit om bij het (toekomstig) bodemgebruik eventuele risico’s uit te sluiten. Binnen de gemeenten moet de grond die wordt toegepast in en op de bodemlaag 0-0,5 m-mv op bestaande onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en, bijvoorbeeld bij herinrichting of renovatiewerkzaamheden, voldoen aan de 4

Hieronder wordt verstaan: openbare kinderspeelplaatsen, speelplaatsen bij school, speelplaatsen bij (particuliere) kinderopvanginstellingen.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 32/98

kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Óók moet de toe te passen grond vrij zijn van asbest (zintuiglijk). De nieuw aan te leggen onverharde speelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en moeten zijn voorzien van een minimaal 0,5 meter dikke deklaag waarvan de kwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. Met de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’ wordt voor lood voldaan aan het aanvullend advies van de GGD GHOR Nederland over lood in de bodem en gezondheid met name van kinderen van 0-6 jaar. De kwaliteit van de toe te passen grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (AchtergrondwaardeAW2000)’ moet worden aangetoond met een partijkeuring (zie § 6.2.1) of een certificaat van een erkende instelling (bijvoorbeeld en grondbank die is erkend voor de BRL protocol 9335-1. Als er aanleiding is dat de grond verdacht is voor verhoogde gehalten met asbest, moet asbest ook in de partijkeuring worden meegenomen (historische gegevens, zintuiglijk en analytisch). De toe te passen grond op onverharde speelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en moet zintuiglijk vrij zijn van asbest.

Ook mag maximaal 5 gewichtsprocent aan bijmenging van bodemvreemd materiaal (chemisch inert, zoals puinbrokjes, stukjes hout, stukjes ijzer, e.d.) en 0,1 volume- of gewichtsprocent aan ander bodemvreemd materiaal (bijvoorbeeld vuilnis, industrieafval, plastic, piepschuim, asfalt, slakken, sintels, grote stukken puin etc.) in de toe te passen grond aanwezig zijn (zie § 4.4). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). De Lokale Maximale Waarde voor de bodemlaag 0-0,5 m-mv voor bestaande onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/volkstuin(complex)en is in en op de bodemlaag 0-0,5 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. De nieuw aan te leggen onverharde kinderspeelplaatsen en moes-/ volkstuin(complex)en moeten zijn voorzien van een minimaal 0,5 meter dikke deklaag waarvan de kwaliteit voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’. De kwaliteit van de toe te passen grond die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde-AW2000)’ moet worden aangetoond met een partijkeuring (zie § 6.2.1).of een certificaat van een erkende instelling (bijvoorbeeld en grondbank die is erkend voor de BRL protocol 9335-1.

De toe te passen grond op onverharde speelplaatsen en moes/volkstuin(complex)en moet zintuiglijk vrij zijn van asbest. Ook mag maximaal 5 gewichtsprocent aan bijmenging van bodemvreemd materiaal in de toe te passen grond aanwezig zijn (zie § 4.4). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 58/99).

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 33/98

4.3.3 LOKALE MAXIMALE WAARDEN (RELATIEF) SCHONE GEBIEDEN MET DE BODEMFUNCTIE ‘INDUSTRIE’ OF ‘WONEN’ (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW2) Om de nu relatief beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ te vergroten, staan de gemeenten toe dat in de (relatief) schone gebieden met de bodemfunctie ‘Industrie’ of ‘Wonen’, grond met de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ en ‘Wonen’ mag worden toegepast (zie de kaartbijlagen N6). De kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’ is gelijk aan of beter dan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Wonen/Industrie). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). De Lokale Maximale Waarde voor de bodemlaag 0-2 m-mv voor (relatief) schone gebieden met de bodemfunctie ‘Industrie’ of ‘Wonen’ is voor de bodemlaag 0,0-2,0 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (LMW2). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 58/99). Ook gelden eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5).

4.3.4 LOKALE MAXIMALE WAARDEN OP AANGEWEZEN INDUSTRIE- EN BEDRIJFSTERREINEN (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW3) Om de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’ te vergroten, staan de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Noordwijk en Teylingen toe dat in de hieronder aangewezen industrieen bedrijfsterreinen (waar geen sprake is van bedrijfswoningen), grond met de kwaliteitsklassen ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’ mag worden toegepast (LMW3; zie de kaartbijlagen N6): — Drechthoek II (gemeente Kaag en Braassem). — Industrieterrein de Hallen (gemeente Leiden). — Industrieterrein Merenwijk (gemeente Leiden). — Stationsplein en Schipholweg (gemeente Leiden). — Akerboom Yacht Equipment (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein de Waard (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein Rooseveltstraat (gemeente Leiden). — De Vlietzone naast de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Voorschoterweg (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein Roomburg (gemeente Leiden). — Industrieterrein Stevenshof Westwal (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein Delfweg (gemeente Noordwijk). — Bedrijventerrein Oosthout (gemeente Teylingen). De kwaliteitsklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Landbouw/natuur’, zijn gelijk aan of beter dan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik in deze gebieden (Industrie). Hierdoor treden er bij het huidige bodemgebruik geen risico's op.

De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5).

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 34/98

De Lokale Maximale Waarde voor de bodemlaag 0-2 m-mv voor de hieronder aangewezen industrie- en bedrijfsterreinen én waar niet gewoond mag worden, is voor de bodemlaag 0,0-2,0 m-mv vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ (LMW3): — Drechthoek II (gemeente Kaag en Braassem). — Industrieterrein de Hallen (gemeente Leiden). — Industrieterrein Merenwijk (gemeente Leiden). — Stationsplein en Schipholweg (gemeente Leiden). — Akerboom Yacht Equipment (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein de Waard (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein Rooseveltstraat (gemeente Leiden). — De Vlietzone naast de rioolwaterzuiveringsinstallatie aan de Voorschoterweg (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein Roomburg (gemeente Leiden). — Industrieterrein Stevenshof Westwal (gemeente Leiden). — Bedrijventerrein Delfweg (gemeente Noordwijk). — Bedrijventerrein Oosthout (gemeente Teylingen). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 58/99). Ook gelden eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5).

4.3.5 LOKALE MAXIMALE WAARDEN TOEPASSEN GROND UIT EN TER PLAATSE VAN ONVERHARDE (SPOOR)WEGBERMEN MET DE BODEMFUNCTIE ‘INDUSTRIE’ (BODEMLAAG 0-0,5 M-MV; LMW4) 4.3.5.1 ONDERBOUWING EN DEFINIËRING LOKALE MAXIMALE WAARDEN Van onverharde (spoor)wegbermen is het bekend dat deze verontreinigd kunnen zijn als gevolg van: — depositie uitlaatgassen (PAK, lood); — afstromend regenwater (minerale olie, PAK en lood); — funderingsmateriaal (zware metalen en PAK); — toepassing van teerhoudend asfalt (PAK); — uitloging vangrails (zink); — slijtsel van bovenleidingen, stroomafnemers en slijtage van rails (cadmium, lood, koper, zink); — toepassing van bestrijdingsmiddelen voor het vrijhouden van het spoor van onkruid. De onverharde (spoor)bermen met de bodemfunctie ‘Industrie’, zijn verdacht voor bodemverontreiniging en daarom uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Hierdoor bestaat er voor het toepassen van (spoor)bermgrond in bermen een dubbele onderzoeksinspanning. Van zowel de toe te passen grond als de ontvangende bodem moet met een onderzoek de kwaliteit worden vastgesteld.

Omdat het bekend is dat onverharde bermgrond van drukke (spoor)wegen belast wordt met verontreinigende stoffen, wordt het niet milieuvriendelijk geacht dat bij de (meeste) onverharde bermen wordt uitgegaan van het generieke toetsingskader van het Besluit waarbij de mogelijkheid bestaat dat alleen schone grond mag worden toegepast. De gemeenten vinden het niet milieuvriendelijk dat eventueel toegepaste schonere grond als gevolg van het drukke (spoor)wegverkeer alsnog wordt verontreinigd. De gemeenten vinden het daarom aanvaardbaar om voor de onverharde (spoor)wegbermen die in de bodemfunctie ‘Industrie’ vallen, Lokale Maximale Waarden vast te stellen zonder dat hierbij risico’s optreden.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 35/98

Voor alle onverharde (spoor)wegbermen in de gemeenten met de bodemfunctie ‘Industrie’ mogen juridisch gezien geen Lokale Maximale Waarden worden opgesteld. Voor deze gebieden is namelijk de kwaliteit van de ontvangende bodem niet bekend . Maar om de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ en ‘Industrie’ te vergroten, worden de volgende Lokale Maximale Waarden vastgesteld. De gemeenten staan lokale verslechtering toe in de onverharde (spoor)wegbermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ met gebiedseigen grond (zie § 4.2) die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’, ‘Wonen’ en ‘Industrie’. Door de gemeenten aangewezen wegen zijn: — Rijkswegen en provinciale wegen inclusief de onverharde wegbermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de verharding). Uitzondering hierop is de provinciale weg Voorschoterweg (N206/N447) in de gemeente Leiden. Dit tracé valt in de bodemfunctieklasse ‘Wonen’. — Spoorwegen inclusief de onverharde spoorbermen (tot maximaal 10 meter vanaf de rand van de spoorrails). De Lokale Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ is gelijk aan de generieke Maximale Waarde van het bodemgebruik van deze onverharde (spoor)wegbermen. Hierdoor treden er bij het bodemgebruik geen risico's op als grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ wordt toegepast.

De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). Met onverharde wegbermen wordt bedoeld de strook grond naast de (spoor- of asfalt en asfalt)weg. De strook omvat de bodemlaag tot maximaal 0,5 meter diepte, en heeft gerekend uit de wegverharding een maximale breedte van 10 meter. De onverharde wegberm wordt begrensd door (zie ook figuur B1. in bijlage 1): — de erfgrens of — de meest afgelegen insteek van een droge bermsloot of — de meest nabij gelegen insteek van een natte sloot of — als voorgaande niet aanwezig zijn, de overgang naar andere begroeiing (houtopstanden zoals hagen, struiken, bosschages, bos). Voor wegbermen langs dijkwegen en voor wegbermen gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalig EHS) geldt voor beide zijden van het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Buiten de aangegeven strook mag in de wegbermen alleen schone grond toegepast worden.

Bij wegen langs dijken kan de Keur- en Uitvoeringsregels van Rijnland (Uitvoeringsregel 20 – grondverzet) van toepassing zijn: het is dan niet toegestaan is om in de kern- en of beschermingszone van een kering aanvullingen en of ophogingen met grond of andersoortige materiaal uit te voeren zonder vergunning of conform een erkende maatregel. De Lokale Maximale Waarde voor de bodemlaag 0-0,5 m-mv voor de onverharde bermen van de door de gemeenten aangewezen (spoor)wegen met de bodemfunctie ‘Industrie’, is vastgesteld op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. Uitzondering hierop is de provinciale weg Voorschoterweg (N206/N447) in de gemeente Leiden. Dit tracé valt in de bodemfunctieklasse ‘Wonen’. De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 58/99). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5).

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 36/98

4.3.5.2 TOEPASSEN GROND UIT ONVERHARDE BERM VAN DOOR DE GEMEENTEN AANGEWEZEN (SPOOR)WEGEN MET DE BODEMFUNCTIE ‘INDUSTRIE’ Als het voornemen bestaat grond uit een onverharde berm van een door de gemeenten aangewezen (spoor)wegen met de functieklasse ‘Industrie’ toe te passen, gelden de volgende regels: — Bij de toepassing in een onverharde (spoor)wegberm met de functieklasse ‘Industrie’ is alleen een historisch onderzoek (zie § 6.1) voldoende. Voorwaarde hierbij is dat op de ontgravingslocatie geen verontreiniging kan zijn ontstaan als gevolg van een lokale bron. — Bij toepassing naar alle andere locaties, moet een partijkeuring worden uitgevoerd (zie § 6.2.1). Afhankelijk van de keuringsresultaten kan de grond worden toegepast. Door het uitvoeren van historisch onderzoek bij een soort toepassingssituatie én het verplicht uitvoeren van onderzoek naar alle andere toepassingssituaties worden grondstromen die veel plaatsvinden in de praktijk gefaciliteerd en voorkomen dat (sterk) verontreinigde grond op gevoeliger bodemgebruik binnen de gemeenten wordt toegepast. Voorafgaand aan de toepassing van grond uit een onverharde berm van door de gemeenten aangewezen (spoor)wegen met de bodemfunctie ‘Industrie’ in onverharde (spoor)wegbermen met de bodemfunctie ‘Industrie’ is alleen een historisch onderzoek voldoende.

Bij toepassing van grond uit een onverharde berm van door de gemeenten aangewezen (spoor)wegen met de bodemfunctie ‘Industrie’ naar alle andere locaties moet een partijkeuring worden uitgevoerd (zie § 6.2.1). Afhankelijk van de onderzoeksresultaten kan de grond worden toegepast.

4.3.6 LOKALE MAXIMALE WAARDEN HERGEBRUIK VAN GROND IN DE BODEMKWALITEITSZONES ‘B1/T1/O1. HISTORISCHE BEBOUWING LEIDEN’, ‘B2. OUDE UITBREIDINGEN LEIDEN’, ‘B3. HISTORISCHE WOONBEBOUWING KAAG EN BRAASSEM, NIEUWKOOP EN ZOETERWOUDE’, ‘VS1 VOOROORLOGSE BEBOUWING VOORSCHOTEN’ EN ‘VS7 OVERIGE BEDRIJFSTERREINEN VOORSCHOTEN’ (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW5) De grond uit de bodemkwaliteitszones ‘B1/O1. Historische bebouwing Leiden’, B2. Oude uitbreidingen Leiden’, ‘B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten(bovengrond)’ en ‘VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten (bovengrond)’ (zie de kaartbijlagen N3) hebben een relatief slechtere bodemkwaliteit dan de andere bodemkwaliteitszones in de gemeenten. In de grond komen relatief vaak sterk verhoogde gehalten met nikkel, zink, PAK en/of lood voor die onderdeel vormen van de diffuse bodemkwaliteit. Ook is de vastgestelde ontgravingskwaliteit in deze bodemkwaliteitszones slechter dan de toepassingseis die voor de grootste delen van de betreffende zones geldt. Er komt hier namelijk grond met kwaliteitsklasse ‘Industrie’ vrij, maar het grootste gedeelte van deze zones betreft bodemfunctie Wonen. Vrijkomende grond kan dus in het generieke beleid niet in de eigen zone worden hergebruikt.

Om het grondverzet binnen deze bodemkwaliteitszones niet onnodig te frustreren staan de gemeenten Leiden, Kaag en Braassem, Nieuwkoop, Voorschoten en Zoeterwoude toe dat grond uit de voornoemde bodemkwaliteitszones onder voorwaarden weer in dezelfde zone mag worden toegepast. Deze voorwaarden zijn: — De grond moet afkomstig zijn uit de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden’, B2. Oude uitbreidingen Leiden’, ‘B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten(bovengrond)’ en ‘VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten (bovengrond)’. — De vrijkomende grond mag alleen in dezelfde bodemkwaliteitszone worden toegepast onder wegverhardingen. In de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden en Zoeterwoude is de toepassing óók toegestaan in wegbermen en in extensief gebruikte groenstroken.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 37/98

NB. Hergebruik van grond uit de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1. Historische bebouwing Leiden’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten (bovengrond)’ en ‘VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten (bovengrond)’ moet voorafgaand aan het grondverzet worden gekeurd (zie § 4.7). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). De Lokale Maximale Waarde voor de bodemlaag 0-2 m-mv voor hergebruik van grond uit de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1 Historische bebouwing Leiden’, B2. Oude uitbreidingen Leiden’, ‘B3. Historische woonbebouwing Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Zoeterwoude’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten (bovengrond) en ‘VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten (bovengrond)’ in dezelfde zone onder wegverhardingen is bepaald op de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. In de gemeenten Kaag en Braassem, Leiden en Zoeterwoude geldt deze Lokale Maximale Waarde óók bij het toepassen van grond in wegbermen en in extensief gebruikte groenstroken. NB. Hergebruik van grond uit de bodemkwaliteitszones ‘B1/T1/O1.

Historische bebouwing Leiden’ Leiden’, ‘VS1 Vooroorlogse bebouwing Voorschoten (bovengrond)’ en ‘VS7 Overige bedrijfsterreinen Voorschoten (bovengrond)’ moet voorafgaand aan het grondverzet worden gekeurd (zie § 4.7). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 58/99). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5).

4.3.7 LOKALE MAXIMALE WAARDEN EN TOEPASSEN GROND VAN EN OP (VOORMALIGE) TUINBOUW- EN AKKERBOUWPERCELEN (LMW6 T/M LMW9) 4.3.7.1 INLEIDING Ter plaatse van (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen5 in de gemeenten is vastgesteld dat in de bodem licht verhoogde gehalten van organochloorbestrijdingsmiddelen voor komen. Deze verhoogde gehalten zorgen ervoor dat de grond in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. Dit heeft te maken dat bij een aantal individuele organochloorbestrijdingsmiddelen de Maximale Waarde voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ gelijk is gesteld aan de ‘Landbouw/natuur (Achtergrondwaarde – AW2000)’. De gemeenten willen de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ van en op de (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen vergroten. Voor het duurzame toepassen van grond met organochloorbestrijdingsmiddelen op (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen, zijn vanwege de (toekomstige) wisselteelt de risico's van mens van belang. In de gemeente Noordwijk is voor een aantal plangebieden gebiedsspecifiek beleid opgesteld [2]. Dit gebiedsspecifiek beleid is in deze nota bodembeheer integraal overgenomen.

5

Bijvoorbeeld bloem(bollen)percelen, fruitteeltpercelen, glastuinbouw etc.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 38/98

4.3.7.2 ONDERBOUWING EN DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN OP (VOORMALIGE) BOLLENTEELTPERCELEN GEMEENTE NOORDWIJK: PLANGEBIEDEN OFFEM-ZUID FASE 1 EN FASE 3 (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW6) Onderbouwing Lokale Maximale Waarden In het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3)[15] [16] zorgen organochloorbestrijdingsmiddelen (chloordaan, drins (som 3), β-HCH en heptachloorepoxide) ervoor dat de grond in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte, gemiddeld in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. De kans op het voorkomen van grond die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium (Wet bodembescherming) is dus nihil. Op basis van de beschikbare gegevens voor chloordaan, drins (som 3), β-HCH en heptachloorepoxide zijn er geen gezondheidsrisico’s te verwachten als grond, waarin licht verhoogde gehalten met deze stoffen voorkomen, in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) wordt hergebruikt. Hieronder wordt dit onderbouwd. Chloordaan De humaan toxicologische maximale waarde voor chloordaan bedraagt 9 mg/kg ds 6. De interventiewaarde voor chloordaan bedraagt 4 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) bedraagt 0,1606 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan.

Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 56) en de interventiewaarde (factor 25). Drins (som 3) De interventiewaarde voor de som drins bedraagt 4 mg/kg ds. De humaan toxicologische maximale waarde voor drins bedraagt 21 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’) en 0,2 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ zonder consumptie van zelf geteelde gewassen). De gezondheidsrisico bij drins wordt met name bepaald door de consumptie van zelf geteelde gewassen en de concentratie aldrin. Het maximaal gehalte van drins is vastgesteld op 0,4305 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Uit de beschikbare analyseresultaten voor deze bodemkwaliteitskaart blijkt dat het maximaal gemeten gehalte van aldrin gelijk is aan 32,5 μg/kg ds, dus 0,0325 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan aldrin. De gehalten van aldrin hebben geen invloed op de vastgestelde gehalten van drins. Het maximaal vastgestelde gehalte van aldrin ligt ruim onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 6).

Daarnaast ligt het maximaal vastgestelde gehalte van drins (0,4305 mg/kg ds; gestandaardiseerd) ver onder de humaan toxicologische maximale waarde -meest gevoelig scenario ‘wonen met tuin’- voor dieldrin (5,5 mg kg ds[20]; factor 13) en die van endrin (13 mg/kg ds[20]; factor 30). β-HCH De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (63%) en inhalatie binnenlucht (21%). De humaan toxicologische maximale waarde voor β-HCH bedraag 0,77 mg/kg ds[20]. Het maximaal vastgestelde gehalte van β-HCH in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) bedraagt 0,0092 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan β-HCH. Het maximaal vastgestelde gehalte van β-HCH ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 84), de interventiewaarde (1,6 mg/kg ds; factor 174) en de maximale waarde voor de functie Industrie (0,5 mg/kg ds; factor 54). Heptachloorepoxide De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (79%) en inhalatie binnenlucht (18%). De humaan toxicologische maximale waarde voor heptachloorepoxide bedraagt 7 mg/kg ds 7.

6

7

Voor chloordaan is geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM [20]. Voor deze stoffen zijn de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Voor heptachloorepoxide is geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM [20]. Voor deze stof is de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 39/98

Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) bedraagt 0,0188 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan heptachloorepoxide. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 372), de interventiewaarde (4 mg/kg ds; factor 213) en ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (0,1 mg/kg ds; factor 5). Definiëren Lokale Maximale Waarden De gemeente Noordwijk wil de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van gebiedseigen grond vanaf en binnen het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) vergroten. Vanwege het ontbreken van risico’s voor mens, staat de gemeente toe dat gebiedseigen grond die voldoet aan de onderstaande Lokale Maximale Waarden in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) worden hergebruikt (zie tabel 4.1). Voor de overige stoffen moet worden voldaan aan de generieke toepassingseisen ‘kwaliteitsklasse Wonen’ (zie de kaartbijlage N5). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). NB.

Hoewel gestreefd wordt naar een gesloten grondbalans, kan zich desondanks de situatie voordoen dat grond moet worden aangevoerd van buiten het plangebied Offem-Zuid (fase1 en 3). Grond van buiten het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) moet voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (toepassingseis generiek kader van het Besluit (zie de kaartbijlagen N5). De kwaliteit moet zijn aangetoond door een partijkeuring (zie § 6.2.1), een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2) en/of een indicatief onderzoek als de grond afkomstig is van een (voormalig) tuinbouw- en akkerbouwperceel (zie § 4.3.7.7 en § 6.2.1). Tabel 4.1: Lokale Maximale Waarden plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3)

STOF

LOKALE MAXIMALE HUMAAN MAXIMAAL WAARDE TOXICOLOGISCHE MAXIMALE VASTGESTELD VOOR INTERVENTIE- MAXIMALE WAARDE GEHALTE INDUSTRIE WAARDE WAARDE REFERENTIE (in mg/kg ds voor standaardbodem: 25% lutum en 10% organisch stof)

Chloordaan

0,1606

0,1

4

9

4

Drins (som 3)

0,4305

0,14

4

0,2*/21**

4** (0,2*)

Aldrin

0,0325

0,32

0,2*/21**

0,2

Dieldrin Endrin

0,46 0,0035

-

5,5*/39** 13*/100**

4 4

β-HCH

0,0092

1,6

0,77

0,5

0,5

Interventiewaarde Interventiewaarde drins mits Aldrin <0,2 mg/kg ds@ Humaan toxicologische maximale waarde@ Interventiewaarde drins Interventiewaarde drins Maximale waarde functie Industrie

Heptachloor0,0188 0,1 4 7 0,1 Maximale waarde epoxide functie Industrie * Scenario ‘Wonen met tuin’ (10% gewasconsumptie). ** Scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ (geen gewasconsumptie). @ Het maximaal vastgestelde gehalte aan Aldrin in het plangebied Offem-Zuid (fase 1 en 3) is 0,0325 mg/kg ds (gestandaardiseerd). De grond ter plaatse van het plangebied Offem Zuid (fase 1 en 3) voldoet daarom aan de Lokale Maximale Waarde voor Aldrin.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 40/98

4.3.7.3 ONDERBOUWING EN DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN OP (VOORMALIGE) BOLLENTEELTPERCELEN GEMEENTE NOORDWIJK: PLANGEBIED OFFEM-ZUID FASE 2 (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW7) Onderbouwing Lokale Maximale Waarden In het plangebied Offem-Zuid (fase 2)[17] zorgen organochloorbestrijdingsmiddelen (chloordaan, drins, β-HCH, heptachloor en heptachloorepoxide) ervoor dat de grond in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte, gemiddeld in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. De kans op het voorkomen van grond die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium (Wet bodembescherming) is dus nihil. Op basis van de beschikbare gegevens voor chloordaan, drins, β-HCH, heptachloor en heptachloorepoxide zijn er geen gezondheidsrisico’s te verwachten als grond, waarin licht verhoogde gehalten met deze stoffen voorkomen, in het plangebied OffemZuid (fase 2) wordt hergebruikt. Hieronder wordt dit onderbouwd. Chloordaan De humaan toxicologische maximale waarde voor chloordaan bedraagt 9 mg/kg ds8. De interventiewaarde voor chloordaan bedraagt 4 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan in het plangebied Offem-Zuid (fase 2) bedraagt 0,825 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan.

Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 11) en de interventiewaarde (factor 5). Drins De interventiewaarde voor de som drins bedraagt 4 mg/kg ds. De humaan toxicologische maximale waarde voor som drins bedraagt 21 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’) en 0,2 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ zonder consumptie van zelf geteelde gewassen). De gezondheidsrisico bij som drins wordt met name bepaald door de consumptie van zelf geteelde gewassen én de concentratie aldrin. Het maximaal gehalte van drins is vastgesteld op 0,382 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Uit de beschikbare analyseresultaten voor deze bodemkwaliteitskaart blijkt dat het maximaal gemeten gehalte van aldrin gelijk is aan 11,5 μg/kg ds, dus 0,0115 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan aldrin. De gehalten van aldrin hebben geen invloed op de vastgestelde gehalten van drins. Het maximaal vastgestelde gehalte van aldrin ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 17) en de interventiewaarde (factor 10).

Daarnaast ligt het maximaal vastgestelde gehalte van drins (0,382 mg/kg ds; gestandaardiseerd) ver onder de humaan toxicologische maximale waarde -meest gevoelig scenario ‘wonen met tuin’voor dieldrin (5,5 mg kg ds[20]; factor 14) en die van endrin (13 mg/kg ds[20]; factor 34). β-HCH De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (63%) en inhalatie binnenlucht (21%). De humaan toxicologische maximale waarde voor β-HCH bedraag 0,77 mg/kg ds[20]. Het maximaal vastgestelde gehalte van β-HCH in het plangebied Offem-Zuid (fase 2) bedraagt 0,009 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan β-HCH. Het maximaal vastgestelde gehalte van β-HCH ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 85), de interventiewaarde (1,6 mg/kg ds; factor 177) en de maximale waarde voor de functie Industrie (0,5 mg/kg ds; factor 55).

8

Voor chloordaan is geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM [20]. Voor deze stof is de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 41/98

Heptachloor De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (60%) en inhalatie binnenlucht (34%). De humaan toxicologische maximale waarde voor heptachloor bedraagt 7 mg/kg ds9. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloor in het plangebied Offem-Zuid (fase 2) bedraagt 0,0085 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan heptachloor. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloor ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 823), de interventiewaarde (4 mg/kg ds; factor 470) en ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (0,1 mg/kg ds; factor 11). Heptachloorepoxide De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (79%) en inhalatie binnenlucht (18%). De humaan toxicologische maximale waarde voor heptachloorepoxide bedraagt 2 mg/kg ds 15. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide in het plangebied Offem-Zuid (fase 2) bedraagt 0,0525 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan heptachloorepoxide. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 38), de interventiewaarde (4 mg/kg ds; factor 76) en ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (0,1 mg/kg ds; factor 2).

Definiëren Lokale Maximale Waarden De gemeente Noordwijk wil de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van gebiedseigen grond vanaf en binnen het plangebied Offem-Zuid (fase 2) vergroten. Vanwege het ontbreken van risico’s voor mens, staat de gemeente toe dat gebiedseigen grond die voldoet aan de onderstaande Lokale Maximale Waarden in het plangebied Offem-Zuid (fase 2) worden hergebruikt (zie tabel 4.2 en de kaartbijlagen N6). Voor de overige stoffen moet worden voldaan aan de generieke toepassingseisen ‘kwaliteitsklasse Wonen’ (zie de kaartbijlagen N5). De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). NB. Hoewel gestreefd wordt naar een gesloten grondbalans, kan zich desondanks de situatie voordoen dat grond moet worden aangevoerd van buiten het plangebied Offem-Zuid (fase2). Grond van buiten het plangebied Offem-Zuid (fase 2) moet voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (toepassingseis generiek kader van het Besluit (zie de kaartbijlagen N5).

De kwaliteit moet zijn aangetoond door een partijkeuring (zie § 6.2.1), een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2) en/of een indicatief onderzoek als de grond afkomstig is van een (voormalig) tuinbouw- en akkerbouwperceel (zie § 4.3.7.7 en § 6.2.1).

9

Voor heptachloor en heptachloorepoxide zijn geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM[20]. Voor deze stoffen zijn de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 42/98

Tabel 4.2: Lokale Maximale Waarden plangebied Offem-Zuid (fase 2)

STOF

LOKALE MAXIMALE HUMAAN MAXIMAAL WAARDE TOXICOLOGISCHE MAXIMALE VASTGESTELD VOOR INTERVENTIE- MAXIMALE WAARDE GEHALTE INDUSTRIE WAARDE WAARDE REFERENTIE (in mg/kg ds voor standaardbodem: 25% lutum en 10% organisch stof)

Chloordaan

0,825

0,1

4

9

4

Interventiewaarde

Drins

0,382

0,14

4

0,2*/21**

4** (0,2*)

Aldrin

0,0115

-

0,32

0,2*/21**

0,2

Dieldrin Endrin

0,375 0,0035

-

-

5,5*/39** 13*/100**

4 4

Interventiewaarde drins Interventiewaarde drins

β-HCH

0,009

0,5

1,9

0,77

0,5

Maximale Waarde functie Industrie

Heptachloor

0,0085

0,1

4

7

0,1

Maximale Waarde functie Industrie

Interventiewaarde drins mits Aldrin <0,2 mg/kg ds@ Humaan toxicologische maximale waarde@

* Scenario ‘Wonen met tuin’ (10% gewasconsumptie). ** Scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ (geen gewasconsumptie). @ Het maximaal vastgestelde gehalte aan Aldrin in het plangebied Offem-Zuid (fase 2) is 0,0115 mg/kg ds (gestandaardiseerd). De grond ter plaatse van het plangebied Offem Zuid (fase 2) voldoet daarom aan de Lokale Maximale Waarde voor Aldrin.

4.3.7.4 ONDERBOUWING EN DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN OP (VOORMALIGE) BOLLENTEELTPERCELEN GEMEENTE NOORDWIJK: PLANGEBIED BRONSGEEST (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW8) Onderbouwing Lokale Maximale Waarden In het plangebied Bronsgeest[18] zorgen organochloorbestrijdingsmiddelen (chloordaan en heptachloorepoxide) ervoor dat de grond in de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte, gemiddeld in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. De kans op het voorkomen van grond die leidt tot een overschrijding van het saneringscriterium (Wet bodembescherming) is dus nihil. Op basis van de beschikbare gegevens voor chloordaan en heptachloorepoxide zijn er geen gezondheidsrisico’s te verwachten als grond, waarin licht verhoogde gehalten met deze stoffen voorkomen, in het plangebied Bronsgeest wordt hergebruikt. Hieronder wordt dit onderbouwd. Chloordaan De humaan toxicologische maximale waarde voor chloordaan bedraagt 9 mg/kg ds 10. De interventiewaarde voor chloordaan bedraagt 4 mg/kg ds. De maximale waarde voor de functie Industrie voor chloordaan bedraagt 0,1 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan in het plangebied Bronsgeest bedraagt 0,0212 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan.

Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 425), de interventiewaarde (factor 189) én ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (factor 5).

10

Voor chloordaan en heptachloorepoxide zijn geen humaan toxicologische maximale waarden gegeven in het rapport 711701053 van het RIVM[20]. Voor deze stoffen zijn de humaan toxicologische maximale waarden in CSOIL (versie 1, november 2008) berekend door het invoeren van een waarde die de helft bedraagt van het Maximaal Toelaatbaar Risico. Hiermee bedraagt de achtergrondblootstelling maximaal 50% van het Maximaal Toelaatbaar Risico.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 43/98

Heptachloorepoxide De belangrijkste blootstellingsroutes zijn gewasopname (79%) en inhalatie binnenlucht (18%). De humaan toxicologische maximale waarde voor heptachloorepoxide bedraagt 2 mg/kg ds. De interventiewaarde voor heptachloorepoxide bedraagt 4 mg/kg ds. De maximale waarde voor de functie Industrie voor heptachloorepoxide bedraagt 0,1 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide in het plangebied Bronsgeest bedraagt 0,0119 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico valt te verwachten door blootstelling aan heptachloorepoxide. Het maximaal vastgestelde gehalte van heptachloorepoxide ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 168), de interventiewaarde (factor 336) en ruim onder de maximale waarde voor de functie Industrie (factor 8). Definiëren Lokale Maximale Waarden De gemeente Noordwijk wil de nu beperkte toepassingsmogelijkheden van gebiedseigen grond vanaf en binnen het plangebied Bronsgeest vergroten. Vanwege het ontbreken van risico’s voor mens, staat de gemeente toe dat gebiedseigen grond die voldoet aan de onderstaande Lokale Maximale Waarden in het plangebied Bronsgeest worden hergebruikt (zie tabel 4.3 en de kaartbijlagen N6). Voor de overige stoffen moet worden voldaan aan de generieke toepassingseisen ‘kwaliteitsklasse Wonen’ (zie de kaartbijlagen N5).

De kwaliteit van de grond voor PFAS-verbindingen moet voldoen aan de gedefinieerde toepassingseisen (zie § 4.6, tabel 4.8, blz. 57/98). Ook gelden nog eisen ten aanzien van bijmenging van bodemvreemd materiaal en asbest (zie § 4.4 en § 4.5). NB. Hoewel gestreefd wordt naar een gesloten grondbalans, kan zich desondanks de situatie voordoen dat grond moet worden aangevoerd van buiten het plangebied Bronsgeest. Grond van buiten het plangebied Bronsgeest moet voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ (toepassingseis generiek kader van het Besluit (zie de kaartbijlagen N5). De kwaliteit moet zijn aangetoond door een partijkeuring (zie § 6.2.1), een geaccepteerde bodemkwaliteitskaart (zie § 4.2) en/of een indicatief onderzoek als de grond afkomstig is van een (voormalig) tuinbouw- en akkerbouwperceel (zie § 4.3.7.7 en § 6.2.1). Tabel 4.3: Lokale Maximale Waarden plangebied Bronsgeest

STOF

LOKALE MAXIMALE HUMAAN MAXIMAAL WAARDE TOXICOLOGISCHE MAXIMALE VASTGESTELD VOOR INTERVENTIE- MAXIMALE WAARDE GEHALTE INDUSTRIE WAARDE WAARDE REFERENTIE (in mg/kg ds voor standaardbodem: 25% lutum en 10% organisch stof)

Chloordaan

0,0212

0,1

4

9

0,1

Maximale Waarde functie Industrie

Heptachloorepoxide

0,0119

0,1

4

2

0,1

Maximale Waarde functie Industrie

4.3.7.5 ONDERBOUWING EN DEFINIËREN LOKALE MAXIMALE WAARDEN OP OVERIGE (VOORMALIGE) TUINBOUW- EN AKKERBOUWPERCELEN (BODEMLAAG 0-2 M-MV; LMW9) Onderbouwing en definiëren Lokale Maximale Waarden Ter plaatse van de overige (voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen in de gemeenten (percelen die onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitszones “B10/T10/O10. (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest en Teylingen” en “B11/T11/O11. (Voormalige) tuinbouw- en akkerbouwpercelen gemeenten Kaag en Braassem, Leiden, Leiderdorp, Nieuwkoop en Zoeterwoude” is vastgesteld dat in de bodemlaag 0-0,5 m-mv licht verhoogde gehalten van meerdere individuele organochloorbestrijdingsmiddelen voor komen. Deze licht verhoogde gehalten zorgen ervoor dat de grond in de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ valt. De Lokale Maximale Waarden zijn gebaseerd op de maximale gehalten in de dataset van de bodemkwaliteitskaart en de verschillende toetsnormen. Hierbij wordt ten opzichte van het maximale gehalte de meest streng mogelijke toetsnorm gebruikt zonder dat dat resulteert in onaanvaardbare risico’s voor het bodemgebruik.

SOB015939 Nota bodembeheer 2023-2033 SOB015939.RAP003 Opdrachtgever: Omgevingsdienst West-Holland namens 11 gemeenten in de regio West-Holland

WSP 5 mei 2023 pagina 44/98

Op basis van de beschikbare gegevens voor α-endosulfaan, chloordaan, drins, α-HCH, β-HCH, heptachloor en heptachloorepoxide zijn er geen gezondheidsrisico’s te verwachten als grond van (vml) tuinbouw- en akkerbouwpercelen, waarin licht verhoogde gehalten met deze stoffen voorkomen, weer op percelen van tuinbouwen akkerbouwpercelen wordt hergebruikt. Hieronder wordt dit onderbouwd en in tabel 4.4 weergegeven. α-endosulfaan De humaan toxicologische maximale waarde voor α-endosulfaan bedraagt 1.70011. De interventiewaarde voor α-endosulfaan bedraagt 4 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan bedraagt 1,8438 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 922) en de interventiewaarde (factor 2). Chloordaan De humaan toxicologische maximale waarde voor chloordaan bedraagt 9 mg/kg ds 12. De interventiewaarde voor chloordaan bedraagt 4 mg/kg ds. Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan bedraagt 0,634 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan chloordaan.

Het maximaal vastgestelde gehalte van chloordaan ligt dus ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 14) en de interventiewaarde (factor 6). Drins De interventiewaarde voor de som drins bedraagt 4 mg/kg ds. De humaan toxicologische maximale waarde voor som drins bedraagt 21 mg/kg ds[20] (scenario ‘Speelplaats met kinderen’ en scenario ‘Wonen met tuin’ zonder consumptie van zelf geteelde gewassen) en 0,2 mg/kg ds[20] (scenario ‘Wonen met tuin’ waarbij ook 10% consumptie van zelf geteelde gewassen plaatsvindt). De gezondheidsrisico bij som drins wordt met name bepaald door de consumptie van zelf geteelde gewassen én de concentratie aldrin. Het maximaal gehalte van drins is vastgesteld op 2,0707 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Uit de beschikbare analyseresultaten voor deze bodemkwaliteitskaart blijkt dat het maximaal gemeten gehalte van aldrin gelijk is aan 7 μg/kg ds, dus 0,007 mg/kg ds (gestandaardiseerd). Dit betekent dat er geen gezondheidsrisico zijn te verwachten door blootstelling aan aldrin. De gehalten van aldrin hebben geen invloed op de vastgestelde gehalten van drins. Het maximaal vastgestelde gehalte van aldrin ligt ver onder de humaan toxicologische maximale waarde (factor 10) en de interventiewaarde (factor 2).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1582/documents/20342