1. Nieuwe statuten stichting OBODB.pdf
Tekst van het document
Stoktstraat 2 5961 TN Horst
info@novitas.nl www.novitas.nl
Tel. 077 - 3971515
KvK nummer 75429063 IBAN NL60 RABO 0147 2076 30
Ontwerp van 31 oktober 2024
27407.01 / AB
STATUTENWIJZIGING STICHTING OPENBAAR BASISONDERWIJS DUIN- EN BOLLENSTREEK
Op + komen bij mij, mr. Annemarie Jacqueline Pauline Beijers-Willems, notaris in Horst aan de Maas: +, handelend als schriftelijk gevolmachtigde van de heer Petrus Nicolaas Johannes Velseboer, geboren op één oktober negentienhonderdeenenzestig in +, die woonplaats heeft gekozen op het adres van de hierna genoemde stichting. De heer Velseboer heeft de volmacht verleend in zijn hoedanigheid van bestuurder van de stichting: Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek. Deze heeft als zetel gemeente Teylingen. Het adres is Bonnikeplein 24, 2201 XA Noordwijk. Het inschrijfnummer bij de Kamer van Koophandel is 28082157 De volmacht is aan deze akte gehecht. De voormelde stichting wordt hierna ook genoemd: de stichting. De aanwezige persoon verklaart vooraf het volgende. INLEIDING 1. 2. 3.
4.
De stichting werd opgericht bij akte verleden op zeven mei negentienhonderdnegenennegentig. De statuten werden voor het laatst gewijzigd bij akte verleden op acht februari tweeduizend elf voor mr. W. van den Eijkel, notaris te Katwijk. Het bestuur van de stichting heeft op + besloten tot wijziging van de statuten. Volgens de nog geldende statuten was voor het besluit tot statutenwijziging goedkeuring vereist van de raad van toezicht. De goedkeuring is verleend op +, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. Tevens was goedkeuring vereist van het gemeentelijk toezichtsorgaan. De goedkeuring is verleend op +, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. Het besluit tot statutenwijziging werd overeenkomstig de statutaire voorschriften (artikel 15) genomen. De notulen van het besluit van het bestuur zijn aan deze akte gehecht.
STATUTENWIJZIGING Ter uitvoering van het besluit worden de statuten geheel gewijzigd en luiden zij voortaan als volgt: NAAM EN ZETEL Artikel 1 De Stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek. Zij is gevestigd in de gemeente Noordwijk.
2
BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a. Gemeenten: de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen; b. Gemeenteraden: de gemeenteraden van de gemeenten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen; c. Regiegroep: de regiegroep zoals bedoeld in artikel 2 van de ‘Samenwerkingsovereenkomst tussen gemeenten inzake openbaar onderwijs’; d. De scholen: de openbare basisscholen die vallen onder het bevoegd gezag van de stichting: e. Wet: de Wet op het primair onderwijs. f. Stichting: Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek (Stichting OBODB). DOEL EN MIDDELEN Artikel 3 1. De stichting heeft ten doel het thuisnabij geven en bevorderen van primair openbaar onderwijs in alle deelnemende gemeenten in de regio van de Duin- en Bollenstreek, met inachtneming van artikel 46 en 48 van de Wet op het primair onderwijs. 2. De stichting tracht dit doel te verwezenlijken door het samenwerken met andere (rechts)personen en/of organisaties die aan de realisering van de doelstelling van de stichting kunnen bijdragen. 3. De stichting beoogt niet het maken van winst, heeft geen winstoogmerk. 4. Karakter van het openbaar onderwijs.: a. Het openbaar onderwijs heeft aandacht voor de kernwaarden van het openbaar onderwijs en draagt overeenkomstig artikel 46 van de wet bij aan de ontwikkeling van de leerlingen.
Naast het aanleren van kennis en vaardigheden voor goede participatie aan de samenleving is het onderwijs gericht op persoonlijke groei van leerlingen tot zelfbewuste en nieuwsgierige mensen die in staat zijn hun persoonlijke overtuigingen en talenten uit te drukken en in te zetten. Het leren waarderen van verschillen door ontmoeting, op basis van wederzijds respect waarmee leerlingen het samenleven oefenen. b. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. c. De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 5. Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruik maken van alle geoorloofde middelen die daaraan dienstbaar kunnen zijn, zijnde a. rijksbekostiging; b. vergoedingen voor de door de Stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wijze verkregen wordt.
3
DUUR EN BOEKJAAR Artikel 4 1. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd 2. Het boekjaar valt samen met het kalenderjaar. ORGANISATIE VAN DE STICHTING Artikel 5 1. De stichting kent als organen: a. Het college van bestuur; b. De raad van toezicht; 2. De stichting kent buiten de genoemde organen geen andere organen die namens de stichting kunnen handelen of zeggenschap in de zin van een (gedeelde) bestuursmacht kunnen uitoefenen, behoudens natuurlijke personen die daartoe op basis van een uitdrukkelijk volmacht door het college van bestuur of de raad van toezicht worden aangewezen. 3. Indien het college van bestuur uit één persoon bestaat, wordt deze aangeduid als ‘de bestuurder’. Hetgeen in deze statuten wordt gesteld omtrent het college van bestuur geldt in dat geval evenzo voor de bestuurder. COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 6 1. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van het college van bestuur op één of twee. Bij één lid van het college van bestuur wordt er gesproken van Bestuurder. De raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat het college van bestuur. 2. Indien het college van bestuur uit twee collegiale leden bestaat, benoemt de raad van toezicht één van hen tot voorzitter. De raad van toezicht heeft tevens de bevoegdheid betrokkene uit deze functie te ontslaan. 3.
De leden van het college van bestuur moeten de uitgangspunten, principes en belangen van het openbare karakter van het onderwijs ten volle accepteren en die met name ten grondslag leggen aan hun overwegingen, optreden en besluiten. 4. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen. 5. Het lidmaatschap van het college van bestuur eindigt; a. door overlijden van het lid; b. door aftreden van het lid; c. door ontslag van het lid door de raad van toezicht. d. door het verstrijken van de duur van zijn arbeidsovereenkomst; e. door onder bewindstelling van het vermogen; f. door onder curatele stelling; g. als het lid valt onder de werking van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. h. door faillissement. 6. De raad van toezicht is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en onkostenvergoedingen van het college van bestuur. 7. Indien het college van bestuur uit twee leden bestaat, behoudt het college zijn bevoegdheden ingeval van een vacature in het college van bestuur.
4
8.
Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. De raad van toezicht kan hieromtrent nadere regels stellen. Degene die bij ontstentenis, schorsing of ontslag van het college van bestuur wordt aangewezen tot het verrichten van bestuursdaden, wordt voor wat deze bestuursdaden betreft met het college van bestuur gelijkgesteld.
BESLUITVORMING EN WERKWIJZE COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 7 1. Indien het college van bestuur uit twee leden bestaat, dan heeft in de vergadering van het college van bestuur ieder lid recht op het uitbrengen van één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Staken de stemmen dan brengt het college van bestuur de raad van toezicht hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte. Binnen drie weken na ontvangst van deze schriftelijke mededeling overlegt de voorzitter van de raad van toezicht met het college van bestuur over het voorgenomen besluit. Na dit overleg neemt het college van bestuur alsnog een besluit. Staken de stemmen alsnog, dan is het voorstel verworpen. 2. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Een lid van het college van bestuur meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Het besluit wordt genomen door het andere lid van het college van bestuur.
Indien alle leden van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. 3. Indien het college van bestuur uit twee leden bestaat, dan kunnen besluiten van het college van bestuur ook buiten zijn vergadering tot stand komen, mits dit schriftelijk – daaronder mede begrepen per e-mail – geschiedt en beide leden zich voor het desbetreffende voorstel uitspreken. Zodanige besluiten, alsmede bescheiden waaruit het nemen van een zodanig besluit blijkt, worden aan de notulen toegevoegd. 4. De overige regeling van de werkwijze en besluitvorming van het college van bestuur worden nader geregeld in een door de raad van toezicht vast te stellen regeling voor bestuur en toezicht. BESTUURSBEVOEGDHEID Artikel 8 1. Het college van bestuur is, met inachtneming van het overige in deze statuten bepaalde, belast met het besturen van de stichting. 2. Het college van bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
5
3.
4.
verbindt, zich voor een derde sterkt maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. Het college van bestuur behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor besluiten strekkende tot: a. vaststelling van het strategisch beleidsplan van de stichting; b. vaststelling van de jaarrekening, waaronder tevens begrepen het jaarverslag van de stichting; c. vaststelling van de begroting van de stichting; d. het aangaan van verplichtingen buiten de vastgestelde begroting die een door de raad van toezicht te bepalen bedrag te boven gaan; e. overdracht van onder de stichting ressorterende scholen; f. het aangaan van overeenkomsten in aangelegenheden als bedoeld in het tweede lid van dit artikel; g. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; h. aanvraag van faillissement van de stichting en van surséance van betaling; i. bestuurlijke fusie of splitsing van de stichting; j. wijziging van de statuten na instemming van de gemeenteraden; k. ontbinding van de stichting, waaronder begrepen bestemming van een eventueel batig saldo. Het college van bestuur legt aan de raad van toezicht verantwoording af over het gevoerde beleid.
In dat kader verstrekt het college van bestuur de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd alle informatie omtrent alle onderwerpen de stichting betreffende die voor een goed functioneren van de raad van toezicht naar het oordeel van de raad nodig of dienstig zijn. De raad van toezicht zal ter zake nadere regels stellen.
VERTEGENWOORDIGING Artikel 9 1. Het college van bestuur vertegenwoordigt de stichting. , behoudens het gestelde in lid 2. 2. De stichting wordt door de raad van toezicht vertegenwoordigd: a. in de relatie tussen de stichting en de leden van het college van bestuur; b. indien naar het oordeel van de raad van toezicht sprake is van een tegenstrijdig belang tussen de stichting en een of meer leden van het college van bestuur; c. bij ontstentenis, schorsing of ontslag van het gehele college van bestuur. 2. Het college van bestuur kan één of meer functionarissen schriftelijk volmacht geven om de stichting te vertegenwoordigen. Indien en voor zover sprake is van een doorlopende volmacht zullen in het door het college van bestuur vast te stellen managementstatuut nadere regels omtrent de verlening van de volmacht worden vastgesteld. Het college van bestuur kan ook aan een derde een volmacht geven, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. DE RAAD VAN TOEZICHT Artikel 10
6
1.
2.
De raad van toezicht heeft tot taak toezicht te houden op de uitoefening van taken en bevoegdheden door het college van bestuur en op de gang van zaken binnen de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen, een en ander met het oog op de belangen van de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen. De raad van toezicht heeft voorts als taken: a. het bepalen van de omvang van het college van bestuur; b. de benoeming en het ontslag van de leden van het college van bestuur conform de Cao Bestuurders Funderend Onderwijs; c. de uitoefening van het werkgeverschap ten aanzien van de leden van het college van bestuur; d. het voorzien in het bestuur van de stichting in geval van ontstentenis, schorsing of ontslag van het gehele college van bestuur; e. het toezien op de naleving door het college van bestuur van wettelijke verplichtingen en algemeen aanvaarde code voor goed bestuur, en de afwijkingen van die code; f. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige bestemming en aanwending van middelen; g. het benoemen van de accountant; h. het vaststelling van een regeling voor bestuur en toezicht; i. het verlenen of onthouden van goedkeuring in aangelegenheden die het college van bestuur daartoe op basis van artikel 8 van deze statuten aan de raad van toezicht voorlegt; j. het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college van bestuur; k.
het vertegenwoordigen van de stichting in de omstandigheden als bedoeld in artikel 9 lid 2; k. het voor benoeming voordragen en ontslaan van leden van de raad van toezicht en voorzien in de eigen orde; l. het jaarlijks ten minste afleggen van verantwoording over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd onder e, f, g en i van dit lid, in het jaarverslag.
SAMENSTELLING VAN DE RAAD VAN TOEZICHT Artikel 11 1. De raad van toezicht van de stichting bestaat uit ten minste vier en ten hoogste zeven personen. Het aantal leden van de raad van toezicht wordt met inachtneming van het minimum en het maximum door de raad van toezicht vastgesteld. 2. De leden van de raad van toezicht worden (her)benoemd door de gemeenteraden. Daarbij geldt dat: ten minste een derde gedeelte, maar geen meerderheid, van de leden van de raad van toezicht wordt benoemd op bindende voordracht van de ouders van de leerlingen die zijn ingeschreven op de betrokken scholen; voor tenminste een derde van de zetels in de raad, doch voor minder dan de helft van, wordt de oudergeleding van het medezeggenschapsorgaan van de stichting in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen;
7
-
voor één zetel in de raad de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting in de gelegenheid wordt gesteld om een bindende voordracht te doen; voor de overige zetels de raad van toezicht zelf een voordracht doet. In de door de raad van toezicht vast te stellen regeling voor bestuur en toezicht wordt de voordrachts- en benoemingsregeling nader uitgewerkt. 3. De leden van de raad van toezicht dienen de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs te kunnen onderschrijven. 4. In de door de raad van toezicht vast te stellen regeling voor het bestuur en toezicht zullen profielkenmerken van en onverenigbaarheden met de functie van lid van de raad van toezicht nader worden geregeld. 5. Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een termijn van vier jaar en treden af volgens een door de raad van toezicht vast te stellen rooster van aftreden. Voor tussentijds benoemde leden kan het rooster van aftreden eenmalig in een afwijkende zittingstermijn voorzien. 6. Een aftredend lid van de raad van toezicht is terstond, doch maximaal éénmaal, herbenoembaar. 7. Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt; a. door overlijden van het lid; b. door aftreden van het lid, al dan niet volgens het in lid 5 bedoelde rooster; c. door ontslag door de raad van toezicht wegens taakverwaarlozing en/of andere gewichtige redenen; d. door ontslag door de gemeenteraden. 8.
Een lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst of ontslagen door de raad van toezicht bij besluit genomen met twee/derde van de overige leden van de raad van toezicht. Een schorsing vervalt als niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing is besloten tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in de vergadering waarin schorsing of verlenging daarvan, of het ontslag aan de orde is, te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 8. Disfunctioneren of het niet voldoen aan de eisen inzake belangenverstrengeling en onafhankelijkheid kunnen reden zijn voor schorsing en ontslag als bedoeld in het vorige lid van dit artikel. 9. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter. De voorzitter wordt in functie benoemd. De bezoldiging van leden van de raad van toezicht en de bezoldiging en onkostenvergoedingen aan leden van het college van bestuur en de raad van toezicht geschieden op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en openbaar gemaakt reglement.
Jaarlijks wordt door het college van bestuur uitdrukkelijk in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van
8
de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door gelijkluidend besluit van de gemeenteraden, al dan niet op verzoek van één of meer belanghebbende(n), is of wordt(en) aangewezen. WERKWIJKZE RAAD VAN TOEZICHT Artikel 12 1. De vergaderingen van de raad van toezicht worden gehouden in de regio waar de stichting zijn activiteiten uitoefent. 2. Elk jaar worden ten minste vier vergaderingen gehouden. 3. Vergaderingen zullen voorts worden gehouden wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één van de andere leden van de raad van toezicht daartoe schriftelijk en onder opgave van de onderwerpen aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de vergadering niet binnen drie weken wordt gehouden, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen mits met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 4. De oproep tot de vergadering geschiedt schriftelijk ten minste zeven dagen tevoren, de dag van de oproep en die van de vergadering niet meegerekend. 5. De oproep vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de agenda. 6. Indien in een vergadering alle leden van de raad van toezicht aanwezig zijn, kunnen over alle onderwerpen geldige besluiten worden genomen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen. 7.
De vergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door de vicevoorzitter. 8. De raad van toezicht kan alleen geldige besluiten nemen indien ten minste de helft van de leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Mocht in een vergadering de helft van de leden niet aanwezig of vertegenwoordigd zijn, dan kan na ten minste één week doch uiterlijk binnen zes weken een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, waarin besluiten kunnen worden genomen over die onderwerpen die wegens het bepaalde in de eerste zin van dit lid in de vorige vergadering niet tot besluitvorming konden leiden, ongeacht het op deze vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden. Bij oproeping tot de nieuwe vergadering moet worden vermeld dat en waarom een besluit kan worden genomen onafhankelijk van het ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde aantal leden. 9. Ieder lid van de raad van toezicht heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voor zover de statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle besluiten genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen over zaken is het voorstel verworpen. Staken de stemmen bij verkiezing van personen, dan beslist het lot. 10. Stemmingen gescheiden mondeling, tenzij een lid van de raad van toezicht schriftelijke stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 11. Een lid van de raad van toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat
9
tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie. Een lid van de raad van toezicht meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang aan de voorzitter van de raad van toezicht en verschaft alle relevante informatie. De raad van toezicht beslist of sprake is van een tegenstrijdig belang. Het besluit wordt genomen door de overige leden van de raad van toezicht. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 12. Het door de voorzitter van de vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde een lid van de raad van toezicht dit verlangt, waarbij het te nemen besluit schriftelijk wordt vastgelegd.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. 13. Van het verhandelde in de vergaderingen wordt een verslag opgemaakt. 14. Het college van bestuur woont als regel de vergaderingen van de raad van toezicht als adviseur bij. De raad van toezicht kan besluiten geheel of gedeeltelijk buiten aanwezigheid van het college van bestuur te vergaderen. 15. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar. De vergaderingen zullen achter gesloten deuren plaatsvinden, wanneer dat door ten minste een/vierde gedeelte van de aanwezige leden wordt gevorderd. Ter zake van de openbaarheid kunnen andere regels worden gesteld in het reglement voor bestuur en toezicht. 16. De raad van toezicht kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun mening te uiten en schriftelijk bevestigd hebben geen bezwaar te hebben tegen deze wijze van besluitvorming. Onder “schriftelijk” wordt mede begrepen e-mail. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden een relaas opgemaakt, dan na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. VERANTWOORDING Artikel 13 1. Het college van bestuur brengt namens de stichting jaarlijks aan de gemeenteraden verslag uit omtrent de werkzaamheden van de stichting.
Daarbij wordt in ieder geval aandacht besteed aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt door de stichting openbaar gemaakt. 2. Het college van bestuur verschaft de regiegroep desgevraagd tijdig alle inlichtingen die de gemeenten en/ of gemeenteraden voor de vervulling van haar taken redelijkerwijs nodig heeft.
10
3.
Het college van bestuur stelt de regiegroep desgevraagd in de gelegenheid met hem overleg te voeren over die aangelegenheden welke de taak van de gemeenten en/ of gemeenteraden betreffen.
REGIEGROEP Artikel 14 1. De regiegroep coördineert en bespreekt de gemeentelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden voortvloeiend uit de WPO artikel 48 lid 12 en het karakter van het openbaar onderwijs vanuit artikel 46 WPO en deze statuten ten aanzien van het openbaar onderwijs. 2. De regiegroep initieert, ter uitvoering van het genoemde onder lid 1, voorstellen aan de gemeenteraden. 3. De regiegroep spant zich in om voorgenomen besluitvorming zo veel mogelijk op tijd en gelijktijdig door de gemeenteraden te laten behandelen. BEGROTING EN JAARREKENING Artikel 15 1. Het college van bestuur stuurt jaarlijks vóór één januari de door de raad van toezicht goedgekeurde en het college van bestuur vastgestelde begroting met toelichting voor het komende jaar aan de gemeenteraden. Tevens zendt het college van bestuur jaarlijks vóór één augustus de door de raad van toezicht goedgekeurde en het college van bestuur vastgestelde jaarrekening over het afgelopen jaar aan de gemeenteraden. De jaarrekening gaat vergezeld van een verslag van een door de raad van toezicht aangewezen registeraccountant dat, behalve de verklaring bij de jaarrekening, bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. De goedkeuring van de raad van toezicht strekt het college van bestuur tot décharge. 2.
Indien vóór één februari van het jaar waarvoor de begroting geldt de begroting niet is goedgekeurd, nemen de gemeenteraden de maatregelen die ze nodig achten om de continuïteit van het onderwijs te waarborgen. 3. Indien het college van bestuur voornemens is de begroting te wijzigen, dient de wijziging te worden goedgekeurd door de raad van toezicht. WIJZIGING STATUTEN EN ONTBINDING Artikel 16 1. Het college van bestuur is bevoegd, mits na voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht, de statuten te wijzigen. Het college van bestuur behoeft voor iedere wijziging van de statuten de goedkeuring van de gemeenteraden. 2. De gemeenteraden zijn in geval van ernstige taakverwaarlozing door het college van bestuur of functioneren in strijd met de wet bevoegd zelf te voorzien in het bestuur van de scholen en zo nodig de stichting te ontbinden. VEREFFENING Artikel 17
11
1. 2. 3. 4.
Bij ontbinding van de stichting is het college van bestuur met de vereffening belast, tenzij de raad van toezicht anders besluit. Gedurende de vereffening blijven deze statuten van kracht voor zover dat met de vereffening verenigbaar is. De vereffenaars leggen verantwoording af aan de raad van toezicht. De vereffenaars doen aan de registers waar de stichting is ingeschreven opgaaf van hun optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van een vereffenaar worden verwacht. De vereffenaars besteden hetgeen na voldoening der schuldeisers van het vermogen van de ontbonden stichting is overgebleven zo veel mogelijk overeenkomstig het doel van de stichting.
BESTUURSAANSPRAKELIJKHEID Artikel 18 Ieder lid van het college van bestuur draagt verantwoordelijkheid voor de algemene gang van zaken. Hij is voor het geheel aansprakelijk terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk bestuur af te wenden. SLOTBEPALING Artikel 19 In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten en/of enig reglement van de stichting niet voorzien, beslist de raad van toezicht, het college van bestuur gehoord. EINDE VAN DEZE AKTE Als notaris verklaar ik nog het volgende. Wij ondertekenen deze akte in de gemeente Horst aan de Maas. Dit doen wij op de datum die in het begin van deze akte staat. Ik heb de identiteit van de aanwezige persoon vastgesteld. Zij en de partij bij de akte hebben op tijd voor het ondertekenen een ontwerp van de akte ontvangen. Ik heb de inhoud van deze akte aan haar verteld. Ook gaf ik een toelichting. De partij bij deze akte kent de gevolgen die voor haar uit deze akte voortvloeien. De aanwezige persoon vindt het goed dat ik de akte niet volledig voorlees. Daarom heb ik de akte gedeeltelijk voorgelezen. Meteen na de gedeeltelijke voorlezing hebben de aanwezige persoon en ik de akte ondertekend.