CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. GEWIJZIGD Bestemmingsplan Savioterrein Toelichting, regels en bijlagen.pdf

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 22: Vaststellen bestemmingsplan Savio-terrein Hillegom22.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 5.3 weergegeven.

Rho adviseurs voor leefruimte

34

Tabel 5.3 Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) jaargemiddelde concentratie 24‐uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:  een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);  een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek De beoogde ontwikkeling bestaat uit 40 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder het Besluit niet in betekenende mate onder de categorie woningbouw tot 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg.

Dit betekent dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse, en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel van belang aan te tonen dat ter plaatse aan de wettelijke grenswaarden wordt voldaan. Dit is gedaan aan de hand van de monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De maatgevende weg waarop metingen zijn uitgevoerd betreft de Olympiaweg. Uit de NSL‐monitoringstool blijkt dat in 2020 het jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer liggen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedragen 17,5 µg/m³ voor NO2, 17,6 µg/m³ voor PM10 en 10,0 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24‐uur gemiddelde concentratie PM10 bedraagt 6,2. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

35

4.7

Bodem

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Onderzoek De beoogde ontwikkeling van maximaal 40 woningen betreft een functiewijziging ten opzichte van de huidige situatie. Hierom is er bodemonderzoek noodzakelijk om aan te tonen dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie. Hiervoor is door SGS Search in december 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het bijbehorende onderzoeksrapport is toegevoegd in Bijlage 7. Uit het verkennend bodemonderzoek kan het volgende geconcludeerd worden:  De bovengrond is zeer licht verontreinigd met lood. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten boven de detectielimiet gemeten.

De verontreiniging met lood in de bovengrond is waarschijnlijk te relateren aan de antropogene bijmengingen.  Tijdens de veldwerkzaamheden is een visuele inspectie uitgevoerd naar de eventuele aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de bodem. Dit onderzoek is niet geheel uitgevoerd conform de NEN 5707, de norm voor onderzoek naar asbest in grond. Tevens is tijdens het uitvoeren van het veldwerk aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van (bijmengingen met) puin in de grond. Op basis van de NEN 5707 en jurisprudentie (Raad van State, uitspraaknummer 201508764/1/A1, november 2016) dient vanwege de aanwezigheid van puin de grond te worden beschouwd als verdacht op de aanwezigheid van een verontreiniging met asbest.  Tijdens de visuele inspectie van het toegankelijke gedeelte van het maaiveld en de vrijgekomen grond uit de boorgaten zijn geen asbestverdachte materialen of (bijmengingen met) puin aangetroffen. Er zijn derhalve geen aanwijzingen aangetroffen om de locatie als asbestverdacht aan te merken. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien geen beperkingen te worden gesteld aan het huidig c.q. toekomstig gebruik van de locatie. Conclusie Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

Toetsingskader Archeologie De gemeente Hillegom heeft samen met de regiogemeenten Katwijk, Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse en Teylingen archeologisch beleid opgesteld. Hierin is de historie van het grondgebied geïnventariseerd. Op basis hiervan is een archeologische beleidskaart opgesteld, waarop zones zijn vastgelegd met een uiteenlopende verwachtingswaarde voor de kans op archeologische vondsten. Op basis van deze beleidskaart, stelt de gemeente bij grondwerkzaamheden een archeologisch onderzoek verplicht waarbij het principe gehanteerd wordt dat in zones met een hogere waarde dit onderzoek al verplicht is bij minimale ingrepen en bij zones met een lagere waarde pas bij werkzaamheden van grotere omvang een dergelijke onderzoek verplicht is.

Rho adviseurs voor leefruimte

36

In figuur 5.1 is een uitsnede van deze archeologische beleidskaart opgenomen, waaruit blijkt dat het plangebied is gekenmerkt als een gebied met een lage verwachtingswaarde. Hieraan is de onderzoeksplicht gekoppeld bij ingrepen die dieper reiken dan 30 cm onder maaiveld én groter dan 1.000 m2. Het gebied is ook aangemerkt als onderzocht gebied. Voor onderzochte gebieden wordt in de archeologische beleidskaart verwezen naar het vigerend bestemmingsplan voor de gespecificeerde archeologische verwachting en regels.

Figuur 5.1 Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Hillegom Cultuurhistorie Nota Belvedère In 1999 verscheen op rijksniveau de Nota Belvedère. Doel van de nota is dat cultuurhistorie sterker richtinggevend moet zijn bij de inrichting van de ruimte. Cultuurhistorie wordt gezien als een ruimtelijke kwaliteit die een volwaardige plaats heeft in de ruimtelijke planvorming. Op provinciaal en met name op gemeentelijk niveau wordt dit beleid nader uitgewerkt. Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft: 1. Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten 2. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie 3. Bescherming van stads‐ en dorpsgezichten.

Rho adviseurs voor leefruimte

37

Besluit ruimtelijke ordening Op 2 december 2010 is een voorstel tot wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aan de Kamer gezonden. Door de voorgestelde wijziging van het Bro dienen cultuurhistorische waarden uitdrukkelijk te worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten verrichten van de cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied en moeten aangeven welke conclusies ze daar aan verbinden en op welke wijze ze deze waarden borgen in het bestemmingsplan. Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid‐Holland (2017) De Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid‐Holland uit 2017 geeft de cultuurhistorische waarden in archeologisch en landschappelijk opzicht en voor wat betreft de nederzettingen aan. Plannen ter plaatse van de gebieden met cultuurhistorische waarden vereisen een nadere analyse en afweging. De terreinen waarvan de archeologische waarde bekend is, staan aangegeven op de Archeologische Monumenten Kaart (AMK). Op de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) staat de zogenaamde verwachtingswaarde aangegeven. De provincie Zuid‐Holland gebruikt beide kaarten en de CHS bij advisering en beoordeling van (wijziging van) bestemmingsplannen, bij het verlenen van ontgrondingvergunningen en bij advisering over omgevingsvergunningen, bodemsaneringen en peilbesluiten.

Onderzoek Archeologie In het kader van dit bestemmingsplan, is archeologisch onderzoek uitgevoerd door IDDS. De rapportage daarvan is opgenomen als Bijlage 8. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied alleen afzettingen aanwezig zijn met een lage tot zeer lage archeologische verwachting. Op basis van deze resultaten wordt er geadviseerd om, met betrekking tot archeologie, het plangebied vrij te geven voor de geplande bodemverstorende werkzaamheden. In het vigerende bestemmingsplan 'Elsbroek' zijn archeologische dubbelbestemmingen opgenomen op locaties waar aanvullende regels gelden met betrekking tot archeologie. Ter plaatse van het plangebied van de beoogde ontwikkeling geldt er geen archeologische dubbelbestemmingen. Gelet hierop, en op de conclusies van het uitgevoerd onderzoek, is er geen aanleiding om het plangebied een archeologische dubbelbestemming te geven. Indien archeologische resten, zogenaamde toevalsvondsten, worden aangetroffen dient op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een melding te worden gedaan aan de Minister van OC&W. Cultuurhistorie Er bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle objecten in en nabij het plangebied. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Water

Toetsingskader Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

Rho adviseurs voor leefruimte

38

Waterbeheer en watertoets Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Het plangebied ligt binnen het beheergebied van het Hoogheemraadschap Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits‐ en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van deze paragraaf wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf. De watertoets is gemaakt op 09‐02‐2021, de dossiercode is 20210209‐13‐25508. Het toetsresultaat is te vinden in Bijlage 11 en de samenvatting in Bijlage 12. Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het waterschap en de gemeente nader wordt behandeld.

Europa:  Kaderrichtlijn Water (KRW) Nationaal:  Nationaal Waterplan (NWP)  Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)  Waterwet Provinciaal:  Provinciaal Milieu‐ en Waterplan 2016‐2021 (PMWP)  Verordening water  Verordening ruimte 2014 Waterschapsbeleid Voor de planperiode 2016‐2021 zal het Waterbeheerplan (WBP) van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De ambitie voor Rijnland is het samen werken aan droge voeten en schoon water. Dit wordt gedaan door zich te richten op de volgende zaken: waterveiligheid, voldoende water, schoon en gezond water en de waterketen. Wat betreft waterveiligheid gaan de doelen om preventie, gevolgbeperking en voorbereiding op calamiteiten. Om voor voldoende water te zorgen zorgt het Hoogheemraadschap er voor dat de waterpeilen kloppen, dat het watersysteem in stand gehouden wordt, de gevolgen van wateroverlast beperkt worden en dat er voldoende zoetwater beschikbaar is. Schoon en gezond water is belangrijk voor zowel de mens, natuur als bedrijven. De doelen die hiermee samenhangen richten zich op het verminderen van watervervuiling, het ecologisch beheren en onderhouden van de watersystemen, het realiseren van schone meren, plassen en natuurgebieden en het schoon en veilig maken van zwemwaterlocaties.

De ambitie voor de waterketen is het optimaliseren van de verwerking van afvalwater en het hergebruiken van grondstoffen. Het Waterbeheerplan 2016‐2021 van Rijnland is te vinden op de website: www.rijnland.net/plannen/waterbeheerplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

39

Keur en uitvoeringsregels Op grond van de Waterwet is Rijnland als waterschap bevoegd via een eigen verordening, de Keur, regels te stellen aan handelingen die het watersysteem beïnvloeden. Denk hierbij aan handelingen in of nabij:  waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden);  watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken);  andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen);  de bodem van kwelgevoelige gebieden. Maar ook aan het onttrekken en lozen van grondwater en het aanbrengen van verhard oppervlak. Per 10 juni 2016 is een nieuwe gewijzigde Keur in werking getreden. Bij het opstellen van deze Keur is een andere aanpak gebruikt. Er gelden minder regels voor burgers, bedrijven en Rijnland en het aantal vergunningen en meldingen is ongeveer gehalveerd. Zo geeft Rijnland verantwoordelijkheid, flexibiliteit en vertrouwen waar dat kan, maar stelt regels waar dat moet. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod‐ en verbodsbepalingen) om binnen het beheergebied waterveiligheid, droge voeten, voldoende oppervlaktewater en schoon oppervlaktewater te bieden. Het belangrijkste onderdeel van de keur is hoofdstuk 3. In dit hoofdstuk heeft Rijnland vastgelegd op welke wijze handelingen die invloed hebben op het functioneren van het watersysteem worden gereguleerd.

Het gaat hierbij om regulering via een zorgplicht, algemene regel, vergunningplicht of een absoluut verbod. Dit houdt in dat handelingen in het watersysteem in eerste instantie via de zorgplicht gereguleerd worden. Als er redenen zijn om handelingen zwaarder te reguleren, via een algemene regel of vergunningplicht, wordt dat uitgelegd in de regelgeving. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van Rijnland nader uitgewerkt. De Keur en Uitvoeringsregels van Rijnland zijn te vinden op de website: www.rijnland.net/regels/keur‐en‐uitvoeringsregels. Riolering en afkoppelen Voor zover het bestemmingsplan nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, is het van belang dat er met Rijnland afstemming plaatsvindt over het omgaan met afvalwater en hemelwater. Overeenkomstig het rijksbeleid gaat Rijnland uit van een voorkeursvolgorde voor de omgang met deze waterstromen. Deze houdt in dat allereerst geprobeerd moet worden het ontstaan van (verontreinigd) afvalwater te voorkomen, bijvoorbeeld door het toepassen van niet uitlogende bouwmaterialen en het vermijden van vervuilende activiteiten op straat zoals auto's wassen en chemische onkruidbestrijding. Vervolgens is het streven vuil water te scheiden van schoon water, bijvoorbeeld door het afkoppelen van hemelwaterafvoeren van gemengde rioolstelsels. De laatste stap in de voorkeursvolgorde is het zuiveren van het afvalwater.

De doelmatigheid daarvan wordt vergroot door het scheiden van de schone en de vuile stromen. De gemeente kan gebruik maken van deze voorkeursvolgorde bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), waarin de uiteindelijke afweging wordt gemaakt en waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal staat. Huidige situatie Algemeen Het plangebied bestaat deels uit bebouwing en deels uit verharding. Tevens is er groen aanwezig langs de randen van het plangebied. Bodem en grondwater Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Hillegom en is op de bodemkaart van Nederland niet gekarteerd. Volgens de bodemkaart van Nederland (www.bodemdata.nl) is in de omgeving sprake van zwaklemig fijn zand en leemarm zand in stuifduinen en stranden. Wat betreft grondwatertrappen is er in de omgeving van het plangebied sprake van grondwatertrap II en IIb. Grondwatertrap II wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand minder dan 0,4 m beneden het maaiveld ligt en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert tussen de 0,5 en 0,8 m

Rho adviseurs voor leefruimte

40

beneden het maaiveld. Grondwatertrap IIb wil zeggen dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand varieert tussen de 0,25 en 0,4 m beneden het maaiveld en dat de gemiddelde laagste grondwaterstand varieert tussen de 0,5 en 0,8 m beneden het maaiveld. De maaiveldhoogte in het plangebied is circa NAP ‐0,36 m. Waterkwantiteit Ten noorden van het plangebied is een watergang gesitueerd. Deze watergang is in de Legger Oppervlaktewater van het Hoogheemraadschap van Rijnland aangegeven als 'overig' water. Een dergelijke watergang heeft een beschermingszone van 2 meter aan weerszijden waar beperkingen gelden voor bouwen en aanleggen. Deze beschermingszone ligt in het plangebied.

Figuur 5.2 Uitsnede Legger Hoogheemraadschap van Rijnland met het plangebied rood omkaderd Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabij omgeving liggen geen oppervlaktelichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszones zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen een primaire of regionale waterkering. Het plangebied is ook niet gelegen binnen beschermingszones hiervan. Afvalwaterketen en riolering Het plangebied is aangesloten op het gemeentelijke rioolstelsel. Toekomstige situatie Het voornemen bestaat om 40 woningen te realiseren op de plek van de school. Bodem en grondwater De voorgenomen ontwikkeling heeft geen gevolgen voor bodem en grondwater.

Rho adviseurs voor leefruimte

41

Waterkwantiteit In de toekomstige situatie zullen 40 woningen gerealiseerd worden op een locatie die momenteel grotendeels verhard is. Hoogheemraadschap van Rijnland hanteert het uitgangspunt dat bij een toename van het verhard oppervlak met 500 m2 of meer de initiatiefnemer een oppervlakte ter grootte van minimaal 15% van het nieuw aan te leggen verhard oppervlak dient te reserveren voor extra open water als compensatie. Het nieuwe open water moet aangesloten worden op het bestaande watersysteem. Uitgangspunt hierbij is dat de aanleg van verhard oppervlak geen negatieve gevolgen mag hebben op het watersysteem. De toename van het verhard oppervlak als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal de grens van 500 m2 niet overschrijden, waardoor compenserende maatregelen niet noodzakelijk zijn. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet‐uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw‐ als de gebruiksfase. Waterveiligheid De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Deze vallen ook niet in het projectgebied.

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:  hemelwater vasthouden voor benutting,  (in‐) filtratie van afstromend hemelwater,  afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,  afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone van 5 en 2 meter niet zonder vergunning van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan‐ of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Voor de onderhavige ontwikkeling is dan ook een ontheffing noodzakelijk.

Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Conclusie De in deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn onderzocht voor het plangebied. Hieruit blijkt dat er geen compensatie voor verharding nodig is, omdat de toename van verharding onder de grenswaarde van 500 m2 blijft. Ook grenst aan het plangebied een watergangen in de categorie 'overig' met een beschermingszone van 2 meter. Om hierin werkzaamheden te mogen uitvoeren, zal er een vergunning bij het Hoogheemraadschap aangevraagd moeten worden. Hierdoor kunnen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse uitgesloten worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

42

4.10

Ecologie

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000‐gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura‐2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.

Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; 2. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en 3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod.

Rho adviseurs voor leefruimte

43

De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Uitwerking Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid‐Holland In de provincie Zuid‐Holland wordt vrijstelling verleend voor het weiden van vee en voor het op of in de bodem brengen van meststoffen.

In het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied, bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw, bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of natuurbeheer, of bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied worden vrijstellingen verleend ten aanzien van de soorten genoemd in bijlage 6 bij de verordening. Het betreft aardmuis, bastaardkikker, bosmuis, bruine kikker, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, gewone pad, haas, hermelijn, huisspitsmuis, kleine watersalamander, konijn, meerkikker, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen Natura 2000 of gebied wat is aangewezen als Natuur Netwerk Nederland (NNN‐gebied). Het dichtstbijzijnde (stikstofgevoelige) Natura 2000‐gebied is Kennemerland‐Zuid (zie figuur 5.3).

Figuur 5.3 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000‐gebieden (bron: Aerius)

Rho adviseurs voor leefruimte

44

Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden en de geringe ontwikkeling kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Daarnaast ligt het plan buiten Belangrijk Weidevogelgebied en de Strategische reservering Natuur. Om stikstofdepositie van de beoogde ontwikkeling uit te sluiten is zowel voor de gebruiksfase als voor de aanlegfase een stikstofberekening uitgevoerd. Deze zijn opgenomen in respectievelijk Bijlage 9 en Bijlage 10. Uit beide berekeningen blijkt dat er geen depositiebijdrage binnen Natura 2000‐gebieden wordt berekend. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Daarmee heeft de ontwikkeling geen significant negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000‐gebieden. Soortenbescherming Ten aanzien van het aspect soortenbescherming zijn drie onderzoeken uitgevoerd. Dit is in de eerste plaats een ecologische quickscan uit 2018 te weten een quick scan uit 2018. Gelet op de uitkomsten daarvan is er vervolgens een vleermuizenonderzoek uitgevoerd. Naderhand is er nog een nieuwe quick scan uitgevoerd (2022), omdat de eerdere quick scan inmiddels gedateerd was.

Omdat de eerste quickscan en het vleermuizenonderzoek onderling met elkaar verband houden, is de eerste quickscan nog wel onderdeel van deze paragraaf. Om die reden worden alle drie de onderzoeken achtereenvolgens behandeld. De ecologische waarden in het plangebied zijn in eerste instantie bepaald aan de hand van een quick scan. Els & Linde B.V. heeft deze quick scan ecologie in 2018 uitgevoerd. De rapportage hiervan is opgenomen in Bijlage 13. Deze quick scan heeft plaatsgevonden voordat het schoolgebouw gesloopt werd. In het rapport komt dat gebouw dus nog als bestaande bebouwing aan de orde. Uit de quick scan komen de volgende conclusies naar voren: 

Binnen de planlocatie zijn enkele soorten te verwachten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog ‐ in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout‐ en steenstapels en dergelijke, dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil‐ en overwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten. In de begroeiingen binnen c.q. langs de planlocatie zijn algemene broedvogels niet uit te sluiten. Om verstoring te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten om de broedperiode – maart tot en met juli – te starten. Er dient terughoudend te worden omgegaan met het gebruik van verlichting tijdens de werkzaamheden. Uit voorzorg dienen de werkzaamheden bij daglicht te worden uitgevoerd om een effect op lichtgevoelige soorten in de omgeving van de planlocatie te voorkomen. Het voorkomen van vleermuizen in de te slopen bebouwing niet op voorhand kan worden uitgesloten. Voor de ruimtelijke plannen is een afdoend onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk.

Omdat het voorkomen van vleermuizen niet op basis van de quick scan kon worden uitgesloten is hierom een vleermuisonderzoek uitgevoerd. Dit is opgenomen als Bijlage 14. Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat binnen de planlocatie geen vleermuizen voorkomen. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Rho adviseurs voor leefruimte

45

Nadien is er in 2022 een nieuwe quick scan uitgevoerd. Het schoolgebouw was inmiddels al gesloopt en de nieuwe quick scan voorziet in actuele conclusies ten aanzien van beschermde soorten. Uit deze quick scan blijkt dat er geen strikt beschermende soorten worden verwacht op of in de directe omgeving van de planlocatie. Voor de geplande werkzaamheden kan er gewerkt worden met een ecologisch werkprotocol. Met de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van algemene broedvogels in de bomen, struiken en oevervegetatie binnen en in de directe omgeving van de planlocatie. Er moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor en tijdens de werkzaamheden. Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten. Voor broedvogels geldt dat voorafgaande aan de werkzaamheden moet worden vastgesteld dat er geen in gebruik zijnde nesten aanwezig zijn. Conclusie De resultaten van het stikstofonderzoek, de quickscan ecologie en het vleermuisonderzoek vormen geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.11

Zorgfunctie

Zoals vooraf aangegeven in de inleiding van dit hoofdstuk, zijn de voorgaande paragrafen gericht op het onderbouwen van het beoogde bouwplan en de functie wonen. Nadien is daar een beperkte vorm van zorgmogelijkheden aan toegevoegd. Aangezien dat niet heeft geleid tot wijziging van de bouwkundige ingrepen c.q. mogelijkheden die al onderzocht zijn en omdat er voor de milieugevoelige functie wonen al uitgebreid onderzoek uitgevoerd is, wordt voor deze extra functie volstaan met een beknopte aanvulling op de eerdere paragrafen:  ten aanzien van het aantal verkeersbewegingen, geldt dat het om een geringe omvang van de zorgfunctie gaat die niet noemenswaardig meer verkeer zal genereren dan voor de woningen reeds onderzocht is. Dit maakt dat zowel voor de verkeersafwikkeling, de berekende luchtkwaliteit als de berekende geluidniveaus als gevolg van wegverkeerslawaai, geen merkbare verschillen zullen optreden.  ten aanzien van het parkeren geldt dat het bestemmingsplan een bepaling kent die bij de omgevingsvergunning voldoende parkeerplaatsen vereist.  voor de aspecten geluid en milieuzonering geldt dat de beoogde zorgfuncties niet als geluidgevoelig of milieugevoelig aangemerkt worden. Toetsing aan de Wet geluidhinder of richtafstanden van omliggende inrichtingen is om die reden niet aan de orde.

Gelet op de afstand tot woningen buiten het plangebied (kortste afstand ruim 20 m) wordt evenmin hinder verwacht tussen deze functie en omliggende woningen.  ten aanzien van externe veiligheid, is reeds geconcludeerd dat er binnen het plangebied en de omgeving daarvan, geen relevante risicobronnen aanwezig zijn.  voor het aspect bodem geldt dat de fysieke ingrepen en mogelijkheden niet wijzigen naar aanleiding van de zorgmogelijkheden. Daarnaast geldt dat grond die milieukundig geschikt is bevonden voor de functie wonen, dat ook is voor de zorgfuncties.  voor de aspecten ecologie, water, cultuurhistorie en archeologie geldt dat de fysieke ingrepen en mogelijkheden niet anders worden nu er ook zorgmogelijkheden geboden worden. De effecten en conclusies ten aanzien van deze aspecten blijven daarom gelijk aan hoe deze in de daarvoor opgenomen paragrafen onderbouwd zijn. Gelet op bovenstaande, worden de mogelijkheden voor zorgfuncties zoals die in de regels geboden worden, uitvoerbaar geacht.

Rho adviseurs voor leefruimte

46

4.12

Vormvrije m.e.r.‐beoordeling

Toetsingskader De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU Richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving onder andere geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (verder Wm) en in het Besluit milieueffectrapportage 1994. In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.‐plichtige activiteiten (de C‐lijst) en de m.e.r.‐beoordelingsplichtige activiteiten (de D‐lijst) beschreven. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Voor de betreffende activiteiten die niet aan de drempelwaarden voldoen, dient het bevoegd gezag na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:  de kenmerken van de projecten;  de plaats van de projecten;  de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In dit bestemmingsplan worden maximaal 40 woningen mogelijk gemaakt.

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.‐beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer'. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 40 woningen en blijft daarmee onder de drempelwaarde. Omdat het project onder de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. blijft, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.‐beoordeling. Deze is opgenomen als Bijlage 16 bij deze toelichting en hieruit blijkt dat geen sprake is van (mogelijke) significant negatieve effecten. Het doorlopen van een verdere (formele) mer‐procedure is om die reden niet nodig. Op basis van de in Bijlage 16 opgenomen vormvrije m.e.r.‐beoordeling is door de Omgevingsdienst West‐Holland het m.e.r.‐beoordelingsbesluit genomen, dat als Bijlage 17 bij deze toelichting is gevoegd.

Rho adviseurs voor leefruimte

47

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Bij de opzet van het plan is gekozen voor eindbestemmingen. Op basis van deze eindbestemmingen kunnen direct omgevingsvergunningen worden afgegeven indien deze passen binnen de regels die gelden bij die bestemming. Het plangebied bestaat uit de bestemming 'Wonen' en 'Groen'. Op de verbeelding is binnen het bestemmingsvlak van de bestemming Wonen met een bouwvlak aangegeven waar het woongebouw gerealiseerd mag worden.

5.2

Uitleg van de planregels

5.2.1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. 5.2.2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Onder de bestemmingsomschrijving is aangegeven voor welke functies de gronden bestemd zijn. Voor sommige functies is een functieaanduidingen opgenomen. In het artikel Wonen is, zonder verdere aanduiding, een gedetailleerde regeling opgenomen over de mogelijkheden om in het gebouw zorgvoorzieningen te realiseren. Dit is uitsluitend toegestaan op de begane grond, met een maximum oppervlakte van 200m2 en dient gerelateerd te zijn aan een zorgaanbieder. Hiermee kan onder meer ruimte worden geboden aan kantoor‐, consult‐, ontmoetings‐ en activiteitenruimten. 5.2.3 Algemene regels In deze paragraaf worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld.

Anti‐dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.

Rho adviseurs voor leefruimte

48

Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen dat voor alle bestemmingen kan gelden. Het gaat bijvoorbeeld om extra bouwmogelijkheden voor ondergeschikte bouwdelen zoals balkons, galerijen, kelders en andere bouwwerken. Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is het verbod op seksinrichtingen opgenomen. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat middels een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtjes) in het openbare gebied. Tevens is in de algemene afwijkingsregels een afwijkingsmogelijkheid opgenomen, om onder bepaalde voorwaarden, seksinrichtingen toe te staan. Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels is een regeling opgenomen die het mogelijk maakt om de aanduiding geluidzone ‐ industrie te verwijderen indien deze niet meer voorkomt.

5.2.4 Overgangs‐ en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het worden aangehaald.

Rho adviseurs voor leefruimte

bestemmingsplan

49

Hoofdstuk 6

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Bij de voorbereiding van het voorontwerpbestemmingsplan is het plan toegestuurd aan de relevante overlegpartners. Hun reacties zijn, voor over nodig, verwerkt in het voorontwerpbestemmingsplan zoals dat vervolgens gepubliceerd is.

6.2

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft gedurende 6 weken ter inzage gelegen, van 6 oktober 2021 tot en met 16 november 2021. Tijdens deze periode bestond de mogelijkheid om inspraakreacties in te dienen. Ook is in deze periode, op 13 oktober 2021, een inloopbijeenkomst georganiseerd om het plan toe te lichten en de mogelijkheid te bieden om vragen te stellen. Tijdens deze periode zijn 5 inspraakreacties binnengekomen. Deze zijn gebundeld en beantwoord in de Reactienota, opgenomen als Bijlage 18 bij dit bestemmingsplan. Daaruit blijkt ook op welke punten de inspraakreacties nog tot aanpassing c.q. aanvulling van het plan hebben geleid. Deze aanpassingen en aanvullingen zijn doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan zoals dat vervolgens gepubliceerd is.

6.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gelet op de wettelijke verplichtingen voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen van 3 augustus 2022 tot en met 13 september 2022. Tijdens deze termijn konden zienswijzen worden ingediend door een ieder. Na afloop van deze periode bleek dat er geen zienswijzen tegen het plan zijn ingediend.

Rho adviseurs voor leefruimte

50

Rho adviseurs voor leefruimte

51

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Ingevolge het Bro heeft de gemeente de onderzoeksverplichting om de financieel‐economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen (artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro). Dit geldt ook voor plannen waarbij sprake is van een particuliere ontwikkelaar die op eigen initiatief een locatie ontwikkelt. Tussen de gemeente en Woningcorporatie Stek, dan wel de door Woningcorporatie Stek te contracteren aannemer, is een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal wordt geregeld. Hierdoor is een exploitatieplan niet noodzakelijk. De kosten voor de uitvoering van het bouwplan liggen volledig bij de ontwikkelende partij. Het plan is daarmee financieel uitvoerbaar.

Rho adviseurs voor leefruimte

52

Rho adviseurs voor leefruimte

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Stedenbouwkundige richtlijnen

Rho adviseurs voor leefruimte

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN SAVIOLOCATIE SAVIOLOCATIE, STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN, RROG, 21.10.2019

C

ROOILIJN

TERREIN STEK

A

ENTREES ARCERING: GROEN/TUIN

B

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN SAVIOLOCATIE

De profielen verbeelden de gewenste overgang van publiek terrein naar privaat-terrein. Hierin zijn rooilijnen (minimale afstand tot het openbaar gebied) aangegeven. Hierin zijn de uitgangspunten-maatvoeringen aangegeven om de bomen langs de wegen tot wasdom te laten komen. Initiatiefnemer moet voldoen aan de gemeentelijke eisen met betrekking tot parkeren op eigen terrein. De maximale hoogte is 4 bouwlagen. De bouwhoogte mag incidenteel worden verhoogd mits het gebouw niet te massaal wordt. De vierde bouwlaag mag worden uitgevoerd met een schuindak ten behoeve van het plaatsen van zonnepanelen. Een vijfde bouwlaag over de volledige lengte van het appartementencomplex is hier niet toegestaan. Het maximaal aantal woningen is 40 woningen. (hierbij wordt uitgegaan van woningen met een oppervlak van circa 75 GBO. Wanneer blijkt dat het beter is kleinere woningen te bouwen, dan mag de inhoud van het gebouw niet groter zijn dan de inhoud van het gebouw dat bestaat uit 40 woningen met appartementen van circa 75 m2. In de plattegrond zijn twee mogelijke entrees aangegeven. Deze dienen in overleg met de gemeente nader te worden onderzocht. De entree aan de Olympiaweg ligt op de huidige entree. De entree op Sportlaan is indicatief.

3

4

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

PROFIEL A - OLYMPIAWEG

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

PROFIEL B - SPORTLAAN

5

6

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

PROFIEL C

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

7

SAVIOLOCATIE, STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN, RROG, 21.10.2019

Bijlage 2 Stedenbouwkundig en Beeldkwaliteitsplan

Rho adviseurs voor leefruimte

ARCHITECTEN bureau

micha

DE HAAS

SAVIO LOCATIE, HILLEGOM Stedenbouwkundige en beeldkwaliteit plan Stedenbouwkundige en beeldkwaliteit paragraaf ten behoeve van ontwerp bestemmingsplan 12 november 2020 17 februari 2021 (aanvullingen 14-4-2021) impressie van het woongebouw

Inleiding / opgave

Woningbouw cooperatie Stek en de gemeente Hillegom maken een grondruil tussen de locatie van het voormalige Savio school en een locatie vlak bij de zorgzone Elsbroekerlaan. Op de Savio locatie zouden appartementen voor ouderen gerealiseerd moeten worden met een maximaum van 40 woningen van ca 80 m2 BVO. Om de bestaande bestemming ‘maatschappelijk’ te veranderen in ‘wonen’, wordt een ontwerp bestemmingsplan gemaakt. Als onderlegger voor dit bestemmingsplan wordt in dit document een stedenbouwkundige plan gepresenteerd, met een beeldkwaliteit paragraaf. Het stedenbouwkundige plan dient als een proefverkavelling voor het bestemmingsplan en omvat onder andere ook een structuurontwerp voor het gebouw. Het beeldkwaliteit paragraaf geeft regels ten aan-zien van de verschijningsvorm van de be-bouwing en de inrichting van het openbaar gebied. Het is bedoeld om de samenhang binnen het gebied te waarborgen en te kun-nen sturen op de ruimtelijke kwaliteit en het gewenste ambitieniveau. gezien het feit dat het hier gaat over een enkel gebouw en niet over een ensamble, is het beeldkwaliteit ten aanzien van de samenhang op hoofdlijnen gesteld - om voldoende ruimte te bieden aan het ontwerpteam om eigen ontwerpkeuzes te maken.

2

Stedenbouwkundige analyse

Positie in Hillegom: de locatie ligt aan de ringweg van Hillegom, aan de ‘centrumkant’.

Progrematische context: Het gebied aan de noordkant van de olympiaweg kenmerkt zich als een woongebied met vooral sociale woningbouw (eengezinwoningen en laagbouw appartementen, eigendom Stek) uit de jaren 60-80 van de vorige eeuw . Het gebied aan de zuidkant van de ring is een gemengd woningbouw gebied met een menging van koop en sociale huur, laag- en middenhoogbouw, eengezinswoningen, zorgwoningen en appartementen. In dit gebied zijn de woningen (en openbare ruimte) recenter gerealiseerd en daarbij ook van hogere kwaliteit.

Voorzieningen: In een radius van 400 meter zijn er: winkels, gebedshuizen, 1e en 2e lijns zorg, kinderopvang, scholen, park, horeca etc. gezien de ligging dicht bij het centrum en de zorgzone is de goede bereikbaarheid van voorzieningen niet verwonderlijk.

3

Stedenbouwkundige analyse morfologie

Morfologie en belangrijke ruimtelijke elementen Het gebied rondom de locatie heeft geen duidelijke structuur en is in feite een verzameling van eilanden met een eigen ruimtelijke structuur en typologie. De verschillende eilanden (vooral aan de noordkant van de ringweg) sluiten niet optimaal op elkaar aan qua openbare ruimte, rooilijnen, orientatie en groenstructuur. Het belangrijkste ruimtelijk element in het gebied is de ringweg, met een consequent profiel en vooral met de mooie bomenrijen aan weerszijde. Daarnaast is het appartementengebouw ter hoogte van de rotonde een beeldbepalend gebouw (6 hoog) maar markeert ook een verharding van het straatprofiel en een onderbreking van de bomenrij.

ruimtelijke elementen

Verkeer en verkeersgeluid De locatie ligt aan de ringweg en is daarmee uitstekend bereikbaar per auto. Een bus halte ligt eveneens direct naast de locatie. Aan beide kanten van de Olympiaweg zijn er aparte brede fietspaden. Aan de achterkant van de locatie, langs de watergang, wordt een fietsen wandelroute gepland richting het St. Jozefpark en het centrum. Hiermee is ook de bereikbaarheid van de locatie voor langzaam verkeer uitstekend. De ringweg is een 50 km weg. Geluidsonderzoeken wijzen er op dat de geluidwaarden boven de wettelijke grenswaarde vallen, maar binnen de vrijstellingsbevoegdheid van de gemeente voor hogere waarden. Behalve de straten die op de Olympiaweg uitkomen zijn er haast geen aansluitingen direct op de weg. Woningen langs de weg worden vooral via ventwegen ontsloten. De huidige aansluiting van de studielocatie direct op de Olympiaweg is zowel qua functionaliteit als qua verkeersveiligheid ongewenst - en zou uitsluitend voor een calamiteiten route moeten dienen.

4

Openbare ruimte In de directe omgeving van de locatie zijn de straten en woonerven de enige openbare ruimte en worden vooral gebruikt als verkeers- en parkeerruimte. Aan de zuidkant van de ring heeft de openbare ruimte, in combinatie met groen en water, een verblijfsfunctie. Met de nieuwe groenstrook die de locatie verbindt met de ontwikkelingen rondom het St. Jozefpark ontstaat de kans voor een kwalitatieve openbare ruimte grenzend aan de locatie. Hier blijft wel bezonning en sociale veiligheid een aandachtspunt.

Overzicht locatiecondities schaal 1:500

res

erv

afs

tan

cal

am

itei

ten

d iv

m

pri

erin

gg

roe

ne

zon

eg

em

vac

een

te

y

rou

te

mo

gel

ver

kee

rsg

ijk

ent

ree

elu

id

5

6

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

Stedenbouwkundige randvoorwaarden PROFIEL C

Naar aanleiding van een verkennende studie in 2018, zijn in opdracht van de gemeente door RRog stedenbouwkundige randvoorwaarden samengesteld d.d. 21 oktober 2019. In deze SR worden de maximale roiilijnen bepaald even als principe profielen, maximale programma en hoogte. Het in dit document gepresenteerde plan valt binnen de gemeentelijke Stedenbouwkundige Randvoorwaarden.

Profiel thv groene strook gemeente. 4

STEDENBOUWKUNDIGE RICHTLIJNEN - SAVIOLOCATIE - 21/10/2019 - RROG

C PROFIEL A - OLYMPIAWEG

ROOILIJN

TERREIN STEK

A

ENTREES ARCERING: GROEN/TUIN

6 overzicht tekening bron: Stedenbouwkundige Randvoorwaarden 21-1-2019 (RRog)

B

Profiel thv Olympiaweg

Kadastrale kaart

Uw referentie: RJU

Eigendomsituatie De voorlopige kadastral grens (oranje lijn) is op de kadastrale kaart hiernaast, afgegeven op 29-04-2020 weergegeven.

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 1000

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Hillegom C 4653

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 29 april 2020 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

voorlopige kadastrale grens (grondruil) Davio locatie

7

Stedenbouwkundige plan / Structuurontwerp Uitgangspunten voor het stedenbouwkundig ontwerp zijn in enkele thema’s te groeperen: Formele documenten: • De stedenbouwkundige Ranvoorwaarden d.d. 21-10-2019 • De grondruil akte met de gemeente d.d. 14-07-2020 • Parkeernota gemeente Hillegom 15-04-2016 Programma: • Het PVE van Stek (d.d. 12-05-2020) voorziet in maximaal 40 zelfstandige (senioren) woningen met een oppervlak van ca 75 m2 GO. Bij het woonprogramma horen ook enkele collectieve voorzieningen en een werkruimte van ca 100 m2. • Alle woningen moeten, naast de wettelijke eisen, minimaal voldoen aan Woonkeur niveau 1. Vooronderzoeken: • Uit de stedenbouwkundige verkenning uit November 2018 kwam een duidelijke voorkeur voor een enkel gebouw (model 2). • In het kader van het ontwerp-bestemmingsplan is er een geluidsonderzoek verricht. Uitkomst wees uit dat een positie op een zo groot mogelijke afstand van de Olympiaweg de kans op overlast van verkeerslawaai zal verkleinen. Ontwerpuitgangspunten gebouw • compacte volume. • orientatie woonruimtes en buiten ruimten zoveel mogelijk op het zuiden. • twee liften die alle woningen bedienen, maar vermijden van lange galerij-ontsluitingen. • eenvoudige structuur, geschikt voor conceptuele of modulaire bouwsystemen. • geen gesloten plint ivm met veel bergingen op de begane grond.

transparante collectieve fietsenberging, eveneens geschikt voor scootmobielen. • rekening houden met een grote oppervlak zonnepanellen ivm duurzaamheidsambitie.

3d representatie van de positionering van model 2 uit de stedelijke verkenning (november 2018)

Ontwerpuitgangspunten stedenbouw • privacy en bezoning bestaande bebouwing. • maximaliseren van kwaliteit groene zone. • behoud van bomen. • sociale veiligheid. • zo min mogelijk verharding, half verharding waar nodig. • goede bereikbaarheid voor nooddiensten. • extra aandacht voor toegang mindervalieden.

3d representatie van de positionering in dit stedenbouwkundige ontwerp

8

24

26

28

30

rtla Spo

68 76

22

80

20

78

18

82

34

72

16

an

Stedenbouwkundige plan / proefverkaveling ontwerp bestemmingsplan

32

Avenbeeck

voortzetting wandelpad

105

47 39 31 75 63 51

107

73 61 49 Voorlopige kadastrale grens (grondruil)

sk 1

sk 2

sk 1

13,640 m2

Lift

13,640 m2

Lift

10,080 m2

111

bk

Opp: 74,000 m2

KK

0 R1

KK

,5 R5

83 71 59

22

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

5

117

80,5

113

Woning

Opp: 74,000 m2

115

5,130 m2

KK

6,1

b 1,080 m2 3,769 m2

KK

Woning

Sportlaan

n

81 69 57

alaa

t

mk

1,080 m2 b 3,769 m2

mk

bk 5,130 m2

2

7,090 m2

17,5

79 67 55

29,600 m2

hal KK

7,090 m2

t

KK

r Ebo

1

wk

29,600 m2

hal

109

KK

KK

77 65 53

sk 2 10,080 m2

wk

24

positie bestaande ondergrondse containers behouden

Bouwvlak

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

5

32

20

,5 R5

6

calamiteit route

opstelplaats tankautospuit (brandweer)

opstelplaats redvoertuig (brandweer)

0 R1

Rooilijn 1

2

3

4

5

6

7

8

groene parkeerplaatsen 9

10

5

groene parkeerplaatsen 11

1

2

3

4

5

6

7

groene parkeerplaatsen 8

9

10

11

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

Voorlopige kadastrale grens (grondruil)

nieuwe locatie fietsberging

Olypmiaweg

63

N

Stedenbouwkundige plan schaal 1:500

ARCHITECTEN bureau

micha

DE HAAS

9

Concept plattegronden woongebouw 1:250

Voorlopige kadastrale grens (grondruil)

KK

KK

Bouwvlak sk 2

sk 2

9,60 m2

9,60 m2

b

sk 2

b

7,14 m2

sk 1

10,08 m2

13,64 m2

Lift

Fietsenstalling

sk 1

sk 1

14,52 m2

14,52 m2

7,14 m2

sk 2

sk 1

10,08 m2

13,64 m2

Lift

Fietsenstalling

46,62 m2

46,62 m2

wk

bk

bk

5,13 m2

5,13 m2

hal 4,08 m2

hal

7,09 m2

1,08 m

bk

b

5,13 m2

3,77 m2

Collectief 2

88,73 m

KK

mk

KK

mk

t

b

1,08 m2

b

Woning

t 1,08 m2

b

1,92 m2

1,08 m2

b

Woning

1,98 m2

b

bk

b 2

5,46 m2

b 2

5,04 m

2

5,04 m

5,04 m

wk

wk

42,85 m2

45,67 m2

b 5,04 m

2,72 m2

hal

b 2

5,04 m

Opp: 74,00 m2

bk

2

5,04 m

5,46 m2

hal 2,72 m2

mk

7,29 m2

hal 7,29 m2

hal

KK

wk

b 2

hal

KK

wk

2

2,25 m

29,60 m2

sk 2

sk 1

10,50 m2

13,86 m2

bk

bk

5,13 m2

5,13 m2

wk

Woning

Woning

Opp: 88,73 m2

Opp: 88,73 m2

29,60 m2

sk 1

sk 2

13,86 m2

10,50 m2

wk

25,33 m2

25,33 m2

sk 1

sk 1

12,87 m2

12,87 m2

Woning

Woning

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

Woning

Woning

6

7

8

9

10

11

Opp: 49,21 m2

80.450

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

28

29

30

31

6.000

5

5.000

Opp: 49,21 m2

4

bk 5,13 m2

KK

t

1,92 m2

1,98 m2

Opp: 74,00 m2

3

t 1,08 m2

b 3,77 m2

17.500

b 2,72 m2

mk

b 2,72 m2

mk

mk

2

7,09 m2

KK

t 1,08 m2

t

2

2

29,60 m2

hal 8,81 m2

hal

1

1

wk

29,60 m2

calamiteit route

groene parkeerplaatsen 1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

5.000

Rooilijn groene parkeerplaatsen 11

12

13

14

15

16

groene parkeerplaatsen 17

18

19

20

21

22

23

24

25

Voorlopige kadastrale grens (grondruil)

Begane grond

10

ARCHITECTEN

micha

DE HAAS

26

27

32

33

Concept plattegronden woongebouw 1:250

Woning

sk 1

sk 2

13,86 m2

10,50 m2

KK

KK

Opp: 74,00 m2

sk 2 9,60 m2

sk 2

sk 1

10,08 m2

wk

b

29,60 m2

10,25 m2

2

13,64 m

sk 1

sk 2 9,60 m2

b

b

b

b

b

b

5,77 m2

5,77 m2

5,77 m2

5,77 m2

5,77 m2

5,78 m2

sk 1 2

14,52 m

Lift

sk 2 9,60 m2

sk 1 2

sk 2

sk 1

14,52 m2

14,52 m

10,08 m2

13,64 m2

Lift

hal 7,29 m2

bk

wk

5,13 m2

hal

hal

4,08 m KK

1,98 m

t 1,08 m2

KK

b

t

t

2,72 m2

1,08 m2

b 3,77 m2

b 2,72 m2

mk b

mk

t

t

1,08 m2

1,08 m2

bk

6,08 m2

6,08 m2

6,08 m2

wk

wk

28,12 m2

30,87 m2

wk

mk

KK

28,12 m2

mk

b 1,98 m2

1,08 m2

hal

hal 7,29 m2

Woning

wk 2

29,60 m

29,60 m

Opp: 74,00 m2

Woning

Opp: 74,00 m2

Woning Opp: 74,00 m2

2

5,46 m

Woning

b

bk 2

2,25 m

7,29 m2

bk 5,13 m2

1,98 m2

bk 2

2

t 1,08 m2

b 3,77 m2

KK

t

1,08 m2

hal

5,46 m

mk

t

b

wk

hal 7,09 m2

t

1,98 m2 2

5,46 m

b

mk

bk 2

b

KK

KK

1,98 m2

Opp: 74,00 m2

b 1,08 m2

KK

KK

Woning

b 2,72 m2

1,08 m2

mk

mk

bk 5,13 m2

wk hal 8,81 m2

2

2

mk t

bk 5,13 m2

hal

8,81 m2

b

7,09 m2

1,08 m2

bk 5,13 m2

29,60 m2

bk 5,46 m2

mk

29,60 m2

5,46 m

hal

hal

7,29 m2

7,29 m2

wk

wk 2

29,60 m2

29,60 m

Opp: 74,00 m2

sk 2

sk 1

sk 1

sk 2

sk 2

sk 1

sk 1

sk 2

10,50 m2

13,86 m2

13,86 m2

10,50 m2

10,50 m2

13,86 m2

13,86 m2

10,50 m2

Woning

Woning

Woning

Woning

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

KK

KK

1e en 3e verdieping (3e verdieping is gespiegeld)

sk 2

sk 2

9,60 m2

9,60 m2

sk 2 9,60 m2

b

b

b

b

b

b

5,77 m2

5,77 m2

5,77 m2

5,77 m2

5,77 m2

5,78 m2

b

sk 2

10,25 m2

sk 1

10,08 m2

13,64 m2

Lift

Collectief

sk 1

sk 1

sk 1

14,52 m2

14,52 m2

14,52 m2

sk 2

sk 1

10,08 m2

13,64 m2

Lift

56,00 m2

wk

bk

bk

5,13 m2

5,13 m2

bk

wk

5,13 m2

29,60 m2

29,60 m2

hal

KK

t

b 2,72 m2

b 3,77 m2

b

t

2,72 m2

1,08 m2

mk

KK

mk

t

1,08 m2

b 6,08 m2

7,09 m2

KK

28,12 m2

mk

wk

wk

30,87 m2

28,12 m2

mk

KK

b

mk

t

1,08 m2

Opp: 74,00 m2

bk

bk

5,46 m2

5,46 m2

2,25 m2

5,46 m2

5,46 m2

hal

Woning

1,98 m2

hal

7,29 m2

bk 5,13 m2

b

1,98 m2

bk

hal

1,08 m2

b 3,77 m2

KK

t

1,08 m2

b

1,98 m2

bk

7,29 m2

t

mk

mk

wk

KK

t

1,08 m2

b 1,98 m2

b 6,08 m2

t

KK

Opp: 74,00 m2

b 6,08 m2

hal

1,08 m2

mk

mk

bk

Woning

b 2,72 m2

1,08 m2

5,13 m2

8,81 m2

4,08 m2

7,09 m2

t 1,08 m2

hal

hal

8,81 m2

hal

hal

hal

7,29 m2

7,29 m2

wk

wk

Woning

Woning

Woning

wk

wk

29,60 m2

29,60 m2

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

29,60 m2

29,60 m2

sk 2

sk 1

sk 1

sk 2

sk 2

sk 1

sk 1

sk 2

10,50 m2

13,86 m2

13,86 m2

10,50 m2

10,50 m2

13,86 m2

13,86 m2

10,50 m2

Woning

Woning

Woning

Woning

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

Opp: 74,00 m2

2e verdieping

11

visualisaties

12

dwarsdoorsnede 1:250

+15.000 +12.000 +9.000 +6.000 +3.000

ARCHITECTEN bureau

voorlopige kadastrale grens(grondruil)

rooilijn

bouwvlak

rooilijn bouwvlak

voorlopige kadastrale grens(grondruil)

±0

micha

DE HAAS

project

onderwerp

formaat / schaal

fase / datum

Hillegom Savio

Doorsnedes (250)

A3 / 1:250

S.O. / 17-02-2021

blad nr

project nr

-

2 .1 Hillegom Savio-02.pln

Analyse beeldkwaliteit omgeving, bestaand Net zoals met de stedenbouwkundige morphologie, vertoont het gebied een zeer onsamenhangend beeld als het gaat over architectuur, woningtypologie, dakvormen en materialen. met andere worden: er is geen eenduidige architectonische (of stedenboukundige) context waarmee aansluiting gezocht zou kunnen worden met de bebouwing aan de Savio-locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1502/documents/19237