CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerp Omgevingsplan.pdf

Raadscommissie 8 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 7: (20:00) Omgevingsplan buitengebied en de Zanderij28.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

c.

het bevorderen van het gebruik van monument en gebieden, zo nodig door wijziging van die monument en gebieden, rekening houdend met de monumenten.

Artikel 2.66 (advies) Voordat een vergunning voor een gemeentelijke monumentenactiviteit bedoeld in artikel 2.64 wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviescommissie. Artikel 2.67 (maatwerkvoorschriften) Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen als blijkt dat een gemeentelijke monumentenactiviteit kan leiden tot aantasting van het monument. Paragraaf 2.9.3 Cultureel erfgoed Artikel 2.68 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op cultureel erfgoedactiviteiten in het werkingsgebied “erfgoed”. Artikel 2.69 (aanwijzing activiteit) Als cultureel erfgoedactiviteiten worden aangewezen de bouw- en sloophandelingen ten aanzien van het cultureel erfgoed. Artikel 2.70 (specifieke zorgplicht) Degene die een cultureel erfgoedactiviteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van cultureel erfgoed, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen. Artikel 2.71 (toegelaten activiteiten) Culturele erfgoedactiviteiten die betrekking hebben op de volgende bouwwerken zijn toegestaan: 1. een op de grond staand bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in achtererfgebied, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, b.

op een afstand van meer dan 1 m vanaf openbaar toegankelijk gebied, tenzij geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, c. de ligging van een verblijfsgebied als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012, in geval van meer dan een bouwlaag, uitsluitend op de eerste bouwlaag, en d. niet voorzien van een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte; 2. een op de grond staand bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 70 m2; 3. een dakkapel in het voordakvlak, een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak of, voor zover het betreft een bouwwerk als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, onder f, het achterdakvlak, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. redelijke eisen van welstand zijn niet van toepassing; b. voorzien van een plat dak, c. gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m, d. onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet, e. bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok, en 16 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

f. zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak; 4. een sport- of speeltoestel anders dan voor uitsluitend particulier gebruik, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 4 m, en b. uitsluitend functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; 5. een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening, dan wel vijver op het erf bij een woning of woongebouw, mits deze niet van een overkapping is voorzien; 6. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, in achtererfgebied ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering, voor zover het betreft: a. een silo, of b. een ander bouwwerk niet hoger dan 2 m; 7. een buisleiding waarop artikel 2, onderdeel 18, niet van toepassing is; 8. een verandering van een bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. geen verandering van de draagconstructie, b. geen verandering van de brandcompartimentering of beschermde subbrandcompartimentering, c. geen uitbreiding van de bebouwde oppervlakte, en d. geen uitbreiding van het bouwvolume. Artikel 2.72 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een cultureel erfgoedactiviteit te verrichten, anders dan de activiteiten, bedoeld in artikel 2.71. Artikel 2.73 (beoordelingsregels) 1.

De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.72 wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van het cultureel erfgoed of als een pand in een staat verkeert dat behoud redelijkerwijs niet meer mogelijk is. 2. Bij de beslissing op de aanvraag houden burgemeester en wethouders rekening met de volgende beginselen: a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van cultureel erfgoed b. het voorkomen van verplaatsing van cultureel erfgoed of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van die cultuurhistorisch waardevolle bebouwing c. het bevorderen van het gebruik van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en gebieden, zo nodig door wijziging van die cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en gebieden, rekening houdend met de cultuurhistorische waarden. Artikel 2.74 (advies) Voordat een vergunning voor een cultureel erfgoedactiviteit bedoeld in artikel 2.72 wordt verleend, wordt advies ingewonnen bij de gemeentelijke adviescommissie. Artikel 2.75 (maatwerkvoorschriften) Bevoegd gezag kan voorschriften stellen als blijkt dat een cultureel erfgoedactiviteit kan leiden tot aantasting van het cultureel erfgoed. § 2.9.4 Archeologie Artikel 2.76 (toepassingsbereik)

17 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op bodemverstorende activiteiten in de werkingsgebieden “waardering hoog”, “waardering middelhoog” en “ waardering laag”.

Artikel 2.77 (toegelaten activiteiten) Alleen de volgende activiteiten op of in de bodem zijn toegestaan: a. ter plaatse van het werkingsgebied ‘waardering hoog’ werkzaamheden niet dieper dan 30 cm en over een (totale) oppervlakte niet groter dan 250 m2; b. ter plaatse van het werkingsgebied ‘waardering middelhoog’ werkzaamheden niet dieper dan 100 cm en over een (totale) oppervlakte niet groter dan 500 m2, en c. ter plaatse van het werkingsgebied ‘waardering laag’ werkzaamheden niet dieper dan 30 cm en over een (totale) oppervlakte niet groter dan 1.000 m2; d. onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplanting en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; e. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn als het plan van kracht is of reeds zijn toegestaan bij vergunning.

Artikel 2.78 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning bodemverstorende activiteiten te verrichten, anders dan de activiteiten, bedoeld in artikel 2.77. Artikel 2.79 (beoordelingsregels) De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.78 wordt alleen verleend als de activiteit geen afbreuk doet aan het behoud en de bescherming van archeologische waarde in de desbetreffende gronden.

Artikel 2.80 (gegevens en bescheiden) Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning: a. kan een archeologisch rapport worden gevraagd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate wordt vastgesteld; en b. De in artikel 2.81, sub b , c, d en e bedoelde verplichtingen moeten worden uitgevoerd op basis van een door burgemeester en wethouders goedgekeurd Programma van Eisen, opgesteld overeenkomstig de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

Artikel 2.81 (vergunningvoorschriften) Burgemeester en wethouders kunnen zo nodig de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden: a. de verplichting tot het doen van archeologisch bureauonderzoek; b. de verplichting tot het doen van een inventariserend en/of waarderend archeologisch onderzoek zoals boringen, proefsleuven en non-destructief onderzoek (zoals bijvoorbeeld grondradar- en weerstandsonderzoek); c. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden kunnen worden behouden (behoud in situ); 18 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

d. de verplichting tot definitief archeologisch onderzoek (opgraven) en het conserveren van archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage; e. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg en het conserveren van archeologische resten en het opstellen van een eindrapportage (archeologische begeleiding).

19 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

HOOFDSTUK 3 FUNCTIES Afdeling 3.1 Duurzame bloementuin § 3.1.1 Doel Artikel 3.1 (doel functietoedeling) De regels in deze afdeling zijn gesteld voor het werkingsgebied ‘duurzame bloementuin’. Voor de gronden binnen dit werkingsgebied gelden de volgende doelstellingen: a. Emissieloze en residuvrije (bollen)teelt b. Duurzaam bodemgebruik c. Landschappelijke kwaliteitsverbetering met behoud of versterking van de gebiedskarakteristieken, waaronder cultuurhistorisch waardevolle elementen, openheid, structuren en watergangen d. Robuust, klimaatbestendig watersysteem e. Verhoging van de karakteristieke natuurwaarde f. Kleinschalige toeristische activiteiten, passend bij de bollenteelt g. Energiebesparing h. Biodiversiteit i. Opwekking van duurzame energie j. Schaalvergroting en herstructurering bollenteeltbedrijven k. Klimaatadaptatie l. Ruimte bieden aan nieuwe woonfuncties, mits het bijdraagt aan de herstructurering en bestaande bedrijven niet onevenredig in hun uitbreidingsmogelijkheden worden beperkt m. Behoud van bestaande legale functies n. Functies passend bij de bestaande verkeersstructuur o. Kwaliteitsverbetering op basis van het algemene toetsingskader uit de omgevingsvisie. § 3.1.2 Algemene regels Artikel 3.2 (toegelaten gebruiksactiviteiten) Toegelaten zijn bedrijfsactiviteiten en nevenverkoop tot 100m2 van grondgebonden bollenteeltbedrijven.

§ 3.1.3 Beoordelingsregels Artikel 3.3 (beoordelingsregels vergunning) Een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 2 wordt uitsluitend verleend indien: 1. de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.1 2. voor zover het betreft het realiseren van nieuwe woonfuncties wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd onder 1, en a. de woonfunctie wordt gerealiseerd als eerstelijnsbebouwing ter plaatse van de functie ‘levendige linten’; b. de woonfunctie niet wordt gerealiseerd aan een onbebouwde zijde van een lint; c. in afwijking van het hiervoor over het bouwen in linten bepaalde kan de woonfunctie worden gerealiseerd op gronden die niet zijn aangewezen voor de functie ‘levendige linten’ onder de voorwaarde dat de woonfunctie: 20 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

i. in een kleinschalig cluster van woningen wordt gerealiseerd ii. direct aansluitend aan een bestaande kern iii. geen afbreuk doet aan de gebiedskarakteristiek iv. geen afbreuk doet aan waardevolle doorzichten. d. de woonfunctie wordt gerealiseerd op een locatie zoals bedoeld in het Programma ruimte als bedoeld in artikel 6.10 eerste lid onder b van de omgevingsverordening Zuid – Holland; 3. voor zover het betreft het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen dient de locatie opgenomen te zijn in het Programma ruimte zoals bedoeld in artikel 6.10, eerste lid, onder b van de omgevingsverordening Zuid – Holland.

Afdeling 3.2 Heerlijke woonplaats § 3.2.1 Doel Artikel 3.4 (doel functietoedeling) De regels in deze afdeling zijn gesteld voor het werkingsgebied ‘Heerlijke woonplaats’. Voor de gronden binnen dit werkingsgebied gelden de volgende doelstellingen: a. Dorps en groen woongebied, mits nieuwe woningen bestaande bedrijven niet onevenredig in hun uitbreidingsmogelijkheden beperken b. Gezond wonen, waaronder ontmoeten en bewegen c. Levensbestendig wonen d. Robuust, klimaatbestendig watersysteem e. Energiebesparing f. Opwekking van duurzame energie g. Klimaatadaptatie h. Behoud van bestaande legale functies i. Functies passen bij de bestaande verkeersstructuur j. Kwaliteitsverbetering op basis van het algemene toetsingskader uit de omgevingsvisie. § 3.2.2 Algemene regels Artikel 3.5 (toegelaten gebruiksactiviteiten) Toegelaten is wonen. § 3.2.3 Beoordelingsregels Artikel 3.6 (beoordelingsregels vergunning) Een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 2 wordt uitsluitend verleend indien de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.4.

21 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 3.3 Hollandse weides § 3.3.1 Doel Artikel 3.7 (doel functietoedeling) De regels in deze afdeling zijn gesteld voor het werkingsgebied ‘Hollandse weides’. Voor de gronden binnen dit werkingsgebied gelden de volgende doelstellingen: a. Open weidegebied b. Landschappelijke kwaliteitsverbetering met behoud of versterking van de gebiedskarakteristieken, waaronder cultuurhistorische elementen, open weidegronden en structuren en watergangen c. Verhoging van de karakteristieke natuurwaarde en biodiversiteit d. Robuust, klimaatbestendig watersysteem e. Energiebesparing f. Opwekking van duurzame energie g. Klimaatadaptatie h. Ruimte bieden aan nieuwe woonfuncties, mits het bijdraagt aan de herstructurering en bestaande bedrijven niet onevenredig in hun uitbreidingsmogelijkheden worden beperkt i. Behoud van bestaande legale functies j. Functies passen bij de bestaande verkeersstructuur k. Kleinschalige recreatie l. Kwaliteitsverbetering op basis van het algemene toetsingskader uit de omgevingsvisie. § 3.3.2 Algemene regels Artikel 3.8 (toegelaten gebruiksactiviteiten) Alleen activiteiten die het onderhoud en het beheer van het openbaar gebied betreffen zijn toegestaan. § 3.3.3 Beoordelingsregels Artikel 3.9 (beoordelingsregels vergunning) Een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 2 wordt uitsluitend verleend indien: 1.

de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.7; 2. voor zover het betreft het realiseren van nieuwe woonfuncties wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd onder 1, en a. de woonfunctie wordt gerealiseerd als eerstelijnsbebouwing ter plaatse van de functie ‘levendige linten’; b. de woonfunctie niet wordt gerealiseerd aan een onbebouwde zijde van een lint; c. in afwijking van het hiervoor over het bouwen in linten bepaalde kan de woonfunctie worden gerealiseerd op gronden die niet zijn aangewezen voor de functie ‘levendige linten’ onder de voorwaarde dat de woonfunctie: v. in een kleinschalig cluster van woningen wordt gerealiseerd vi. direct aansluitend aan een bestaande kern vii. geen afbreuk doet aan de gebiedskarakteristiek viii. geen afbreuk doet aan waardevolle doorzichten. 22 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

d. de woonfunctie wordt gerealiseerd op een locatie zoals bedoeld in het Programma ruimte als bedoeld in artikel 6.10 eerste lid onder b van de omgevingsverordening Zuid – Holland; 3. voor zover het betreft het realiseren van een nieuwe bedrijventerreinen dient de locatie opgenomen te zijn in het Programma ruimte zoals bedoeld in artikel 6.10, eerste lid, onder b van de omgevingsverordening Zuid – Holland.

Afdeling 3.4 Levendige linten § 3.4.1 Doel Artikel 3.10 (doel functietoedeling) De regels in deze afdeling zijn gesteld voor het werkingsgebied ‘Levendige linten’. Voor de gronden binnen dit werkingsgebied gelden de volgende doelstellingen: a. Levendigheid onder andere door functionele diversiteit b. Versterking van de karakteristiek en de kwaliteit van het betreffende (type) lint c. Verhoging van de cultuurhistorische en landschappelijke waarde d. Een goed woon- en leefklimaat e. Energiebesparing f. Opwekking van duurzame energie g. Klimaatadaptatie h. Behoud huidige vormen van gebruik i. Functies passend bij de bestaande verkeersstructuur, en j. Kwaliteitsverbetering op basis van het algemene toetsingskader uit de omgevingsvisie k. Wonen § 3.4.2 Algemene regels Artikel 3.11 (toegelaten gebruiksactiviteiten) Binnen deze functie zijn bedrijfsmatige activiteiten aan huis toegelaten en nevenverkoop tot 100m2 van tuincentra. § 3.4.3 Beoordelingsregels Artikel 3.12 (beoordelingsregels vergunning) Een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 2 wordt uitsluitend verleend indien de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.10.

23 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 3.5 Lokhorsterduin § 3.5.1 Doel Artikel 3.13 (doel functietoedeling) De regels in deze afdeling zijn gesteld voor het werkingsgebied ‘Lokhorsterduin’. Voor de gronden binnen dit werkingsgebied gelden de volgende doelstellingen: a. Behoud van het bestaande karakter en inrichting; b. Landschappelijke kwaliteitsverbetering met behoud of versterking van de gebiedskarakteristieken, waaronder cultuurhistorische elementen, natuur en structuren; c. Verhoging van de karakteristieke natuurwaarde; d. Robuust, klimaatbestendig watersysteem; e. Energiebesparing; f. Opwekking van duurzame energie; g. Klimaatadaptatie. § 3.5.2 Beoordelingsregels Artikel 3.14 (beoordelingsregels vergunning) Een vergunning als bedoeld in hoofdstuk 2 wordt uitsluitend verleend indien de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de doelstellingen zoals opgenomen in artikel 3.13.

24 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

HOOFDSTUK 4 PLANSCHADE EN KOSTENVERHAAL [Gereserveerd]

25 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN Artikel 5.1 (citeertitel) Dit plan wordt aangehaald als: Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij.

26 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

BIJLAGE I BEGRIPSBEPALINGEN Voor de toepassing van dit plan wordt verstaan onder: achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op een meter achter de voorkant. En van daar uit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruizen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen. bedrijfsmatige activiteit locatiegebonden activiteiten, met uitzondering van: a. wonen; b. activiteiten bij het uitvoeren van een bouwactiviteit of sloopactiviteit c. activiteiten in openbaar toegankelijk gebied, anders dan in een gebouw, en op spoorwegen, en d. activiteiten met mobiele installaties op een weiland of akker bestaande activiteit activiteit die rechtmatig is aangevangen voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit omgevingsplan of een wijziging van dit omgevingsplan die betrekking heeft op de locatie waar de activiteit wordt verricht. bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare objecten zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

bollenteeltbedrijf een bedrijf, gericht op het voorbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, nader te onderscheiden in: a. de teelt van bloembollen, bolbloemen en knolgewassen; b. de teelt van snijbloemen en van vergelijkbare laag blijvende eenjarige en vastbloeiende tuinplanten; c. de teelt van vollegronds tuinbouwproducten als eenjarige wisselteelt; niet zijnde sierteelt, boomkwekerij/-teelt, fruitteelt en bosbouw; d. broeierijen als onderdeel van een grondgebonden bollenteeltbedrijf. houtopstand houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven, met een omtrek van de stam van minimaal 31 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld in geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam. eerstelijns bebouwing bebouwing die vanaf een bepaalde aangrenzende openbare weg gezien als de eerste lijn van de aan de betreffende weg gelegen bebouwing kan worden beschouwd. 27 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

eigenaar degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van een woning of een gebouw. evenementenactiviteit een activiteit gericht op ontspanning en vermaak die tot doel heeft publiek te trekken, waaronder mede verstaan wordt het opbouwen en afbouwen van een evenement. Hieronder worden niet begrepen kortdurende evenementen die zich niet tot een plaats binnen de gemeente beperken, zoals optochten en het bloemencorso. gebruiksactiviteiten onder gebruiksactiviteiten wordt verstaan: gebruik van gronden en opstallen met gevolgen voor de fysieke leefomgeving. gemeentelijke monumentenactiviteit slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een gemeentelijk monument of een voorbeschermd gemeentelijk monument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. hoofdwatergang watergang zoals aangegeven op de kaart ‘waterhuishouding’ behorend bij dit plan. huishouden Huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen. ISG Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016.

kappen van bomen vellen van bomen waaronder mede verstaan wordt het rooien, met inbegrip van verplanten, het verrichten van handelingen, zowel bovengronds als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van bomen ten gevolge kunnen hebben. nevenverkoop verkoop-aan-huis van eigen/agrarische producten (eventueel be- of verwerkt). Plantenziektewet wet van 5 april 1951, houdende nieuwe bepalingen tot wering en bestrijding van organismen. recreatief nachtverblijf een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatief gebruik en waarvan de gebruikers elders hun woonverblijf hebben.

28 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

wonen Wonen: huisvesting in een woning waarbij de bewoner(s) gezamenlijk één afzonderlijk huishouden vormen. woning Woning of wooneenheid: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden; hieronder worden tevens zorgwoningen en bedrijfs/dienstwoningen verstaan.

29 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

BIJLAGE II WIJZE VAN METEN [Gereserveerd]

30 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

BIJLAGE III VOORHEEN GELDENDE RECHTEN

31 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Verbeelding

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/160/documents/16676