CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Uitgangspunten subsidiebeleid Hillegom .pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 19: Algemene subsidieverordening Hillegom 20251.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten subsidiebeleid De uitgangspunten voor het subsidiebeleid zijn van toepassing op de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen en betreffen de subsidies die vallen onder de beleidsvelden van het domein Maatschappelijke Ontwikkeling van HLTsamen.

1. Inleiding De gemeente Hillegom heeft bestuurlijk de behoefte aan een meer efficiënte en doelmatige inzet van subsidies. De ambtelijke organisatie van HLTsamen is bezig met drie ontwikkelingen die een sterke relatie met subsidies hebben: -

Opgavegericht werken en het gebruik van de Maatschappelijke agenda’s (MAG);

-

De inzet van GALA/SPUK die een vernieuwd beroep doet op het middel subsidie;

-

Een efficiënte inrichting van de subsidieprocessen en subsidievoorwaarden en het effectief invulling geven aan het accounthouderschap.

Voor de gemeente Hillegom zijn er momenteel geen uitgangspunten voor subsidiebeleid. De voornaamste reden voor het vernieuwen van het beleid ligt in het creëren van een goede basis om van daaruit te subsidiëren en adequaat handen en voeten te kunnen geven aan de bestuurlijke behoefte en aan de drie hierboven vermelde ontwikkelingen binnen HLTsamen.

2. Wet- en regelgeving rondom subsidies Op landelijk niveau is er de Algemene wet bestuursrecht (de Awb); op het niveau van de HLT-gemeenten is er ‘gedeeld’ subsidiebeleid in de vorm van de Algemene subsidieverordening (ASV); op gemeenteniveau kan elke individuele gemeente nadere subsidieregels opstellen en maatwerk toepassen bij de individuele beoordeling van subsidieaanvragen.

3. Ontwikkelingsproces Er wordt eerst ingezet op nieuw subsidiebeleid. Dit nieuwe subsidiebeleid wordt de kapstok van een evenwichtige aanpak van subsidiëren; het handelingskader. Door het subsidiebeleid voor alle drie de gemeenten vast te stellen (naast de algemene subsidieverordening), ontstaat er tevens op hoofdlijnen een gedeeld vertrekpunt, wat

bijdraagt aan een meer uniforme en effectieve subsidieverlening vanuit de ambtelijke organisatie (HLTsamen). Daarna worden nadere regels opgesteld, die de gemeente momenteel nog niet voor alle thema’s heeft. Hierdoor ontstaan er duidelijke subsidievoorwaarden en worden de subsidieprocessen efficiënter ingericht. Als volgende stap wordt de ASV (Algemene subsidieverordening) geëvalueerd en bijgesteld. Hiermee is het instrumentarium rondom het subsidiebeleid volledig en actueel.

4. Functie subsidiebeleid In de praktijk moet het subsidiebeleid bijdragen aan: -

Effectiviteit: Als gemeente subsidiëren we de juiste activiteiten;

-

Efficiëntie: Als gemeente besteden we de gelden slim;

-

Grip: Als gemeente hebben we de financiën in zicht en kunnen we onze subsidiepartners bijsturen op activiteiten en kosten;

-

Zicht: Als gemeente monitoren we de activiteiten, de ontwikkeling in de samenleving en de kosten;

-

Accounthouderschap: Als gemeente maken we via onze accounthouders duidelijke afspraken, onderhouden we de relatie en geven we de portefeuillehouders daarbij een wezenlijke plek (de portefeuillehouder neemt jaarlijks deel aan twee gesprekken bij subsidies >50.000 euro).

Met het opstellen van een gezamenlijk subsidiebeleid voor de drie gemeenten Hillegom Lisse en Teylingen, wordt een nieuwe impuls gegeven aan het soort subsidie dat we verstrekken en de voorwaarden die we daaraan verbinden. We willen naast de harde kant van subsidiëren (efficiëntie; financiële controle; rechtmatigheid) ook aandacht besteden aan de zachte kant van subsidiëren (impact maken voor de inwoner; in verbinding met de lokale partners; ruimte voor dialoog en maatwerk).

5. De uitgangspunten voor subsidiëren Om effectief gebruik te maken van de wetten, Awb en de subsidieverordening rondom het subsidiebeleid en de op te stellen nadere subsidieregels, kiezen we ervoor om het

subsidiebeleid kernachtig te houden en op te bouwen uit een beperkt aantal subsidieuitgangspunten. Onderstaande uitgangspunten zijn de basis voor subsidiëren. Dit betekent dat elke subsidie en elke subsidieregeling hierop afgestemd wordt.

Uitgangspunt 1: Subsidie is geen doel op zich, maar een middel om doelen te bereiken Bij het verlenen van subsidie maken we een koppeling naar de doelen van de maatschappelijke agenda (MAG). Zo weten we welke toegevoegde waarde een subsidie heeft op maatschappelijk vlak. Ook in het accounthouderschap besteden we op basis van vertrouwen doorlopend aandacht aan deze toegevoegde waarde, van het beoordelen van de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie.

Uitgangspunt 2: Bij subsidieverstrekking vertrouwen we minstens zoveel op het account- en relatiebeheer als op de harde controlemiddelen (zoals de subsidiebeschikking en subsidieverantwoording) In de praktijk zien wij (als subsidieverstrekker) dat een actieve relatie en betrokkenheid met onze subsidieontvangers zorgt voor een beter begrip van de meerwaarde, bereik en efficiëntie van subsidiegelden. Het accounthouderschap wordt vormgegeven. De gesprekken gaan we open en met durf aan. Hierbij worden de kwalitatieve duiding en de harde controlemiddelen gecombineerd. Zonder deze relatie en betrokkenheid zijn de gegevens uit de harde controlemiddelen, zoals de subsidiebeschikking en subsidieverantwoording, niet goed op waarde te schatten.

Uitgangspunt 3: Grotere en/of strategische subsidie-accounts geven we op gestructureerde wijze aandacht Subsidie-accounts of consortia die meer dan 50.000 euro subsidie ontvangen en die een strategisch sparringpartner voor ons als gemeente vormt (door het professionele karakter of door de positie die zij in het sociaal domein inneemt) willen we meermaals per jaar spreken, waarbij we enerzijds kijken naar de inhoudelijke sturing en de prestatie en anderzijds naar de ontwikkelingen in de samenleving. We willen de strategische partners ook ruimte geven om te komen met signalen en nieuwe ideeën. Daarnaast wordt er geëvalueerd of de gemeente blijft subsidiëren.

Uitgangspunt 4: Na elke subsidieverlening moet een heroverwegingsmoment plaatsvinden om de toegevoegde waarde ten aanzien van de Maatschappelijke agenda te bepalen Met een verantwoordingsmoment willen we voorkomen dat subsidies historisch gedreven jaar-op-jaar verleend worden, deze worden geëvalueerd op kwaliteit, effectiviteit, doelrealisatie en effecten. Het bewust updaten van de subsidievoorwaarden is een belangrijke stap daarbij. We willen inzichtelijk maken aan welke doelen van de Maatschappelijke agenda (MAG)een subsidie bijdraagt, zodat het totaal aan subsidies zich in goede balans verhoudt tot de MAG.

Uitgangspunt 5: We bieden ruimte voor subsidiemakelaarschap, waarbij lokale samenwerkingsverbanden inspelen op lokale en actuele maatschappelijke vragen en behoeften We willen lokale partners meer ruimte geven om in te spelen op lokale en actuele maatschappelijke vragen en behoeften. Als externe subsidiemakelaar heb je toegang tot een subsidiebudget, waarmee op flexibele en laagdrempelige wijze een activiteit opgestart kan worden. Subsidiemakelaars zorgen dat de Sociale basis versterkt wordt en initiatieven en ideeën van onder op de samenleving ruimte krijgen. Als gemeente stellen we hiervoor een specifieke subsidie beschikbaar.

Uitgangspunt 6: Waar toepasbaar subsidiëren we het liefst meerjarig Wanneer een subsidierelatie in het verleden stabiel is gebleken en wanneer aannemelijk is dat deze stabiliteit blijft, zorgt meerjarig subsidiëren voor vertrouwen bij de subsidieontvanger en een verlaging van de administratieve last van zowel aanvrager als de gemeente.

Uitgangspunt 7: Waar mogelijk zetten we cofinanciering in als voorwaarde voor subsidie Cofinanciering zorgt voor enkele voordelen. De gemeente kan meer activiteiten ondersteunen; het stimuleert de subsidie-aanvrager om extra inspanning te verrichten voor extra financiële steun, zoals fondsenwerving of samenwerking op aanbod; door

cofinanciering worden andere netwerken benut die waardevol voor de lokale samenleving kunnen zijn.

Uitgangspunt 8: Balans tussen omvang subsidie en ambtelijke inspanning We willen dat kleinere subsidieontvangers een lage administratieve last ervaren, waardoor men zich kan richten op de kerntaak en/of de vrijwilligers. De grotere subsidierelaties willen we juist extra ruimte geven voor initiatieven, maar ook extra benutten als oren en ogen in de samenleving. In de subsidievoorwaarden willen we vooraf duidelijkheid scheppen over de extra ruimte en de verpllichtingen.

Uitgangspunt 9: Kleinere subsidies verstrekken we met zo min mogelijk administratieve last Bij kleinere subsidies (lager dan 10.000 euro) vragen we zo min mogelijk verantwoording en stellen we de subsidie direct bij het verlenen vast. Kleinere subsidies worden zoveel als mogelijk samengevoegd in een regeling, bijvoorbeeld in aparte projectsubsidies of een subsidiefonds.

Uitgangspunt 10: Lokale producten en diensten boven regionale De producten en diensten die lokaal kunnen worden aangeboden, gaan boven regionaleof landelijke initiatieven. Hierbij worden kwaliteit en kosten afgewogen.

Uitgangspunt 11: Eigen vermogen en reserves We gaan voorwaarden opstellen voor vermogensvorming en reserves en voorzieningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1733/documents/23082